
De kasboeken van de
Onze-Lieve-Vrouwe-
memorie in de Onze-
Lieve-Vrouwekerk in
Kampen
(Archief van de armenkamer
inventaris nummers nrs. 11-13)
Met aantekeningen over de memorie
uit andere Kamper bronnen
Tevens met naamlijsten van
Kampenaren die lid waren van de
Onze-Lieve-Vrouwebroederschap
in ’s Hertogenbosch
[ ]
| Blz. | Inhoudsopgave |
| A-N | Inleiding. |
| 1-66 | Bewerkte tekst van de drie kasboeken. |
| 67-80 | Alfabetisch register op persoonsnamen. |
| 81-82 | Alfabetisch register op topografische namen in Kampen. |
| 83 | Alfabetisch register op topografische namen buiten Kampen. |
| 84 | Alfabetisch register op kerken, kloosters, gasthuizen en altaren. |
| 87-110 | Onze-Lieve-Vrouwememorie in diverse Kamper bronnen. |
| N.B. De namen en zaken in dit gedeelte zijn niet opgenomen in de alfabetische registers omdat deze bronnen zelf zijn voorzien van indexen. | |
| 111-112 | Namen van de memoriemeesters van O.L.Vr. memorie in de charters (Don, deel 2). |
| 113-114 | Inleiding op Onze-Lieve-Vrouwenbroederschap in ’s Hertogenbosch. |
| 115-131 | Chronologische lijst van leden van O.L.Vr. br. in ’s Hertogenbosch. |
| 132-148 | Alfabetische lijst van leden van O.L.Vr. br. in ’s Hertogenbosch. |
Inleiding
Onze-Lieve-Vrouwememorie beschreven in 1520
(Zie de volledige tekst op blz. F)
Op zaterdag na Conversie Pauli van het jaar 1520 (28 januari 1520) gaven Johan Hermansz, Henrick van Steenre, Jacob Bolhoern en Johan van Urck, provisoren en memoriemeesters van de broederschap van “de glorioser jonckffrouwen Marye” in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kampen, in een open brief te kennen dat in het jaar 1380 door devote mannen en vrouwen, tot vermeerdering van de dienst van God, die toen in Onze-Lieve-Vrouwekerk “seer kleyn plach te wesen”, een eeuwige memorie of broederschap was gesticht, met consent van het stadsbestuur.
In de stichtingsvoorwaarden van het jaar 1380 zou volgens de vier memoriebestuurders van 1520 het volgende staan.
Iedere zaterdag zal men in voornoemde kerk een zingende mis houden met twee dienaars, te weten een diaken en een subdiaken, met andere priesters en met de schoolkinderen, die met het orgel zullen worden begeleid. Er zal dan ook worden geluid met de grote klok.
De broeders en zusters hebben verder gefundeerd en gesticht in dezelfde kerk vijf altaren en daarvoor aangesteld zeven priesters, die daar missen op zullen doen en bidden voor de zaligheid van de zielen van overleden broeders en zusters en bidden voor de nog levenden en wel als volgt. Zij moeten iedere zondag na de vespers en de completen een vigilie van negen lexen zingen en op de maandagmorgens daarna de zielmissen houden voor de overleden broeders en zusters.
Ieder zondag moeten er 101 aalmissen worden uitgedeeld. Elke aalmis moet bestaan uit een brood ter waarde van een halve stuiver en een kop boter.
Ter ere van de dienst van God, Maria en de twaalf apostelen moeten er in de kerk 14 waskaarsen worden ontstoken.
Overleden broeders en zusters moeten met priesters, de schoolmeester en de scholieren in processie, onder het zingen van de gebruikelijke gezangen en het luiden van de grote klok, naar het graf worden gebracht.
Ieder jaar moet op de zaterdag voor Sint-Agnetendag een vigilie van negen lexen worden gezongen en op de dag daarna en vervolgens gedurende de gehele octaaf (acht dagen) moeten alle priester die in Kampen wonen in de kerk zielmissen houden voor de overleden broeders en zusters.
De twee provisoren of memoriemeesters, waarvan er ieder jaar een moet aftreden, moeten alle inkomsten van de memorie beuren en daarvan de priesters en de onkosten van de memorie betalen.
De gemeenschappelijke maaltijd houden de broeders en zusters van de memorie op zondag na Sint-Agnetendag. De dag er na zal men aan de armen bier en brood geven.
Omdat dit alles veel geld kost, hebben de broeders en zusters er voor gezorgd dat er ieder jaar tussen de 700 en 800 heren ponden aan inkomsten wordt verkregen. Er wordt verwacht dat die inkomsten door schenkingen per testament en goede gaven zullen worden vermeerderd.
De broeders en zusters hebben het kleine orgel en de ornamenten van het hoogaltaar bekostigd.
In het slot van deze open brief verzoeken de memoriemeesters uit naam van alle broeders en zusters aan de Utrechtse bisschop Philips van Bourgondië of hij zijn vicaris
mr. Herman van Uterwyck, doctor in het geestelijk recht, deken van Sint-Lebuinus te Deventer en pastoor van Kampen, wil opdragen om de memorie in geestelijke zaken te vertegenwoordigen. Ook verzoeken zij hem om alle eigendommen van de memorie te mortificeren en tot geestelijke goederen te verklaren1.
NB In het bovenbeschreven stuk staat dat de memorie is gesticht in het jaar 1380. Een nadere datum wordt niet genoemd. Toch noemen alle latere schrijvers (Don, Fehrmann en Grooten) 28 november als stichtingsdatum. Zij noemen echter de bron niet !.
De Onze-Lieve-Vrouwenmemorie werd door meerdere schrijvers besproken.
J. Don schreef in zijn inleiding van deel II van de Kamper archieven2 dat er in het middeleeuws Kampen zes memoriën of broederschappen waren, te weten de Schepenmemorie, Sint-Joriensmemorie, O.L.Vrouwememorie, Heilig Sacramentsmemorie, Heilig-Kruismemorie en Sint-Cuneramemorie. Hij noemt de Sint-Olofsmemorie niet, hoewel die broederschap enkele keren in de bronnen wordt genoemd.
In de inventaris noemt Don alle aankomsttitels van de eigendommen -onroerende goederen en jaarlijkse rente- van de memoriën. Deze aankomsttitels heeft hij opgenomen in de regestenlijst achter de inventaris.
Dr. C.N. (Chris) Fehrmann schreef een heel informatief artikel over katholiek Kampen in de middeleeuwen en in latere tijd, waarin hij enkele bladzijden wijdt aan de O.L.Vrouwememorie3.
Drs. J. (Hans) Grooten schreef over de armenzorg in Kampen tot het einde van de 16de eeuw4. Hij heeft de armenzorg door de memoriën in zijn artikel uitgebreid behandeld.
De kasboeken
De handschriften in de kasboeken.
In het archief van de Armenkamer bevinden zich drie in zwart/bruin leer gebonden boekjes waarin de memoriemeesters van de Onze-Lieve-Vrouwememorie de aan- en verkopen van hun waardepapieren (rentebrieven) bijhielden.
In bewerkte vorm, dus in modern Nederlands, geeft ik in het voor u liggende werk de aantekeningen weer die de memoriemeesters in die boeken schreven of lieten schrijven.
Omdat het merendeel van de aantekeningen is geschreven met een geschoolde hand, die veel lijkt op het handschrift waarin in de middeleeuwen getijdenboeken en andere godsdienstige werken werden geschreven, zou het kunnen zijn dat aan de memorie verbonden geestelijken de inschrijvingen hebben gedaan.
Het eerste deel van de drie kasboeken (inv. nr. 11) werd aangelegd in het jaar 1423 op Sint-Katharinadag (25 november), het tweede deel (inv. nr. 12) werd aangelegd in 1459 en het derde deel (inv. nr. 13) werd volgens een met potlood (in de 19de eeuw ?) geschreven aantekening aangelegd in 1504.
Eigendomsakten van de O.L.Vr.memorie
In de kasboeken wordt verwezen naar eigendomsakten die in de kisten van de memoriën werden bewaard. Die akten worden in de kasboeken summier beschreven. In het Archief van de Armenkamer zijn 140 van die akten, dat zijn op perkament geschreven
en door schepenen of schouten bezegelde documenten, nog steeds aanwezig. Regesten van al die akten zijn opgenomen in de inventaris5.
Bestuurders van de memorie
Uit aantekeningen op de eerste bladzijden van het eerste kasboek blijkt het volgende.
De memorie werd bestuurd door twee memoriemeesters, die twee jaar in functie bleven. Een van hen moest op de zondag na Sint-Agnietendag (21 januari) aftreden, waarna een nieuwe memoriemeester werd gekozen door de kerkmeesters van Onze-Lieve-Vrouwekerk en drie of vier van de oudste memoriebroeders.
Van de goederen en renten van de memorie mocht niets worden verkocht, geruild of belast. Het kapitaal van afgeloste renten moest onmiddellijk weer worden belegd met medeweten van drie of vier van de oudste memoriebroeders. Alles diende tot vermeerdering van de dienst van God.
De dienstdoende van de twee memoriemeesters moest bij de ontvangst van de kapitalen van afgeloste renten zijn gezel er bij halen.
Lidmaatschap, bezittingen en ceremoniën
Het lidmaatschap van de memorie stond open voor mannen en vrouwen.
Op zondag voor Sint-Agnietendag werd er voor de broeders en zusters een lange vigilie gehouden en op de maandag daarna hield men de gezongen requiemmissen voor de overledenen.
De schoolmeester, de vier scholieren die de gezangen deden en de koster werden door de memorie betaald.
De memoriemeesters Alfer Petersz en Hendrik Pelgrimsz tekenden in 1455 aan dat een blauw met gouden ornament en een kazuifel door de memorie waren aangeschaft en dat het kleine orgel ook aan de memorie toebehoorde.
De memoriemeesters lieten de namen van de overledenen in een dodenboek noteren. Dit boek is niet bewaard gebleven maar er wordt melding van gemaakt in een aantekening over personen die geen lid waren van de memorie maar toch begraven wilden worden met de baar, kleden en kaarsen van de memorie en die hun naam in het dodenboek ingeschreven wilden hebben.
Gemeenschappelijke maaltijd
De gemeenschappelijke maaltijd werd gehouden op de zondag na Sint-Agnietendag. Er werden op die dag 17 tonnen hamburgerbier en 6 tonnen dubbel hopbier gedronken en als voedsel nuttigde men vlees, schenkels, metworst, kapoenen, boter, kaas en verschillende soorten brood.
En groot deel van een geslachte os werd in stukken verdeeld, waarvan men in de middag 24 en in de avond 30 stukken nuttigde.
Van de 20 geslachte kapoenen at men er in de middag 9 en in de avond 11. Er werd Texelse kaas gegeten en men gebruikte 16 ponden boter.
In welk gebouw men de maaltijd hield, wordt niet vermeld.
De memorie bestond uit twee afdelingen
Uit de kasboeken blijkt dat er een voorste en een achterste memorie waren, die door de bijbehorende memoriemeester werden geadministreerd.
De waardepapieren of rentebrieven, waarvan de opbrengst werd benut voor het uitdelen van aalmissen en voor de “dienst Godes” werden bewaard in aparte kisten, die kist van
de voorste en de kist van de achterste memorie werden genoemd. Dat met voorste en achterste een plaats in de kerk werd bedoeld, blijkt uit een tweetal aantekeningen.
De achterste memoriemeesters deelde de aalmissen uit. Op een aan te kondigen dag en tijd konden de thuis zittende armen bij hem een teken of penning halen waarmee zondags in de kerk brood en boter en soms ook haring kon worden verkregen.
Alleen de thuis zittende armen die ten noorden van de Broederstraat woonden, niet op straat bedelden en geen aalmissen van de Heilig-Kruismemorie in de Sint-Nicolaaskerk ontvingen, werden door de O.L.Vr. memorie bedeeld.
De voorste memoriemeester regelde het zingen van getijden en requiemmissen. Hij betaalde de priester die de mis deed, de schoolmeester en de scholieren die door hem geleid werden bij het zingen en hij betaalde ook de koster voor het luiden van de kerkklokken.
Percentages van de renten
Alle nieuw verkregen of afgeloste kapitalen moesten onmiddellijk na de ontvangst weer voor de hoogst mogelijke rente worden belegd.
De meeste renten bedroegen 5 procent per jaar van het ingelegde kapitaal. Het begrip procent kende men niet. Dat werd pas met het invoeren van het decimale stelsel algemeen gehanteerd.
In de late middeleeuwen werd de aflossing van een jaarlijkse rente van 5 procent omschreven als: te lossen met 20 penningen 1 penning. Dat wil zeggen dat een jaarlijkse rente van 5 gulden moest worden afgelost met 20 keer 5 gulden, dus met 100 gulden kapitaal.
Een enkele keer is er sprake van een jaarlijkse rente van 5 gulden die moest worden afgelost met 16 penningen 1 penning. Dat betekent dat er 6¼% rente moest worden gegeven. Men kreeg dan 5 gulden rente van 80 gulden kapitaal. Ook aflossingen met 22 penningen 1 penning en 15 penningen 1 penning komen voor.
Schenken van aalmissen
In het tweede kasboek van de memorie (inv. nr. 12) staat op folio 4 dat degene die een of meer zondagse aalmissen (uitdelingen) wilde bekostigen, daarvoor ten minste een kapitaal moest inleggen waarvoor drie of meer heren ponden per jaar aan rente zou worden verkregen.
Oorspronkelijk zouden er elke zondag 100 aalmissen worden verstrekt.
Een heren pond was geen munt maar vertegenwoordigde een som van 14 stuivers.
Hierboven wordt reeds vermeld dat een zondagse aalmis of uitdeling bestond uit een brood, boter en spek of haring. Het brood had een vaste waarde van een halve stuiver.
De waarde van de boter, de vis en het spek zal waarschijnlijk met de marktprijzen op en neer zijn gegaan.
Albert Daems gaf in zijn testament van 9 augustus 1459 aan de O.L.Vr. memorie een -toen enorm groot- kapitaal van 2000 heren ponden of voor 100 heren ponden aan jaarlijkse renten, waarvoor men elke zondag aan 40 huiszittende armen een bedeling moest doen van een brood ter waarde van een kromstaart (halve stuiver), een derde pond boter of spek en in de Vasten drie haringen.
Altaren en priesters.
In de kasboeken worden de volgende altaren genoemd.
Altaar van Onze-Lieve-Vrouwe, waarvan in 1466 de priester Harmen Schele de bedienaar was. Iedere zaterdag werd op dit altaar, de zogenaamde zaterdagse mis opgedragen.
Altaar van Onze-Lieve-Vrouwe ter Nood. Voor dit altaar kochten de memoriemeesters een missaal.
Aller-Zielenaltaar. Mense van der Lippe gaf een jaarlijkse rente van 12 heren ponden om dienst van God op dit altaar met missen te vermeerderen.
Sint-Maartensaltaar. Heine Weimkens gaf land in Kuinre om met de opbrengst de priester te belonen die missen op dit altaar deed.
Sint-Anna-altaar. Kreeg een rente, gaande uit land in Dronten.
Sint-Georgenaltaar. Dit altaar met alles wat er bij hoorde werd in 1530 overgedragen aan de O.L.Vr. memorie.
Sint-Jacobsaltaar. Genoemd in 1536
Zie verder in de alfabetische registers op de bladzijden 84 en 85 waar de namen van alle instellingen en priesters te vinden zijn.
Opheffing van de memorie
Bij besluit van schepen en raden van 14 januari 1598 werden de eigendommen van de memoriën overgedragen aan de Armenstaat.
Noten
Noten zijn in de tekst opgenomen als zijnoten.
Getuigenis of verhaal uit het jaar 1520 over de stichting van de Onze-Lieve-Vrouwememorie in het jaar 1380.
(Oud archief Kampen, inv. nr. 221 (minuten 1504-1521).
Blz. 310
Inden Name des Heren ende Maryen zynre gebenedyder moeder amen.
Wy Johan Hermansz, Henrick van Steenre, Jacob Bolhoern ende Johan Everts [doorgehaald] Johan van Urck, provisoers ende memorymeysters der memorie ende broderscap der glorioser jonckffrouwen Marye in Onser Liever Vrouwen kerck to Campen, doen kundich ende kenlick allen den ghenen die desen tegenwoerdigen brieff sullen syen offte hoeren lesen, dat int jaer onses heeren dusent dryhondert ende tachtentich durch guden devoten mannen ende vrouwen, tot vermeringe des dyensten godes die doe ter tydt in Onser Liever Vrouwen kerck aldaer seer kleyn plach twesen ende uth sonderlinger affectie ende toneyginge zy tot der gebenedyder moeder Maryen hadden samentlyck ende mit malkanderen lyefflycken, vrundelycken ende eyndrachtelycken, mit wille ende consent der eerbaeren, voorsichtigen burgermeysteren, scepenen ende raedt ende der ganse gemeynte der stadt Campen, averkomen ende gesloeten is geweest dat zy eyn ewige memorie ende bruederscap Onser Liever Vrouwen in Onser Liever Vrouwen kerck bynnen Campen, to desen daghe to onderholden ende achtervolcht in vurwaerden ende manyren hyer nae bescreven angenamen, gestichtiget, erigyert ende fundiert hebben.
Inde yersten datmen alle saterdaghe in Onser Liever Vrouwen kercke voirscreven eyn syngende misse met twee dieners, als diaken ende subdiaken ende andere priesters ende schoelkynderen sal holden, op den orgell spoelen, beyeren ende luden mit die groete klocke.
Voirt hebben dese broederen ende susteren fundyert ende gestichtiget inder selver kercken vyff altaerem mit allen ornamenten dair tobehoerende ende dair to geordyniert ende geschickt soeven priesteren die alle daghe wanneer zy des van staeden synt ende devotie hebben moegen, dair misse doen ende gheen andere missen annemen. Ende voer salicheyt der zyelen der doden broederen ende susteren ende oick mede voer die levendighe broeders ende susters trouwelycken bidden ende alle daghe die soeven getyden inder selver syngen sullen.
Ende dair toe sullen die soeven priesters voerscreven alle sonnendaghe na der vesper ende compleet, vigilie van negen lexen ende dan des manendagen morgens dair nae zyelmissen voer salicheyt der zyelen die uith der memorie ende broderscap voirscreven gestorven synt inder selver kercken to syngen geholden ende verbonden wesen. Dair thoe hebben noch die boeders ende susters voirscreven geschickt ende ordyniert dat men alle sonnendaghe hondert aelmissen ende een, tweten dat eyn ytlick [blz. 311] almisse sick tot enen halve stuverwerts broet ende enen kop botteren verstrecken sall den armen mynschen distrinbuyren, deylen ende gheven sall.
Vorder ist noch averkomen ende ordinyert dat die die broeders ende susters voirscreven voer onsen heere god, onsen liever vrouwen ende voer den twelven apostelen tosamen vyerthyen ende dair thoe andere wasskeersen genoichsam wesende tot zyraedt ende eere des dyenste godes inder selven kercken, holden sullen.
Noch ist durch des broeders ende susters voirscreven averkomen ende gesloten dat men alle boederen ende susteren in deser broederscap wesende wanneer sy gestorven synt, mit den priesteren, schoelmeysteren ende schoelkynderen processionaliter mit gewoentlycken sanghe, zy zyn dan ryck offte arm, buten oire kost, then were dat yemantz uith sick selvest uith guder gunst ende van minnen wat gheven wolde, tot den kerckhoeve ende orere groeve haelen ende die selve mit pellen, raemten, wasskersen begaen ende mit der groeter klocke averluden sall.
Ende hyer to ist tusschen den broederen ende susteren voirscreven geordinyert ende averkomen dat men alle jaer, des saterdaghes voer Sunte Agneten daghe, vigilie van negen lexen holden sall ende des anderen daghes dair na ende voert die gansse octava lanck, sullen
die broeders ende susters voirscreven voer alle broeders ende susters die inder memoryen ende bruderscap voirscreven gestorven synt, van allen priesteren bynnen Campen woenafftich off bynnen Campen koemende devotie hebben, siellmissen sonder getall inder selver kercken voirscreven doen lesen.
Ende hyer to sullen altyt wesen twee provisores offte memory meysters. Ende alle jaer sall men enen nyen tot enen die dan blyfft kiesen. Alsoe dat men alle jare ommer enen vernyen ende enen laten sall. Ende den enen die dan blyfft salmen ommer dar anderjaer dair nae affsetten, alsoe dat die ene nyet langer blyven en sall dan twee jaer [doorgehaald].
Ende dese twee provisores ende memorymeysters sullen alle renthen tot des memorie ende broederscap voirscreven geordinyert ende gegeven, inmanen ende opboeren ende die priesters ende allen onraet der memorie ende broederscap voirscreven ennigerwyss beruerende, betalen.
Ende alle jaer des sonnendaghes na Sunte Agneten daghe voirden broeders ende sustersder memorie voirscreven eyn heerlycken maeltyt doen bereyden.
Ende des anderen dages [blz. 312] allen armen luden dyet begherende synt, voer salichheyt der zyelen der broederen ende susteren die inder memorie voirscreven verstorven synt, byer ende broet gheven.
Ende want men jaerlix ende alle jaer enen groeten marckelycken penninck dese memorie alsoe voirscreven is tonderholden behoefft uith tgeven,hebben die broeders ende susters vourscreven tot behoeff der memorie voirscreven allentelen procureert ende aengeworven guderen ende jaerlycke renthen, sick jaerlix streckende tusschen soeven ende acht hondert heren ponde. Verhopende noch mit der tydt durch testamenten ende andere guder luden gunste vorder verbetert ende vermeerret twerden.
Oick hebben die broeders ende susters voirscreven dat kleyne orgell inder voorscreven kercke mitten besten ornamenten totten hoegen altaer aldair wesende bekostiget.
Ende want wy burgermeysteren, scepenen ende raidt mitter gansser gemeynte der stadt van Campen beliefft ende consentiert hebben inder voirscreven kercke dese voirscreven memorie ende broederscap durch den broederen ende susteren voirscreven gestichtiget ende erigyert is geworden. Ende wy Johan Hermansz, Henrick van Steenre, Jacob Bolhoern ende Johan Evertsz [doorgehaald] van Urck provisoers ende memoriemeysters voirscreven gheerne sien solden dat die selve memorie ende broederscap voirscreven ten ewigen tyden ter eren des almechtigen godes ende zynre gebenedyder lyever moeder Maryen onderholden muchte worden, soe bidden wy samentlycken ende eyndrachtlycken mitten broederen ende susteren vourscreven seer oitmodelycken den hoichweerdigen in godt hoich gebaeren vermoegende ffursten ende heeren, heren Philips van Bourgondyen, bisscop Tutrecht onsse gnedige heeren, off zynre forstelicken genade in gheystlicken saicken gemeyn vicarys, ende den weerdigen heeren meyster Herman van Uterwyck, inden gheystlicken rechten doctoir, deken Sunte Lebuyns kercke tDeventer ende pastoer Sunter Nicolaes kercke to Campen, want dit voirscreven der sielen salicheit ende vermeringe des dyensten gades aengaet ende beruert, tghene voirscreven staet twillen confermyeren, bevestigen ende bestedigen. Ende alle gebreck die hyr inne synt off vallen moegen van uwer forstelicke genade endes des heeren pastoers voirscreven macht [blz. 313], sonder achterdeel der moederkercke voirscreven vervullen ende die guederen ende renthen voirscreven dair to gegeven ende die dair noch to gegeven moegen werden, to willen mortificyeren ende tot gheystlicke guederen maicken.
Oirkonde der waerheyt soe hebben wy burgermeysteren, scepenen ende raidt der stadt onser stadt, ende wy Johan Hermansz, Henrick van Steenre, Jacob Bolhoern ende Johan Evertsz [doorgehaald], provisoers ende memoriemeysters voirscreven onse eygen segelen witlycken aen dese tegenwoirdigen brieff gehangen.
Gegeven inden jaere onses Heeren dusent vijffhondert ende twintich op saterdach na Conversionis Pauly.
Enkele handschriften uit de drie kasboeken
[foto 1]
Deel van de tekst op folio 2 van inv. nr. 11.
[foto 2]
Deel van de tekst op folio 16 van inv. nr. 11.
[Foto 3]
Deel van de tekst op folio 3v van inv. nr. 12.
[Foto 4]
Deel van de tekst op folio 1 van inv. nr. 13.
[Foto 5]
Deel van de tekst op fol. 36 van inv. nr. 13.
Lijst van in diverse bronnen aangetroffen memoriemeesters volgens hun functiejaren.
1395 Geert van Wilsem
1395 Herman Gleuicken [Glauwe]
1422 Gelys van der Steghe
1422 Rolof Hermansz
1432 Ludeken Petersz
1432 Geert Overdijck
1436 Jacob Petersz
1436 Ludeken Petersz
1455 Hendrik Pelgrimsz
1455 Alfer Petersz
1459 Rant Alberts
1459 Timan van den Vene
1463 Geert Borchartsz
1463 Willem Volckmansz
1463 Rant Alberts
1463 Gosen Johansz
1466 Rant Albertsz
1466 Gosen Johansz
1466 Lubbert Petersz
1467 Rant Albertsz
1467 Lubbert Petersz
1468 Hendrik Geertsz
1468 Willem Volckmansz
1471 Rant Albertsz
1471 Claas Gosensz
1475 Claas Sulman
1475 Gosen Johansz
1476 Claas Sulman
1479 Geerlof Claasz
1479 Johan Dircksz
1480 Geerlof Claasz
1480 Claas Sulman
1481 Claas Sulman
1481 Lubbert Petersz
1481 Timan van den Vene
1481 Johan Dircksz
1482 Timan van den Vene
1482 Claas Sulman
1483 Alfer Petersz
1483 Dode Alartsz
1484 Dode Alartsz
1484 Claas Gosensz
1484 Alfer Petersz
1486 Johan Dirksz
1486 Herman ten Toorne
1488 Evert van den Vene
1488 Mr. Ludeken/Luitken Lubbertsz
1489 Willem Morre
1490 Willem Morre
1490 Mr. Ludolf/Luitken Lubbertsz
1492 Mr. Ludeken/Luitken Lubbertsz
1492 Cleis van Urck
1495 Herman Geertsz
1495 Cleis van Urck
1496 Claas [Cleis ?] van Urck
1496 Timan van Wilsem
1498 Hendrik van Wilsem
1498 Evert Witte
1499 Herman Geertsz
1499 Hendrik van Wilsem
1502 Hendrik van Wilsem
1502 Herman Geertsz
1503 Hendrik van Wilsem
1503 Peter Lubbertsz
1504 Hendrik van Wilsem
1504 Peter Lubbertsz
1504 Johan Hermansz van Harderwijk
1505 Johan Hermans van Harderwijk
1505 Koen Dirksz
1506 Timan van Wilsem
1506 Koen Dirksz
1507 Johan Hermansz
1507 Timan van Wilsem
1508 Koen Dirksz
1508 Johan Hermansz van Harderwijk
1509 Lambert Louwensz
1509 Koen Dirksz
1509 Johan Hermansz van Harderwijk
1509 Timan van Wilsem
1513 Johan Evertsz de jonge
1513 Timan van Wilsem
1513 Lambert Louwensz
1514 Johan Evertsz de jonge
1515 Koen Dirksz
1515 Lambert Louwensz
1518 Jacob Bolhoorn
1518 Hendrik van Steenre
1519 Hendrik van Steenre
1519 Jacob Bolhoorn
1520 Johan van Urck
1520 Hendrik van Steenre
1522 Jacob Bolhoorn
1524 Johan Hermansz van Harderwijk
1524 Johan van Urck
1525 Johan Hermansz
1525 Lambert Louwensz
1526 Lambert Louwensz
1526 Johan Hermansz
1526 Peter van Elven
1527 Jacob Bolhoorn
1527 Peter van Elvingen [Elven]
1528 Jacob Bolhoorn
1528 Lambert Louwensz
1529 Lambert Louwensz
1529 Jacob Bolhoorn
1533 Jacob Bolhoorn
1533 Anthonis/Thonis Glauwe
1533 Peter van Elvingen [Elven]
1534 Peter van Elven
1534 Anthonis Glauwe
1537 Warner van Vorden
1537 Jacob Bolhoorn
1541 Tijmen Evertsz van den Vene
1541 Johan Hermansz van Harderwijk
1542 Lambert Louwensz
1542 Tijmen Evertsz van den Vene
1543 Lambert Louwensz
1543 Tijmen van den Vene
1545 Geert Buiter
1545 Anthonis Glauwe
1545 Peter van Wieringen
1545 Tijmen Evertsz van den Vene
1546 Johan Tijmensz van den Vene
1546 Johan Evertsz van den Vene
1546 Peter van Wieringen
1547 Peter van Wieringen
1547 Johan Tijmensz van den Vene
1549 Johan van den Vene
1549 Peter van Wieringen
1553 Jacob Claasz
1553 Peter van Wieringen de jonge
1554 Jacob Claasz
1554 Peter van Wieringen
1555 Peter Jacobsz van Wieringen
1555 Jacob Claasz
1561 Gijsbert van Bronckhorst
1562 Frans Vos
1562 Gijsbert van Bronckhorst
1566 Jacob Claasz
1566 Claas Louwensz
1572 Tijmen Jacobsz Schelten
1572 Claas Louwensz
1574 Claas Louwensz
1574 Warner van Vorden
1575 Claas Louwensz
1575 Warner van Vorden
1576 Warner van Vorden
1576 Claas Louwensz
1577 Claas Louwensz
1577 Warner van Vorden
1578 Claas Louwensz
1578 Warner van Vorden
1582 Dirk Jansz de jonge
1582 Warner van Vorden
1594 Christoffer Hendriksz (verordente memoriemeester)
Zonder jaartal komen voor als memoriemeesters:
Rant Albertsz, Wichman Arents, Jacob Bolhoorn, Geert Borchartsz, Geerlof Claasz, Willem Claasz, Johan Dirckz, Johan Alberts, Johan Evertsz, Hendrik Geertsz, Herman Geertsz, Claas Gosens, Evert Hendriksz, Jacob van der Hove, Seine Igermansz, Evert Johansz, Gosen Johansz, Geert Louwensz, Lambert Louwensz, Ludeken Lubbertsz, Willem Morre, Hendrik Pael, Hendrik Pelgrimsz, Alfer Petersz, Lubbert Petersz, Lubbert Overdijck, Claas Sulman, Herman ten Toorne, Cleis van Urck, Evert van den Vene, Johan van den Vene, Tijman van den Vene, Jelis Hanegreve, Willem Volckmansz
Memorieboek van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie (inv. nr. 11).
Fol. 00
[Titelblad met opschrift in een moderne hand:]
Het boek van O. L. Vr. Memorie in de L. Vr. Kerk te Kampen, waarin de renten, tinsen en goederen der Memorie geschreven zijn.
Aangelegd in het jaar 1423 op S. Katherinendag.
Fol. 1 [deels onleesbaar door vochtschade]
Item dit is dat boeck onser liever vrouwen memorie in onser liever vrouwer kerke toe campen. Hier in en sal men niet scriven dat die renten ende tynse en die guederen der memorie ende anders niet. Ende wat daer … … … …. of ghegeven wort dat sal men … … …. op een papier of cedule. Ende dan sal ment scriven laten … … … mit … hant of deser ghelike ende niet ….
[met een andere hant:]
Item dyt boeck is angelecht int jaer ons heren dusent vierhondert XXIII op Sant Katherinen dach. [Met merkje of verwijsteken].
Fol. 1v
Item dat beste blau gulden ornement als die kasufele mit den tween dien [?] wercken [?] heeft die memorie bekostighet ende betaelt ende hoert der memorie toe int jaer onse heren dusent CCCC ende LV. Memoriemeysters Alfer Petersz ende Henric Pilgeryms.
Item dat cleyne orgel hoert der memorie toe.
Fol. 2
Item soe en sal men van dessen nabescreven guede ende renten der memorien niet vercopen, verbuten of versetten. Ende weert sake dat daer enige renthen weren die men lossen mochte die ofgelosset worden, die salmen mitten eersten weder beleggen an renthen by drie ofte viere van den oldesten broederen der memorien memorien ende anders nertgent an toe besigen ofte toe gebruken dan den dienst godes daer mede toe holden, toe vermeerren ende nyet toe vermynren.
[In een andere hand:] Ende die memoriemeister inder tyt sal ghene gelden van enigher losse boren ofte ontfangen, he en sal syn gheselle daer bi nemen.
Fol. 2v
Item des sonendaghes voer Sancte Agnieten dach, als men die langhe vigilie sinct voer brodere ende sustere der memorien ende des manendaghes als men die requiems missen sinct, soe is men den scoelmeister sculdich ene quaerte wijns, den koster een meghelen, vier scoelres elck van elker missen twe duutmers.
Item soe sullen die memorymeisters inder tyt alle iare des sonendaghes na Sancte Agnietendach, als men die maeltijt dient, kiesen enen nyen memorymeister. Ende die sal daer twe iaer an bliven. Ende desen memorymeister sal men kiesen bi den tween kerckmeisters ende bi drie of vier van den broederen der memorien die der memorien
truwe sint ende bedient hebn, ende bi den kerckmeisters in dien dat sie in der memorien sint.
Item men is ghienen priester, schoelmeister noch koster sculdig voer dat men die maeltijt dient. Ende na dat die maeltijt ghedient is bier noch broert noch spise toe huus toe senden.
Fol. 3
Item weert sake dat yemant storve die in der memorien niet en were ende dan begaen wolde wesen mit der memorien pellen, ruemte ende keersen, iceteru ende in dat doden boeck ghescreven wolde wesen, dat sal niet min kosten dan anderhalf heren pont.
Aldus soe salmen die maeltijt holden ende bedienen.
Item dat men anders niet geven noch koken en sal dan schinkele, metworste, vers sprenghet vleys, braden cappone, boter ende kese, homborgher bier ende dubbelde hoppe. Ende van elx soe vole als hier na bescreven staet ende anders niet.
Ende aldus soe ist overdraghen ende bedient inden iaer van twe ende tsestich.
[Het jaartal is later veranderd in XCIII]
Int eerste soe behovet men seventien tonne hamborghers biers. [Het aantal is later veranderd in XIII]
Item ses tonne dubbelder hoppen. Ende die sal men laten brouwen omtrent Sunte Andries dach inder advent. [Het aantal is later veranderd in IIII]
Item achtijn aernemsche gulden an brode. Die twedeel stakel wegghen en dat dordendiel rogghen. Ende sie wie dat dit broet backet die lecht die laken in die huse. Ende dit broet latmen backen drie of vier backers die broders in der memorien sint. Ofte na der tijt salmen backen.
Fol. 3v
Item men behovet vijff schinkele, bi elck een metworst.
Item anderhalf verndel van enen osse. Ende dit sal men al houwen an sprenghede stucke.
Item des middaghes vier ende twintich stucken oft daer omtrent ende des avendes dertich stucken oft daer omtrent.
Item tyn paer cappone. Item des middaghes neghen ende des avendes elven.
Item dertijn Texel kesen. Elke kesen sal men an vieren sniden.
[Het aantal is later veranderd in X]
Item vier helftendiel boteren ende sestyn pont ander boter oft daer omtrent in die huse toe setten.
Item achtijn tonne kolen in die huse toe besyghen ende an te legghen ende te bernen.
Fol. 4
Item dit sint die erflike renthen ende tyns der voerscreven memorien in Onser Liever Vrouwen kerke toe Campen.
Item binnen der vrijheit van Campen.
[Vanaf hier wordt de tekst in bewerkte vorm weergegeven]
Uit het huis van Godeken van Iunnen, dat nu toebehoort aan Tyman van den Vene, staande tegenover O.L.Vr. kerk, een jaarlijkse erfrente van tien heren ponden, ieder jaar te betalen op Pasen.
De memoriemeesters en de oudsten van de broeders hebben goedgevonden dat hij deze rente mag lossen met 22 penningen 1 penning. De akte is doorgehaald.
In de marge staat dat de rente is afgelost en dat het geld opnieuw is belegd, zoals te zien is op het volgende blad.
Uit het huis en erf van Bate Oversteghe, staande bij de Nieuwe Muren, en uit het huis dat er bij staat, dat nu toebehoort aan Herke de timmerman, een erftins van twee oude Franse schilden per jaar, te betalen jaarlijks op Sint Petersdag ad Cathedram. De akte is doorgehaald.
Deze tins is afgelost ten tijde van Gosen Iohansz met 17 penningen 1 penning. Het geld is opnieuw belegd voor het kopen van een jaarlijkse rente van acht ponden per jaar, ten laste van de stad Genemuiden, gekocht van Henric, de weduwe van Iacop Siel.
[De nieuwe akte wordt op een volgend blad beschreven.]
Uit het huis en erf van Lubbert van Ommen, staande in de Nieuwstraat op de hoek van de Naaldenerssteeg, dat nu toebehoort aan Wistgen, een erfrente van Frans schild, te betalen ieder jaar op Pasen. Deze belegging staat achter in het boek. De akte is doorgehaald.
In de Hagen
Uit Gheert Korvemakers huis en erf in de Hagen naast de hof van Gheert van Solen het derde deel van een jaarlijkse erfrente van twee heren ponden, te betalen op Pasen.
Deze rente betaalt nu ter tijd Lubbert Schaep.
Fol. 4v
Uit het huis van Iohan van Krimpen in de Nieuwstraat in de Hagen, naast het huis van Iohan Bruuns zoen, een erfrente van twee heren ponden per jaar, te betalen jaarlijks op Pasen.
Uit het huis van Lubbert Kusen op de Steendijk, tussen Evert in den Anker en Evert die Gortemaker, een erfrente van een heren pond per jaar, te betalen jaarlijks op Pasen.
Deze rente geeft nu ter tijd Mispelcamp.
Uit een hof op de Oord dat nu toebehoort aan de zusters van het Sint Michielshuis, die heeft toebehoord aan Peter Gherbrantszone, een erfrente van zeven en een halve oude Vlaamsen, te betalen jaarlijks met Pasen.
Uit het huis en erf op de Oord van Wolter van Bremen, dat nu toebehoort aan de zusters van het Sint Michielshuis, een erfrente van negen tinsgroten, te betalen ieder jaar met Pasen.
Uit het huis en erf van Gheert Tasschemaker te Brunnepe, tegenover de Sint Joriaanskerk een jaarlijkse erftins van een heren pond, te betalen op Pasen. De helft van deze rente behoort toe aan de kerk.
Uit het huis en erf te Brunnepe van Gherbert Heynenzoen, [Fol. 5] tussen het huis van Iohan Rolofs en het huis van Berent Hake, een jaarlijkse erfrente van een heren pond.
Te betalen op Pasen. Dit pond is de voortins en werd gegeven door Heyle Bode.
Uit het huis en erf van Ave Tandes op de Bronoper Dijck een jaarlijkse erfrente van 2½ Arnhemse guldens, te betalen op Pasen. Deze rente geeft nu ter tijd Gheert die Dragher.
[Doorgehaald]
Van de kerk van Zwolle heeft de memorie een pond per jaar op Pasen.
Uit de hof of gaard van heer Koenraet, die nu regulier is in Belheem te Zwolle, drie heren ponden per jaar op Sint Maartensdag, volgens de inhoud van de akte die er van is.
Deze hof is nu in bezit van Ymme Wolves. [Doorgehaald]
De memoriemeesters Evert Johansz en Willem Volkmans hebben drie heren ponden per jaar belegd, gaande uit het huis van Claes van Wilsem bij de Nieuwe Muren. Dit zal men nemen en beuren van de tien heren ponden die daar tevoren uit gaan, zoals te zien is in de akte die Hermen Henricsz en Tyman van den Vene daar van hebben.
Dit belegde geld is gekomen van de drie heren ponden die Johan Budel Aeltz placht te betalen uit zijn maat land. [Doorgehaald]
Item deze drie ponden per jaar uit Claes van Wilsems huis zijn afgelost aan Rant Albertz en Claes Gosensz toen zij memoriemeesters waren. Zij hebben het geld van de afgeloste rente belegd door van de kerkmeester Lubbert Overdyck een rente van drie ponden te kopen, gaande uit Tyman Herens huis in de Nieuwstraat in de Hagen.
De drie ponden uit het huis van Claes van Wilsem zijn opnieuw belegd in een rente gaande uit het land van de erfgenamen bij de Enck door de memoriemeester Gheerloff Claesz.
Fol. 5v
Uit het huis van Mette Katten, staande in de Nieuwstraat in de Hagen, een jaarlijkse rente van drie heren ponden op Pasen. Hier is een schepenakte van.
[In een latere hand:] Deze drie ponden zijn gegeven aan het land in Blankenham.
Van de tien pond van wijlen Tymen van den Veene zijn vijf ponden belegd op de goederen van Pilgrom Pannert. Daarvoor heeft hij aan de memoriemeesters een schepenakte tot onderpand gezet en hij heeft hen een door hemzelf bezegelde akte gegeven. Hij mag die rente als hij wil aflossen.
Van de andere vijf ponden van Tymen van den Vene heeft de memoriemeester Dode vijf ponden jaarlijkse rente van Albert Hoyer gekocht, die deze had uit het huis dat in de akte van Onze-Lieve-Vrouwe genoemd wordt.
Fol. 6
De memoriemeesters Alfer Petersz en Claes Gosensz hebben voor de memorie van Katharine Knighen een jaarlijkse rente van tien herenponden gekocht waar haar mombers mee hebben ingestemd. Deze rente gaat uit haar huis in de Broederstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Tyman van Benthem en het huis van Peter Johansz van Steenwijck, strekkende achter tot aan het erf van Tyman van Benting voornoemd. De rente moet jaarlijks worden betaald op Sint-Katharinendag. Katharina of haar erfgenamen mogen deze rente aflossen op de verschijndag met 20 penningen 1 penning. Er is een schepenakte van gemaakt.
Datum 20 december 1484.
[In een andere hand:] Voornoemde rente is gekomen van de kinderen van Johan Snoeck van het land dat de memorie placht toe te horen, dat aan hen was verkocht voor 200 rijnse guldens van 20 witstuivers per stuk.
[In een andere hand:] Deze 10 heren ponden per jaar uit Katherine Knighen huis in de Broederstraat zijn afgelost in het jaar 1488 aan de memoriemeesters Luken Lubertsz en Evert van den Vene. Die hebben voor het geld een rente gekocht van 6½ gouden guldens, gaande uit een huis en erf in Steenwijk dat nu ter tijd toebehoord aan Johan Coepsoen. Er is een goede gerechtsakte van, welke ligt in de kist van de memorie. Dit is gebeurd in hetzelfde jaar dat de 10 heren ponden werden afgelost, te weten in 1488. Op de verschijndag Sint-Urbanusdag is aan Wyllem Morre afgelost. [Doorgehaald]
Fol. 6v
In het jaar 1488 kochten de memoriemeesters Luken Lubberts en Evert van den Vene een jaarlijkse rente van vijf heren ponden van Evert[je] van der Vecht, de weduwe van Maes, en haar kinderen Herman Croese en Peter Croese, gaande uit een jaarlijkse rente van vijf mudden rogge die zij hebben in het land van Vollenhove uit het land geheten Der Hoier. Te leveren ieder jaar op Pasen kostenvrij binnen Kampen. De eigendomsakten liggen in de kist van de memorie.
Fol. 7
Dit zijn de huizen die aan de memorie toebehoren:
Het huis naast de school waar heer Henric Schele in placht te wonen.
Het huis daarnaast.
Claes van Dolres huis, strekkende aan de Nieuwstraat.
Uit het huis van Claes van Dolre gaat een jaarlijkse rente van twee heren ponden en een oord.
Die ontvangt Henric Pael ieder jaar op Pasen van de memorie.
Deze rente van twee heren ponden en een oord zijn aan Henric Pael afgelost door de memoriemeesters Henric Pael en Geert Borchertsz met het geld van de drie heren ponden per jaar die Tyman van den Vene heeft afgelost.[Deels doorgehaald].
In het jaar LVIII (1458) hebben de kerkmeesters Gheert Borchertsz en Willem Volckmansz en de memoriemeesters Rant Albertsz en Evert Henricsz uit het huis van Willem Ghisebertsz en zijn vrouw Cleys een rente van zes heren ponden per jaar gekocht. Het huis, waarin de koster woont, ligt achter Willems huis.
Naderhand hebben de kerkmeesters in der tijd en de memoriemeesters Lubbert Petersz en Jacob van den Hove deze rente weer afgelost. Het vrije huis behoort nu aan de kerk en aan de memorie.
Fol.7v
Dit zijn de renten uit landerijen van de Onze-Lieve-Vrouwememorie.
Op Kamperveen uit het land van Claes Albertzoen een erfrente van dertien oude vlaamsen per jaar, te betalen op Sint-Marten in de winter. Deze rente wordt nu betaald door Henrick van Hameren, de erfgenamen van Claes van Wilsem en de erfgenamen van Claes Bruunszoen.
In de Venemaden heeft de memorie een maat genaamd de Oestermaet, die strekt in het noorden aan Oenden en in het zuiden aan het land van Hughe van Loenresloet, tussen het land van Iohan van Harstenhorst aan de oostzijde en het land van Ryquyn Krane aan de westzijde. Er is een richtersakte van.
In Dronten.
Uit zes en een halve akker land en uit anderhalve akker land dat Iohan van Roerloe van de memorie getinsd heeft gaat een jaarlijks tinsgeld van 21½ heren ponden, te betalen ieder jaar op Sint-Marten in de winter. Iohan mag hier 5½ heren pond van aflossen. De andere 16 heren ponden zijn erfelijk en moeten eeuwig blijven, zoals in de schepenakte die er van gemaakt is wordt vermeldt.
[In een andere hand:] Johan van Ruerlo heeft de 5½ heren pond afgelost. Het geld is opnieuw belegd, zoals achter in dit boek vermeld wordt.
Fol. 8
In Oosterholt.
De memorie heeft daar een maat gelegen beneden de Sonnenberch, waar aan de oostzijde naast ligt het land van Femme Rides en aan de westzijde de gemene weg. Er is richtersakte van.
[in een hand:] De karthusers hebben deze maat gepacht van de memoriemeesters Luken Lubberts en Cleys van Urck voor vier heren ponden per jaar, volgens de inhoud van een akte die met hun conventszegel in bezegeld. Die akte ligt in de kist van de memorie.
Anno MCCCCXCII (1492). [Alles is doorgehaald]
[Verwijsteken †] Met deze 56 rijnse guldens en anderhalf oord is een jaarlijkse rente van 5½ heren pond gekocht bij de 30 heren pond per jaar, gaande uit het land van Jacob van Ittersum in Mastenbroek, zoals hierna beschreven staat.
Op Ense
Op Ens heeft de memorie twee stukken land, min een vierde deel van een stuk, dat genoemd wordt Wysemans land. Dit land wordt aan de zuidzijde begrensd door land van de erfgenamen van Iacob Coepszoen en aan de noordzijde door land van Peter Fekerdeyszon. Er is een richtersakte van.
[In een andere hand:] Dit land had Gheert Johansz van de memorie getinsd. Hij heeft de tins afgelost aan de memoriemeesters Gheert Borchertsz en Willam Volckmansz met 56 rijnse guldens en 2 oord. Dit geld hebben zij opnieuw belegd. [Doorgehaald]
De memorie heeft op Ens zes stukken land die Iohan Snoeck in gebruik heeft. Het zijn de volgende stukken.
In Iohan Vaer Gheise smale venne 2½ stukken.
Een stuk dat genoemd wordt Iohan Vaer Gheise groot stuk. Dit stuk behoort voor de helft aan de memorie en voor de helft aan Johan Snoeck.
In Mouwers land anderhalf stuk.
Nog een stuk bij Mouwers land dat voor de helft aan Iohan Snoeck toebehoort. Dat stuk land ligt afgezonderd.
Een stuk land in Hughen maat.
Buitendijks anderhalf vierde deel van een stuk land.
Fol. 9
Op Emeloerden (Emmeloord)
De memorie heeft op Emeloerden tien vrije stukken land genaamd Hanne Vinkensate, waaraan ten noorden Smedeslant ligt en ten zuiden Iohan Lubbert zones land, welk land getinsd is door Femme de weduwe van Hermen Visken Dubbeltszoen voor 10 gouden rijnse guldens of 20 heren ponden per jaar, ieder jaar te betalen in Kampen met de helft op Sint-Egidiusdag en de andere helft op Sint-Michielsdag, vrij van onkosten. Er is een rechterlijke akte van. [Doorgehaald]
Van deze tins mag Femme voornoemd 5 rijnse guldens aflossen met 25 gulden per gulden van de tins. De ander 5 rijnse guldens zijn erfrenten en mogen niet afgelost worden. [Doorgehaald]
Van deze tins zijn 5 rijnse guldens afgelost op Sint-Bartholomeusavond anno LXXXIIII 1484) met 5 rijnse guldens voor een gulden van de rente aan de memoriemeesters Claes Gosensz en Alfer Petersz. [Doorgehaald]
De memorie en Jacob van der Hove hebben gezamenlijk op Emeloerden drie stukken land min een vierde deel van een stuk in Willem Gherijtzoens sate. [Doorgehaald]
Fol. 9v
Dit zijn de erfelijke goederen en renten van de memorie in het gericht van Blanckenham.
Een huis en erf dat afkomstig is van heer Mathijs Godekenszone, dat in het noorden ligt aan het land van Claes Bitterenzone en in het zuiden aan Wolter Ploech en Hermen Remboltszone. Er is een richtersakte van.
In het jaar LXXV (1475) heeft de memoriemeester Claes Sulman er een nieuw huis op laten zetten. Dat kostte 150 heren ponden.
Van dat geld kwam van de memoriemeesters Lubbert Petersz en Gheert Borchartsz 61 heren ponden, waarvoor zij de getijden laten zingen. Het staat in dit boek beschreven.
Hij heeft ook 49 heren ponden ontvangen van het geld waarmee men de getijden laat zingen op dagen zoals in dit boek zijn beschreven.
De memorie in Onze-Lieve-Vrouwenkerk in Kampen heeft een half Hamburger vat boter per jaar, gaande uit vier schutenstal land gelegen opten Broeck, waaraan te noorden ligt het land van Arent die Wever en ten zuiden het land van Tese Gabbens.
Deze boter moet ieder jaar worden geleverd op Sint-Jacobsdag.
Het halve vat boeter moet worden voldaan door de zusters van het Sint-Michielshuis.
Tot Paessel (Paaslo)
De memorie heeft tot Paesselt een halve Hamburger vat boter per jaar, ieder jaar te leveren te Steenwijk op de waag op Sint-Michielsdag, gaande uit de helft van Hovinck, over hoghe en over leghe. Hieraan ligt aan de oostzijde naast Hermen Mathieszone en aan de westzijde Iohan Tydekenszone. Deze boter heeft Claes Hoppenbier aan de memorie geschonken.
De boter levert Huge Meyers ieder jaar te Steenwijk in de waag.
De helft van deze boter wordt geschonken om de aalmissen voor de armen mee te verbeteren.
Deze boterrente is afgelost. Het geld in nog niet opnieuw belegd.
De memorie heeft een vierde deel boter per jaar te IJsselham, gaande uit de helft van zestien akkers land, waarvan de andere helft toebehoort aan Johan Meyners, zo te zien is in de richtersakte die de memorie daar van heeft, welke was bezegeld door de schout in die tijd Jacob Muerlinx. Deze boter, die moet worden geleverd door Johan Meyners, moet worden voldaan op Aller Heiligen dag.
Fol. 10v
De memorie heeft op Emeloerden twaalf stukken land en drie stukken land met de helft van een huis en schuur die Otte van den Brake daar op gebouwd heeft, in een sate genaamd Die Munte. Daarvoor geeft Otto een tins van 17¼ rijnse gulden per jaar, ieder jaar te betalen op Sint-Michielsdag. Er is een richtersakte van.
Otto heeft aan de memoriemeesters Lubbert Peterszoen en Jacob van der Hove een som van 100 rijnse guldens betaald, waarmee hij 5 rijnse guldens des jaars heeft afgelost.
Otto moet dus nog 12¼ rijnse guldens per jaar betalen.
Met de afgeloste 100 rijnse guldens kochten Lubbert en Jacob een vat goede rode boter per jaar van Zweder heer van Voerst. Dit wordt hierna vermeld.
[In een andere hand] De helft van de 12¼ rijnse guldens, te weten 6 rijnse guldens en een halve oord, is afgelost en gegeven door de memoriemeesters Willem Claesz en Gheert Lowensz aan Ludeken Lubbertsz en Evert van den Vene.
[In Kampen ]
Aangekocht 10 heren ponden, gaande uit huizen en erven van Roloff van den Werve, staande tussen de erven van Lubbert Petersoen en Evert van den Vene, te betalen ieder jaar op Petri ad Cathedram. Daarvan ligt een schepenakte in de kist van de memorie.
Fol. 11
De memorie heeft uit het huis van Claes Swarte en Hadewich Keysers, staande in de Geerts strate van der Ae, tussen het huis van Seyger Seygerszoen en het huis van Iacob Wever een jaarlijkse rente van twee heren ponden op Pasen. Er is een schepenakte van die is gekocht van Alfer Dover.
Van de koopsom kwam 1½ pond per jaar van de 1½ pond die Claes Dercksz van Emeloert afloste bij Geert Borchartsz en de halve pond kwam uit het overschot van het memoriegeld.
[In een andere hand:] Deze rente is afgelost ten tijde van de memoriemeester Claes Gosensoen. [De akte is geheel doorgehaald].
Fol. 12
De memoriemeesters Lubbert Peterszone en Iacob van der Hove hebben van Zweder, heer van Voerst en van Keppel, een jaarlijkse rente gekocht van een Hamburger ton boter. Het is een van de 14 tonnen boter die hem jaarlijks geleverd worden op Sint-Remigiusdag op de berg te Voerst. Deze ton boter zal heer Zweder kommervrij leveren in de waag in Zwolle.
Oetbert Hof heeft van dezer 14 tonnen ook drie tonnen per jaar gekocht. Van de drie tonnen van Oetbert en de ton van de memorie is een gemeenschappelijke akte gemaakt.
Peter Lubbertszoen heeft die akte in bewaring.
De ton boter per jaar voor de memorie mag door heer Zweder worden afgelost met 100 rijnse guldens, maar hij moet dat een jaar van tevoren melden, zoals te zien is in de aflossingsakte die hij daarvan heeft.
Deze ton boter zal worden verkocht en het geld zal worden gebruikt voor de aalmoezen die de memorie uitdeelt.
De “voorste” memoriemeester zal voor de boter van jonge Iacob Witte een jaarlijkse rente van 10 heren ponden ontvangen, waarvoor zijn huis tot onderpand staat. Deze 10 heren ponden moet Iacob betalen op Dortiendendag (6 januari).[De akte is doorgehaald].
De voornoemde 10 heren ponden heeft Iacob Witte afgelost.
Met het geld van de aflossing hebben Lubbert Peterssoen en Rant Albertsoen gekocht een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, die een deel uitmaken van de 25 heren ponden waarvoor tot onderpand staat een stuk land van 15 morgen, 9 hont en 9 roeden, gelegen in Voersterslag, toebehorende aan Johan van Ittersum.
Dit betaalt Johan van Diepholt elk jaar op Sint-Martensdag.
De aalmissen hebben hiervan 15 heren ponden per jaar en de “voorste” memoriemeester 10 heren ponden per jaar.
[In de marge staat:] Smedes camp geheten.
Fol. 12v
Op Emeloerden (Emmeloord)
De memorie heeft uit het land van Otte van der Braken op Emeloerden een jaarlijkse rente van een achtste deel van een Hamburger ton boter, te leveren op Sint-Michielsdag.
Dit achtste deel boter behoort zo lang zij leeft voor de helft toe aan een vrouw in Genemuiden genoemd Ghese Rolofs. Na haar dood is deze rente van de memorie alleen.
[Onder staat:] Dit wijf is doet.
Op Campervene
Uit dertien akkers en het vierde deel van een akker gelegen op Campervene, verder uit de helft van tien akkers op de Vosberch en uit twee akkers in Stine Foppen land met het huis en hof die daar op staan, geeft mr. Iohan Volkersz aan de memorie een jaarlijkse rente van vijftien Franse schilden, te rekenen met drie heren ponden per schild, ieder jaar te voldoen op Sint-Peter ad Cathedram (22 februari).
Er is een richtersbrief van die is bezegeld door Herman die Sure
In het jaar 1458 op dinsdag na Reminiscere (28 februari) heeft mr. Iohan Volkerszoen in het stadsboek van oplatingen laten vastleggen dat wanneer hij op de vastgestelde datum deze vijftien schilden niet voldoet, dat dan de memoriemeesters mogen panden aan al zijn goederen binnen de vrijheid van Kampen.
Mr. Iohan Volkersz mag deze rente in twee termijnen aflossen maar hij moet dat van tevoren melden. Dat staat ook in zijn aflossingsakte.
Fol. 13
Van de voornoemde vijftien Franse schilden heeft mr. Johan 22½ heren ponden per jaar afgelost, daarvoor ontvingen de memoriemeesters Gosen Johansz en Gheert Borchertsz 450 heren ponden
Mr. Johan blijft dus nog schuldig 22½ heren ponden per jaar, te betalen op Sint-Peter ad Cathedram. [Verwijsteken †]
Met deze 450 heren ponden hebben Gosen en Gheert voornoemd een jaarlijkse rente van 15½ heren pond gekocht, gaande uit het land van Jacob van Ittersum in Mastenbroek, boven op de rente van 30 heren ponden die de memorie daaruit al had, zoals hierna beschreven staat.
Verder hebben Gosen en Gheert nog gekocht een jaarlijkse rente van vier heren ponden, te ontvangen op Pasen, gaande uit het huis en erf van Tade Jacobsz, staande inde Oudestraat in de Hagen, tussen Seyne Rant en Arent Starke. Er is een schepenakte van.
Deze rente mag Tade lossen met 15 penningen 1 penning. Hij heeft daar een aflossingsakte van, bezegeld door Gossen en Gheert voornoemd.
Deze vier heren ponden zijn afgelost en het geld is weer belegd op Tyman van den Vene, met 20 penningen 1 penning, zoals hierna beschreven staat.
Verder hebben Gosen en Gheert een jaarlijkse rente van twee heren ponden op Pasen gekocht van Johan Engbertsz en zijn metgezellen, die door de stad Kampen betaald worden. Het is afkomstig van het huis in de Hagen dat Reyner de Backer placht toe te horen. Deze twee heren ponden mag de stad aflossen met 16 penningen 1 penning. Dit is ten behoeve van de memorie aangetekend in het stadsregister. [Alles doorgehaald]
De 22½ heren ponden van mr. Johan Volkersz, komende van onroerend goed te Kamperveen zijn afgelost en weer belegd op het erf in Kampen op de Burgel, strekkende tot de Nieuwstraat, waarin wijlen meester Johan voornoemd placht te wonen. Dit staat hierna beschreven. [Doorgehaald. Verwijsteken †]
Fol. 13v
Tyman van den Vene verkocht onder zijn eigen zegel aan de memorie een jaarlijkse rente van drie heren ponden, met al zijn bezittingen tot onderpand.
Deze belegging werd gedaan door de memoriemeesters Wyllem Volckmansz en Henric Geertsz. Het geld kwam van de aflossing van een rente van vier heren ponden per jaar in de Hagen, die werden afgelost door Tade Iacobsz met 15 penningen 1 penning.
[Doorgehaald]
Deze drie heren ponden per jaar heeft Tyman afgelost aan de memoriemeesters Geert Borchertsz en Rant Albertsz.
Met het geld van de aflossing hebben Geert Borchertsz en zijn gezel een jaarlijkse rente van twee en een kwart heren pond afgelost, die gingen uit het huis van de memorie op de hoek van de Nieuwstraat, dat Claes van Dolre placht toe te horen. [Doorgehaald].
[Onder staat:] Pael
De 22½ heren ponden per jaar die gingen uit het erf van mr. Johan Volkersz op de Burgwal, strekkende tot de Nieuwstraat, waarin nu Gheerloff Claesz woont, zijn door Gheerloff afgelost, met een richtersakte van negen gouden rijnse guldens min een oord, gaande uit goederen te Kuinre.
Met het geld dat overgeschoten is en met het overgeschoten geld van Tyman van den Vene heeft de memoriemeester Dode een jaarlijkse rente van vijf ponden uit onroerend goed te Grafhorst gekocht. Daar heeft Tyman van den Vene voor gezegeld. Er kwam
aan de koopsom iets tekort, maar dat nam de memoriemeester af van geld van de memorie.
De man uit Grafhorst heet [niet ingevuld].
Fol. 14
Dit is de tins binnen de vrijheid van Kampen die mag worden afgelost.
Uit het huis en erf van Tymen en Gosen Ruussche nabij de Sint-Nicolaaskerk, tussen de huizen van meester Henric van Uterwijck en Alijt Mudinghe gaat een jaarlijkse tins van twee oude Franse schilden, te betalen ieder jaar op Pasen. Deze tins mag gelost worden zoals te zien is in de schepenakte die er van is.
Uit het huis van Scheel Tymens nabij de Hagenpoort, tussen de huizen van Griete Brunynx en Jacob Blijfhier, gaat een jaarlijkse tins van 3½ heren pond. Ook nog een jaarlijkse tins van 4 heren ponden. Van de 4 heren ponden is 2 pond per jaar afgelost.
Nu moet ieder jaar op Pasen 5½ heren pond betaald worden. Er is een schepenakte van.
[Doorgehaald]
Deze 5½ heren pond heeft Peter Ludekensz afgelost aan de memoriemeesters Geerlof Claesz en Geert Borchartsz. Dit geld zal weer belegd worden.
Het geld is belegd bij de 17 ponden per jaar uit het land van Ghijse van Scharpenzeel te Vollenhove, volgens de inhoud van de akte die er van is. [Doorgehaald]
Fol. 14v
Arent Stillemaker heeft van ons getinsd een huis achter Onzer-Vrouwentoren op de hoek van de steeg voor vijf heren ponden per jaar, te betalen op Pasen.
Van deze vijf ponden zijn twee ponden afgelost, dus er blijven nog drie ponden over.
Die drie ponden mag hij aflossen, zoals in de schepenakte beschreven staat.
Uit het huis van Tymen Stamme in der Nieuwstraat, tussen Wobbeken van Ense en Iacob Hoyer gaat zeven heren ponden per jaar op Pasen. Dit mag worden gelost. Er is een schepenakte van.
Het huis is aan de memorie voor de tins blijven liggen. De memoriemeesters Rant NN en Claes Gosensz hebben het verkocht aan Iohan Coepsz voor 61 rijnse guldens. Dit geld is belegd bij de zeven heren ponden per jaar uit Claes Gosensz huis, zoals hierna beschreven staat.
Uit de maat van Rotgher Schere, gelegen achter zijn hof, die in het Broederbroek strekt, een jaarlijkse rente van drie heren ponden, te betalen ieder jaar op de dag Sint Iohannes Decollatio
(29 augustus). Er is een akte van.
Dit is afgelost ten tijde van mr. Ludeken Lubberts en is weer belegd voor twee gouden rijnse guldens in Kuinre, zoals hierna wordt vermeld.
Uit een huis in Kuinre en anderhalve akker land, dat nu toebehoort aan Herman Heymensz, een jaarlijkse rente van twee gouden rijns guldens. De akte ligt in de kist van de memorie. Deze rente is gekocht met het geld van de drie heren ponden per jaar die gingen uit de maat van Rotgher Schere. Het andere pond werd genomen van het geld van de aflossing van onroerend goed op Emmeloord, dat hiervoor vermeld wordt.
Fol. 15
Uit het huis van Iacob Mandemaker op de Burgwal, dat placht toe te horen aan Pier Lubbens en zijn vrouw Katherine, gaat een jaarlijkse rente van drie heren ponden op Pasen. Deze rente behoort voor de helft aan de kerk. De kerk heeft de akte in bewaring.
[In een andere hand:] Deze rente van drie heren ponden behoort nu geheel aan de memorie. Rant heeft de helft overgenomen van de kerkmeester Lubbert Overdijc.
Deze rente is afgelost ten tijde van de memoriemeester Sulmans.
Uit het huis van Wisken Alfertzoen op de Vloeddijk bij de hof van Gherbert Evertzoen gaat een jaarlijkse rente van drie heren ponden op Pasen. Er is een schepenakte van.
Fol. De memorie heeft een jaarlijkse erfrente van een Frans schild uit het huis en erf van Henric de broeder van Wise Willem, tegenover het erf van Iacob Katte, in de Nieuwstraat in de Hagen. Dit huis in blijven liggen voor de tins.
Dit huis is verkocht aan Peter Vlamynck. De memoriemeesters Gosen Johanssoen en Gheert Borchertsz hebben hiervan ontvangen elf rijnse guldens, die zij belegd hebben bij de dertig heren ponden per jaar die de memorie heeft uit het land van Jacob van Ittersum.
Fol. 15v
De memorie heeft een jaarlijkse rente van vijf heren ponden op Pasen uit Gheert Ruuschen huis, dat nu toebehoort aan Gheert Johanssoen de brouwer. Het huis staat tegenover Onze-Lieve-Vrouwenkerk, naast Tyman van den Vene. De rente mag men aflossen zoals te zien is in de schepenakte die er van gemaakt is, die in de kist van de memorie ligt.
Deze rente kreeg de memorie volgens de inhoud van het testament van Mense van der Lippe.
Fol. 16
In Mastenbroek
De memorie heeft een jaarlijkse rente van 30 heren ponden op Sint-Agnietendag uit 6½ morgen en 80 roeden land geheten de Koeterware, in Voersterland in Mastenbroek, dat toebehoort aan Jacob van Ittersym. Deze rente moet jaarlijks in Kampen worden betaald.
Het land wordt aan de ene zijde begrensd door het land van Johan Speelman en Johan Bollen en aan de andere zijde door de Mastenbroekersteeg. Er is een richtersakte van.
Jacob mag deze rente van 30 heren ponden aflossen met 20 penningen 1 penning, maar hij moet dat een jaar van voren aangeven.
[In een andere hand:] Aan de memoriemeesters Willem Morre en meester Luken Lubberts is 20 ponden per jaar afgelost.
Deze rente van 30 heren ponden per jaar is gekomen van de volgende percelen.
** 5½ heren pond per jaar van 2 stukken land min een vierde deel op Ens dat Gheryt Johans aan de memorie afloste
** 7 heren ponden per jaar van de 12 heren ponden per jaar die Mense van der Lippe de memorie per testament gaf.
** 15½ heren pond per jaar van de 22½ heren pond die meester Johan Volkersz afloste.
** 1 heren pond per jaar van het huis dat Peter Vlamync van de memorie kocht.
** 1 heren pond per jaar van heer Albert, afkomstig van een vrouw, waarvoor men haar jaargetijde zou houden.
Summa 30 heren ponden.
Fol. 16v
De memorie heeft een jaarlijkse rente van zeven heren ponden, gaande uit het huis van Claes Goesenszoen, die werd afgelost aan meester Jelus Hanegreve met het geld van de memorie dat van Tyman Stammes huis kwam. Er is een schepenakte van, sprekende van een erftins van zes heren ponden, die nu tot losrente zijn gemaakt voor zeven ponden per jaar. Te lossen met 20 penningen 1 penning. Claes heeft nu een aflossingsakte voor Sint Peter ad Cathedram.
De zes ponden per jaar zijn afkomstig van het huis van Tyman Stamme. Het ene pond is afkomstig van Foyse Evert Heynevars vrouw, waarvoor men haar jaargetijde moet houden.
In het jaar ons heren MCCCCLXVI (1466) heeft heer Harmen Schele van Nyne, die vicarius was op het altaar van Onze Lieve Vrouwen Memorie in Onzer Vrouwenkerk een getuigenis der waarheid gegeven in aanwezigheid van goede mannen.
Hij verklaarde dat aan wijlen Fije Brune en haar zoon Bartolt van Wilsem was beloofd dat als de memorie de hof tussen het memoriehuisen het huis van Bette Sasse, staande aan de steeg bij het Onze-Vrouwen-Kerkhof, zou kopen, dat dan Fije en Bartolt daar een uitgang over zouden hebben. De hof behoorde in voortijden toe aan Claes van Dolre.
Goede mannen zouden daarin moeten bemiddelen.
Nu hebben de memoriemeesters Lubbert Petersz en Rant Albertsz met Bartolt voornoemd tot bemiddelaars gekozen Beernt Morre, Henric Kuenreturf en Tyman van den Vene. Die deden er een uitspraak over. Zij bepaalden dat Bartolt en zijn erfgenamen erfelijk het einde van de hof voornoemd, voor zover het nu met een muur is begrend, van de hof van de memorie tot aan Betken Sasses erf voor de helft zal toebehoren. De memorie behoud de andere helft. De muur die Bartolt daar heeft laten maken wordt hiervan uitgezonderd.
Bartolt zal daarvoor geven 17 rijnse guldens van 2 heren ponden per stuk.
Bartolt heeft deze som aan de memoriemeesters voldaan.
Hij zal niets op deze muur laten bouwen.
Fol. 17 is niet beschreven.
Fol. 17v
De memorie heeft een jaarlijkse rente van acht ponden, gaande uit het land van de stad Genemuiden, welke rent is gekocht van Henric Siel.
Van de koopsom kwam zes ponden van een jaarlijkse rente uit het huis van Herke Timmerman die afgelost waren en twee ponden van het geld van de memorie.
[Akte doorgehaald]
De acht ponden voornoemd zijn afgelost. De geld daarvan is belegd op het erf van Herbert Spitelof in Dalfsen.
De memoriemeester Claes Sulman kocht een jaarlijkse rente van drie heren ponden op Pasen, gaande uit het huis van Rotghert Cluetelar op de Burgwal, strekkende van de
Burgel tot aan de Hofstraat, tussen Herman van Uuterwijck en Iacob Mandemaker. De schepenakte ligt in de kist van de memorie.
Twee heren ponden waren gekomen aan de memorie om er de jaargetijden van de vader en moeder van Claes Gheerloffs voor te houden en het ene heren pond kwam van het geld van de memorie.
In het jaar LXXXI (1481) hebben de memoriemeesters Tyman van den Vene en Claes Zulman een stuk land dat Johan Straetken had in Blankenham nabij het Onse-Lieve-Vrouwenland, binnen en buitendijks, geruild voor jaarlijkse renten. Te weten een van drie heren ponden uit een huis in de Nieuwstraat op de hoek van de Naeldenerssteeg, dat nu ter tijd toebehoort aan Henric op het Tolhuis. Verder nog drie heren ponden gaande uit Willem Catkens huis in de Waterstraat in de Hagen en nog 10 heren ponden per jaar uit het land van Johan van Ruederlo in Dronthen, waar de memorie nog 16 heren ponden van heeft.
Deze 10 ponden zullen de memoriemeesters aan Straetken of zijn erfgenamen betalen ieder jaar zolang hij en zijn vrouw leven en nog zes jaar na beider dood. Daarna mogen de memoriemeester deze rente aflossen met 20 penningen 1 penning.
De richtersakte van het land en de rente in Blankenham ligt in de kist van de memorie.
Fol. 18
In het jaar ons heren LXXX (1480) waren Claes Zulman en Gheerloff Claesz memoriemeesters.
Aan Gheerloff werd toen een jaarlijkse rente van drie heren ponden afgelost, gaande uit het huis van Ghrete Mandemakers op de Burgwal. Het huis behoort nu ter tijd aan Gheert Tripmaker
Er werd een rente van drie heren ponden afgelost die gingen uit het Coerds Gaerden te Zwolle en een rente van 5½ heren pond uit Johan van Roderloe`s land in Dronthen.
Daaruit heeft de memorie nog een erfrente van 16 heren ponden.
Een rente van acht gouden rijnse guldens uit onroerend goed in Kuinre werd afgelost.
Summa dat mij is afgelost bedraagt acht gouden rijnse guldens en 11½ heren ponden.
Dit geld is weer belegd aan een rente van drie gouden rijnse guldens per jaar bij de kerkmeester Johan Dircksz, die de kerkmeester had van Ruschert in Kuinre en aan een vierde vat boter uit het land van Straetken in de Blankenham, dat wij van hem kochten. Het koste 40 gouden rijnse guldens en werd gewaardeerd op vier heren pond per jaar.
De akten liggen in de kist van de memorie.
Gekocht een jaarlijkse rente van 10 ponden, gaande uit het land van Cleys van Urck in Dronthen, ieder jaar te beuren in de vier heilige dagen van Midwinter. Er is een bezegelde akte van die in de kist van de memorie ligt. Deze rente is afgelost aan Willem Morre in 1489.
[Doorgehaald].
Gekocht een jaarlijkse rente van acht heren ponden, gaande uit het huis van Peter Johansz Ryckborch op de hoek van de Broederstraat en de Nieuwstraat, dat aan Johan Symensz placht toe te horen. De akte ligt in de kist van de memorie.
Fol. 18v
In het jaar LXXX (1480) was Claes Sulman aan de Nye Tryende (Nije Trine), waar hem te kennen werd gegeven dat Ghoessen Jawens en zijn vrouw na hun beider dood aan de memorie in Onze-Lieve-Vrouwenkerk in Kampen een “scutenstal” land wilden nalaten, gelegen op de Coterdijck in Nye Tryende.
In het jaar LXXXVI (1486) waren Herman ten Toirne en Johan Dericxz memoriemeesters.
Aan Herman werd door meester Jacob van Oenden een jaarlijkse rente van negen heren ponden afgelost.
Verder werd aan hem afgelost een jaarlijkse rente van drie heren ponden, gaande uit het huis van Johan Jansz op de Vloeddijk.
Herman ontving ook drie ponden als een aalmissen.
Van de ontvangen gelden heeft hij elf heren ponden per jaar belegd bij Cleys van Wilsem, gaande uit het goed van Lubbert Hanegreve en de overige vier ponden zijn gebruikt voor twee vaten boter per jaar die Herman voornoemd en Claes Gosensz kochten van de prior van Schoterburen.
Fol. 19
In het jaar MCCCCLXXXVI (1486) waren Johan Dircksz en Herman ten Toirne memoriemeesters.
Aan Johan Dircksz werd door Cleys van Urck een rente van zeven heren ponden per jaar afgelost, die gingen uit zijn huis en erf in de Calveneckenstege.
Verder werd aan hem afgelost een rente van drie ponden per jaar uit Geert Tripmakers huis.
Ook werd aan hem nog afgelost door Dode Alartsz een jaarlijkse rente van zeven heren ponden, dat van Hadewich Keysers kwam.
Johan Dircksz verkocht een achterhuisje in de Nieuwstraat in de Hagen, achter Ghese van Essens huis. Dit huisje kocht Johan Houwinck voor 5¼ rijnse gulden.
Johan Dircksz heeft van de afgeloste renten met consent van de provisoren een jaarlijkse rente van 10 gouden rijnse guldens gekocht, gaande uit het huis van Jacob van Amerongen te Utrecht
Provisoren waren meester Gosen van Hattem en Nenninck van Dueren.
Van Claes Gosensz ontving hij drie heren ponden per jaar, die mede voor de koop van de 10 rijnse guldens gebruikt werden.
[In een andere hand] De 10 gouden guldens uit het huis van Jacob van Amerongen zijn aan Jacop Bolhoerne en Henrijck van Steenderen afgelost in 1518.
Fol. 19v
Suane Hoppenbiers heeft aan de memorie een rente van een gouden rijnse gulden per jaar gegeven om daar de dienst van God mee te vermeerderen. Deze rente gaat uit een sate land te Veenhuisen waarop nu ter tijd Albert Claesz woont, begrensd aan de zuidzijde door Claes Hoppenbier en aan de noordzijde door Stine Johan Heynens, strekkende met het oosteinde aan de Duersyel en met het westeinde aan de Zeedijk. Deze rente zal jaarlijks worden betaald op Aller Heiligendag. Er is een akte van die is
bezegeld door Wibrant Goykensz, schout van Kuinre. De akte ligt in de kist van de memorie.
Ook gaf Suane Hoppenbiers aan Onze-Vrouwenmemorie een jaarlijkse erfrente van twee gouden rijnse guldens, gaande uit anderhalve akker land gelegen te Kuinre en uit het huis daarop daar nu ter tijd Ghebbe Wybrant Goykensz weduwe in woont. Daar is aan de zuidzijde naast geland Dirck van Oy en aan de noordzijde Grete Vrese, strekkende met de oostzijde aan Kuinre en met de westzijde aan de Doersiel. Te betalen ieder jaar op Aller Heiligendag.
De akte is bezegeld door Goyken Wybrants indertijd schout van Kuinre.
Beide akten heeft Lubbert Petersz, als executeur van het testament van Suane, aan de memorie overgeleverd.
Willem Volcmansz en zijn vrouw hebben aan de memorie een jaarlijkse rente van vier heren ponden gegeven om hun jaargetijden mee te houden. Deze rente gaat uit het huis van Peter van Duren in de Nieuwstraat, tussen Johan Berentsz en Ghert Visken.
Voorwaarden zijn dat twee heren ponden moeten worden gebruikt voor hun jaargetijden en de andere twee heren ponden moet Lubbert Petersz beuren voor het in stand houden van het huisje op de Wiltganck tot behoef van de armen. Na de dood van Lubbert moeten de memoriemeesters daar voor zorgen. Lubbert heeft de akte in beheer.
Fol. 20 en 20v zijn niet beschreven.
Fol. 21
Lubbert Petersz en Alfer Petersz hebben aan de memorie een jaarlijkse rente van negen heren ponden bewezen, gaande uit een huis tussen Lubbert Peters huis en de Onze-Lieve-Vrouwensteeg, te betalen jaarlijks op de dag van Sint Johan Baptist in de Midzomer. De memoriemeesters hebben daar een akte van die is bezegeld door Lubbert en Alfer voornoemd.
De “voorste” memoriemeester zal daar van ontvangen drie heren ponden per jaar om daarvoor ten eeuwige dage elk jaar op Sint Johan Baptistendag een lange vigilie van negen “lexen” te laten zingenen op de volgende dag, zijnde Sint-Lebuinusdag, een requiemmis te laten zingen voor de ziel van wijlen Peter Lubbertsz.
Zij moeten dan aan elke priester-officiant van de memorie en de kerk en aan de schoolmeester en de koster voor hun presentiegeld twee Kamper kromstaarten geven.
Verder moeten de memoriemeester op alle hoogtijdagen van Onze Lieve Vrouwe vier getijden laten zingen, te weten prime, tertie, sexte en none. De memoriemeesters moeten dan aan de officianten samen op elke genoemde hoogtijdag vijf Kamper kromstaarten geven en aan vier scholieren samen vier plakken.
De “achterste” memoriemeester zal van de negen heren ponden per jaar beuren zes heren ponden waarvoor hij ten eeuwige dage moet uitdelen op elke zondag twee aalmissen in Onser Vrouwenkerk.
De negen heren ponden per jaar mogen Lubbert en Alfer aflossen volgens de voorwaarden die in de akte staan beschreven. De akte ligt in de kist van de memorie.
[In de marge staat met een latere hand:] De drie heren ponden zijn afgelost en opnieuw belegd voor een jaarlijkse rente van vijf heren pond, gaande uit Scepelers huis in de Geerstraat van der Ae. Memoriemeester was Henrick van Steenre.
Wijlen Nijse, de weduwe van Peter Lubbersz, gaf een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit een huis en hof in de Hagen op de Knijphoff, tussen Dirrick Scutteler en Wolter de Maelre, te betalen in de vier heilige dagen van Pasen. Er is een schepenakte van die de memoriemeester Lubbert Petersz haar had gegeven.
Voor deze rente zouden de memoriemeesters elk jaar op haar jaargetijde een lange vigilie van negen “lexen” laten zingen en de volgende dag een requiemmis voor het heil van haar ziel. Aan elke priester-offiant van de memorie en de kerk en aan de schoolmeester en de koster moet voor hun presentie een witte stuiver worden gegeven.
Haar jaargetijde moet altijd gehouden worden op de zondag na Sint-Michielsdag.
Fol. 21v is niet beschreven.
Fol. 22
Dit zijn de renten waarvoor men de jaargetijden moet houden volgens de inhoud van de boekjes of kalenders die er van zijn.
Een heren pond per jaar, gaande uit een huis en erf te Brunnepe, tussen Lambert van Tibberghen en Peter Pupken, ieder jaar te betalen op Sint-Maartensdag.
Uit dit onderpand hebben de nonnen te Brunnepe ook drie heren ponden. De nonnen voornoemd hebben de akte in bewaring.
Lambert van der Vecht gaf dit heren pond om daarvoor zijn jaargetijde te houden.
Aan de priesters van de kerk en de memorie en aan de schoolmeester en de koster moet men dan elk anderhalve kromstaart geven.
Dit betaalt nu Floer.
Anderhalf heren pond per jaar, gaande uit het huis en erf in de Hagen van Iohan Melijszone, de vader van Kerstken Melijszoen, waarin nu Cleijs Dubbeltzoen woont.
Ghese van der Molen heeft uit dat huis ook een jaarlijkse rente van anderhalf heren pond op Pasen. Ghese heeft de akte in bewaring.
Van deze rente is een pond afkomstig van wijlen Jelijs van der Steghe, waarmee men zijn jaargetijde moet houden. Het halve pond is gekocht met geld van de memorie. Voor het houden van het jaargetijde van Jelijs moet men de priesters, schoolmeester en koster elk anderhalve kromstaart geven.
Fol. 22v
Drie heren ponden per jaar, gaande uit een huis en hof op de Vloeddijk bij de Kalvenneckenbrugge, “opwert an”, tussen Merten Reynken en Elsebe de weduwe van Berent Iohanszoen, te betalen ieder jaar op Pasen. Er is een schepenakte van.
Van deze rente zijn twee heren ponden gegeven door bisschop Roloff van Diepholt om er zijn eeuwige jaargetijde mee te houden. Het andere heren pond is gegeven door wijlen Ludeken Peterszone om daar zijn jaargetijde mee te houden.
Voor het houden van wijlen bisschop Rolofs jaargetijde moet men elke priester, de schoolmeester en de koster anderhalve kromstaart geven.
Drie heren ponden per jaar op Pasen, gaande uit een huis en hof op de Vloeddijk bij de Broederbrug, “uitwert an”, dat nu toebehoort aan Iohan Iohanszoen, volgens de schepenakte die er van gemaakt is.
Deze drie ponden zijn gegeven door wijlen Alfer Tydemanszone, zijn vrouw Wijchmoet Alfers en zijn zuster Alijt Burghers om er hun jaargetijden mee te houden.
Op de jaargetijden van deze drie moet men elke priester, de schoolmeester en de koster elk anderhalve kromstaart geven. [Doorgehaald]
Fol. 23
Een heren pond per jaar, te betalen op Pasen, gaande uit een huis in de Sint-Geertruidensteeg, tegenover Alfer Peterszoen. Deze rente werd gegeven door wijlen mr. Claes van Wilsem om er zijn jaargetijde mee te houden. Daarvoor zal men elke priester, de schoolmeester en de koster anderhalve kromstaart geven.
Een heren pond per jaar, te betalen op Petri ad Cathedram, gaande uit een huis bij de Clocke, tussen het huis van Egbert Gheye en het huis van Bartolt Ludekens en Elsebe Koernemarx, dat Berent Morre toebehoort.
Dit heren pond gaf Hille van Urck, anders genaamd Hille Ihesus om er haar jaargetijde voor te houden. Daarvoor zal men elke priester, de schoolmeester en de koster een kromstaart geven.
De akte, die spreekt van een rente van zes heren ponden per jaar, is in handen van de zusters van Sint-Agnes op de Vloeddijk.
De memorie heeft een jaarlijkse rente van de helft van 3½ arnoldusgulden, gaande uit een huis in Zwolle in de Sassingstrate, tussen het bezit van Johan Molteken en straat bij de Ae, strekkende van de markt tot aan het bezit van Johan van Myerte. De rente moet op Pasen worden betaald . Er is een schepenakte van. De andere helft van deze rente behoort toe aan de erfgenamen van Mense van der Lippe.
Fol. 23v [De tekst van deze folio is door vochtschade niet geheel leesbaar]
Deze rente heeft Peter Iohanszoen aan de memorie gegeven om er zijn jaargetijde mee te houden. Men moet elke priester, de schoolmeester en de koster hiervoor een kromstaart geven. Aan Peterken van Duren moet men van deze rente, zolang zij zal leven 2½ kromstraat geven, dat daarna ook tot Peter Iohanszoens jaargetijde komt.
Twee heren ponden per jaar op Pasen, te gebruiken om de jaargetijden te houden voor Katherine, de vrouw van Oetbert Hof en voor Oetbert zelf na zijn dood.
Deze rente gaat uit een huis in de Morresteeg dat Arent de stadsloper toebehoort. Er is een schepenakte van. [doorgehaald].
Deze twee heren ponden per jaar zijn afgelost en het geld is mede gebruikt om een jaarlijkse rente van drie heren ponden te kopen, gaande uit de maat van Johan Budel Aelsz, zo hierna beschreven staat.
De memoriemeesters Lubbert Petersz en Rant Albertsoen kochten een rente van drie heren ponden per jaar, verschijnende op Midwinter, gaande uit de halve maat van Johan Budel Aeltsz, waarvan de andere helft toebehoort aan Aelt Vloet, gelegen tussen Pilgrum van Ynghen en de maat van Sint-Brigitten
Twee heren ponden per jaar van de voornoemde drie heren ponden per jaar zijn gekomen van de rente die Arent de stadsloper aan ons afloste, dat was aangekomen van Oetbert Hoff. Het andere pond is gekocht met geld van de memorie. [alles doorgehaald].
De memorie moet aan Elsken Kamps zo lang zij leeft ieder jaar een heren pond geven.
Na haar dood moet men daar haar jaargetijde voor houden op Sint-Maartensdag.
Aan elke priester moet dan een stuiver worden gegeven.
Fol. 24
Een heren pond per jaar op Pasen uit het huis van Grete Ommeloep met twee woningen daar achter. Het huis staat tegenover het richthuis nabij de Sint-Nicolaaskerk op de hoek van een enge steeg. Deze rente gaf heer Lubbert Askens aan de memorie om er zijn jaargetijde mee te houden.
Uit dit huis heeft de Sint-Nicolaaskerk een jaarlijkse rente van vier heren ponden en het Sint-Brigittenklooster een jaarlijkse rente van twee heren ponden. Deze zeven ponden zijn gelijke tins.
Voor het houden van het getijde zal men elke priester, de schoolmeester en de koster anderhalve kromstaart geven.
De folio`s 24v, 25 en 25v zijn niet beschreven.
Fol. 26
Heer Mathias Godekenszoens jaargetijde zal men houden. Hij gaf de memorie een erf in Blankenham. Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
Heer Albert Wevers jaargetijde zal men houden. Hij gaf aan de memorie het land te Emeloerden (Emmeloord) dat de Munte wordt genoemd.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
Heer Peter van Ghelres jaargetijde zal men houden. Hij gaf de memorie het huis dat staat naast het huis van Henric Gheertzoen, dat geruild is met het huis in de steeg dat placht toe te horen aan Claes van Dolre, om er priesters in te laten wonen.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
Derck Kallens jaargetijde zal men houden. Hij gaf de memorie twintig heren ponden.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
Alijt van Wiringhes jaargetijde zal men houden. Zij gaf de memorie twintig heren ponden. Daarmee werd het herenpond afgelost dat gaat uit de hof van Willem Mertenszoen waar Hermen in woonde.Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een kromstaart.
Griete Iohansdochter gaf de memorie 20 heren ponden om daar voor haar jaargetijde te houden. Met deze 20 ponden hebben Lubbert Peterszoen en Iacob van der Hove, in der tijd memoriemeesters, een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit het huis van de koster, afgelost aan Willem Glasemaker.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een kromstaart.
Erenst van Myllenghens jaargetijde zal men houden. Daarvoor ontvingen Lubbert Peterszoen en Iacob van der Hove, de memoriemeesters in de tijd, een som van twintich heren ponden.
Daarmee hebben zij een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit de kosterij, afgelost aan Willem Ghisebertzoen de glazenmaker.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een kromstaart.
Claes Hoppenbiers jaargetijde zal men houden. Hij heeft de memorie een rente gegeven van een vierendeel boter per jaar, zoals voor in het boek geschreven staat.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een kromstaart.
Fol. 27
Heer Ghisebert Iohanszoens jaargetijde zal men houden. Hij heeft de memorie twintig heren ponden gegeven. Met dit geld hebben de memoriemeesters Lubbert Peterszoen en Iacob van der Hove een missaal gekocht voor het altaar van Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Nood.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
Heyne Weymkens uit Kuinre’s jaargetijde zal men houden. Hij heeft aan de kerk twaalf schutenstal land gegeven tot behoef van het Sint-Maartensaltaar, waar de priester mee kan worden beloond. De kerkmeester beloven dat men elke priester, de schoolmeester en de koster zal geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
In het jaar LXI (1461) heeft Kersteken Melijszone aan de memorie een jaarlijkse rente van drie heren ponden gegeven, gaande uit Gheert Iohanszoens huis in de Oudestraat in de Hagen, tussen Iohan die Mulre en Gheert die Barbier, strekkende van de Oudestraat tot aan de Wetering. Hiervoor zal men de jaargetijden houden van Iohan Meliszoen, de vader van Kersteken en van Griete, de moeder van Kersteken en van Kersteken zelf, wanneer hij is gestorven.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart.
Kersteken wil zo lang hij leeft deze rente van drie heren ponden zelf ontvangen en zelf de priesters belonen. Na zijn dood zullen de memoriemeesters deze rente ontvangen en de priesters belonen. De schepenakte van deze rente heeft Kersteken in bewaring.
Fol. 27v
Wijlen Heijne Weymkens heeft gegeven aan Onze-Lieve-Vrouwenkerk en Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in die kerk het gehele stenen huis en erf op de dijk te Kuinre, waarin hij zelf placht te wonen. Voorwaarde was dat zijn vrouw Grete het zal blijven gebruiken en bezitten zo lang zij leeft.
Verder schonk hij aan de kerk en de memorie het gereedschap, huisraad, kleinodiën en wat er verder in het huis aanwezig was onder de voorwaarden dat zijn vrouw dit alles tot aan haar dood zou gebruiken en bezitten.
De kerkmeesters Gheert Borchertszoen en Lubbert Peterszoen en de memoriemeesters Henric Pilgherumszone en Lubert Overdyc hebben aan Grete voornoemd verkocht al het gereedschap, huisraad en kleinodiën die zij levenslang mag gebruiken, behalve het goud en zilver dat er was op de sterfdag van Heijne. Hiervoor heeft Grete aan de kerk en de memorie gevestigd een jaarlijkse rente van acht gouden rijnse guldens, ieder jaar te betalen op Aller- Heiligendag, gaande uit het vierde deel van de Herinxcamp, uit drie
akkers land gelegen in het land van het convent van Schoten en uit een huis en erf met een akker land waarop nu ter tijd Peter Komen woont.
Er is een akte van die is bezegeld door Wijbrant Godekenszoen in der tijd schout van Kuinre.
De memorie heeft deze akte in bewaring.
Dit voornoemde huis is verkocht aan Johan Rotschert, zoals hierna beschreven staat.
Fol. 28
Derck Boghemaker in de Hagen verklaart dat het huis waarin hij woont en het huis dat er bij staat nabij de haven in de Hagen en alles wat hij verder zal nalaten, na zijn dood aan de kerk en de memorie zal toevallen. De schepenakte die er van gemaakt is, ligt in de kist van de kerk.
Wijlen Mense van der Lippe schonk aan de memorie een jaarlijkse rente van twaalf heren ponden, volgens de inhoud van een testament dat in beheer is bij Peter Lubbertszoen.
Deze rente is bewezen zoals voor in dit boek beschreven staat. [Doorgehaald]
Zwane Hoppenbiers heeft aan de memorie gegeven, te aanvaarden na haar dood, het huis in de Nieuwstraat in de Hagen waarin zij zelf woont. De memorie heeft er een schepenakte van.
Men zal de jaargetijden houden van Grete de vrouw van Heynen Weymkensz. Zij en haar man schonken aan de kerk en de memorie het stenen huis te Kuinre dat Rotschart van de kerk en de memorie heeft gekocht.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde anderhalve kromstaart. Te betalen door de kerk en de memorie.
Fol. 28v
Men zal de jaargetijden houden van Mense van der Lippe, die aan de memorie een jaarlijkse rente van twaalf heren ponden heeft gegeven om de dienst Godes mee te vermeerderen met missen op het Zielenaltaar.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een olde vlaamsche.
Men zal de jaargetijden houden van Hese Petersz, die aan de memorie twaalf heren ponden eens heeft geschonken, die aan het memoriehuis vertimmerd zijn.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een kromstaart.
Men zal de jaargetijden houden van Iohan Freestes, die aan de memorie twaalf heren ponden eens heeft geschonken, die aan het memoriehuis vertimmerd zijn.
Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van het jaargetijde een kromstaart.
Dit huis hebben de memoriemeesters Rant Albertsz en Gosen Johanssoen vertinsd aan Johan van Linghen voor 2½ heren pond per jaar, te betalen op Pasen.
Men zal haar jaargetijde houden en geven daarvoor aan elke priester, de schoolmeester en de koster een kromstaart.
Dit huis is gekomen van Swane Hoppenbiers, zo hier na geschreven staat.
Fol. 29
De memorie en de kerk hebben samen twee huizen in de Hagen die afkomstig zijn van wijlen Dirck Boghemaker. Uit het kleinste huis gaat een jaarlijkse erfrente van anderhalf heren pond die de memorie tevoren daar uit heeft en gebruikt voor de aalmissen. Het huis is vertinsd aan Geert Ottensz.
Men zal de jaargetijden van Dirck Boghemaker en Mette van der Nyerkerken op dezelfde dag houden. Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van de jaargetijden een kromstaart. Dit zal de memorie alleen betalen, zoals met de kerk is overeengekomen.
De twee huizen in de Hagen bij de haven die van wijlen Derck Bogenmaker afkomstig zijn, hebben de kerkmeesters Evert Henricksz en Lubbert Overdyck en de memoriemeesters Geert Borchertsz en Rant Albertsz gezamenlijk vertinsd aan Geert Ottensz 12 heren ponden per jaar, te betalen op Pasen. Geert mag deze tins aflossen met 20 penningen 1 penning, doch niet met minder dan drie heren ponden per keer. Van deze rente is anderhalf heren pond per jaar bestemd voor de aalmissen. Die rente moet als laatste worden afgelost. Overige 10½ pond behoren toe aan de kerk en de memorie samen.
[In een andere hand:] Men moet de jaargetijden houden van de gezusters Gertrud en joffer Hylle Kuenreturff. Zij gaven een som van 20 heren ponden eens. Iedere priester moet men anderhalve kromstaart geven voor het houden van de jaargetijden.
Gese Jonckers gaf aan de memorie 20 heren ponden om daarvoor haar jaargetijde te houden. Elke priester, de schoolmeester en de koster zal men geven voor het houden van haar jaargetijde anderhalve kromstaart.
Fol. 29v
In het jaar 1508 hebben de memoriemeesters Coen Dircksz en Johan Harmensz van Hille Roepers, de weduwe van Peter Lubbertsz, een som van tien goudguldens van goed gewicht ontvangen. Voorwaarden waren dat men op de dag na Onze-Lieve-Vrouwendag na Trinitas dit geld zal gebruiken in de ere Gods om in de hoogmis de beste ornamenten te gebruiken en op het orgel van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie te laten spelen.
Als de memoriemeesters dat niet zouden laten doen, dan moeten de tien goudguldens worden teruggeven aan de erfgenamen van Peter Lubbertsz.
In hetzelfde jaar (1508) hebben de memoriemeesters Coen en Johan voornoemd van de erfgenamen van wijlen Hermen Dircksz 30 gouden guldens ontvangen met als voorwaarden dat men elke zaterdag onder de Onze-Lieve-Vrouwenmis acht apostelkaarsen moet laten branden in Onze-Lieve-Vrouwenkerk. Mocht dat niet worden gedaan dan moeten de memoriemeesters in der tijd dat geld teruggeven aan de erfgenamen van Herman Dircksz.
Agge Dodensz gaf tien gouden guldens tot vermeerdering van het geld voor de acht kaarsen voornoemd. Mocht het aansteken van de kaarsen niet worden gedaan zo als hier voor vermeld wordt, dan moet aan Agge of aan zijn erfgenamen dit geld worden teruggegeven.
Fol. 30 [De tekst is niet goed leesbaar]
Peter Wyringen [?] en Jacob Claesz, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwememorie hebben ontvangen van heer Henrick Petersz, deken van de “capelle van den musieck” en van de gemene heren en musikers een som van 20 gulden.
Daarvoor krjgen de gemene heren jaarlijks op Martini twee heren ponden. Hiervoor
…………..
en van vier lauwen die zij zullen zingen op de vier zondagen daaraan volgende …..
festum Circumcisionis Domini. Actum 1554 gefundeerd door meester Herman Glauwe.
Iten nog 30 goudguldens komende van 6 loven die zij zullen zingen op zes zondagen na Pasen, van welk wij de gemen heren geven zullen jaarlijks drie heren ponden op Martini.
Gefundeerd door meester Herman Glauwe. Actum MDLIIII (1554).
Op woensdag na Cantate in het jaar ons heren duizend vierhonderd en vijfenzestig hebben Claes Sulman en Goessen Johans, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie ontvangen van Gheert Borchertsz en Lubbert Petersz 61 heren ponden aan gereed geld, waarvoor zij ten eeuwige dage op vijf dagen moet laten zingen in Onze-Lieve-Vrouwenkerk de zeven getijden en wel op Onze Heren Hemelvaartsdag, op de dag van Johannes baptist, op Divisio Apostolorum, op Maria-Magdalena-dag en op Aller-Heiligendag.
De memoriemeesters voornoemd hebben van Gheert en Lubbert voornoemd ook nog ontvangen 49 heren ponden aan gereed geld, daarvoor moeten zij de getijden laten zingen op Sint-Luciendag, op Sint-Ponciaansdag en op Sint-Agnesdag.
Daarvoor moeten de memoriemeester geven aan elke priester, de schoolmeester en de koster een kromstaart en een halve plak en aan de vier scholieren samen vijf plakken.
Fol. 30v, 31 en 31v zijn niet beschreven.
Fol. 32 [De tekst is beschadigd]
De kerkmeesters Henric Gheertsz en Lubbert Overdyck en de memoriemeesters Willem Volckmansz en Lubbert Petersz hebben verkocht aan Johan Rotschert in Kuinre het huis te Kuinre op de dijk dat placht toe te horen aan Heyne Weymkens. Daarvoor heeft hij aan de kerk en de memorie samen gevestigd een jaarlijkse rente van tien gouden overlandse rijnse guldens gaande uit het huis en uit een akker land en een vierde deel van een akker, gelegen achter het huis, begrensd in het zuiden door … kremer en in het noorden door de dijk, strekkende met de oostzijde aan Kuinre en met westzijde in de Doer Siel. Verder nog gaande uit zeven oude schutenstal land met het huis en erf daarop staande, gelegen op de Bette. Belend in het zuiden door land van het Heilige-Geestgasthuis in Kampen en in het noorden door Godeken Wibrantsz weduwe, strekkende in oosten aan Kuinre en in het westen aan de Schoe. Te betalen ieder jaar op Aller Heiligen.
Hier is een richtersakte van.Johan heeft hiervan een losbrief.
De folio`s 32v t/m 34 zijn niet beschreven.
Fol. 34v
Dove Schutemaker en zijn vrouw Trude hebben gegeven, elk voor de helft, aan de kerk en de memorie een jaarlijkse rente van een half vat goede rode pachtboter, gaande uit tien akkers land te Veenhusen, waarop Brunync Blomen woont. Ieder jaar kommervrij te betalen in de waag te Kuinre op Sint-Michielsdag. Het echtpaar heeft hieraan de lijftucht.
Er is een richtersakte van die is bezegeld door Godiken Wibrantsz.
Dove Schutemaker en zijn vrouw Trude hebben aan de memorie na hun dood gegeven een jaarlijkse erfrente van twee heren ponden, gaande uit hun huis in de Nieuwstraat in de Hagen, tussen Hanneken van Rijsen en Arent van Lewen…., strekkende van de Nieuwstraat tot aan de IJssel. Daarvoor zullen de memoriemeesters na hun dood hun getijden laten houden. Er is een schepenakte van.
De memorie heeft in Kuinre een jaarlijkse rente van een vierde deel van een ton boter, gaande uit 2½ akkers land en uit het huis en hof dat toebehoort aan Claes Henricksz anders genoemd Neveken. Ieder jaar op Sint-Michielsdag te leveren in de waag te Kampen.
De memorie heeft er een richtersakte van waarin de aflossingsvoorwaarden staan.
Kunne van Kollen heeft hier de lijftucht aan, want de rente is met haar geld gekocht.
Fol. 35
Katherine Kerstken Lambertsz weduwe heeft aan de memorie en de kerk het volgende besproken.
** 2½ scutenstal land in het kerspel van Scherpenzeel
** Nog een scutenstal land
** Nog een oud half scutenstal land
** Een jaarlijkse rente van 4½ rijnse guldens min een half oord
Katharine heeft hieraan de lijftucht.
Er is een stellingsakte van.
Fol. 35v
In het jaar 1524 hebben Johan Hermensz en Johan van Urck, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie, van heer Claes Hermensz, priester, een rentebrief ontvangen van drie heren ponden per jaar, gaande uit een huis en erf in de Nieuwstraat nabij het Sint-Geertruidengasthuis, toebehorende en aan Lucken [?] van Wilsem en door deze bezegeld.
Voor het geld moeten de jaargetijden worden gehouden van wijlen meester Dirck Claesz, priester, en Jacob Zyel. Voorwaarde is dat wanneer de memoriemeesters deze rente niet kunnen beuren, zij de jaargetijden ook niet laten houden.
Van heer Claes voornoemd ontvingen de memoriemeesters ook nog een gouden rijnse gulden.
In hetzelfde jaar (1524) hebben de memoriemeesters voornoemd een schepenakte ontvangen die was bezegeld door Rotger Schere en Johan Rijnvisch, sprekende van een erfrente van twee heren ponden per jaar, gaande uit een huis in de Geerstrate van der Ae, komende van heer Evert Hermensz, priester. Van één pond daarvan zullen de memoriemeesters zijn jaargetijde laten houden. Het andere heren pond zal men na heer Claes Hermens dood geven aan het Sint-Brigittenklooster.
Heer Claes heeft betaald 5½ gouden guldens voor heer Evert om zijn celebratie mee te houden.
Fol. 36
Voorwaarde is ook dat indien de memoriemeesters het ene heren pond niet zouden krijgen, zij het jaargetijde niet zouden houden.
In het zelfde jaar (1524) hebben de memoriemeesters voornoemd een akte, bezegeld door Hermen Kruse, schout te Kuinre, ontvangen van Machtelt van Urck, sprekende van een rente van een goudgulden van goed gewicht per jaar. Daarvoor zullen de memoriemeesters ten eeuwigen dage laten houden twee jaargetijden, te weten voor Johan Waernersz en voor Lubbe Waernersz, die zijn vrouw was. Voorwaarde is dat als de memoriemeesters deze gulden niet ontvangen, zij de jaargetijden niet laten houden.
Fol. 36v en 37 zijn niet beschreven.
Fol. 37v
Katheryne, de maagd van Derc Boghemaker, heeft van het gereedschap van Derc dat de kerk en de memorie samen toebehoort, het volgende behouden.
** Een bedde, een pollu, dre slaeplaken en een opslach, twe oerkussen, twe deken.
** Ses stoelkussen, en taefellaken.
** Een brede tynnen scotele ende twe moesschotelen, een dobbelier, een mengelens kanne.
** Een hantbecken.
** Een koperen panne.
** Een ketel ende een aker.
** Dry koperen potte.
Alles wat zij verder zal nalaten behoort voor de helft aan Onser-Vrouwenkerk en voor de andere helft aan de memorie.
Fol. 38 is niet beschreven.
Fol. 38v
In het jaar 1467 op dinsdag na Maria Lichtmis hebben de kerkmeesters van Onze-Lieve-Vrouwenkerk Tymen van den Vene en Evert Henricsz en de memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie Lubbert Petersz en Rant Albertsz een overeenkomst gesloten met heer Hermen Schele van Scijm [?]. Heer Hermen draagt over aan de kerk en de memorie een schepenakte van een jaarlijkse rente van 19 heren ponden, waarvan vroeger al een deel was afgelost. De overdrachtsakte ligt in de kist van de memorie.
Voor deze gift zullen de kerk en de memorie aan heer Hermen ieder jaar op Pasen samen 10 heren ponden geven zo lang hij leeft.
De kerk en de memorie zijn gezamenlijk schuldig aan Katherine de maagd van Dirck Boghemaker een rente van zes heren ponden per jaar, zo vermeld staat in een testament waarvan een schepenakte gemaakt was, welke akte in de kist van de kerk ligt. Deze zes heren ponden zal men haar ieder jaar betalen op Sint-Bernardusdag, waarop ook Dircks jaargetijde valt. Verder moet aan Katherine een rente van twee heren pond per jaar worden gegeven die Dirck haar schuldig was van verdiend loon. Dit zijn de kerkmeesters en memoriemeesters met Katherine overeengekomen. Deze acht heren ponden per jaar zal zij ieder jaar beuren zo lang zij leeft.
Fol. 39
Jacob Roede, Gheerloff Claesz en Gheert Slewert, memoriemeesters van de Heilig-Kruismemorie, verklaren dat zij een akte hebben van een rente van acht heren ponden per jaar, waarvan anderhalf heren pond per jaar toebehoort aan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie buiten in de kerk. Berent[je] van Staveren schonk dat aan de memorie om daar haar jaargetijde voor te houden. De rente gaat uit het huis van Otto Melter op de Burgwal bij de Stove , te betalen ieder jaar op Pasen.
Anno 1484 op de Onze-Lieve-Vrouwe-Assumptionisavond.
Fol. 39v
Anno 1506.
De memoriemeesters Tyman van Wilsem en Coen Dirksz hebben ontvangen van heer Claes Hermenszeen som van 40 heren ponden, waarvoor hij zonder huur te betalen in een huis van de memorie mag wonen zo lang hij leeft. Na zijn dood zal de memorie deze 40 heren ponden behouden. Mocht een memoriemeester zich hier niet aan houden dan zal aan heer Claas deze 40 ponden moeten worden terug gegeven voor hij het huis zal ontruimen. Er is een akte van die bezegeld is met de zegels van de memoriemeesters.
Einde van het register (inv. nr. 11)
Memorieboek van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie (inv. nr. 12).
Fol. 00a
[In een moderne hand: Dit boek behoort den Armenstaat. E. M. (E. Moulin ?).]
Fol. 00b
In nomine domini amen
Folio`s. 1, 1v, 2 en 2v [zijn niet beschreven.]
Fol. 3
[De zin begint met een kapitale letter I in rood.]
Item dit is dat boeck onser liever vrouwen memorie in onser liever vrouwen kerke to Campen, als vanden renthen ende gueden die to den armen huussittenden horen.
Item hier in dit boeck en salmen nyet scriven dan die renthen, tynse ende guede die daer to horen ende die daer meer an gheworven ofte gegheven worden.
Item dat salmen scriven mit eenre gueden hant in gueden scrifte, als hier gescreven staet.
Fol. 3v [Sommige woorden zijn door verbleking bijna onleesbaar geworden].
Inden name ihesus ende onser liever vrouwen amen.
Int jaer ons heren dusent vierhondert neghen ende vyftich soe hebben guede manne ende vrouwen hier nae bescreven gheheven om salicheit hoere zielen ende om die mynne godes der broderscap ende susterscap onser liever vrouwen memorie in onser liever vrouwen kerke sekere guede ende eerfliker renthen die ter losse staen van twintich penninghen enen, als hier nae bescreven staet. Van welken renthe ende gueden die memorie meysters tot ewighe dagen delen ende gheven sullen die rechte arme huussittende, de daghelix bider straten om gode nyet en ghaen, die beneden der broder straten wonen, uutwert aen, die boven, to sancte nicolaus kerke vanden hiligen cruce ghene prove oft aelmisse en hebben.
Item alle son[daghen] als die ieerste oft die andriesmisse ghedaen …in onser liever vrouwen kerke elc persoen die een teyken ghegeven is van den memoriemeysters, elc een broet van enen halve cromstaert ende een half pont botteren op elc broet.
Item inder vasten dree heringhe op elc broet.
[De vier laatste regels van deze folio zijn nagenoeg onleesbaar]
Fol. 4
veyands, veden, oerloghe, verheert, verbrant, wat ofte wadich ofte anderssyns deer ghelyc, soe en solde die memorie daer nyet vorder mede belastet ofte verbonden wesen die voerscreven aelmissen to gheven vant ghene dat vanden renthen ende guede quame.
Sonder argelist.
Item soe sal elc persoen vanden armen huussittenden dat teken halen tot den memoriemeysters huus des vriedaghes tot een sekere ure ende tyt die men hem benomen sal.
Item soe wie dat een aelmisse gheven wil eerflyc der memorien als voerscreven is, die sal neyt myn gheven dan drie heren pont des jaers ofte soe vole redes gheldes als die
drie heren pont des jaers belopen mitter vulre renthe, ende dat ghelt sal men ter stont beleggen … renthen.
Fol. 4v
[Vanaf hier wordt de tekst in bewerkte vorm weergegeven]
Albert Daemssoen heeft voor de zaligheid van zijn ziel, per testament aan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in Onze-Lieve-Vrouwenkerk een losrente van 100 heren ponden per jaar gegeven, die mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning, zoals hierna beschreven staat in een schepenakte. Daarvoor moet de memorie ten eeuwige dage elke zondag 40 aalmissen geven.
Albert gaf 25 heren ponden per jaar die gaan uit het huis van meester Henrick van Uterwyc, staande bij de Nieuwe Muren, waarin hij woont, tussen de erfgenamen van Lysebeth de Gluren en de steeg. Ieder jaar te betalen op Pasen.
Tien ponden per jaar daarvan te betalen op Onzer-Vrouwendag-Assumptio. Dat staat in een schepenakte die de memorie heeft. [Doorgehaald].
De 25 ponden zijn afgelost, zoals hierna te zien is.
Fol. 5
Albert Daems bewees de memorie een rente van 10 heren ponden, gaande uit het huis en erf van Femme Comens, de moeder van Rolof Witten, staande op de Coernemerct, ieder jaar te betalen op Petri-ad-Cathedram. De schepenakte hiervan had Albert gekocht van Johan van der Lynde. De memorie heeft deze schepenakte
Deze jaarlijkse rente is afgelost aan de memoriemeesters Claes Sulman en Tyman van den Vene, zoals hierna te zien is. [Doorgehaald].
Albert Daems bewees de memorie een rente van 9 heren ponden, gaande uit een huis en erf van Rueric van Uterwyc en Henric van Essen, staande nabij de Sint-Nicolaaskerk in de Corte Hofstraete. Deze rente moet jaarlijks worden betaald op Sint-Johan in de Midzomer.
Roderic en Henric hebben de akte aan de memorie overgeleverd.
Fol. 5v
Albert Daems bewees de memorie een losrente van 22 heren ponden, gaande uit het huis en erf dat toebehoort aan Roderyc Vriedach, tussen Henric Herinck en een huis van de Heilige-Geest, ieder jaar te betalen op Pasen. De schepenakte is in bezit van de memorie. [Doorgehaald]
Deze rente is afgelost en het geld is door de memoriemeesters Geert Borchersz en Gheerlof Claesz belegd, te weten voor een jaarlijkse rente van 20 ponden uit het erf van Geert van Welevelt in Zalk en een jaarlijkse rente van 2 heren ponden uit het huis van Gosscalk Everts, zo hierna te zien is. [Doorgehaald].
Albert Daems bewees de memorie een jaarlijkse rente van 2 heren ponden en een kwart pond op Pasen, gaande uit het huis en erf van Gheert Sysensz, staande op de Burgwal tussen Mathies Hermenssoen en Heyle Clovers, dat nu ter tijd toebehoort aan heer Dille
De akte en de tins had Albert gekocht van ……ekens. Dat mag hij aflossen. Er is een schepenakte van.
Fol. 6
Albert Daems bewees de memorie een jaarlijkse losrente van 12 heren ponden, gaande uit de helft van 9 akkers land in Dronthen, die toebehoren aan de erfgenamen van Gosen Ommeloep. Te betalen ieder jaar op Sint-Marten in de winter. Jacob Wicherssoen heeft het land in pacht. [Doorgehaald].
Deze 12 heren ponden zijn afgelost aan de memoriemeester Gosen Iohansz. Het geld is weer belegd bij de 26 heren ponden per jaar, gaande uit het huis en erf waarin nu Jacob Gheertsz woont, tussen Roderick Vridach en Ernst van Holtsende, zoals hierna te zien is. [Doorgehaald].
Fol. 6v
Albert Daems bewees de memorie 10 heren ponden per jaar, gaande uit het huis van jonge Jacob Witten. Deze 10 ponden zijn gelost en overgezet naar de voorste memoriemeester [doorgehaald]
Hiervoor kreeg de achterste memoriemeester en tot behoef van de aalmissen een jaarlijkse rente van een hamburgerton boter, op Sint-Remigiusdag te voldoen door heer Sweder van Voerst, te Zwolle in de waag te leveren. De richtersakte die er van gemaakt is, heeft Peter Lubbertsoen in bewaring voor de memorie en Oedbert Hoff, die ook met dezelfde akte drie tonnen boter per jaar heeft.
De hamburgerton boter mag worden gelost met 100 rijnse guldens. Daar moet een jaar tevoren kennis van worden gegeven.
Fol. 7
Albert Daems bewees de memorie een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, gaande uit het huis van Jordaen van Uterwyc bij de Clocken [doorgehaald].
Deze 10 ponden zijn afgelost met 100 rijnse guldens aan de memoriemeesters Lubbert Peterssoen en Willem Volckmansz. Daarvoor kochten zij een hamburgerton rode boter per jaar, gaande uit het land van Alert Hughen te Genemuiden, te leveren op Sint-Michielsdag in de waag te Kampen. Deze boterrente mag worden afgelost met 100 rijnse guldens.
De 20 rijnse guldens boven de 100 rijnse guldens zijn afkomstig van Johan van den Vene en zijn bestemd voor aalmissen, zo hierna beschreven staat.
Fol. 7v
Johan van den Vene heeft aan de memorie een aalmis gegeven waarvoor hij aan de memorie een som van 52 heren ponden in gereed geld heeft bewezen.
Van dit geld is 20 rijnse gulden belegd in een jaarlijkse rente van een ton boter, gaande uit Albert Hughen land te Genemuiden. [doorgehaald]
Deze ton boter is afgelost aan de memoriemeesters Claes Sulman en Tymen van den Vene en het geld is weer belegd zoals hierna te zien is. [Doorgehaald]
Peter Lubbertsz bewees aan de memorie tot zaligheid van zijn ziel en om de “mynne godes” een aalmis. Daarvoor gaf hij aan de memorie 52 heren ponden aan gereed geld.
Hiervoor werd een rente van twee heren ponden per jaar gekocht, gaande uit het land, huis en erf van Peter van Uterwyc te IJsselmuiden.
De 20 heren ponden die Peter aan de memorie schuldig is, waarvan de 18 ponden zijn gekomen van Oedbert Hoff.
[In een andere hand:] Deze 20 ponden gaan nu uit de stadskist.
Fol. 8
Gheert Borchertsz gaf aan de memorie 52 heren ponden in gereed geld, te gebruiken voor een aalmis. De memoriemeesters Lubbert Petersz en Willem Volckmansz kochten voor dat geld een jaarlijkse erfrente van anderhalf heren pond, te betalen op Pasen, gaande uit het huis van Dyrck Boghemaker bij de haven in de Hagen, [welke rente of huis ?] placht toe te horen aan Lutghaert Budels.
Zij kochten ook een jaarlijkse rente van een heren pond, te betalen op Pasen, gaande uit de hof van Wessel Evertsz
Johan van den Vene gaf aan de memorie een aalmis waarvoor zijn erfgenamen aan de memorie 63 heren ponden hebben bewezen. Dit geld is belegd bij de zeven ponden per jaar die de memorie heeft uit het land in de Asschet dat eigendom is van Mette Gherberts, de moeder van Claes Gosensz. In de akte die er van is, staat dat deze rente jaarlijks moet worden betaald op Sint-Johansdag in de midzomer.
Fol. 8v
Hille de weduwe van Albert Daems, gaf aan de memorie een jaarlijkse rente van 20 heren ponden, die zij betaalde van haar eigen geld. Daarvoor zouden de memoriemeesters tot eeuwige dagen aan de armen een half pond boter toevoegen bij het brood waar zij tevoren slechts een derde pond boter bij kregen.
Van deze rente van 20 heren ponden per jaar heeft Hille 10 heren ponden afgelost.
Hiervoor hebben de memoriemeesters Lubbert Petersz en Willem Volckmansz 100 rijnse guldens. Dat geld hebben zij samen gevoegd met de 25 heren ponden per jaar die Johan van der Vecht aan de memorie schuldig is, gaande uit zijn land in Mastenbroek [nabij ?] Oosterholt. Ieder jaar te betalen op Petri-ad-Cathedram. Deze rente mag worden gelost met 20 penningen 1 penning, maar Johan moet dat een half jaar tevoren aankondigen.
Deze rente van 25 heren ponden per jaar heeft Johan van der Vecht afgelost. Het geld is weer belegd, zo hierna te zien is.
Hille de weduwe van Albert Daems blijft aan de memorie schuldig een rente van 10 heren ponden, jaarlijks te betalen op Midwinter. Zij mag die rente lossen
Fol. 9
met 20 penningen 1 penning.
Zij heeft deze rente van 10 heren ponden afgelost met 200 heren ponden aan de memoriemeesters Lubbert Peterssoen en Rant Albertsz. Die kochten daarvoor een rente van een grove hamburgerton rode pachtboter per jaar, te leveren op Sint-Remigiusdag te Zwolle aan de waag, afkomstig van heer Zweder van Voerst, volgens de inhoud van een richtersakte.
Zweder mag deze rente aflossen met 200 heren ponden indien hij dat een half jaar tevoren aangeeft.
Symon Claessoen van der Sneeck bewees de memorie een jaarlijkse losrente van drie heren ponden, te betalen op Sint-Maartendag en te gebruiken voor een aalmis. Deze rente gaat uit het land van jonge Johan Wolfs in de Asschet. Alfer Peterssoen heeft de richtersakte in bewaring. Hij heeft ook een jaarlijkse rente uit dat land.
[Alles doorgehaald].
Fol. 9v
Oedbert Hoff gaf de memorie zes aalmissen, waarvoor hij aan de memorie een jaarlijkse rente van 18 heren ponden bewees. Deze 18 heren ponden zijn een deel van de 20 heren
ponden per jaar die gaan uit het land, huis en erf van Peter van Uterwyck te IJsselmuiden. Deze rente moet jaarlijks worden betaald op Onze-Lieve-Vrouwen-Lichtmisdag.
De overige twee ponden per jaar heeft de memorie van Peter Lubbertsz, die ook een aalmis gaf, zoals hiervoor geschreven staat. Er is een richterakte van.
Peter van Uterwyck mag deze 20 heren ponden per jaar aflossen met 20 penningen 1 penning idien hij dat een half jaar tevoren te kennen geeft.
Fol. 10
Mense van der Lippe gaf aan de memorie het vierde deel van een jaarlijkse rente van 7½ heren pond, gaande uit het huis van Dirck Hirt op de Burgwal. Zij wil dat de memorie deze rente gebruikt voor een aalmis.
De andere drie vierde delen zijn in bezit van Albert Hoyer. Deze heeft de schepenakte in beheer. De rente moet jaarlijks worden voldaan op Pasen.
De memoriemeesters Claes Sulman en Claes Gosensoen kochten een jaarlijkse rente van twee heren ponden min een half oord, gaande uit het huis van Dirck Hirt op de Burgwal voornoemd. Deze rente, die moet worden voldaan op Pasen, behoort nu aan de memorie en aan Albert Hoyer. De memoriemeesters kochten de rente voornoemd van Wendelmoet Ruische. De akte ligt in de kist van de memorie.
Hoppenbier bewees aan de memorie een jaarlijkse rente van een halve ton boter per jaar. Voor de andere helft van deze rente houdt men Hoppenbiers jaargetijde. Deze rente komt uit Pasel (Paaslo) en moet worden geleverd op Sint-Michielsdag te Steenwijk in de waag.
Deze rente gaat uit de helft van Hovynck “over hoghe en over leghe”. De belendingen zijn in het oosten Hermen Mathiesz en in het westen Johan Tidekenssone. De richtersakte ligt in de kist van de memorie.
[in een andere hand:] Hier heeft de voorste memoriemeester de akte van.
Henric Woltersz gaf aan de memorie vijf aalmissen. Daarvoor gaf hij aan de memoriemeesters Lubbert Petersz en Willem Volckmansz 300 heren ponden in gereed geld. Daarvoor kochten de memoriemeesters voornoemd een jaarlijkse rente van 15 heren ponden, toe te voegen aan de 25 heren ponden die gaan uit het land van Johan van der Vecht.
Fol. 11
De andere 10 ponden per jaar kwamen van Hille de weduwe van Albert Daems, zo hiervoor vermeld wordt. Te betalen op Sint-Peter-ad-Cathedram. De richtersakte die hiervan is, heeft Johan van der Vecht zelf betaald. Hij mag de rente lossen indien hij dat een half jaar tevoren aangeeft. [Doorgehaald]
Johan van der Vecht heeft deze 25 heren ponden per jaar afgelost. Met het geld hebben Rant Albertsz en Lubbert Petersz een jaarlijkse rente van 25 heren ponden gekocht, gaande uit 15 morgen land …………….. Johan van Ittersum………….. Johan van Diepholt …… Sin-Marten.
Daarvan 15 heren ponden per jaar aan aalmissen …… de voorste memoriemeester ……
…. de achterste memoriemeester …….. en ton boter per jaar uit het land van de kerk van Kuinre…., zo hierna beschreven staat.
Fol. 11v
Elsebe de weduwe van Berent Johansz en haar dochter Lutghert gaven aan de memorie twee aalmissen, waarvoor zij hebben bewezen een jaarlijkse rente van een oud Frans schild, te betalen op Pasen, gaande uit een huis en erf op de Sint-Nicolaasdijk, dat nu toebehoort aan Henric Arentsz, de zoon van Arent Dirckszoon. Het strekt van de “wede” over de dijk tot aan de wetering. Er is een schepenakte van.
Ook bewezen zij aan de memorie een jaarlijkse rente van twee heren ponden, te betalen op Pasen, gaande uit het huis en erf dat nu toebehoort aan Henric Heynemansoen, gelegen op de Sint-Nicolaasdijk, tussen Laurens Joncker en de erfgenamen van Ghise Evertsz, strekkende
van de Sint-Nicolaasdijk tot aan de “stat wede”. Er is een schepenakte van.
Verder bewezen zij aan de memorie een jaarlijkse rente van twee heren ponden, te betalen op Pasen, gaande uit een huis en erf op de “Screyhoec” in Brunnepe, dat nu toebehoort aan Herman Ludekensz. Er is een schepenakte van.
Verder bewezen zij aan de memorie een jaarlijkse rente van een heren pond, te betalen op Lichtmis, gaande uit het huis en erf dat nu toebehoort aan Johan Henricsz, gelegen op de Screyhoeck. Er is een schepenakte van.
Ook gaven zij aan de memorie een hof op de Screyhoeck, liggende bij deze voornoemde huizen. Deze hof wordt jaarlijks verhuurd.
Fol. 12
Verder bewezen zij aan de memorie een jaarlijkse rente van een heren pond, te betalen op Pasen, gaande uit het huis en erf van Johan Clymmers, gelegen in de Nieuwstraat in de Hagen. Er is een schepenakte van.
Voor al deze renten en percelen zullen twee aalmissen worden gegeven, welke Elsebe en Lutghert mogen laten uitdelen zo het hen gelieven zal
Elsebe de weduwe van Berent Johansz en haar dochter Lutghert geven aan de memorie een huis en erf, gelegen buiten de Kalveneckenpoerte, tussen de behuizing van Johan Lacher en de Wetering. Voorwaarde is dat de memoriemeesters daarin te eeuwige dage twee arme personen zullen laten wonen.
Ook gaven zij aan de memorie een jaarlijkse rente van drie heren ponden, te betalen op Pasen, gaande uit het huis en erf dat er tegenover staat en dat toebehoort aan Zegher de Mulre.
Met deze rente van drie heren ponden per jaar moet het huis dakdicht en verder worden onderhouden.
Verder gaven zij een jaarlijkse rente van twee heren ponden, te betalen op Pasen, gaande uit een huis en erf in de Oudestraat in de Hagen, tussen
Fol. 12v het huis van de erfgenamen van Lambert van Rees en het huis van Arent Nanninck. Er is een schepenakte van.
Met deze twee heren ponden per jaar moet ieder jaar voor de twee arme personen in het voornoemde huis turf worden gekocht.
Elsebe en Lutghert zullen zo lang zij leven zelf voor het onderhoud van dat huis zorgen en de turf kopen daarom ook de vijf heren ponden per jaar heffen.
Peter Lubbertsz, Lubbert Petersz en Lubbert Overdyck als executeurs van het testament van Mense van der Lippe gaven aan de memorie nog een aalmis, waarvoor zij een som van 63 heren ponden hebben bewezen, die belegd zijn bij de zeven heren ponden per jaar, gaande uit Mette Gherberts land in de Asschet.
Fol. 13 Verder bewezen zij als executeurs voornoemd nog jaarlijkse rente van drie heren ponden voor een aalmis, gaande uit het huis dat nu ter tijd toebehoort aan Leffer
Gheertsz, gelegen in Onser-Liever-Vrouwenstege op de hoek van de Waterstrate. Er is een schepenakte van. Deze rente mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning.
Fol. 13v is niet beschreven.
Fol. 14
De memoriemeesters Lubbert Petersz en Rant Albertsz hebben tot behoef van de aalmissen van de kerkmeesters en gemene buren (inwoners) van Kuinre een jaarlijkse rente gekocht van een grove ton en nog een kwart ton boter.
Deze boterrente gaat uit 21 korte akkers land van de kerk en de buren, liggende in de heerlijkheid Kuinre. Verder nog gaande uit een stuk land, gelegen op de Dermte en uit een stuk land gelegen in Wibenburen. Te leveren ieder jaar op Sint-Egidiusdag aan de waag in Kampen. Deze rente mag worden afgelost met 100 rijnse guldens en 55 rijnse guldens. De voorwaarden staan in de akte die er van is.
De 100 rijnse guldens zijn afkomstig van een afgeloste rente van 10 heren ponden per jaar, die overgezet zijn uit een ander boek door Lubbert Petersz en Rant Albertsz.
20 rijnse guldens zijn afkomstig van Nyese de weduwe van Peter Lubbertsz, waarvoor men een aalmis geeft. De andere 30 rijnse guldens zijn afkomstig van een vrouw.
Daarvoor geeft men een aalmis.
Fol. 14v [is niet beschreven.]
Fol. 15
Hermen Bildensnider gaf ter ere Gods voor de aalmissen een jaarlijkse rente van een heren pond, te betalen op Pasen, gaande uit Mispelcamps huis en erf op de Brunneper dijk. De memorie heeft daarenboven uit dat huis nog een heren pond per jaar.
In het jaar LXVIII (1468)
Henric Gheertsz en Willem Volcmansoen …. Onser Lever Vrouwen kerke verbetert zes aalmissen en 2½ heren ponden van …….. na ……
Mette Katte gaf ter ere Gods voor de aalmissen een rente van een half heren pond per jaar, gaande uit een huis en hof op de Knijphoff, tussen Johan Willemsz en Andrees Knarse, waarvan het Sint-Brigittenklooster de andere halve heren pond per jaar heeft.
Deze rente moet worden betaald op Pasen
Fol. 15v
Johan van Tye Lambertsoen had aan de memorie een aalmis toegezegd. Daarvoor hebben zijn erfgenamen aan de memorie 60 heren ponden in gereed geld gegeven. De memoriemeesters Henric Gheertsoen en Willem Volcmans hebben voor dat geld een jaarlijkse rente van twee heren ponden gekocht, gaande uit de halve hoeve land van Gheert Wicherssoen, gelegen in Dronthen, waarvan Henric Gheertssoen de ander halve hoeve in bezit heeft. Deze rente moet ieder jaar op Midwinter worden betaald.
Uit deze halve hoeve heeft het Sint-Anna-altaar een jaarlijkse rente van een heren pond per jaar. Het is eenzelfde tins. De memorie heeft er een schepenakte van.
De andere 20 heren ponden zijn belegd aan de verbeterschap van drie vierde delen boter per jaar die Clawis Gheerlofssone te Kuinre bewezen heeft. [Doorgehaald].
Fol. 16
Foyse Heynevaders vrouw had aan de memorie een aalmis toegezegd. Daarvoor hebben haar erfgenamen aan de memorie een jaarlijkse rente bewezen van drie heren ponden, te betalen op Pasen, gaande uit het huis van Wolbert Ruhorst op hoek van de Gheert strate van der Ae, dat nu ter tijd toebehoort aan Gheert Kopersmyt. Uit dit huis heeft de Heilig-Kruismemorie ook drie heren ponden per jaar. Het is gelijke tins. Deze mag worden gelost met 22 penningen 1 penning. De memorie heeft er twee schepenakten van in de kist. [Doorgehaald].
Fol. 16v
Clawis Gheerlofsz gaf aan de memorie drie aalmissen, waar voor hij bewezen heeft drie vierde delen van een vat boter per jaar. De helft van het vat gaat uit 15 lange akkers, begrensd aan de noordzijde door Godiken Wibrants, aan de zuidkant door Johan Hermensz, aan de oostkant door Kuinre en aan de westkant door de korte akkers. Ieder jaar te leveren op Sint-Johansdag in de midzomer te Kuinre in de waag. Het land behoort toe aan Gherberich de weduwe van Wibrant Godikenssoen. Dit halve vat boter mag worden gelost met 100 postulaatsgulden.
Het vierde deel van het vat boter voornoemd gaat uit een akker land met de helft van het Noerdersche huis dat er op staat. Te leveren ieder jaar in de vier marktdagen van Aller-Heiligen in de waag te Kuinre. Het land is eigendom van Gheert Kremer en zijn vrouw Ave. Dit vierde deel mag worden afgelost met 33 gouden rijnse guldens.
Alfer Petersz is drie heren ponden per jaar schuldig, te betalen op Sint-Marten in de winter, afkomstig van Hese Peters, die de memorie een aalmis gaf, waarvan Alfer het geld beurde
Fol. 17
Johan Dirck Hermenszoon gaf een aalmis waarvoor hij aan de memorie een som van 80 heren ponden heeft gegeven aan gereed geld. De memoriemeesters Henric Gheertsz en Willem Volckmansz kochten met dit geld een jaarlijkse rente van vijf heren ponden, gaande uit het huis van Alfer Peterssoen, staande in de Oudestraat op de hoek van de Sint-Geertruidensteeg, waarin hij woont. Een van deze vijf heren ponden is betaald met 20 heren ponden die Sibrant Petersz aan de memorie gaf. Deze rente moet ieder jaar betaald worden op Pasen en mag ook worden afgelost op Pasen.
Fol. 17v Griete van der Wede, begijn in het Buitenconvent, gaf aan de memorie een aalmis, waar zij voor bewezen heeft een erftins van een oud schild per jaar, gaande uit het huis en erf van Peter Roesen te Brunnepe in de Oudestraat, tussen Geert Iohansz en de erfgenamen van Lambert Iohansz. Er is een schepenakte van die in de kist van de memorie ligt. Voorwaarde is dat heer Iohan van der Wede en de gezusters Gese en Femme van der Wede mogen beslissen aan wie de aalmis in de eer Gods zal worden gegeven, en wel zo lang een van hen drieën leeft.
Meester Iohan van der Wede gaf de memorie 63 heren ponden aan gereed geld voor een aalmis. De memoriemeesters Geert Borchartsz en Geerlof Claesz kochten daarvoor een jaarlijkse rente van drie heren ponden, toe te voegen aan de jaarlijkse rente van vijf heren ponden die de memorie heeft uit het huis van Goetscalk Evertsz in de Nieuwstraat, dat Hans Byen placht toe te horen. Daarvan waren twee heren ponden per jaar afkomstig van de 22 heren ponden die de weduwe van Roderick Vridach had
afgelost. Deze vijf ponden te betalen jaarlijks op Sint-Michielsdag. Deze rente mag worden afgelost. [Doorgehaald].
Hille Hese gaf voor een aalmis 26½ rijnse gulden en 5 rijnse guldens, zo hierna beschreven staat. Deze aalmis zal men pas na de dood van Hille geven. Zo lang Hille leeft zal de memorie haar jaarlijks op Midwinter twee heren ponden geven.
De hiervoor genoemde vijf heren pond per jaar van Gosschalk Evertsz zijn belegd in een ton boter per jaar van Berent Egbertsz in Kuinre. Memoriemeesters Geerlich Claesz en Claes Sulman.
Fol. 18
Wijlen Nyese Borchartsz, de weduwe van Peter Lubbertsz, had de beschikkingen over twee aalmissen, waar Lubbert Petersz zes heren ponden per jaar voor schuldig is, te betalen op Sint-Michielsdag. Hij mag deze rente betalen met gereed geld of met een jaarlijkse rente.
Fol. 18v
De memorie heeft tot behoef der aalmissen een jaarlijkse rente van 20 heren ponden, gaande uit 43 morgen land met huis, hof en boomgaard, geheten Verdeholt, dat toebehoort aan Geert van Welevelt, gelegen in het gerecht van Sallic (Zalk). Deze rente moet ieder jaar op Sint-Peter-ad-Cathedram zonder kosten worden betaald in Kampen.
Als deze betaling niet plaats zal vinden dan mogen de memoriemeesters panden aan voornoemde goederen, zoals beschreven staat in de richtersakte die er van is.
Deze rente mag worden afgelost indien hij dat een half jaar tevoren meldt met een akte van het gerecht van Zalk.
Het geld voor de koop van deze jaarlijkse rente van 20 heren ponden was afkomstig van de weduwe van Roderic Vridag van de 22 heren ponden die uit haar huis gaan, welke zij heeft afgelost ten tijde van de memoriemeesters Geert Borchertsz en Geerlich Claesz. [Doorgehaald].
Het geld van deze voornoemde rente is aan de memoriemeester Hermen ten Toerne afgelost, die het weer belegt heeft in een rente van 30 [?] heren ponden, gaande uit het bezit van Jacop Heymensz de leidekker in Kuinre. Daarvan heeft de memorie een rentebrief van 15 gouden rijnse guldens in onderpand, waarvan de betaling staat op Aller-Heiligendag.
Hermen voornoemd kocht nog een jaarlijkse rente van twee heren ponden uit onroerend goed te Veenhuizen in Kuinre, geheten Die Bette. Daar heeft de memorie twee tonnen boter uit, te leveren op Sint-……. [Doorgehaald]
Aan Hermen ten Toerne is een jaarlijkse rente van 10 heren ponden afgelost door Willem Morre. Het geld is weer belegd in een halve ton boter per jaar ten laste van Claes Ghosensz broeders zoon in Kuinre. Die geven de memorie al twee tonnen boter op Sint-Johan in de zomer.
Uit hetzelfde land waaruit de voornoemde twee tonnen boter per jaar gaan, heeft de memorie nog een erfrente van een vierde vat boter per jaar gekocht. Er is een richtersakte van die ligt de kist van de achterste memorie.
Fol. 19
Bertolt van Wilsem gaf aan de memorie een aalmis waarvoor hij heeft bewezen een jaarlijkse rente van een vierde deel van een hamburgervat boter, te leveren in de waag te Kampen op Aller-Heiligendag. Deze rente gaat uit de helft van zes akkers land in Veenhusen in het gericht van Kuinre, die toebehoren aan Tyman Arentsz en zijn vrouw Elsebe. De andere helft behoort toe aan Albert Claesz. Het land ligt in de noertegge (noordhoek) van het Witte Monikelant, waaraan ten noorden ligt het land van Styne, de vrouw van Iohan Heynensz, met haar dochter Katherine, ten zuiden Albert Claesz, ten oosten de Doer Siel en ten westen Stevens Sloot. De richtersakte die er van is gemaakt, heeft Bertolt aan de memorie overhandigd. Deze boterrente mag worden afgelost met 52 gouden arnoldusguldens. Bertolt gaf hierbij nog een gouden leeuw, zodat het samen 60 heren ponden bedroeg. Deze aalmis mogen Bertolt en zijn vrouw Gese geven in de ere Gods zo het hen goeddunkt, zo lang een van beiden leeft.
Fol. 19v
In het jaar van LXXV (1475) op Sint-Peter-ad-Cathedram hebben Bertolt van Wilsem en zijn vrouw Gese aan de memorie gegeven voor de zaligheid van de ziel van Griete van Venlo, de moeder van Gese van Venlo, een som van 63 heren ponden ter vermeerdering van de aalmissen die men iedere zondag geeft aan de armen.
Voorwaarde is dat Bartolt of Gese dan zo lang een van beiden leeft aalmissen mogen laten halen en die geven zo het hen zal believen.
Geert Laffersz gaf de memorie een aalmis waarvoor hij heeft bewezen een richtersakte van vier heren ponden per jaar, gaande uit een huis en hof gelegen bij de kerk van Wilsum, te betalen ieder jaar op Sint-Marten in de winter. Van deze vier heren ponden is drie heren ponden voor de aalmissen. Wat er verder zal worden gedaan, gaat van het ene heren pond. Van wat er overblijft zal zijn jaargetijde worden gehouden. Mochten deze vier heren ponden niet genoeg zijn, dan mag de memoriemeester het jaargetijde en de aalmissen niet houden en geven.
[In een andere hand;] Deze rente is gegeven voor [het onderhoud van] de dijk te Wilsum.
Fol. 20
Geert Dubbelsz gaf aan de memorie drie aalmissen. Daarvoor bewees hij een richtersakte van 17 heren ponden per jaar, waarvan de voorste memoriemeester zal hebben vijf ponden, de maagd van Kerstien Melisz drie ponden en de aalmissen negen ponden. Deze jaarlijkse rente gaat uit het erf van Gise van Scarpensel, dat gelegen is op den Zwol in het kerspel van Vollenhove en dat wordt gehuurd en bewoond door Bouhuys. Deze rente moet jaarlijks worden betaald te Kampen op Sint-Peter-ad- Cathedram. Als zij dat wil dan mag de maagd van Kerstien Melisz voor haar drie ponden aalmissen halen.
Fol. 20v [is niet beschreven.]
Fol. 21
Lubbert Peterssoen en Alfer Peterssoen hebben aan de memorie een jaarlijkse rente van negen heren ponden bewezen, te betalen op Sint-Johan-Baptistensdag in de midzomer, gaande uit een huis tussen Lubbert Petersz huis en de Onze-Lieve-Vrouwensteeg. De memoriemeesters hebben hier een akte van die is bezegeld door Lubbert en Alfer voornoemd.
Hiervan zal de voorste memoriemeester jaarlijks ontvangen drie heren ponden, waarvoor ieder jaar op Sint-Jansdag voornoemd een lange vigilie van negen lexen moet worden gezongen. Op de volgende dag, zijnde Sint-Lebuinusdag, moet een requiemmis worden gezongen voor de ziel van wijlen Peter Lubbertsz. Daarvoor moet aan elke priester-officiant van de memorie en de kerk, de schoolmeester en de koster, voor hun presentie, twee Kamper kromstaarten worden gegeven. Verder moeten op alle hoogtijdagen van Onze-Lieve-Vrouwe de memoriemeesters vier getijden laten zingen, te weten Prime, Tercie, Sexte en None. Aan de officianten samen moet op elke hoogtijdag voornoemd vijf Kamper kromstaarten worden gegeven.
De achterste memoriemeester zal van de voornoemde negen heren ponden per jaar zes heren ponden ontvangen om ten eeuwigen dage elke zondag twee aalmissen uit te delen in Onze-Lieve-Vrouwenkerk.
Lubbert en Alfer mogen deze negen heren ponden aflossen volgens de tekst van de akte, die in de kist ligt van de voorste memoriemeester.
Fol. 21v [Een wijzend handje in de linkermarge]
Gosen Iohansz heeft een jaarlijkse rente van acht heren ponden die uit zijn huis gingen afgelost aan de memoriemeesters Johan Dircsz en Gheerloff Claesz. Van het geld van de aflossing hebben de memoriemeesters 70 gouden rijnse guldens belegd in een jaarlijkse rente van een half vat boter. De overige tien rijnse guldens zullen zij ook beleggen
Aan de memoriemeesters Claes Gosensz en Claes Sulman is een jaarlijkse rente van 10 heren ponden afgelost. Deze rente ging uit het huis van meester Henric van Uterwick.
Het geld van de aflossing hebben zij belegd in een jaarlijkse rente van 12 heren ponden, gaande uit een huis in de Oudestraat waarin nu ter tijd Grete Kokenbackers woont.
Van deze 12 heren ponden per jaar kwam 10 heren ponden van meester Henric voornoemd, 1 heren pond kwam van Jacob Visch en 1 heren pond kwam van het geld van de memorie. De rente moet jaarlijks worden betaald in de vier heilige dagen van midwinter. De akten liggen in de kist van de memorie.
[Met een andere hand:] Deze 12 heren ponden zijn afgelost aan de memoriemeesters Claes Sulman en Tymen van den Vene, zo achter in dit boek vermeld wordt.
Fol. 22
[Een wijzend handje in de rechtermarge]
De memorie heeft een jaarlijkse rente van acht heren ponden, gaande uit het huis van Gosen Iohansz, waarin hij zelf woont, gelegen tussen de huizen van Tymen van den Vene en Johan Wernersen. Daarvan mogen aalmissen worden gegeven voor [het zielenheil van] Johan Sasse en Bartolt van Wilsem. Gosen mag deze rente aflossen op Lichtmis met 20 penningen 1 penning.
De memorie heeft een jaarlijkse rente van 26 heren ponden, gaande uit het huis van Iacob Gheertsz waarin deze zelf woont, staande tussen de huizen van Roedrick Vridach en Ernst van Holtzende.
De koopsom kwam van 12 heren ponden per jaar die afgelost zijn, welke gingen uit Jacob Wichersz land in Dronten, 9 heren ponden per jaar kwam van het geld van drie aalmissen die gekomen zijn van Evert Heynevaertsz en 3 ponden per jaar die kwamen van een vierde deel boter dat Lubbert Petersz heeft afgelost, dat was gekocht van Roloff Swarte. De rest werd betaald van het geld van de memorie. Deze 26 heren ponden moeten jaarlijks betaald worden op de zondag na Dertiendendag. [Doorgehaald].
Deze 26 ponden zijn afgelost en weer belegd, zoals hierna vermeld wordt.
Fol. 22v
Heer Tymen Witte en zijn zuster hebben aan de memorie 90 rijnse guldens van twee heren ponden per stuk gegeven. Daarvoor moet men elke zondag drie aalmissen geven, doch heer Tymen of zijn zuster mogen zo lang zij leven deze drie aalmissen zelf geven.
Van het voornoemde geld hebben de memoriemeesters negen heren ponden belegd bij Aelt van Urck en Ghese zijn vrouw die wonen in Steenwijkerwold, waar zij nog een heren pond bijvoegden van het geld dat afkomstig was van Iacob Visch, zodat het samen 10 heren ponden per jaar maakt. Het onderpand waaruit deze rente gaat, bestaat uit negen stukken weide- of koeienland. Deze rente moet ieder jaar op de Heilige-Sacramentsdag zonder kosten worden betaald in Kampen. De akte ligt in de kist van de memorie. [Doorgehaald].
Deze 10 heren ponden zijn [afgelost en] weer belegd in een boterrente en tins, door de memoriemeesters Herman ten Toern en Johan Dicksz, zo hierna beschreven wordt.
Melijs Egbertsz gaf geld voor een aalmis aan de memoriemeester Herman ten Toern, die het heeft belegd aan de boter en tins voornoemd. Melijs wil zo lang hij leeft deze aalmis zelf geven.
Grete Kuenreturfs gaf drie heren ponden per jaar voor een aalmis. Het geld daarvoor hebben de memoriemeesters Johan Dircksz en Gheerloff Claesken belegd in een jaarlijkse rente van een pond, gaande uit onroerend goed van Pilgrum Pannert.
Pilgrum geeft aan de memorie vier heren ponden per jaar aan rente, te weten voor het geld van de drie ponden per jaar van Grete voornoemd en voor een pond per jaar van het geld van de memorie.
Fol. 23
De memoriemeesters Herman ten Toerne en Johan Dircksoen hebben van de jaarlijkse rente van 26 heren ponden voornoemd, die is afgelost door Jacob Geertsz, vijf heren ponden per jaar gekocht, gaande uit het huis in de Hagen naast het huis van Peter Peye.
Deze vijf heren ponden zijn een deel van een jaarlijkse rente van zeven heren ponden die Arent van Holtsende jaarlijks uit dat huis geeft. De akte daarvan heeft hij zelf bezegeld. De vijf heren ponden moeten van Arend worden gemaand. [Doorgehaald]
Deze vijf heren ponden per jaar zijn afgelost en weer belegd door de memoriemeesters Geerlich Claesz en Claes Sulman voor een ton boter per jaar van Berent Egbertsz in Kuinre.
De memoriemeesters Herman en Johan voornoemd hebben van de 26 heren ponden per jaar nu zes ponden per jaar belegd op een erf op Kamperveen dat toebehoort aan Pilgrum Pannert. Daarvan heeft Pilgrum aan de memorie een akte gegeven. Pilgrum heeft aan de memorie ook nog een andere akte tot onderpand gezet.
[In een andere hand:] Pilgrum betaalt ieder jaar 15 heren ponden in totaal.
De memoriemeesters Herman en Johan voornoemd hebben van de 26 heren ponden per jaar drie gouden rijnse guldens per jaar belegd in Kuinre.
Fol. 23v
Te weten gaande uit vier akkers land in de heerlijkheid Kuinre, geheten Johan Oyers land, dat placht toe te horen aan Peter Cirxzoen. De memorie heeft daar een goede richtersakte van die in de kist ligt. De rente is gekocht van Gheerloff Claesz de zoon van Claes Gheerlofsz.
Deze drie gouden guldens voornoemd zijn afgelost aan de memoriemeesters Claes Sulman en Tyman van den Vene, zo hier na beschreven staat.
De memoriemeesters Herman en Johan voornoemd hebben van deze 26 heren ponden per jaar nog belegd het geld voor een ton boter per jaar erfelijk, gaande uit Iacob Clawers zaadland, gelegen op Den Broke in de heerlijkheid van Blankenham. De memorie heeft der een richtersakte van.
Herman ten Toern heeft aan Johan Dircksz 60 gouden rijnse guldens in gereed geld overgeleverd om die te beleggen.
De 26 heren ponden per jaar van Jacob Gheertsz en de drie heren ponden van Melijs Egbertsz zijn weer belegd.
Fol. 24
De memoriemeesters Johan Dircksz en Gheerloff Claesz hebben deze 60 gouden rijnse guldens belegd op het land van Peter van Uterwyck te IJsselmuiden.
Berent Seelander gaf de memorie twee aalmissen. Daarvoor bewees hij een akte van twee heren ponden per jaar. Die ligt in de kist van de memorie. Er is nog voor vier heren ponden per jaar over. Die moeten de memoriemeesters nog beleggen.
[In een andere hand:] Het geld van deze vier heren ponden per jaar hebben de memoriemeesters Geerlich Claesz en Claes Sulman belegd voor een ton boter per jaar van Berent Ebgertsz in Kuinre.
Alijt Scrivers [?] gaf een heren pond per jaar, gaande uit het huis waarin zij woont, staande op de Sint-Nicolaasdijk.
Fol. 24v
In het jaar van LXXXI (1481)
Aan de memoriemeesters Claes Sulman en Tyman van den Vene heeft Geerlof Claesz overgeleverd het geld van de aflossing van een heren pond per jaar en het geld van de aflossing van 12 ponden per jaar die gingen uit het huis van Grete Kokenbackers.
Aan Claes en Tyman voornoemd werd door de dijkgraaf Hermen van Uterwyc afgelost een jaarlijkse rente van 10 heren ponden.
Ook nog uit hetzelfde huis 12 heren ponden per jaar.
Drie gouden rijnse guldens per jaar die Coep Hillebrants heeft afgelost. Die gingen uit Circks land in Kuinre.
Afgelost werd een vat boter door Alert Hugensson te Geelmuden (Genemuiden). Dat was 12 heren ponden per jaar.
Ontvangen van Kerstken Melijsz het geld van de aflossing van drie ponden per jaar voor een aalmis.
In totaal werd aan Claes en Tymen 56 heren ponden per jaar afgelost.
Fol. 25
Belegd voor 7 heren ponden op het huis van Kleys van Urck in de Nieuwstraat naast Onze-Lieve-Vrouwenkerk bij de toren. Te betalen jaarlijks in de vier heilige dagen van Pasen. De akte ligt in de kist van de aalmissen.
[In een andere hand:] Dit is afgelost aan Johan Dircksz.
Belegd te Steenwijk 10 heren ponden per jaar op Ludeken ten Tije, ieder jaar te betalen op Sint-Philips-en Sint-Jacobsdag. De akte ligt in de kist van de aalmissen. Deze rente mag gelost worden zoals de losbrief vermeld.
[In een andere hand:] Bepaald ten tijde van de memoriemeester Claes Gosensz dat de voorste memoriemeester dit zal beuren
Belegd aan een vierde deel van een vat boter van Hubert Scroder, dat hij had uit het land dat de voorste memoriemeester had gekocht van Johan Straetken, dat nu de voorste memorie heeft en betalen zal. Daarvoor gegeven 40 gouden rijns guldens. De richtersakte ligt in de kist van de memorie.
[In een andere hand:] Dit land waaruit het vierde deel van een vat boter ging, hoort geheel toe aan de voorste memoriemeesters. Zo is het nu ……..
Nog gekocht een rente van een half vat boter per jaar dat de kerk toebehoorde, gaande uit land in Blankenham in Spleters buurschap, ten zuiden van Abbinge Sloet. Het land wordt in het zuiden begrensd door Heyne Yman en zijn kinderen en in het noorden door joffer Jutte van den Rutenberge. Jaarlijks te leveren op Aller-Heiligendag in de waag te Vollenhove.
De kerkmeesters mogen deze rente aflossen met 80 gouden rijnse guldens.
Fol. 25v
Belegd ten laste van Onze-Lieve-Vrouwenkerk in Kampen een jaarlijkse rente van 28 heren ponden, te betalen op Sint-Maartensdag. De kerkmeesters mogen deze rente aflossen met 20 penningen 1 penning. De schepenakte die er van is, ligt in de kist van de memorie.
[In een andere hand:] Dit hebben de memoriemeesters de kerk tegoed gescholden.
De memorie heeft een akte van 12 heren ponden per jaar ontvangen van Lubbert Hanynck, gaande uit goed te Veenhuesen achter Kuinre, dat het erf van Lubbert voornoemd placht te wezen.
Van deze 12 heren ponden heeft Onze-Lieve-Vrouwenkerk 1 pond per jaar en de Heilig-Kruismemorie in de Sint-Nicolaaskerk 3 heren ponden per jaar.
Deze vier heren ponden zijn afgelost door de memoriemeesters Claes Sulman en Tymen van den Vene.
De voorste memorie heeft van deze 12 heren ponden per jaar 2 heren ponden per jaar.
Daarvoor moet men de jaargetijden houden van Lubbert en zijn vrouw.
Van deze 12 heren ponden zal men elke zondag 2 aalmissen geven. Deze rente is erfelijk en moet jaarlijks worden voldaan op Aller-Heiligendag. De bezegelde akte ligt in de kist van de memorie.
Fol. 26
Uit het erf van Lubbert Hanynck voornoemd heeft Kleys van Wilsem, de dochter van Luytken van Wilsem, een erfrente van 11 heren ponden per jaar. Aan deze rente heeft joffer Baete van Wilsem, non te Brunnepe, de lijftucht [vruchtgebruik]. Dit geld zullen de memoriemeesters ontvangen en aan Baete geven zo lang zij leeft. Na de dood van Baete mogen de memoriemeesters deze rente aflossen met 20 penningen 1 penning. De verschijndag is op Sint-Peter-ad-Cathedram. De richtersakte die er van is, ligt in de kist van de memorie. Deze akte en die van Lubbert Hanynck zijn aan elkaar gebonden.
[In een andere hand:] Nog een vierendeel boter te Veenhuisen, gaande uit het erf dat Johan Conynck placht toe te horen en dat nu de memorie toebehoort. De verschijndag is op Sint-Bartholomeusdag. De boter moet kosteloos worden geleverd aan de waag te Kuinre.
Fol. 26v
Aan de memorie is door Hughe Meyners een jaarlijkse rente van een half vat boter afgelost met 63 gouden postulaatsguldens. De voorste en de achterste memorie bezitten daar elk een vierde deel van een vat van.
Het vierde deel van de achterste memorie, ter waarde van 31 gouden postulaatsguldens, heeft de memoriemeester Claes Sulman belegd zo hierna vermeld wordt.
Er is hem nog afgelost door Ghoert de Mulnaer een rente van drie heren ponden per jaar die afkomstig zijn van de aalmissen van Segher de Mulnaer
Het voornoemde geld heeft Claes Sulman belegd in een erfrente van vier heren ponden per jaar, waarvan drie heren ponden per jaar toebehoorden aan de Heilig-Kruismemorie en 1 heren pond aan de Onze-Lieve-Vrouwenkerk. Deze rente komt van Lubbert Haninck. Er is een richtersakte van die in bezit is van de memorie. Het is afgelost met 25 penningen 1 penning.
Fol. 27
In het jaer ons heren van drieentachtich (1483).
De memoriemeesters Doede Alertsz en Alfer Petersz hebben van Kersken Melijsz het geld voor nog twee zondagse aalmissen ontvangen, te weten 63 heren ponden.
Dit geld hebben zij belegd bij de erfrente van twee tonnen boter in Kuinre, die Lubbert Petersz en Claes Sulman hadden gekocht, zoals hiervoor geschreven staat.
Fol. 27v
In het jaar 1483 hebben Doede Alertsz en Alffer Petersz, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwememorie, ontvangen van Kerstken Johansz het geld waarvoor men ten eeuwige dage op ieder zondag nog twee aalmissen aan de armen zal geven, te weten 126 heren ponden.
Dit geld is belegd in een erfrente van twee tonnen boter per jaar, die
Fol. 28
De memoriemeesters Lubbert Petersz en Claes Sulman gekocht hebben in Kuinre, zo hiervoor beschreven staat.
Alijt de weduwe van Seyne Ygermans heeft aan Onze-Lieve-Vrouwememorie een aalmis bewezen. Daarvoor gaf zij 30 gouden rijnse guldens van 31 stuivers per stuk.
Herman Geertsz leverde dit geld aan Henric van Wilsem.
Aan Herman Geertsz werd een jaarlijkse rente van vijf heren ponden afgelost, gaande uit het huis van Peter Apteker. Voor het geld van de aflossing kocht hij een jaarlijkse rente van 2½ gouden rijnse guldens, gaande uit een huis in Kuinre. De akte daarvan ligt in de kist van de memorie.
Op deze akte heeft Herman twee gouden gulden per jaar betaald. Men zal hem nog een halve gouden gulden geven.
Deze 10 gulden heeft Herman overgeleverd aan Henric van Wilsem.
Fol. 28v
In het jaar XC (1490)
Aan de memoriemeesters Willem Murre en meester Luken Lubbertsz is een jaarlijkse rente van twee en een kwart heren pond afgelost, die gingen uit een huis op de Burgwal.
Aan hen werd een halve ton boter per jaar afgelost met 70 gouden rijnse guldens. Dit kwam van Syrck Nollensz.
Een half vat boter per jaar werd aan hen afgelost met 100 postulaatsguldens, maakt 65 gouden rijnse guldens.
Een vat boter per jaar werd aan hen afgelost met 140 gouden rijnse guldens.
Maakt 250 gouden rijnse guldens en 47½ gouden rijnse guldens.
Zij kochten in Kuinre een erfrente van een vat boter per jaar voor 200 min 5 rijnse guldens (is 195 rijnse guldens), gaande uit het land van Johan Copsz en zijn vrouw Aeleyt. Er is een akte van.
Zij kochten een rente van 10 heren ponden per jaar, gaande uit de hof van Femme Morre en haar kinderen.
Hiervoor staat brief van een erfrente van 18 heren ponden per jaar mede tot onderpand.
De 10 heren ponden voornoemd zijn door Willem Morre afgelost aan Hermen ten Toerne.
Facit 300 rijnse guldens min 5 gulden (is 295 rijnse gulden).
[Doorgehaald].
Fol. 29
In het jaar XCV (1495) is aan de memoriemeesters Cleys van Urck en Herman Geertsz van de aalmissen afgelost drie heren ponden per jaar, gaande uit een huis bij de Venepoort naast Jan Westvelinck en Geert Glasemaker. Het was afkomstig van Bathe van der Hoeve. [Doorgehaald].
Het geld van de aflossing heeft Herman voornoemd belegd in een jaarlijkse rente uit het huis van Lubbe Werners, waarin zij ook woont. De akte die er van is gemaakt ligt in de kist van de aalmissen van de memorie. [Doorgehaald].
Aan Cleys van Urck en Herman Geertsz, memoriemeesters voor de aalmissen, is afgelost een jaarlijkse rente van drie heren ponden, gaande uit het huis in de Broederstraat waarin Theus die Kremer woonde. Deze drie ponden zijn ook afkomstig van Bathe van der Hoeve.
[Doorgehaald].
Herman voornoemd heeft deze drie heren ponden weer belegd in een jaarlijkse rente uit het huis van Symon die Backer in de Nieuwstraat nabij het Onze-Lieve-Vrouwenkerkhof. De akte daarvan ligt in de kist van de achterste memorie.
[doorgehaald].
Fol. 29v
In het jaar XCV (1495) waren Cleys van Urck en Herman Geertsz memoriemeesters.
Van de aalmissen is aan hen afgelost een jaarlijkse rente van drie heren ponden, gaande uit het huis bij de Venepoort naast Jan Westvelinck en Geert Glaasemaker. Het was afkomstig van Bathe van der Hoeve.
De gelden van de aflossing zijn weer belegd in een jaarlijkse rente uit Lubbe Warners huis, waarin zij zelf woont. De akte ligt in de memoriekist van de aalmissen.
Van de aalmissen is ook afgelost een jaarlijkse rente van drie heren ponden, gaande uit het huis in de Broederstraat waarin Theus die Kremer woonde. Deze rente kwam ook van Bathe van der Hoeve.
De gelden van de aflossing zijn weer belegd in een jaarlijkse rente uit het huis van Symon die Backer in de Nieuwstraat nabij het Onze-Lieve-Vrouwenkerkhof. De akte placht de voorste memorie te hebben, maar ligt in de kist van de achterste memorie.
Fol. 30
Uit het huis van Johan van Wilsem de kuper in de Venestraat, gaat een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, te voldoen op Pasen. Daarvan zijn er 5 door Mette Symons aan Onze-Lieve-Vrouwenmemorie gegeven om er de aalmissen mee te verbeteren. De ander 5 behoren toe aan het Sint-Brigittenconvent. Het is gelijke tins. Het convent voornoemd heeft de akte van de 10 heren ponden. [Doorgehaald].
De memorie heeft een jaarlijkse rente van 15 gouden rijnse guldens, gaande uit de beide huizen van Henrick Dericksoen in Kuinre. Te betalen jaarlijks op Aller-Heiligen.
De richtersakte met een doorgestoken transfix ligt in de kist van de memorie.
In het jaar 1504 hebben de memoriemeesters Johan Hermansz van Harderwyck en Peter Lubbertsz ontvangen 30 gouden guldens van goed gewicht, te rekenen met 36 stuivers voor de gulden, die waren gegeven door Johan Claesz Trypmaker om er de zondagse aalmissen van de memorie in Onze-Lieve-Vrouwenkerk mee te verbeteren.
Fol. 30v
Deze voornoemde 30 gouden guldens van goed gewicht heeft de mermoriemeester Johan Hermansz ontvangen. Hij zal daar ieder jaar op Sint-Johansdag in de midzomer drie heren ponden rente voor geven. Hij mag deze rente aflossen wanneer hij wil.
In een andere hand:] Johan Harmansz geeft nog twee ponden aan de memorie.
De oude Geert Trypmaker heeft gegeven aan de memoriemeesters Henrick van Wilsem en Peter Lubbertsz een som van 20 gouden guldens, de gulden te rekenen voor 31 stuivers.
Deze 20 gouden guldens heeft Jan Hermansz, waarvoor hij per jaar 2 heren ponden rente geeft. De heren pond te rekenen voor 15½ stuiver. Onderpand is een kamp land over de IJssel liggende. De akte ligt in de kist van de memorie.
De memorie heeft het vierde deel van een vat boter per jaar, gaande uit een were land, liggende in het kerspel IJsselham, strekkende van de … sloot tot aan de gracht. In het zuiden begrensd door Claes Mijners en in het noorden door de vicarie van IJsselham.
Dit werd gegeven in het jaar 1503 aan de memoriemeesters Henrick van Wilsem en Peter Lubbertsz.
Fol. 31
Deze boterrente gaf Alijt van Vreden om de aalmissen te verbeteren.
[In een andere hand:] Dit heeft Alijt Vrerix wonende aan de Oldemarkt.
Fol. 31v
In het jaar 1505 heeft Henrick Hoff aan de memoriemeesters Koen Dircksz en Jan Hermansz een jaarlijkse rente van 15 heren ponden afgelost. Die rente ging uit zijn huis.
Van het geld van de aflossing is een deel belegd in een rente van 5 gouden rijnse guldens per jaar, gaande uit het huis en erf van Wolbert Symonsz te Kuinre. De richtersakte ligt in de kist van de memorie.
Geert Koopsz geeft aan de memorie een rente van 5 heren ponden per jaar. Tot onderpand heeft hij een richtersakte van 3 gouden keurvorster guldens gegeven die in de kist van de memorie ligt.
Deze akte spreekt op Bartelt Albers te Steenwijkerwold.
In hetzelfde jaar (1505) is aan de memoriemeesters Koen Dircksz en Jan Hermansz van Harderwyck een jaarlijkse rente van twee vaten boter afgelost met 400 heren ponden, te weten 18 Kamper kromstaarten te rekenen voor 1 heren pond. Deze boterrente placht heer Sweder, heer toe Voirst, jaarlijks te geven.
Dit geld is weer belegd in een jaarlijkse rente van 10 gouden guldens, gaande uit vier huizen in Kampen, die eigendom zijn van Wolters Wolfsz, Gysbert van Lewen, Henric Hoff en Geert Arentsz, die voor de betaling van deze rente elk voor al zullen instaan.
De bezegelde akte ligt in de kist van de memorie.
Deze 5 [!] guldens zijn afgelost.
Fol. 32
Anno Domini 1506.
Aan de memoriemeesters Tijman van Wilsem en Coen Dircksz is door joffer Styne van den Vene afgelost een jaarlijkse rente van 18 heren ponden met een kapitaal van 180 guldens van goed gewicht.
Daarvan zijn 100 guldens belegd in een jaarlijkse rente op het huis van Dyrck Meijs te Zwolle. De betaling van deze rente moet ieder jaar op Pasen plaatshebben. De schepenakte ligt in de kist van de memorie.
De memoriemeesters voornoemd kochten een jaarlijkse rente van vier heren ponden, te voldoen op Pasen, gaande uit de haringhang van Jan Hermsz van Herderwick, gelegen op de Vloeddijk nabij de Kalverneckebrogge (Kalverhekkenbrug). De akte ligt in de kist van de memorie.
De memoriemeesters Lambert Louwensz en Jan Albersz kochten een jaarlijkse rente van 10 goudguldens, gaande uit een sate land te Kuinre op het Broec, dat placht toe te horen aan joffer Glorye.
Fol. 32v
De memoriemeesters kochten een jaarlijkse rente van vijf heren ponden, gaande uit een mate in het kerspel van Zwolle. Dit moet de weduwe van Jan van Delrevoerde jaarlijks betalen op Sint-Michielsdag. De richtersakte ligt in de kist van de memorie.
Zij kochten van Claes Iacopsz een jaarlijkse rente van twee heren ponden, te betalen jaarlijks op Sint-Gereons en Victorsdag, gaande uit de oliemolen bij de sluis tegen de Geerstraet van Dra (van der Ae). De akte ligt in de kist van de memorie.
De memoriemeesters Thijmen van Wylsem en Coen Dyrcksz hebben van de broer van Wyllem de Wever 21 heren ponden ontvangen. Dit geld hebben zij samen met de 30 guldens van goed gewicht die zij hadden ontvangen van Dirck die Wever belegt om de aalmissen te verbeteren.
Fol. 33
Peter Lubbertsz de jonge gaf aan de memorie, om te beleggen, vijf gouden guldens van goed gewicht om daarmee de aalmissen te vermeerderen.
De memorie ontving een jaarlijkse rente van vijf heren ponden, gaande uit een huis in de Nieuwstraat op de hoek van de Kalverneckenstege, tegenover de toren van Onze-Lieve-Vrouwenkerk, waarin meester Henryck Gerbrantsz en zijn vrouw Marijtgen plachten te wonen. Marijtgen had deze jaarlijkse rente in haar testament aan de memorie vermaakt. De betaaldag is op Pasen.
Fol. 33v
Else Ians heeft aan de memorie 60 guldens van goed gewicht gegeven. Daarvoor zal men haar zo lang zij leeft drie guldens per jaar geven op Pasen. Aan haar zuster, de vrouw van Hueghe de Veners, zal men na de dood van Else deze rente geven, zo lang zij leeft.
Katrine, de weduwe van Hueghe Eyssens [?] heeft aan de armen een jaarlijkse rente van drie mudden rogge gegeven. Daarvoor zal de memorie haar zo lang zij leeft drie gouden guldens per jaar geven.
Memoriemeesters waren de jonge Johan [Evertsz ?] voornoemd en Lambert Lauwens.
De memoriemeesters Coen Dircksz en Lambert Louwensz ontvingen van heer Claes Betkensz 80 guldens van goed gewicht. Daarvoor zullen zij hem jaarlijks op Sint-Martensdag vier guldens geven. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
Fol. 34
De memoriemeesters Lambert Louwensz en Coen Dircksz hebben voor deze 80 guldens een jaarlijkse rente van vijf kwart tonnen boter per jaar gekocht, gaande uit Russcher Ianschen land in Kuinre. Er ligt, mede voor die rente, een richtersakte van 200 goudguldens in de kist van de memorie.
De memoriemeesters Lambert Louwensz en Jan Evertsz hebben een jaarlijkse rente van 10 goudguldens gekocht van Lambert Slevert, gaande uit het erf van joffer Glorie, gelegen te Kuinre op het Broek, waar nu ter tijd Claes Sticker op woont. De akte ligt in de kist van de memorie. Henrick Hof is voor zichzelf en zijn erfgenamen borg voor deze rente, die ieder jaar op Aller-Heiligen moet worden betaald. Dat is aangetekend n het stadsboek anno 1515.
Hier zijn mede 100 gulden die zijn afgelost op Servatiusdag en 52½ gulden van de aflossing van een half vat boter. Hier heeft Jan Evertsz 50 gouden guldens bijgedaan, die hij aan de mermorie presenteerde.
Fol. 34v
Mense Pijl de verver gaf een jaarlijkse rente van drie heren ponden, te betalen op Pasen, voor de verbetering van de aalmissen, gaande uit een hof op de Bruederwech (Broederweg) tussen Johan Aels en de hof van Elsebe fromoeder (vroedvrouw). De hof behoort nu ter tijd toe aan Thijs Jorgensz de kremer.
Anno 1523.
Arent de Mylde gaf voor de zaligheid van zijn ziel in zijn testament een jaarlijkse rente van vijf gouden rijnse guldens tot behoef der armen en der aalmissen die men elke zondag geeft in Onze-Lieve-Vrouwenkerk. Deze rente gaat uit de bezittingen van het kerspel en de gemene buren van Vanperfene (Wanneperveen). De akte ligt in de kist van de memorie.
Fol. 35
De memorie heeft een jaarlijkse rente van 1½ heren ponden, gaande uit een huis en erf in de Nieuwstraat, strekkende tot de Hofstraat, met een huis dat tegen het Sint-Geertruidengasthuis aan ligt. Wijlen Henrick Seyne placht er in te wonen. De akte ligt in de kist van de memorie.
Willem Reynertz of dikke Willemken gaf een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit een huis en hof in de Oudestraat in de Hagen. Het huis was vroeger voor de tins blijven liggen en door de memorie voor deze tins aangetast De memorie heeft het huis toen verkocht aan Coenraet Scroeder voor een tins van vijf heren ponden per jaar.
De karthuizers krijgen daar van de daar drie heren ponden per jaar uit. De voorste en de achterste memorie hebben daaruit elk een heren pond op Pasen.
Fol. 35v
Inden naeme Gods amen. Anno XVc ende XXX (1530) op Sancte Symon ende Judendach hebben de oldesten broeders van Sancte Georgens memorie, als volmachtich daer van wesende,
Te wetenLambert Santvorer, Wybrant Woltersen, Cele van Hardenberch, Johan ten Hoeve, Peter Frese, schipper Reyner Tymmerman, Evert van Hardenberch en Engbert van Hardenberch het Sint-Georgenaltaar in Onze-Lieve-Vrouwenkerk overgedragen aan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in dezelfde kerk.
De memorie krijgt het altaar met alles wat er bij behoort. De memoriemeesters in der tijd zullen na de dood van heer Johan Geertsz de bediening van dit altaar geven aan een priester die een eerlijke burgerszoon is en daar toe bekwaam is.
De missen op dit altaar zullen gedaan worden voor hen die deze missen hebben gevestigd en bekostigd. Als er na de beloning van de priester nog iets over zal blijven dan komt dat aan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie, die het zal gebruiken voor de aalmissen. Er is niet zo veel geld dat men zelf de armen kan onderhouden.
De memoriemeesters zullen het altaar onderhouden met ornamenten, waskaarsen en wat er verder toe behoort.
Fol. 36
Ook zijn voorwaarden dat wanneer het met de schippers beter gaat, dat zij dan hun memorie altijd op dit altaar mogen houden naar oude gewoonten, zo vaak als zij dat willen.
Heer Johan Geertsz mag dit altaar bedienen zo lang hij leeft.
De memorie zal in bezit blijven van de middelste waskaars voor het beeld van Sint-Anna.
Fol. 36v
Van het geld dat kwam van de aflossing van een jaarlijkse rente van een half vat boter te IJsselham, is door de memoriemeesters Jacop Bolhoren en Werner van Vorden in het jaar 1537 een deel belegd in een jaarlijkse rente van vijf goudguldens, gaande uit het huis van Tyelman Backer bij het raadhuis. Het halve vat boter had een waarde van een rente van 12 gulden per jaar.
Aan deze vijf goudgulden per jaar van de twee huizen op de Koornmarkt, waarin Ide Backers placht te wonen is nog 28 goudgulden belegd.
Van dit voornoemde geld is ook nog een rente van 12 goudguldens per jaar in Kuinre gekocht.
Ontvangen van wijlen heer Johan Wytte 30 goudguldens voor drie jaargetijden.
Gekocht een jaarlijkse rente van drie heren ponden, gaande uit het huis en hof van Mette Jans in de Hagen. Dit is de eerste tins. Belegd in 1536.
Fol. 37
Aan de memorie werd afgelost een jaarlijkse rente van twee heren ponden, gaande uit het huis van wijlen Geert van Groningen. Het geld van de aflossing is belegd voor een jaarlijkse rente van twee heren ponden uit het huis van Jacop Scumer in de Noldersstege (Naaldenersteeg?). Het is de eerste tins die uit dat huis gaat.
Ontvangen van heer Claes Harmansz Betgensz voor dat hem is vergund zijn vijf missen te doen vanwege zijn vicarie op het Sint-Jacobsaltaar, met de ornamenten en waskaarsen van de memorie. Daarvoor ontvangen 30 gouden rijnse guldens, van 30 claasken per stuk.
Anno XXXVI (1536).
Samen met Lambert Louwensz heb ik [?] in Kuinre belegd en gevoegd bij de renten die hij daar had gekocht een som van 40 goudguldens en 20 Hollandse stuivers.
Van voornoemde gelden heb ik nog in beheer een goudgulden en acht stuivers.
Fol. 37v
Op 25 april 1533 is het volgende geld belegd dat van het testament van wijlen Berent Lanssynck kwam.
Berent Lanssynck gaf aan de achterste memorie voor de aalmissen in Onze-Lieve-Vrouwekerk een som van 538 gouden guldens van goed gewicht. Daarvoor kon elke aalmis worden verbeterd met een Kamper oordje. Dat waren elke zondag 101 aalmissen.
De gelden zijn belegd zo hier onder vermeld staat.
Van Willem Louwe, schout in Blankenham kocht de memorie een jaarlijkse rente van acht goudguldens, gaande uit het huis waarin hij woont, met meer onderpanden, zo in de akte vermeld wordt. Te betalen ieder jaar op Meidag. Deze rente mag worden gelost met 153 goudguldens van goed gewicht. De koopsom bestond uit “idele” gouden engelen van 60 valuerende stuivers per stuk. Met hetzelfde geld mag deze rente worden afgelost.
De waarde van de goudgulden bedroeg 28 valuerende stuivers.
Op 25 april 1533 kocht de memorie van Jan Coepsz in Kuinre een jaarlijkse rente van een ton boter, gaande uit een stuk land gelegen aan de Zuidwendinge in het gericht van Blankenham. Daar is een bezegelde akte van die in de kist van de memorie ligt. Deze boterrente mag pas na tien jaar worden afgelost. Dan mag die worden afgelost met 120 gouden guldens.
De rente is gekocht met “idel” gouden engelen van 60 valuerende stuivers per stuk. Met zodanig geld mag de rente ook worden afgelost. De boterrente moet ieder jaar worden voldaan op Meidag. De goudgulden gold toen 28 valuerende stuivers.
Fol. 38
In hetzelfde jaar heeft de memorie van Jan Coepsz nog een halve ton boter per jaar gekocht met “idel” gouden engelen, ter waarde van 65 goudguldens. De gouden engelen hebben een waarde van 60 valuerende stuivers per stuk. Jan mag deze rente aflossen zo het hem belieft met geld van de waarde voornoemd. Hij zou echter met de memoriemeesters ook een andere aflossing kunnen overeenkomen.
Van deze boterrente heeft de memorie nog geen akte. Jan wilde dat zijn andere akten tot onderpand zouden staan. Nu heeft hij de memorie beloofd om in het voorjaar meer zekerheid te geven of anders zal hij deze rente aflossen.
De verschijndag valt op Meidag.
In hetzelfde jaar kocht de memorie van Jan Coepsz een akte van een rente van 10 goudguldens per jaar, gaande uit een erf genaamd Den Scharpenoert, waarop nu
Wijegger Alberts woont, gelegen in het Bedijktebroek in het gericht van Blankenham.
Daarvoor betaalde de memorie 200 goudguldens van goed gewicht. De verschijndag is Aller-Heiligendag.
Fol. 38v tot en met fol. 52 [zijn niet beschreven.]
Fol. 52v
In het jaar 1459 gaf Albert Daem 40 aalmissen.
Johan van de Vene 2 aalmissen.
Peter Lubbertsoen bij zijn leven 1 aalmis.
Gheert Borchertsz 1 aalmis.
Ghese, de dochter van Peter Lubbertsz1 aalmis.
Oedbert Hoff 6 aalmissen.
Mense van der Lippe 3 aalmissen.
Claes Hoppenbier 1 [?] aalmis.
Henric Wolterssoen 5 aalmissen.
Elsebe Berents 2 aalmissen.
Een vrouw 1 aalmis. Bij Rant.
Hese Petersz 1 aalmis.
Nog van Peter Lubbertsz 2 aalmissen.
Nyese Borcherts 1 aalmis.
Johan de Mulre 1 aalmis.
In het jaar 1468 onder de memoriemeesters Henric Gheertsoen en Willem Volcmansz.
Johan van Tye Lambertsz 1 aalmis.
Foeyse Evert Heynevaers vrouw 1 aalmis.
Clawis Gheerloffsz 3 aalmissen.
Johan Dirck Hermenszone 1 aalmis.
Wijlen Niese Borchertsdochter, de weduwe van Peter Lubbertsz 2 aalmissen.
Meester Iohan van der Wede gaf 1 aalmis in opdracht van een ander.
Bartolt van Wilsem 1 aalmis.
Gheert Dubbeltsz 3 aalmissen.
Fol. 53
In het jaar 1475 zij de aalmissen verbeterd ten tijde van de memoriemeester Gosen Iohansz.
Evert Heynevaer 3 aalmissen.
Johan Sasse 1 aalmis.
Bartolt van Wilsem, vanwege Grete van Vellens 1 aalmis.
Leffer Gheertsz 1 aalmis [doorgehaald].
Grete van der Wede, begijn in het convent, 1 aalmis.
Alijt Hermens de vrouw van Johan Stripperock 2 aalmissen
In het jaar 1476 zijn de aalmissen verbeterd ten tijde van de memoriemeesters Claes Sulman en Claes Gosensz.
Heer Tymen Witte en zijn zuster 3 aalmissen.
Jacop Visch 1 aalmis.
Hille Hese 1 aalmis.
Melys Egbertsz 1 aalmis.
Berent Seelander 2 aalmissen.
Grete Kuenreturfs 1 aalmis.
[Verder in een andere hand:]
Kersken Meliesz 1 aalmis.
Kerstken Melysz voornoemd nog 2 aalmissen.
Anno 1483
Willem Claessoen en zijn vrouw Nyese 2 aalmissen.
Mette Kunredorffes 1 aalmis.
Alyt de weduwe van Seyne Igermans 1 aalmis.
Johan Claesz Trypmaker 1 aalmis.
Alle zondagen gegeven in het jaar 1504.
Fol. 53v
Alijt Hermens weduwe, later Iohan Stryrocks weduwe, gaf aan de Heilig-Kruismemorie in de Sint-Nicolaaskerk en aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk een jaarlijkse rente van twee halve grove tonnen boter, samen en onverdeeld, gaande uit acht akkers land, gelegen in Wiburgen Bueren in de heerlijkheid Kuinre, volgens de inhoud van een richtersakte die zij aan de memorie overleverde. De memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie hebben die akte in bewaring.
Alijt behoudt echter van deze jaarlijkse rente het levenslange vruchtgebruik. Zij heeft daar een akte van die is bezegeld door Seyne Ygermans, Wychman Arentsz, Iohan van den Vene, Geert Borchartsz en Geerlof Claesz, in der tijd memoriemeesters.
Na de dood van Alijt zal deze rente worden gebruikt voor de vermeerdering van de aalmissen die zondags worden uitgedeeld in de Sint-Nicolaaskerk door de Heilig-Kruismemorie en in Onze-Lieve-Vrouwenkerk door de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie.
Fol. 54 en 54v en 55 [zijn niet beschreven.]
Fol. 55v
Anno Domini etc. LXXVI in profesto Exaltacionis Sancte Crucis (13 september 1476).
Kerstken Gerbertsoen die Goltsmit bewijst aan De Heilig-Kruismemorie in de Sint-Nicolaaskerk en aan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk een som van 97 gouden rijnse guldens en een witte stuiver voor de aalmissen, welke som wijlen Jacob Visch de beide memoriën in zijn testament heeft toegezegd, elk de helft.
Van deze som moet ieder jaar op Sint-Bartholomeusdag 12½ gouden rijnse guldens aan de memoriën worden gegeven, tot de gehele som betaald is. De eerste betaling moet plaats vinden op Sint-Bartholomeusdag 1477
Als Kerstken het geld dat hem buiten Nijmegen is afgenomen terug zal krijgen dan zal hij terstond de memoriën de genoemde som van 97 rijnse guldens en een witte stuiver overhandigen. Hiervoor stonden Beernt Morre en Aelt Henrixsz tot borgen.
Daarvoor zet Kerstken aan Beernt en Aelt tot onderpand zijn huis en erf in de Broederstraat, staande naast het huis van Johan Symonsz, en verder al zijn bezittingen in de vrijheid van Kampen.
Ex registrum recognitionis in camera.
Fol. 56 tot en met 62 [zijn niet beschreven.]
Fol. 62v [gedeeltelijk onleesbaar]
Willem Claesz en zijn vrouw Nyese geven na hun dood een jaarlijkse rente van een vierde deel boter, gaande uit onroerend goed te Veenhusen. De richtersakte hebben zij aan de memorie overgeleverd. Daarvoor heeft de memorie hen een akte van lijftucht (vruchtgebruik) gegeven. Na hun dood zal de memorie deze rent[e gebruiken voor de aalmissen.
De akten liggen in de kist van de memorie.
Fol. 63 [is niet beschreven.]
Fol. 63v [De teksten zijn grotendeels onleesbaar.]
De memoriemeesters Gosen Johansz en Rant Albertsz hebben ontvangen van Hille, de weduwe van Hese Peters, 26½ gouden rijnse gulden. Daarvoor geven de memoriemeesters haar zo lang zij leeft ieder jaar een rijnse gulden. Na haar dood moeten haar erfgenamen er vijf gulden bijleggen en zal het geld worden gebruikt voor de aalmissen.
Hille heeft bij haar leven deze vijf rijnse guldens aan de memoriemeester Geert Borchertsz bewezen.
Gosen Johansz en Rant Albertsz hebben met het geld een vieren deel boter per jaar, te leveren op Aller-Heiligendag,…………………………………..
[Doorgehaald]
Lubbert Petersz heeft dit vieren deel boter afgelost met 25½ rijnse gulden, gerekend met twee heren ponden voor de gulden.
In het jaar 1475 op Aller-Heiligendag is dit geld betaald aan de memoriemeesters Gosen Iohansz en Claes Sulman. Het geld is mede belegd bij de 26 heren ponden, gaande uit Jacob Geertsz huis, zoals voor in dit boek beschreven is.
[Doorgehaald]
Fol. 65 [is niet beschreven.]
Einde van het register
Memorieboek van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie (inv. nr. 13).
Fol. 1
[Boven in de rechtermarge staat met potlood geschreven] 1504
Item in dit boeck salmen anders niet scriven dan de renthen van onser liver vrouwen memorie, in soe daniger maniren als hijr nae gescreven staet.
Item alle de renthen vander memorie sint gedeelt in vier terminen vanden iare, als de verschinen tusschen Paeschen ende Synt Jan toe Midsomer sal men vijnden mit horen bepalingen ende mit datum ende mit losse ende ghine losse by malcanderen. Ende soe voirt tusschen Synte Jan ende Synte Michiel ende tusschen Synte Michiel ende Midwinter ende tusschen Midwinter ende Paesschen. Ende de breven van den renthen salmen oick vijnden in dusdaniger maniren in de memorie kiste liggende.
Item wat renthen dat offgelosset worden salmen doirstriken ende weder inscriven. Ende als enige renthen der memorien afgelost worden so salmen de weder beleggen nae inholt der statuten boecks.
Int iaer XVc ende IIII hebben de memoriemeisters als Peter Lubbertsz ende Henrick van Wilsem desse breve laten copiren.
Fol. 1v en 2 zijn niet beschreven.
Fol. 2v
Dit zijn de renten van Onzer-Vrouwenmemorie die verschijnen tussen Pasen en Sint-Johan in de midzomer.
In de vrijheid van Kampen.
In de Oudestraat.
Drie heren ponden per jaar, gaande uit een huis en erf in de Oudestraat naast Evert van den Vene. Gekocht in het jaar 1439 zonder te mogen worden afgelost. Ieder jaar te betalen op Beloken Pasen.
Vijf heren ponden per jaar, gaande uit een huis en erf in de Oudestraat tussen de Sielstege en Ghijse Arentsz, strekkende achter tot aan Luijtken Bolhoirne. Ieder jaar te betalen in de vier heilige dagen van Pinksteren. Gekocht in het jaar 1499. Mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning. [Doorgehaald]
Drie heren ponden per jaar, gaande uit het huis van de erfgenamen van meester Lutken op de hoek naast het kerkhof, dat placht toe te horen aan Lubbert Petersz en zijn broeder Alfer. Ieder jaar te betalen op Pasen.
Hiervoor zal men het jaargetijde houden van Peter Lubbertsz.
Fol. 3
Vijf heren ponden per jaar, gaande uit de nieuwe accijns van de stad, te betalen op Pasen.
[In en andere hand:] Deze vijf heren ponden zijn afgelost. Met het geld is mede betaald de rente van 4½ heren ponden per jaar die gaan uit het huis van de memorie waarin heer Claes Betzen en heer Jan Glauwe nu ter tijd in wonen.
Uit het huis van Peter Mol, staande in “die stad van VII huesen” (de Stad van Zevenhuizen), een jaarlijkse rente van een Wilhelmusschild en een quarte wijn.
Uit het huis van Arent de Milde in de Nieuwstraat gaat een jaarlijkse rente van anderhalf heren ponden en anderhalf mengelen wijn.
Zuster Mette in het convent gaf een huis te Brunnepe, staande op de hoek van de Goltstege.
[In een andere hand:] Dit ligt nu op Harmen Harmsz ende …. samen en bedraagt vier ponden.
Alyt Dircksz gaf twee huisje naast elkaar staande, met een hof, staande in de Stad van Zevenhuizen in de Hagen, nabij het erf van Peter Mol. Hieruit heeft het Heilige-Geestgasthuis een jaarlijkse rente van een heren pond.
Deze huizen zijn verkocht aan Dijrck van Urck, zoals beter te zien is op het volgende blad.
Fol. 3v
In de Stad van Soeven Huyssen inden Hagen.
Vier heren ponden per jaar, gaande uit Dijrck van Urcks huizen in de Soeven Huyssen in de Hagen, die plachten toe te horen aan Alijt Dijrcks, jaarlijks te betalen op Pasen. De schepenakte ligt in de kist van de memorie.
Twee heren ponden per jaar op Pasen, gaande uit het huis van Jan Wijllemsz in Brunnepe, dat Dijrck van Urck aan Onze-Lieve-Vrouwememorie tot onderpand zette voor de huizen in Sueven Huijssen voornoemd.
5½ heren pond op Pasen, gaande uit een huis in de Nieuwstraat, doorgaande met een huis tot in de Hofstraat, waarin wijlen Stijne Segers placht te wonen en dat nu toebehoort aan schipper Reijner. De eerste betaaldag zal wezen op Pasen 1529.
Fol. 4
In de Nyer strate (Nieuwstraat).
Een heren pond tinsgeld per jaar, gaande uit een huis en erf in de Nieuwstraat tussen Mette Kuenretorffz en het huis van Onze-Lieve-Vrouwememorie. Ieder jaar te betalen in de vier heilige dagen van Pasen. In het jaar 1489. De rente mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning.
Is afgelost [De akte is doorgehaald]
Zeven en een halve heren pond per jaar, gaande uit een huis in de Nieuwstraat op de hoek van het Broederkerkhof, aan de andere zijde begrensd door het huis van Coert Metseler, strekkende van de Nieuwstraat tot aan het huis van Coert van Yselmuden.
Ieder jaar te betalen op Meidag. In het jaar 1502.
Te lossen met 20 penningen 1 penning.
Nog twee heren ponden per jaar, gaande uit het huis van Grete Heerks, dat er naast staat. [Doorgehaald.]
Acht heren ponden per jaar op Pasen, gaande uit Jan Scaeps huis in de Nieuwstraat, waar nu ter tijd Everdt van Herdenberch in woont.
Een heren pond per jaar, gaande uit een huis op de hoek tegenover de toren van Onze-Lieve-Vrouwekerk, dat de schroeder heeft getinsd van de erfgenamen van Lubbert Petersz. Peter Lubbertsz heeft van deze rente nog geen akte overgegeven. Hiermee moet met de jaargetijden houden van meester Ludeken Petersz.
Fol. 4v
Een heren pond per jaar op Pasen, gaande uit het huis van Berent Tymmerman in de Nieuwstraat, tussen het huis van Jacob Gortemaker en het huis van Albert Tymmerman.
Dit heren pond per jaar gaf Geyse Hoyers. Daarvoor moet men na haar dood haar jaargetijden houden. Voor deze rente gaf zij 10 enkele goudguldens van goed gewicht.
[In de marge staat:] Nota.
Aan de memoriemeesters Jacop Bolhoerne en Jan Evertsz werd een jaarlijkse rente van vijf gouden guldens afgelost. Deze rente ging uit het huis van Jan Gherrytsz. Hij gaf deze rente om de gebruiken voor de zaterdagse mis op Onze-Lieve-Vrouwenaltaar.
De memoriemeesters voornoemd hebben het geld van de aflossing belegd in een jaarlijkse rente, te betalen ieder jaar op Pinksteren, gaande uit twee huizen op de Koernemerket op de hoek achter het hoge altaar van de Sint-Nicolaaskerk, waarin nu ter tijd Henrijck Backer woont. Er is een schepenakte van, welke ligt in de kist van de memorie.
Van deze vijf gouden guldens per jaar op de Koernemercket heeft de memorie 2½ gulden laten liggen, zodat die er per jaar nog maar 2½ gulden uit heeft.
Fol. 5
Boven de Venepoort
Een jaarlijkse rente van vier heren ponden op Pasen, gaande uit een huis en erf buiten de Venepoort tussen Gheert Rademaker en de kalkberg, strekkende van de straat tot aan de stadsgracht. In het jaar 1490.
Te lossen met 20 penningen 1 penning. Hiervoor zal men de jaargetijden houden van Laffer Geertsz en zijn vrouw.
Fol. 5v
In de Venestraat
Vijf heren ponden per jaar op Pasen, gaande uit het huis van Jan van Wilsem in de Venestraat.
De nonnen van het Sint-Brigittenklooster hebben uit dat huis ook een jaarlijkse rente van vijf heren ponden. Er is een akte van 10 heren ponden van.
[Eigenhandig geschreven door Jacob Bolhoerne]
Een jaarlijkse rente van zes gouden gulden op Pasen, gaande uit het huis van Jacop Bartholomeusz, waarin wijlen Gheert van Groningen placht te wonen, staande op de Burgwal. De schepenakte ligt in de kist van de memorie.
Voor de koop van deze jaarlijkse rente heeft Jacop Bolhoerne 57 gouden guldens bijgelegd van zijn overschot.
Een jaarlijkse rente van 1 goudgulden, gaande uit het huis van Hermen Gheije, staande in Hermen Ffolkerszsteeg achter Cornelijs Joesz, ieder jaar te betalen op Sint-Johan in de midzomer.
Hiervoor zal men de jaargetijden houden voor wijlen Armgert Lentijnck. Mocht de rente niet kunnen worden geïnd dan zal de memorie niet langer belast worden met het houden van de jaargetijden.
Een jaarlijkse rente van twee en een kwart heren pond op Pasen, gaande uit een huis op de Steendijk waar Lubbe Holtsagers in placht te wonen, dat nu toebehoort aan Lubbert Forcke. Deze rente komt de [O.L.Vr.] kerk voor de helft toe.
Fol.6
Op de Koernemarct (Koornmarkt)
Een jaarlijkse rente van twee oude franse schilden of de waarde daarvan, gaande uit een huis en erf gelegen bij de Koirnemarct tussen Alyt Mudinges aan de ene zijde en Wicher van Rensberch aan de andere zijde. Ieder jaar te betalen in de vier heilige dagen van Pasen.
In het jaar 1440. Te lossen met 20 penningen 1 penning. [Doorgehaald].
Vijf heren ponden per jaar op Assumptio Marie, gaande uit een huis in de Geertstrate van der Aa, waar de bakker in woont, naast Arent Egbertsz int Mammeken.
Deze rente is in 1528 afgelost aan de memoriemeesters Lambert Louwensz en Jacob Bolhoerne.
Fol. 6v [is niet beschreven.]
Fol. 7
In de Broederstraat
Acht heren ponden tinsgeld per jaar, verschijnende in de vier heilige dagen van Pasen, gaande uit een huis en erf in de Broderstraten, tussen de Nyestrate op de hoek en Henrick Backer.
In het jaar 1481. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
Fol. 7v [is niet beschreven.]
Fol. 8
In de Hagen
Een jaarlijkse rente van 2½ heren pond, verschijnende in de vier heilige dagen van Pasen, gaande uit een huis en erf in de Nyestrate in de Hagen, tussen Jacob Tadensz en Bette van Tye, strekkende van de Nyestrate tot aan de Waterstrate.
In het jaar 1477. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
Een jaarlijkse rente van 3 heren pond, verschijnende in de vier heilige dagen van Pasen, gaande uit een huis en erf in de Nyestrate in de Hagen, tussen de erfgenamen van Otto Jansz en Geert Claesz, strekkende van de Nyestrate tot aan de erfgenamen van Otto voornoemd.
In het jaar 1478. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
Hiervoor zal men de jaargetijden houden voor Ghisebert Scoemaker.
Fol. 8v
Een jaarlijkse rente van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit een huis en erf in de Nieuwstraat in de Hagen, tussen Hanneken van Rysen en Arent van Lewen.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Een jaarlijkse rente van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit een huis en erf bij de Brederstege in de Hagen, tussen Kerstken Hilligendach opwaarts en Lude Dubbolts.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Een jaarlijkse rente van een heren pond, verschijnende op Pasen, gaande uit een huis en erf bij de Brederstege in de Hagen, tussen Jutte Block opwaarts en Hermen van Carnetten nederwaarts.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Fol. 9
Een jaarlijkse rente van 1½ heren pond, gaande uit een huis en erf in de Nieuwstraat in de Hagen.
Een jaarlijkse rente van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit de koolhoven achter Otte Petersz.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
[Doorgehaald]
Heyle Golts gaf aan de memorie een jaarlijkse rente van een half heren pond.
Fol. 9v
Een jaarlijkse rente van het derde deel van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit een erf in de Hagen, naast de Langen Hoff, Deze rente kwam van Alberich de vrouw van Willem Volckmansz
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Een jaarlijkse rente van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit het huis van Johan van Krimpen in de Hagen, naast het huis van Johan Bruensz.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld]. [Doorgehaald]
Dit huis is blijven liggen voor de tins. De memoriemeesters Peter Lubbertsz en Henrick van Wilsem hebben dit huis verkocht in het jaar 1503 aan Otte Jansz voor 15½ goudgulden.
Opten Steendyck
Een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit een huis op de Steendyck naast de hameyen (hameide/slagboom) naar de zijde van Brunnepe.
Hiermee moet men de jaargetijden van Lubbe Wittops houden. Het huis placht toe te horen aan Rant Albertsz.
De Heilig-Sacramentsmemorie heeft een jaarlijkse rente van een heren pond uit hetzelfde huis.
Fol. 10
Een jaarlijkse rente van een heren pond, verschijnende op Pasen, gaande uit het huis van Jan Henrickz, staande aan de steeg waar de waterpoort in staat. De akte ligt in de kist van de memorie.
Dit heren pond is gekomen van de kerkenrenten. Daarvoor is aan ons een andere rente gegeven, waarvoor wij vanwege de kerk jaargetijden houden.
Fol. 10v [is niet beschreven.]
Fol. 11
Toe Bronepe
Een jaarlijkse rente van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit een huis op de Steendijck tegenover het Broneper cloester. Deze rente behoort voor de helft aan de kerk.
Het cloester betaalt jaarlijks deze rente.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
[In een andere hand:] Deze twee heren ponden heeft de memorie alleen.
Een jaarlijkse rente van een heren pond, verschijnende op Pasen, gaande uit Gheert Tasschemakers huis in Brunnepe tegenover de Sint-Jorienskerk. Deze rente behoort voor de helft aan de kerk toe.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Een jaarlijkse erfrente van een pond, verschijnende op Pasen, gaande uit het huis van Gherbert Heynensz te Brunnepe, staande tussen de huizen van Johan Rolofsz en Berent Hake.
Het is de voortins, afkomstig van Heyle Boede.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Fol. 11v
Een jaarlijkse rente van een Rodolphusgulden, verschijnende op Pasen, gaande uit de hof van Albert Sticker, gelegen op de Screyhoeck. Deze rente mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Een jaarlijkse rente van drie heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit het huis van Claes Dircksz te Brunnepe, naast Alijt Busencoel opwaarts.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Een jaarlijkse rente van een heren pond, verschijnende op Pasen, gaande uit Claes Assensoens huis in Brunnepe, tussen Tilman Florisz en Johan Preysinck.
In het jaar MCCCC [en ……: niet ingevuld].
Fol. 12
Opten Oyrt (op de Oord)
Een jaarlijkse rente van 7½ olde vleemschen, verschijnende op Pasen, gaande uit een hof op de Oord die toebehoort aan de zusters van het Sint-Michielshuis. Deze hof placht toe te horen aan Peter Gerbrantsz.
Een jaarlijkse rente van negen tinsgroten, verschijnende op Pasen, gaande uit het huis van Wolter van Bremen, dat nu toebehoort aan de zusters van het Sint-Michielshuis.
In het jaar CCC LXXIIII (1374) [Het is waarschijnlijk een verschrijving van 1474]
Fol. 12v
Toe Graffhorst
Een jaarlijkse rente van twee heren ponden, verschijnende op Pasen, gaande uit een huis en hof te Grafhorst waarin Wyntken Wyntkensz placht te wonen. De richtersakte ligt in de kist van de memorie.
Een jaarlijkse rente van een heren pond, verschijnende op Lichtmis, gaande uit een huis en hof in de Waterstraat in de Hagen, dat toebehoort aan IJsbrant en zijn vrouw Yde, staande tussen de huizen van Hartger Berentsz en Jan van Gelre. De akte ligt in de kist van de memorie.
Een jaarlijkse rente van anderhalf heren pond en een oord, gaande uit de nieuwe accijns of muuraccijns, dat de memorie kreeg volgens het testament van wijlen Hadewijch Backers.
De kerk heeft daar ook anderhalf heren pond en oord uit. Dat staat in dezelfde akte en is samen drie en een half heren pond.
Fol. 13
Toe Vollenhoe (Vollenhove)
Een jaarlijkse niet aflosbare rente van vijf heren ponden, verschijnende in de vier heilige dagen van Pasen, gaande uit vijf mudden goede winterrogge, waarvan het land in het noorden wordt begrensd door land van Ffolkert Sloet, in het oosten door de Hagenstege, en in het westen en zuiden door landwegen. Te betalen te Kampen.
In het jaar MCCCCLXXXVIII (1488).
Fol. 13v [is niet beschreven.]
Fol. 14
Op Steenwikerwolt
Een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, ter waarde van de heren ponden waarmee men de landsheer zijn pachten betaald, gaande uit een erf en goed genaamd Ten Kampe, gelegen te Steenwijkerwold, zijnde het achtste deel van Hesselinge, dat in het oosten wordt begrensd door Thijs Kruve, in het westen door de gebroeders Johan en Herman
Lutkensz en hun moeder, in het noorden door de Kerckstege en in het zuiden door de Hoydijck. Verder gaat deze rente uit een stuk van Hesselingenkamp en uit een slag van drie ossenweide, begrensd in het oosten door Jan ten Tye, in het westen door Luitken ten Broke, in het noorden door de Hoydijck, strekkende tot de Ae. Deze rente moet ieder jaar op Meidag worden betaald in Kampen, zonder kosten. Deze rente mag niet worden afgelost. In het jaar 1487.
Fol. 14v [is niet beschreven.]
Fol. 15
Yselmuden
Een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, ter waarde van de heren ponden waarmee men de landsheer zijn pachten betaald, gaande uit wijlen Jan Stellings goed, erf, bouwhuis en land met alle toebehoren, liggende in IJsselmuiden, ieder jaar zonder kosten in Kampen te betalen in de vier heilige dagen van Pasen. Deze rente mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning. In het jaar MCCCXCVIII (1398 !).
Fol. 15v [is niet beschreven.]
Fol. 16
Campervene
Een jaarlijkse rente van drie heren ponden, gaande uit 10 akkers land in de Dyckampe van Kamperveen, begrensd in het zuiden door de Eng en in het noorden door Gosen van Voirst, strekkende van de Camperdijck tot aan Gelrelant. Ieder jaar te betalen op Pasen.
Te lossen met 20 penningen 1 penning.
In het jaar MCCCCLXXIX (1479).
Fol. 16v [is niet beschreven.]
Fol. 17
Te Zwolle
Een jaarlijkse rente van 3½ arnoldusgulden, ieder jaar te betalen op Pasen met geld van de goede waarde, gemunt voor de datum van deze akte, gaande uit een were in de Sassenstrate, tussen de were van Jan Moltekens en de straat bij de A. Deze rente is niet aflosbaar.
In het jaar MCCCCXL (1440).
Een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit de Sint-Michielskerk te Zwolle, de ene helft te betalen op Pasen en de andere helft op Santgange met geld waarmee men in Zwolle de pacht en huur betaalt. Deze rente is niet aflosbaar.
In het jaar MCCCCLXXXVIII (1488).
Fol.`s 17v t/m 21v [zijn niet beschreven.]
Fol. 22
Dit zijn de renten die verschijnen tussen Sint-Johan in de midzomer en Sint-Michiel.
In Utrecht
Een jaarlijkse rente van 10 gouden rijnse guldens, gaande uit een huis en erf van Jacob van Amerongen te Utrecht. De memoriemeesters zullen deze rente beuren van zijn lijfrenten. Er is een papieren cedule van, door hem ondertekend en bezegeld op Onzer-Vrouwendach-Assumptionis. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
In het jaar MCCCCLXXXVI (1486). [Doorgehaald]
Deze 10 gouden rijnse guldens zijn afgelost aan de memoriemeesters Jacop Bolhoerne en Henrijck van Steenderen in het jaar 1518. Het kapitaal is weer belegd in het jaar 1519 te Meppel, samen met 100 gouden rijnse guldens, gaande uit het huis van Hylle Jan Gerrijtsz, die aan ons waren afgelost.
Deze rente van 15 gouden rijnse guldens gaat nu uit al de bezittingen van Helmijch Ennenkingk en zijn vrouw Grete. De akte, die wij als onderpand hebben liggen in de kist van de memorie vermeldt 26 gouden guldens per jaar. Daar hebben wij onze akte van 15 gouden guldens per jaar bijgevoegd. Deze rente moet ons ieder jaar worden betaald op Sint-Bonifatiusdag, dat is twee en een halve week voor Sint-Johansdag in de midzomer.
Deze akte is overgebracht naar de achterste memorie.
Fol. 22v
In de Asschet
Een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit het land van de moeder van Claes Gosensz, te betalen ieder jaar op Sint-Johansdag.
In het jaar MCCCC [niet verder ingevuld].
Fol. 23
Boterrente in de Blanckenham
Een jaarlijkse rente van een grof half vat rode pachtboter, gaande uit vier schutenstal land gelegen opten Broke in het kerspel van Blanckenham, geheten “de lange coper weren”. Begrensd in het noorden door Arent de Rover en in het zuiden door These Gabbens, strekkende in het oosten aan het land van Jacob Garwerts en in het westen aan de Olde Kuenre. Ieder jaar op Sint-Jacobsdag in de zomer te leveren in de waag te Vollenhove.
Deze rente mag niet worden afgelost. In het jaar MCCCCXXXVII (1437).
Een jaarlijkse rente van een grof vat roede pachtboter, gaande uit een halve were land in Isselhamme, dat toebehoort aan Tzyese Claesz. De andere halve were behoort toe aan Claes Meynesz. Wij hebben deze rente gekocht van Valck Petersz. Het is erftins. Ieder jaar te leveren op Sint-Jansdag in de zomer.
Fol. 23v [is niet beschreven.]
Fol. 24
In Campen
Een jaarlijks tinsgeld van vijf heren ponden, te rekenen met 31 stuivers voor twee heren ponden, gaande uit het convent op het Sint-Nicolaaskerkhof, te betalen ieder jaar op Sint-Johansdag in de midzomer. Te lossen met 20 penningen 1 penning. In het jaar 1503.
Voor 1 van deze ponden zal men de jaargetijden houden van heer Lubbert.
Deze vijf heren ponden behoren voor de ene helft aan de kerk en voor de andere helft aan de memorie. [Doorgehaald]
Fol. 24v
In de Nieuwstraat
Twee heren ponden per jaar, gaande uit een huis in de Nieuwstraat tussen Jan Berentsz en Geert Vijsken, strekkende van de Nieuwstraat tot aan het huis van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie.
Ieder jaar te betalen op Onzer-Vrouwen-Nativitatis. In het jaar MCCCCLV (1455)
Te lossen met 20 penningen 1 penning.
Hiervoor zal men de jaargetijden houden van Willem Volckmansz en zijn vrouw.
[In een andere hand:] Deze 2 ponden zijn afgelost.
Fol. 25 t/m 27v [zijn niet beschreven.]
Fol. 28
Dit zijn de renten die verschijnen tussen Sint-Michiel en Midwinter.
In de vrijheid van Kampen
Een jaarlijkse rente van vijf gouden rijnse guldens of de waarde daarvan, gaande uit de stadskist van Kampen. Ieder jaar te betalen op Aller-Heiligendag. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
In het jaar MCCCCXCVIII (1498).
Een jaarlijkse rente van 22½ heren ponden, gaande uit de stadskist van Kampen. Ieder jaar te betalen op Sint-Maartensdag. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
In het jaar MCCCCXC (1490).
Fol. 28v [is niet beschreven.]
Fol. 29
Boven de Venepoort
Een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit een huis en erf buiten de Venepoort op de Belt, tussen het gasthuis en Plonys Voirne, strekkende achter tot het erf van het gasthuis. Ieder jaar te betalen op Sint-Michielsdag. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
In het jaar 1501.
Fol. 29v
In Dronten
Een erfrente van 16 ponden per jaar, gaande uit het land van Iohan van Roderloe. Te betalen ieder jaar op Sint-Marten.
Fol. 30
Toe Bronepe
Een jaarlijkse rente van 1 heren pond, gaande uit een huis te Bronepe tussen Lambert van Tylbergen en Peter Pubken. Ieder jaar te betalen op Sint-Marten.
In het jaar MCCCC [niet verder ingevuld].
De nonnen te Bronepe hebben de akte; zij hebben uit het huis drie ponden per jaar. Deze rente is afkomstig van Lambert van der Vecht. Zijn jaargetijden worden er mee gehouden.
Fol. 30v
In Mastebroeck
Een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, gaande uit 15 morgen land in het Voirsterslage, dat toebehoort aan Johan van Yttersum. Ieder jaar te betalen op Sint-Marten.
In het jaar M [niet verder ingevuld]. [Doorgehaald].
De akte vermeldt 25 ponden. Daarvan heeft de achterste memorie 15 ponden.
Deze tien heren ponden zijn afgelost. De memoriemeesters hebben bij het geld 10 gouden guldens van de achterste memorie toegelegd en afgelost een jaarlijkse rente van elf heren ponden die het Heilige-Geestgasthuis had uit het huis van de memorie nabij het kerkhof, waarin heer Claes Betzen en heer Jan Glauwe wonen.
Fol. 31
Op Campervene
[Een jaarlijkse rente uit] Een maat op Campervene genaamd De Oestermaat, in het noorden begrensd door Oenden en in het zuiden door het land van Huge van Loenresloet, ieder jaar te betalen op Sint-Maartensdag. Deze rente mag niet worden afgelost.
In het jaar MCCCCXIII (1413).
De weg bij de peerdemate is van Onze-Vrouwenmemorie.
Fol. 31v
In Mastebroeck
Een jaarlijkse rente van tien heren ponden, gaande uit 15 morgen land in het Voirsterslage dat toebehoort aan Johan van Yttersum. Ieder jaar te betalen op Sint-Martensdag.
In het jaar M [niet verder ingevuld]. [Doorgehaald]
De akte vermeldt 25 ponden. Daarvan heeft de achterste memorie 15 ponden.
[In een andere hand] Deze tien herenponden zijn afgelost. Bij het geld van de aflossing hebben de memoriemeesters 10 gulden van de achterste memorie bijgelegd en daarmee afgelost een jaarlijkse rente van elf heren ponden die het Heilige-Geestgasthuis had uit het huis van Onze-Lieve-Vrouwememorie nabij het kerkhof, waarin heer Claes Betzen en heer Jan Glauwe wonen.
Fol. 32
Op Emelwoirde (Emmeloord)
Een jaarlijkse rente van vijf gouden rijnse guldens, twee heren ponden voor de gulden gerekend, gaande uit een sate land op Emelwoirde genaamd Hanne Vynkensate. De akte spreekt van tien gouden gulden, maar daarvan is de helft is afgelost. Deze vijf gulden per jaar is erfrente, die ieder jaar op Sint-Michielsdag moet worden betaald.
In het jaar MCCCCLXI (1461). [Doorgehaald]
[In een andere hand:] Deze vijf ponden zijn afgelost.
Een jaarlijkse rente van zes gouden guldens en een half oord, gaande uit een stuk land op Emelwoirde genaamd De Munte. [Doorgehaald]
Een jaarlijkse rente van een achtste deel boter. [Doorgehaald]
[In een andere hand:] De rente van zes gouden guldens en een half oord en de rente van een achtste vat boter zijn afgelost en betaald door Harmen Jaecopsz.
Fol. 32v [is niet beschreven.]
Fol. 33
In den Blanckenham
Een jaarlijkse rente van tien gouden overlandse keurvorster rijnse guldens, twee heren ponden voor de gulden gerekend, gaande uit een sate land van 20 dagmaten, gelegen binnen- en buitendijks, met huis en hof en alles wat er bij behoort, liggende in het kerspel Blanckenham.
Naast 16 dagmaten van deze 20 dagmaten ligt binnen- en buitendijks ten zuiden het land van de erfgenamen van Hake van den Ruytenberge, ten noorden ligt het land van de erfgenamen van Hebele Luytkens. Het land strekt in het noorden tot het land van Tysse Reygers en in het westen over de dijk tot aan de zee.
Deze rente moet ieder jaar op Sint-Martensdag in Kampen zonder onkosten worden geleverd aan de memoriemeesters. Deze rente mag niet worden afgelost.
In het jaar MCCCCXC (1490).
[In een andere hand:] Van deze rente zijn vijf guldens per jaar afgelost, zoals achter op de akte wordt vermeld.
Fol. 33v
Een jaarlijkse rente van [niet ingevuld], ieder jaar te betalen op Aller-Heiligendag, gaande uit land in Blanckenham, groot drie dagmaten, geheten Geerlant. Dit land wordt in het zuiden begrensd door land van de gebroeders Geert Slychtinck en Johan Slychtinck en in het noorden door het land van de erfgenamen van Jacob Huucs [of Huuts ?]. Deze rente gaat mede uit de helft van een Uiterdijk, liggende beneden het
voornoemde land, naar de zijde van de zee, dat genoemd wordt De Bueshoep. In het jaar MCCCC ende LXXXI (1481).
Fol. 34
Een jaarlijkse rente van vijf overlandse gouden keurvorster rijnse guldens. Te lossen met guldens van gelijke waarde die voor de datum van de akte zijn geslagen of met ander goudgeld van gelijke waarde dat op de dagen der betaling gangbaar is.
Deze rente gaat uit tweederde delen van land in het Bedyckten Broeck in het gerecht van Blanckenham, waarvan heer Henrick Stockman het andere derde deel in bezit heeft.
De rente moet ieder jaar zonder kosten worden betaald te Kampen in de vier marktdagen.
Deze rente mag niet worden afgelost. In het jaar MCCCCLXXXIIII (1484).
Fol. 34v [is niet beschreven.]
Fol. 35
In het gericht van Hardenberg
Een jaarlijkse rente van vier [of vijf ?] mudden goede winterrogge, gaande uit een erf en goed genaamd Reynyng in het gericht van Hardenberg, te leveren ieder jaar op Sint-Maartensdag.
In het jaar MCCCCLXXXV (1485). De rente mag niet worden afgelost. [Doorgehaald]
[In een andere hand:] Deze 100 gouden guldens heeft Tymen fan Wilsem. Hij zal daar jaarlijks 5 gouden guldens rente voor geven. [Doorgehaald]
[In een andere hand:] Meester Henric de secretaris geeft deze 10 heren ponden.
Fol. 35v [is niet beschreven.]
Fol. 36
An Kuenredyck (Aan de Kuinderdijk)
Een jaarlijkse rente van drie gouden rijnse guldens of geld dat op de dag der betaling daar goed voor is, gaande uit een huis en anderhalve akker land op de dijk in de heerlijkheid Kuinre, aan de zuidzijde begrensd door land van Dirck Louwensz en aan de noordzijde door land van de erfgenamen van Jacob Kemsz, strekkende tot de Doirsiel.
Deze rente moet ieder jaar zonder onkosten worden betaald te Kampen op Aller Heiligen in de vier marktdagen.
Deze rente mag niet worden afgelost. In het jaar MCCCCLXXXIX (1489)
Een jaarlijkse rente van vier gouden overlandse rijnse guldens van de zelfde soort als waarmee men de landsheer zijn pachten betaalt, gaande uit een huis en erf en vijfvierde akkers land dat daar achter ligt, gelegen in de heerlijkheid Kuinre. Het wordt in het westen begrensd door land van Willem Kremer, in het noorden door land van Dirck Ban, in het oosten door de Kuinre en in het zuiden door de Doirsiel. Te betalen ieder jaar op Aller Heiligen in de vier marktdagen. In het jaar MCCCCLXII (1462).
Deze rente mag niet worden afgelost.
Fol. 36v [is niet beschreven.]
Fol. 37
Te Veenhusen.
Een jaarlijkse rente van twee gouden rijnse guldens, gaande uit anderhalve akker land en het huis van Gebbe Wybrant Goykensz, gelegen te Veenhusen. Het wordt begrensd in het zuiden door land van Dirck Ban, in het noorden door land van Grete Vrese, in het oosten door de Kuenre en in het westen door de Doirsiel. Ieder jaar te betalen in Kuinre in de vier marktdagen op Aller Heiligen. Deze rente mag niet worden gelost.
In het jaar MCCCCLXI (1461).
Een jaarlijkse rente van een rijnse gulden, gaande uit een sate land te Veenhusen, in het zuiden begrensd door land van Claes Hoppenbier, in het noorden door Styne Jan Heinens, in het oosten door de Doirsiel en in het westen door de zeedijk. Te betalen ieder jaar op de Kuinderdijk, zonder kosten, binnen de vier marktdagen op Aller Heiligen. Deze rente mag niet worden afgelost. In het jaar MCCCCLV (1455).
Fol. 37v
Botter renthe
Een jaarlijkse rente van een half hamburgervat goede rode pachtboter, gaande uit tien akkers land te Veenhusen, die in het oosten worden begrensd door de Lange Ackers, in het westen door de zee, in het noorden door land van Lucie van Dolre en in het zuiden door Geryt Dircksz. Te leveren ieder jaar zonder onkosten te Kuinre op de dijk in de waag, binnen de marktdagen van Sint-Michiel. Deze rente is niet aflosbaar.
In het jaar MCCCCXLIX (1449).
Fol. 38
[Een rente van] 13 olde vleemschen uit het land van Claes Albertsz.
Fol.`s 38v t/m 45v [zijn niet beschreven.]
Fol. 46
In die Oldestrate inCampen.
Dit zijn de renten die verschijnen tussen Midwinter en Pasen.
Een jaarlijkse rente van vier heren ponden, gaande uit een huis en erf in de Oudestraat, staande tussen de steeg en het huis van Goesen Dyrcksz. Te betalen ieder jaar op Onze-Lieve-Vrouwe-Annuntiationisdag in maart. Af te lossen met 20 penningen 1 penning.
In het jaar MCCCCLXXXI (1481).
Een jaarlijkse rente van zeven ponden, gaande uit het huis van Claes Gosensoen. staande tussen het huis van Bartolt van Wilsem en het huis van Claes Mouwers van Enss.
Hiervan is een schepenakte, vermeldende zes pond erftins. Die erftins is nu aflosbaar verklaard en gezet op zeven ponden per jaar. Af te lossen met 20 penningen 1 penning.
Claes heeft er ten behoeve van hem en zijn erfgenamen een aflossingsakte van gekregen.
Fol. 46v
Een jaarlijkse rente van zeven heren ponden, gaande uit het huis van Claes Gosensz.
Ieder jaar te betalen op Sint-Peter-ad-Cathedram.
Fol. 47
Thoe Bronnope (Brunnepe)
Een heren pond tinsgeld per jaar, gaande uit een hius en erf in Brunnepe, tussen Dyrck Dircksz en Mathijs Petersz, strekkende van de straat tot aan de kolk van Evert Ghysensoen, ieder jaar te betalen in de vier heilige dagen van Midwinter. Deze rente is niet aflosbaar.
In het jaar MCCCCXLVII (1447).
Voor deze rente moet men de jaargetijden laten houden van Michiel van der Laren.
Fol.`s 47v en 48 [zijn niet beschreven.]
Fol. 48v
Opten Sonnenberch
Een jaarlijkse rente van vier heren ponden, gaande uit alle eigendommen van het convent op de Sonnenberch, ieder jaar zonder onkosten op Midwinter te betalen in Kampen. Twee weken eerder of later betalen mag ook.
Te lossen met 20 penningen 1 penning. In het jaar MCCCCXCII (1492).
Mastenbroeck.
Een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, ter waarde van de heren ponden die de landsheer beurt voor zijn pachten in Salland, gaande uit 6½ morgen en 80 roeden land genaamd de Koterware in het Voirsterland in Mastenbroek, begrensd door het land van Johan Spoelman en het land van de erfgenamen van Johan Bolle ter ener zijde, en de Mastenbroekersteeg ter andere zijde. Strekkende met het ene einde aan het land van Johan van Yttersum geheten De Distelbrinck en met het andere einde aan het land van Jacob van Yttersum geheten De Hofmersch. De rente moet ieder jaar op Sint-Agnetendag kostenvrij worden betaald in Kampen. Deze rente is niet aflosbaar. In het jaar MCCCCLXV (1465).
Fol. 49 [is niet beschreven.]
Fol. 49v
Campervene
Een jaarlijkse rente van vijf goudguldens van goed gewicht, te betalen op Midvasten, gaande uit een erf van acht akkers land met het huis en al het andere getimmerte dat er op staat. Dit behoort toe aan Evert van den Vene, die ook de jaarlijkse rente betaalt.
Er ligt een akte van in de kist van de memorie.
Fol. 50 [is niet beschreven.]
Achter in het register ligt een los briefje waarop geschreven staat:
Item Aechte Vergelys, een arme vrouwe, kranck ligende, X st. (10 stuivers).
Einde van het register
Alfabetisch reg. op persoonsnamen
De nummers verwijzen naar de bladzijden.
Aalts, Johan 46
Alarts, Dode (memoriemeester) 10, 41
Alarts, Dode 15
Alberts, Bartolt 44
Alberts, Claas 6, 65
Alberts, Rant (memoriemeester) 4, 5, 9, 10, 11, 13, 18, 21, 22, 25, 30, 31, 33, 45, 51
Alberts, Rant 12, 49, 57
Alberts, Wicher 49
Alferts, Wisken 12
Amerongen, Jacob van 15, 60
Anker, Evert in den 3
Apotheker, Peter 42
Arents, Geert 44
Arents, Gijse 52
Arents, Hendrik 32
Arents, Timan 36 (X Elsebe)
Arents, Wichman (memoriemeester) 50
Askens, Lubbert (priester) 19
Assens, Claas 57
Backer, Hendrik 54, 55
Backer, Reiner de 10
Backer, Simon de 43
Backer, Tielman 47
Backers, Hadewich 58
Backers, Ide 47
Ban, Dirk 64, 65
Barbier, Geert de 20
Bartholomeus, Jacob 55
Benthem, Timan van 5
Berents, Elsebe 49
Berents, Hartger 58
Berents, Johan 16, 61
Berents, Lutgert 32
Betgens/Betkens, Claas Hermans (priester) 46, 48, 53, 62, 63
Bildensnider, Herman 32
Bitters, Claas 7
Blijfhier, Jacob 11
Block, Jutte 56
Blomen, Bruinink 24
Bode/Boede, Heile 4, 57
Bolhoorn, Jacob (memoriemeester) 15, 47, 54, 55, 60
Bolhoorn, Luitken 52
Bollen, Johan 12, 66
Boogmaker, Dirk 21, 22, 25, 30
Borcharts, Geert (kerkmeester) 5, 20
Borcharts, Geert (memoriemeester) 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 22, 23, 28, 34, 35, 50, 51
Borcharts, Geert 30, 49
Borcharts, Niese (X Peter Lubberts), 35, 49
Bouhuijs, NN 36
Brake, Otto van den 8, 9
Bremen, Wolter van 3, 58
Broeke, Luitken ten 59
Bruins, Claas 6
Bruins, Johan 3, 56
Brune, Fije 13
Bruninck, Griete 11
Budel, Johan Aalts 4, 18
Budel, Lutgart 30
Burgers, Alijt 17
Busencool, Alijt 57
Byen, Hans 34
Carnetten, Herman van 56
Catken, Willem 14
Claasz, Albert (te Veenhuizen) 15, 36
Claasz, Dirk 24 (mr., priester)
Claasz, Geerlof (memoriemeester) 4, 11, 14, 28, 34, 35, 37, 38, 39, 50
Claasz, Geerlof 10
Claasz, Geerlof 26 (mem. mr. H. Kruis)
Claasz, Geerlof 39 (z.v. Claas Geerlofs)
Claasz, Geert 56
Claasz, Jacob (memoriemeeester) 23
Claasz, Johan (tripmaker) 50
Claasz, Simon (van Sneek) 30
Claasz, Tzeyse 60
Claasz, Willem (memoriemeester) 8
Claasz, Willem (X Niese), 50, 51
Clawer, Jacob 39
Climmer, Johan 32
Clovers, Heile 28
Clutelar, Rotger 13
Comens, Femme 28 (moeder van Rolof Witte)
Coops, Geert 44
Coops, Jacob 6
Coops, Johan 5, 11, 48
Coops, Johan 42 (X Alijt)
Daams, Albert 28, 29, 30 (X Hille), 31 (X Hille), 49
Derlevoort, Johan van 45
Diepholt, Johan van 9, 31
Diepholt, Rolof van (bisschop) 17
Dirks, Alijt 53
Dirks, Arent 32
Dirks, Claas 8 (van Emmeloord), 57
Dirks, Coen (memoriemeester) 22, 26, 44, 45, 46
Dirks, Dirk 66
Dirks, Gerrit 65
Dirks, Gosen 65
Dirks, Hendrik 43
Dirks, Herman 22
Dirks, Johan (kerkmeester) 14
Dirks, Johan (memoriemeester) 15, 37, 38, 39, 40
Dirks, Johan 34, 49
Dodens, Agge 22
Dolre, Claas van 5, 10, 13, 19
Dolre, Lucie van 65
Dover, Alfer 8
Drager, Geert de 4
Dubbelts, Cleis 17
Dubbelts, Geert 36, 49
Dubbelts, Lude 56
Duren, Nanning van (provisor) 15
Duren, Peter van 16
Duren, Peterken van 18
Egberts, Arent 55 (int Mammeken)
Egberts, Berent 35, 38, 39
Egberts, Melis 38, 39, 49
Engberts, Johan 10
Ennenkinck, Helmich 60 (X Grete)
Ens, Claas Mouwers van 65
Ense, Wobbeken van 11
Essen, Gese van 15
Essen, Hendrik van 28
Everts, Gerbert 12
Everts, Gise 32
Everts, Godschalck 28, 34, 35
Everts, Johan (memoriemeester) 45 (de jonge), 46, 54
Everts, Johan 46
Everts, Wessel 30
Eyssens, Hugo 45 (X Katharina)
Fekerdeys, Peter 6
Florisz, Tilman 57
Foppen, Stine 9
Forcke, Lubbert 55
Frederiks, Alijt 44
Freestes, Johan 21
Frese, Peter 47
Gabbens, Tese 7, 60
Garwerts, Jacob 60
Geerlofs, Claas 14, 39 (vader van Geerlof Claasz)
Geerlofs, Clawis 33, 34, 49
Geerts, Hendrik (kerkmeester) 23
Geerts, Hendrik (memoriemeester) 10, 33, 34, 49
Geerts, Hendrik 19, 33
Geerts, Herman (memoriemeester) 42, 43 (voor de aalmissen)
Geerts, Jacob 29, 37, 38, 39, 51
Geerts, Johan (priester) 47
Geerts, Laffer/Leffer 32, 33, 49, 54
Geije, Egbert 18
Geije, Herman 55
Gelre, Johan van 58
Gelre, Peter van (priester) 19
Gerberts, Kerstken (de goudsmid) 50
Gerberts, Mette (moeder van Claas Gosens) 30, 32
Gerbrants, Hendrik 45 (mr., X Marijtgen)
Gerbrants, Peter 3, 58
Gerrits, Johan 60 (X Hille)
Gerrits, Johan 54
Gerrits, Willem 7
Gijsberts, Willem (glazenmaker) 20
Gijsberts, Willem 5 (X Cleis)
Gijsens, Evert 66
Glasenmaker, Geert 42, 43
Glasenmaker, Willem 19, 20
Glauwe, Herman (mr.) 23
Glauwe, Johan (priester) 53, 62, 63
Gluren, Lijsbeth de 28
Godekens, Mathijs (priester) 7, 19
Goikens, Wijbrant 16 (schout, X Gebbe), 21 (schout), 65 (X Gebbe)
Golt, Heile 56
Gortemaker, Evert de 3
Gortemaker, Jacob 54
Gosens, Claas (memoriemeester) 4, 5, 7, 8, 11, 15, 31, 37, 40, 49
Gosens, Claas 11, 13, 15, 30 (zoon van Mette Gerberts), 35, 60 (zijn moeder), 65, 66
Groningen, Geert van 47, 55
Hake, Berent 4, 57
Hameren, Hendrik van 6
Hanegreve, Jelis (mr.) 13
Hanegreve, Lubbert 15
Haninck, Lubbert 40, 41
Hardenberg, Cele van 47
Hardenberg, Engbert van 47
Hardenberg, Evert van 47, 54
Harderwijk, Johan Hermans van (memoriemeester) 43, 44
Harderwijk, Johan Hermans van 45 (haringroker)
Harstenhorst, Johan van 6
Hattem, Gosen van (mr., provisor) 15
Heerks, Grete 54
Heimens, Herman 11
Heimens, Jacob 35 (leidekker)
Heimens, Johan (X Stijne) 15
Heinemans, Hendrik 32
Heinens, Gerbert 4, 57
Heinens, Johan 36 (X Stijne), 65 (X Stijne)
Heinevaar, Evert 13 (X Foyse), 37, 49 (X Foyse)
Heinevaders, NN (X Foyse) 34
Hendriks, Aalt 50
Hendriks, Claas 24 (alias Neveken)
Hendriks, Evert (kerkmeester) 22, 25
Hendriks, Evert (memoriemeester) 5
Hendriks, Herman 4
Hendriks, Johan 32, 57
Heren, Timan 4
Hering, Hendrik 28
Hermans, Claas (priester) 24, 25, 26
Hermans, Dirk 34, 49
Hermans, Evert (priester), 24, 25
Hermans, Herman 53
Hermans, Johan (memoriemeester) 22, 24, 43, 44
Hermans, Johan (memoriemeester) zie ook onder Van Harderwijk
Hermans, Johan 34, 43, 44
Hermans, Mathijs 28
Hermen, Alijt NN (weduwe van -) 50
Hermens, Alijt 49 (X Johan Striprock)
Hese, Hille 35, 49
Hillebrants, Coop 39
Hilligendach, Kerstken 56
Hirt, Dirk 31
Hoeve, Bate van der 42, 43
Hoeve, Johan ten 47
Hoff, Hendrik 44, 46
Hoff, Oedbert 18 (X Katharine)
Hoff, Oedbert 8, 29, 30, 49
Hoier, Albert 4, 31
Hoier, Jacob 11
Hoiers, Gese 54
Holtsagers, Lubbe 55
Holtsende, Arent van 38
Holtsende, Ernst van 29, 37
Hoppenbier, Claas 7, 15, 20, 49, 65
Hoppenbier, NN 31
Hoppenbier, Zwane 15, 16, 21, 22
Houwinck, Johan 15
Hove, Jacob van der 7
Hove, Jacob van der Hove (memoriemeester) 5, 8, 19, 20
Hugens, Alart (te Genemuiden) 29
Hugens, Alart 39
Huucs/Huuts, Jacob 63
Igermans, Seine (memoriemeester) 50
Igermans, Seine (X Alijt) 42, 50
IJsselmuiden, Coert van 54
Ingen, Pelgrim van 18
Ittersum, Jacob van 6,10, 12
Ittersum, Johan van 9, 31, 62, 66
Jacobs, Claas 45
Jacobs, Herman 63
Jacobs, Tade 10
Jawens, Gosen 15
Jesus, Hille (alias van Urck ) 18
Johans, Berent 17 (X Elsebe), 32 (X Elsebe)
Johans, Else 45
Johans, Evert (memoriemeester) 4
Johans, Geert 12 (brouwer)
Johans, Geert 6, 20, 34
Johans, Gerrit 12
Johans, Gijsbert (priester) 20
Johans, Gosen (memoriemeester) 3, 9, 10, 12, 21, 23, 29, 49, 51
Johans, Gosen 37
Johans, Griete 19
Johans, Johan 15, 17
Johans, Katharina 36
Johans, Kerstken 41
Johans, Lambert 34
Johans, Mette 47
Johans, Otto 56
Johans, Peter 18
Johans, Russcher 46
Jonker, Laurens 32
Jonkers, Gese 22
Joosts, Cornelis 55
Jorgens, Thijs 46 (kremer)
Junne, Godeken van 3
Kallen, Dirk 19
Kamps, Elsken 18
Katte, Jacob 12
Katte, Mette 4, 33
Keiser, Hadewich 8, 15
Kemsz, Jacob 64
Knarse, Andries 33
Knigge, Katharina 5
Koekenbackers, Grete 37, 39
Kollen, Kunne van 24
Komen, Peter 21
Koninck, Johan 41
Koornemarkt, Elsebe 18
Kopersmit, Geert 34
Korvenmaker, Geert 3
Krane, Riquen 6
Kremer, Geert 34 (X Ave)
Kremer, Theus de 43
Kremer, Willem 64
Krimpen, Johan van 3, 56
Kruse, Herman 5 , 25 (schout van Kuinre)
Kruse, Maas 5 (X Evertje van der Vecht)
Kruse, Peter 5
Kruve, Thijs 58
Kuinreturf, Geertruid 22
Kuinreturf, Grete 38, 50
Kuinreturf, Hendrik 13
Kuinreturf, Hille 22 (joffer)
Kuinreturf, Mette 50, 53
Kusen, Lubbert 3
Lacher, Johan 32
Laffers, Geert 36
Lamberts, Kerstken 24 (X Katharina)
Lansinck, Berent 48
Laren, Michiel van der 66
Leeuwen, Arent van 24, 56
Leeuwen, Gijsbert van 44
Lentinck, Armgart 55
Linde, Johan van der 28
Lingen, Johan van 21
Lippe, Mense van der 12, 18, 21, 31, 32, 49
Loenersloot, Hugo van 6, 62
Louwen, Willem 48 (schout in Blankenham)
Louwens, Dirk 64
Louwens, Geert (memoriemeester) 8
Louwens, Lambert (memoriemeester) 45, 46, 48, 55
Lubbens, Pier 12 (X Katharine)
Lubberts, Johan 7
Lubberts, Ludeken (mr.) 8, 11, 12, 52
Lubberts, Luitken (memoriemeester) 5, 6, 42
Lubberts, Peter (memoriemeester) 43, 44, 52
Lubberts, Peter 22 (X Hille Roepers), 29
Lubberts, Peter 9, 16, 17 (X Niese), 21 (executeur), 29, 31, 32 (executeur), 33 (X Niese)
Lubberts, Peter 35 (X Niese Borcharts), 37, 49 (X Niese Borcharts)
Lubberts, Peter 45 (de jonge)
Lubberts, Peter 49, 52, 54
Ludekens, Bartolt 18
Ludekens, Herman 32
Ludekens, Peter 11
Luitkens, Hebele 63
Lutkens, Herman 58, 59
Lutkens, Johan 58, 59
Maalre, Wolter de 17
Mammeken, Arent Egbert int 55
Mandemaker, Jacob 14
Mandemakers, Grete 14
Mandenmaker, Jacob 12
Martens, Willem 19
Mathijsz, Herman 7, 31
Meier, Hugo 8
Meiners, Claas 44, 60
Meiners, Hugo 41
Meiners, Johan 8
Meines, Claas 44, 60
Meis, Dirk 45
Melisz, Kerstken, Kerstien 17, 20, 36, 40, 41, 50
Melisz, Johan 17, 20 (X Griete)
Melter, Otto 26
Metseler, Geert 54
Mierte, Johan van 18
Mijners, Claas 44
Milde, Arent de 46, 53
Millingen, Ernst van 19
Mispelkamp, NN 3
Mol, Peter 53
Molen, Gese van der 17
Molteken, Johan 18, 59
Morre, Berent 13, 50
Morre, Femme 42
Morre, Willem (memoriemeester) 5, 12, 14, 42
Morre, Willem 35, 42
Moulin, E. M. 27
Mouwers, Claas 65
Mudinge, Alijt 11, 55
Mulner, Goert de 41
Mulner, Seger de 32, 41
Mulre, Johan de 20, 49
Muurlinck, Jacob (schout) 8
Nanninck, Arent 32
Neveken, Claas Hendriks 24
Nijkerken, Mette van der 22
NN, Albert (priester) 13
NN, Dille (priester) 28
NN, Dode (memoriemeester) 4
NN, Floer 17
NN, Herman 19
NN, Hugo 7
NN, IJsbrant (X Ide) 58
NN, Katharina (maagd van Dirk Boogmaker) 25
NN, Koenraat (priester) 4
NN, Lubbert (priester) 61
NN, Mette 53 (zuster in het convent)
NN, Mouwers 7
NN, Wistgen 3
Nollens, Sirck 42
Oenden, Jacob van (mr.) 15
Oij, Dirk van 16
Ommeloep, Grete 19
Ommeloop, Gosen 29
Ommen, Lubbert van 3
Ottens, Geert 22
Overdijck, Lubbert (kerkmeester) 4, 12,20, 22, 23
Overdijk, Lubbert 32 (executeur)
Overstege, Bate 3
Oyers, Johan 39
Pael, Hendrik (memoriemeester) 5
Pannert, Pelgrim 4, 38
Pelgrims, Hendrik (memoriemeester) 1, 20
Peters, Alfer (memoriemeester) 1, 5, 7, 41
Peters, Alfer 16 (broer van Lubbert), 18, 30, 34, 36, 37, 52 (broer van Lubbert)
Peters, Gese 49 (d.v. Peter Lubberts)
Peters, Hendrik 23 (priester, deken)
Peters, Hese 21, 34, 49, 51 (X Hille)
Peters, Lubbert 8, 16 (executeur), 16 (broer van Alfer), 32 (executeur), 35, 36, 37
Peters, Lubbert 51, 52 (broeder van Alfer), 54
Peters, Lubbert (kerkmeester) 20
Peters, Lubbert (memoriemeester) 5, 7, 8, 9, 13, 17, 18, 19, 20, 23, 25, 29
Peters, Lubbert (memoriemeester) 30, 31, 33, 41, 56
Peters, Ludeken 17, 54 (mr.)
Peters, Mathijs 66
Peters, Otto 56
Peters, Sijbrant 34
Peters, Valck 60
Peye, Peter 38
Pijl, Mense 46 (verver)
Ploech, Wolter 7
Preisinck, Johan 57
Pupken, Peter 17, 62
Radenmaker, Geert 54
Rant, Seine 10
Rees, Lambert van 32
Reigers, Tijsse 63
Reiners, Reiner (schipper) 53
Reiners, Willem 46 (dikke Willemken)
Reinkens, Merten 17
Rembolts, Herman 7
Rensberch, Wicher van 55
Riet, Femme 6
Rijckborch, Peter Johans 14
Rijnvisch, Johan 24 (schepen)
Rijssen, Anneken /Hanneken van 24, 56
Rode, Jacob 26 (mem. mr. H. Kruis)
Roederlo, Johan van 6, 14, 62
Roepers, Hille 22 (X Peter Lubberts)
Roese, Peter 34
Rolofs, Gese 9
Rolofs, Johan 4, 57
Rover, Arent de 60
Ruhorst, Wolbert 34
Ruschert , NN (te Kuinre) 14, 21
Russche, Wendelmoet 31
Rutenberg, Hake van den 63
Rutenberg, Jutte van den (joffer) 40
Rutschert/Rotschert, Johan 21, 23 (in Kuinre)
Ruuschen, Geert6 12
Ruussche, Gosen 11
Ruussche, Timan 11
Santvoerder, Lambert 47
Sasse, Bette 13
Sasse, Johan 37, 49
Schaap, Johan 54
Schaap, Lubbert 3
Schele, Hendrik (priester) 5
Schele, Herman (priester) 13 (van Nyne ?), 25 (van Scijm ?)
Schepelar, NN 16
Schere, Rotger 11, 24 (schepen)
Scherpenzeel, Gijse van 11, 36
Schoenmaker, Gijsbert 56
Schroder, Hubert 40
Schroeder, Coenraat 46
Schutemaker, Dove 24 (X Trude)
Scrivers, Alijt 39
Scumer, Jacob 47
Scutteler, Dirk 17
Secretaris, Mr. Hendrik de 64
Seelander, Berent 39, 49
Segers, Stijne 53
Seigers, Seiger 8
Seinens, Hendrik 46
Simons, Johan 14, 50
Simons, Mette 43
Simons, Wolbert 44
Sirks/Zirxz, Peter 39
Slewert, Geert 26 (mem. mr. H. Kruis)
Slewert, Lambert 46
Slichtinck, Geert 63
Slichtinck, Johan 63
Sloet, Folker 58
Sloot, Steven 36
Sneek, Simon Claasz van 30
Snoeck, Johan 5, 6, 7
Solen, Geert van 3
Speelman/Spoelman, Johan 12, 66
Spitelof, Herbert 13
Stadsloper, Arent de 18
Stam, Timan 11, 13
Starke, Arent 10
Staveren, Berentje van 26
Steenderen/Steenre, Hendrik van (memoriemeester) 15, 16, 60
Steenwijck, Peter Johans van 5
Stege, Jelis van der 17
Stelling, Johan 59
Sticker, Albert 57
Sticker, Claas 46
Stillemaker, Arent 11
Stockman, Hendrik (priester) 64
Straetken, Johan 14, 40
Striprock, Johan 49, 50 (X Alijt)
Sulman, Claas (memoriemeester) 7, 12, 13, 14, 15, 23, 28, 29, 31
Sulman, Claas (memoriemeester) 35, 37, 38, 39, 40, 41, 49, 51
Sure, Herman de (richter) 9
Swarte, Claas 8
Swarte, Rolof 37
Sysens, Geert 28
Tadens, Jacob 55
Tandes, Ave 4
Tasschemaker, Geert 4, 57
Thije, Bette van 55
Thije, Johan Lamberts van 33, 49
Thije, Johan van 59
Thije, Ludeken ten 40
Tidekens, Johan 7, 31
Tidemans, Alfer 17 (X Wichmoet)
Tijmens, Scheel 11
Tilbergen/Tibbergen, Lambert van 17, 62
Timmerman, Albert 54
Timmerman, Berent 54
Timmerman, Herke de 3, 13
Timmerman, Reiner (schipper) 47
Tolhuis, Hendrik opt 14
Toorne, Herman ten (memoriemeester) 15, 35, 38, 39, 42
Tripmaker, Geert 14, 15, 44 (de oude)
Tripmaker, Johan Claasz 43
Urck, Aalt van 38 (X Gese)
Urck, Cleis van (memoriemeester) 6, 42, 43 (memoriemeester voor de aalmissen)
Urck, Cleis van 14, 40
Urck, Dirk van 53
Urck, Hille van (alias Jesus) 18
Urck, Johan van (memoriemeester) 24
Urck, Machtelt van 25
Uterwyck, Hendrik van (mr.) 11, 28, 37
Uterwyck, Herman van 14, 39 (dijkgraaf)
Uterwyck, Jorden van 29
Uterwyck, Peter van 29, 31, 39
Uterwyck, Roderik van 28
VaerGheise, Johan 6
Vecht, Evertje van der 5 (X Maas Kruse)
Vecht, Johan van der 30, 31
Vecht, Lambert van der 17, 62
Vellens, Grete van 49
Vene, Evert van den (memoriemeester) 5
Vene, Evert van den 8, 52, 66
Vene, Johan van den (memoriemeester) 50
Vene, Johan van den 29, 30, 49
Vene, Stijne van den (joffer) 44
Vene, Timan van den (kerkmeester) 25
Vene, Timan van den (memoriemeester) 14, 28, 29, 37, 39, 40
Vene, Timan van den 3, 4, 5, 8, 10, 12, 13, 37
Veners, Hugo de 45
Venlo, Gese van 36 (X Bartolt van Wilsem)
Venlo, Griete van 36
Vergelis, Aachte 66
Vinke, Hanne 7, 63
Visch, Jacob 37, 38, 49, 50
Visken, Geert 16, 61
Visken, Herman Dubbelts 7 (X Femme)
Vlaminck, Peter 12
Vloet, Aalt 18
Volckmans, Willem (kerkmeester) 5
Volckmans, Willem (memoriemeester) 6, 10, 23, 29, 30, 31, 33, 34, 49
Volckmans, Willem 4, 16 (X vrouw), 56 (X Alberich), 61
Volkers, Herman 55 (steeg van)
Volkers, Johan (mr.) 9, 10, 12
Voorne, Plonis 61
Voorst, Gosen van 59
Voorst, Zweder van (heer) 8, 9, 29, 30, 44
Vorden, Werner van (memoriemeester) 47
Vreden, Alijt van 44
Vrese, Grete 16, 65
Vrijdach, Roderik 28, 29, 34, 35, 37
Vroedvrouw, Elese de 46
Vynken, Hanne 63 (sate)
Warners, Johan 25 (X Lubbe), 37
Wede, Femme van der 34
Wede, Gese van der 34
Wede, Griete van der (begijn) 34, 49
Wede, Johan van der (mr., priester) 34, 49
Weimkens, Heine 20 (X Grete), 21 (X Grete), 23
Welvelt, Geert van 28, 35
Werners, Lubbe 42, 43
Werve, Rolof van den 8
Westfelinck, Johan 42, 43
Wever, Albert (priester) 19
Wever, Arent de 7
Wever, Dirk de 45
Wever, Jacob 8
Wever, Willem de 45
Wichers, Jacob 29, 37
Wicherts, Geert 33
Wieringen, Alijt van 19
Wieringen, Peter 23 (memoriemeester)
Wijbrants, Godeken 23, 24, 34 (X Gerberich)
Wijntkens, Wijntken 58
Willem, Wise 12
Willems, Hendrik 12
Willems, Johan 33, 53
Wilsem, Bartolt van 13 (zoon van Fije Brune), 36 (X Gese van Venlo), 37
Wilsem, Bartolt van 49, 65
Wilsem, Bate van (non te Brunnepe) 41
Wilsem, Claas van (mr.) 18
Wilsem, Claas van 4, 6
Wilsem, Cleis van 15, 41
Wilsem, Glorie van (joffer) 45, 46
Wilsem, Hendrik van (memoriemeester) 42, 44, 52, 56
Wilsem, Johan van 43 (kuiper), 54
Wilsem, Luken/Luitken van 24, 41
Wilsem, Timan van (memoriemeester) 26, 44, 45
Wilsem, Timan van 64
Wiseman, NN 6 (land van)
Witte, Jacob (de jonge) 9, 29
Witte, Johan (priester) 47
Witte, NN 28 (X Femme Comens)
Witte, Rolof 28
Witte, Timan (priester) 38, 49 (en zijn zuster)
Wittops, Lubbe 57
Wolfs, Johan (de jonge) 30
Wolfs, Wolter 44
Wolfs, Ymme 4
Wolters, Hendrik 31, 49
Wolters, Wijbrant 47
Yman, Heine 40
Ziel, Hendrik 13
Ziel, Jacob 24, 3 (X Hendrikje)
Alfabetisch register op topografische namen in Kampen
Belt, 61
Boven de Venepoort, 61
Bredesteeg in de Hagen, 56
Broederbroek, 11
Broederbrug, 17
Broederkerkhof, 54
Broederstraat, 5, 14, 43, 55
Broederweg, 46
Brunnepe, 17 (huis te), 41 (convent), 53 (huis), 57 (huis en kerk), 62 (huis), 66 (huis)
Brunnepe, 4 (Sint-Joriaanskerk) 4
Brunneperdijk, 4, 33
Buiten de Venepoort, 54, 61
Burgwal, 10, 12, 13, 14, 26, 28, 31, 42, 55
Clocke (bij de), 18, 29
Dronthen (land in), 6, 14, 29, 33, 37
Engesteeg, 19
Gasthuis buiten de Venepoort, 61
Geertsstraat van der Aa, 8, 16, 24, 34, 55
Goltsteeg in Brunnepe, 53
Hagen (huis in de), 3, 10, 17, 21, 22, 38, 47, 53, 56
Hagenpoort, 11
Hameide in Brunnepe, 57
Haringhang, 45
Haven in de Hagen, 21, 30
Herman Volkerssteeg, 55
Hofstraat, 46, 53
Huis int Mammeken, 55
Kalkberg, 54
Kalveneckenbrug, 17, 45
Kalveneckenpoort, 32
Kalveneckensteeg, 15, 45
Kerkhof, 52
Knijphof in de Hagen, 17, 33
Koolhoven, 56
Koornmarkt, 28, 47, 54, 55
Korte Hofstraat, 28
Kosterij, 20
Lange Hof in de Hagen, 56
Morrensteeg, 18
Naaldenersteeg, 3, 14, 47
Nieuwe muren, 3, 4, 28
Nieuwstraat 3, 5, 10, 11, 14, 16, 24, 34, 40, 43, 45, 46, 53, 54, 55, 61
Nieuwstraat in de Hagen 3, 4, 12, 15, 21, 24, 32, 55, 56
O.L.Vr. kerkhof, 12 (steeg bij), 43
O.L.Vr. steeg, 16, 33, 36
O.L.Vr. toren, 11, 40, 45, 54
Oliemolen, 45
Oord, 3, 58
Oudestraat in Brunnepe, 34
Oudestraat in de Hagen, 10, 20, 32, 34, 46
Oudestraat, 34, 37, 52, 65
Raadhuis, 47
Richthuis bij de Sint-Nicolaaskerk, 19
School, 5
Schreihoek in Brunnepe, 32, 57
Sint-Geertruidensteeg, 18, 34
Sint-Nicolaasdijk, 32, 39
Sint-Nicolaaskerkhof, 61
Sluis, 45 (nabij de Geertsstraat van der Aa)
Stad van zevenhuizen, 53
Stadsgracht, 54
Steendijk, 3, 55, 57 (bij Brunneperklooster)
Stove (badhuis) op de Burgwal, 26
Tolhuis, 14
Venepoort, 42, 43, 54, 61
Venestraat, 43, 54
Vloeddijk, 12, 15, 17, 45
Vossenbergen, 9
Waag, 36
Waterpoort, 57
Waterstraat in de Hagen, 55, 58
Waterstraat, 33
Wetering in de Hagen, 20
Wetering, 32
Wiltganck 16
Zijlsteeg/Sielsteeg, 52
Alfabetisch register op topografische namen buiten Kampen
Asschet, 30 (land in de), 32 (land in de), 60 (land in de)
Blankenham, (huis en hof te), 63 (Geerland, Uiterdijk), 64 (de Bueshoep)
Blankenham, 39 (Den Broke), 40 (Spleters buurtschap), 48 (schout, Zuidwendinge)
Blankenham, 4 (land), 7 (land), 7 Opten Broeck), 14 (land), 19 (erf te)
Blankenham, 48 (erf Scharpenoort), 60 (ten Broke , de lange coperweren, Olde Kuenre)
Blankenham, 64 (het Bedijkte Broek)
Dalfsen, 13 (erf te)
Emmeloord, (Hanneke Vynkensate), 63 (land De Munte)
Emmeloord, 7 (Hanneke Vinkensate), 7 (Smedesland), 7 (Willem Gerritssate)
Emmeloord, 8 (land Die Munte), 9 (land), 11 (onroerend goed), 19 (land De Munte)
Ens, 12 (land)
Ens, 6 (Wisemansland), 6 (Smale Venne), 7 (Mouwersland), 7 (Hugenmaat),12 (land)
Genemuiden, 3, 9, 13 (land van de stad), 29 (land te), 39(rente te)
Grafhorst, 10 (goederen), 11, 58 (rente te)
Hardenberg, 64 (erf Reynyng)
IJssel, 44 (land over de)
IJsselham, 60 (rente)
IJsselham, 8 (land), 8 (schout), 44 (rente te), 44 (vicarie van), 47 (rente te)
IJsselmuiden, 29 (land te), 31 (erf te), 39 (land te), 59 (erf en land te)
Kamperveen, 10 (land), 38 (erf te), 59 (Dijkkamp, Eng, Camperdijk)
Kamperveen, 6 (land op), 6 (de Venemaden), 6 (de Oostermaat), 6 (Oenden)
Kamperveen, 62 (Oostermaat, Oenden), 66 (land en huis)
Kuinre 35 (die Bette), 38 (rente te), 39 (Johan Oyersland), 39 (land te), 41 (rente te)
Kuinre, 10 (goederen), 11 (land), 14 (land), 16 (schout, land, Doersiel), 20 (land, erf)
Kuinre, 21 (schout), 21 (stenen huis), 23 (huis op de dijk, Doersiel, de Schoe)
Kuinre, 25 (schout), 31 (kerk), 33 (kerkmeesters), 33 (de Dermpte), 33 (Wibenburen)
Kuinre, 33 (rente te), 34 (land te), 34, (Noerdersche huis), 35 (rente te)
Kuinre, 42 (rente te), 43 (rente te), 44 (erf te), 45 (het Broec), 46 (land te, het Broek)
Kuinre, 48 (rente te), 48 (inwoner), 50 (Wiburgen Bueren)
Kuinredijk, 64 (rente uit huis en land, Doersiel
Mastenbroek, 12 (Mastenbroekersteeg), 30 (land te), 62 (land in Voorsterslag)
Mastenbroek, 6 (land), 9 (Voorsterslag), 10 (land), 12 (Voorsterland)
Mastenbroek, 66 (Hofmersch)
Mastenbroek, 66 (Mastenbroekersteeg, Voorsterslag, Koterware, Distelbrink)
Meppel, 60 (rente te)
Nije Trijne, 15 (Coterdijk)
Nijmegen, 50
Oldemarkt, 44 (rente te)
Oosterholt, 6 (de Sonnenberch), 30 (land), 66 (convent op de Sonnenberch)
Paaslo, 7 (land, Hovinck), 31 (rente te)
Scherpenzeel, 24 (land te)
Schoten, 21 (convent)
Schoterburen, 15 (prior van)
Sneek, 30
Steenwijk, 5, 7 (de waag), 8 (waag), 31 (waag), 40 (rente te)
Steenwijkerwold, 38 (land te), 44 (rente te), 58 (erf Ten Kampe)
Steenwijkerwold, 58 (Hesselingekamp, Kerksteeg, Hoidijk, de Aa)
Texel, kaas uit 2
Utrecht, 15 (rente te), 60 (rente te)
Veenhuizen in het gerecht van Kuinre, 15 (Zeedijk, Doersiel), 24 (land te), 24 (huis en hof)
Veenhuizen, 36 (Witte Monnikenland), 36 (Doersiel), 40 (rente te), 41 (rente te)
Veenhuizen, 51 (rente te), 65 (rente uit land en huis, Doersiel, Zeedijk, Lange Akkers)
Vollenhove, 40 (waag), 58 (Hagensteeg
Vollenhove, 5 (land De Hoier), 11 (land), 36 (op de Swol)
Wanneperveen, 46 (kerspel en buren van)
Wilsum, 36 (huis bij de kerk)
Zalk, 28 (erf te), 35 (huis Verdeholt)
Zwolle, 29 (de waag), 30 (de waag), 45 (huis te), 59 (Sassenstraat, straat bij de Aa)
Zwolle, 4 (kerk, klooster Belheem), 14 (Coerds Gaerden), 18 (Sassenstraat, de Aa)
Zwolle, 59 (Sint-Michielskerk)
Zwollerkerspel, 45 (mate land te)
Index op kerken,kloosters, gasthuizen, altaren, geestelijken
Altaar van Aller Zielen, 21
Altaar van O.L.Vr. ter nood, 20 (missaal)
Altaar van Onze-Lieve-Vrouw 54 (zaterdagse mis)
Altaar van Onze-Lieve-Vrouwe 13
Altaar van Sint-Anna, 33
Altaar van Sint-Georgen in de O.L.Vr. kerk, 47 (bediend door heer Johan Geerts)
Altaar van Sint-Jacob in O.L.Vr.kerk, 48 (vicarie op)
Altaar van Sint-Maarten, 20
Apostelkaarsen, 22
Armenstaat, 27
Brunneperklooster, 57, 62 (nonnen van het-)
Buitenconvent, 34 (begijn)
Convent van Schoten, 21
Deken van de kapel van de muziek, 23
Eerste mis, 27
Eigendommen van O.L.Vr. memorie, 1 (kazuifel, ornament, kleine orgel)
Eigendommen van O.L.Vr. memorie, 2 (Pelle, ruemte, kaarsen), 62 (weg bij de peerdemate)
Heilige-Geestgasthuis, 23, 28 (huis van), 53 (rente), 62 (rente)
Heilig-Kruismemorie in de Sint-Nicolaaskerk, 26 (memoriemeesters), 27, 34, 40, 41, 50
Heilig-Sacramentsmemorie, 57 (rente)
Huis van de memorie, 21, 62 (bij het kerkhof), 63 (bij het kerkhof)
Huiszittende armen beneden de Broederstraat, 27
Karthuizerklooster op de Sonnenberch, 6, 46 (rente), 66 (rentegevers)
Klooster Belheem, 4
Koster, 1 e.v.
Kosterij, 20
Kostershuis, 5
Memoriemaaltijd, 2
Memoriemeester van de achterste memorie, 16, 29, 37, 41, 43, 46, 48, 62,
Memoriemeester van de voorste memorie, 16, 29, 31, 36, 37, 40, 41, 46
Memoriemeesters voor de aalmissen, 43
O.L.Vr. kerk, 3 e.v.
O.L.Vr. mis, 22
Orgel van O.L.Vr. memorie, 1, 22
Prior van Schoterburen, 15
Provisoren van O.L.Vr. kerk, 15
Schippersdiensten op het Sint-Georgenaltaar, 47
School, 5
Schoolmeester, 1 e.v.
Sint-Agnesconvent op de Vloeddijk,
Sint-Andriemis, 27
Sint-Annabeeld in O.L.Vr. kerk, 47
Sint-Brigittenklooster, 18 (land van), 19 (rente), 24 (rente), 33 (rente), 43 (rente), 54 (rente)
Sint-Geertruidengasthuis, 46
Sint-Joriaans of Sint-Georgenmemorie, 47 (overdracht)
Sint-Joriaanskerk in Brunnepe, 4, 57
Sint-Michielsconvent/-huis op de Oord, 3, 7, 58
Sint-Nicolaaskerk, 11, 19 (rente), 28, 54 (hoogaltaar)
Teken halen op vrijdag, 27
Vergadering of huis voor twee armen, 32
Zingen van missen en getijden), 16 (vier getijden, prime, tertie, sexte, none)
Zingen van missen en getijden, 1, 7, 14, 16 (vigilie van negen lexen), 16 (requiem)
Zingen van missen en getijden, 17 (een lange vigilie van 9 lexen), 23 (vier lauwen, zes loven)
Zingen van missen en getijden, 23 (zeven getijden op heiligedagen), 23 (idem op drie dagen)
Zingen van missen en getijden, 37 (lange vigilie van negen lexen, requiemmis)
Priesters
Heer Mathijs Godekens 7, 19
Heer Albert NN 13
Heer Herman Schele, vicarius 13
Heer Albert Wever 19
Heer Gijsbert Johans 20
Heer Hendrik Peters 23
Heer Dirk Claasz 24
Heer Evert Hermens (celebratie) 24
Heer Claas Hermens 24, 25, 28
Heer Herman Schele 25
Heer Dille 28
Heer Johan Geert 47
Heer Johan Witte 47
Heer Claas Betgen/Betzen 53, 62, 63
Heer Johan Glauwe 53, 62, 63
Onze-Lieve-Vrouwememorie in diverse bronnen
Oud Archief Kampen, inv. nr. 7 (het Collectorium).
Fol. 64G, 1387, dinsdag na Sanct Lenensdag (Leonardi, dat is 6 november)
De schoolmeester van Onser-Vrouwenkerk mag 32 scholieren houden. Hij is de ondermeester van de school bij de Sint-Nicolaaskerk. Deze moet toezicht houden en moet de ondermeester de boeken geven die hij moet lezen.
Oud Archief Kampen, inv. nr. 8 (Digestum Vetus, bewerkte uitgave).
Nr. 675, 4 november 1471.
Het huis in de in de Nieuwstraat dat vroeger toebehoorde aan Timan Stam, is ten behoeve van de O.L.Vr. memorie voor de tins blijven liggen. Geert van Coesvelt die ook een jaarlijkse rente uit dit huis had, schenkt deze rente, ter grootte van een heren pond per jaar, aan de memorie.
Oud Archief Kampen, inv. nr. 242 (Digestum Novum 1450-1567)
Nr. 170
Crucis memorie. Onser Vrouwen memorie.
Dat men die almissen van dess Hilligen Crucesmemorie in Sanct Nicolauskercke ende des gelijx die almissen van Onser Liever Vrouwenmemoria in Onser Vrouwenkerke niet en sal vermeren off verbeteren vorder dan allene tot hondert almissen toe in elker memoria voirscreven. Ende wes in enigen der voirscreven memorien meer gegeven wort boven die voirgenoemde hondert almissen, dair van sullen die memoriemeisters der memorie dair dat ingegeven is, den kerckmeisteren der kerke dair die memoria in gesticht is, die eene helfte uutreiken ende geven tot behoeff der kerken tymmeringe ende die andere helfte sullen die memoriemeisters uutleggen tot behoeff des denst Godes ende de ornamenten in der memorie dair dat gegeven weere ende niet tot den almissen. Ende desse voirscreven almisse en sullen oic niet beter wesen dan eene halve kromstarten broets ende een halff pont roeder bottere of hering off speck voir der bottere tot der weerde toe.
Archief van het Karthuizerklooster op de Zonnenberg.
Blz. 165 (nr. 65), op Sint-Martensavond in de winter (10 november 1486).
Het huis, hoeve en erf van Dirck van Hattem en zijn vrouw Gheertken, waarin zij ook wonen, gelegen op de Sonnenberg, begrensd in het oosten door “mijn heren broeck”, in het westen door de gemene weg, in het zuiden door het land van Onse-Vrouwememorie te Kampen en in het noorden door Evert ten Acker.
Blz. 167 (nr. 71) Op Sinte-Lebuinisdach (12 november 1488).
Het klooster gunt aan Seyn Igermans, burger van Kampen, de losse van een jaarlijkse rente van 6¼ heren pond, die O.L.Vr. mem. in Kampen heeft uit het land van de karthuizers, gelegen tussen de Sonnenberg en de weg en mijns heren broek, en uit hun andere landerijen. De rente was de memorie aangekomen van Herman ten Toorne
Blz. 175 (nr. 97) Op de dag voor Allerheiligen (31 oktober 1499).
Genoemd wordt een jaarlijkse rente, gaande uit land zoals genoemd op blz. 165 (nr. 65)
Blz. 176 (nr. 100) 12 juli 1501.
Genoemd wordt een jaarlijkse rente, gaande uit land zoals genoemd op blz. 165 (nr. 65)
Archief van de armenkamer, inv. nr. 849.
Blz. 13, Testament van Johan van Olst, gemaakt op 17 mei 1547 voor schepenen van Kampen.
Een deel van zijn goederen eventueel te komen op O.L.Vr. memorie en de H. Kruismemorie.
Inv. nr. 169, Memorieboek van de Heilig-Kruismemorie
Blz. 5. De H. Kr. Memorie heeft 3 heren ponden per jaar op Pasen, gaande uit het huis van Geert Koeperslager in de Nieuwstraat op de hoek van de Geertstraat van der A. De brief die spreekt van 2 oude schilden per jaar is in bewaring bij de Onze-Lieve-Vrouwememorie.
Blz. 10. Een jaarlijkse rente van de helft van 10 heren ponden op Pasen uit het huis van Henric Wolters, gelegen tussen de Venepoort en de Paardentoren. De O.L.Vr. mem. heeft de andere helft en bewaart de brief, die spreekt op Jacob Goltsmit.
Rechterlijk Archief, inv. nr. 2 (Liber Causarum 1475-1604).
5 juni 1577, Sch. en R. hebben besloten op verzoek van heer Henrick van Ruremunde, onlangs ingediend toen hij kapelaan werd van O.L.Vr. memorie, dat als hij komt te sterven vóór zijn moeie (tante), dat zij dan een levenslange proeve krijgt in het voorste gedeelte van het H. Geestgasthuis. De secretaris moet dit in het in het stadsboek aantekenen. Hij moet heer Henrick een afschrift geven.
Rechterlijk Archief, inv. nr. 6 (getuigenissen 1483-1493, bewerkte uitgave).
Reg. nr. 373, 1487, Dode Alarts zegt tijden een ruzie die hij had met Gijsbert van Leeuwen dat hij geen functie begeerde en dat hij er wel 100 ponden groot om wilde verwedden dat hij als hij had gewild wel tot memoriemeester van O.L.Vr. memorie had kunnen worden verkozen.
Rechterlijk Archief, inv. nr. 7 (getuigenissen 1505-1512, bewerkte uitgave).
Nr. 105 (fol. 52, ca 1506)
Van heer Claes van Essen.
Getuigenis door Moeder Hille (vroedvrouw), Margriete van Essen, Bruenken Witte, Ffemme Garbrants, Assele NN, Albertje de neister, Gese Russche, Griete Hoijers en Femme Spaen.
Het ging om de vraag of een pas geboren en daarna overleden kind door de broeder werd gedoopt terwijl het nog leefde of dat het kind al overleden was. De moeder van het kind was al overleden. De getuigen hebben hun twijfels.
Nr. 115 (fol. 57, ca. 1506)
Burgemeesters, schepenen en raad verklaren dat zij door verklaringen en geschriften weten dat de dienst op Sanct-Katrijnenaltaar in Onze-Lieve-Vrouwenkerk in Campen, die bediend werd door heer Lambert, heer Herman Tysz, heer Jacob Keyser, heer Claes van Essen, heer Jan Glauwe, Selle en andere priesters, altijd door de memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie, samen met de oudste broeders is vergeven en geconfereerd en dat de priesters ook weer konden worden afgezet, zoals nu is geschied met heer Claes van Essen. Het is een officie en geen vicarie, evenals de andere vier altaren, te weten Onser Vrouwen, …. ter noot, …. en Jacobi.
Ab anno Domini MCCCLXXXIII (1383).
[In de marge:] ….. in meliora forma.
[De namen van de priesters zijn doorgehaald]
Nr. 116 (Fol. 57v, ca. 1506)
In het gerecht verscheen Johan Gheert Aerentszoon, clerk en vicarius van het Sunte Andries altaar in de Sunter Niclaes kercke binnen Campen, welke een volmacht verleende aan zijn vader Gheert Aerentsz, raadsgezel, en meester Henrick Buest, priester, om in te manen en te ontvangen in vriendschap of met recht in Deventer of elders de renten die behoren bij zijn vicarie. Hij geeft hen het recht van substitutie.
Coram Cleys van Urck en Dirck van Oltzende.
Van heer Claes van Essen.
Gysbert van Leuwen, Jacob Jansz en Peter Lubbertsz verklaren dat zij weten dat heer Claes van Essen door de oudste memoriebroeders en de kerkmeesters uit zijn dienst gezet is.
Daarna hebben de memoriemeesters Coen Dyrxsz en Tyman van Wylsem beloofd om een goede priester in zijn plaats aan te nemen, die net zo goed zou zijn met zingen als heer Claes, maar dat hebben zij niet gedaan. Daarom hebben Gysbert en Jacob voornoemd, als oude broeders van de memorie, heer Claes de sleutels laten houden tot de zaak tot een einde zou zijn gebracht. Coram Jan van Roederloe en Dyrck van Holtzende.
29 april
Van heer Claes van Essen.
Bartolt van Wilssem verklaart dat hij er bij was en er mee heeft ingestemd om heer Claes van Essen uit zijn dienst te zetten met ingang van Pasen. Men wilde een ander goed persoon in zijn plaats aannemen.
Cleis van Urck, Geert Arentsz, Tijman van Wilssem en Henric van Willsem, als broeders van de memorie, verklaren hetzelfde.
Jan Hermansz en Koen Dirxsz, als memoriemeesters, verklaren hetzelfde.
Coram Jan van Roederloe en Willem Morre.
Nr. 368
Fol. 201
Claes Haservelt, Reyner Aerensz en Henric van Trier waren er op dinsdag na Sint-Katrijnendag bij in de schepenkamer toen er een wettig huwelijk werd uitgesproken tussen Aerent Kerckhoff Hermansz en Bele Jansdochter. Voorwaarde was dat als Bele vóór Aerent zal komen te overlijden, hij zijn leven lang mag blijven wonen in het huis en erf van Bele, gelegen in de Hagen in de Oldestrate naast het huis van Willem Clotinck, strekkende van de Oldestrate tot aan het erf van Henric Loysz. Na beider dood komt de verbeterschap [de reële waarde] aan Onse Lieve Vrouwenmemorie en Onse Lieve Vrouwe in de Sonne. Als Aerent vóór Bele komt te overlijden dan krijgt Bele uit zijn gerede goederen 20 goudguldens en de helft van dat wat zij samen hebben verworven.
Dirck van Hattem, mr. Evert Rector en Thonis Goyer blijven bij hun rechtsvordering tot Tyman Voerst weer thuis is.
Rechterlijk Archief, inv. nr. 8 (getuigenissen 1513-1516).
Nr. 552, 08.11.1515 Over de Sint-Olofsmemorie.
Deze memorie wordt ook genoemd in RAK 10 reg. nr. 85.
En in Rak 11 reg. nr. 525 08.10.1527. Hierin ook de Sint-Joriensmemorie.
Rechterlijk Archief inv. nr. 53 (Oplatingen 1438-1473)
gFol. 395
Fol. 52, Sabbato post conversionis Sancti Pauli [31 januari 1450]
Lubbert Willemsz en zijn vrouw Lijsbet verkopen aan Ludeken, de zoon van Gert Kayn, twee akkers land in Dronthen in de Halven Hoeven, gelegen tussen Henric Haverman en Onze-Lieve-Vrouwenmemorie, strekkende van de Zwartendijk tot aan zee. Uit het land gaat een tins en de stad heeft er een zeker recht aan.
Nr. 674
Fol. 93, Sabbato post Agnetis [22 januari 1457]
Gese van Ummen, met Rant Albertssoen en Geert Hoier als haar mombers, verkoopt aan Ludeken van Dolre een huis en erf in de Nieuwstraat, tussen Peterken van Duren en de Olde Stoven stege, strekkende van de Nieuwstraat tot aan het huis van de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie. Er gaat tins uit.
Ludeken van Dolre en zijn vrouw Geertruut verkopen aan de memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie buiten, tot behoef der memorie, het voornoemde huis en erf.
Nr. 731
Fol. 99, In vigilia Ephifanie [5 januari 1458]
Alijt Vyskens, met Peter van Uuterwyc als haar momber, draagt over aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk twee delen van een hof in de steeg bij de kerk voornoemd, tussen Bartolt Ludekensz en de Onze-Vrouwensteeg, strekkende van het huis van de memorie voornoemd tot aan Claes Hermansz.
Voorwaarde is dat de memoriemeesters ieder jaar op de sterfdag van wijlen haar man Gert Vyskens de vigiliën moeten laten houden, zoals ook gedaan wordt voor andere overleden memoriebroeders die dat verworven hebben. De hof mag niet worden verkocht, geruild of belast, maar moet ten eeuwige dage bij het memoriehuis blijven.
Mocht het gebeuren dat men de memorie deze hof afhandig maakt of in rechte probeert te verwerven, dan mogen Alijt of haar erfgenamen deze hof weer naar zich toe nemen.
Nr. 732
Fol. 99, In vigilia Ephifanie [5 januari 1458]
Ludeke van Dolre en zijn vrouw Gertruut dragen over aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk het derde deel van een hof in de steeg bij de kerk voornoemd, tussen Bartolt Ludekensz en de Onze-Vrouwensteeg, strekkende van het huis van de memorie voornoemd tot aan Claes Hermansz. Dit derde deel moet ten eeuwige dage bij het memoriehuis blijven, gelijk de twee andere derde delen van de hof gegeven zijn. Het derde deel is vrij van tins. [De akte is doorgehaald]
Nr. 737
Fol. 99v, Feria tertia post Reminiscere [28 februari 1458]
Meester Johan Volkerssoen verklaart dat hij aan de memoriemeesters van de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk ieder jaar een tins van 15
vrankrijkse schilden moet betalen, waarvoor zijn goederen op Kamperveen en in Dronthen tot onderpand staan. De memoriemeesters hebben daar richtersbrieven van.
Mochten de memoriemesters uit zijn voornoemde goederen deze tins niet betaald krijgen, dan mogen zij ter verkrijging van deze tins panden aan al zijn goederen in de stadsvrijheid van Kampen gelegen.
Vastgelegd ten overstaan van de burgemeesters Jacob Witte en Rueric van Uuterwyc.
Nr. 810
Fol. 109, Feria sexta post Lucie virginis [18 december 1459]
Henric Kuenretorf en Willem Volcmans, kerkmeesters van Onze-Lieve-Vrouwenkerk, en Tyman van den Vene en Rant Albertsz, als memoriemeesters van de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in voornoemde kerk, verkopen aan Jacob Petersz een huis en erf op de Borgel, tussen Rotger Klutelar en Evert Jansz, strekkende van de Borgel tot aan de Korte Hofstraat. Het is vrij van tins, maar de stad heeft er een zeker recht aan.
Nr. 858
Fol. 115, Vigilia Simonis et Jude [27 oktober 1460]
Alijt Alarts, enig erfgename van wijlen Albert Daemsz, met Johan die Jonge, Geert Dubbeltsoen en Claes Glauwe als haar mombers, stemt er ten overstaan van schepenen mee in dat de executeurs van het testament van wijlen Albert Daemsoen terstond de rentebrieven en tinsbrieven zullen delen door er om te loten. Alijt en Hille, de weduwe van Albert Daemsz, en de executeurs zullen de loten trekken. Alijt belooft dat zij zich zal houden aan deze loting en geen bezwaar zal maken als de executeurs ook andere instellingen dan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie zullen laten meedelen van de nalatenschap van Albert, want hij heeft hen in zijn testament daartoe de macht gegeven.
Coram burgemeesters Johan Rijnvisch en Ernst van Holtsende
Nr. 944
Fol. 125v, 1463
Evert Henricsz en Henric Kuenretorf, kerkmeesters, met consent van hun provisoren, en Rant Albertsoen en Gosen Jansz, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk in Kampen, met consent van de senioren van hun memorie, verkopen aan Arnt die Brasser van Harderwijc, ieders een achtste deel, maakt samen een vierde deel, van een huis en erf aan de Steendijk, dat is nagelaten door Johan van Wije, waarin hij woonde, tussen Jacob Gertsz en Alijt van Delen, strekkende van de Steendijk tot aan de Made. Verder de zelfde delen van een andere huis dat er bij staat, waar ten noorden Johan Mispelkamp en te zuiden Herman Holtsager naast liggen, strekkende van de Gracht tot over de Steendijk tot aan de Made.
Nr. 947
Fol. 126, Feria tertia post Ephiphanie [8 januari 1466]
Rant Albertsz en Gosen Johansz, memoriemeesters van de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk buiten, verkopen met consent van hun senioren aan Johan van Lingen een huis in de Nieuwstraat in de Hagen, dat heeft toebehoord aan Claes Hoppenbier, tussen Peter Peye en Femme Coops, strekkende van de Nieuwstraat tot aan Bie Bruuns. Johan zal de memorie daarvoor een tins geven van 2½ heren ponden per jaar, die hij mag aflossen. Daarvan is een schepenakte gemaakt.
Nr. 980
Fol. 130v, Die Lucie virginis [13 december 1466]
Johan Budel Aeltsz en zijn vrouw Foyse verkopen aan Lubbert Petersz en Rant Albertsz, memoriemeesters van de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk buiten, ten behoeve van de memorie, de helft van een maat, waarvan Aelt Vluet de andere helft in bezit heeft, gelegen tussen Pilgrim van Ingen en de maat van Sanct-Brigittenklooster, strekkende van de Uiterste Wetering van de stad tot aan het stadsbroek. Het is vrij van tins. [De akte is doorgehaald]
Nr. 1146
Fol. 147, XXIII maii [23 mei 1470]
Pilgrim ten Acker, Henric Pael, Ernst van Holtesende en Tide Klinge, door de Raad daarvoor aangewezen, hebben in de wijnkelder, in het openbaar, bij de kaars, verkocht aan Herman van Uterwyc een huis en erf met daarbij een ledige hof, gelegen bij de Nieuwe Muren, tussen een klein steegje en LiefkenStaelbiters, strekkende van de IJssel tot aan Alijt Veene. Het huis en de hof hebben toebehoord aan wijlen Herko Tymmerman.
Hieruit heeft meester Engbert Wilting een tins van 12 heren ponden per jaar en Onze-Lieve-Vrouwenmemorie 6 heren ponden per jaar. Er zijn brieven [akten] van.
Nr. 1174
Fol. 150v, Tercia marcii [3 maart 1471]
Claes Sachteleven en zijn vrouw Lijsbeth schenken aan de Onze-Lieve-Vrouwenkerk en de daarin gevestigde Onze-Lieve-Vrouwenmemorie elk de helft van alles wat hen is aangeërfd van wijlen Willem Gijsbertssoen de Glasemaker, te weten roerend en onroerend goed, huis, hof, inboedel, tins, zilver en goud, zowel gemunt als ongemunt, schuld en onschuld, en wat er verder nog mag zijn, niets uitgezonderd.
Voorwaarde is dat de memorie ten eeuwige dage op de sterfdag van Gese, de zuster van Lijsbeth voornoemd, haar herdenkingsmis zal houden op dezelfde wijze als die wordt gehouden voor anderen die de eeuwige memorie hebben gekocht. De memorie moet aan elke priester jaarlijks een kromstaart geven. De kerk en de memorie voornoemd moeten Willems begrafenis, zijn graf en het kerkrecht betalen en zijn maandstond houden.
Nr. 1212
Fol. 154v, Feria quinta post Martini in obitis [15 november 1471]
Rant Albertssoen en Claes Gosenssoen, memoriemeesters van de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk verkopen aan Johan Coepsoen een huis en erf in de Nieuwstraat, tussen Fekulen, de weduwe van Albert Backer, en Johan Coepssoen voornoemd, strekkende van de Nieuwstraat tot aan Fekulen voornoemd. Het huis was ten behoeve van de memorie blijven liggen voor de uitgaande en onbetaalde tins. Het is nu vrij van tins.
Rechterlijk Archief inv. nr 54 (Oplatingen 1480-1502)
6 oktober 1479
Testament van Engele, de vrouw van Aernt die Milde.
Aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk geeft zij 4 rijnse guldens, aan de armen voor 3 rijnse guldens aan schoenen, voor het lezen van zielmissen tot zaligheid van haar ziel geeft zij 3 rijnse guldens. Aan de Heilig-Sacramentsmemorie in de Sint-Nicolaaskerk geeft zij 5 rijnse guldens om haar eeuwige memorie van te houden. Zij geeft een halve postulaatsgulden
voor het Hoge altaar in Onze-Lieve-Vrouwenkerk en een halve postulaatsgulden voor het Sint-Anna-altaar in de Sint-Nicolaaskerk. Aan het Heilige-Geestgasthuis geeft zij haar grauwe tabbert, haar blauwe rok en haar pels. Aan de kinderen van haar broeder Johan 5 rijnse guldens, aan haar nicht Eefse en haar nicht Kathrine 5 rijnse guldens en aan haar man Aernt zijn moeders ring, waarvan hij de helft van de waarde om Gods wil moet geven aan liefdadigheid.
De goederen die haar broer Geert Wichersz van haar erft, zijn voor zijn kinderen; hij heeft slechts het vruchtgebruik.
11 oktober 1479.
Testament van Rembolt die berduerwercker.
Tot zaligheid van zijn ziel geeft hij aan de Heilig-Sacramentsmemorie in de Sint-Nicolaaskerk 10 h.lb. om zijn eeuwige memorie voor het houden. Hij geeft de Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk 5 h.lb. In die kerk wil hij ook begraven worden. Verder geeft hij aan de Heilig-Sacramentsmemorie, de Heilig-Kruismemorie, Onze-Lieve-Vrouwememorie, Sint-Anthonismemorie, Sint-Olofsmemorie en Sint-Cuneramemorie, elk 2 h.lb. voor fijne was. Aan het Minderbroedersklooster geeft hij zijn grote lantaarn om die altijd voor het Heilig Sacrament mee te dragen. Voor de bouw van de Minderbroederskerk geeft hij 5 h.lb. Aan de armen geeft hij 30 h.lb., te besteden door zijn testamentoren. Aan zijn neef Henric van Bremen geeft hij zijn complete harnas, een kookijzer en 20 h.lb. Aan zijn nicht Wobbe Wilting geeft hij 10 h.lb., aan zijn nicht Mette Everts 5 h.lb. en aan zijn maagd Stijne zijn lijfgoed, het boek Der Selen Troest en een zilveren lepel. Aan Trude van Dueren geeft hij zijn tabernakel van Onze-Lieve-Vrouwe-ter-nood. Aan Wichmoet Verver geeft hij een zilveren lepel. De rest geeft hij in de ere Gods, na goeddunken van zijn testamentoren.
Hij wil niet dat zijn neef Henric van Bremen of andere familieleden meer nemen dan hij hen besproken heeft.
