
Inventaris nummer 6
1483-1493
2016
[ ]
| Inhoudsopgave | |
| Inleiding | A |
| Bewerkte tekst van RAK, inv. nr. 6 | 1. |
| Alfabetisch register op persoonsnamen en beroepen | 298. |
| Alfabetisch register op topografische namen en instellingen in Kampen | 411. |
| – Straten | |
| – Huizen | |
| – Wijken, gebouwen, landerijen, water | |
| – Viswater | |
| – Kerken, kloosters, gasthuizen en andere instellingen | |
| Alfabetisch register op topografische namen buiten Kampen | 416. |
| Register op diverse zaken | 422 |
| – Scheepszaken | |
| – Scheepstypen | |
| – Steenovens, tichelwerk, handel in stenen | |
| – Boete in stenen ten behoeve van de stad | |
| – Producten | |
| – Tienden, peterspenningen, akkergeld, morgengeld | |
| – Munten en geld | |
| – Misdaad | |
| – Geestelijken | |
| – Functionarissen en ambachtslieden | |
| – Diversen | |
RAK 6 Inleiding
De Inventaris van het Rechterlijk Archief Kampen is opgenomen in J. Don, De Archieven der Gemeente Kampen, deel 1, en wel in een aanhangsel op de bladzijden 283-294.
Rechterlijk archief inv. nr. 6 is het eerste deel van de rubriek Getuigenissen en Gichten, dat in totaal 23 delen omvat, nrs. 6 t/m 28.
De delen 19 t/m 28 heb ik vroeger bewerkt en uitgegeven in de serie Kamper Genealogische en Historische Bronnen als nrs. 23N t/m 23W
De titel van deel 6 luidt: 1483-1493, getuigenissen van civiele en criminele zaken. Die titel is maar ten dele juist, want er staan in het register ook heel veel andere aantekeningen dan verslagen van afgenomen verhoren van getuigen.
Heel veel korte aantekeningen staan in de lijsten van hen die boeten moesten betalen voor allerlei begane overtredingen. Verder staan er verzoeken aan de Raad en geheugensteuntjes voor de stadssecretarissen in het register.
Het werk is hier en daar een beetje saai. De lijsten van boeten voor overtredingen beslaan soms tien of meer dichtbeschreven folio’s met aantekeningen van dezelfde soorten vergrijpen. Maar dat hoort nu eenmaal bij het bewerken van bronnen. Alles moet worden genoteerd, want soms zit in een aantekening van een enkele regel iets waaruit een opmerkelijk feit kan worden afgeleid.
Dateringen
Het register bestaat uit een aantal katernen die mogelijk bij her-inbinden hier en daar zijn verwisseld. Dat blijkt uit de dateringen, die vaak niet opeenvolgend zijn.
Alle dateringen heb ik vet gemaakt. Ook die waar in stukjes tekst wordt verwezen naar voorgaande of volgende jaren.
De handschriften
Door de vele doorhalingen en tussenschrijvingen is het register heel moeilijk te lezen.
Ook zijn stukjes tekst in de marges soms heel klein geschreven, zodat er af en toe naar moet worden geraden wat er staat. De vele afkortingen van namen en begrippen konden in de meeste gevallen door jarenlange ervaring met het bewerken van oude Kamper bronnen worden opgelost. Dat wat niet kon worden opgelost heb ik vervangen door puntjes of ik heb er vraagtekens achter gezet.
Hier en daar in de tekst heb ik foto’s van stukjes tekst opgenomen, evenals alle kleine tekeningen die de inschrijvers in de marges met de ganzenveer hebben gemaakt.
Het ego-document van de koopman Gert Andersz, geschreven in 1481 en in het register ingevoegd in 1484, is zo opmerkelijk dat ik het gedeeltelijk ook als illustratie heb opgenomen.
Ook folio 1, waaruit duidelijk blijkt dat het ontcijferen van de teksten niet eenvoudig was, heb ik als plaatje opgenomen.
Stadssecretarissen
De stad Kampen had vroeger meerdere secretarissen tegelijkertijd in dienst.
In de periode die het register beslaat, waren de volgende secretarissen werkzaam.
Hendrik Claasz, komt voor in de jaren 1481-1486 en daarna nog tot 1515.
Heiman Brant, komt voor in de jaren 1482-1491. Hij is vóór mei 1491 overleden.
Johan ten Water, wordt alleen aangetroffen in 1484.
Antonius Vrije, komt voor in de jaren 1485-1489.
Hendrik Buest, hij komt voor als secretaris in de jaren 1493-1494. Hij was tevens raadskapellaan.
