Charitas 1871

INHOUD
Bladz.
Voorbericht VII
Algemeene Christelijke Feestdagen. — Israëlietische Feestdagen. — Jaartellingen en Tijdkringen.— De Zondagsletter IX.
Eclipsen. — Opmerkingen X.
Kalender XI.
Verjaardagen van het Koninklijk Huis XVII.
Bestuur van het Gr∴ O∴ der Nederlanden, onderhoorige Koloniën en Landen XVIII.
Naamlijst der regelmatig werkende Loges, benevens die harer Voorz∴ MM∴ en Secrett∴ XIX.
Redactie van het Jaarboekje Charitas XXVI.
Staat en Verslag van de L∴ »Le Profond Silence,” in het O∴ van Kampen XXVII.
Staat en Verslag van de L∴ »Le Préjugé Vaincu,” in het O∴ van Deventer XXXIII.
Staat en Verslag van de L∴ »Fides Mutua,” in het O∴ van Zwolle XXXVIII.
Eenige bijdragen tot de geschiedenis der Vrijmetselarij, door B∴ M. de Sitter XLIII.
MENGELWERK.
Verslag der feestviering van het 100-jarig bestaan de Loge Le Profond Silence, in het O∴ van Kampen, medegedeeld door B∴ A. van Wijk, Roelandszoon. 3
Feestrede, bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan der Loge Le Profond Silence, gehouden door B∴ C.H. Hein 24
_______________↓_______________


|pag. 152|
Bladz.
Kort verslag van de inwijding van den nieuwen Tempel der Loge Fides Mutua, medegedeeld door B∴ S.H. ten Cate. 50
Een genootschap voor Vrouwen-Vrijmetselaren, redevoering, uitgesproken in eene vergadering met vrouwen, door B∴ Ph. Bello 70
Onze Driekleur, door B∴ A.F. Sifflé 81
Leopold van Anhalt-Dessau; maçonnieke novelle, door B∴ H. Zeeman 83
Opwekking tot volharding 99
Anathema, door B∴ H. Maronier 102
IJs van een nacht, door B∴ M. Oppenheimer 105
Een ontrouwe Broeder, Eene historische bijdrage, door B∴ H. Maronier 112
Een kreet des Harten, door B∴ S.H. ten Cate 132
Feestrede, uitgesproken in de vergadering met zusters der Loge Le Pro fond Silence, door B∴ M. de Sitter 137
Zijn wij Epicuristen? door B∴ S. Susan 147


VERSLAG DER FEESTVIERING
VAN HET
100-JARIG BESTAAN
DER
Loge »Le Profond Silence”,
IN HET 0∴ VAN KAMPEN,
MEDEGEDEELD DOOR
Br∴ A. VAN WIJK, ROELANDSZOON,
Secretaris der Loge.

_______

     Reeds in ’t begin van het jaar 1868 was het bestuur der Loge er op bedacht om het daarop volgende jaar het feest van het l00jarig bestaan waardig te vieren, en aan den B∴ Bouwmr∴ werd opgedragen, eene begrooting te maken van de gelden, die noodig zouden zijn tot vernieuwing van het ameublement en de byoux der officieren.
Tevens werd besloten, dat de geschiedenis van de afgeloopen honderd jaren zoude worden gedrukt en werd eene commissie benoemd, bestaande uit de BB∴ , en , Roelandszoon, aan welke opgedragen werd, de noodige bouwstoffen uit het archief bijeen te brengen en daaruit deze geschiedenis samen te stellen.
     Spoedig viel het B∴ Ennema op, dat de datum van onzen constitutie-brief later gesteld was, dan de eerste vergadering volgens de notulen, alsook dat het jaartal,

_______________↓_______________


|pag. 4|

opgegeven volgens het register der Loges onder het Groot-Oosten der Nederlanden en het jaarboekje voor Vrijmetselaren, niet overeen kwam met den constitutie-brief.
     De eerste schijnbare onnauwkeurigheid werd opgehelderd, door het vinden van eene t∴ p∴ van den Z∴ V∴ B∴ Lourens van Zanten, uit het O∴ van Amsterdam, van den 11en Juli 1770 p∴ s∴, waarin kennis gegeven werd, dat deze B∴ door den Gedep∴ Groot-Mr∴ Nat∴ was aangesteld om hem te vertegenwoordigen bij de installatie der Loge, doch dat hij door eene zware ziekte verhinderd werd, zulks onmiddellijk te doen, waarom hij de Loge machtigde reeds dadelijk de vergaderingen te beleggen en over te gaan tot de receptiën.
     Van deze vergunning werd dan ook spoedig gebruik gemaakt, daar den 16en Juli 1770 de eerste vergadering, in forma plaats had.
     Wegens het verschil in het jaartal wendde B∴ Ennema zich tot onzen Groot-Archivaris, den Z∴ A∴ B∴ J.J.F. Noordziek, die met zijne algemeen erkende bereidwilligheid spoedig mededeelde: dat de constitutie in 1770 verleend en den 20en Juni van dat jaar verzonden was, waarvan in de vergadering der Groot-Loge van 19 Augustus 1770 kennis was gegeven; dat alzoo de werkzaamheden van de Loge Le Profond Silence niet vóór Mei 1770 konden zijn aangevangen en er dus gedurende eenige jaren eene foutieve opgave had plaats gehad met het jaartal 1769.
     De uitslag van dit tweeledig onderzoek werd aan de directie onzer Loge medegedeeld, waarna besloten werd dat de feestviering nu plaats zoude hebben in 1870.
     In Januari van dat jaar werd dan ook eene commissie benoemd, aan welke werd opgedragen alles te regelen, wat op de feestviering betrekking had. Zij bestond uit de

_______________↓_______________


|pag. 5|

BB∴ K. van Hulst, H. Harmsen, W. Koch, H. Voorthuis, K.F.L. Weber, en M.F. Prins.
     Deze commissie stelde in de eerste plaats voor, door het aannemen van een drietal BB∴ van talenten eene kapel tot stand te brengen, welke in staat zoude zijn zich op waardige wijze te doen hooren. De BB∴ Leden C.A. Bekker, H. Voorthuis, A.J. Gaillard, K.F.L. Weber en J.L. Voorthuis boden zich onmiddellijk aan om bij deze kapel werkzaam te zijn, en door hunne medewerking mocht de Loge zich weldra verheugen in het bezit eener alleszins prijzenswaardige kapel.
     In Februari werd daarop besloten dat het feest zoude gevierd worden den 16en Juli, den dag, waarop voor honderd jaren de eerste vergadering had plaats gehad, als ook, dat de Loge en het banket zouden gehouden worden in de beide concertzalen, omdat ons Loge-lokaal, hetwelk wij sedert Februari 1804 gebruiken, te klein zou zijn om al de BB∴ te bevatten, die wij wenschten dat ons feest zouden bijwonen.
     Verder werd in die vergadering besloten, dat, aangezien de zusters, die reeds twee keeren met ons genoegelijk te zamen geweest waren, nu ook hare belangstelling in ons feest wilden toonen, den 18en Juli eene vergadering met ZZ∴ zoude plaats hebben.
     Den 10en Juni werden de T∴ pp∴ verzonden, waarbij kennis gegeven werd van ons voornemen om het honderdjarig jubilé der Loge Le Profond Silence te vieren, met verzoek ons bij die werkzaamheid behulpzaam te zijn. — Groot-officieren, het kapittel Le Profond Silence, en de Loges La Vertu, De Friesche Trouw en Fides Mutua werden verzocht door eene deputatie hunne werkpl∴ te doen vertegenwoordigen, en onze MM∴ van Eer, Leden

_______________↓_______________


|pag. 6|

van Eer en Oud Regd∴ MM∴ werden uitgenoodigd als gasten de Loge te bezoeken.
     Eindelijk brak onze feestdag aan, en het schoone zomerweder stemde de BB∴ om met opgeruimden zin feest te vieren.
     De zaal, waarin de Loge gehouden werd, was ernstig gedecoreerd; alle decoratiën waren nieuw en met de kleuren der Loge afgezet, en reeds het opschrift boven den troon toonde door de jaartallen 5770—5870 aan, dat de Loge eene eeuw bestaan had.
     Tegen half twaalf uur vereenigden zich de BB∴ in de hoekkamer van het Hôtel des Pays-Bas, op de Nieuwemarkt, waar de BB∴ Ceremm∴ aan de deputatiën en BB∴ visiteuren die inlichtingen verstrekten, welke door de laatsten werden verlangd; tevens werd het visiteurs-boek geteekend en de diploma’s in ontvangst genomen.
     Om twaalf uur begaven zich de leden en kindd∴ van de Loge Le Profond Silence in den Tempel, waar zij in de N∴ kol∴ plaats namen, waarop onmiddellijk door de Ceremm∴ de Meesters en Leden van Eer, als ook de deputatie van het kapittel Le Profond Silence werden binnengeleid.
     Door het lezen der presentie-lijst bleek het, dat er 43 leden en kindd∴ der Loge tegenwoordig waren.
     Nadat de BB∴ zich in orde geschaard hadden, werden, onder begeleiding der kapel naar de Z∴ kol∴ gebracht ongeveer 40 BB∴ visiteuren van de Loges La Charite, La Vertu, De Friesche Trouw, Le Préjugé Vaincu, Vicit Vim Virtus, Fides Mutua, Anna Paulowna, Karel van Zweden en Louisa Augusta.
     Vervolgens werden de deputatiën van de Loges La Vertu,

_______________↓_______________


|pag. 7|

De Friesche Trouw en Fides Mutua, voorafgegaan door hare banieren, en begeleid door 5 officieren der Loge, naar het hoofd der Z∴ kol∴ gebracht, en ten laatste werd, begeleid door 7 off∴ der Loge met uitgetrokken zwaarden, en voorafgegaan door de Ban∴ der Loge Le Profond Silence, de deputatie van Groot-Officieren, zijnde de Groot-Reden∴ B∴ F.L. Willekes Macdonald en de Tweede Groot-Onderz∴ B∴ L. Ed. Lenting naast den troon gebracht, waar aan eerstgenoemden B∴ door den Regd∴ M∴, de moker des gezags werd aangeboden, die door den Groot-Reden∴ werd aanvaard, om, staande naast den troon, op plechtige wijze en met welsprekende woorden de belangstelling van Groot-Officieren te kennen te gaven voor de feestvierende Loge, en te verzekeren, dat het Groot-Besogne de beste heilwenschen koestert voor den bloei van deze Loge en den vooruitgang der Vrijmetselarij.
Daarna gaf die Z∴ A∴ B∴ den moker aan den Voorz∴ M∴ terug, met de verzekering dat de leiding van deze feest-Loge het best aan den A∴ M∴ was toevertrouwd.
     De Regd∴ M∴, B∴ S.H. de la Sablonière, nam daarop het woord en sprak de aanwezigen met de volgende rede aan:
     »Er zijn oogenblikken van herinnering, zoowel in het huiselijke als in het algemeen maatschappelijke leven, die, ofschoon zij op gezette tijden wederkeeren, toch altijd belangrijk zijn. Want bij het rusteloos voortspoeden des tijds en de onzekerheid des menschelijken levens, gevoelt men meer en meer hunne waarde en gewicht. Maar grooter wordt die waarde en beduidender dat gewicht, wanneer tusschen het toen en nu een afgerond aantal jaren is verloopen. Dan wordt men onwillekeurig gedrongen, den blik rugwaarts te slaan; zich in herinnering te brengen

_______________↓_______________


|pag. 8|

wat al goeds, of ook, wat al leeds die jaren in hunnen loop medebrachten; en als dan het goede, dat genoten werd, het kwade, dat geleden is, mag overtreffen; als men tot de ervaring komt, dat het streven en pogen veelal met zegen werd bekroond, dan wordt men tot dankbaarheid gestemd en gevoelt zich het hart genoopt dien heugelijken stond blijmoedig en feestelijk te vieren.
     »Geldt zulks terecht voor het afzonderlijk huisgezin, vooral niet minder is dit het geval met elke maatschappelijke instelling, die, hetzij van algemeenen of plaatselijken aard, na een groot aantal jaren te hebben doorleefd, kan roemen, dat zij niet alleen voor ondergang werd bewaard, maar daarenboven zich in bloei en vooruitgang mag verheugen. Dat bij den noodwendigen terugblik op den tijd, die er sedert hare oprichting is verloopen, het bewustzijn levendig wordt, dat zij, naar vermogen en kracht, aan het haar gestelde doel heeft beantwoord, veel goeds heeft tot stand gebracht en nimmer in gebreke is gebleven om kennis en beschaving, deugd en goede zeden in hare omgeving aan te kweeken en te bevorderen.
Maar vooral, wanneer er eene eeuw sedert hare oprichting in den oceaan der tijden is verzwonden, dan mag de feesttoon hoog en luide klinken, en een iegelijk, wiens hart klopt voor al wat waar, goed en schoon is, zal volkomen met dien feesttoon instemmen. – Dankbaar zijn we dus, dat, wat voor honderd jaren hier een begin nam, thans niet slechts nog bestaat, maar steeds in vollen bloei en in volle werking is.
     »BB∴ Oud Regd∴ MM∴, Off∴, Kindd∴ en Leden van Le Profond Silence, U allen roep ik dan op dezen stond het welkom uit den grond des harten toe, want het is ons goed, met volle ruimte feest te vieren op dit gedenk-

_______________↓_______________


|pag. 9|

waardig oogenblik, dat geheel gewijd moet zijn aan de werkplaats, die, na zulk een tijdsverloop, ons allen nog lief en dierbaar is. Die feestviering zij voorts harer waardig, en werke bovendien mede om bij ons allen die goede voornemens als bij vernieuwing op te wekken, waardoor wij, een ieder in zijn’ stand en werkkring, in waarheid al datgene kunnen bevorderen, wat strekken kan tot heil der Vrijmetselarij, ten zegen van de menschheid. —
     »Ook aan U, BB∴ Visiteuren uit verschillende OO∴ van ons vaderland, breng ik namens onze werkpl∴ een welgemeenden welkomstgroet voor uwe zeer gewaardeerde tegenwoordigheid. Verhoogt uw bijzijn steeds den luister van onze werkzaamheden, uwe aanwezigheid op deze bijeenkomst ter viering van het honderdjarig bestaan strekt ten bewijze van uwe belangstelling in, en ingenomenheid met het feest dat wij heden gedenken; het is ons een waarborg, dat de maçonnieke zin, die verbroedering aankweekt, nimmer bij u zal verloren gaan.
     »BB∴ Afgevaardigden van de A∴ Loges La Vertu, De Friesche Trouw, Fides Mutua, en van het kap∴ Le Profond Silence, U allen breng ik ook afzonderlijk mijnen welkomstgroet voor het voordeel, dat gij ons wilt schenken door uwe tegenwoordigheid. Sinds geruimen tijd, bijna allen eene eeuw, waart gij met onze werkpl∴ bekend, en stond gij in nauwere betrekking tot haar; mogen onderlinge welwillendheid en broederlijke toegenegenheid ons steeds bijblijven, ja, meer en meer worden aangekweekt en bevorderd. —
     »Eindelijk, Z∴ A∴ BB∴ Groot-Off∴, een woord tot U, U welkom heetende bij onzen feestarbeid en U dank zeggende voor uwe deelneming. Ook in uwe blijvende belangstelling wordt onze Bouwhut aanbevolen; wilt de verzekering van

_______________↓_______________


|pag. 10|

mij aannemen, dat de innigste onzer wenschen zal vervuld worden, wanneer het den O∴ B∴ d∴ H∴ zal gelieven te behagen, uwe werkzaamheden te schragen bij alles, wat strekken kan om de Orde, ons allen zoo dierbaar, meer en meer in bloei te doen toenemen. Hij schenke U A∴ daartoe kracht, lust en opgewektheid en zij U A∴ in alles met Zijnen zoo onmisbaren zegen steeds nabij. —
     »Welkom! driewerf welkom! aan U allen, die door uwe opkomst ons een bewjjs geeft van uwe broederlijke gezindheid, en BB∴! moge dit feest voor allen een feest zijn, waarvan de aangenaamste herinnering in den loop des tijds ons moge bjjblijven. — Dat H∴ Z∴ V∴ daarbij ons aller deel zijn en blijven, met W∴ door K∴ tot S∴!—”

     De Voorz∴ M∴ verzocht daarop den Secret∴, mededeeling te doen van de ingekomen T∴ pp∴, die betrekking hadden op de feestviering, waarop den BB∴ eene T∴ p∴ werd voorgelezen van den H∴ E∴ Gr∴ M∴ Nat∴, met kennisgeving dat Z∴ H∴ E∴ door buitengewone omstandigheden verhinderd werd, het feest bij te wonen; verder werd medegedeeld dat de A∴ LL∴ La Bien Armée, L’Union Provinciale, Le Septentrion, De Geldersche Broederschap, La Persévérance, en Deugd en Ijver verhinderd waren zich bij het feest te doen vertegenwoordigen, doch dat zij onze werkpl∴ van harte geluk wenschten met deze zeldzame gebeurtenis, en eindelijk dat de BB∴ K. van Hulst, N.S. Rambonnet, J.G.F. van Spengler, W.L.C. Hooreman, H.B. Belder en H.C. van Alphen aan de werkzaamheden geen deel konden nemen.
     De werkzaamheden waren tot hiertoe gevorderd, toen

_______________↓_______________


|pag. 11|

er iets plaats had, hetwelk grooten invloed uitoefende op de stemming der feestgenooten: onze Voorz∴ M∴ ontving, als burgemeester van Kampen, een telegram van het ministerie, hetwelk den last bevatte, ten spoedigste de miliciens van alle lichtingen op te roepen. Frankrijk had aan Pruisen den oorlog verklaard en ons land had verklaard eene gewapende neutraliteit te zullen handhaven.
     De opgeruimde stemming werd door dit bericht zeer getemperd, waardoor het spoedig bleek, dat de BB∴ de ernstigste gedachten hadden omtrent hetgeen Europa in de volgende dagen te wachten had.
     De B∴ 2e Reden∴, M. de Sitter, werd daarop voor de Gebr∴ Kol∴ gebracht en maakte den BB∴ bekend, dat de B∴ C.H. Hein, Lid van Eer onzer werkpl∴, de taak op zich had genomen, eene feestrede op te stellen en voor te dragen, doch dat Z∴ A∴ den vorigen nacht door eene ongesteldheid was aangetast, waarom zijn geneesheer hem iedere inspanning moest verbieden. De B∴ 2e Reden∴ had daarom de opdracht aanvaard, de feestrede van B∴ Hein voor te lezen; eene taak, waarvan die B∴ zich op uitmuntende wijze kweet.
     Nadat Z∴ A∴ had medegedeeld, dat vroeger in dit O∴ de militaire ambulante Loge La Concorde, die in 1756 te Venlo was opgericht, werkzaam was geweest, als ook dat zich eenige BB∴ uit dit O∴ daarbij hadden aangesloten, die echter na ’t vertrek der hier in garnizoen liggende militairen (waardoor ook deze Loge naar eene andere plaats werd verlegd), verhinderd waren regelmatig te werken, toonde de Reden∴ de krachtige pogingen aan, door B∴ in ’t werk gesteld om hier weder eene werkpl∴ op te richten. — De BB∴ waren toen ver-

_______________↓_______________


|pag. 12|

plicht met alle stilte werkzaam te zijn, vermits in Kampen de inwoners sterk tegen de Orde ingenomen, en de BB∴ genoodzaakt waren zich schuil te houden.
     Toch gelukte het B∴ de Mist, de constitutie voor deze Loge te verkrijgen en de eerste vergadering te doen plaats hebben vóór honderd jaren, op denzelfden datum waarop wij nu feestvierden.
     De Reden∴ ging de geschiedenis van de oprichting der werkpl∴ breedvoerig na en beloofde, namens de Loge, daar de tijd nu te kort was om de geschiedenis van de honderd jaren voor te dragen, dat de BB∴ later door de drukpers in staat gesteld zouden worden, hiervan kennis te nemen.
     Terwijl de B∴ Reden∴ eenige oogenblikken rust nam, zongen de BB∴ gezamenlijk, geleid door de kap∴, het volgende:
Triomf, triomf, laat klinken nu de zangen!
De duisternis werd door het Licht vervangen,
De Wijsheid kwam, de Kracht volgde in haar spoor,
En Schoonheid drong allengs de neev’len door!
Blijft deze werkplaats steeds haar leuze trouw bewaren,
Stilzwijgendheid aan deugd en noesten arbeid paren,
Dan zal, wat ook de tijd doe wisslen of vergaan,
Zij weêr een Eeuw doorleven, en haar zon niet ondergaan.

     De Reden∴ hervatte daarop zijne taak en ging over tot het aantoonen der verplichtingen die onze werkpl∴ heeft tegenover de A∴ Loge La Vertu, wijst de betrekkingen aan, die tusschen ons en de Zuster-L∴ de Friesche Trouw en Fides Mutua, als ook het kap∴ Le Profond Silence bestaan, en eindigt met eene verklaring van het

_______________↓_______________


|pag. 13|

doel, en de beschrijving van het ontstaan onzer werkinrichting »Orde en Vlijt.” — (1 [1. Het bouwst∴ van B∴ C.H. Hein is in dezen jaargang in zijn geheel opgenomon, op pag. 24 en vv.
     Het verslag van de werkinrichting Orde en Vlijt over 1869 en ’70, is verkort opgenomen bij ’t verslag der Loge »Le Profond Silence.”]
)
     De Secret∴ wordt hierop verzocht, voorlezing te doen van de notulen, waaruit blijkt dat de Loge B∴ J.P. Brand Eschauzier tot M∴ van Eer, en de BB∴ N.S. Rambonnet en G.W.A. Plaat, Regd∴ M∴ der A∴ Loge La Vertu, tot Leden van Eer heeft benoemd.
     De Regd∴ M∴ verzoekt daarop den Cerem∴, B∴ Eschauzier voor den troon te brengen, waar die B∴ de insigniën zijner nieuwe waardigheid ontvangt, waarbij de Regd∴ M∴ verklaart, dat de Loge gemeend heeft hem op dezen dag te moeten installeeren, daar zulks van haren kant niet alleen een bewijs is van de dankbaarheid voor de zorg, die hij gedurende vele jaren als Voorz∴ M∴ heeft getoond voor den bloei der werkpl∴, maar tevens om aan den kleinzoon de verzekering te geven, dat de stichter van Le Profond Silence bij deze Loge in dankbare herinnering blijft.
     B∴ J.P. Brand Eschauzier bedankt daarop in hartelijke woorden voor zijne benoeming tot M∴ van Eer bij eene werkpl∴, die hem steeds dierbaar was. Hij wenscht de Loge en tevens de Vrijmetselarij in ’t algemeen toe, dat de woorden, door zijnen grootvader, B∴ de Mist, vóór honderd jaren in deze werkpl∴ geuit, mogen bewaarheid worden, zoodat zich alle godsdiensten en staatkundige stelsels eenmaal zullen oplossen in de wet der Vrijmetselaren: »Behandel ieder, zooals gij wenscht behandeld te worden”.

