De laatste afstammelingen van het Zutphensch-Zwolsche geslacht van Till

___↓___


|pag. 202|

De laatste afstammelingen van het
Zutphensch-Zwolsche geslacht van Till,

door Mr. A. HAGA.

     In den jaargang 1922, kol, 203—218, van dit Maandblad publiceerde de heer Wijnaendts van Resandt een met vele bewijzen gestaafde genealogie van een te Zutphen en Zwolle gewoond hebbend geslacht van Till, aan het slot waarvan hij de vraag stelt of de laatste door hem vermelde afstammelingen, Laurens en Winolt Zeno van Till, zonen van den onder VI genoemden Dirk Frans van Till tol Strijtveen, over de grenzen naar Duitschland zijn getrokken en mogelijk nog afstammelingen hebben nagelaten.
     Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord, zooals uit het onderstaande zal blijken; beiden schijnen zonder wettige nakomelingen na te laten overleden te zijn en hebben de laatste levensjaren met hun moeder Anna Elsabe Hackfort en hun stiefvader Jan Hendrik of Hendrik Jan van Leeuwen doorgebracht op hun landgoed Strijtveen, gelegen in Overijssel in het schoutambt Wijhe en leenroerig aan den Kattenvoorde.
Het goed Strijtveen ging vervolgens over in handen van Jochem Jurrien van Munnich, een neef van Laurens en Winolt Zena van Till. Een en ander moge blijken uit de volgende akten uit de registers van vrijwillige zaken van het schoutambt Wijhe, die hier eenigszins verkort worden opgenomen. Eenige aanwijzing omtrent den datum of de plaats van overlijden der gebroeders van Till werd evenwel niet gevonden.
     26 Nov. 1718 testeert de Welgeb. Heer Jan Hendrik van Leeuwen toe Strijtveen en betugtigt zijn beide stiefzonen Lauwerens van Tijl en Wijnant Seine van Tijl in al zijne na te laten goederen, willende voorts dat zijne naaste bloedverwanten na zijn dood en die van bovengenoemde tugtenaren „lieflijk en vriendelijk sullen scheiden en deelen”. Voorts praelegateert hij na zijn dood en die van zijn beide stiefzonen aan de Welgeboren juffer Elisabet van Leeuwen het halve huis, staande in de Borstelstege te Deventer en aan de Welgeb. Jonker Henricus van Leeuwen een som van 500 car. gl. gevestigd uit het goed de Horte in het schoutambt Dalfsen gelegen.
     19 Maart 1721 testeert Anna Elsebe Hakvoorts tot Veenhuis, douariere van wijlen de heer Leeuwen toe Strijtveen, gevende al hare roerende en onroerende goederen, van haren zijde herkomende, in vruchtgebruik aan haar beide zonen Lauwrens van Thil en Wynant Zeine van Thil.

___↓___


|pag. 203|

     18 Sept. 1721 geeft Wynant Seine van Thil mede namens zijn broeder Laurens van Thil staat en inventaris over van de door wijlen hun moeder Anna Elsabe van Hackvoort, wede wijlen de heer Hendrik Jan van Leeuwen aan hen in lijftucht nagelaten goederen.
     27 Juni 1725 testeert de Hoog Welgeb. Heer Wynant Seine van Thil, en betugtigt zijn broeder Laurens van Til toe Strijtveen, benoemt tot universeele erfgenaam zijn neef Alart Seino van Hackvoort mitsgaders deszelfs zusters Johanna Christina van Hakvoort en Anna Josina van Hakvoort, terwijl ingeval Alert Seino van Hackvoort zonder wettige geboorte na te laten kwam te overlijden, diens aandeel zal devolveeren op zijn zuster Anna Josina van Hakvoort of hare nakomelingen.
     27 Juni 1725 testeert de Hoogwelgeb. Heer Laurens van Thil toe Strijtveen, geeft zijn broeder Wynandt Seino van Thil de lijftucht van de geheele nalatenschap mits jaarlijks gedurende deze lijftucht uitkeerende aan zijn nicht juffer Seina Theodora Munnick 75 car. gl. Voorts stelt hij tot universeele erfgenaam genoemde Seina Theodora Munnick en bij vooroverlijden hare zusters Juliana Jacoba Munnick en Margreta Sophia Munnick of hare nakomelingen, zijnde beide laatstgenoemden tevens fideicommissaire erfgenamen van hare zuster Seina Theodora Munnick ingeval deze zonder nakomelingen mocht komen te overlijden; alles onder deze bepaling dat ingeval een zijner voornoemde erfgenamen „sig kwalijk mogte comporteren of tegens haar fetsoen en goetvinden van haare naaste bloetverwanten mogte komen te trouwen” zij geheel zullen zijn onterfd en al zijne goederen zullen vererven op haar broeder de vaandrig Alard Joan Munnick en bij vooroverlijden op zijne alsdan in leven zijnde broeders.
     23 Maart 1728 doet de Hoogwelgeb. Heer Laurens van Thil opdracht aan den Hoogwelgeb. Heer Jochem Jurrien van Munnich en zijn gemalinne Anna Josina van Hakvoort van den Bangeler bos en weide, gelegen in dit gericht, buurschap Hengevelde, ingevolge accoord den 23 Febr. 1728 aangegaan en hierachter geregistreerd.
     Volgens dit accoord is tusschen de Welgeboren Heeren Laurens van Thil tot Strijtveen, Aldert Joan van Munnich en Juffer Zeina Theodora Munnich met volkomen aggreatie van Wynant Seyno van Thil ter eener en de Welgeb. Heer Jochem Jurgen van Munnich en vrouw Anna Josyna van Hackvoort, eheluiden, ter anderer zijde een overeenkomst gesloten, waarbij aan laatstgenoemden worden overgedragen het huis, hof, erve en goed Strijdveen en de daarbij behoorende katersteden etc. etc. benevens de daarop drukkende lasten en schulden, gelegen onder het gericht Wijhe en leenroerig aan Overwolde of Cattenwinckel1 [1.      Dit is niet geheel juist. Het goed Strijtveen was leenroerig aan den Cattenvoorde, dat met den Cattenwinckel blijkbaar een geheel heeft uitgemaakt, zooals uit de volgende (verkorte) akte blijkt.
     Voor het schoutengericht van Wijhe in dato 12 Juni 1648 doet de Ed. Adriaen Pinninck tot Beverfoirderen en Joffer Maria Boncamp, zijn huisvrouw, opdracht aan den Ed. Herman Roelinck, griffier der Staten van Overijssel en zijn vrouw Elisabeth Mechtelt Ripperda van hun erve en goed „den Cattenwinckel mette twe Cattenvoorden, gelegen in desen carspel van Wijhe, boerschap Hengevelde, sijnde vrij eyghelyck goet uytbesondert datt den eenen kleinsten Cattenvoorde is een lheengoet” etc. etc. Voorts hebben die Ed. Adriaen Pinninck en zijn huisvrouw in handen van Jacob Mensen els subalterne leenheer ten overstaan vant gerichte bij gebrek van leenmannen ten behoeve van den voorn. griffier en zijn huisvrouw gerefuteerd den eenen Cattenvoorde, zijnde leen, waarbij Adriaen Pinninck verklaarde zijn leengerechtigheid tot denzelfden Cattenvoorde „neffens andere manschappen, genoembt hett Strijdtvenne” al aan gen. Roelinck bij contract van 22 Januari j.l. te hebben overgedragen, echter nog niet aan de provincie gerefuteerd te hebben.
     Blijkens het Provinciale Leenregister werd 22 Aug. 1730 Gysbert Timannus Jordens beleend met Strijtveene, de eerste en tweede Kattenvoorde met allen haren toebehooren, zooals Hendrik Royer, j.u.d. als momber over de nagelaten kinderen van wijlen deszelfs zwager, de kapitein Gysbert Roelinck den 13 Januari 1683 laatst daarmee beleend is.]
), benevens het goed Reu­

___↓___


|pag. 204|

velt onder Raalte gelegen, waartegenover Jochem Jurrien van Munnich en zijn vrouw zich verplichten voornoemde Laurens van Thil en Zeina Theodora van Munnich kost en inwoning te verschaffen óf 200 car. gl. jaarlijks uit te keeren en na het overlijden van Laurens van Thil aan zijn broeder luitenant Aldert Joan van Munnich 3600 car. gl. te betalen.
     Voor het schoutengericht van Raalte draagt de Heer Laurens van Til op 1 Maart 1728 over aan den Heer Jochem Jurrien Munnick de halfscheid van het erve Reuvelt.
     Voor hetzelfde gericht draagt 14 Sept. 1729 Herman van der Vegt als gevolmachtigde van de Hoogwelgeb. Heer Wynand Zeyno van Til, krachtens procuratie 11 Sept. 1729 voor het scholtengericht van Voorst verleden, de halfscheid van het erve Reuvelt over aan Jochem Jurrien Munnick.

  • Haga, A. (1928). De laatste afstammelingen van het Zutphensch-Zwolsche geslacht van Till. Nederlandse Leeuw, XLVI, 202-204.
Category(s): Zwolle
Tags: ,

Comments are closed.