Voorberigt

VOORBERIGT 

De beoefening der geschiedenis heeft in omvang en naauwkeurigheid zeer ge­wonnen, heeft menige dwaling doen verdwijnen en menig onbekend feit aan het licht gebragt, sedert men de charters en bescheiden, in de oude archieven be­waard, toegankelijk gemaakt en het stelsel van geheimhouding heeft laten varen.
Het was eertijds te Kampen zoo als het elders was. Dr. Reyner Bogherman van Dokkum werd, in het jaar 1553, na eenen dienst van 28 à 29 jaren, eensklaps als secretaris ontslagen, omdat hij, gelijk hij schrijft, aan Joachim van Ingen, bij eene procedure, twee of drie artikelen uit het Guldenboek had medegedeeld, waarvan toch vele afschriften in handen waren. Men had hem, in 1540, opgedragen, om der stad regten, sta­tuten en privilegiën, in verschillende boeken en registers verstrooid, bijeen te verzamelen, doch deze arbeid, die nog van ’s mans naauwkeurigheid getuigt, was niet voor het publiek bestemd. Van dien geest van schroomvallige geheimhouding bij de regenten van vroeger tijd is nog een tweede voor­beeld. In het jaar 1740 gaf E. V. M. D. den prospectus van een Cor­pus Juris Campensis of verzameling van oude wetten en willekeuren sedert 1334, naar een door hem gekocht handschrift. Met de beschuldiging van, door de uitgave dier oude verordeningen, de burgerij tot opstand te willen verwekken en van hare gehoorzaamheid aan de wettige overheid te ont­trekken, werd hem eene procedure aangedaan, die eindigde met hem de overgave van zijn geschrift en eene boete van 300 zilveren dukatons op te leggen. Hoe verschilt deze handelwijze van die der tegenwoordige re­gering, die het ordenen, inventariseren en bekend maken van hetgeen vroeger achter sloten en grendels bewaard werd, onbekrompen bekostigt, welwillend aanmoedigt, tot een aangenaam werk maakt !
Het archief werd eertijds gedeeltelijk in de stads kist bewaard, die op den gewelfden toren van het oude raadhuis stond, gedeeltelijk in de kasten der raadkamer aldaar, die rondom met houtwerk beschoten was.

{voorbericht, II}

Tusschen 4 en 5 Febr. of op vastenavond van het jaar 1543, terwijl de dienaars der stad zich in de keuken vrolijk maakten, ontstond door ­den schoorsteen van deze een brand, die, eer men het bemerkte, tot in de raadkamer doordrong, hier al het houtwerk aantastte en de geschriften, die er achter bewaard werden. De sterke ijzeren deur, afkomstig van den Stins Voerst, in 1362 veroverd, belette, dat de brand tot in het gewelfde vertrek van den toren oversloeg, en bewaarde inzonderheid de hier aanwezige privilegiën, waaraan men destijds eene schier onherstelbare waarde hechtte. De spits, met lood gedekt, werd evenwel aangetast, en de schepensklok stortte op het gewelf neder. Alle stukken van later tijd schijnen bewaard te zijn, voor zoo veel men oordeelen kan uit hetgeen in de laatste jaren in goede orde gelegd of uit vergeten hoeken te voorschijn is gekomen.
Toen men in het laatst der vorige eeuw minder schroomvallig in het toegankelijk maken der archieven begon te worden, heeft de hoogleeraar P. Bondam, èn in zijn Charterboek van Gelderland èn in zijne Verzame­ling van onuitgegevene stukken voor de Vaderlandsche Historie, gebruik gemaakt van hetgeen hem uit het archief door den secretaris Roldanus was verstrekt. Ook is er geen twijfel, of de heer E. Moulin heeft, bij het bewerken van zijne wèl geschrevene Kamper Kronijk , die steeds hare waarde behoudt, zoo geene originele bescheiden, althans sommige goede afschriften of opgaven onder de oogen gehad. Eindelijk zijn er eenige Noordsche charters in het in 1860 uitgegeven deel van het Diplomatarium Norvegicum opgenomen: een gevolg van de wetenschappelijke reize van den heer Chr. C. A. Lange, rijks-archivaris van Noorwegen te Christiania, die, in het jaar 1857, eenige dagen te Kampen doorbragt, er voor zijn doel meer dan elders vond, en nog eene aangename herinnering van zijne ontvangst aldaar bewaart.
Een Register kan wel niet meer bevatten, dan de algemeene aanwijzing, wat er te vinden is. Men is daarbij te werk gegaan op de wijze, die thans gewenscht wordt, t. w. dat het chronologisch zij; dat de hoofdinhoud van elk stuk worde opgegeven, met letterlijke mededeeling van den tijd en de plaats der uitvaardiging of onderteekening. Het laatste heeft het dubbel oogmerk, dat men de herleiding tot de dagteekening naar den tegenwoordigen stijl, die onmisbaar en somtijds niet gemakkelijk is, kan toetsen, en dat er niet telkens behoeft bijgevoegd te worden, in welke taal het

