Hengelo omstreeks eind vorige eeuw

HENGELO OMSTREEKS EIND VORIGE EEUW

Om u een indruk te geven hoe het leven was in het Hengelo van zo’n 100 jaar geleden, volgen hier nog wat gegevens uit het plaatselijke verleden.
Hengelo, gelegen op het kruispunt van de heerbanen van Deventer naar Oldenzaal en Munster en van Zwolle naar Enschede, was toen met zijn ongeveer 10.000 inwoners toch nog een echt dorp. Maar wel een nijver dorp. Hier en daar, zeker naar de huidige maatstaven, nog wat primitief, maar zeker niet achterlijk. In 1881 had er een grenswijziging plaatsgevonden, waardoor de gemeente Lonneker gebied afstond aan Hengelo. Voordien behoorde b.v. alles wat oostelijk van de Oude Molenweg en de Kievitstraat lag bij Lonneker. De grens van de bebouwing liep toen zo ongeveer langs de huidige Oude Molenweg, Wolter ten Catestraat, Stationsplein, Marskant, Deldenerstraat, Thiemsbrug en Oldenzaalsestraat. Het gebied daarbuiten was nagenoeg onbebouwd. Slechts hier en daar stond een woning. En zo zal het ook wel geweest zijn aan de Waarbekenweg, waar in het huis van Gerrit Broeksma samenkomsten werden gehouden door gelovigen die zich in de Hervormde kerk niet meer thuis voelden. We moeten ons van de toestand van de wegen in het buitengebied maar niet te veel voorstellen, trouwens ook in het dorp zelf waren niet alle wegen verhard. In het centrum waren de straten met veldkeien geplaveid. Ook de verlichting was maar zeer schaars. In het centrum hier en daar een gaslantaarn. Daarom kwam men als het donker was doorgaans niet meer buiten en als het toch noodzakelijk was, nam men een kaarslantaarn mee.

In die tijd was wateroverlast een groot probleem. De verschillende beken die in Hengelo samenvloeien zorgden er op gezette tijden voor dat grote delen van het grondgebied zo’n 20 à 30 cm on-

[pag. 20]

der water kwamen te staan. Dit was o.a. het geval bij de Thiemsbrug, nabij het station en de Langelermaatweg en in het gebied van de Paul Krugerstraat en de W. ten Catestraat. Diverse malen moesten de fabrieken stoppen wegens wateroverlast en het is ook voorgekomen dat er in de gereformeerde kerk aan de W. ten Catestraat zondags geen diensten konden worden gehouden vanwege het hoge water.

De spoorlijn was toentertijd nog niet op een verhoogd niveau gebracht. De tunnels waren er nog niet, wel overwegen, waarvoor men soms lang moest staan wachten. Daarom was er op de plaats waar nu de Prinsessetunnel ligt een loopbrug gemaakt, zodat het personeel van de fabrieken tijdig op het werk kon zijn.

De industrie, in het begin van de vorige eeuw en zelfs daarvoor voornamelijk textiel (de Bontweverij, Kon. Weefgoederenfabriek, Ned. Katoenspinnerij e.a.), maar ook de later opgekomen metaal- en elektrotechn. bedrijven (Machinefabriek Gebr. Stork & Co.(1868), Appendagefabriek G. Dikkers & Co.(1872), HEEMAF en Electrische Centrale in 1900) heeft grote invloed gehad op de groei en ontwikkeling van Hengelo. Telde Hengelo in 1860 slechts 3900 inwoners, tien jaar later waren het er ruim 5600, in 1880 goed 6500 en in 1890 was het inwonertal 10.264. Bij de eeuwwisseling had Hengelo bijna 15.000 inwoners.

Afbeelding: Werkzaamheden voor het ophogen van de spoorlijn. Op de achtergrond de Spoorstraat en de toren van de Lambertuskerk.

[pag. 21]

Category(s): Hengelo, Kerken
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *