Inleiding


|pag. 1|

_______________↑_______________

INLEIDING
1. Het vraagstuk van protestantisering

In 1968 heeft H.A. Enno van Gelder met, zijn artikel “Nederland geprotestantiseerd?” een aanval gedaan op het beeld dat P. Geyl en L.J. Rogier geven van de protestantisering van Nederland. “Macht en geweld” ziet Geyl als de doorslaggevende krachten achter de protestantisering in zijn artikel “De protestantisering Van Noord-Nederland”. “Overal waar het protestantisme heerst is het van bovenaf opgelegd” schrijft Rogier in zijn werk “Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de zestiende en zeventiende eeuw”. Geyl en Rogier benadrukken het onderscheid dat er gemaakt moet worden tussen het ontstaan van het protestantisme uit louter religieuze motieven en de protestantisering door politieke krachten.(1 [1. H.A. Enno van Gelder, “Nederland geprotestantiseerd?” Tijdschrift voor geschiedenis 81 (1968) 445-464.
P. Geyl, “De protestantisering van Noord-Nederland”, Vaderlands verleden in veelvoud (Den Haag 1975) 209-221. L.J. Rogier, Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland (Amsterdam 1945/46).]
)
Van Gelder bestrijdt heftig Rogiers stelling dat “aan de Noordelijke Nederlanden het protestantisme min of meer drastisch is opgelegd”. Is deze heftigheid terecht? Evenals Rogier vergelijkt hij de protestantisering in Noord-Nederland met die in Engeland. Rogier laat de overeenkomsten, Van Gelder de verschillen zwaarder wegen.
Hij wil ermee bewijzen dat een gewelddadige protestantisering van de kerk door de radicale calvinisten, zoals hij die in Nederland ziet geenszins te vergelijken is met het gebeuren in Engeland waar overheidsdwang de natie poogde te protestantiseren en een staatskerk deed ontstaan. In de Republiek ontstond geen staatskerk; staatsburgerschap en rechtgelovigheid werden zodoende veel minder dan in Engeland vereenzelvigd.
Van Gelder meent dat van het Statenbewind, intern verdeeld door katholieke en libertijnse regenten in de colleges noch dwang, noch propaganda kon uitgaan. De katholieke eredienst werd verboden en in bepaalde streken langdurig onderbroken. Een onderbreking door dwangmaatregelen die Rogier één van de voorwaarden voor het slagen van de protestantisering noemt. Achter dit verbod liggen zeker niet-religieuze motieven, maar ook die ontkennen staatsdwang ten gunste van protestantisering niet. Bovendien werd door overheidsmaatregelen het lidmaatschap van de gereformeerde kerk maatschappelijk verkieslijker dan het katholicisme.
Terwijl Van Gelder waardering kan opbrengen voor de relatief grote vrijheid die de katholieken in de Republiek genoten, die een gevolg was van het ontbreken van een staatskerk, schrijft Rogier dat deze vrijheid kon bestaan dankzij halfslachtige uitvoering van de plakkaten en corruptie in de regeringscolleges en bij de ambtenaren. Hij ontkent zelfs het bestaan van gewetensvrijheid omdat het de katholieken verboden was hun geloof te belijden naar de maatstaven van het geloof.
In de toekenning van de kerkelijke goederen aan de gereformeerde kerk gaf de overheid actieve steun.
De zwakte van het katholicisme en de brede sympathie van

|pag. 2|

_______________↑_______________

de bevolking voor het protestantisme worden door Van Gelder zo sterk benadrukt dat de factor van overheidssteun overbodig wordt. Geyl en Rogier beschrijven daarentegen de zwakte en ontreddering van het katholicisme als voorwaarden voor het slagen van een protestantisering met overheidssteun. Beiden schatten de aanhankelijkheid aan katholieke vormen hoog, hoewel zij de zwakte ervan “in de harten” onderkennen.
Protestantisering is voor Geyl meer een verovering door nieuwe heersers met een nieuw geloof dan bekering.
Het was een middel waardoor de overheid zich verzekerde van de trouw van de bevolking.
Het beeld dat Geyl en Rogier geven van de protestantisering van Noord-Nederland blijft zeer bruikbaar als achtergrond voor de beschrijving van de reformatie in het Land van Vollenhove. De heftige negatie van Van Gelder is eerder negatief dan positief te waarderen omdat hij daarmee zijn op zichzelf waardevolle nuanceringen in waarde doet dalen.

2. De reformatie in het Land van Vollenhove, 1579 – 1609

Gekozen is voor de naam Land van Vollenhove boven de naam Noordwest-Overijssel omdat de laatste teveel een geografische regio zonder duidelijke grenzen is, terwijl met het Land van Vollenhove het duidelijk begrensde drostambt wordt bedoeld. De grenzen van de classis Steenwijk vielen er mee samen, behalve dat Zwartsluis van 1598 tot 1610 onder Kampen ressorteerde.
De naam Vollenhove roept verwarring op. Zij wordt gebruikt voor de stad Vollenhove, het schoutambt Vollenhove, de kerkelijke gemeente, het drostambt en het kwartier Vollenhove, één van de drie kwartieren waarin de ridderschap van Overijssel was verdeeld. Steeds wordt uitdrukkelijk vermeld welk Vollenhove wordt bedoeld als dat niet uit het verband kan worden opgemaakt.
De tijdsgrenzen zijn 1579 en 1609. De keuze van deze jaren is om de volgende redenen gedaan: 1. Het begin van de reformatie in het Land van Vollenhove kan niet voor 1579 gedateerd worden; 2. in 1578/79 vond de reformatie in Zwolle en Kampen plaats; 3. waarschijnlijk vergaderde de Overijsselse synode voor het eerst in 1579; 4. vanaf 1578 heerste, in Overijssel het Statenbewind dat zich daarna met wisselend succes handhaafde tegen het Spaanse leger. 5. Het jaar 1609 is meer willekeurig gekozen; niet omdat de reformatie in dat jaar als volledig voltooid gezien kan worden, maar om de interne twisten van de gereformeerde kerk buiten de scriptie te houden.

De resultaten van de literatuurstudie en het onderzoek in de archieven zijn verdeeld over vijf hoofdstukken:
1. Het eerste hoofdstuk beschrijft de staatkundige, sociaaleconomische en kerkhistorische verhoudingen in Noordwest-Overijssel in de zestiende eeuw. Hier is gekozen voor een beschrijving van het Land van Vollenhove binnen een grotere regio, waarin ook Zwolle en Kam-

|pag. 3|

_______________↑_______________

pen vallen.
Het jaar 1528 is genomen als aanvangsjaar, omdat toen Karel V als landsheer van Overijssel werd erkend. De centralisatiepolitiek van de Habsburgers, de religieuze onrust en een globaal overzicht van de geschiedenis van Noordwest-Overijssel van 1566 tot 1609 worden beschreven. Daarna worden de gegevens over de sociaal-economische verhoudingen in het Land van Vollenhove gerangschikt, waarbij ingegaan wordt op de gevolgen van de fronttoestanden van 1580 tot 1592. Tenslotte wordt beschreven welke parochies en kloosters het katholieke Vollenhove kende, welk karakter de religieuze onrust en vernieuwingen in de Overijsselse steden hadden en in hoeverre het Land van Vollenhove hier medeweten van heeft gehad.
2. In hoofdstuk 2 wordt beschreven in welk tijdsbestek en door welke omstandigheden het katholicisme als geregelde eredienst en zielszorg verdween, wanneer de gereformeerde kerk gestalte kreeg in de prediking en in haar organisatie in synode, classis en kerkeraden.
De medewerking van de overheid bij de bestrijding van het katholicisme en de opbouw van de gereformeerde kerk komen in het laatste deel van het hoofdstuk aan de orde. Hier wordt het verbod van het katholicisme en de gewetensdwang in scholen beschreven, terwijl de toekenning van de kerkelijke fondsen aan de gereformeerde kerk voorlopig aan de orde wordt gesteld, omdat dit aspect van overheidssteun, evenals de materiële pressie op ambtenaren binnen het verband van hoofdstuk 4 worden gesteld.
3. Eerst wordt beschreven hoe de gereformeerde kerk in het Land van Vollenhove de “ware kerk” gestalte poogde te geven in de prediking, de sacramenten en de tucht.
De grote plaats die de predikanten in de kerk innamen, de examinatie van katholieke geestelijken, de zorg voor de theologische en morele zuiverheid van de predikanten en de zorg voor hun materiële welzijn wordt beschreven onder de titel “De dienaren van de kerk”! Een beeld van de wijze waarop men predikant werd en hoe men in het ambt stond wordt getekend door middel van een beschrijving van enkele karakteristieke predikanten. De organisatie van de kerk in kerkeraden, classis en synode en de verhouding tussen deze kerkelijke vergaderingen komen aan de orde aan het eind van het hoofdstuk, waarbij geprobeerd wordt de vraag waar het overwicht in de Overijsselse kerk lag te beantwoorden, voorzover dit mogelijk is op grond van de bestudering van de kerkgeschiedenis van het Land van Vollenhove in de bovengenoemde periode.
4. De loyaliteit van de kerk tegenover de overheid; de religieuze gezindheid van de overheid; de afhankelijkheid van de kerk in materiëel opzicht en de strubbelingen die uit deze afhankelijkheid voortvloeiden worden in het vierde hoofdstuk beschreven.
5. Het vijfde hoofdstuk geeft de numerieke gegevens uit

|pag. 4|

_______________↑_______________

de zeventiende en de negentiende eeuw en de gegevens waaruit het beeld kan geconstrueerd worden in hoeverre de bevolking sympatiek of antipathiek stond tegenover het protestantisme.
In het slothoofdstuk worden de samenvatting en de conclusies gegeven. Hier wordt opnieuw in gegaan op de vraag naar de wijze van protestantisering van het Vollenhoofse deel van het Overijsselse platteland.

De resultaten van de geschiedschrijving van het Land van Vollenhove zijn hoofdzakelijk gepubliceerd in de jaargangen van de “Overijsselse Almanak voor Oudheid en Letteren” (2 [2. Overijsselse Almanak voor oudheid en letteren, 1836—1855.]), de “Verslagen en Mededelingen van de Vereniging voor Overijssels Recht en Geschiedenis” (3 [3. Verslagen en mededelingen van de vereniging tot beoefening van Overijssels recht en geschiedenis, 1870-.]), en de “Bijdragen tot de Geschiedenis van Overijssel” (4 [4. Bijdragen tot de geschiedenis van Overijssel, 1874-1907.]). De artikelen zijn voor een groot deel uit de vorige eeuw en geven weinig informatie over sociaal-economisehe omstandigheden; zij zijn bijna alle beperkt tot de geschiedenis van één plaats en voor zover zij kerkhistorisch van aard zijn gebaseerd op de acta van de Overijsselse synode en hebben zij weinig oog voor de houding van de bevolking. Van groot belang voor de regionale geschiedschrijving is het werk van J. Westra van Holthe: “Vollenhove en haar havezaten”. (5 [5. J. Westra van Holthe, Vollenhove en haar havezaten 1354—1953 (Assen 1958)]) Dit werk is minder sterk plaatselijk gebonden.
Om de reformatiegeschiedenis van het Land van Vollenhove in breder verband te zien is gebruik gemaakt van het ook in andere opzichten zeer waardevolle werk: “Geschiedenis van Overijssel”, onder redactie van B.H. Slicher van Bath; van het verzamelwerk “Overijssel”, dat ouder en min der gedetailleerd is en van de uitvoerige hervormingsgeschiedenissen van Kampen, Zwolle en Hasselt.(6 [6. B.H. Slicher van Bath e.a., Geschiedenis van Overijsteel (Deventer 1970). “Overijssel” (Deventer. 1931). S. Elite, “Godsdienstige conflicten in Zwolle”, Verslagen en mededelingen (1936) 1—70. S. Elte, “Kampen van Rooms-katholiek tot calvinistisch”; Verslagen en mededelingen (1952) 6l-139. J. de Hullu, “Bijzonderheden uit de; hervormingsgeschiedenis van Overijssel III, Bijdrage tot de geschiedenis van de reformatie te Hasselt”, Ned. Archief voor kerkgeschiedenis 1 (1902) 225-248.])
Van “Geschiedenis van Overijssel” en “Overijssel” is ook dankbaar gebruik gemaakt voor de beschrijving van de staatkundige en sociaal-economische geschiedenis. B.H. Slicher van Bath gaf in “Een samenleving onder spanning” (7 [7. B.H. Slicher van Bath, Een samenleving onder spanning {Assen 1957)]) meer details over de sociaal-economische verhoudingen; helaas zijn de bevolkingscijfers tot 1675 globaal en geschat. Cijfermateriaal over de verhouding protestantisme-katholicisme gaf J.A. de Kok in “Nederland op de breuklijn van Rome en reformatie”.(8 [8. J.A. de Kok, Nederland op de breuklijn van Rome en reformatie (Assen 1964)])

Het brononderzoek is in hoofdzaak gericht geweest op drie bronnen:
1. De acta van de provinciale synode van Overijssel, gepubliceerd door J. Reitsma en S. van der Veen in: “Acta van de provinciale en particuliere synoden gehouden in de Noordelijke-Nederlanden, 1572 – 1619” deel 5.
De Overijsselse acta beginnen in 1584; ook de presentie-lijsten zijn van groot belang.(9 [9. J. Reitsma en S. van der Veen, Acta der provinciale en particuliere, synoden, gehouden in de Noordelijke-Nederlanden 1572—1619; deel 5, Overijssel (Groningen 1896)])
2. De acta van de classis Steenwijk, die beginnen in 1596 en welke op enkele plaatsen hinderlijk beschadigd zijn.(10 [10. Acta van de classis Steenwijk, deel 1, 1596—1636. Uit: archief van de Ned. Herv. gemeente. Kampen, nr 157; Gemeentearchief Kampen.])
3. De notulen van de kerkeraad van Vollenhove die in 1600 beginnen en samen met een lidmatenlijst van 1600 tot 1619 in het “Kerckenboek” zijn geschreven.(11 [11. “Kerckenboek” van de Ned. Herv. Gemeente Vollenhove, notulen en lidmatenlijst 1600—1619. Archief van de Ned. Herv. Gemeente Vollenhove, Gemeentehuis Brederwiede.])

|pag. 5|

_______________↑_______________

Daarnaast is nog het volgende bronmateriaal geraadpleegd:
4. Uit het Stadsgericht van Vollenhove het “Boek van allerhande acten”, waarin ook jaarlijks werd aangetekend wie in de magistraat gekozen werden.(12 [12. “Boek van allerhande acten 1494-1795”; uit: Stadsgericht Vollenhove, Rijksarchief Zwolle C 48, 1759+.])
5. Uit het Oud-Archief van Steenwijk een brief van de classis aan de magistraat uit 1604; en de acten van de gerechtelijke huwelijken vanaf 1603.(13 [13. Brieven van de classis Vollenhove en Steenwijk, de kerkeraad Steenwijk, de predikanten aan het stadsbestuur, 1604—1785″, 1 brief uit. 1604; Oud-Archief Steenwijk nr. 47. Trouw en ondertrouwboeken, waarin ook de gerechtelijke huwelijken; Oud—Archief Steenwijk nr. 434.])
6. De “Overijsselse plakkatenlijst”, samengesteld door S.J. Fockema Andreae en W. Downer.(14 [14. S.J. Fockema Andreae en W. Downer, Overijsselse plakkatenlijst (Utrecht 1961)])
De notulen van Ridderschap en Steden zijn niet geraadpleegd, maar haar belangrijkste besluiten zijn bekend uit de literatuur, vooral uit “Overijssel”, de “Geschiedenis van Overijssel”, red B.H. Slicher van Bath en J.H. Westra van Holthe, “Vollenhove en haar havezaten”.

Omdat de vroege geschiedenis van de gereformeerde kerk van Vollenhove het best bewaard is in de archieven krijgt deze gemeente meer aandacht in deze scriptie dan andere gemeenten. Toch is gekozen voor een reformatiegeschiedenis van het Land van Vollenhove zodat meer aspecten van de reformatie beschreven konden worden.

|pag. 6|

_______________↑_______________

 
– Coster, B. (1983). De reformatie in het Land van Vollenhove, 1579-1609 (Scriptie M.O.). Geschiedenis, Noordelijke Leergangen, Zwolle.

Category(s): Geen categorie

Comments are closed.