{voorbericht, III}

stuk is opgesteld. Bij de vermelding van den uiterlijken vorm is, zoo veel opgespoord kon worden, aangeteekend, waar het reeds gedrukt voor­komt. - Verder is uit de oudste bescheiden, zoo het schijnt, wel iets onbeduidends opgenomen; maar men heeft gemeend, dit, althans uit den vroegsten tijd, niet te moeten terughouden, omdat het over de op­komst en uitbreiding der stad of over het plaatselijke in de nabijheid opheldering geeft. Ook zal men het niet euvel duiden, dat men nog aan het oude Kampen, volgens het bestendig gebruik, de letter C heeft laten behouden. Bij het zamenstellen van dit Register is gebleken, dat het getal bescheiden steeds toeneemt, losse stukken zoo wel als die, welke in folianten verspreid zijn. Wat de laatsten, onder verschillende titels bekend, be­treft, men heeft er terstond bij den aanleg zeer veel ongelijksoortigs om­trent beheer, correspondentie, onderhandeling en overeenkomst in opgeteekend; in andere zijn officiële stukken of afschriften, zonder eenige orde van zaken of tijd in acht te nemen, zamengevoegd en ingebonden. De Minuten van gehouden briefwisseling met binnen- en buitenlandsche ste­den, met bondgenooten en vijanden, met ambtenaren en vorsten, over tol­len en scheepvaart, over verbonden en oorlog, over regtsvordering en regtsbedeeling, enz. zijn van het jaar 1460 af zonder veel afbreking bewaard. Ook deze verdienden naauwkeurig onderzoek en gedurig vermelding, om­dat er, bij veel, dat onbeduidend is of thans geen belang meer heeft, bijzonderheden en feiten in voorkomen, die òf geheel niet bekend zijn, òf nader bepalen en toelichten wat door andere stukken wordt medege­deeld. Ook hier zijn niet te versmaden bijdragen tot de geschiedenis van de stad, van het gewest en van het sticht. Zij veroorzaken, veel meer dan de boven aangeduide verzamelingen, eenige moeijelijkheid, daar, om van het slordige schrift in deze kladboeken niet te spreken, ook later bij het inbinden dier brokstukken de jaren zeer verward vereenigd zijn, nu eens bij de brieven zelve de datum van jaar en dag ontbreekt, dan weder zelfs weggelaten, is, aan wien zij geschreven werden, hetgeen dan uit eene andere bekende dagteekening of uit den inhoud moest worden afgeleid. Het hier behandelde tijdvak valt met dàt zamen, waarover het eerste gedeelte der kronijk van Arend toe Bocop zich uitstrekt, dat nog in hand­schrift op het archief bewaard wordt. Het is blijkbaar, dat deze meer

{voorbericht, IV}

stukken onder het oog gehad heeft, dan nu voorhanden zijn; maar er dient toch herinnerd te worden, dat er veel aan zijne naauwkeurigheid ont­breekt, zoo in het opgeven van eigen namen en dagteekeningen, als in het afschrijven van den tekst der oorkonden zelve, die ten gevolge daar­van zeer fautief zijn. Des niettegenstaande zijn er vele aanmerkelijke za­ken door hem voor de vergetelheid bewaard.
Dit Register zal welligt voor sommigen te weinig bevatten, die breed­voeriger verslag wenschen van hetgeen tot opheldering van taal, zeden, gewoonten, instellingen, godsdienstige stichtingen, kerkelijk en burgerlijk regt, wetgeving, muntzaken, handel enz. dienen kan. Maar dan moesten de meeste oorkonden, die op deze onderwerpen betrekking hebben, in haar geheel worden uitgegeven: een werk van langen adem en groote kosten. Alleen de geschiedenis van den handel in Europa, uit deze rijke bron te halen, zoude boekdeelen kunnen vullen. In de Noordsche charters van de 13de en 14de eeuw, het vorige jaar uitgegeven, is er eene proeve van geleverd. Reeds op den hier ingeslagen’ weg is, bij den voorraad, dien de tijd van keizer Karel V, koning Philips II, en de opkomende en gevestigde republiek biedt, de omvang nog niet te bepalen. Voor het tegenwoordige is het er slechts om te doen, dat de bouwstoffen opgezameld, gerangschikt en aangewezen worden, terwijl het archief voor ieder, die in dergelijke za­ken belang stelt en meer verlangt, dan hier kon gegeven worden, open staat en de nummers, naar de jaren in orde gelegd of naar de bladzijden der ver­zamelingen naauwkeurig opgeteekend, gemakkelijk te vinden zijn. Bovendien gaat de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch regt en geschiedenis, gelijk zij begonnen is, voort met het uitgeven of bewerken van hetgeen naar haar oordeel mededeeling verdient. Er is in onze bewaarplaatsen van oude stukken nog veel aan te wijzen, eer men aan eene geschiedenis van Over­ijssel uit hare oorspronkelijke bronnen, die aan de eischen van den tijd voldoet, denken kan. En wanneer dat bekend geworden is, kome er eens iemand, met de noodige kundigheden toegerust, die het verstrooide verzamelt, het onzekere vast stelt, het duistere opheldert, personen en ge­beurtenissen in de regte verhouding tot hunne eeuw brengt, en gedenk waar­digheden van ons in vele opzigten merkwaardig gewest levert, waarvan het voorbeeld tot bewerking in de Gedenkwaardigheden van Gelderland gegeven is.

Category(s): Geen categorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *