Dumber vermeldt in zijn K. en W. Deventer, dl. I, bl. 46, dat het „Bombasydewerkers Gilde” den 14 Oct. 1622 werd opgericht, zonder hieromtrent verder iets mede te deelen.
In de Resolutieboeken van Schepenen en Raad van Deventer, deel 1622-1632, trof ik het navolgende betreffende dit gilde aan:
Jovis 29 Aug. 1622.
S. en R. „hebben die bommesyden werkers alhier een stempel vergunt, die sie op hare hier binnen Deventer gemaecte stucken van bommesijde sollen mogen slaen”.
Martis 10 Sept. 1622.
S. en R. gehoort hebbende het rapport haerer Ed. Mederaedsfrienden Gerhardt van Suchtelen ende Engelbert van Doetinchem, soe uijt deputatie van Schepen ende Raedt met den bombasijnwerckers deser stadt in conferentie geweest, angaende die witte bombasijnen, soe alhier gemaeckt worden, ende op Amsterdam ofte andere plaetsen uijtgaen, om deselve soe veel mogelick te beneficieren, ende desto beter te doen trecken, mitsgaders alle frauden, soe daeronder mogten gepleegt worden, voor te komen: hebben naer rijpe deliberatie goetgevonden, ten fijne voorss. provisionel te ordonneren ende te accorderen hetgene hiernaer volgt:
Voor eerst is den bombasijnwerckers deser stadt geaccordeert ende verleent eenen ijseren stempel met deser stadtswapen, om daermede voor den Olderluijden alle witte bombasijnen nae Amsterdam ofte andere plaetsen gaende oppet loot geteeckent te worden.
Die olderluijden sullen die lengte ende breete derselver bombasijnen getrouwelick meten, ende van ieder stuck voor het meten genieten eenen halven stuij:, des sullen sij geholden sijn het loot daertoe te doen.
Die bombasijnen sullen lanck zijn twintich ende eenen halven elle, ende breedt drije vierendeel elle min een sestiende deel.
Van alle stucken, haere behoorlicke lengte niet hebbende, sal die meister, soe die gemaect heeft, van ieder vierendeel elle verboeren ende betalen vijff stuij: ende sal die kortheit oppet loot geteeckent worden.
Die bombasijnen haere behoorlicke breete niet hebbende sullen niet geloodet noch gestempelt mogen worden.
Sal oock niemandt eenige witte bombasijnen van hier versenden mogen, sonder voorgaende behoorlicke metinge ende stempelinge ofte teeckeninge, bij die poene van op ieder stucke te verboeren eenen daler ad dertigh stuij:.
Die broecken sullen komen ende genoten worden in drije parten, het eene part voor die stadt, het anderde voor die samptlicke bombasijnwerckers, ende het derde part voor den armen.
Ende sijn alsnu tot olderluijden gestelt Johan van Boeckholt ende Johan Hugen, dewelcke den stempel overgelevert is, ende bij handttastinge in eedes plaetse gelooft hebben haer offici oprecht ende ter goeder trouwen te bedienen, anvanck nemende van nu aff tot op Pingsteren des jaers 1624, als wanneer eener derselver afgaen, en bij den samptlicken bombasijnwerckers een ander tot Olderman voor den tijt van een jaer gekoren sal worden, ende soe voorts van jaare tot jaere.
Dr. M. E. HOUCK.
- Houck, M.E. (1928). Bombazijnwerkers gilde. Versl. en Meded. VORG, 45, 245-246.