_______________↓_______________


|pag. 14|

     De BB∴ Rambonnet en Plaat waren op de vergadering niet aanwezig, waarom de Regd∴ M∴ verklaarde, dat de insigniën van Lid van Eer later aan die beide BB∴ zouden worden uitgereikt.(2 [2. De Regd∴ M∴ heeft in de maand October in eene vergadering van de Loge La Vertu te Leiden, B∴ Plaat dit insignie in persoon overhandigd. —])
     De Z∴ A∴ B∴ 2de Groot-Onderz∴ L. Ed. Lenting nam daarna het woord en beschouwde onze Loge als eene hoogbejaarde moeder, die haren geboortedag viert en hare geschiedenis verhaalt, waarnaar wij, hare kinderen, met de hartelijkste deelneming luisteren; hare taak is leerrijk, want zij is de eenige die deze vervullen kan en zij spoort ons aan, voorwaarts te gaan bij den moeilijken strijd en ons te gedragen als ware krijgslieden voor de humanitaire beginselen.
     »Wel”, zeide Z∴ A∴ »betrekt nu de politieke horizon, en BB∴ zullen gewapend tegen over BB∴ staan, doch wij mogen niet wanhopen, want eenmaal zal, door onze beginselen, eeuwigdurende vrede ontstaan.”
     Vervolgens wenschte Z∴ A∴ dat de Loge Le Profond Silence zich mocht uitbreiden, opdat bij haar steeds lust en kracht gevonden worden en zij zoowel ten nutte van dit O∴ als ten voordeele der gansche Orde mocht werkzaam zijn.
     B∴ Z.S. de Haan, lid der deputatie van de A∴ Loge De Friesche Trouw, wenscht den leden onzer werkpl∴ H∴ Z∴ en V∴ toe; hij hoopt dat onze werkpl∴ eene heilrijke toekomst te gemoet moge gaan en eindigt met er op te wijzen, hoeveel onze Loge reeds nu gewonnen heeft, in vergelijking van de tijden, toen domheid en bijgeloof

_______________↓_______________


|pag. 15|

de BB∴ noodzaakten, hunne werkzaamheden zoo geheim mogelijk te verrichten.
     B∴ W.J.Ph. de Lille Hogerwaard, lid der deputatie van de A∴ Loge Fides Mutua, toont de nauwe betrekking aan tusschen zijne Loge en de onze, welke vooral versterkt wordt, door dat de BB∴ wederzijds toonen, dat men bij gewichtige gelegenheden steeds op elkander kan vertrouwen, en zij bereid zijn elkander te steunen, zoodat hij gerust durft verzekeren, dat de band tusschen deze beide Loges immer zal blijven bestaan.
     B∴ J.J. Del Baere, lid der deputatie van de A∴ Loge La Vertu, verklaart met genoegen uit het bouwst∴ van den B∴ Reden∴ te hebben vernomen, dat zijne Loge zich vroeger veel werk heeft gegeven voor hare jongere zuster.
Hij ziet in de benoeming van den Regd∴ M∴ van La Vertu tot Lid van Eer onzer werkpl∴ een bewijs, dat de leden van Le Profond Silence voornemens zijn, den band, die voor honderd jaren tusschen de beide Loges heeft bestaan, op nieuw vaster aan te halen, en hij geeft de verzekering, dat hij dit aan zijne Loge zal mededeelen, in de overtuiging dat zulks den leden van La Vertu zeer aangenaam zal zijn.
     B∴ B.P. Plantenga, Lid der A∴ Loge Karel van Zweden, betuigt namens zijne werkpl∴ de hartelijkste deelneming in het feest dat wij vieren, en eindigt met den wensch, dat onze werkpl∴ steeds meer en meer moge blijven eene ster aan den maç∴ hemel — oud in W∴, — jeugdig in K∴, en volmaakt in S∴.
     De Voorz∴ M∴ betuigt hierop, namens de Loge, zijnen dank aan de Z∴ A∴ BB∴ Groot-Officc∴, aan de deputatiën en BB∴ Bezz∴ voor hunne opkomst bij onze feestviering, waardoor zooveel is bijgedragen om het feest-

_______________↓_______________


|pag. 16|

genot te verhoogcn. Tevens meende Z∴ A∴ dit oogenblik te moeten waarnemen om ook de Officc∴, en vooral de commissie tot regeling van het feest, zijnen dank te betuigen voor hunne veelvuldige en met zoo goeden uitslag bekroonde bemoeiingen.
     Hierop werd, onder het spelen der kap∴, den BB∴ Aalm∴ opgedragen hunnen plicht te vervullen, waarna de Regd∴ M∴ met de volgende woorden den arbeid schorste, om dien later in de Bank∴-Loge weder te hervatten.
     »De arbeid in den T∴ van Le Profond Silence, ter herdenking aan haar honderdjarig bestaan, is geëindigd: een arbeid, zoo gewichtig, dat het mij aan woorden faalt, zijn gewicht naar eisch te omschrijven.
     »Eer een dergelijke stond tot zulk een’ arbeid weêr zal daar zijn, de lichten in dezen T∴ andermaal tot dat doel zullen worden ontstoken, wat zal er dan niet veranderd, wat zal er dan niet verkeerd zijn! Zal de O∴ dan nog zijn, wat ze nu is? Zal haar doel en streven nog bedekt moeten worden gehouden, en de arbeid zich moeten omsluieren voor het oog van oningewijden? Of zal het dan zijn: allen zijn VV∴ MM∴, en ze hebben geen inwijding meer noodig? Zal W∴ alom worden bevat en de K∴ alom worden aangewend, die tot S∴ moet leiden? Of zullen eigenliefde en dwaasheid, sectegeest en bijgeloof nog hunne rechten doen gelden, gelijk in deze dagen?
     »Wij weten het niet, BB∴, want een geslacht, en wellicht meer, zal voorbijgaan, voordat het geslacht optreedt, dat dien arbeid zal volbrengen. Wat kunnen wij doen bij die onzekerheid? Werken zoo lang het dag is, omdat de nacht zeker komt, waarin men niet meer werken kan.
     »Laat dan een ieder in zijne betrekking er naar streven, om als V∴ M∴ te beantwoorden aan zijne heilige roeping.

_______________↓_______________


|pag. 17|

Laat ons bedenken, dat onze dagen geteld en onze jaren luttel zijn. — Zoo moge dan de herdenking van het honderdjarig bestaan van Le Profond Silence bij ons allen dien indruk achterlaten, dat wij niet moeten vertsagen, maar moedig voorttreden op den maç∴ weg, die ons tot S∴ moet voeren, hetgeen niet zal missen, zijn invloed uit te oefenen op hen, die na ons komen zullen.
     »Steune de O∴ B∴ d∴ H∴ daartoe deze Bouwhut met Zijne alomvattende K∴, vermeerdere Hij de W∴, en geve Hij, dat na honderd jaren een dankbaar nakroost haar voortdurend bestaan onder betere tijden met opgewektheid moge kunnen vieren.”

     De BB∴ verlieten hierop den T∴ om de oogenblikken vóór den disch genoegelijk in de Buiten-Societeit door te brengen.
     De BB∴ Ceremm∴ en Hofmm∴ begaven zich onmiddellijk naar de groote Concertzaal, waar het Bank∴ zou gehouden worden, en waar de plaatsing der BB∴ en alles wat noodig was voor den goeden afloop van het feest, door hen geregeld werd.
     De zaal was door de ijverige pogingen van onzen Bouwm∴, B∴ W. Koch, zeer smaakvol gedecoreerd, waarover Z∴ A∴ dan ook later door vele der BB∴ Bezz∴ hunne bewondering hoorde betuigen.
     Rondom prijkte de zaal met de Nederlandsche vlag, welke doorstrengeld werd door de Oranje-vaan, de witblauwe vlag der stad Kampen en de blauwe kleur der Vrijmetselaren, terwijl vier groote spiegels, met bloemen omgeven, daaraan nog meer luister bijzett’en. In het N∴ en Z∴ der zaal hingen aan den muur, in het midden. twee welgelijkende portretten van den stichter der Loge.

_______________↓_______________


|pag. 18|

B∴ de Mist, terwijl in het W∴, van den grond tot aan het tooneel-scherm, eene prachtige pyramide van heesters en bloemen was opgericht. De vier tafels waren zoodanig geplaatst, dat zich drie koll∴ tegen het O∴ aansloten.
     Om 5 uur des namiddags plaatsten de BB∴ zich aan den disch, en de ruime zitplaatsen, de goede orde onder de bedienden en de smaakvol en keurig toebereide spijzen droegen terecht de goedkeuring der BB∴ weg, die welverdiende hulde, brachten aan onzen B∴ Hamming, die deze moeielijke taak op zich had genomen.
     Ten half negen uur opende de Regd∴ M∴ de Tafel-L∴ met de gewone formaliteiten en stelde daarop dadelijk den feestdronk in op den koning. Aan het slot dezer kan∴ viel de kapel in en werd het tooneel-scherm opgehaald, waardoor het bleek dat de pyramide van heesters en bloemen zich nog hooger uitstrekte, terwijl tusschen deze natuurlijke kleuren de buste van onzen H∴ E∴ Gr∴ M∴ Nat∴, Prins Frederik der Nederlanden, was geplaatst onder de blauwe Ban∴ van St. Jan, en omgeven door de Bann∴ der Loges La Vertu, Le Profond Silence, De Friesche Trouw en Fides Mutua.
     Achtereenvolgens werden nu de volgende officiëele feestdronken ingesteld:
     2 Aan den Groot-meester Nat∴.
     3 » BB∴ Groot-Officieren.
     4 » de MM∴ en Leden van Eer.
     5 » de Deputatiën.
     6 » BB∴ Visiteuren.
     7 » de Voorz∴ Mr∴, Off∴ en Leden der Loge Le Profond Silence.
     8 Aan de Oud Regd∴ MM∴.
     9 Op het feest van den dag.

_______________↓_______________


|pag. 19|

     10 Aan de commissie tot regeling van het feest.
     11 » de kapel.
     12 » allen, die hadden medegewerkt tot opluistering van het feest.
     13 Aan het schoone geslacht.
     Toen de Z∴ A∴ B∴ Lenting deze laatste kan∴ had uitgebracht, gaf de Voorz∴ M∴ gelegenheid om over andere onderwerpen het woord te voeren en te antwoorden op de uitgebrachte feestdronken, waaraan ruimschoots gevolg werd gegeven: onder anderen door Br∴ H. Zeeman, Regd∴ M∴ der A∴ Loge La Charité, wiens kan∴ ten gevolge had, dat eene collecte werd gehouden ten behoeve der Louisa-Stichting, waardoor de Loge ƒ 44,555 aan genoemde Stichting kon opzenden.
     Zeker zouden deze kann∴ nog door meerdere gevolgd zijn geworden, zoo niet de Regd∴ M∴ na middernacht de drie Opzz∴ had opgeroepen, om hem opgave te doen van de BB∴ die het woord nog hadden gevraagd. Daar op deze opgave nog vele BB∴ stonden aangeteekend, zoo verzocht de A∴ M∴ aan die BB∴ van hun verzoek te willen afzien, omdat het tijd was, de werkzaamheden te sluiten, ten einde aan ieder B∴ de vrijheid te laten zich naar verkiezing te verwijderen.
     Aan dit verzoek bereidwillig gehoor gegeven zijnde, stelde de Regd∴ M∴ de laatste kan∴ in aan alle BB∴, over de aarde verspreid, en sloot de Tafel-L∴ met de gewone formaliteiten. Hierna bleven sommige BB∴ nog genoegelijk eenige oogenblikken bij elkander, totdat de BB∴ Visiteuren, die spoedig zouden vertrekken, ons een hartelijk vaarwel toeriepen, en ieder de rust opzocht, welke wenschelijk was na zulk eenen langen arbeid. —
     Gewis, de Kamper BB∴ mochten zich verheugen, dat