Tot testamentor kiest hij Nannyng van Duren. Hij verzoekt mr. Gosen van Hattem en Geert Lose om Nanning bij te staan als die iets zou overkomen.
11 december 1479.
Testament van Grete Astebrincks. Aan de Minderbroeders geeft zij een mud rogge, aan de nonnen in het Sint-Brigittenklooster 2 rijnse guldens, aan de zusters in Sint-Agnietenklooster 2 rijnse guldens, aan het Sint-Michielshuis 2 rijnse guldens, aan heer Henric de vicecureit 1 rijnse gulden, aan de koster 1 arnoldusgulden.
Zij wil begraven worden in het Sint-Brigittenklooster.
Zij bekent schuldig te wezen aan het Sint-Brigittenklooster en aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk elk 25 arnoldusguldens, die haar erfgenamen moeten betalen in de vorm van een jaarlijkse roggerente van 1 mud, gaande uit haar erf te Paasloo, genaamd Hugo Meynartszlant, verschijnende elk jaar op Sint Maarten in de winter. De beide instellingen moeten daarvoor ieder jaar haar getijde houden.
Zij bekent schuldig te zijn aan Luytken Jan Luytkensz 25 arnoldusguldens of een mudde rogge per jaar.
Aan de vrouw van de schout van Kuinre geeft zij haar beste hoyke en aan haar zusters dochter in Kuinre haar beste tabbert. Aan Johan Luytkensz‘ dochter in Oldemarkt geeft zij haar blauwe tabbert, aan haar dienstmaagd Femme haar
pels en grauwe tabbert, een pot en haar daagse kleren, aan Hille haar beste saaise hoyke, de hekel en de minste van de potten. Aan Femme en haar dochter haar daagse hoyke, en de koetze met bed en toebehoren. Aan Reymelt haar beste pels, zuster Vrouken en Alijt Everts 1 postulaatsgulden, suster Kathrijnen 1 rijnse gulden, Mariken …gen suster haar daagse tabbert, Gese Jonckers en Gertruyt Scrivers elk een zilveren lepel, die na hun dood in de ere Gods moeten komen. Aan Ave Luytkens haar rode rok met de malijen en een paar schotels.
Mette, die onder haar woont, geeft zij een ketel en Hille haar nicht geeft zij ook een ketel. Aan Grete een kan van een pinte en aan Ffemme een kan van een mengelen.
3 januari 1480
Testament van Stijne Coenraits. Aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk geeft zij 2 h.lb. per jaar om per jaar twee jaargetijden te houden, de ene voor de zaligheid van de zielen van haar en van haar man Coenrait en de ander voor de zaligheid van de zielen van haar moeder Gertruide en van Johan Claesz, die haar man was. Aan de Minderbroeders geeft zij 2 h.lb. voor de keuken; zij moeten daarvoor zielmissen lezen. Aan heer Johan van Coesfelt geeft zij 1 rijnse gulden.
Aan haar dochters kind Grete geeft zij 50 rijnse guldens, die moet echter aan elk van haar zusters een nobel meegeven. Aan Grete geeft zij ook haar beste bed, bedstede, beste kist en vier van de beste oorkussens, de twee ringen die het kind al heeft, het beste boek en de kleinodiën die zij van haar moeder heeft ontvangen. Als Grete sterft zonder wettige nakomelingen, komt alles weer op de naaste erfgenamen van Stijne.
Aan haar zuster Gese Brandenburch geeft zij haar beste saaise hoyke.
Testamentors zijn Claes Sulman en Gerloff Claesz.
22 januari 1480.
Testament van Gertruyt Bartholomeus Lubis weduwe.
Aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk 1 h.lb. per jaar, de Minderbroederskerk 1 h.lb. per jaar, Sint-Geertruidengasthuis 1 h.lb. per jaar, Sint-Brigittenklooster 1 h.lb. per jaar en Sint-Catharinagasthuis 1 h.lb. per jaar, gaande uit haar huis. Uit het huis heeft Geert van Vreden 5 h.lb. per jaar. Als het huis meer waard is dan de genoemde renten, mag Geert die overwaarde hebben. Aan Onze-Lieve-Vrouwe-altaar in Onze-Lieve-Vrouwekerk geeft zij een altaar laken, aan Sint-Martensbede 2 rijnse guldens, de Minderbroederskerk een metalen watervat, de Minderbroeders 2 rijnse guldens voor hun keuken, aan Sint-Geertruidenaltaar in de Sint-Geertruidenkerk haar beste hoyke, aan Alijt, de vrouw van Geert van Vreden haar saaise hoyke, het kind van Geert van Vreden de onderslag van de hoyke om daarvoor een tabbert te laten maken, Kathrine Gruters een bed met een oorkussen, een deken, 2 lakens en een kan van een half mengelen, Henric Snoeck een paar mouwen, haar zuster een dweele, Albert Evertsz een tafellaken en een halve gulden. Haar twee ooms geeft zij 10 rijnsguldens; sterft Bartolt voor Gotscalc dan krijgt Goltscalc het geld alleen, sterft Gotscalc voor Bartolt, dan zal Gotscalc kind de helft van het geld krijgen. Haar nicht Else geeft zij 3 rijnsguldens, haar beste tabbert, rok en covel. Aan Wicher van Swolle geeft zij een zilveren lepel.
Tot testamentors kiest zij Willem van Zwolle en Geert van Vreden.
7 februari 1480.
Testament van Stijne Coenraits. Zij geeft Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk een rente van 2 h.lb. per jaar, waarmee de jaargetijden moeten worden gehouden van haar en haar man Coenrait. Aan de Minderbroeders geeft zij 2 rijnse guldens voor hun keuken, aan Sint-Brigittenklooster 2 rijnse guldens, aan heer Johan van Coesvelt 1 rijnse gulden, aan Grete, de dochter van Claes Sulman 50 h.lb., echter alleen als die bij haar blijft wonen. Sterft Grete zonder nakomelingen, dan moeten deze 50 h.lb. komen op de zijde van Grete‘s moeder, en niet op die van haar vader.
Met dit testament herroept zij haar vorig testament.
Tot testamentoren kiest zij Geert Slewert en Geert Claesz.
17 februari 1480.
Testament van Stijne, de weduwe van Cristoffer. Zij geeft na haar dood om zaligheid van haar ziel het volgende.
Aan de Sint-Nicolaaskerk 1 engelse nobel. Aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk 40 rijnse guldens, om te besteden voor de aalmissen die men daar iedere zondag geeft. Aan Onze-Vrouwe-Ter-Nood haar rode kralen ‘vijfftich’ [paternoster] van 12 loden; dat mag haar familie lossen met 5 rijnse gulden. Aan de Minderbroederskerk 4 rijnse guldens. Aan de Minderbroeders 4 rijnse guldens voor hun klooster. Aan het Sint-Joriaansaltaar 2 rijnse guldens om het altaar te versieren. Aan het Sint-Anna-altaar 1 rijnse gulden. Aan de armen 60 paar schoenen. Er moeten drie keer 30 zielmissen voor haar worden gelezen.
Haar zaliger mans moeder krijgt 35 rijnse guldens en de kleren van Christoffer, behalve zijn zwarte hoyke.
De dochters van de zuster van Goert Johansz geeft zij de 5 overlandse rijnse guldens die Goert haar schuldig is. Aan Hassele Hermans, die bij haar woont, 40 rijnse guldens, een bed, beddestede, twee lakens en een blauwe deken.
Aan Goert Henricsz, zijn broeder Johan Henricsz en zijn zuster Alijt Henrics, het achtste deel van de molen op de Uterweg en elk 1 rijnse gulden. Aan Fije, de vrouw van Goert, geeft zij haar beste hoyke. Aan haar nicht Johanna in Brabant en haar nicht Heyle, die bagijn is in ‘s-Hertogenbosch, geeft zij elk een rijnse gulden. Aan Kopken, de man van Lijsken, scheld zij kwijt dat wat hij haar schuldig is; hij krijgt bovendien een rijnse gulden. Aan haar nicht Katherine geeft zij een beste tabbert en een paar tinnen schotels. Al haar buurvrouwen in de steeg geeft zij een nieuwe hoofddoek van haar voorraad geweven stof. Aan Niele Frerics geeft een hoyke. Aan Niele‘s dochter haar mouwe met zilveren maliën.
Aan de Minderbroeders een nieuwe ‘aluc mitter amict’.
Elsken Hoyers en Metken Gijsbertsz, bagijnen, elk een rijnse gulden.
Executeurs zijn Lubbert Petersz, Geert Jansz en Goert Henrixsz.
19 februari 1480.
Femme Waters (met Bartolt van Wilsem en mr. Gosen van Hattem als mombers) verkoopt aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk, ten behoeve van de getijden die men daar iedere vrijdag zingt, 5 h.lb. tinsgeld per jaar, gaande uit haar huis in de Nieuwstraat, tussen de erfgenamen van -Johan- Andrees
Dubbeltsz en Peter van den Busch, strekkende tot de Hofstraat. Ieder jaar te betalen op Sint Peter ad Cathedram. Er gaan al 4 h.lb. losrente uit het huis.
22 februari 1480.
Ruerick van Endoven en zijn vrouw Wendelmoet Ruyssche verkopen aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk een jaarlijks tinsgeld van 23 h.lb., gaande uit twee huizen en hof op de Burgel, tussen Henric Bije en mr. Henric van Uterwijc aan de bovenzijde en verkopers en Stijne Ghijsen aan de buitenzijde, strekkende tot de Nieuwstraat. Te betalen ieder jaar in de vier heilige dagen van Pasen.
16 februari 1481.
Testament van Alijt, de vrouw van Mathijs Gijsbertsz. Zij geeft aan Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Nood in de Onze-Lieve-Vrouwekerk haar -gouden gordel- beste ring. Aan het altaar van Onze Vrouwe voornoemd geeft zij een pellen tafellaken. Haar man Mathijs zal daarvoor hebben een minder waardevolle ring. Aan het Sint-Brigittenklooster geeft zij haar vergulde gordel. Aan heer Johan van Coesvelt, haar biechtvader, geeft zij een rijnse gulden, waarvoor hij voor haar op de preekstoel moet bidden. Aan haar man Mathijs geeft zij zijn aandeel van het ‘schullentow mit sijn tobehoir’. Dat wat zij verder zal nalaten, moeten de Onze-Lieve-Vrouwememorie en haar zuster gelijk delen.
6 maart 1481.
Testament van Grete, de weduwe van Willem Rotgersz. Aan Peter Henrixsz, de man van haar zuster, geeft zij haar beste ‘becken’ en zijn vrouw Femme haar beste zwarte tabbert. Aan Geert Frerixsz, haar neef, geeft zij haar beste korte hoyke. Aan haar neef Henric Frerixsz geeft zij haar zwarte daagse tabbert en de dubbele hoyke die zij van zijn moeder heeft gekregen. Aan haar nicht Alijt geeft zij haar rode tabbert en haar beste rok. Aan haar zaliger man Willems twee tantes, Lutgart en Niese, geeft zij Willems rode tabbert, hoyke, wambuis, groene kovele en 32 rijnse guldens.
Aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk geeft zij haar ring. De namen van haar en wijlen haar man moeten in het jaarboek van de getijden van Sint-Nicolaaskerk worden ingeschreven en er moet een jaar lang, vanaf haar dood, voor hun zieleheil worden gebeden. Ook moet er in de Heilige-Geestkerk voor hen worden gebeden.
10 maart.
Henric Wichersz en zijn vrouw Belie verkopen aan Gertruyt Here een jaarlijks tinsgeld van 2 h.lb., op de eerste zondag in de vasten (Invocavit) te betalen, gaande uit hun huis in de Nieuwstraat, tussen Loeff die Schroeder en Herman Gertsz, strekkende tot Herman voornoemd.
24 maart 1481.
Testament van Claes Albertsz. Aan Sint-Nicolaaskerk 1 rijnse gulden, de armen 1 rijnse gulden en Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk zijn beste hoyke. Aan zijn vrouw Griete geeft hij hun huis in de Nieuwstraat in de Hagen, tussen Geert Ottensz en Claes Bolhoirn, strekkende tot Willem Thyele, en verder al haar kleren, sieraden en lijfgoed, en het beste bed met toebehoren.
11 april 1481.
Testament van Johan Tengnegel en zijn vrouw Nese. Zij benoemen elkaar over en weer tot erfgenaam. Wat er na de dood van de langstlevende nog over zal zijn, is voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk. [Akte doorgehaald]
11 april 1481.
Testament van Johan Tengnegel. Hij geeft zijn vrouw Niese al zijn na te laten goed in lijftucht. Na haar dood is dat wat er over is voor de helft voor Onze-Lieve-Vrouwekerk en voor de andere helft voor Onze-Lieve-Vrouwememorie.
Als zij hertrouwt, is dit testament van onwaarde.
Niese, de vrouw van Johan Tengnegel, maakt een testament van gelijke strekking. Tot executeurs kiezen zij Tyman van den Vene en Claes Sulman.
30 april 1481.
Testament van heer Henric Coenraitsz, priester. Hij geeft de priesters van de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk een jaarlijks tinsgeld van een h.lb., gaande uit zijn huis in de Oudestraat, tussen Johan die Guede en Geert Borchartsz. Zij moeten daar zijn eeuwige jaargetijde voor houden. Hij geeft hen ook een h.lb. per jaar uit hetzelfde huis gaande, waarvoor zij de eeuwige jaargetijden moeten houden voor wijlen Johan Claesz en zijn vrouw Gertrude. Het zilverwerk dat hij zal achterlaten geeft hij hen om er een kelk van te laten maken.
Aan zijn zoon Henric geeft hij 100 h.lb. en een bed met toebehoren. Dat wat hij verder zal achterlaten is voor zijn zoon Henric en voor Grete en jonge Alijt, de kinderen van Claes Sulman. Als Henric komt te sterven zonder wettige nakomelingen, komt zijn erfdeel aan de familie van zijn vader en niet aan die van zijn moeder. Als beide dochters van Claes komen te sterven zonder wettige nakomelingen, komt hun erfdeel aan de zijde van hun moeder en niet aan de zijde van Claes hun vader.
Tot executeurs kiest hij Geert Slewert en Johan Brandenborch.
12 november 1481.
Testament van Foyse Folkers. Aan de Heilig-Sacramentsmemorie in de Sint-Nicolaaskerk geeft zij 1 h.lb., aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk 1 h.lb., aan Sint-Anna-altaar haar beste tabbert om daar een kazuifel van te laten maken, aan de vicarius van dat altaar 1 h.lb., de koster van Onze-Lieve-Vrouwekerk een kwart rijnse gulden, aan Onze-Lieve-Vrouwe-inde-kraam in Onze-Lieve-Vrouwekerk haar gouden ‘boirde’, kralen paternoster en gouden ring. Om het crucifix voor het koor in Onze-Lieve-Vrouwekerk mee ‘te verluchten’ geeft zij haar andere gouden ring.
Aan haar moeder Alijde Folkers geeft zij 20 koopmans rijnse guldens en haar lijfgoed, met uitzondering van voornoemde tabbert. Aan haar man vermaakt zij alles wat bij hun touwbaan behoort
Tot executeurs kiest zij heer Johan van Coesvelt, haar man Johan Claesz en Beernt Budding.
Coram: Henric Pael en Pilgrim van Ingen.
3 februari 1482.
Claes Sulman en Johan Dericksz, kerkmeesters van Onze-Lieve-Vrouwenkerk, verkopen aan de Onze-Lieve-Vrouwenmemorie in deze kerk, tot behoef van de uitdeling van aalmissen, een jaarlijks tinsgeld van 28 h.lb. op Sint Martensdag in de winter, gaande uit alle inkomsten en bezittingen van de kerk. Te lossen met 20-1.
13 februari 1482.
Testament van Jutte Koejacke. Zij geeft haar moeder haar beste hoyke en kovel en een zilveren ‘braessen an een budel’. Aan haar jongste zuster geeft zij haar beste rode tabbert, aan Herman van Galen een ‘coesen bedde’ met lakens en dekens en toebehoren. Aan de Sint-Nicolaaskerk geeft zij 3 gouden rijnse guldens om de getijden voor te zingen en voor de bouw van de kerk. Aan Onze-Lieve-Vrouwekerk geeft zij ook 3 gouden rijnse guldens voor de getijden en voor de bouw. Aan de Minderbroeders geeft zij 1 gouden rijnse gulden voor de keuken en 2 rijnse guldens voor de bouw van de Broederkerk. Aan de Cellebroeders ook 1 gulden voor de keuken en 2 gulden voor de bouw van hun klooster. De drie kapelaans geeft zij 1 gouden rijnse gulden, waarvoor zij 30 zielmissen voor haar moeten lezen. Aan haar man Andrees geeft zij haar helft van het kantoor. Onze-Lieve-Vrouwememorie geeft zij haar gouden gordel, waarvoor zij in de eeuwige memorie wil komen. Aan haar biechtvader heer Coenraet geeft zij een gouden rijnse gulden, waarvoor hij 30 zielmissen voor haar moet lezen. Dat wat zij verder nog zal nalaten, is voor de bouw van de kerk van het Sint-Brigittenklooster. Tot executeurs kiest zij Johan Mathijsz en Wichman Aerntsz. Alle bepalingen onder voorwaarde dat het schip van haar en haar man behouden zal terugkeren. Gebeurt dat niet, dan mogen haar executeurs alle bedragen met de helft verminderen.
15 juli 1482.
Testament van Alijt, de vrouw van Johan Kuper. Aan de Minderbroeders 3 rijnse koopmansguldens voor hun keuken, aan de Heilig-Kruismemorie in de Sint-Nicolaaskerk 1 rijnse koopmansgulden, aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk haar beste tabbert. Aan haar mans zuster Eefze haar daagse tabbert, aan haar eigen zuster Stijne 10 rijnse koopmansguldens, haar twee gewone tabberts, haar beide kovelen en haar rode rok. Aan haar nicht Katherine, de dochter van Geert Kuper, geeft zij haar pels en haar groene rok. De rest van wat zij zal nalaten geeft zij haar man Johan Kuper. Tot executeurs kiest zij Henric Woltersz en Henric Willemsz.
26 september 1482.
Cleyss van Wylsem verkoopt aan Tyman van den Vene en Claes Sulman, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwememorie, een jaarlijks tinsgeld van 11 h.lb. op Sint-Petersdag-ad-cathedram, die zij heeft uit land en erf te Kuinre, zoals blijkt uit een bezegelde richtersbrief, die zij de memoriemeesters voornoemd heeft overgeleverd. Voorwaarde is dat de memoriemeesters deze rente ieder jaar moeten uitkeren aan joffer Bate van Wylsem, non te Brunnepe, of aan het klooster aldaar, zolang Bate leeft. De memorie [!] mag deze rente na Bate‘s dood aflossen aan Cleys of haar erfgenamen met 20-1.
3 oktober 1482.
Testament van Biele ten Daele. Zij bestemt 100 h.lb. om daarvan elke zondag een uitdeling aan de armen te laten doen door Onze-Lieve-Vrouwememorie.
Aan haar zuster Ghiele geeft zij haar aandeel van hun moeders getijdenboek.
Aan haar natuurlijke broeder Albert geeft zij een hoyke, een tabbert en een paar hosen, van een wit [laken] dat zij zelf heeft geweven, van ongeveer 14 of 16 ellen lang. Dat wat van het laken overblijft moet komen in de ere Gods. Aan haar dochter Ghiele geeft zij haar beste gordel en haar dochter Hille de tegenwaarde daar van. Zij wil een goede begrafenis hebben. Tot executeurs kiest zij haar broeder Aernt, Ludeken Heynensz en haar dochter Hylle.
3 oktober1482.
Testament van Jacop Klinge. Hij geeft alles wat hij zal achterlaten in de vrijheid van Kampen aan zijn vrouw. Echter aan zijn naaste erfgenamen vooruit te geven 100 postulaatsguldens, een zilveren schaal, twee zilveren lepels, twee bedden met toebehoren, twee tafellakens en twee ‘dwalen’.
Aan de armen geeft hij 100 h.lb., waarvan zijn groeve moet worden betaald en een uitdeling van brood.
Hij geeft een h.lb. per jaar aan de Heilig-Sacramentsmemorie om daarvan zijn jaargetijde te houden.
Jacop en Barbere verklaren dat zij van Wolter Henrixsz, hun (schoon)vader, geld hebben geleend waarvoor zij jaarlijks 14 h.lb. rente betalen.
Hij geeft Gese Clinge 2 h.lb. van de voornoemde 100 h.lb. Aan Onze-Lieve-Vrouwememorie en de Heilig-Kruismemorie geeft hij elk een halve rijnse gulden. Aan de Minderbroeders 2 h.lb. van de voornoemde 100 h.lb.
Tot executeurs kiest hij Gosen Klinckenberch en Claes Sulman.
19 oktober 1482.
Testament van Beerthe Volckers. Zij geeft na haar dood aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk een jaarlijkse rente van 2 h.lb., gaande uit haar huis in de Waterstraat in de Hagen, waarvoor men ieder jaar voor haar en nicht Alijt Rolo…. [Akte niet afgemaakt]
4 februari 1482.
Testament van Jacob Brandenborch. Hij geeft na zijn dood tot zaligheid van zijn ziel het volgende.
Aan het Sint-Brigittenklooster 10 gouden rijnse guldens, half voor de bouw van de kerk en half voor de kloosterkeuken, de armen 10 guldens, de Heilig-Sacramentsmemorie 5 gulden, waarvoor zij hem voor een eeuwige memorie in het memorieboek moeten inschrijven, de Sint-Nicolaaskerk een oud schild, de Onze-Lieve-Vrouwekerk een halve rijnse gulden, de Onze-Lieve-Vrouwememorie een halve rijnse gulden, de Observantenkerk een halve rijnse gulden en voor de kloosterkeuken ook een halve rijnse gulden, het Heilige-Geestgasthuis, Sint-Geertruidengasthuis en Sint-Katharinagasthuis elk een halve rijnse gulden.
Aan zijn broeders Joest en Henric geeft hij elk 20 rijnse guldens, te betalen door zijn broeder Johan van de 100 rijnse guldens die hem zijn moeder in haar testament heeft nagelaten. Dit geld alleen te verkopen of te belasten met
toestemming van zijn executeurs. Zijn broeder Johan zal daarna van de gift van 100 rijnse guldens ontlast zijn.
Aan het Sint-Brigittenklooster geeft hij 10 rijnse guldens en daarmee zullen Fie en Claera voldaan zijn. Aan zijn zusters Geertruyt en Lijsken geeft hij elk 20 rijnse guldens, te komen uit zijn andere goederen, als huizen, erven en renten, waar die ook gelegen zijn. Aan Geert Claesz geeft hij zijn zilveren schaal. Aan Bele, de dochter van zijn broeder Johan, geeft hij twee van zijn beste kussens, en een zilveren lepel. Aan zijn broeder Johan geeft hij zijn bed met toebehoren.
Hij is een bedevaart schuldig naar Sint Joest bij Bremen, waar een pond was moet worden geofferd. Degene die die bedevaart doet, krijgt 4 rijnse guldens.
25 februari 1483.
Testament van Goiken Kreit. Hij geeft al zijn na te laten goed aan zijn vrouw Alijt, te gebruiken zo zij wil. Na Alijts dood moet dat wat nog over is worden gegeven aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk en Onze-Lieve-Vrouwememorie, elk de helft.
14 mei 1483.
Meister Gosen van Hattem en Nanning van Dueren, hoofdlieden, verkopen van stadswege, in de wijnkelder, waar de kaars de slag gaf, aan joffer Lutgart Beerntsdochter, bagijn in het Bovenconvent, een huis van drie woningen onder één dak, gelegen op de Vloeddijk bij de Kalverneckenbrug, waarin Tyman Coenraitsz woont, tussen het huis van de Onze-Lieve-Vrouwememorie en het huis van Roloff Korvemaker, strekkende tot de Oude Wetering. Uit het huis gaat een erftins van 6 h.lb. per jaar.
29 april 1483.
Testament van Grete Burgers. Zij geeft na haar dood aan ‘Sint Martens bede’ een gouden rijnse gulden, aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in ‘s-Hertogenbosch 3 h.lb, aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Kampen 1 koopmans rijnse gulden, aan haar neef heer Henric Burger 2 gangbare rijnse guldens, waarvoor hij moet bidden voor haar ziel, aan Vrede, de dochter van Luyken Henrixsz, bagijn in Zwolle, geeft zij haar getijdenboek en een rijnse gulden, aan Gese, de vrouw van Johan Dubbeltsz, 2 rijnse guldens, aan Alijt, de vrouw van Johan Glazemaker, 1 rijnse gulden, aan Lijsken en Ffie Femers elk 1 rijnse gulden, aan zuster Alijt in het Witenhuis 1 rijnse gulden, aan heer Johan Huisman 1 rijnse gulden.
Dat wat zij meer zal achterlaten is voor de ene helft voor de armen en voor de andere helft voor de gast- en godshuizen in Kampen, te besteden naar goeddunken van haar executeurs, waartoe zij kiest heer Henric Burger, heer Johan Huisman, Henric Kunretorf, Jan Dubbeltsz , Johan van Wilsem en Liesken en Ffie Femers. [Akte doorgehaald]
12 augustus 1483.
Testament van Geerd van Vreeden. Hij geeft na zijn dood, tot zaligheid van zijn ziel, aan Onze-Lieve-Vrouwekerk 1 rijnse gulden, Onze-Lieve-Vrouwememorie 2 rijnse gulden, Sint-Anna 2 koopmans rijnse guldens, Johannes, de zoon van zijn vrouws zuster, 10 koopmans rijnse guldens, zijn neef Berent zijn tabbert en beste hoyke en zijn zwager Johan van Gent zijn
grijze hoyke en andere tabbert. Dat wat hij verder zal achterlaten, geeft hij zijn vrouw [NN].
Coram: Mr. Gosen en Rueric Putte.
12 augustus 1483.
Testament van Alijt Jacobs. Zij geeft na haar dood, tot zaligheid van haar ziel de volgende legaten. Aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk haar zilveren kroes, waarvoor zij in die kerk een graf wil hebben. Aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in die kerk geeft zij 10 gouden rijnse guldens, waarvoor men haar jaargetijden moet houden met vigiliën en zielmissen, zoals dat behoort.
Aan de armen geeft zij 30 paar schoenen. Er moeten voor haar 30 zielmissen worden gelezen, naar goeddunken van haar executeurs. Voor de uitdeling aan de armen, achter in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, geeft zij 1 rijnse gulden. Aan de Sint-Nicolaaskerk geeft zij 1 rijnse gulden, aan de Minderbroederskerk 1 rijnse gulden voor de bouw en 1 gulden voor de keuken van de Minderbroeders, aan Sint-Brigittenklooster geeft zij 1 gulden voor de kerk en 1 gulden voor de keuken. De rest van haar nalatenschap schenkt zij voor de helft aan haar erfgenamen voor de andere helft in de ere Gods, tot behoef der armen.
Tot executeurs kiest zij heer Koenraet van Polborne, Nanningk van Dueren en Claes Sulman.
Coram: Burgimagistris et Bertolt van Wilsem.
26 augustus 1483.
Testament van Hille Glauwe. Zij geeft na haar dood tot zaligheid van haar ziel het volgende. Aan het Sint-Brigittenklooster voor de afbouw 2 rijnse guldens, aan het Minderbroedersklooster voor de afbouw 2 rijnse guldens, aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk 2 rijnse guldens en aan het Sint-Michielsklooster op de Oord 2 rijnse guldens voor een maaltijd voor de bewoners. Alle bedragen in koopmans rijnse guldens. Aan haar drie zonen Henric Glauwe, Hertewich Dam en Gosen Dam geeft zij elk 100 koopmans rijnse guldens, vooraf te beuren uit haar nalatenschap. Dat wat er verder is aan goederen en renten, moeten al haar kinderen gelijk delen. Heer Johan Glauwe en Hertewich Dam mogen hun deel van de nalatenschap niet verkopen of belasten zonder toestemming van haar executeurs, te weten Symon Glauwe en Henric Glauwe.
27 augustus 1483.
Testament van Gese Jonckers. Zij geeft na haar dood tot zaligheid van haar ziel het volgende. Aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie geeft zij 1 h.lb. per jaar om daarmee haar eeuwige memorie te houden, te weten des avonds een vigilie en des morgens een requiemmis. Aan de Heilig-Sacramentsmemorie in de Sint-Nicolaaskerk geeft zij een half h. lb. per jaar voor het houden van haar eeuwige memorie. Aan het Sint-Brigittenklooster geeft zij een half h.lb. per jaar om daarmee het eeuwig broederschap en zusterschap van de orde te verwerven.
Dat wat zij verder zal achterlaten in de vrijheid van Kampen geeft zij in de ere Gods, volgens een cedule die bij haar principaaltestament zal worden gevoegd.
De bovengenoemde jaarlijkse renten moet men bekostigen van haar vierde deel van het huis waarin zij woont, gelegen in de Oudestraat, tussen Sibrant Petersz’ weduwe en Willem Visken. Zij wil dat dat deel van het huis voornoemd zal
worden verkocht aan Gertruut Sibrants of haar erfgenamen, te waarderen door goede mannen. Tot executeurs kiest zij mr. Johan van der Wede en Jacop Wulf.
6 september 1483.
Testament van Meynart Albertsz en zijn vrouw Lubrech. Zij geven elkaar over en weer al hun na te laten goed in lijftucht. Na de dood van de langstlevende moet de ene helft worden gegeven aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in Kampen en de andere helft aan de Cogekerk in Texel. Tot executeurs kiezen zij Berent Johansz en Gerryt Willemsz.
21 september 1483.
Testament van Peter Peye. Hij geeft na zijn dood tot zaligheid van zijn ziel het volgende. Aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie een jaarlijkse tins van 3 h.lb., gaande uit zijn huis in de Hagen, waarin hij woont. Deze 3 h.lb. moeten worden gebruikt voor de zondagse uitdeling aan de armen. Zijn vrouwe Mense heeft hierin geconsenteerd. Van de tins van 6 h.lb. die hij en zijn vrouw jaarlijks hebben uit het huis op de hoek van de Sint-Geertruidensteeg geeft hij 3 h.lb. aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Aan zijn vrouw Mense geeft hij zijn helft van het huis waarin zij wonen in lijftucht. Daaruit moet zij de betaling van 3 h.lb. per jaar aan de memorie voornoemd betalen. Hij geeft haar ook tevoren haar beste gordel en het ‘mansvoordeel’, zoals dat in het stadsrecht beschreven staat. Aan zijn drie nichten, Wobbe, Lijsbeth en Lummen Zeynen geeft hij elk 3 rijnse guldens. Zij begrafenis en groeve moeten worden betaald van nagelaten goederen. Zijn erfgenamen mogen niets van de erfenis in bezit nemen voordat begrafenis en groeve betaald zijn.
7 februari 1484.
Testament van Stijne van den Vene, de weduwe van Henric Geertsz. Zij geeft na haar dood tot zaligheid van haar ziel het volgende. In de eerste plaats geeft zij 100 h.lb. om daarvan na haar dood drie keer een uitdeling te doen aan de armen, te weten dadelijk na haar dood, op haar eerste maandstond en op haar eerste jaargetijde. Aan haar nicht Tyman geeft zij 100 rijnse guldens eens (2 h.lb. voor de gulden gerekend), of een jaarlijkse rente van 10 h.lb., waarmee men haar in het Sint-Michielsconvent kan plaatsen of in een ander convent waarin zij wil zijn, naar goeddunken van haar executeurs. Aan de kinderen van haar natuurlijke broeder Johan van den Vene, genaamd Johan en Johan, Evert en Alijt elk 10 rijnse guldens en aan Hartwich 20 koopmans rijnse guldens om mee ‘ter scholen te gaan’. Aan de Sint-Nicolaaskerk geeft zij 1 rijnse gulden, aan Onze-Lieve-Vrouwekerk 3 rijnse guldens, Onze-Lieve-Vrouwememorie in deze kerk 3 rijnse guldens, Sint-Katharinakerk 1 rijnse gulden, Sint-Brigittenklooster voor de kerk 1 rijnse gulden en voor de keuken 2 rijnse guldens, Sint-Geertruidengasthuis 1 rijnse gulden, het Minderbroedersklooster 1 rijnse gulden voor de kerk en 2 rijnse guldens voor de keuken, het Heilige-Geestgasthuis 1 rijnse gulden, Sint-Joriaanskerk 1 rijnse gulden en de Cellebroeders 2 rijnse guldens voor hun keuken. Alle bedragen in koopmans rijnse guldens. Aan haar nicht Hille, voornoemde Johans dochter, geeft zij de helft van het huis waarin zij (Hille) woont, in de Nieuwstraat, tussen het huis waarin Stijne voorschreven woont en haar hof, strekkende van de Nieuwstraat tot de Hofstraat. Voorwaarde is dat Hille dat huis zal laten vererven op haar kinderen. Er gaat uit dat huis een jaarlijkse rente van 6 h.lb., waarvan een
schepenbrief is. Aan haar nicht Alijt van den Vene voornoemd geeft zij nog een nieuwe tabbert, aan haar nicht Greete haar beste tabbert, aan haar nicht Hille haar beste dubbele hoyke en aan Femme van den Vene haar paarse rok.
Aan Grete van den Vene, de weduwe van Jacob van den Vene, geeft zij haar zwarte rok. Dit alles zullen haar erfgenamen onmiddelijk na haar dood moeten uitkeren van haar gereedste bezittingen, naar goeddunken van haar executeurs.
Zij wil ook dat de gelagen in de wijnkelder van haar bezit worden betaald. Tot executeurs kiest zij heer Hartwich van den Vene en heer Johan Coipsz, priesters, Lubbert Petersz, Evert van den Vene en Grete, de weduwe van Jacob van den Vene. Deze 5 executeurs geeft zij tezamen een Engelse nobel.
Coram: Burgemeesters.
4 maart.
Mense, de weduwe van Peter Peye, met Frederick Rijnvish en Godert Jansz als mombers, voert de laatste wil van wijlen haar man uit. Zij geeft daarom, tot zaligheid van haar mans ziel, aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk een jaarlijkse rente van 3 h.lb. op Pasen, gaande uit haar mans helft van het huis in de Oudestraat in de Hagen, tussen Seyne Rant en Jacob Grybber, strekkende van de Oudestraat tot aan Seyne Rants erf. Het is de eerste tins die uit dat huis gaat. Verder geeft zij een jaarlijkse rente van 3 h.lb., van een rente van 6 h.lb., die zij en haar man hadden, gaande uit het huis van Roederick Garbrantsz en zijn broeder Peter, gelegen in de Oudestraat op de hoek van de Sint-Geertruidensteeg, naast de erfgenamen van Alijt Lieffmans, strekkende van de Oudestraat tot aan het huis van mr. Johan van der Wede. Deze laatste rente is bestemd voor de aalmissen die men achter in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk aan de armen geeft.
Coram: Burgemeesters Gosen et Hoppenbrouwer
15 mei 1484.
Joffer Lutgert Berentsdochter, bagijn in het oude convent bij de Sint-Nicolaaskerk, met Johan Coepsz en Berent Henrixsz als mombers, verkoopt aan Tyman Coenraetsz en zijn vrouw Femme een huis van drie woningen onder één dak, gelegen op de Vloeddijk bij de Kalverneckenbrug, tussen het huis van Onze-Lieve-Vrouwememorie en Roloff Korvemaker, strekkende van de Vloeddijk tot aan de stadswetering. Uit het huis gaat een erftins van 6 h.lb. per jaar.
10 september [1483 !].
Testament van Rant Albertzone, gerechtelijk gemaakt ten overstaan van burgemeesters Roerick Putte en Lodewich Kruse.
Hij geeft na zijn dood het volgende.
Aan de Onze-Lieve-Vrouwememorie 10 rijnse guldens, aan de Heilig-Sacramentsmemorie in de Sint-Nicolaaskerk een jaarlijkse rente van 1 h.lb., aan de Minderbroeders 5 rijnse guldens voor hun kerk en 5 voor hun keuken, aan het Sint-Brigittenklooster 5 rijnse guldens, het Sint-Katharinagasthuis 2 rijnse guldens, het Sint-Geertruidengasthuis 2 rijnse guldens, aan de armen 25 rijnse guldens. Aan heer Claes Coepzoen zijn ‘kreeft en dat daer toe hoert’, aan zijn neef Lugen Wolbertzoen zijn ‘panser’, aan Ghertrud Coeps zijn dubbele zwarte hoyke, aan Roucke zijn ooms zoon 1 rijnse gulden, aan Johan zijn ooms
zoon 1 rijnse gulden, aan Harmghen Claes Goessensz zuster 2 rijnse guldens.
De voornoemde bedragen zijn alle in koopmans rijnse guldens.
Heer Claes Coepsz heeft uit ‘ons’ huis een jaarlijkse rente van 8 h.lb., welke hij van moeder Ghertrud Cops heeft gekregen.
Hij geeft zijn vrouw Eveze al het gemunte en ongemunte zilver dat hen beiden toebehoort, benevens haar sieraden en kleren en het geld dat zij uitstaande heeft.
Aan meester Lambert geeft hij 3 paar van zijn beste tinnen schotels. Aan Elle geeft hij 2 rijnse guldens, aan zijn neef Karske 2 rijnse guldens en aan zijn vrouw Eefveze een rente van een Frans schild per jaar, gaande uit zijn goed.
Aan Dyrck Kloeck geeft hij zijn beste hoyke en aan zijn oom in Kuinre 2 rijnse guldens.
Tot executeurs kiest hij meester Lambert Wyttop, Evert van den Vene, Ghertrud zijn zuster, Eveze zijn vrouw en Wolbert ten Hove.
Coram: Lose [Kruse] en Rueric.
16 september 1484.
Testament van Peter Petersz van Steenwijck. Hij geeft na zijn dood, tot zaligheid van zijn ziel en tot behoef van zijn familie het volgende. Aan de Sint-Nicolaaskerk 3 rijnse guldens, Onze-Lieve-Vrouwekerk 3 rijnse guldens om daarvoor te worden ingeschreven in de registers van de Onze-Lieve-Vrouwememorie, zodat zijn eeuwige gedachtenis kan worden gehouden, aan het Sint-Brigittenklooster 3 rijnse guldens, aan de Minderbroeders 15 rijnse guldens voor het maken van een nieuw glasraam in de kerk en 3 rijnse guldens voor de keuken van het klooster. Hij wil in de Broederkerk worden begraven.
Hij geeft aan de armen 15 mud rogge en 1 vat boter, die in jaarlijkse porties van 5 mud rogge en een half vat boter gedurende drie jaar moeten worden uitgedeeld. Aan zijn vrouw Heyle Stelling geeft hij haar lijfgoed en sieraden.
Tevens geeft hij haar in lijftucht alles wat hij zal achterlaten in de vrijheid van Kampen. Zij moet echter zijn moeder Diele, als die dan nog leeft, 20 rijnse guldens uitkeren. Na Heyle‘s dood moet alles komen op zijn moeder Dyele en op zijn broeder Willem of op Willems wettige nakomelingen. Mochten zij zonder wettige nakomelingen komen te sterven, dan moet alles worden besteed voor de bouw van de Minderbroederskerk. Aan zijn nicht Jutte Lust moet dan een bedrag van 50 Arnhemse guldens worden uitgekeerd. Tot executeurs kiest hij zijn neef Jacob Wulf en Rijckman Jacopsz.
Coram: Lose [Kruse] en Rueric.
6 juni 1481.
Tyman van den Vene en Claes Sulman, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk, verkopen aan Johan Straetken en zijn vrouw Lijsbeth een jaarlijkse erftins van twee oude schilden, gaande uit het huis dat nu toebehoort aan Henric op Tolhuys, gelegen in de Nieuwstraat op de hoek, tussen de Naaldenersteeg en Evert ten Acker, strekkende van de Nieuwstraat tot aan Leffer Geretsz erve. Verder een tins van 1 oud schild uit een huis in de Hagen dat nu toebehoort aan Sibrich, de dochter van Jacob Katte, gelegen tussen Sibrich voornoemd en de Nieuwe Steigerstraat, strekkende van Johan Vleisch tot de IJssel, waarin van ouds Willem Katte woonde.
Van de een oud schild is een schepenbrief, die zij aan Johan overgeven.
6 juni 1481.
Tyman van den Vene en Claes Sulman, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk, verkopen aan Johan Straetken en zijn vrouw Lijsbeth een jaarlijkse tins van 10 h.lb. (van de 16 h.lb.) die de memorie heeft, gaande uit 6 akkers land in Dronthen, belend ten zuiden door Johan Kaye, ten noorden door land van de Sint-Nicolaaskerk, strekkende van de stadsschrading tot in zee, en uit anderhalve akker land in hetzelfde perceel liggende. Te betalen op Sint Maarten in de winter. Deze tins mag pas gelost worden zes jaar na de dood van Johan en Lijsbeth met 20-1.
6 juni 1481.
Claes Sulman en Johan Dericksz, kerkmeesters van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, verkopen aan heer Herman Mathijsz, priester, een lijfrente van 15 h.lb., uit al de goederen en inkomsten van de kerk, te betalen in mei, op de dag van Sint-Urbanus, de paus.
28 april 1484.
Alpher Petersz en Dode Alersz, memoriemeesters van Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk, verkopen aan Jacob Jacobsz en zijn vrouw Stijne een huis en hof op de Sint-Nicolaasdijk, tussen Johan Borre en Warner Persijn, strekkende van de dijk tot aan de stadswetering.
17 februari 1480.
Testament van Stijne, de weduwe van Cristoffer. Zij geeft na haar dood om zaligheid van haar ziel het volgende.
Aan de Sint-Nicolaaskerk 1 engelse nobel. Aan Onze-Lieve-Vrouwememorie in Onze-Lieve-Vrouwekerk 40 rijnse guldens, om te besteden voor de aalmissen die men daar iedere zondag geeft. Aan Onze-Vrouwe-Ter-Nood haar rode kralen ‘vijfftich’ [paternoster] van 12 loden; dat mag haar familie lossen met 5 rijnse gulden. Aan de Minderbroederskerk 4 rijnse guldens. Aan de Minderbroeders 4 rijnse guldens voor hun klooster. Aan het Sint-Joriaansaltaar 2 rijnse guldens om het altaar te versieren. Aan het Sint-Anna-altaar 1 rijnse gulden. Aan de armen 60 paar schoenen. Er moeten drie keer 30 zielmissen voor haar worden gelezen.
Haar zaliger mans moeder krijgt 35 rijnse guldens en de kleren van Christoffer, behalve zijn zwarte hoyke.
De dochters van de zuster van Goert Johansz geeft zij de 5 overlandse rijnse guldens die Goert haar schuldig is. Aan Hassele Hermans, die bij haar woont, 40 rijnse guldens, een bed, beddestede, twee lakens en een blauwe deken.
Aan Goert Henricsz, zijn broeder Johan Henricsz en zijn zuster Alijt Henrics, het achtste deel van de molen op de Uterweg en elk 1 rijnse gulden. Aan Fije, de vrouw van Goert, geeft zij haar beste hoyke. Aan haar nicht Johanna in Brabant en haar nicht Heyle, die bagijn is in ‘s-Hertogenbosch, geeft zij elk een rijnse gulden. Aan Kopken, de man van Lijsken, scheld zij kwijt dat wat hij haar schuldig is; hij krijgt bovendien een rijnse gulden. Aan haar nicht Katherine geeft zij een beste tabbert en een paar tinnen schotels. Al haar buurvrouwen in de steeg geeft zij een nieuwe hoofddoek van haar voorraad geweven stof. Aan Niele Frerics geeft een hoyke. Aan Niele‘s dochter haar mouwe met zilveren maliën.
Aan de Minderbroeders een nieuwe ‘aluc mitter amict’.
Elsken Hoyers en Metken Gijsbertsz, bagijnen, elk een rijnse gulden.
Executeurs zijn Lubbert Petersz, Geert Jansz en Goert Henrixsz
16 september 1483. Testament van Swaene Peters. Zij geeft na haar dood tot zaligheid van haar ziel het volgende. Aan de Sint-Nicolaaskerk 3 rijnse guldens, de Minderbroederskerk 3 rijnse guldens, de Minderbroeders een half Kamper laken, de Sint-Brigittenkerk 2 rijnse guldens, de keuken van het Sint-Brigittenklooster 2 rijnse guldens, Onze-Lieve-Vrouwekerk 1 rijnse gulden, de nonnen in Brunnepe 1 rijnse gulden, haar zuster Borchert haar beste rok, beste tabbert, ‘saysche’ hoyke, beste kist, beste kovele en 6 rijnse guldens, de Cellezusters 3 rijnse guldens, haar tante Wibbe 6 rijnse guldens, de Cellebroeders 3 rijnse guldens. Aan Heyle, de zuster van wijlen haar man, geeft zij de voorste ramen, die na de dood van Heyle zullen komen in de ere Gods. Aan het Sint-Agnietenklooster geeft zij 2 rijnse guldens, aan haar maagd Alijt Maess geeft zij de kleren die zij aan heeft en haar daagse rok. Aan de moeder van de maagd geeft zij haar oude hoyke en haar oude paarse rok. Aan Onze-Lieve-Vrouwe-van-Milaan in het Sint-Brigittenklooster geeft zij haar gouden ring. Haar kralen paternoster moetworden gedeeld door het Sint-Anna-altaar in het Minderbroedersklooster en het altaar van Onze-Lieve-Vrouwe boven in de kerk [Sint-Nicolaaskerk]. Aan de armen geeft zij 12 rijnse guldens.
Wolter, de broeder van wijlen haar man, krijgt diens wambuis, lange tabbert en beste hozen [broek]. De twee tabberts van [wijlen ?] haar kinderen geeft zij aan de kinderen van haar mans zuster. Haar gordel, zilveren maliën, buidel, ranse [overkleed] en dubbele hoyke, geeft zij aan haar zuster Matte. Voor haar begrafenis geeft zij een half Kamper laken. Tot executeurs kiest zij Gerryt Johansz, Kerstken goudsmid en haar tante Fije Schonenborchs.
Rechterlijk Archief, inv. nrs. 55-61 (Oplatingen 16de eeuw)
1510, 19 maart (fol. 96v) Gerrijt Haeckt X Alijt verkopen aan Peter Sticker een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit een huis in de Nieuwstraat, strekkende tot aan Bartolt van Wilsem. Belendingen: huis van O.L.Vr. en het huis van Jacob Jansz.
1510, 15 juni (fol. 102) Gese Roberts de weduwe van Gerrijt Claesz verkoopt aan haar kinderen Agathe, Kathrine, Anne en Robert diverse goederen waaronder een jaarlijkse rente van 8 heren ponden uit huis Oudestraat.
Belendingen: Huis van O.L.Vr. memorie en Griete Melijs.
1520, 3 april (fol. 167) Mechtelt Henricks verkoopt aan Johan van Urck en Henrick van Steenre, mem. mrs. van O.L.Vr. mem., een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit een hof op de Oord, strekkende tot de IJssel.
Belendingen: Joffer Mechtelt van Urck en Geert Hermensz.
1521, 12 maart (fol. 187v) Johan Schepelar X Ave verkopen aan O.L.Vr. mem. in O.L.Vr. kerk een jaarlijkse rente van 5 heren ponden (van 12 h.p.) uit een huis in de Geertsstr.
1522, 21 februari (fol. 203) Wendele de weduwe van Geert van Groeningen verkoopt aan Jacob Bolhorn, mem. mr. Van O.L.Vr. mem. een jaarlijkse rente van 12 heren ponden, gaande uit het huis van Jacob Bartholomeus op de Burgwal.
1533, 20 maart (fol. 6) Schipper Jan Hugensz X Ave verkopen aan Jacob Bolhorn en Thonijs Glauwe, mem. mrs. van O.L.Vr. mem. een jaarlijkse rente van drie mudden rogge te Paaslo, van de zes mudden waarvan de memorie helft heeft.
1534, 23 november, (fol. 40v) De O.L.Vr. mem. verkoopt een huis op de Burgwal aan Giesbert Hoijer.
1534, 23 november (fol. 41) Jan Gertsz X Mette verkopen aan Peter van Elven en Thonis Glauwe, als memoriemeesters van de O.L.Vr. mem. een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, gaande uit een huis op de Burgwal, strekkende tot de Hofstraat.
Belendingen: Henrick Lubbertsz en Gisbert Huygen.
1534 [?] (fol. ?) O.L.Vr. mem. Verkoopt huis Het Paradijs in de Broederstraat aan Egbert Backer X Eefse. Belendingen: Oost de koper en west de Nieuwstraat.
1535, 30 juli (fol. 55) Engbert Roebertsz X Geertruijt verkopen aan Catrijne de weduwe van Warner Robertsz een huis in de Oudestraat nabij de O.L.Vr. kerk, met een uitgang op het O.L.Vr. kerkhof.
Belendingen: Huis van O.L.Vr. mem. en de zuster van Engbert Melijsz.
1537, 4 augustus (fol. 97v) De priester mr. Geert, zoon van wijlen Jan Gijsbertsz, met Johan Breda als momber, verkoopt aan Werner van Vorden en Jacob Bolhorn, als mem, meesters van de O.L.Vr. mem., een jaarlijkse rente van 3 heren ponden, gaande uit een huis in de Oudestraat in de Hagen, geërfd van zijn vader en moeder.
1539, 17 april (fol. 129v) Willem Reijnersz X Lubbe verkopen aan de priesters van de O.L.Vr. memorie en de Heilig-Sacramentsmemorie een huis bij de Kalverhekkenbrug, strekkende tot het O.L.Vr. gasthuis.
Belendingen: Noord Henrick Kuinreturf en zuid Evert Speck.
1541, 16 november (fol. 201v) De executeurs van het testament van wijlen de priester Johan Geertsz verkopen aan Tijman van den Vene Evertsz en Jan Hermansz van Harderwijk, memoriemeesters van O.L.Vr. mem. een jaarlijkse rente van 3 heren ponden, per testament gegeven, gaande uit een huis in de Nieuwstraat, strekkende aan het huis van Jan Seyssinck.
Belendingen: Jan Seyssinck en de Naaldenersteeg.
1542, 6 november (fol. 231v) Jutte Geertsz, weduwe van Evert Aeltsz, verkoopt aan Tijmen van den Vene Evertsz en Lambert Louwens, memoriemeesters van de O.L.Vr. mem. en aan Jan Roese en Tijmen Lubberts, kerkmeesters van de Sint-Jorgenskerk in Brunnepe, een jaarlijkse rente van … uit een huis op de Sint-Nicolaasdijk, etc., afkomstig van Arent Alfertsz.
1545, 4 mei (fol. 71v) Lambert Peter Garwertsz en zijn vrouw Heijle (gevolm. is Bartolt Evertsz, t.o.v. Jan Vos, schout van Kuinre) verkopen aan Peter van Wijringen en Tijman van den Veen Evertsz, als memoriemeesters van O.L.Vr. memorie, een jaarlijkse rente van 5 goudguldens, gaande uit het huis van Jan van Almelo de droogscheerder, staande in de Broederstraat, strekkende tot het huis van Dyrck van IJsselmuiden.
Belendingen: Beert Engbertsz op de hoek van het Broederkerkhof en Jan Cremer de apotheker.
1546, 6 juni (fol. 108) Geert Pottebacker X Griete verkopen aan Johan van den Vene Tijmensz en Peter van Wijringen, memoriemeesters van O.L.Vr. Memorie een jaarlijkse rente van 3 goudguldens, gaande uit drie maten land in Blanckenham, eertijds gekomen van Johan Claesz X Griete
1546, 11 juni (fol. 110) Cornelis Henricks X Geertruijt verkopen aan Johan van den Vene Tijmensz en Peter van Wieringen een jaarlijkse rente van …., gaande uit een hof in de Hagen. Belendingen o.a. de Steendijksmolen.
1549, 24 juli (fol. 186v) Geert Pottebacker X Griete verkopen aan O.L.Vr. kerk (de muziekers) een jaarlijkse rente van 4 heren ponden, gaande uit een hof in de Heilensteeg, strekkende aan de hof van Geert van Essen. Tussen Jacob van Graes.
Voor deze rente zullen de muziekers de jaarlijkse dienst doen zoals die gespecificeerd staat in het testament van wijlen joffer Cuijnere te Kolck in het Buitenconvent.
1561, 9 oktober (fol. 43) De executeurs van het testament van wijlen de priester Jan Geertszen verkopen verschillende jaarlijkse renten. Daarvan heeft de O.L.Vr. memorie 3 heren ponden per jaar tot onderhoudinge der “soeven droeffenyssen”.
1566, 2 maart (fol. 204) Willem Germensz X Anna verkopen aan Claes Louwensz en Jacob Claesz, memoriemeesters van O.L.Vr. mem., een jaarlijkse rente van 6 heren ponden, gaande uit een hof in de Groenestraat, strekkende tot aan het Nieuwe Werk.
Belendingen: Berent Ottinck en joffer Coenraet van der Vecht.
Opmerking: Door de vorige mem. meester Gijsbert van Bronckhorst verkocht.
1568, 2 juni (fol. 15v) Geert Evertsz X Geertruijt verkopen aan E. Jacob Claesz en Claesz Louwsz een jaarlijkse rente van 12 goudguldens, gaande uit een huis en ander goed op de Oord, etc.
1569, 9 maart, (fol. 32) Johan Lubbertsz X Geertgen verkopen aan zuster Alijdt een j.r. van 4 heren ponden uit huis Oudestraat met uitgang op O.L.Vr. kerkhof.
Belendingen: Huis van O.L.Vr. mem. en huis van Grethe Melijs.
Opm: Zuster Sophia ten Walle, conventuale, is voldaan van kapitaal en rente op 09.02.1579.
1576, 3 december (fol. 196) Henrick van der Vecht, der rechten licentiaat, en zijn vrouw joffer Dirck van Zuijlen van Nijvelt verkopen aan de O.]L.Vr. memorie een jaarlijkse rente van 6 goudguldens, gaande uit de bezittingen van de stad Kampen.
1576, 25 september (fol. 194) Dirck Aerts X Janneke verkopen aan Claes Louwe en Warner van Vorden, als memoriemeesters van O.L.Vr. memorie, een jaarlijkse rente, gaande uit onroerend goed te Brunnepe.
1578, 12 december (fol. 22v/23) Anna de weduwe van Reijnar van der Hoeve verkoopt aan Claes Louwe en Warner van Vorden, mem. mrs. van O.L.Vr. mem. een jaarlijkse rente van 5 heren ponden (van een rente van 12 goudguldens), gaande uit het huis van Engbert Claesz, staande Achter de Nieuwe Muur.
Rechterlijk Archief inv. nr. 75 (Recognitien 1474-1489
Fol. 133 Anno 1482, Sint-Anna-altaar in O.L.Vr. kerk.
Fol. 155 Anno 1483, heer Lubbert Tymansz, priester in O.L.Vr. kerk.
Fol. 172 Anno 1484, Sint-Anna-altaar in de Sint-Nicolaaskerk.
Fol. 198v Anno 1485, Heer Lambert Evertsz doet de dienst op Sint-Anna-altaar in de Sint-Nicolaaskerk.
Fol. 210 Anno 1486, 17 febr. Claes Wessentyens X Anna bekennen een schuld van 32 rijnse guldens aan de kerkmeesters en memoriemeesters van O.L.Vr. kerk.
Rechterlijk Archief inv. nr. 76 (Recognitien 1474-1496
Fol. 19v Anno 1476 op Sint-Matheus de apostelsdag, Kerstken Gerbertssoen die goltsmit bekent aan de H. Kruismem. in de Sint-Nicolaaskerk en de O.L.Vr. mem. in de O.L.Vr. kerk een schuld van 97 goudguldens en een stuiver, die door wijlen Jacob Visch in zijn testament aan de memorien waren toegezegd. De borgen zijn Beernt Morre en Aalt Henricksz. Tot onderpand staat een huis in de Broederstraat,
Fol. 64v, anno 1482, Grete Bleke, weduwe van mr. Jacob Goltsmit, koopt voor 20 heren ponden per jaar aan renten de kost bij de zusters van Sint-Michielsconvent.
O.a. een jaarlijkse lijfrente van 2 heren ponden van de O.L.Vr. mem. in de O.L.Vr. kerk.
Fol. 180, 23 febr. 1491, Evert van den Vene vanwege de O.L.Vr. mem.
Rechterlijk Archief inv. nr. 77 (Recognitien 1506-1512)
Hierin geen O.L.Vr. mem.
Rechterlijk Archief inv. nr. 78 (Recognitien 1513-1519)
Fol. 139, 9 juni 1513, Lambert Louwensz en Tijman van Wilsem als memoriemeesters.
Fol. 263, 18 aug. 1514, Johan Evertsz de jonge als mem. mr. Van O.L.Vr. mem.
Fol. 202v, 23 febr. 1515, Henrick Hoff (mede voor zijn vrouw) verklaart dat Lambert Slewert en zijn vrouw een jaarlijkse rente van 10 goudguldens hebben verkocht aan de O.L.Vr. mem. in de O.L.Vr. kerk te Kampen. Deze rente gaat uit hun achtste deel van een erf in Kuinre dat hen is aanbestorven van wijlen joffer Glorie van Wilsem. Op dit erf woont nu Claes Sticker.
Henrick Hoff en zijn vrouw staan borg voor de jaarlijkse betaling van deze 10 goudguldens.
Fol. 203, 23 febr. 1515, Schout Lambert Slewert en zijn vrouw Gheese verklaren dat bij wanbetaling van deze 10 goudguldens het achtste deel van hun erf voornoemd vervalt aan Henrick Hoff.
Fol. 330v, 11 mei 1515, Willem Trippenmaker als gildemeester van O.L.Vr. gilde.
Fol. 160, 1517 O.L.Vr. mem. [nazien !]
Fol. 454, 6 okt. 1518, Wendelmoet Alberts draagt op aan Luijtgen van Wilsem, kerkmeester van O.L.Vr. kerk, en Henrick van Steenre en Jacob Bolhorn, mem. mrs. van O.L.Vr. mem. een jaarlijkse rente van 3 goudguldens die Geertgen Vriese haar schuldig is van geleend geld. Hiervan krijgt de memorie 2 gg en de kerk 1 gg.
Fol. 234v, 19 maart 1519, Henrick van Steenre en Jacob Bolhoorne, memoriemeesters van O.L.Vr. memorie verklaren ontvangen te hebben van Meijner Dirxsz van Ens een som van 100 goudguldens die zijn zuster Hille, de vrouw van Jan Gerrits, gegeven heeft tot een erfenis aan het Sint-Jacobs-altaar in O.L.Vr. kerk.
Rechterlijk Archief inv. nr. 79 (Recognitien 1520-1525)
Geen O.L.Vr. mem.
Rechterlijk Archief inv. nr. 80 (Recognitien 1536-1546)
Fol. 354v, 13 febr. 1546,Peter van Wieringen en Johan van den Vene Evertsz als mem. mrs. van O.L.Vr. mem.
Fol. 467, 19 sept. 1545, Peter van Wieringen als mem. mr. van O.L.Vr. mem.
Rechterlijk Archief inv. nr. 81 (Recognitien 1574-1576)
Fol. 8v, 25 juli 1574, Claes Louwsz en Warner van Vorden, memoriemeesters van O.L.Vr. mem., verklaren dat de memorie een jaarlijkse rente van 7 heren ponden had, gaande uit het huis in de Oudestraat, staande tussen de gang van E. Simon Kunerturffs en het huis van Andries ten Indyck, toebehorende aan de karthuizers. Deze rente is voldaan.
Rechterlijk Archief inv. nr. 82 (Recognitien 1580-1582)
Hierin geen O.L.Vr. mem.
Rechterlijk Archief inv. nrs. 106, 107, 108 (Civiele procedures vanaf 1515)
Blz. 1 (van inv. nr. 106) 1 aug. 1518, Heer Clas Hermensone, priester en vicarius in de O.L.Vr. kerk, getuigt over een testament. Hij tekent met een merk.
J. Don, etc, deel 2 O.L.Vr.mem.
Memoriemeesters in de charters.
R. 66, 11 april 1395, Gheert van Wilsem.
R. 68, 26 oktober 1395, Gheert van Wilsem en Herman Gleuicken.
R. 166, 17 december 1422, Gelys van der Steghe en Rolof Hermanssoen.
R. 189a, 23 juli 1427 [fout, moet zijn 1527], Jacob Bolhoerne en Peter van Elven.
R. 217, 10 juli 1432, Ludeken Peterssoen en Gheert Overdyck.
R. 232, 20 maart 1436, Jacob Peterssoen en Ludeken Peterssoen.
R. 427, 25 oktober 1463, Geert Borchartsoen en Willem Volckmanssoen.
R. 571, 10 maart 1479, Gerlof Claesz en Johan Derixsz (met zegels).
R. 595,1 juni 1481, Claes Sulman [en Lubbert Petersz] (met zegels).
R. 611, 26 september 1482, Tyman van den Vene en Claes Sulman.
R. 635, 27 oktober 148, Alpher Petersz en Dode Alertsz.
R. 649, 12 oktober 1484, Albert[je], de weduwe van Willem Volckmans, schenkt renten.
R. 708, 15 februari 1490, Wyllem Morre en mr. Ludolf Lubbertsz.
R. 711, 7 mei 1490, Willem Morre en Luyken Lubbertsz.
R. 720, 31 oktober 1490, Willem Morre en mr. Lulof Lubbertsz.
R. 791, 4 oktober 1496, Claes van Urck en Tyman van Wilsem.
R. 792, 5 oktober 1496, Claes van Urck en Tyman van Wilsem.
R. 824, 25 oktober 1498, Henrick van Wilsem en Evert Witte.
R. 833, 17 december 1499 , Herman Geertsz en Henric van Wilsem.
R. 863, 9 december 1502, Henrick van Wilsem en Harmen Geertsz.
R. 869, 16 mei 1503, Henric van Wilsem en Peter Lubbertsz.
R. 897, 22 maart 1505, Johan Harmansz en Koen Dircksz.
R. 899, 27 mei 1505, Coert Dircksz en Johan Hermansz.
R. 912, 4 juni 1506, Tyman van Wilsem en Coen Dircksz.
R. 913, 7 juli 1506, Tyman van Wilsem en Coen Dircksz.
R. 925, 6 mei 1507, Johan Hermansz en Tyman van Wilsem.
R. 951, 24 april 1509, Lambert Louwensz en Coen Dircksz.
R. 952, 7 mei 1509, Koen Dircksz en Johan Hermansz van Harderwyck.
R. 963, 4 december 1509, Johan Hermensz en Tyman van Wilsem.
R. 999, 4 april 1513, Jonge Johan Evertsz en Tymen van Wilsem.
R. 1139, 10 november 1524, Johan Hermensz en Johan van Urck.
R. 1148, 19 maart 1525, Johan Hermensz en Lambert Louwensz.
R. 1163, 8 januari 1526, Lambert Louwensz en Johan Hermensz.
R. 1165, 14 maart 1526, Johan Harmens en Peter van Elven.
R. 1175, 19 november 1526, Peter van Elven en Lambert Louwensz.
R. 1184, 24 juli 1527, Jacob Bolhorne en Peter van Elvingen.
R. 1212, 5 april 1529, Lambert Louwensz en Jacob Bolhoerne.
R. 1256, 20 maart 1533, Jacob Bolhoerne en Thonys Glauwe.
R. 1259, 17 mei 1533, Peter van Elvingen, Jacob Bolhoern en Anthoenys Glauwe.
R. 1261, 26 juni 1533, Thonys Glauwe en Jacob Bolhoerne.
R. 1264, 25 oktober 1533, Jacob Bolhoren.
R. 1270, 11 augustus 1534, Peter van Elven en Anthonius Glauwe.
R. 1294, 4 augustus 1537, Werner van Voerdden en Jacob Bolhoren.
R. 1347, 11 maart 1542, verwijst naar memoriemeesters in R. 863.
R. 1358, 29 juli 1542, Lambert Louwensz en Tymen van den Vene.
R. 1360, 5 augustus 1542, Lambert Louwens en Tymen van den Vene.
R. 1367, 6 november 1542, Tymen van den Veen Evertsz en Lambert Louwensz.
R. 1379, 9 juni 1543, Lambert Louwensz en Tyman van den Vene.
R. 1401, 9 juni 1545, Gheert Buyter en Anthonis Glauwe.
R. 1417, 6 juni 1546, Johan van den Vene Tymesz en Peter van Wyringen.
R. 1418, 11 juni 1546, Johan van den Vene Tymensz en Peter van Wieringen.
R. 1432, 4 november 1547, Peter van Wiringen en Johan van den VeneThymansz.
R. 1445, 18 november 1549, Johan van den Veene en Peter van Wyringen.
R. 1496, 15 februari 1553, Jacob Claesz.
R. 1499, 1 januari 1553, Peter van Wyringen de jonge en Jacob Claesz.
R. 1505, 12 februari 1554, Jacob Claesz en Peter van Wyringen.
R. 1525, 23 januari 1555, Peter Jacobsz van Wyringen en Jacob Claesz.
R. 1595, 3 januari 1561, Gysebert van Bronckhorst.
R. 1619, 17 oktober 1562, Frans Vos en Gysbert van Bronckhorst.
R. 1648a, 23 augustus 1566, Jacob Claesz en Claes Louwensz.
R. 1686, 21 februari 1572, Tymen Jacobsz Schelten en Claes Louwessen.
R. 1718, 26 juli 1575, Claes Louwe en Warner van Vorden.
R. 1720, 2 november 1575, Claes Louwe en Warner van Vorden.
R. 1721, 4 januari 1576, Warner van Vorden.
R. 1723, 1 mei 1576, Warner van Vorden en Claes Louwe.
R. 1724, 3 december 1576, Warner van Vorden en Claes Louwe.
R. 1733, 26 september 1577, Claes Louwe en Warner van Vorden.
R. 1786, 1 juni 1582, Jonge Dirck Jansz en Warner van Vorden.
R. 1842, 29 januari 1594, Christoffer Henricksz (verordente memoriemeester)
R. 386, 9 augustus 1459, Albert Daemssoen schenkt aan de memorie 2000 heren ponden of 100 heren ponden per jaar. Elke zondag aan 40 huiszittende armen een preuve van een brood ter waarde van 1 kromstaart, een derde pond boter of spek en in de Vasten 3 haringen.
Lieve Vrouwebroederschap in `s Hertogenbosch.
De Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in `s-Hertogenbosch werd in het begin van de 14de eeuw opgericht door een aantal geestelijken ter ere van de maagd Maria. In 1318 werden de statuten vastgesteld en werd de broederschap door de bisschop van Luik erkend.
Aanvankelijk waren alleen geestelijken lid, maar vanaf 1371 werden ook anderen toegelaten, onder wie vrouwen, maar er werd wel onderscheid gemaakt tussen geestelijke en leken. De geestelijken werden gezworenen genoemd en de laatste noemde men buitenleden.
De groep gezworenen droeg eens per week voor het heil van alle leden een mis op in de Broederschapskapel in de Sint-Janskathedraal.
De gezworen leden kwamen meerder keren per jaar bijeen om te vergaderen en de gemeenschappelijke maaltijd te gebruiken, die zij bij toerbeurt moesten organiseren. De broeders deden ook aan armenzorg.
Vanaf 1384 stonden er zwanen op het menu, die meestal werden geschonken door leden van de adel. Deze schenkers noemde men vanaf 1488 “Zwanenbroeders”.
De broederschap speelde een belangrijke rol bij de verwerving van aflaten die door pausen en bisschoppen werden geschonken en aan de leden, zowel gezworenen als buitenleden, werden gedistribueerd.
Tussen 1460 en 1530 kende de broederschap een bloeiperiode waarin zich jaarlijks honderden buitenleden aanmelden die voor het lidmaatschap moesten betalen. De meerderheid van die buitenleden woonden in plaatsen die soms heel ver van `s Hertogenbosch verwijderd lagen.
In de plaatsen waar veel leden woonden had broederschap vertegenwoordigers die procurators werden genoemd. Zij namen de aanmeldingen aan en stuurden daar berichten van, samen met het lidmaatschapsgeld, dat intredegeld werd genoemd, naar `s Hertogenbosch.
Als een lid was gestorven moest de doodschuld worden voldaan bij de procurator. Deze doodschuld kon men ook bij het leven voldoen. Men vermeed dan dat de erfgenamen daar aansprakelijk voor werden gesteld. In de bewaard gebleven rekeningen van de broederschap staan de vermeldingen van betalingen van het intredegeld en de doodschuld.
De rekeningen over de periode 1329-1620 zijn gescand en leesbaar gemaakt en zijn te raadplegen op het internet.
De namen die de plaatselijke provisor noteerde en die in de rekeningen van de broederschap werden overgenomen, zijn dikwijls verhaspeld.
Een aantal verhaspelde namen van Kamper leden kon worden herleid tot de juiste personen, zoals Peter wtter Ewyck waarvoor we Peter van Uiterwijck moeten lezen, maar familienamen als Ethen, Geedes, Katzuemarc, Screeters, Sepef komen in Kamper bronnen niet voor en zijn waarschijnlijk verschrijvingen door de procurator in Kampen of de thesaurier van de broederschap in Den Bosch.
Als procurators in Kampen worden genoemd mr. Engbert Andriesoen (1467) en heer Jan Huysman (1483, 1497).
De rekeningen van de broederschap kunnen worden doorzocht op plaatsnamen, waarvan er honderden genoemd worden. Het aantal inschrijvingen per plaats is niet gelijk aan het aantal leden uit die plaats, want veel van hen komen meerder keren voor, namelijk als betalers van het intredegeld en als betalers van de doodschuld. Ook als achterstallige betalers komen sommige leden voor. Dat zal waarschijnlijk niet alleen voor Kamper gelden maar ook voor andere plaatsen.
Kijken we alleen naar het aantal inschrijvingen dan zie we dat Kampen met 715 inschrijvingen over de gehele periode 1449-1564 maar een paar steden voor moet laten gaan, namelijk Breda (1490), Utrecht (1042), Delft (938) en Amsterdam (844).
Andere plaatsen in Overijssel en verder in de buurt van Kampen blijven daar ver onder, te weten Zwolle (190), Deventer (64), Elburg (36), Hattem (22), Hasselt (9). In het stadje
Wilsum was alleen de vicaris Willem Willemsoen van der Kercken lid en op Kamperveen alleen Betta Burger, de dienstmaagd van de pastoor.
Zwanenbroeders
Door het schenken van zwanen voor de gemeenschappelijke maaltijden van de broederschap ontstond, zoals boven vermeld, de naam Zwanenbroeders. Het schenken van zwanen werd later losgekoppeld van de titel. Vanaf 1520 konden er maar vier personen tegelijk, los van de overige leden van de broederschap, zwanenbroeder zijn. Zij moesten uit de stad `s Hertogenbosch afkomstig zijn. Deze regeling verwaterde echter. Ook Willem van Oranje werd ingeschreven als lid. Tegenwoordig is het een eretitel die slechts aan 36 personen kan worden verleend, te weten aan 18 katholieken en 18 protestanten. Ook koningin Juliana en prins Bernhard waren lid van de broederschap. Koning Willem Alexander en prinses Beatrix behoren tot de huidige leden
Chronologische lijst van Kampenaren die lid waren van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap in s` Hertogenbosch
Zwensbergen, Femy Boyens wijf van Zweensberch [Boldewijn van Zwensbergen] 1449-1450 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacob Witte 1450-1451 intredegeld.
Jacobs, Claes Jacops soen 1450-1451.
Visken, Heer Aelbrecht Vijskijn priester1450-1451 intredegeld.
Voorne, Heer Herman Voern priester 1450-1451 intredegeld.
Putmans, Yda Putmans 1450-1451 intredegeld.
Morre, Heile Mueren 1450-1451 intredegeld.
Virden, Margriet van Virden 1451-1452 doodschuld betaald na de dood.
Stoeps, Margriet 1451-1452 intredegeld.
Virden, Margriet van 1451-1452 intredegeld.
Quackenborch, Heer Roelof Quackenborch priester 1451-1452 intredegeld.
Scherpenzeel, Heer Jan Scerpensel priester 1451-1452 intredegeld.
Mathijsz, Heer Heyman Mathijs priester 1451-1452 intredegeld.
Brants, Ghees Brandes 1452-1453 intredegeld.
Vecht, Lambrecht van der Vecht en Jan zijn broeder 1452-1453 intredegeld.
Witte, Margriet Witten 1456-1457 doodschuld betaald na de dood.
Claasz, Dominus Symon Nycolai priester 1457-1458 intredegeld.
Wede, Tydemannus de Wede en Ghese filia 1457-1458 intredegeld.
Wede, Dominus et magister Johannes de Wede priester 1457-1458 intredegeld.
Overstege, Heer Jan van Overstege priester 1458-1459 priester intredegeld.
Beye, Meester Henric Byeen priester 1458-1459 intredegeld.
Goyarts, Gerit Goyarts 1459-1460 doodschuld betaald na de dood.
Wede, Tydeman van der Weede 1459-1460 doodschuld betaald na de dood.
Voorst, Goessen van Vorst en Mechtelt uxor 1459-1460 intredegeld.
Acker, Pelgrym ten Acker en Beert uxor 1459-1460 intredegeld.
Jonge, Jan die Jonge 1459-1460 intredegeld.
Goyarts, Gerit Goyarts soen en Wichmoet uxor 1459-1460 intredegeld.
Woerden, Aleyt Jans wijf van Woerden 1459-1460 intredegeld.
Verver, Sophye Art ververs wijf 1459-1460 intredegeld.
Aarts, Withman [Wichman] Arts 1459-1460 intredegeld.
Hermans, Heer Everit Hermans priester 1459-1460 intredegeld.
Hattem, Meester Goessen van Hathem 1459-1460 intredegeld.
Engbrechts, Heer Gerit Engbrechts soen priester 1459-1460 intredegeld.
Jacobs, Heer Ludolph Jacobs soen priester 1459-1460 intredegeld.
Hendriks, Tyedeman Henricx soen en Cristyn uxor 1460-1461 intredegeld.
Jacobs, Jan Jacops soen 1460-1461 intredegeld.
Voorne, Marten Vorne en Yut [Jutte] uxor 1460-1461 intredegeld.
Sloet, Alt Sloet en Margriet filia 1460-1461 intredegeld.
Gerrits, Jan Gerrits 1460-1461 intredegeld.
Nennekens, Cristyn Nennekens 1460-1461 intredegeld.
Nennekens, Cristyn Nekkenens dochter 1461-1462 doodschuld betaald na de dood.
Quackenborch, Heer Roeloff van Quacqenborch presbiter 1461-1462 doodschuld betaald na de dood.
Willems, Ermgart Willems dochter 1461-1462 intredegeld.
Nannings, Petra Nanniges dochter en Reynera filia 1461-1462 intredegeld.
Hattem, Ghese meester Goessens wijf van Hattem 1461-1462 intredegeld.
Jacobs, Heer Jan Jacops priester 1461-1462 intredegeld.
Uiterwijck, Herman van Vuyterwyck 1461-1462 intredegeld.
Pael, Henrick Pael en Mechtelt uxor 1461-1462 intredegeld.
Vrijdach, Ruerick Vridach en Margriet uxor 1461-1462 intredegeld.
Uden, Margiet van Uden 1462-1463 doodschuld betaald na de dood.
Schaep, Margriet Staeps [Schaep] 1462-1463 doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Art [Arent] van Holtzender en Betta uxor 1462-1463 intredegeld.
Hanegreve, Andries Hanegreve en Yut [Jutte] uxor 1462-1463 intredegeld.
Hoppenbrouwer, Henrick Hoppenbrouwer (hopbierbrouwer) en Aleyt uxor 1462-1463 intredegeld.
Molen, Broeder Henrick van der Moelen 1462-1463 intredegeld.
Witte, Gerit Witte 1462-1463 intredegeld.
Hattem, Ghese meester Goessens wijf van Hattem 1462-1463 doodschuld betaald na de dood.
Uiterwijck, Joffer Gertruyt van Uterwyck 1463-1464 intredegeld.
Gielis, Aleyt Gielis 1463-1464 intredegeld.
Gilies, Margriet Gielis 1463-1464 intredegeld.
Heses, Hill Heses Gijsberts dochter 1463-1464 intredegeld.
Gijsberts, Hill Heses Gijsberts dochter 1463-1464 intredegeld.
Jannis, Heer Wouter Jannis priester 1463-1464 intredegeld.
Peters, Sybrant Peterssoen en Gertruyt uxor 1463-1464 intredegeld.
Jacobs, Jan Jacobs en Gertruyt uxor 1464-1465 doodschuld betaald na de dood.
Banning, Reynera Vanninges [Bannings] dochter 1464-1465 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Heer Ludolph Jacobs priester 1464-1465 doodschuld betaald na de dood.
Putte, Jutte Putte 1464-1465 intredegeld.
Putte, Voleman [Boelman] Putte 1464-1465 intredegeld.
Wenemers, Heer Henrick Wenemaers presbiter 1464-1465 intredegeld.
Groote, Jan die Groet en Anna uxor 1464-1465 intredegeld.
Sasse, Jan Sasse 1464-1465 intredegeld.
Bolle, Femme Bolle en Bette Bolle 1464-1465 intredegeld.
Borgers, Nese Berghers [Borgers] 1464-1465 intredegeld.
Mathijsz, Henrick Mathys en Aleyt uxor 1464-1465 intredegeld.
Schere, Her Jan van Schere presbiter 1464-1465 intredegeld.
Morre, Heylwych [Heile] Morren 1465-1466 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Jan van Weerden [Werden], 1465-1466 doodschuld betaald na de dood.
Buckhorst, Joffer Zween weduwe van Jan van Bockhorst vrouwe van Sallyc in Kampen 1465-1466 doodschuld betaald na de dood.
Winter, Aleyt Wynters 1465-1466 intredegeld.
Gerberts, Mette Gherberts 1465-1466 intredegeld.
Zwensbergen, Beernarda Bouwens [Boldewijn] wyf van Zweensberghen 1465-1466 intredegeld.
Jonge, Bette Jacobs Jonghen wedue en Beertout [Bartolt] filius 1465-1466 intredegeld.
Ingen, Bette van Ynghen 1465-1466 intredegeld.
Overdijck, Lubbert van Overdyc 1465-1466 intredegeld.
Roderlo, Jan van Roderloe 1465-1466 intredegeld.
Olde, Ana die Alste [den Ouden] 1466-1467 doodschuld betaald na de dood.
Geije, Her Jan Gheye piester 1466-1467 intredegeld.
Putte, Yutte [Jutte] Putte 1466-1467 intredegeld.
Putte, Margreta Putte 1466-1467 intredegeld.
Maasz, Heyneman Maes soen 1466-1467 intredegeld.
Zijl, Henrica Ziel 1466-1467 intredegeld.
Gerrits, Lamme Gerits 1466-1467 intredegeld.
Geije, Aleit Gheye 1466-1467 intredegeld.
Andriesz, Tidemanna meester Engbrecht Andries soen wyff 1466-1467 intredegeld.
Gerberts, Fein [Fije ?] Gerberts 1466-1467 intredegeld.
Coenraats, Griete Coenraets 1466-1467 intredegeld.
Olde, Ana die Alste 1466-1467 intredegeld.
Hanegreve, Symon die Haengrave en Zween uxor 1466-1467 intredegeld.
Andriesz, Meester Engbrecht Andries soen ons provisor tot Campen 1467-1468 doodschuld betaald na de dood.
Putte, Margareta Putte 1467-1468 doodschuld betaald na de dood.
Roderlo,Yutta [Jutte] van Roderlo 1467-1468 intredegeld.
Hoedenmaker, Heer Jan Hoedemeker priester 1467-1468 intredegeld.
Holtsende, Femme van Oltsenden 1467-1468 intredegeld.
Smendebier, Gertruyt Smendebyer 1467-1468 intredegeld.
Gruter, Heer Gerit Gruter presbiter 1467-1468 intredegeld.
Cloteners, Aneken Kloeteners 1467-1468 intredegeld.
Kruse, Vobbeken [Wobbeken] Herman Cruyse wyff 1467-1468 intredegeld.
Hendriks, Jan Henricks soen en Femme uxor 1467-1468 intredegeld.
Peters, Zybrant Peters soen 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Engbrechts, Her Gerit Engbrechts priester doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Vloet, Margreta Vloet 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Witte, Jacop Witte 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Kruse, Wobbeken Cruyse 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Kruse, Everit [Evert] Cruyse 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Gerrits, Lanna [Janna?] Gerits dochter 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Vorden, Geze van Voerdel 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Ruitenberch, Mechtelt van Rutenberch 1468-1469 intredegeld.
Steenhuis, Her Jan van Steenhuys priester 1468-1469 intredegeld.
Kistemakers, Lomme Kystemakers van Zwolle 1468-1469 intredegeld.
Hermans, Everaert soen van Hasselt 1468-1469 intredegeld.
Elekorff, Gerwen Elekorff van Ryden 1468-1469 intredegeld.
Paderborn, Her Henrick sengher van Padeborne priester 1468-1469 intredegeld.
Meerten, Harman van Meerten 1468-1469 intredegeld.
Uiterwijck, Wicsten van Wtterwyck 1468-1469 intredegeld.
Lambrechts, Henruick Lambrechts soen 1468-1469 intredegeld.
Scufut, Jan Scufuc 1468-1469 intredegeld.
Bruins, Eesse Bruyn begyn int convent boven 1468-1469 intredegeld.
Prangeler, Mynne Henrick Prangelers wedue 1468-1469 intredegeld.
Botelaar, Greter Botelaers 1468-1469 intredegeld.
Kruse, Lodewich Cruyse 1468-1469 intredegeld.
Vroeden, Geze 1468-1469 intredegeled.
Ruitenberch, Hake van Rutenberch 1468-1469 intredegeld.
Kruse, Everit [Evert] Cruyse 1468-1469 intredegeld.
Acker, Yutta [Jutte] ten Acker 1468-1469 intredegeld.
Werve, Gheze van den Werve 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Benthem, Lysbeth van Benthem 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Prangeler, Mynne Henrick Prangelers wyff was 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Hattem, Meester Jacop van Hatthem 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Vroeden, Her Henrick Vroeden priester 1469-1470 intredegeld.
Frederiks, Kathelyn Vrederics 1469-1470 intredegeld.
Hendriks, Peter Henrics 1469-1470 intredegeld.
Engbrechts, Jan Engbrechts soen 1469-1470 intredegeld.
Sure, Hill Sure 1469-1470 intredegeld.
Boddebeke, Hadewich Boddebeke 1469-1470 intredegeld.
Kruse, Thomaes Cruse 1469-1470 intredegeld.
Boddebeke, Her Ludolph Boddebeke priester 1469-1470 intredegeld.
Grevelinck, Her Jan Grepelinck priester 1469-1470 intredegeld.
Esselen, Her Bernt Esselen priester 1469-1470 intredegeld.
Brant, Her Heynneman Brant presbiter 1469-1470 intredegeld.
Goyarts, Wichmoet Gerit Goyarts saliger wyff doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Benthem, Jan van Benthem cum uxore 1470-1471 intredegeld.
Dolre, Roeloff van Doke 1470-1471 intredegeld.
Campen, Margriet van Campen 1470-1471 intredegeld.
Messenmakers, Styne Mesmekers 1470-1471 intredegeld.
Oenden, Heer Jacop van Oenden presbiter 1470-1471 intredegeld.
Selle, Heer Harman Scelle priester 1470-1471 intredegeld.
Vrijdach, Ruerick Vridach 1470-1471 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Pael, Rolanda Paell 1471-1472 intredegeld.
Schere, Eerbricht [Gerberich] van der Scheer 1471-1472 intredegeld.
Pael, Rolanda Pael 1471-1472 intredegeld.
Jonge, Aleit Jonge 1471-1472 intredegeld.
Sloyaerts, Dominus Leonardus Sloyerts presbiter 1471-1472 intredegeld.
Borre, Her Willem Burre abt int cloester tot Dickenem apud Campen 1472-1473 achterstallig intredegeld.
Arme, Una paupercula 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Haze, Hilla Haze filia Ghysberti 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Borgers, Nyse Burghers 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Bloemarts, Femie Gherit Bloemarts dochter 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Kruse, Aneken Cruse 1472-1473 intredegeld.
Kuinreturf, Mechtelt Cunretorves 1472-1473 intredegeld.
Jonge, Bette Jacops Jongen huysvrouwe 1473-1474 doodschuld betaald na de dood.
Wever, Fyssy Arnt swevers weduw 1473-1474 doodschuld betaald na de dood.
Hermans, Luytgart Hermans 1473-1474 intredegeld.
Holtsende, Bette van Olsende de Elborch 1473-1474 intredegeld.
Schere, Her Werneer Scheer 1473-1474 intredegeld.
Wenemers, Her Wouter Venemers 1473-1474 intredegeld.
Uiterwijck, Peter wtter Ewyck 1473-1474 intredegeld.
Vene, Her Hartwyck van den Venne presbiter 1473-1474 intredegeld.
Borre, Her Willem Borte abt tot Dickanen alud Campen provisor ibidem 1474-1475 achterstallig intredegeld.
Zijl, Aleit Siele 1474-1474 achterstallig intredegeld.
Kruse, Thomas Cruse 1474-1475 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Busken, Jacop Busken 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Creters, Geertruyt Creters 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Her Jan van der Schur priester 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Dubbelts, Gerart Dubbolts 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Ingen, Beta van Yngen 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Jacop van der Hoeven 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Vernkers, Cristyn Vernkens 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Hermans, Luytgart Hermans 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Clotelers, Ana Cloetelers 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Mathijsz, Henrick Mathys soen en Aleit uxor 1474-1475 doodschuld betaald tijdens het leven.
Evenborne, Werner van Evenborne et Elisabeth uxor 1474-1475 intredegeld.
Wolfs, Geza Jan Wolfs maat [maagd] 1474-1475 intredegeld.
Goyarts, Grieta Goyarts 1474-1475 intredegeld.
Brinck, Weyndel [Wendele] ten Brinck 1474-1475 intredegeld.
Groote, Aleit Grote 1474-1475 intredegeld.
Acker, Sien [Seine ?] ten Acker en Hilla filia 1474-1475 intredegeld.
NN, Heer Ygram priester 1474-1475 intredegeld.
Overstege, Reyger van Overstege 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Overstege, Her Jan Overstege priester 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Sasse, Jan Zasse 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Reynenborch, Fye van Reynenborch [Ruitenberch ?] 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Zijl, Aleit Cyels 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Hoier, Elsabe Hoyers 1475-1476 doodschuld betaald tijdens het leven.
Busken, Jacop Busken 1475-1476 doodschuld betaald tijdens het leven.
Voorst, Goessen van der Voert en Mechtelt uxor 1475-1476 doodschuld betaald tijdens het leven.
Schere, Femme van der Schere 1475-1476 intredegeld.
Hasselt, Femme van Hasselt 1475-1476 intredegeld.
Wijse, Tydeman Wyze en Aleydis de Hasselt uxor 1475-1476 intredegeld.
Hasselt, Tydeman Wyze en Aleydis de Hasselt uxor 1475-1476 intredegeld.
Poorten, Her Ludolph van der Poerten priester 1475-1476 intredegeld.
Vemers, Fye Vemers 1475-1476 intredegeld.
Jacobs, Jan Jacops en Lisbeth uxor 1475-1476 intredegeld.
Holte, Her Bernart [Berent] ten Hout [Holte] priester 1475-1476.
Wolfs, Engela Wolves van Harderwyck 1475-1476 intredegeld.
Coops, Zanna Runken [Reinken ?] Coeps dochter 1475-1476 intredegeld.
Claasdr, Bertha Claes dochter 1475-1476 intredegeld.
Hermans, Jutta Hermans 1475-1476 intredegeld.
Claasdr, Grieta Claes dochter 1475-1476 intredegeld.
Peters, Alphart Peterss en Zuster uxor 1475-1476 intredegeld.
Gielis, Aleit Gielis 1476-1477 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Jutta van Werden Andries Haengreefs wyf 1476-1477 doodschuld betaald na de dood.
Hanegreve, Jutta van Werden Andries Haengreefs wyf 1476-1477 doodschuld betaald na de dood.
Rijks, Gheeze Ryck 1476-1477 intredegeld.
Wichers, Aleit 1476-1477 intredegeld.
Johans, Corstinaen [Kerstken] Janss en Heilwich uxor 1476-1477 intredegeld.
Sijzel, Gheze van Zyzel 1476-1477 intredegeld.
Dirks, Jan Dirxs en Janna uxor 1476-1477 intredegeld.
Caey, Gertruyt van Caey 1476-1477 intredegeld.
Buttemans, Her Ludolph Buttemans capellanus [kapelaan] 1476-1477 intredegeld.
Ierte, Bertha van Ierthe 1476-1477 intredegeld.
Heetweggen, Agatha Heetweggen 1476-1477 intredegeld.
Marck, Jutte van der Marck van Deventer 1476-1477 intredegeld.
Sweders, Goetstu Zweders 1477-1478 achterstallig intredegeld.
Ens, Gerit Ense 1477-1478 achterstallig intredegeld.
Werden, Aleit van Weeden 1477-1478 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleit van Werde 1477-1478 doodschuld betaald na de dood.
Sweders, Goetstu Sweders 1477-1478 doodschuld betaald tijdens het leven.
Brandenburch, Geze Brandenborchs dochter 1477-1478 doodschuld betaald tijdens het leven.
Bodelsweert, Her Jan Jacops soen van Bodelsweert [Bolsward] 1477-1478 intredegeld.
Herwaarden, Meester Willem van Herwarden de Hattem 1477-1478 intredegeld.
Zeelander, Bernt Zelanders cum uxore 1477-1478 intredegeld.
Peters, Dirck Peterss en Lucia uxor 1477-1478 intredegeld.
Lamberts, Lambert Lamberts soen en Engela uxor 1477-1478 intredegeld.
Sweders, Goetstu Zweders 1477-1478 intredegeld.
Ens, Gerit Eynssen 1477-1478 intredegeld.
Brandenburch, Geze Brandenborchs dochter1477-1478 intredegeld.
Sweders, Goedstu Zweders 1478-1479 achterstallig intredegeld.
Ens, Gerit Ense 1478-1479 achterstallig intredegeld.
Engbert, Jan Engberts van Deventer 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Deventer, Jan Engberts van Deventer 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sweders, Goedscuw Zweders 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Acker, Meester Everit ten Acker 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Brinckman, Gheerbrant Bringman 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Rijks, Geze Ryex 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Wijse, Tielman die Wyze en Aleit uxor 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Hendriks, Dou Henrics van Worken 1478-1479 intredegeld.
Gijsberts, Mette Ghiselberts 1478-1479 intredegeld.
Brinckman, Geerbrant Bruigman 1478-1479 intredegeld.
Holtsende, Aleyt van Holtzende 1478-1479 intredegeld.
Putte, Ruerick Putte en Katherina uxor 1478-1479 intredegeld.
Sweders, Goedstu Zweders 1479-1480 achterstallig intredegeld.
Ens, Gerit Ense 1479-1480 achterstallig intredegeld.
Molen, Geze van der Moelen 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Zijl, Aleit Ziel 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Hendriks, Petrus Henrici notarius Campensis 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Gerrits, Jacop Gerits 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Vecht, Jan van der Vecht 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Geerts, Herman Geertss en Anna uxor 1479-1480 intredegeld.
Everts, Aelbert Everitss en Ghysken uxor 1479-1480 intredegeld.
Igermans, Seyne Ygremans en Aleit uxor 1479-1480 intredegeld.
Hattem, Gerit Hattem 1479-1480 intredegeld.
Rinckouwer, Jan Rynchouwer et uxor 1479-1480 intredegeld.
Berents, Dominus Baldewinus Bernardi vicarius Campensis 1479-1480 intredegeld.
Endoven, Symon van Eyndoven 1479-1480 intredegeld.
Wilsem, Lisbeth Jans wyff van Wilshem 1479-1480 intredegeld.
Dolre, Gertrudis Delre uxor quondam Petri Nory 1479-1480 intredegeld.
Warners, Jacobus Warners et Lubba uxor 1479-1480 intredegeld.
Molen, Brueder Henric van der Moelen in Sinte Brigitte clooster 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Zeelander, Bernt Zelander schipper 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ververs, Fy Ververs 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Schere, Heer Werner Scheers 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Hake van Rutenborch 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleit Jans wyff van Weerden 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacop die Witte 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Buckhorst, Jouffr Aleit Buchorst de Vollenho 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Zwensbergen, Bernarda de Staveren Bauwens [Boldewijn] wyff van Zwensbergen 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Staveren, Bernarda de Staveren Bauwens [Boldewijn] wyff van Zwensbergen 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Vroede, Her Henrick Vroeden presbiter in Campen 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Screeters, Geertruyt Screeters 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Hese, Hille Heeses 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Buckhorst, Jouffr Zween [Zwane] – Jans wyff van Buchorst 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Jonge, Jan die Jonghe 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Menslagen, Bernt Janss van Mynslagen 1480-1481 intredegeld.
Alkmaar, Ysebrant van Alcmaer 1480-1481 intredegeld.
Claasz, Geerloff Claess 1480-1481 intredegeld.
Elburg, Jan van Elborch filius 1480-1481 intredegeld.
Elburg, Henrick van Elborch en uxor 1480-1481 intredegeld.
Brouwer, Meester Jan Brouwer 1480-1481 intredegeld.
Oenden, Margriet van Oenden 1480-1481 intredegeld.
Maasz, Heyman Maessoen en uxor 1480-1481 intredegeld.
Hermans, Theke Hermans en Atthe uxor 1480-1481 intredegeld.
Gelgers, Hessel Gelgerss en Hysse uxor 1480-1481 intredegeld.
Ethen, Meester Willem van Ethen [doorgehaald] 1480-1481 intredegeld.
Hendriks, Jan Henricxs en Agnes uxor en Henrica filia 1480-1481 intredegeld.
Roderlo, Steven van Roderloo 1480-1481 intredegeld.
Hoppenbrouwer, Aleit die Wyse – Henrick Hoppenbrouwers wyff 1480-1481 intredegeld.
Wijse, Aleit die Wyse – Henrick Hoppenbrouwers wyff 1480-1481 intredegeld.
Goede, Geert die Goede van Tiegelair en Aleit uxor 1480-1481 intredegeld.
Molen, Brueder Henrick van der Molen in claustro Brigitte 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Hake van Rutenborch 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleyt Jans wyff van Weerden 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacop die Witte 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Hendriks, Matten Jan Henricxs wyff 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Gerberts, Femme Geerberts 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Elst, Gertruyt van 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Fye ten Acker 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Zeelander, Bernt Zelander 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Her Werner Schere 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Gheert Wytte 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Zeelander, Greete Bernt Zelanders wedue 1481-1482 doodschuld betaald tijdens het leven.
Johans, Jacop Janss en Aleyt uxor 1481-1482 doodschuld betaald tijdens het leven.
Hoeve, Lambert van der Hoeven en Mechtelt uxor 1481-1482 doodschuld betaald tijdens het leven.
Hoeve, Lambert van der Hoeven en Mechtelt uxor 1481-1482 intredegeld.
Molen, Brueder Henrick van der Moelen in claustro Brigitte 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Hake van Rutenborch 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleyt Jans uxor van Werden 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacop die Witte 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Arnt van Oltsende 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Betta van Oltsende 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Brant, Heyll Brants 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Pelgrom ten Acker 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Bye, Meester Henrick Bye presbiter 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Petra ancilla [dienstmaagd] domini Everardi ten Acker 1482-1483 doodschuld betaald tijdens het leven.
Schonenberch, Fye Schoenberchs 1482-1483 intredegeld.
Willems, Magister Altetus Wilhelmi 1482-1483 intredegeld.
Bruins, Mette Broems 1482-1483 intredegeld.
Lubberts, Trude Lubberts dochter 1482-1483 intredegeld.
Schroerster, Gyssela Scoertster 1482-1483 intredegeld.
Benthem, Griet van Benthem 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Gielis, Griet Gielis 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Uiterwijck, Herman van Vutdenwyck 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
NN, Her Berent capellanus Campensis 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Maasz, Jonge Heyman Maes soen 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Ommeloop, Hille Ommeloeps 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Slecorf, Her Gerwyn Slecorf presbiter 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Campen, Griet van Campen 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Jutte ten Acker 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Willems, Magister Altetus Willelmi 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Vloet, Aleit Vloet 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Backer, Lambert Backer 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Lubberts, Geertruyt Lubberts dochter 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Geije, Meester Jan Gheye 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Essen, Mary van Essen 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
Huisman, Her Jan Huysman procurator noster 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
NN, Her Berent capellanus 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
Grote, Jan die Grote en Nenna uxor 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
NN, Ende Ghese syn moeder 1483-1484 intredegeld.
Huisman, Her Jan Huysman procurator noster 1483-1484 intredegeld.
Essen, Mary van Esse 1483-1484 intredegeld.
Tripmaker, Weyndelmoet Tripmekers dochter 1483-1484 intredegeld.
Tripmaker, Aleyt Gerit Trypmekers wyff 1483-1484 intredegeld.
Roelofs, Tyman Roeloff soen en Lysbet syn wyff 1483-1484 intredegeld.
Schulte, Ghese Schulte 1483-1484 intredegeld.
Martens, Magister Johannes Martini 1483-1484 intredegeld.
Schere, Magister Wernerus [Warner] Schere 1483-1484 intredegeld.
Jonge, Her Jan Jonge 1483-1484 intredegeld.
Poppe, Juff Jan Poppe 1483-1484 intredegeld.
Kuinreturf, Henrick Kuenretorff 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Grote, Aleit 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Meester Andries van Werden 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Hoier, Beel Huyeers 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Lijnslager, Jan Lynslager 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Elburg, Henrick van der Elborch 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Pouwels, Roeloff Roeloff Pouwels 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Poorten, Her Ludolff van der Poirten presbiter 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Gerrits, Anna Herman Gerits soen wyff 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Geilis, Ermgart Gielis 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Holte, Her Bernt ten Holten 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Berents, Theet Bernt Bernts wyff 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Kuinreturff, Margriet Kuenretorff 1484-1485 doodschuld betaald tijdens het leven.
Lege, Meester Peter de Lego pastoer 1484-1485 intredegeld.
Oenden, Femme van Oenden 1484-1485 intredegeld.
Gerrits, Foys Gerits dochter 1484-1485 intredegeld.
Aken, Ermgart van Aken 1484-1485 intredegeld.
Brant, Her Herman Brant 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Warners, Jan Warners soen 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Elburch, Rixe van der Elburch 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Neynood, Bely Neynoede 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Staveren, Alet van Staures 1485-1486 intredegeld.
Boister, Styn Boysters 1485-1486 intredegeld.
Richters, Else Richters ancilla [dienstmaagd] procurator 1485-1486 intredegeld.
Essen, Jacob van Essen 1485-1486 intredegeld.
Holte, Her Jan ten Holte 1485-1486 intredegeld.
Ingen, Luytgart van Ynghen beghyn 1485-1486 intredegeld.
Bolle, Her Egbert Bol 1485-1486 intredegeld.
NN, Van onzen provisoer van Campen daer af hy oick die namen ende toenamen overseynden sal 1488-1489 doodschuld betaald na de dood.
Coops, Her Jan Coeps soen1488-1489 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Gherbrich van der Schere 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Gerbers, Mechtelt Geberu 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Herwaarden, Meester Willem van Herwaerden 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Havermans, Jutte Havermans 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Hoppenbrouwer, Henric Hoppenbrouwer 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Mette Jans dochter 1489-1490 intredegeld.
Morre, Aleyt Morre 1489-1490 intredegeld.
Thije, Jan Janss van Tye 1489-1490 intredegeld.
Thije, Jan van Tye 1489-1490 intredegeld.
Helle, Jan ter Helle en Wilhelma uxor 1489-1490 intredegeld.
Roderlo, Aleyt Stephen van Roeloe uxor 1489-1490 intredegeld.
Witte, Heer Lubbart Witte 1489-1490 intredegeld.
Jacobs, Gese Claes Jacops soen uxor 1489-1490 intredegeld.
Peters, Lisbeth Goessen Peters saliger dochter 1489-1490 intredegeld.
Werden, Aleyt van Worden 1489-1490 intredegeld.
Dirks, Coen Dirck soen en Foyse Overstege uxor 1489-1490 intredegeld.
Overstege, Coen Dirck soen en Foyse Overstege uxor 1489-1490 intredegeld.
Everts, Albert Evertss 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Claasdr, Griete Claes 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Hanegreve, Symon Hanegreve 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Mathijsz, Henrick Mathyss 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Hendriks, Jan Henricxs 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Herman, Her Everit Hermanss 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Roden, Lysbet van Roden 1490-1491 doodschuld betaald tijdens het leven.
Roden, Lysbet van Roden 1490-1491 intredegeld.
Volkerts, Foyse Volkarts Mette Jans dochter 1490-1491 intredegeld.
Morre, Aleyt Morde eorum ancilla [dienstmaagd] 1490-1491 intredegeld.
Thije, Jan van Thie ende Jan zyn soen 1490-1491 intredegeld.
Hasselt, Femme van Hasselt 1491-1492 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Beatris van den Hoeven 1491-1492 doodschuld betaald na de dood.
Linde, Abele van den Lynden 1491-1492 doodschuld betaald na de dood.
Mathijsz, Her Herman Mathys soen 1491-1492 doodschuld betaald tijdens het leven.
Gerrits, Aleyt Gerits dochter 1491-1492 doodschuld betaald tijdens het leven.
Haarst, Styn van Haerts 1491-1492 intredegeld.
Brant, Tyman Brant 1491-1492 intredegeld.
Werden, Meester Peter van Werden 1491-1492 intredegeld.
Dirks, Jan Dirx soen 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Korstken Janss 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Goverts, Griet Goeyvarts 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Roelofs, Tyman Roelofs soen 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Bolle, Bette Bolle 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Bolle, Femme Bolle 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Marten Voern 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Seinens, Meester Ygheram Zeynenss 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Bert van Oltsende 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Grote, Engele Groete 1492-1493 intredegeld.
Oldenburg, Hille van Oldeberge 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Gese Aelts dochter 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Jan Aelts 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Luytgart Aelts 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Styne Aelts 1492-1493 intredegeld.
NN, Dominus Henricus vicarius 1492-1493 intredegeld.
NN, NN Claes schipper en Geeze uxor 1493-1494 intredegeld.
Menslagen, Jutte Bernts Janss van Mynslage 1493-1494 intredegeld.
Messenmaker, Styn de Mesmekers 1494-1495 doodschuld betaald na de dood.
Ovel, Meester Jacob de Ovel 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Hyndslagers, Lysbet Hyndslagers 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Aalts, Styn Aels 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Bruins, Liefken Bruyns 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Igermans, Seyn Yghermans 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Berck, Heer Herman Beerck 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Mulre, Peter Moller 1494-1495 intredegeld.
Dorsten, Femy van Dorsten 1494-1495 intredegeld.
Sticker, Katherina Stickers 1494-1495 intredegeld.
Kistken, Aert Kistken uxor 1494-1495 intredegeld.
Cuil, Styn Cuyl 1494-1495 intredegeld.
Schrijvers, Gheertruyt Scrivers 1495-1496 doodschuld betaald na de dood.
Hoorn, Margriet van Hoerne 1495-1496 doodschuld betaald na de dood.
Mulre, Katheryn Peter Muller uxor 1495-1496 intredegeld.
Alberts, Peter Aelberts sutor [schoenmaker] 1495-1496 en Aleyt syn huysvrou 1495-1496 intredegeld.
Muller, Sanne Muller 1495-1496 intredegeld.
Wiltinck, Ghese Wiltynx 1495-1496 intredegeld.
Endoven, Henrick van Endoven 1495-1496 intredegeld ende Gheze syn huysvrouw 1495-1496 intredegeld en haer zuester 1495-1496 intredegeld [in drie regels geschreven zonder het juiste familieverband.
Keizer, Mathys Keyser 1495-1496 intredegeld en Engel syn huysvrou 1495-1496 intredegeld.
Schrijver, Geertruydt Scrivers 1496-1497 doodschuld betaald na de dood
Pels, Mechtelt Pels 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Pael,Henryck Pael 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Henryck van Eyndhoeven 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Putte, Jutta Putte 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Cunera Peters dochter 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Sloier, Her Beernt Sloeyer 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Lange, Meester Aert die Lange 1496-1497 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Snavel, Cluwe Snavels 1496-1497 intredegeld.
Hoff, Glorie Hoff begijn 1496-1497 intredegeld.
Hoff, Janna Hoff 1496-1497 intredegeld.
Kruse, Margriet Kruse 1496-1497 intredegeld.
Glasemaker, Willem Glaesmaker 1496-1497 intredegeld.
Voorne, Jutta Voerne 1496-1497 intredegeld.
Geedes, Marike famula [dienstmaagd] Geedes 1496-1497 intredegeld.
Kruse, Ermgaert [Armgart] Kruse 1496-1497 intredegeld.
Voorne, Henryck Voerne 1496-1497 intredegeld.
Huisman, Jan Huysman [heeft ons niets gezonden van vier overleden personen] 1497-1498 de doodschuld betaald na de dood.
Organist, Meester Bernt Organista 1497-1498 intredegeld.
Ekeren, Aleyt van Ekeren en Femme haar dochter 1497-1498 elk het intredegeld.
Borgers, Aleyt Borgers 1497-1498 intredegeld.
Dirks, Lysbeth Dircx 1497-1498 intredegeld.
Hanegreve, Andries Haengreve 1498-1499 en Oda uxor elk het intredegeld.
Jacobs, Dirck Jacops 1498-1499 intredegeld.
Schoenmaker, Aleit Jan Scoemekers dochter 1498-1499 intredegeld.
Olieslager, Dominus Johannes Olisleger 1498-1499 intredegeld.
Hendriks, Hase Henrix 1498-1499 intredegeld.
Loven, Everit van Loeven 1498-1499 intredegeld.
Dirks, Anna uxor Johannis Theodorici 1499-1500 doodschuld betaald na de dood.
Warners, Jutte Werners 1499-1500 doodschuld betaald na de dood.
Steenwijk, Maryken Geerds de Stenwyck 1499-1500 doodschuld betaald tijdens het leven.
Schroerster, Ghysele Scroester 1499-1500 doodschuld betaald tijdens het leven.
Alberts, Dominus Jacobus Aelberti priester 1499-1500 intredegeld.
Milde, Arent de Milde en Ghesa uxor 1499-1500 elk het intredegeld.
Grote, Herman Grot braxatoris [brouwer] filia [geen naam ingevuld] 1499-1500 intredegeld.
Hanegreve, Meester Bernart Hanegreve de Parisio 1499-1500 intredegeld.
Ingen, Grieta van Yngen en haar dochters Ghese en Griet 1499-1500 elk het intredegeld.
Slewert, Gerart Slewert en uxor Ghesa Hanegreve 1499-1500 elk het intredegeld.
Hanegreve, zie Va n Ingen.
Ingen, Ghese famule [dienstmaagd] Johanne de Yngen 1499-1500 intredegeld.
Vette, Meester Henricus Vette 1499-1500 intredegeld.
Jacobs, Janna Jacobi neptis [nicht/kleindochter] domini Tielmanni premissarum 1499-1500 intredegeld.
NN, Dominus Tielmanni 1499-1500.
Lentinck, Berthout Luetinck 1499-1500 intredegeld.
Borger, Grete Burghers 1499-1500 doodschuld betaald na de dood.
Franks, Dominus Benedictus tho Franckx 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Engberts, Betken Engberts 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Aken, Ermgart [Armgart] van Aken 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Warners, Lubbe Warners 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Volkerts, Aleyt Volkerts 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Mette Peters 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Vemers, Liesken Vemers 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Wenemers, Heer Wouter Venemenss 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Wolberts, Styne Wolberts dochter 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Twent, Henrick tWint coepman tot Campen 1500-1501 doodschuld betaald tijdens het leven.
Rover, Maes Roever 1500-1501 intredegeld.
Straatken, Dominus Fredericus Stratekyn 1500-1501 intredegeld.
Hillebrants, Dominus Nycolaus Hillebrandi 1500-1501 intredegeld.
Moerman, Grietekyn Moermans 1500-1501 intredegeld.
Moerman, Wobbekyn Moermans 1500-1501 intredegeld.
Sepef, Heer Henrik van Sepef capelanus 1500-1501 intredegeld.
Johans, Heer Henrick Johanss 1500-1501 intredegeld.
Geije, Styne Aleyt Gheye maecht 1500-1501 intredegeld 1500-1501 intredegeld.
Diepholt, Henrick van Diepholt 1500-1501 intredegeld.
IJsselmuiden, Geert van Yselmonde 1500-1501 intredegeld.
Vecht, Dominus Gerardus de Vectha 1500-1501 intredegeld.
Claasdr, Ghese Claes 1500-1501 intredegeld.
Jelis, Griete Yelis en de kinderen Aleyt en Ghese 1500-1501 elk het intredegeld.
Twent, Henrick Twint koopman en Mechtelt uxor1500-1501 elk het intredegeld.
Striprock, Jan Striprock 1500-1501 intredegeld.
Verver, Wichman Verver 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Kule, Styne Kule 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Lubberts, Peter Lubbertssoen 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Wolfs, Enghele Wolves 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Berents, Magister Bodewyn Berentssoen 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Triphouwer, Aleyt Gerit Triphouwer 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Roderlo, Steven van Roeloe 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Stachouwer, Hillegont Stackhouwer 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Zijl, Meester Dirck then Ziel ende Beth Jonge uxor 1501-1502 elk het intredegeld.
Jonge, Meester Dirck then Ziel ende Beth Jonge uxor 1501-1502 elk het intredegeld.
Baers, Lysbeth Baers 1501-1502 intredegeld.
Dille, Hill Dille 1501-1502 intredegeld.
Johans, Anthonis Janss en Aleyt uxor 1501-1502 intredegeld.
Zonchenhoive, Henrick Peter Zonchenhoive 1501-1502 intredegeld.
Snoyse, Meester Willem Snoyse 1501-1502 intredegeld.
Lamberts, Lambrecht Lamberts soen 1501-1502 intredegeld.
Jacobs, Katherina Jacobi 1501-1502 intredegeld.
Johans, Willem Janssoen piscator [visser] 1501-1502 intredegeld.
Claas, Mariclas Claes 1501-1502 intredegeld.
Sonnenberch, Femme Sonneberchs 1501-1502 intredegeld.
Vinke, Jutte Vinke 1501-1502 intredegeld.
Egberts, Dominus Arnoldus Egberti 1501-1502 intredegeld.
Igermans, Aleit Zyene Yghermans 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Hoff, Jouffrou Glorie Henricx [Hoff] 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Dirck Jacobssoen 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Herman Cruyse scouteth tot Vollenhove 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Alberts, Peter Aelbertssoen 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Lentinck, Claes Luetinck 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Katzuemarc, Femie Katzuemarcx maegt 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Kuinreturf, Metta Kuenretorfs 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Baers, Lysbeth Baers 1502-1503 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Hoff, Jan Hoff en [Lysbeth Baers of Hilla van Bergen] 1502-1503 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Bergen, Hilla van Berghen 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Engberts, Aleit Engberts 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Elsen, Wynken van Elsen 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Roelofs, Gese Rolofs 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Volkers, Volcken Wouters 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Keiser, Mathias Keysers 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Lambert van den Hove 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Doclen, Adam van Doclen en Aelken eius uxor 1503-1504 elk het intredegeld.
Voorne, Henrick Vorne 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Roderlo, Jan van Roderlo 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Ingen, Griete van Inghen 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Lentinck, Berthout Lentinck 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Heer Symon van Endoven 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Pottart, Mense Pottart1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Dirks, Herman Dirickx soen 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Warendorp, Dominus Johannes Scuffurt de Warendorp 1508-1509 doodschuld betaald tijdens het leven.
Willems, Dominus Timannus Wilhelmi 1508-1509 doodschuld betaald tijdens het leven.
Schouwe, Femme Scouwen mater [moeder] Zwaen 1508-1509 intredegeld.
Sticker, Jan Sticker en Zwaen uxor 1508-1509 elk het intredegeld.
Hanegreve, Ghese Hanegreve 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Katharina van Eyndovie huysvrouw Peter Moke [Molre/Mulre] 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Mulre, zie Endoven.
Alberts, Ghysken Alberts Everhardi huysvrouw 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Everts, zie Alberts.
Dirks, Coenraet Dircs en Fuysa zyn Hysvrouw 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Alit Wit 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Waten, Meester Jan Waten 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Huisman, Heer Jan Huysman 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Everts, Heer Lambert Everardi 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Assel Johannis filia 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Huisman, Alit famula [dienstmaagd] Johannes Huysmans 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Voorne, Ermgards [Armgart] Voerns 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sloet, Joffrou Geze Stoets 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Brant, Tymanna Brant 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Hengelen, Alit van Hengelen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Rinkevoort, Katelyn Rinkevoirt 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Clinckenberch, Alit Clinckenbergen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Claasz, Gherlof Claessen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Baers, Lygghen Baers 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Groote, Engel Groete 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Delen, Alit van Delen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Delen, Daem van Delen en zijn huysvrouw 1514-1515 elk de doodschuld betaald na de dood.
Staveren, Alit van Staturen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Spaan, Femma Spaensen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Benting, Ermgart Bentingen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Straatken, Her Frederick Straetgen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Aken, Foyse van Aken 1514-1515 doodschuld betaald tijdens het leven.
Alfers, Mechtelt Alfertsen 1514-1515 intredegeld.
Hengelen, Gerit van Hengelen en Alit zyn huysvrouw 1514-1515 elk het intredegeld.
Tije, Her Willem van Tya 1514-1515 intredegeld.
Stockman, Alit Stockmans 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Vecht, Jutta van der Vecht 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Louwens, Lambert Louwen zoen 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Joffrou Hille ten Acker 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Gese Claes Jacops 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Roeper, Femme Roepers 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Floris, Styne Floris heer Joachims moeder 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
NN, Joachim heer –zijn moeder is Styne Floris 1516-1517.
Keiser, Heer Jacop Keyser 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Korf, Heer Joachim Korf 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Bolle, Heer Egbert Bolle 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Coops, Geertgen Cops 1516-1517 doodschuld betaald tijdens het leven.
Acker, Katherine maget jouffrou Hille ten Acker 1516-1517 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sure, Jouffrou Nyze Zuere 1516-1517 doodschuld betaald tijdens het leven.
Suer, Joffou Nyse Zueren 1516-1517 intredegeld.
Johans, Herle Jans dochter 1516-1517 intredegeld.
Backer, Evert Backer 1516-1517 intredegeld.
Acker, Griete ten Acker en Katharine heur dienstmaagd 1516-1517 elk het intredegeld.
IJsselmuiden, Henrick van Yselmueden 1516-1517 intredegeld.
Selle, Heer Herman Zelle 1516-1517 intredegeld.
Martens, Lijsbeth meester Jan Mertens maecht 1519-1520 doodschuld betaald met roerend goed.
Backer, Everten Backer 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Sticker, Jan Sticker borduurwerker 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Nucke, Geerbrant Micke 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Heer Willem Voerne 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Aalts, Jan Aelts 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Vorden, Alit van Vorden 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Tijmens, Lysbeth Tymens 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Keiser, Alit Keysers 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Broeckhuisen, Hille van Broechuysen 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Rensborch, Tomaes van Rynsberch 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Delen, Alit van Deelen 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Femme Wytte 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Wiltinck, Tyman Wyltinck 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Griete Cruese 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Wiltinck, Heer Geerbrant Weltinck1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Kuinreturf, Evert Koenretorf 1520-1521 doodschuld betaald tijdens het leven.
Oenden, Jonffrouw Styne van Oenden 1520-1521 intredegeld.
Olst, Anna van Olst 1520-1521 intredegeld.
Olst, Grete van Olst 1520-1521 intredegeld.
Olst, Truda van Olst 1520-1521 intredegeld.
Vecht, Grete van den Vecht en haar dochter Bette 1520-1521 elk het intredegeld.
Gheye, Bernaerd Gheye 1520-1521 intredegeld.
Gheye, Coenradus Gheye cum filio 1520-1521 intredegeld.
Vecht, Johan van den Vecht 1520-1521 intredegeld.
Kuinreturf, Evert Konretorf 1520-1521 intredegeld.
Dirks, Gese Dircks 1524-1525 intredegeld.
IJselmuiden, Gerardus IJselmuedij 1524-1525 intredegeld.
Nughe, Jonffrou Luytgaert van Nughe 1524-1525 intredegeld.
Fijt, Vermern Fijt 1524-1525 intredegeld.
Loeven, Lamme van Loeven 1524-1525 intredegeld.
Nulde, Ghese Nulde 1524-1525 intredegeld.
Maasz, Maet Maesz ofte Maet Ruepers 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Hengelen, Gerit van Hengelen 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Anthonis Janss 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Alit uxor Anthonis Janss voerscreven 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Wilhelmina Jans Vischkers oft ter Hellen 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Claas, Meriken Claes 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Claas, Geeze Claes 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Alit Jan Schoenmekers dochter ofte Alit van der Wede famula [dienstbode] magistri Johannis de Weda 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Wede, zie Alit Jan Schoenmekers.
Boogmaker, Gerit Bogemekers 1526-1527 intredegeld.
Warners, Mariken Werners 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Kuinre, Mechtelt van Kuynre 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Heer Jacop Peters 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Geze Cruyse ofte Viltincx 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Wiltinck, zie Geze Kruse.
Triphouwer, Vendelmont Triphouders 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Hoff, Joffrou Barbara Hooffs 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Henric van den Hoeven 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Buiter, Anna uxor Gerardi Buter 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Hermans, Dominus Gerardus Hermanni 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Vecht, Margriet de Vechte 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Rover, Suster Jan Roevers 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Gosens, Gerart Goessens 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Buist, Heer Henrick Boest 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Grafhorst, Geertken van Graefhorst 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Sijbrants, Hille Sycants 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Sonsbeeck, Synne Soensbeeck 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Tripmakers, Elizabeth Tripmakers 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Jonffrouwe Griet Voerens 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Boogmaker, Grietken Boichmaickers 1564-1565 doodschuld betaald na de dood.
Kreyinck, Betthe Kreyncks 1564-1565 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Snoise, Meester Willem Snoysse priester 1564-1565 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Alfabetische lijst van Kampenaren die lid waren van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap in `s Hertogenbosch
Aalts, Gese Aelts dochter 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Jan Aelts 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Jan Aelts 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Aalts, Luytgart Aelts 1492-1493 intredegeld.
Aalts, Styn Aels 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Aalts, Styne Aelts 1492-1493 intredegeld.
Aarts, Withman [Wichman] Arts 1459-1460 intredegeld.
Acker, Fye ten Acker 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Griete ten Acker en Katharine heur dienstmaagd 1516-1517 elk het intredegeld.
Acker, Joffrou Hille ten Acker 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Jutte ten Acker 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Katherine maget jouffrou Hille ten Acker 1516-1517 doodschuld betaald tijdens het leven.
Acker, Meester Everit ten Acker 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Acker, Pelgrom ten Acker 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Acker, Pelgrym ten Acker en Beert uxor 1459-1460 intredegeld.
Acker, Petra ancilla [dienstmaagd] domini Everardi ten Acker 1482-1483 doodschuld betaald tijdens het leven.
Acker, Sien [Seine ?] ten Acker en Hilla filia 1474-1475 intredegeld.
Acker, Yutta [Jutte] ten Acker 1468-1469 intredegeld.
Aken, Ermgart [Armgart] van Aken 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Aken, Ermgart van Aken 1484-1485 intredegeld.
Aken, Foyse van Aken 1514-1515 doodschuld betaald tijdens het leven.
Alberts, Dominus Jacobus Aelberti priester 1499-1500 intredegeld.
Alberts, Ghysken Alberts Everhardi huysvrouw 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Alberts, Peter Aelberts sutor [schoenmaker] 1495-1496 en Aleyt syn huysvrou 1495-1496 intredegeld.
Alberts, Peter Aelbertssoen 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Alfers, Mechtelt Alfertsen 1514-1515 intredegeld.
Alkmaar, Ysebrant van Alcmaer 1480-1481 intredegeld.
Andriesz, Meester Engbrecht Andries soen ons provisor tot Campen 1467-1468 doodschuld betaald na de dood.
Andriesz, Tidemanna meester Engbrecht Andries soen wyff 1466-1467 intredegeld.
Arme, Una paupercula 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Backer, Evert Backer 1516-1517 intredegeld.
Backer, Everten Backer 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Backer, Lambert Backer 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Baers, Lygghen Baers 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Baers, Lysbeth Baers 1501-1502 intredegeld.
Baers, Lysbeth Baers 1502-1503 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Banning, Reynera Vanninges [Bannings] dochter 1464-1465 doodschuld betaald na de dood.
Benthem, Griet van Benthem 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Benthem, Jan van Benthem cum uxore 1470-1471 intredegeld.
Benthem, Lysbeth van Benthem 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Benting, Ermgart Bentingen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Berck, Heer Herman Beerck 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Berents, Dominus Baldewinus Bernardi vicarius Campensis 1479-1480 intredegeld.
Berents, Magister Bodewyn Berentssoen 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Berents, Theet Bernt Bernts wyff 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Bergen, Hilla van Berghen 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Beye, Meester Henric Byeen priester 1458-1459 intredegeld.
Bloemarts, Femie Gherit Bloemarts dochter 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Boddebeke, Hadewich Boddebeke 1469-1470 intredegeld.
Boddebeke, Her Ludolph Boddebeke priester 1469-1470 intredegeld.
Bodelsweert, Her Jan Jacops soen van Bodelsweert [Bolsward] 1477-1478 intredegeld.
Boister, Styn Boysters 1485-1486 intredegeld.
Bolle, Bette Bolle 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Bolle, Femme Bolle 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Bolle, Femme Bolle en Bette Bolle 1464-1465 intredegeld.
Bolle, Heer Egbert Bolle 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Bolle, Her Egbert Bol 1485-1486 intredegeld.
Boogmaker, Gerit Bogemekers 1526-1527 intredegeld.
Boogmaker, Grietken Boichmaickers 1564-1565 doodschuld betaald na de dood.
Borger, Grete Burghers 1499-1500 doodschuld betaald na de dood.
Borgers, Aleyt Borgers 1497-1498 intredegeld.
Borgers, Nese Berghers [Borgers] 1464-1465 intredegeld.
Borgers, Nyse Burghers 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Borre, Her Willem Borte abt tot Dickanen alud Campen provisor ibidem 1474-1475 achterstallig intredegeld.
Borre, Her Willem Burre abt int cloester tot Dickenem apud Campen 1472-1473 achterstallig intredegeld.
Botelaar, Greter Botelaers 1468-1469 intredegeld.
Brandenburch, Geze Brandenborchs dochter 1477-1478 doodschuld betaald tijdens het leven.
Brandenburch, Geze Brandenborchs dochter1477-1478 intredegeld.
Brant, Her Herman Brant 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Brant, Her Heynneman Brant presbiter 1469-1470 intredegeld.
Brant, Heyll Brants 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Brant, Tyman Brant 1491-1492 intredegeld.
Brant, Tymanna Brant 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Brants, Ghees Brandes 1452-1453 intredegeld.
Brinck, Weyndel [Wendele] ten Brinck 1474-1475 intredegeld.
Brinckman, Geerbrant Bruigman 1478-1479 intredegeld.
Brinckman, Gheerbrant Bringman 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Broeckhuisen, Hille van Broechuysen 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Brouwer, Meester Jan Brouwer 1480-1481 intredegeld.
Bruins, Eesse Bruyn begyn int convent boven 1468-1469 intredegeld.
Bruins, Liefken Bruyns 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Bruins, Mette Broems 1482-1483 intredegeld.
Buckhorst, Joffer Zween weduwe van Jan van Bockhorst vrouwe van Sallyc in Kampen 1465-1466 doodschuld betaald na de dood.
Buckhorst, Jouffr Aleit Buchorst de Vollenho 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Buckhorst, Jouffr Zween [Zwane] – Jans wyff van Buchorst 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Buist, Heer Henrick Boest 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Buiter, Anna uxor Gerardi Buter 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Busken, Jacop Busken 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Busken, Jacop Busken 1475-1476 doodschuld betaald tijdens het leven.
Buttemans, Her Ludolph Buttemans capellanus [kapelaan] 1476-1477 intredegeld.
Bye, Meester Henrick Bye presbiter 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Caey, Gertruyt van Caey 1476-1477 intredegeld.
Campen, Griet van Campen 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Campen, Margriet van Campen 1470-1471 intredegeld.
Claas, Geeze Claes 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Claas, Mariclas Claes 1501-1502 intredegeld.
Claas, Meriken Claes 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Claasdr, Bertha Claes dochter 1475-1476 intredegeld.
Claasdr, Ghese Claes 1500-1501 intredegeld.
Claasdr, Grieta Claes dochter 1475-1476 intredegeld.
Claasdr, Griete Claes 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Claasz, Dominus Symon Nycolai priester 1457-1458 intredegeld.
Claasz, Geerloff Claess 1480-1481 intredegeld.
Claasz, Gherlof Claessen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Clinckenberch, Alit Clinckenbergen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Clotelers, Ana Cloetelers 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Cloteners, Aneken Kloeteners 1467-1468 intredegeld.
Coenraats, Griete Coenraets 1466-1467 intredegeld.
Coops, Geertgen Cops 1516-1517 doodschuld betaald tijdens het leven.
Coops, Her Jan Coeps soen1488-1489 doodschuld betaald na de dood.
Coops, Zanna Runken [Reinken ?] Coeps dochter 1475-1476 intredegeld.
Creters, Geertruyt Creters 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Cuil, Styn Cuyl 1494-1495 intredegeld.
Delen, Alit van Deelen 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Delen, Alit van Delen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Delen, Daem van Delen en zijn huysvrouw 1514-1515 elk de doodschuld betaald na de dood.
Deventer, Jan Engberts van Deventer 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Diepholt, Henrick van Diepholt 1500-1501 intredegeld.
Dille, Hill Dille 1501-1502 intredegeld.
Dirks, Anna uxor Johannis Theodorici 1499-1500 doodschuld betaald na de dood.
Dirks, Coen Dirck soen en Foyse Overstege uxor 1489-1490 intredegeld.
Dirks, Coenraet Dircs en Fuysa zyn Hysvrouw 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Dirks, Gese Dircks 1524-1525 intredegeld.
Dirks, Herman Dirickx soen 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Dirks, Jan Dirx soen 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Dirks, Jan Dirxs en Janna uxor 1476-1477 intredegeld.
Dirks, Lysbeth Dircx 1497-1498 intredegeld.
Doclen, Adam van Doclen en Aelken eius uxor 1503-1504 elk het intredegeld.
Dolre, Gertrudis Delre uxor quondam Petri Nory 1479-1480 intredegeld.
Dolre, Roeloff van Doke 1470-1471 intredegeld.
Dorsten, Femy van Dorsten 1494-1495 intredegeld.
Dubbelts, Gerart Dubbolts 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Egberts, Dominus Arnoldus Egberti 1501-1502 intredegeld.
Ekeren, Aleyt van Ekeren en Femme haar dochter 1497-1498 elk het intredegeld.
Elburch, Rixe van der Elburch 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Elburg, Henrick van der Elborch 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Elburg, Henrick van Elborch en uxor 1480-1481 intredegeld.
Elburg, Jan van Elborch filius 1480-1481 intredegeld.
Elekorff, Gerwen Elekorff van Ryden 1468-1469 intredegeld.
Elsen, Wynken van Elsen 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Elst, Gertruyt van 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Heer Symon van Endoven 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Henrick van Endoven 1495-1496 intredegeld ende Gheze syn huysvrouw 1495-1496 intredegeld en haer zuester 1495-1496 intredegeld [in drie regels geschreven zonder het juiste familieverband.
Endoven, Henryck van Eyndhoeven 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Katharina van Eyndovie huysvrouw Peter Moke [Molre/Mulre] 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Endoven, Symon van Eyndoven 1479-1480 intredegeld.
Engbert, Jan Engberts van Deventer 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Engberts, Aleit Engberts 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Engberts, Betken Engberts 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Engbrechts, Heer Gerit Engbrechts soen priester 1459-1460 intredegeld.
Engbrechts, Her Gerit Engbrechts priester doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Engbrechts, Jan Engbrechts soen 1469-1470 intredegeld.
Ens, Gerit Ense 1477-1478 achterstallig intredegeld.
Ens, Gerit Ense 1478-1479 achterstallig intredegeld.
Ens, Gerit Ense 1479-1480 achterstallig intredegeld.
Ens, Gerit Eynssen 1477-1478 intredegeld.
Esselen, Her Bernt Esselen priester 1469-1470 intredegeld.
Essen, Jacob van Essen 1485-1486 intredegeld.
Essen, Mary van Esse 1483-1484 intredegeld.
Essen, Mary van Essen 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
Ethen, Meester Willem van Ethen [doorgehaald] 1480-1481 intredegeld.
Evenborne, Werner van Evenborne et Elisabeth uxor 1474-1475 intredegeld.
Everts, Aelbert Everitss en Ghysken uxor 1479-1480 intredegeld.
Everts, Albert Evertss 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Everts, Heer Lambert Everardi 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Everts, zie Alberts.
Fijt, Vermern Fijt 1524-1525 intredegeld.
Floris, Styne Floris heer Joachims moeder 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Franks, Dominus Benedictus tho Franckx 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Frederiks, Kathelyn Vrederics 1469-1470 intredegeld.
Geedes, Marike famula [dienstmaagd] Geedes 1496-1497 intredegeld.
Geerts, Herman Geertss en Anna uxor 1479-1480 intredegeld.
Geije, Aleit Gheye 1466-1467 intredegeld.
Geije, Her Jan Gheye piester 1466-1467 intredegeld.
Geije, Meester Jan Gheye 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Geije, Styne Aleyt Gheye maecht 1500-1501 intredegeld 1500-1501 intredegeld.
Geilis, Ermgart Gielis 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Gelgers, Hessel Gelgerss en Hysse uxor 1480-1481 intredegeld.
Gerbers, Mechtelt Geberu 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Gerberts, Fein [Fije ?] Gerberts 1466-1467 intredegeld.
Gerberts, Femme Geerberts 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Gerberts, Mette Gherberts 1465-1466 intredegeld.
Gerrits, Aleyt Gerits dochter 1491-1492 doodschuld betaald tijdens het leven.
Gerrits, Anna Herman Gerits soen wyff 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Gerrits, Foys Gerits dochter 1484-1485 intredegeld.
Gerrits, Jacop Gerits 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Gerrits, Jan Gerrits 1460-1461 intredegeld.
Gerrits, Lamme Gerits 1466-1467 intredegeld.
Gerrits, Lanna [Janna?] Gerits dochter 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Gheye, Bernaerd Gheye 1520-1521 intredegeld.
Gheye, Coenradus Gheye cum filio 1520-1521 intredegeld.
Gielis, Aleit Gielis 1476-1477 doodschuld betaald na de dood.
Gielis, Aleyt Gielis 1463-1464 intredegeld.
Gielis, Griet Gielis 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Gijsberts, Hill Heses Gijsberts dochter 1463-1464 intredegeld.
Gijsberts, Mette Ghiselberts 1478-1479 intredegeld.
Gilies, Margriet Gielis 1463-1464 intredegeld.
Glasemaker, Willem Glaesmaker 1496-1497 intredegeld.
Goede, Geert die Goede van Tiegelair en Aleit uxor 1480-1481 intredegeld.
Gosens, Gerart Goessens 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Goverts, Griet Goeyvarts 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Goyarts, Gerit Goyarts 1459-1460 doodschuld betaald na de dood.
Goyarts, Gerit Goyarts soen en Wichmoet uxor 1459-1460 intredegeld.
Goyarts, Grieta Goyarts 1474-1475 intredegeld.
Goyarts, Wichmoet Gerit Goyarts saliger wyff doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Grafhorst, Geertken van Graefhorst 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Grevelinck, Her Jan Grepelinck priester 1469-1470 intredegeld.
Groote, Aleit Grote 1474-1475 intredegeld.
Groote, Engel Groete 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
]Groote, Jan die Groet en Anna uxor 1464-1465 intredegeld.
Grote, Aleit 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Grote, Engele Groete 1492-1493 intredegeld.
Grote, Herman Grot braxatoris [brouwer] filia [geen naam ingevuld] 1499-1500 intredegeld.
Grote, Jan die Grote en Nenna uxor 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
Gruter, Heer Gerit Gruter presbiter 1467-1468 intredegeld.
Haarst, Styn van Haerts 1491-1492 intredegeld.
Hanegreve, Andries Haengreve 1498-1499 en Oda uxor elk het intredegeld.
Hanegreve, Andries Hanegreve en Yut [Jutte] uxor 1462-1463 intredegeld.
Hanegreve, Ghese Hanegreve 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Hanegreve, Jutta van Werden Andries Haengreefs wyf 1476-1477 doodschuld betaald na de dood.
Hanegreve, Meester Bernart Hanegreve de Parisio 1499-1500 intredegeld.
Hanegreve, Symon die Haengrave en Zween uxor 1466-1467 intredegeld.
Hanegreve, Symon Hanegreve 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Hanegreve, zie Va n Ingen.
Hasselt, Femme van Hasselt 1475-1476 intredegeld.
Hasselt, Femme van Hasselt 1491-1492 doodschuld betaald na de dood.
Hasselt, Tydeman Wyze en Aleydis de Hasselt uxor 1475-1476 intredegeld.
Hattem, Gerit Hattem 1479-1480 intredegeld.
Hattem, Ghese meester Goessens wijf van Hattem 1461-1462 intredegeld.
Hattem, Ghese meester Goessens wijf van Hattem 1462-1463 doodschuld betaald na de dood.
Hattem, Meester Goessen van Hathem 1459-1460 intredegeld.
Hattem, Meester Jacop van Hatthem 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Havermans, Jutte Havermans 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Haze, Hilla Haze filia Ghysberti 1472-1473 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Heetweggen, Agatha Heetweggen 1476-1477 intredegeld.
Helle, Jan ter Helle en Wilhelma uxor 1489-1490 intredegeld.
Hendriks, Dou Henrics van Worken 1478-1479 intredegeld.
Hendriks, Hase Henrix 1498-1499 intredegeld.
Hendriks, Jan Henricks soen en Femme uxor 1467-1468 intredegeld.
Hendriks, Jan Henricxs 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Hendriks, Jan Henricxs en Agnes uxor en Henrica filia 1480-1481 intredegeld.
Hendriks, Matten Jan Henricxs wyff 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Hendriks, Peter Henrics 1469-1470 intredegeld.
Hendriks, Petrus Henrici notarius Campensis 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Hendriks, Tyedeman Henricx soen en Cristyn uxor 1460-1461 intredegeld.
Hengelen, Alit van Hengelen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Hengelen, Gerit van Hengelen 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Hengelen, Gerit van Hengelen en Alit zyn huysvrouw 1514-1515 elk het intredegeld.
Herman, Her Everit Hermanss 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Hermans, Dominus Gerardus Hermanni 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Hermans, Everaert soen van Hasselt 1468-1469 intredegeld.
Hermans, Heer Everit Hermans priester 1459-1460 intredegeld.
Hermans, Jutta Hermans 1475-1476 intredegeld.
Hermans, Luytgart Hermans 1473-1474 intredegeld.
Hermans, Luytgart Hermans 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Hermans, Theke Hermans en Atthe uxor 1480-1481 intredegeld.
Herwaarden, Meester Willem van Herwaerden 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Herwaarden, Meester Willem van Herwarden de Hattem 1477-1478 intredegeld.
Hese, Hille Heeses 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Heses, Hill Heses Gijsberts dochter 1463-1464 intredegeld.
Hillebrants, Dominus Nycolaus Hillebrandi 1500-1501 intredegeld.
Hoedenmaker, Heer Jan Hoedemeker priester 1467-1468 intredegeld.
Hoeve, Beatris van den Hoeven 1491-1492 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Henric van den Hoeven 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Jacop van der Hoeven 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Lambert van den Hove 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Hoeve, Lambert van der Hoeven en Mechtelt uxor 1481-1482 doodschuld betaald tijdens het leven.
Hoeve, Lambert van der Hoeven en Mechtelt uxor 1481-1482 intredegeld.
Hoff, Glorie Hoff begijn 1496-1497 intredegeld.
Hoff, Jan Hoff en [Lysbeth Baers of Hilla van Bergen] 1502-1503 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Hoff, Janna Hoff 1496-1497 intredegeld.
Hoff, Joffrou Barbara Hooffs 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Hoff, Jouffrou Glorie Henricx [Hoff] 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Hoier, Beel Huyeers 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Hoier, Elsabe Hoyers 1475-1476 doodschuld betaald tijdens het leven.
Holte, Her Bernart [Berent] ten Hout [Holte] priester 1475-1476.
Holte, Her Bernt ten Holten 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Holte, Her Jan ten Holte 1485-1486 intredegeld.
Holtsende, Aleyt van Holtzende 1478-1479 intredegeld.
Holtsende, Arnt van Oltsende 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Art [Arent] van Holtzender en Betta uxor 1462-1463 intredegeld.
Holtsende, Bert van Oltsende 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Betta van Oltsende 1482-1483 doodschuld betaald na de dood.
Holtsende, Bette van Olsende de Elborch 1473-1474 intredegeld.
Holtsende, Femme van Oltsenden 1467-1468 intredegeld.
Hoorn, Margriet van Hoerne 1495-1496 doodschuld betaald na de dood.
Hoppenbrouwer, Aleit die Wyse – Henrick Hoppenbrouwers wyff 1480-1481 intredegeld.
Hoppenbrouwer, Henric Hoppenbrouwer 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Hoppenbrouwer, Henrick Hoppenbrouwer (hopbierbrouwer) en Aleyt uxor 1462-1463 intredegeld.
Huisman, Alit famula [dienstmaagd] Johannes Huysmans 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Huisman, Heer Jan Huysman 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Huisman, Her Jan Huysman procurator noster 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
Huisman, Her Jan Huysman procurator noster 1483-1484 intredegeld.
Huisman, Jan Huysman [heeft ons niets gezonden van vier overleden personen] 1497-1498 de doodschuld betaald na de dood.
Hyndslagers, Lysbet Hyndslagers 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Ierte, Bertha van Ierthe 1476-1477 intredegeld.
Igermans, Aleit Zyene Yghermans 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Igermans, Seyn Yghermans 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Igermans, Seyne Ygremans en Aleit uxor 1479-1480 intredegeld.
IJselmuiden, Gerardus IJselmuedij 1524-1525 intredegeld.
IJsselmuiden, Geert van Yselmonde 1500-1501 intredegeld.
IJsselmuiden, Henrick van Yselmueden 1516-1517 intredegeld.
Ingen, Beta van Yngen 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Ingen, Bette van Ynghen 1465-1466 intredegeld.
Ingen, Ghese famule [dienstmaagd] Johanne de Yngen 1499-1500 intredegeld.
Ingen, Grieta van Yngen en haar dochters Ghese en Griet 1499-1500 elk het intredegeld.
Ingen, Griete van Inghen 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Ingen, Luytgart van Ynghen beghyn 1485-1486 intredegeld.
Jacobs, Claes Jacops soen 1450-1451.
Jacobs, Dirck Jacobssoen 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Dirck Jacops 1498-1499 intredegeld.
Jacobs, Gese Claes Jacops 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Gese Claes Jacops soen uxor 1489-1490 intredegeld.
Jacobs, Heer Jan Jacops priester 1461-1462 intredegeld.
Jacobs, Heer Ludolph Jacobs priester 1464-1465 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Heer Ludolph Jacobs soen priester 1459-1460 intredegeld.
Jacobs, Jan Jacobs en Gertruyt uxor 1464-1465 doodschuld betaald na de dood.
Jacobs, Jan Jacops en Lisbeth uxor 1475-1476 intredegeld.
Jacobs, Jan Jacops soen 1460-1461 intredegeld.
Jacobs, Janna Jacobi neptis [nicht/kleindochter] domini Tielmanni premissarum 1499-1500 intredegeld.
Jacobs, Katherina Jacobi 1501-1502 intredegeld.
Jannis, Heer Wouter Jannis priester 1463-1464 intredegeld.
Jelis, Griete Yelis en de kinderen Aleyt en Ghese 1500-1501 elk het intredegeld.
Johans, Alit Jan Schoenmekers dochter ofte Alit van der Wede famula [dienstbode] magistri Johannis de Weda 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Alit uxor Anthonis Janss voerscreven 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Anthonis Janss 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Anthonis Janss en Aleyt uxor 1501-1502 intredegeld.
Johans, Assel Johannis filia 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Johans, Corstinaen [Kerstken] Janss en Heilwich uxor 1476-1477 intredegeld.
Johans, Heer Henrick Johanss 1500-1501 intredegeld.
Johans, Herle Jans dochter 1516-1517 intredegeld.
Johans, Jacop Janss en Aleyt uxor 1481-1482 doodschuld betaald tijdens het leven.
Johans, Korstken Janss 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Mette Jans dochter 1489-1490 intredegeld.
Johans, Wilhelmina Jans Vischkers oft ter Hellen 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Johans, Willem Janssoen piscator [visser] 1501-1502 intredegeld.
Jonge, Aleit Jonge 1471-1472 intredegeld.
Jonge, Bette Jacobs Jonghen wedue en Beertout [Bartolt] filius 1465-1466 intredegeld.
Jonge, Bette Jacops Jongen huysvrouwe 1473-1474 doodschuld betaald na de dood.
Jonge, Her Jan Jonge 1483-1484 intredegeld.
Jonge, Jan die Jonge 1459-1460 intredegeld.
Jonge, Jan die Jonghe 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Jonge, Meester Dirck then Ziel ende Beth Jonge uxor 1501-1502 elk het intredegeld.
Katzuemarc, Femie Katzuemarcx maegt 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Keiser, Alit Keysers 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Keiser, Heer Jacop Keyser 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Keiser, Mathias Keysers 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Keizer, Mathys Keyser 1495-1496 intredegeld en Engel syn huysvrou 1495-1496 intredegeld.
Kistemakers, Lomme Kystemakers van Zwolle 1468-1469 intredegeld.
Kistken, Aert Kistken uxor 1494-1495 intredegeld.
Korf, Heer Joachim Korf 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Kreyinck, Betthe Kreyncks 1564-1565 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Aneken Cruse 1472-1473 intredegeld.
Kruse, Ermgaert [Armgart] Kruse 1496-1497 intredegeld.
Kruse, Everit [Evert] Cruyse 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Kruse, Everit [Evert] Cruyse 1468-1469 intredegeld.
Kruse, Geze Cruyse ofte Viltincx 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Griete Cruese 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Herman Cruyse scouteth tot Vollenhove 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Lodewich Cruyse 1468-1469 intredegeld.
Kruse, Margriet Kruse 1496-1497 intredegeld.
Kruse, Thomaes Cruse 1469-1470 intredegeld.
Kruse, Thomas Cruse 1474-1475 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Kruse, Vobbeken [Wobbeken] Herman Cruyse wyff 1467-1468 intredegeld.
Kruse, Wobbeken Cruyse 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Kuinre, Mechtelt van Kuynre 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Kuinreturf, Evert Koenretorf 1520-1521 doodschuld betaald tijdens het leven.
Kuinreturf, Evert Konretorf 1520-1521 intredegeld.
Kuinreturf, Henrick Kuenretorff 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Kuinreturf, Mechtelt Cunretorves 1472-1473 intredegeld.
Kuinreturf, Metta Kuenretorfs 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Kuinreturff, Margriet Kuenretorff 1484-1485 doodschuld betaald tijdens het leven.
Kule, Styne Kule 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Lamberts, Lambert Lamberts soen en Engela uxor 1477-1478 intredegeld.
Lamberts, Lambrecht Lamberts soen 1501-1502 intredegeld.
Lambrechts, Henruick Lambrechts soen 1468-1469 intredegeld.
Lange, Meester Aert die Lange 1496-1497 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Lege, Meester Peter de Lego pastoer 1484-1485 intredegeld.
Lentinck, Berthout Lentinck 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Lentinck, Berthout Luetinck 1499-1500 intredegeld.
Lentinck, Claes Luetinck 1502-1503 doodschuld betaald na de dood.
Lijnslager, Jan Lynslager 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Linde, Abele van den Lynden 1491-1492 doodschuld betaald na de dood.
Loeven, Lamme van Loeven 1524-1525 intredegeld.
Louwens, Lambert Louwen zoen 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Loven, Everit van Loeven 1498-1499 intredegeld.
Lubberts, Geertruyt Lubberts dochter 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Lubberts, Peter Lubbertssoen 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Lubberts, Trude Lubberts dochter 1482-1483 intredegeld.
Maasz, Heyman Maessoen en uxor 1480-1481 intredegeld.
Maasz, Heyneman Maes soen 1466-1467 intredegeld.
Maasz, Jonge Heyman Maes soen 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Maasz, Maet Maesz ofte Maet Ruepers 1526-1527 doodschuld betaald na de dood.
Marck, Jutte van der Marck van Deventer 1476-1477 intredegeld.
Martens, Lijsbeth meester Jan Mertens maecht 1519-1520 doodschuld betaald met roerend goed.
Martens, Magister Johannes Martini 1483-1484 intredegeld.
Mathijsz, Heer Heyman Mathijs priester 1451-1452 intredegeld.
Mathijsz, Henrick Mathys en Aleyt uxor 1464-1465 intredegeld.
Mathijsz, Henrick Mathys soen en Aleit uxor 1474-1475 doodschuld betaald tijdens het leven.
Mathijsz, Henrick Mathyss 1490-1491 doodschuld betaald na de dood.
Mathijsz, Her Herman Mathys soen 1491-1492 doodschuld betaald tijdens het leven.
Meerten, Harman van Meerten 1468-1469 intredegeld.
Menslagen, Bernt Janss van Mynslagen 1480-1481 intredegeld.
Menslagen, Jutte Bernts Janss van Mynslage 1493-1494 intredegeld.
Messenmaker, Styn de Mesmekers 1494-1495 doodschuld betaald na de dood.
Messenmakers, Styne Mesmekers 1470-1471 intredegeld.
Milde, Arent de Milde en Ghesa uxor 1499-1500 elk het intredegeld.
Moerman, Grietekyn Moermans 1500-1501 intredegeld.
Moerman, Wobbekyn Moermans 1500-1501 intredegeld.
Molen, Broeder Henrick van der Moelen 1462-1463 intredegeld.
Molen, Brueder Henric van der Moelen in Sinte Brigitte clooster 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Molen, Brueder Henrick van der Moelen in claustro Brigitte 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Molen, Brueder Henrick van der Molen in claustro Brigitte 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Molen, Geze van der Moelen 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Morre, Aleyt Morde eorum ancilla [dienstmaagd] 1490-1491 intredegeld.
Morre, Aleyt Morre 1489-1490 intredegeld.
Morre, Heile Mueren 1450-1451 intredegeld.
Morre, Heylwych [Heile] Morren 1465-1466 doodschuld betaald na de dood.
Muller, Sanne Muller 1495-1496 intredegeld.
Mulre, Katheryn Peter Muller uxor 1495-1496 intredegeld.
Mulre, Peter Moller 1494-1495 intredegeld.
Mulre, zie Endoven.
Nannings, Petra Nanniges dochter en Reynera filia 1461-1462 intredegeld.
Nennekens, Cristyn Nekkenens dochter 1461-1462 doodschuld betaald na de dood.
Nennekens, Cristyn Nennekens 1460-1461 intredegeld.
Neynood, Bely Neynoede 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
NN, Dominus Henricus vicarius 1492-1493 intredegeld.
NN, Dominus Tielmanni 1499-1500.
NN, Ende Ghese syn moeder 1483-1484 intredegeld.
NN, Heer Ygram priester 1474-1475 intredegeld.
NN, Her Berent capellanus 1483-1484 doodschuld betaald tijdens het leven.
NN, Her Berent capellanus Campensis 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
NN, Joachim heer –zijn moeder is Styne Floris 1516-1517.
NN, NN Claes schipper en Geeze uxor 1493-1494 intredegeld.
NN, Van onzen provisoer van Campen daer af hy oick die namen ende toenamen overseynden sal 1488-1489 doodschuld betaald na de dood.
Nucke, Geerbrant Micke 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Nughe, Jonffrou Luytgaert van Nughe 1524-1525 intredegeld.
Nulde, Ghese Nulde 1524-1525 intredegeld.
Oenden, Femme van Oenden 1484-1485 intredegeld.
Oenden, Heer Jacop van Oenden presbiter 1470-1471 intredegeld.
Oenden, Jonffrouw Styne van Oenden 1520-1521 intredegeld.
Oenden, Margriet van Oenden 1480-1481 intredegeld.
Olde, Ana die Alste [den Ouden] 1466-1467 doodschuld betaald na de dood.
Olde, Ana die Alste 1466-1467 intredegeld.
Oldenburg, Hille van Oldeberge 1492-1493 intredegeld.
Olieslager, Dominus Johannes Olisleger 1498-1499 intredegeld.
Olst, Anna van Olst 1520-1521 intredegeld.
Olst, Grete van Olst 1520-1521 intredegeld.
Olst, Truda van Olst 1520-1521 intredegeld.
Ommeloop, Hille Ommeloeps 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Organist, Meester Bernt Organista 1497-1498 intredegeld.
Ovel, Meester Jacob de Ovel 1494-1495 doodschuld betaald tijdens het leven.
Overdijck, Lubbert van Overdyc 1465-1466 intredegeld.
Overstege, Coen Dirck soen en Foyse Overstege uxor 1489-1490 intredegeld.
Overstege, Heer Jan van Overstege priester 1458-1459 priester intredegeld.
Overstege, Her Jan Overstege priester 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Overstege, Reyger van Overstege 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Paderborn, Her Henrick sengher van Padeborne priester 1468-1469 intredegeld.
Pael, Henrick Pael en Mechtelt uxor 1461-1462 intredegeld.
Pael, Rolanda Pael 1471-1472 intredegeld.
Pael, Rolanda Paell 1471-1472 intredegeld.
Pael,Henryck Pael 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Pels, Mechtelt Pels 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Alphart Peterss en Zuster uxor 1475-1476 intredegeld.
Peters, Cunera Peters dochter 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Dirck Peterss en Lucia uxor 1477-1478 intredegeld.
Peters, Heer Jacop Peters 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Lisbeth Goessen Peters saliger dochter 1489-1490 intredegeld.
Peters, Mette Peters 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Peters, Sybrant Peterssoen en Gertruyt uxor 1463-1464 intredegeld.
Peters, Zybrant Peters soen 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Poorten, Her Ludolff van der Poirten presbiter 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Poorten, Her Ludolph van der Poerten priester 1475-1476 intredegeld.
Poppe, Juff Jan Poppe 1483-1484 intredegeld.
Pottart, Mense Pottart1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Pouwels, Roeloff Roeloff Pouwels 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Prangeler, Mynne Henrick Prangelers wedue 1468-1469 intredegeld.
Prangeler, Mynne Henrick Prangelers wyff was 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Putmans, Yda Putmans 1450-1451 intredegeld.
Putte, Jutta Putte 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Putte, Jutte Putte 1464-1465 intredegeld.
Putte, Margareta Putte 1467-1468 doodschuld betaald na de dood.
Putte, Margreta Putte 1466-1467 intredegeld.
Putte, Ruerick Putte en Katherina uxor 1478-1479 intredegeld.
Putte, Voleman [Boelman] Putte 1464-1465 intredegeld.
Putte, Yutte [Jutte] Putte 1466-1467 intredegeld.
Quackenborch, Heer Roelof Quackenborch priester 1451-1452 intredegeld.
Quackenborch, Heer Roeloff van Quacqenborch presbiter 1461-1462 doodschuld betaald na de dood.
Rensborch, Tomaes van Rynsberch 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Reynenborch, Fye van Reynenborch [Ruitenberch ?] 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Richters, Else Richters ancilla [dienstmaagd] procurator 1485-1486 intredegeld.
Rijks, Geze Ryex 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Rijks, Gheeze Ryck 1476-1477 intredegeld.
Rinckouwer, Jan Rynchouwer et uxor 1479-1480 intredegeld.
Rinkevoort, Katelyn Rinkevoirt 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Roden, Lysbet van Roden 1490-1491 doodschuld betaald tijdens het leven.
Roden, Lysbet van Roden 1490-1491 intredegeld.
Roderlo, Aleyt Stephen van Roeloe uxor 1489-1490 intredegeld.
Roderlo, Jan van Roderlo 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Roderlo, Jan van Roderloe 1465-1466 intredegeld.
Roderlo, Steven van Roderloo 1480-1481 intredegeld.
Roderlo, Steven van Roeloe 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Roderlo,Yutta [Jutte] van Roderlo 1467-1468 intredegeld.
Roelofs, Gese Rolofs 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Roelofs, Tyman Roeloff soen en Lysbet syn wyff 1483-1484 intredegeld.
Roelofs, Tyman Roelofs soen 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Roeper, Femme Roepers 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Rover, Maes Roever 1500-1501 intredegeld.
Rover, Suster Jan Roevers 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Hake van Rutenberch 1468-1469 intredegeld.
Ruitenberch, Hake van Rutenborch 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Hake van Rutenborch 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Hake van Rutenborch 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Ruitenberch, Mechtelt van Rutenberch 1468-1469 intredegeld.
Sasse, Jan Sasse 1464-1465 intredegeld.
Sasse, Jan Zasse 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Schaep, Margriet Staeps [Schaep] 1462-1463 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Eerbricht [Gerberich] van der Scheer 1471-1472 intredegeld.
Schere, Femme van der Schere 1475-1476 intredegeld.
Schere, Gherbrich van der Schere 1489-1490 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Heer Werner Scheers 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Schere, Her Jan van der Schur priester 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Her Jan van Schere presbiter 1464-1465 intredegeld.
Schere, Her Werneer Scheer 1473-1474 intredegeld.
Schere, Her Werner Schere 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Schere, Magister Wernerus [Warner] Schere 1483-1484 intredegeld.
Scherpenzeel, Heer Jan Scerpensel priester 1451-1452 intredegeld.
Schoenmaker, Aleit Jan Scoemekers dochter 1498-1499 intredegeld.
Schonenberch, Fye Schoenberchs 1482-1483 intredegeld.
Schouwe, Femme Scouwen mater [moeder] Zwaen 1508-1509 intredegeld.
Schrijver, Geertruydt Scrivers 1496-1497 doodschuld betaald na de dood
Schrijvers, Gheertruyt Scrivers 1495-1496 doodschuld betaald na de dood.
Schroerster, Ghysele Scroester 1499-1500 doodschuld betaald tijdens het leven.
Schroerster, Gyssela Scoertster 1482-1483 intredegeld.
Schulte, Ghese Schulte 1483-1484 intredegeld.
Screeters, Geertruyt Screeters 1480-1481 doodschuld betaald tijdens het leven – de betaler is overleden.
Scufut, Jan Scufuc 1468-1469 intredegeld.
Seinens, Meester Ygheram Zeynenss 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Selle, Heer Harman Scelle priester 1470-1471 intredegeld.
Selle, Heer Herman Zelle 1516-1517 intredegeld.
Sepef, Heer Henrik van Sepef capelanus 1500-1501 intredegeld.
Sijbrants, Hille Sycants 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Sijzel, Gheze van Zyzel 1476-1477 intredegeld.
Slecorf, Her Gerwyn Slecorf presbiter 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Slewert, Gerart Slewert en uxor Ghesa Hanegreve 1499-1500 elk het intredegeld.
Sloet, Alt Sloet en Margriet filia 1460-1461 intredegeld.
Sloet, Joffrou Geze Stoets 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sloier, Her Beernt Sloeyer 1496-1497 doodschuld betaald na de dood.
Sloyaerts, Dominus Leonardus Sloyerts presbiter 1471-1472 intredegeld.
Smendebier, Gertruyt Smendebyer 1467-1468 intredegeld.
Snavel, Cluwe Snavels 1496-1497 intredegeld.
Snoise, Meester Willem Snoysse priester 1564-1565 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Snoyse, Meester Willem Snoyse 1501-1502 intredegeld.
Sonnenberch, Femme Sonneberchs 1501-1502 intredegeld.
Sonsbeeck, Synne Soensbeeck 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Spaan, Femma Spaensen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Stachouwer, Hillegont Stackhouwer 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Staveren, Alet van Staures 1485-1486 intredegeld.
Staveren, Alit van Staturen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Staveren, Bernarda de Staveren Bauwens [Boldewijn] wyff van Zwensbergen 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Steenhuis, Her Jan van Steenhuys priester 1468-1469 intredegeld.
Steenwijk, Maryken Geerds de Stenwyck 1499-1500 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sticker, Jan Sticker borduurwerker 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Sticker, Jan Sticker en Zwaen uxor 1508-1509 elk het intredegeld.
Sticker, Katherina Stickers 1494-1495 intredegeld.
Stockman, Alit Stockmans 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Stoeps, Margriet 1451-1452 intredegeld.
Straatken, Dominus Fredericus Stratekyn 1500-1501 intredegeld.
Straatken, Her Frederick Straetgen 1514-1515 doodschuld betaald na de dood.
Striprock, Jan Striprock 1500-1501 intredegeld.
Suer, Joffou Nyse Zueren 1516-1517 intredegeld.
Sure, Hill Sure 1469-1470 intredegeld.
Sure, Jouffrou Nyze Zuere 1516-1517 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sweders, Goedscuw Zweders 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sweders, Goedstu Zweders 1478-1479 achterstallig intredegeld.
Sweders, Goedstu Zweders 1479-1480 achterstallig intredegeld.
Sweders, Goetstu Sweders 1477-1478 doodschuld betaald tijdens het leven.
Sweders, Goetstu Zweders 1477-1478 achterstallig intredegeld.
Sweders, Goetstu Zweders 1477-1478 intredegeld.
Thije, Jan Janss van Tye 1489-1490 intredegeld.
Thije, Jan van Thie ende Jan zyn soen 1490-1491 intredegeld.
Thije, Jan van Tye 1489-1490 intredegeld.
Tije, Her Willem van Tya 1514-1515 intredegeld.
Tijmens, Lysbeth Tymens 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Triphouwer, Aleyt Gerit Triphouwer 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Triphouwer, Vendelmont Triphouders 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Tripmaker, Aleyt Gerit Trypmekers wyff 1483-1484 intredegeld.
Tripmaker, Weyndelmoet Tripmekers dochter 1483-1484 intredegeld.
Tripmakers, Elizabeth Tripmakers 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Twent, Henrick tWint coepman tot Campen 1500-1501 doodschuld betaald tijdens het leven.
Twent, Henrick Twint koopman en Mechtelt uxor1500-1501 elk het intredegeld.
Uden, Margiet van Uden 1462-1463 doodschuld betaald na de dood.
Uiterwijck, Herman van Vutdenwyck 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Uiterwijck, Herman van Vuyterwyck 1461-1462 intredegeld.
Uiterwijck, Joffer Gertruyt van Uterwyck 1463-1464 intredegeld.
Uiterwijck, Peter wtter Ewyck 1473-1474 intredegeld.
Uiterwijck, Wicsten van Wtterwyck 1468-1469 intredegeld.
Vecht, Dominus Gerardus de Vectha 1500-1501 intredegeld.
Vecht, Grete van den Vecht en haar dochter Bette 1520-1521 elk het intredegeld.
Vecht, Jan van der Vecht 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Vecht, Johan van den Vecht 1520-1521 intredegeld.
Vecht, Jutta van der Vecht 1516-1517 doodschuld betaald na de dood.
Vecht, Lambrecht van der Vecht en Jan zijn broeder 1452-1453 intredegeld.
Vecht, Margriet de Vechte 1544-1545 doodschuld betaald na de dood.
Vemers, Fye Vemers 1475-1476 intredegeld.
Vemers, Liesken Vemers 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Vene, Her Hartwyck van den Venne presbiter 1473-1474 intredegeld.
Vernkers, Cristyn Vernkens 1474-1475 doodschuld betaald na de dood.
Verver, Sophye Art ververs wijf 1459-1460 intredegeld.
Verver, Wichman Verver 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Ververs, Fy Ververs 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Vette, Meester Henricus Vette 1499-1500 intredegeld.
Vinke, Jutte Vinke 1501-1502 intredegeld.
Virden, Margriet van 1451-1452 intredegeld.
Virden, Margriet van Virden 1451-1452 doodschuld betaald na de dood.
Visken, Heer Aelbrecht Vijskijn priester1450-1451 intredegeld.
Vloet, Aleit Vloet 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Vloet, Margreta Vloet 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Volkers, Volcken Wouters 1503-1504 doodschuld betaald na de dood.
Volkerts, Aleyt Volkerts 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Volkerts, Foyse Volkarts Mette Jans dochter 1490-1491 intredegeld.
Voorne, Ermgards [Armgart] Voerns 1512-1513 doodschuld betaald tijdens het leven.
Voorne, Heer Herman Voern priester 1450-1451 intredegeld.
Voorne, Heer Willem Voerne 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Henrick Vorne 1508-1509 doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Henryck Voerne 1496-1497 intredegeld.
Voorne, Jonffrouwe Griet Voerens 1555-1556 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Jutta Voerne 1496-1497 intredegeld.
Voorne, Marten Voern 1492-1493 doodschuld betaald na de dood.
Voorne, Marten Vorne en Yut [Jutte] uxor 1460-1461 intredegeld.
Voorst, Goessen van der Voert en Mechtelt uxor 1475-1476 doodschuld betaald tijdens het leven.
Voorst, Goessen van Vorst en Mechtelt uxor 1459-1460 intredegeld.
Vorden, Alit van Vorden 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Vorden, Geze van Voerdel 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Vrijdach, Ruerick Vridach 1470-1471 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Vrijdach, Ruerick Vridach en Margriet uxor 1461-1462 intredegeld.
Vroede, Her Henrick Vroeden presbiter in Campen 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Vroeden, Geze 1468-1469 intredegeled.
Vroeden, Her Henrick Vroeden priester 1469-1470 intredegeld.
Warendorp, Dominus Johannes Scuffurt de Warendorp 1508-1509 doodschuld betaald tijdens het leven.
Warners, Jacobus Warners et Lubba uxor 1479-1480 intredegeld.
Warners, Jan Warners soen 1485-1486 doodschuld betaald na de dood.
Warners, Jutte Werners 1499-1500 doodschuld betaald na de dood.
Warners, Lubbe Warners 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Warners, Mariken Werners 1533-1534 doodschuld betaald na de dood.
Waten, Meester Jan Waten 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Wede, Dominus et magister Johannes de Wede priester 1457-1458 intredegeld.
Wede, Tydeman van der Weede 1459-1460 doodschuld betaald na de dood.
Wede, Tydemannus de Wede en Ghese filia 1457-1458 intredegeld.
Wede, zie Alit Jan Schoenmekers.
Wenemers, Heer Henrick Wenemaers presbiter 1464-1465 intredegeld.
Wenemers, Heer Wouter Venemenss 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Wenemers, Her Wouter Venemers 1473-1474 intredegeld.
Werden, Aleit Jans wyff van Weerden 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleit van Weeden 1477-1478 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleit van Werde 1477-1478 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleyt Jans uxor van Werden 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleyt Jans wyff van Weerden 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Werden, Aleyt van Worden 1489-1490 intredegeld.
Werden, Jan van Weerden [Werden], 1465-1466 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Jutta van Werden Andries Haengreefs wyf 1476-1477 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Meester Andries van Werden 1484-1485 doodschuld betaald na de dood.
Werden, Meester Peter van Werden 1491-1492 intredegeld.
Werve, Gheze van den Werve 1469-1470 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Wever, Fyssy Arnt swevers weduw 1473-1474 doodschuld betaald na de dood.
Wichers, Aleit 1476-1477 intredegeld.
Wijse, Aleit die Wyse – Henrick Hoppenbrouwers wyff 1480-1481 intredegeld.
Wijse, Tielman die Wyze en Aleit uxor 1478-1479 doodschuld betaald tijdens het leven.
Wijse, Tydeman Wyze en Aleydis de Hasselt uxor 1475-1476 intredegeld.
Willems, Dominus Timannus Wilhelmi 1508-1509 doodschuld betaald tijdens het leven.
Willems, Ermgart Willems dochter 1461-1462 intredegeld.
Willems, Magister Altetus Wilhelmi 1482-1483 intredegeld.
Willems, Magister Altetus Willelmi 1483-1484 doodschuld betaald na de dood.
Wilsem, Lisbeth Jans wyff van Wilshem 1479-1480 intredegeld.
Wiltinck, Ghese Wiltynx 1495-1496 intredegeld.
Wiltinck, Heer Geerbrant Weltinck1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Wiltinck, Tyman Wyltinck 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Wiltinck, zie Geze Kruse.
Winter, Aleyt Wynters 1465-1466 intredegeld.
Witte, Alit Wit 1512-1513 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Femme Wytte 1520-1521 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Gerit Witte 1462-1463 intredegeld.
Witte, Gheert Wytte 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Witte, Heer Lubbart Witte 1489-1490 intredegeld.
Witte, Jacob Witte 1450-1451 intredegeld.
Witte, Jacop die Witte 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacop die Witte 1481-1482 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacop die Witte 1482-1483 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Witte, Jacop Witte 1468-1469 doodschuld deels betaald tijdens het leven en deels na de dood.
Witte, Margriet Witten 1456-1457 doodschuld betaald na de dood.
Woerden, Aleyt Jans wijf van Woerden 1459-1460 intredegeld.
Wolberts, Styne Wolberts dochter 1500-1501 doodschuld betaald na de dood.
Wolfs, Engela Wolves van Harderwyck 1475-1476 intredegeld.
Wolfs, Enghele Wolves 1501-1502 doodschuld betaald na de dood.
Wolfs, Geza Jan Wolfs maat [maagd] 1474-1475 intredegeld.
Zeelander, Bernt Zelander 1481-1482 doodschuld betaald na de dood.
Zeelander, Bernt Zelander schipper 1480-1481 achterstallige doodschuld betaald na de dood.
Zeelander, Bernt Zelanders cum uxore 1477-1478 intredegeld.
Zeelander, Greete Bernt Zelanders wedue 1481-1482 doodschuld betaald tijdens het leven.
Zijl, Aleit Cyels 1475-1476 doodschuld betaald na de dood.
Zijl, Aleit Siele 1474-1474 achterstallig intredegeld.
Zijl, Aleit Ziel 1479-1480 doodschuld betaald na de dood.
Zijl, Henrica Ziel 1466-1467 intredegeld.
Zijl, Meester Dirck then Ziel ende Beth Jonge uxor 1501-1502 elk het intredegeld.
Zonchenhoive, Henrick Peter Zonchenhoive 1501-1502 intredegeld.
Zwensbergen, Beernarda Bouwens [Boldewijn] wyf van Zweensberghen 1465-1466 intredegeld.
Zwensbergen, Bernarda de Staveren Bauwens [Boldewijn] wyff van Zwensbergen 1480-1481 doodschuld betaald na de dood.
Zwensbergen, Femy Boyens wijf van Zweensberch [Boldewijn van Zwensbergen] 1449-1450 doodschuld betaald na de dood.
- Schilder, K. (2019). De Kasboeken van de Onze-Lieve-Vrouwe-memorie in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kampen.6 Kampen: Stadsarchief Kampen.
