Het Archief der Arrondissements-Regtbank te Deventer

[pag. 106]

HET ARCHIEF

der

ARRONDISSEMENTS-REGTBANK

TE

DEVENTER.

     Burgemeester en Wethouders der gemeente Deventer hebben in hunne missive van den 26 Januarij 1859, No 1662883 de Vereeniging opmerkzaam gemaakt op het archief van de arrondissements-regtbank te Deventer, als belangrijk voor de geschiedenis der regtsbedeeling in Overijssel. Men kon dit ook verwachten. Immers, de oudste stad in dit gewest, die buiten twijfel reeds vóór Zwolle en Kampen stadregt bezat, schijnt reeds vroeg door schepenen van andere plaatsen geraadpleegd te zijn, wanneer zij in zaken van regtspleging niet vroed en waren, hetgeen uitgedrukt werd dat men te hoefde voer, later door verbastering in hofvaart veranderd.
Reeds tusschen 1251 en 1267 bepaalde bisschop Hendrik van Vianden, (gelijk uit een brief van zijnen opvolger Willem van Mechelen in 1298 blijkt), dat de ingezetenen van de stede Vreeland in het Benedensticht niet alleen de privilegiën en regten van Deventer zouden hebben, maar ook, in geval men hun moeijelijkheid over de oefening van hun regt aandeed, zij tot de stad Deventer hunne toevlugt zouden moeten hebben en dáár uitspraak zoeken, met gehoudenheid

[pag. 107]

van de burgers van Vreeland om te achtervolgen hetgeen de schepenen van Deventer verklaren zouden regt te zijn. Hiervan is nog in 1423 gebruikt gemaakt (1 [1. Et si super observantia juris sui aliqua eis fieret inquietatio, quod super haec ad opidum Daventriense deberent habere recursum, et suas sententias ibidem quaerere, et quicquid juris sui Scabini Daventrienses esse asserent, quod hoc ab opidanis in Vredelant deberet omnimodo observari. MATTHAEUS, de jure gladii p. 285. DUMBAR, Kerk. en Wereldl. Dev. I. bl. 486.]).
     In de Kameraarsrekening van 1588 vinden wij: » der
» stad bode van Zwolle to drinckgelde, die onser stad
» enen brief hadde gebracht alse omme een recht te wetene
» van enen kinde, dat sinen vader ghedoet hadde, dat van
» vier jaren was.’’ De schepenen bleven het antwoord niet schuldig, want: » Otten, onser stad messelgier, die
» tot Zwolle ghelopen was met onse stad brieue alse van
» den rechte van den kinde, dat sinen vader doet ghewor-
» pen hadde.’’ – Voorts is het algemeen bekend, dat de Stad het voorregt had, dat er de Lands-klaring gehouden werd, hetgeen tot vele geschillen tusschen de Overijsselsche steden aanleiding gegeven heeft. – Bovendien kwam bij haar het appèl van al de kleine steden in Twenthe, de heerlijkheid Almelo ingesloten, en van andere buiten Twenthe, als Hasselt, Ommen, Hardenberg en Gramsbergen.
     Wat nu het archief zelf betreft, het bestaat uit de gerigtlijke oorkonden, die in het jaar 1811 in het toenmalig ressort der regtbank van eersten aanleg aanwezig waren, en krachtens beschikking van het Fransche bestuur in de maand Maart van dat jaar naar het lokaal dier regtbank werden overgebragt.
     Van Deventer werd overgebragt: het boek van criminele sententien van 1561 tot 1811, terwijl het vroegere van 1460 tot 1561 nog op het raadhuis bewaard wordt. Voorts nog onderscheidene boeken en paketten met criminele informatiën van 1716 af. – Vooral vestigen wij de aandacht

[pag. 108]

op 31 deelen sententiën van schepenen en raad van 1406 tot 1811: eene verzameling van belang, die tot tachtig jaren vroeger opklimt, dan het oudste bekende stadregt van het jaar 1486.
     In 1391 eerst begon men een geregeld protokol van het Lage Gerigt, door een’ der secretarissen gehouden: dit is van het genoemde jaar af tot 1811 in 14 deelen voorhanden. – Voorts vindt men 22 deelen protokollen van het Schouten- of Landgerigt, rakende procedures tegen uitheemsche personen, waarbij naar het Landregt vonnis gewezen werd, van 1554 tot 1811; protokollen van adviezen voor het Landgerigt van 1663 tot 1671; protokollen van wedersproken oordeelen van den scholtus van Deventer aan burgemeesteren, schepenen en raad van 1546 af; ook die der straatschepenen over een aantal jaren. Over de wijze der regtsbedeeling zie men Tegenw. Staat van Overijssel, III bl. 151-154. – Appellen der bovengenoemde kleine steden aan den magistraat dier stad zijn insgelijks voorhanden. – Hierbij komt nog eene massa andere gerigtelijke handelingen, als renuntiatiën, volmagten, transporten, schuldvorderingen, testamenten enz. Wat de laatste betreft, twee lijvige folianten bevatten alleen de testamenten ten tijde der vreesselijke pest van 1656, voor krankbezoekers gepasseerd en in tegenwoordigheid van twee naburen uitgelesen over die groepe voer die doere. Een treurig gedenkteeken van eene volksramp, die, gelijk gemeld wordt, in vijf maanden tijds 4568 menschen wegrukte: een getal niet onwaarschijnlijk, wanneer men de menigte der gemaakte testamenten berekent.
     De schouten ten platten lande moesten twee bijzondere protokollen houden, één van contentieuse en één van voluntaire jurisdictie, waarin alle gerigtshandelingen werden aangeteekend, mitsgaders alles, wat hunne instructie medebragt. Tegenw. Staat van Overijssel, III. bl. 564.
     De volgende zijn voorhanden:
     Van Kolmschate van 1577 af en vervolgens. – Van

[pag. 109]

Holten en Bathmen, beginnende met 1624. – Van Olst met 1583. – Van Wijhe met 1607. – Van Raalte met 1648. – Van Hellendoorn met 1629. – Van Heino met 1638. – Van Dalfsen met 1624. – Van Ommen en den Ham met 1642. Van het schoutambt Hardenberg met 1650 en van de Stad Hardenberg met 1701 en verv. Alle deze stukken, eene verzameling van grooten omvang, werden met die van het drostengerigt van Salland en het archief van het voormalige departementaal gerigtshof van den Ouden IJssel, als van het departementaal hof van justitie in Overijssel, voor zoo veel er geene uitzonderingen bij bepaald waren, in het genoemde jaar vereenigd en in goede orde aan het lokaal der regtbank bewaard.
     Dit oppervlakkige overzigt moge voor het tegenwoordige voldoende zijn. Een volledige inventaris, nagenoeg op de wijze als die van het archief van het voormalige Hof van Gelderland, in 1856 door P. NIJHOFF uitgegeven, zou veel tijd en moeite kosten, maar, zoo wij meenen, toch beloond worden. Overigens moeten wij onzen dank betuigen voor de welwillendheid, waarmede president, leden en griffier der arrondissements-regtbank den toegang en de inzage hebben verleend.

                                                                                                                             P.C. Molhuijsen.

_______

Category(s): Deventer
Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.