_______________↓_______________


|pag. 20|

hun feest in de beste orde was afgeloopon. — Dat de ontvangst in Le Profond Silence den BB∴ uit andere OO∴ aangenaam was geweest, werd door velen reeds dadelijk verklaard en door anderen later schriftelijk betuigd.
     Ook de B∴ Groot-Reden∴ deed onzen Regd∴ M∴ eene T∴ p∴ toekomen, waarin Z∴ A∴ verklaarde, dat hij een’ recht genoegelijken dag en avond had doorgebracht, veroorzaakt door de gulle hartelijkheid onzer ontvangst, het plechtige en opwekkende feest en de uitmuntende stemming van de aanwezige BB∴, waardoor de herinnering aan het honderdjarig bestaan der Loge Le Profond Silence nimmer bij hem zoude verloren gaan. Tevens verzocht Z∴ A∴, aan de leden der Loge mede te deelen, dat hij in het Gr∴ Bes∴ een breedvoerig verslag onzer feestviering aan de Groot-Officieren zoude uitbrengen, en dat hij overtuigd was, dat die mededeeling met belangstelling en welgevallen zoude worden ontvangen.
     Na een’ dag rust gehad te hebben, waren de BB∴ weer flink gestemd om den 18en Juli feest te vieren met de ZZ∴, waartoe zij zich des avonds te 7 uur weder in de Concertzaal vereenigden.
     De zaal had toen weinig verandering ondergaan; alleen de beide Opzz∴ zaten nu naast den troon, en het tableau had plaats gemaakt voor eene prachtige verzameling bloemen, die de drie lichten omgaven, welke rechtlijnig geplaatst waren, van het O∴ naar het W∴ der zaal.
     Nadat de BB∴ plaats genomen hadden, opende de voorzitter, B∴ S.H. de la Sablonière, de vergadering, waarbij hij tevens de BB∴ herinnerde om, even als bij de twee vorige vergaderingen met ZZ∴, zich te onthouden van alle maç∴ teekenen, en droeg toen den BB∴ Ceremm∴ op, de ZZ∴ in den Tempel te brengen.

_______________↓_______________


|pag. 21|

     Spoedig daarop deed zich één slag op de tempeldeur hooren; de BB∴ stonden allen op, en terwijl de kapel der Loge zich deed hooren, werden de ZZ∴ naar hare zitplaatsen gebracht.
     De voorzitter heette haar welkom in onze vergadering en verklaarde dat het den BB∴ eene behoefte was, bij deze gelegenheid ook met haar feest te vieren, vooral daar zij reeds tweemalen hadden getoond, belang te stellen in de Vrijmetselarij, en zulks nog meer hadden bewezen door het geschenk van onze twee prachtige banieren.
     B∴ W. Koch werd daarop naar het spreekgestoelte gebracht om de feestrede uit te spreken. Hij deelde in de eerste plaats mede, dat die feestrede opgesteld was door B∴ M. de Sitter, die ook het plan had gehad, ze voor te dragen, doch daarin verhinderd was, daar hij dien morgen onverwachts met het instructie-bataillon naar Deventer was uitgerukt.
     De redenaar begon, met de ZZ∴ welkom te heeten in deze vergadering en haar den dank der Loge te betuigen, dat zij ons feest ook met hare tegenwoordigheid wilden opluisteren; vervolgens ging hij over tot de mededeeling van eenige bijzonderheden, die plaats hadden gehad bij de oprichting der Loge, en met de verklaring van den nauwen band, die tusschen deze Loge en de Loges La Vertu, De Friesehe Trouw en Fides Mutua bestaat. Hij eindigde het eerste gedeelte zijner redevoering met een verslag van de geschiedenis der werkinrichting Orde en Vlijt, en van haar ontstaan uit de Loge.
     In het tweede gedeelte zijner rede deed de spreker uitkomen, dat, hoewel de BB∴ met onverschilligheid te kampen hebben, en hoewel er velen zijn, die, alles wat naar vrijheid van handelen en naar vrijheid van onder-

_______________↓_______________


|pag. 22|

zoek zweemt, als de pest schuwende, onze Orde als gevaarlijk en onzedelijk voorstellen, er toch een tijd zal komen, waarin de Vrijmetselarij zal zegevieren over domperij, geestdrijverij en onverstand; dat dan het volle licht zal schijnen over den ganschen aardbodem, waardoor men in den mensch niet meer zal zien den rijke, den voorname of den aanzienlijke, maar alleen den mensch zooals hij is, ontdaan van alle uiterlijk praalvertoon; dat ook dan eerst de machtspreuk: het doel heiligt de middelen, za geschuwd worden als een invretende kanker, en ’s menschen handelingen alleen zullen beoordeeld worden naar de bron waaruit zij het aanzijn putten.
     Vervolgens spoorde hij de BB∴ en ZZ∴ aan om voortdurend te strijden tegen vooroordeelen, eigenzinnigheid, onverschilligheid en onwil, omdat daardoor de geest nog altijd belet werd zich met zijne gansche kracht te verheffen, terwijl het toch onze plicht is, al onze vermogens te doen samenwerken tot het bereiken onzer bestemming, en wij steeds moeten streven het beeld der volmaaktheid te naderen.
     De spreker eindigde met de verzekering, dat volgens zijne overtuiging de goede zaak eindelijk zal zegevieren, trots allen tegenstand, daar eenmaal de duisternis door licht, leugen door waarheid, en haat door liefde zal vervangen worden; en dat dan de stroom der waarheid en waarachtige humaniteit statig daarheen zal vloeien, rijk aan zegen voor de menschheid, en tevens de zon der verlichting hare stralen zal uitzenden over alle volkeren der aarde.
     Nadat vervolgens de inzameling der liefdegiften had plaats gehad, sloot de voorzitter de vergadering en verzocht de ZZ∴, het feest in de groote Concertzaal te vervolgen.

_______________↓_______________


|pag. 23|

     In deze zaal, die nog op dezelfde wijze gedecoreerd was als twee dagen te voren, namen de BB∴ en ZZ∴ aan tafeltjes plaats, waarna feestdronken werden ingesteld:
     1 Op Z. M. den Koning.
     2 » den Grootmeester.
     3 » het feest van den dag.
     4 » de Zusters.
     5 » de Oud-Voorzitters, Meesters en Leden van Eer.
     6 » den Voorzitter der Loge, en
     7 » de Loges te Leiden, Leeuwarden en Zwolle, welke telkens afgewisseld werden door de muziek onzer kapel.
     Genoegelijk zaten BB∴ en ZZ∴ daar te zamen, en hoewel er de opgeruimde stemming der beide vorige vergaderingen met ZZ∴ gemist werd, daar de oorlogskreet onzer naburen ook hier een’ diepen indruk had gemaakt, en het vertrek van vele BB∴ militairen eene onaangename leegte had veroorzaakt, was het toch middernacht, toen de voorzitter, onder hartelijke dankzegging aan de ZZ∴ voor hare opkomst, de vergadering sloot. —
     De Loge Le Profond Silence ziet nu dankbaar terug op het feest van haar honderdjarig bestaan, en de dagen van 16 en 18 Juli 1870 behooren tot het verledene; maar zeker is het, dat in onze werkpl∴ dikwijls dit feest herdacht zal worden, zoolang BB∴, die het hebben bijgewoond, nog leden der Loge zullen zijn.

  • Wijk Roelandszoon, A. van (1870). Verslag de Feestviering van het 100-Jarig bestaan der Loge »Le Profond Silence”, in het 0∴ van Kampen. Charitas, 1, 3-23.
Christianus Hendrikus Hein (Bellingwolde, 19 augustus 1815 – Lochem, 9 september 1879), schilder. Zn. van Georg Hendrik Hein (Meppel, 1788 – Kampen, 1840), predikant Hervormd te Kampen en Johanna Josina Hendrietta Raedt van Oldenbarneveldt (Lochem, 1792 – Kampen, 1839).
Joan Hendrik Petrus (Kampen, 9 september 1834 – Kampen, 7 augustus 1890), apotheker te Kampen. Zn. van Joan Ennema, apotheker en Saartje Koolman. Gehuwd op 19 maart 1869 te Kampen met Jacoba Johanna van Eijk (Utrecht, 12 maart 1839 – Kampen, 18 april 1913), dr. van Johannes Coenraad van Eijk en Gijsberta van Lit.
Antonie van Wijk (Hattem, 25 juni 1826 – ’s-Gravenhage, 13 februari 1908), militair apotheker Zn. van Roeland van Wijk (Amsterdam, 1801 – Kampen, 1838), hoofdonderwijzer, instituteur, rector der latijnsche school en Petronella Aaltjen van Wijk (Woerden, 1807 – Kampen, 1872). Gehuwd op 8 april 1874 te Kampen met Gezina Margaretha Adolphina van der Weerd (Kampen, 3 november 1839 – Amersfoort, 16 december 1923) Dr. van Lubbert Jans van der Weerd van Putten (Kampen, 1805 – Kampen, 1861), winkelier, muziekmeester, organist en Margaretha Gezina Boele (Kampen, 1809 – Kampen, 1864)
Mr. Jacob Abraham Uitenhage de Mist (Zaltbommel, 20 april 1749 – Voorburg, 3 augustus 1823), Latijnsche School Kampen (-1765), student rechten Universiteit Leiden (sept, 1766-1768), Lid Vrijmetselaar Leidse loge „La Vertu” (16 nov. 1766-1768), secretaris van Kampen (11 nov. 1769 – 31 oktober 1795), oprichter Vrijmetselaarloge „Le Profond Silence” Kampen (16 juli 1870 geïnstalleerd), redacteur Nationaal Magazijn (1801-), secretaris-generaal (1806-1807), voorzitter Commissie vervangende het Hof van Rekeningen (1 jan. 1812 – 30 nov. 1813), lid Provisionele Rekenkamer (30 nov. 1813 – 31 juli 1814), lid Eerste Kamer der Staten-Generaal (6 nov. 1820 – 3 aug. 1823). Zn. van Arnoldus Lambertus de Mist, predikant en Gertruida Brechta Vestrinck (1715-1751). 1e Gehuwd op 20 december 1772 te Kleve (Duitsland) met Amelia Elisabeth Wilhelmina Strubberg (Lingen, 10 oktober 1749 – Kampen, 10 december 1783), dr. van Christiaan Hendrik Strubberg, ontvanger-generaal en Anna Amelia von Pröbentow von Wilmsdorff, 2e Gehuwd op 8 mei 1796 te Beverwijk met Elisabeth Margarethe Morre (Amsterdam, 21 oktober 1753 – Amsterdam, 8 februari 1800), dr. van Hermanus Morre, koopman, notaris en Alida Gesina Krul. 3e Gehuwd op 20 december 1808 te ’s Gravenhage met Magdelena de Jonge (Middelburg, 28 oktober 1756 – Voorburg, 6 februari 1823), dr. van Gerbrand Adriaan de Jonge (1730-1765) en Susanna Maria Thibaut (1727-1798).
 
Promoveerde Cum laude op 1 juli 1768 bij Aegidius Gillissen tot meester in de rechten aan de Universiteit van Leiden op een dissertatie: “De imperii alienatione”.
Op 23 januari 1817 gaf Willem I hem het recht om de naam Uitenhage bij de Mist te voegen.
Category(s): Kampen
Tags: , , ,

Comments are closed.