Latijnse teksten
Losse woorden of enige samenhangende woorden worden in dit boek regelmatig aangetroffen. Deze losse woorden zijn met behulp van een latijns woordenboek en enkele andere hulpmiddelen wel te begrijpen. Voor het transcriberen en bewerken van een drietal langere akten in het latijn, waar ik niets van kon lezen, heb ik hulp gehad van mr. Caspar van Heel (via Wim Huijsmans). Ik dank hen voor hun inspanningen.
Coram
Het woord coram, dat in het register heel vaak wordt aangetroffen, betekent: ten overstaan van. Achter dat woord staan de namen van de schepenen die als dagelijkse bestuurders of rechters aanwezig waren. Omdat de secretarissen dikwijls alleen de voornamen van de dienstdoende schepenen noteerden, kan een lijst van raadsleden (schepenen en raden) uit de periode 1481-1495 opheldering geven.
In het alfabetisch register op de persoonsnamen zijn de namen van de dienstdoende schepenen niet opgenomen.
In het onderstaande lijstje zijn de jaartallen 1481- 1494 verkort weergegeven.
s = schepen, r = raad
| Naam | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 | 90 | 91 | 92 | 93 | 94 |
| Hendrik Pael | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r |
| Pelgrim ten Acker | s | r | ||||||||||||
| Bartolt van Wilsem | s | r | s | r | s | r | s | r | s | |||||
| Hendrik van Uterwyck | s | r | ||||||||||||
| Rotger Schere | r | s | r | |||||||||||
| Lodewijk Kruse | s | r | s | r | s | r | s | |||||||
| Pilgrim van Ingen | s | r | ||||||||||||
| Berent Morre | r | s | ||||||||||||
| Tide Clinge | r | |||||||||||||
| Timan van den Vene | s | r | s | |||||||||||
| Jacob van den Vene | r | s | ||||||||||||
| Wichman Budel | r | |||||||||||||
| Hendrik Kuinreturf | r | s | r | s | r | |||||||||
| Lubbert Peters | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r |
| Hendrik van Oenden | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | ||||
| Gosen Clinckenberch | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s |
| Arent van Holtsende | r | s | ||||||||||||
| Geert Borcharts | s | r | s | r | ||||||||||
| Gosen van Hattem | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r |
| Johan Voorne | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s |
| Geert Lose | s | r | s | |||||||||||
| Nanning van Duren | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s |
| Frederik Rijnvisch | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r |
| Albert Everts | s | r | s | r | s | |||||||||
| Johan van Roederlo | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | |
| Wolter Wolfsz | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | |
| Jacob Clinge | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||
| Ernst Witte | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||
| Roderik Putte | s | |||||||||||||
| Johan van den Vene | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||||
| Hendrik Hoppenbrouwer | s | r | s | r | s | |||||||||
| Lambert van der Hoeve | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | |||
| Claas Sulman | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | s | |||
| Heiman Maasz | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||||
| Berent Hendriks | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||||
| Johan Coops | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||||
| Gijsbert van Leeuwen | s | r | s | r | s | r | s | r | s | r | ||||
| Kerstken Johans | s | r | s | r | s | r | s | r | s | |||||
| Evert van den Vene | s | r | s | r | s | r | s | |||||||
| Roderick van Endoven | s | r | s | r | s | r | ||||||||
| Willem Morre | s | r | s | r | s | |||||||||
| Timan van Wilsem | s | r | ||||||||||||
| Claas Kruse | s | r | s | |||||||||||
| Bartolt van Wilsem Bzn | s | r | ||||||||||||
Panding en pandwering
Veel korte aantekeningen hebben betrekking op panding. Wanneer iemand zijn schuld niet kon of niet wilde betalen, mocht de schuldeiser goederen van de schuldenaar in beslag laten nemen. Dat werd panding genoemd. Vaak was de schuldenaar het er niet mee eens en verhinderde het halen van panden. Dat werd pandwering genoemd. Als die pandwering volgens het gerecht niet terecht was, kreeg de schuldenaar een boete van twee ponden. Werd er een tweede poging gedaan om panden te halen en werd er opnieuw pandwering gedaan dan liep de boete op tot 10 ponden. (Zie O.A.K, inv. nr. 6, Dat Gulden Boeck, fol. 53 en 53v).
Staat in de bewerkte tekst dat Johan Hendriks 2 ponden boete moest betalen van panding van Lijsken Jans, dan betekent dat dat Lijsken Jans de schuldeiseres was. Hoe het verder ging met pandneming of betaling van de schulden, is in dit register niet te zien. Sententies van het gerecht zijn van vóór 1523 niet bewaard gebleven.
Geldleningen en rentebetalingen
Iemand die onroerend goed kocht en dat niet direct kon betalen, moest geld lenen. Tegen geld uitlenen voor rente had de kerk vroeger bezwaar. Dat bezwaar werd ondervangen door aan de geldschieter een jaarlijkse rente te verkopen. Als er bijvoorbeeld 100 gulden moest worden geleend dan verkocht de lener aan de geldverstrekker een jaarlijkse rente van 5 goudguldens.
De rente in dit voorbeeld beloopt dus 5 procent. Dat was in de tijd die dit boek beslaat normaal. Die 5 procent (of soms ook we een iets lagere of hogere rente) werd in de akte, die in feite een hypotheekakte was, niet genoemd. In de akte staat wel dat de lening kon worden afgelost met een veelvoud van het bedrag van de jaarlijkse rente. Er staat dan, als we het voorbeeld nemen van 100 gulden tegen 5 procent per jaar: te lossen met 20 penningen 1 penning of er staat: te lossen met de penning 20. Dat is dus 20 keer het rentebedrag.
Criminele zaken.
Zware misdrijven zoals moord en doodslag worden in dit register maar weinig vermeld. De meeste veroordelingen betreffen veel voorkomende zaken die door de schepenbank met een boete werden afgedaan.
Binnen en buiten keur
Het raadhuis was het centrum van de macht. Daar in de buurt moest het rustig blijven.
Een gebied rondom het raadhuis werd aangeduid als binnen keurs. Dat gebied strekte van de IJssel, door de Sint-Jacobssteeg, dan rechtsaf de Hofstraat in tot de Broederstraat, daar linksaf tot de Broederkerk, dan weer rechtsaf door de Buiten Nieuwstraat tot aan de Houtzagerssteeg en via die steeg en de Marktgang tot de aan de IJssel.
De bepaling over binnen en buiten keurs is te vinden in Het Boeck van Rechte onder anno 1352. (Zie de gedrukte uitgave van de V.O.R.G., blz. 42).
Bij nagenoeg alle misdrijven staat geschreven of die binnen of buiten keurs gepleegd zijn.
Het toedienen van een vuistslag buiten keurs werd beboet met 2 ponden, gebeurde dat binnen keurs dan werd een boete van 20 ponden opgelegd. Voor het uiten van strafbare woorden buiten keurs kregen de daders een boete van 2 ponden. Binnen keurs bedroeg de boete 10 ponden.
Misdaden bij dag of nacht
Er werd ook onderscheid gemaakt bij het opleggen van boeten tussen misdaden gepleegd bij dag en die welke bij nacht gepleegd werden. Voor een misdaad die bij dag gepleegd werd en waarvoor een boete van 100 stadsponden werd opgelegd, werd een boete van 200 stadsponden opgelegd als die bij nacht werd gepleegd.
Andere vergrijpen
Als er hondsdolheid gesignaleerd werd, moesten honden binnen blijven en moesten loslopende honden door de hondenslager worden afgemaakt. Boeten “voor een hond” bedroegen 100 schillingen.
De was laten bleken waar dat niet was toegestaan werd beboet. Na sluitingstijd blijven hangen in een herberg werd ook beboet, evenals een groot aantal andere kleine overtredingen.
De secretarissen schreven soms in cryptische en heel korte bewoordingen waar het over ging.
Uit nachtzitten of post tempore, van een hond, woorden, vuistslag, wond binnen, wond buiten en veel andere kreten moet je als bewerker een misdrijf of overtreding destilleren.
Boete in gangbare munt
Het is vaak moeilijk om te bepalen in welke soort munten de boeten moesten worden betaald.
Als een secretaris “kr” achter een bedrag schreef, was voor tijdgenoten duidelijk dat het om een soort stuivers ging die “kromstaarten” werden genoemd. In het register komen tientallen verschillende muntnamen voor, waarvan enkelen merkwaardige namen hadden, zoals blauwleien, botdagers, braspenningen, griffioenen, plakken, schilden, stoters, vleemsen, vuurijzers en woecheijen. In de numismatische literatuur kan bijzonderheden over deze munten worden gevonden.
In de indexen heb ik een lijst van alle in dit registers aangetroffen muntnamen opgenomen.
Schepen en scheepvaart
In dit register is veel te vinden over scheepstypen en scheepvaart. In de betreffende periode gebeurden er uiteraard ongelukken op zee. Veel lading ging verloren door stormen waarbij schepen lek sloegen. Ook gebeurde het dat een deel van de lading overboord werd gegooid om de diepgang te verminderen. De kosten van het werpgeld, zoals vergoeding voor overboord gegooide goederen werd genoemd, moesten door de reders worden gedragen.
In hoge nood werd soms door de bemanning een bedevaart naar een heiligdom beloofd als het schip behouden bleef. Om wie die bedevaart moest afleggen, werd meestal geloot. De reis- en verblijfskosten moesten door de gehele bemanning worden gedragen. Onder nr. 472 staat een aantekening waarin een degelijke bedevaart wordt besproken. Toen er moest worden onderhandeld over de kosten van een bedevaart naar Sint Jacob, zei de schipper dat hij die zou opvragen aan deskundigen in de eerste haven die zij zouden aandoen.
Veel is ook te vinden over lek geslagen schepen, aanvallen door zeerovers en vijanden van de Hanze en van de stad Kampen, bedorven lading, beladingsschema’s, aanwerving van zeelieden, hoogte van de gages en andere zaken.
Een grote ramp vond plaats bij Helgoland, waar het schip van Evert Dodensz, dat geladen uit Riga kwam, op de kust van Helgoland met man en muis verging.
In dit register worden een twintigtal scheepstypen genoemd. De meeste typen zijn in de literatuur over scheepvaart terug te vinden. Het scheepstype dat tremeke werd genoemd, vond ik nergens anders dan in Kamper bronnen.
Steenbakkerijen
In de omgeving van Kampen, met name in de buurt van Zalk, stonden langs de IJssel steenbakkerijen. In het Vordebroek, dat langs de IJssel tegenover Keulvoet lag, stond ook een steenbakkerij. Tichelwerken werden die bakkerijen genoemd. Namen van steenbakkers komen voor en ook treffen we in dit registers onderhandelingen over leveranties van stenen aan. Er werden grote stenen gebakken, middelstenen en stenen in nieuwe formaten. Ook werden er dakpannen vervaardigd.
De steenbakkerijen hadden in de 15de eeuw veel werk met het leveren van stenen aan overtreders van de wet. De stad legde die lieden dikwijls boeten in stenen op. In de jaren 1483-1493 werden ongeveer 250 duizend stenen door de boetelingen aan de stad geleverd.
Soms werd er bij vermeld dat ze moesten worden afgeleverd op door de muurmeesters aangewezen plekken.
In de indexen achter in dit boek is een lijst opgenomen van alles wat met vervaardiging en levering van stenen te maken had.
Producten
De lijst van producten waarin werd gehandeld, bevat ongeveer 70 namen. De meeste handelstransacties gaan over rogge, gerst, haver, hazelnoten, vlees, vis, en andere voedingsmiddelen. Ook in bier bestond een levendige handel, evenals in hout, metaal, smidskolen, potas, azijn, geschut, huiden, kalk en hooi.
Heel bijzondere zaken die werden verhandeld waren amber en een edelsteen.
Zie voor de handel in deze producten de lijst met vondstplaatsen in de indexen. De inhoudsmaten en gewichtsmaten, evenals de prijzen van de producten heb ik daar ook genoteerd.
Bijzondere zaken
De laatste rubriek van de indexen bevat een lijst van verschillende interessante zaken.
Bedevaarten naar Rome en Jeruzalem, stedelijke bepalingen, wetten en andere zaken worden genoemd. Wat bedoeld wordt met het ontduiken van de blauwe en witte roertol, is mij tot op heden niet duidelijk. Roertol was een tol (belasting) op schepen met een roer. Iets algemeens dus, maar wat was blauwe en witte roertol ?
Indexen
Achter in dit boek staan alfabetische registers op namen en beroepen, topografische namen in en buiten Kampen en diverse zaken.
Bij veel personen staat een beroepsnaam achter de persoonsnaam. Van heel veel personen is het niet duidelijk of ze, om maar een voorbeeld te noemen, bakker zijn of bakker heten.
Daarom heb ik, ook weer als voorbeeld, Johan Jansz Backer opgenomen onder Jansz en onder Backer.
De nummers achter de namen in de alfabetische registers hebben betrekking op door mij volgens eigen inzicht aangebrachte aktennummers.
Het alfabetiseren op bladzijdenummers heeft een groot nadeel. Omdat ik alle namen gestandaardiseerd wilde opnemen, was het veel te omslachtig om de tekstverwerker bij het alfabetiseren te gebruiken. De meeste namen zouden dan met verschillende spellingen in het register komen. Dat is voor de gebruiker erg lastig, want dan vind je de naam Hendrik ook in het register als Heinric, Henric, Henricus, Henrick.
Het voordeel van het gebruik van aktenummers is ook dat de verwijzing goed blijft als je naderhand nog iets wilt toevoegen of wanneer je de marges anders wilt instellen.
[ ]
Rechterlijk Archief Kampen, inv. nr. 6
Getuigenissen 1483-1493
Depositiones testium
Coram Johan Voirne en Geert Lose.
Nr. 1
Fol. 1. 24 augustus 1483, Jutte van Roerlo, Armgart Jonge, Wobbeken Rynvisch, Ghese van Ensse en Ffie Schoenenberg verklaren dat Alijd Guede Geerts vrouw geboren is als dochter van wijlen Dirck Wise en zijn vrouw Ffie, die wettig gehuwd waren.
Nr. 2
Jacob Jansz en Aernt Nagel verklaren dat zij omstreeks Pasen laatstleden er bij waren toen het contract over het land werd gemaakt tussen Kerstken Symonsz, Henric Woltersz en Gerbrant Bringman. Er werd toen bepaald dat als Kerstken borgen zou stellen aan Henric en Gerbrant, hij de helft van het land mocht aantasten.
Nr. 3
Rueric van Endoven verklaart dat hij aan zijn zoon Marten van Endoven voor de nalatenschap van wijlen diens moeder Alijt drie huizen en erven op de Vloeddijk geeft.
Deze huizen liggen bij elkaar tussen de huizen van Eefze Knigge en Marten Voerne en strekken van de Vloeddijk tot aan de naaste wetering. Hij geeft hem ook nog een huis op de Vloeddijk gelegen tussen het huis van Eefze Knigge en Johan Potter, strekkende van de Vloeddijk tot de wetering voornoemd. Uit de huizen gaat een jaarlijkse tins. Uit twee van de huizen, die Mense Verver gebruikt, gaat 6 heren ponden erftins. Uit het derde huis gaat1 een losrente van 18 heren ponden, die mag worden gelost met 20 penningen voor 1 penning. Uit het huis naast Johan Potter gaat twee pond erftins en acht pond losrente. Marten bedankt zijn vader voor de erfenisdeling. Coram Nannyng en Albert Everts. [De akte is doorgehaald.]
Nr. 4
11 september 1483, Johan Willemsz, Wolter Johansz en Willem Lambertsz verklaren dat zij en hun scheepskinderen [bemanning] met hun schip onder Noorwegen aan het vissen waren en daar toen twee aamvaten wijn uit zee haalden. Zij brachten die wijn mee naar Kampen, waar zij er een toike [schenkkan] mee vol schonken, die zij aan de Oord aan land brachten. De schout van Ens bezag de wijn als eerste en legde er beslag op. Coram Beernt Morre en Albert Evertsz.
Nr. 5
Geert Ffredericsz, Rolof Floris en Claes Ryckmansz verklaren dat Johan Daymsz zich had verhuurd als stuurman op het segenschip op de Wriver, eigendom van Bernt Wolt.
Hij was daar op en af en heeft zijn functie gedurende vier of vijf weken niet waargenomen. Hij is ook een nacht weggebleven.

Folio 1
Nr. 6
23 september 1483, Henric Sasse verklaart dat hij er als dedingsman bij geweest is op dinsdag na Nativitas Marie in Amsterdam in de Rogge, waar Ghijsbert Hoyer en Geert Wynkensz hun schepen ruilden. Ghijsbert zou aan Geert voor diens schip 75 rijnse guldens toegeven, te betalen in twee termijnen, namelijk de helft op Sint Maarten in de winter aanstaande en de andere helft op Sint Marten in de winter van het jaar 1483. Er waren toen in Amsterdam meer getuigen bij. Coram Beernt Morre en Albert Evertsz.
Nr. 7
Fol. 1v. Voor burgemeesters, schepenen en raad van Kampen verschenen Johan Voirne en Wyllem Sloyer, die keurnoten waren geweest van het gerecht van Wilsum, om een getuigenis te geven in opdracht van het gerecht.
Zij verklaarden dat in het gerecht van Wilsem was verschenen Willem Zijll, welke daar Pauwel Henrixz (waarvan Wycher Rensinck voorspraak was) aansprak voor 58000 middelstenen, vier rijnse guldens en twee “scimmen”. Willem deed zijn aanspraak bij het klimmen der zon en won (met zijn voorspraak) het uitgesproken oordeel.
De schout heeft Willem er op gewezen dat hij zijn recht niet moest verspelen en zijn gerechtsgeld moest voldoen. Pauwel verscheen niet bij het klimmen der zon. Daarop heeft Willem de schout gevraagd de zitting weer te openen en hem verwin te geven.
Daarop heeft de schout Pauwel driemaal formeel gedaagd en het recht vervolgd zo het behoorde, doch de zaak uitgesteld tot het oordeel zou worden besteed. Daarop verliet de schout de bank zonder het oordeel te willen besteden. Willem liep hem na en eiste dat hij terug zou komen om het oordeel te besteden, maar hij wilde dat niet. Daarna voer Willem over de IJssel en haalde Pauwel bij het dalen der zon. Zij kwamen om één uur terug in het gerecht.
Hier waren bij als bijzitters Vrerick van Diepenbroeck en Wycher Rensinck. Coram Bernt Morre en Henric Oenden.
In hetzelfde gerecht verscheen Wynandus van Elsen met Vrerick van Diepenbroeck en Albert Henrixsz al getuigen en verklaarde dat Willem Zijll aan de schout vroeg om zich uit te spreken over het verwin dat hij had gevraagd. De schout wilde dat niet.
Nr. 8
Yelis van Scharpensiel, Peter de kistenzitter en Egbert de knecht verklaren dat zij niet weten wie het eerst de slag of steek gaf. De kaarsen waren al uitgemaakt, zodat zij niet zagen wie er begon. Coram Gosen en Freric Rynvys.
Nr. 9
Op donderdag na Pasen 1484, zijnde 22 april, heeft Jutthe, de dienstmaagd van heer Evert van Cralen, voor een periode van een jaar verhuurd aan Peter Johansz een huis in de Oudestraat nabij Johan Jacobsz, voor 9 heren ponden per jaar. Peter zal de vloer en andere zaken die hersteld moeten worden zelf repareren. Hij krijgt een bedstede geleverd.
Voor de wijnkoop werd een kwart heren pond gegeven in het gelag. Hier was Johan van den Werve bij.
Nr. 10
Fol. 2. Ymme Everts en Hille Aernts verklaren dat het pond dat Elsebe Gaspers heeft uit het huis van Gese Nannings in de Hagen de eerste tijns is. De tweede tijns is het pond dat het Sint-Geertruidengasthuis er uit heeft. Verder verklaren zij dat Nanning Claesz hen heeft gezegd dat Alyd Wise een brief heeft van 2½ heren ponden per jaar, gaande uit het gehele huis, waar Alyd zelf vijf oord pond van toekomt en het Heilige-Geestgasthuis de andere vijf oord. De vijf oord had Jacob Wise van Willem van Dort. Alyd zal de brief tonen.
Nr. 11
In het gerecht verschenen Albert Evertsz, Henrick van den Berge, Henrick Mathijsz, Aelt Henrixsz, Andrees Hanegreve en Dyrck Goltsmit, welke verklaarden dat zij in de kwestie tussen onze inwoner Johan Samson en Peter Koelen van `s Hertogenbosch hebben bemiddeld. Het ging om een vordering van 22 enkele gouden rijnse guldens en om de overdracht die gedaan was door heer Philips van Wassener. De zaak is
afgehandeld en zal nergens anders worden voortgezet. Mocht Johan er achter komen dat hij nog een verdere vordering op Peter had, zou hij hem een half jaar van tevoren zeggen dat hij verder wilde rechten. Daarvoor belooft Peter dat hij dan voor het gerecht zal komen in Deventer, Kampen of Zwolle.
Nr. 12
[Losse aantekening] Er aan denken als men ons schrijft over het paalgeld.
Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Kampen oorkonden aan allen die deze open brief zien of horen lezen en in het bijzonder de schout en schepenen van `s Hertogenbosch, dat voor hen waren verschenen Albert Evertsz, Henrick van den Berge en anderen, onze burgers, die met recht waren gedaagd om een getuigenis der waarheid te geven. Zij verklaarden onder ede dat onze burger Johan Samson en Peter Koelen uit `s Hertogenbosch onenigheid hadden die door toedoen van hen is bijgelegd. Het ging om een vordering van 22 enkele gouden rijnse guldens en een opdracht van heer Philips van Wassener. Er zouden over en weer geen verder eisen van kosten e. d. worden gedaan.
Nr. 13
Verklaring op een vraag. Claes Johansz en Pauwel Jansz verklaren dat zij er bij waren en hoorden tijdens de wachtdienst dat Poitman de drager tegen Wessel de waker scheldwoorden gebruikte. Hij schold hem uit voor boef en schelm en zei dat hij de dag zou loven waarop Wessel “wippen” zou.
Nr. 14
Geert Schumer heeft een partij rogge uit Deventer gehaald die Johan Albertsz in een Hollands schip, gevoerd door Symon van Edam, heeft overgeladen. Dit heeft Jan Claesz uit Kuinre, die vaart met Henric Claesz, verklaard.
Nr. 15
Wycher van Eylde uit Groningen heeft hier een partij wijn gebracht. Hij heeft daar borgen voor gesteld omdat hij werd aangesproken voor een som van 100 rijnse guldens.
Evert de Schulte staat er borg voor dat Wycher weer voor het gerecht zal komen. Coram Nannyng NN en Henric Kunreturf.
Nr. 16
Fol. 2v. [Losse aantekening] Dele Geert Rehagen bekent Jan Hermansz.
Lambert Pelser, Lamme Schonenberges, Alyt van Olst, Griete Goltsmits en Griete Plaete verklaren dat Biele Backers de goederen en het gereedschap uit het huis van haar overleden dochter heeft gehaald.
Nr. 17
In de zaak tussen Ysbrant Baers en Lyssbet, de weduwe van Arnts ten Holte.
Nanne Volckers en Derck Kannegieter verklaren dat zij niet hebben gezien dat Ysbrant Baers aan Laurens Jansz het geld toetelde waar zij onenigheid over hadden. Zij hebben
ook niet gehoord dat toen het huisraad werd verdeeld er mensen waren die op Arnt ten Holte nog een vordering hadden. Coram Goesen NN en Wolter NN.
Rembolt Remboltsz verklaart dat hij heeft gehoord dat Ghelpert Johans dreigde om cleyn Gerreken een kan tegen zijn hoofd te gooien. Hij gebruikte ook dreigende taal tegen Gerreken.
Hermen Jansz, Henric Messemaker en Willem Potter verklaren dat zij zaten te drinken en toen zagen dat Berent de smit en Albert Lambertsz de smidsknecht elkaar wilden aanvallen. Zij werden door anderen uit elkaar gehaald. De hoike van Albert kreeg een scheur, maar getuigen weten niet wie dat deed.
Nr. 18
[Losse aantekening] Louken rijnschipper kreeg 10 ponden boete voor gebruik van strafbare woorden. Zijn borg was Ghise Blanckert.
[Losse aantekening] Henric Jacobsz, Geert Jacobsz [doorgehaald]
Jacop Wichers in Dronten is uitgeklopt voor het toebrengen van een wond.
Gise Blankert staat borg voor de boete van Lambert Jansz van Deventer, die deze kreeg voor het toebrengen van een wond. De boete mag worden betaald in drie temijnen. Johan Westfeling beloofde om Gise schadeloos te houden.
Van Keulvoetswater en ander water. Andries Vierholt pachter. Zijn borgen zijn Gert Heymensz, Henric Wolters in de ramen, Herman van Rijssen en Aernt Rycmansz.
Nr. 19
Fol. 3 [meegebonden briefje met onleesbare woorden in de kantlijn en veel doorhalingen]
Lambert Mesmaker Jacobssoen 2 pond van Johan Lubbertsz geboden. Komt niet voor.
Femme de vrouw van Bernt Morre. Mombers Bartolt van Wilsem en Jan van Thie.
Johan Roese en zijn vrouw verklaren dat zij hebben verkocht aan Geert Jansz de bakker en zijn vrouw een huis en hof op de Steendijk. Er gaat een heren pond jaarlijkse rente uit.
Schrijven [?] aan de drost en aan Johan van den Cloester
Albert Yaele en Geert ten Kaete hebben de zoon gedwongen om te zwijgen. Zij gaven een gulden in het gelag.
Luyken Aertsz uit Broickhusen, Henrick Luykensz, vanwege te klooster te Dickninge.
Willem Petersz en zijn vrouw Reynkens.

Folio 3
Nr. 20
Johan Daymsz en zijn vrouw Gertruit. In te manen van Jan Ottensz, burger van Emmerich, 6 koopmans rijnse guldens die hij schuldig is van appels en 2 koopmans rijnse guldens en een braspenning van een half vat aal dat hij van hen gekocht heeft.
Johan Albertsz rijnschipper verklaart dat hij aan Herman Egberts tot onderpand gezet heeft zijn huis en erf in de Hagen op de Oord voor een schuld van 7 koopmans rijnze guldens en drie stuivers. Uit het huis gaat een jaarlijkse rente van 5 heren ponden.
Johan Stryprock.
Nr. 21
Fol. 3v. Roloff die Voss moet voor de schade die hij onze burgers heeft toegebracht vanaf zijn huis te Putten en voor de schade die hij de stad Kampen heeft toegebracht 600 gouden rijnse guldens geven. Daarvan moet hij voordat hij uit de gevangenis wordt ontslagen 400 gulden geven in gereed geld en voor de overige 200 gulden moet hij borgen stellen vóór de eerste mei aanstaande.
De stad Kampen wil de steden Harderwijk, Hattem en Elburg ook bewegen om Roloff los te laten na het doen van een behoorlijke oervede, waarvoor hij ook goede borgen moet stellen waarmee die steden tevreden kunnen zijn. Als de stad Kampen dat niet met de drie steden voornoemd kan regelen, dan gelden de voorwaarden niet en blijven alle
partijen bij hun recht. Hiermee zullen de twee knechten van Roloff vrij en los verklaard worden.
Nr. 22
Fol. 4 [Meegebonden briefje]
Goede vrienden. Omstreeks Pasen laatstleden hebben wij u geschreven om onze inwoner Claes Johan Heymensz , die bij u in de gevangenis zit, los te laten. Hij was op onze stromen en vrijheid onbehoorlijk door de uwen gevangen genomen.
U schreef daarop terug dat Claes op onze stromen samen met heidenen gevangen genomen was, dat hij volgens u zelf bekend heeft.
Bij ons in het gerecht verschenen daarna Johan Claesz, Henrick Wonder en Johan Evertsz, onze burgers, welke onder ede verklaarden dat zij gezien hebben dat Claes op onze stroom in onze vrijheid tussen de buitenste en de middelste ton gevangen genomen is. Wij hadden dat van u niet verwacht en beschouwen dat als een onbillijke en onbehoorlijke daad.
Wij kunnen dat niet toestaan en zullen alles doen om Claes los te krijgen. Wij doen aan u, goede vrienden, nogmaals de oproep om hem vrij te laten. Claes is samen met zijn familie in Kampen woonachtig en nergens anders.
Nr. 23
Fol. 4v. Schipper Peter van Lewerden[doorgehaald] 7 of 8 tonnen. Borg is Alpher op het tolhuis.
In Alpher Petersz huis 8 of 9 mudden opgeslagen door de Friezen.
In Johan van Roerloe`s huis 1½ mud die toebehoort aan een Fries.
In het huis van Jacop van Sutphen 1 mud opgeslagen door een Fries.
In het tolhuis zijn 3½ mudden opgeslagen door een Fries.
In Rolof Ottensz huis een vat met ongeveer 2 mudden, toebehorende de harnasmaker in Leeuwarden.
Nr. 24
De schout tussen Sweer Willemsz en Maes Evertsz en Dirck Glasemaker van den vrienden naastkomende 14 dagen voor pensie.
Een schipper van Edam heeft 20 mudden in het huis van Meynert, de man van Celie Tassche.
in het huis van Rolof Otten liggen 4 tonnen en 2 zakken van een Fries.
Willem Hermansz van Bolsward 15 mudden rogge en 2 tonnen. Borg is Johan Lijnslager.
Vier halve grove vaten met rogge in Ghise Blankers huis, toebehorende aan een Fries.
In Bolhoerns huis in de Hagen 2 mud van een man uit Edam.
Bij Berent in de nieuwe herberg 6 mudden rogge en 1 mud boekweit van de man van Tessel.
Nog 4 mudden boekweit.
Twee mudde bij Celie Tassche van een man uit Vlieland.
In Willem Viskens huis 2 mudden weite van Jan Blomert uit Kuinre.
Twee mudden boekweit van een man uit Edam bij Jan Coppers in de Nieuwstraat.
Nr. 25
Fol. 5. Er is onenigheid tussen Johan Sulman en Aerent Claesz over de tienden die Johan heeft uit het land waarop Claes woont.
Aernt verklaart dat hij zijn vrouw naar Johan heeft gezonden om te zeggen dat deze de tienden van de gemaaide rogge kon halen. Op de eerste dag werd het twee maal aangezegd en op de tweede dag voor de derde keer. Omdat er van Johan niemand kwam om de roggetiende te halen en omdat het nat weer was, heeft Aerent met zijn buren van beide zijden, te weten Hermen Koster en Henrick Johansz, de roggetiende uitgezet. Dat was voor de rogge van het land werd gevoerd. Dat was volgens landrecht toegestaan. De beide buren willen er wel de eed op doen. Zij verklaren verder dat Johan zijn roggetienden van het land haalde voordat Aerent zijn rogge had afgevoerd.
Coram Henric Kuenretorff en Gossen Klinckenberch.
Wenemer van Aernsberge en Ffreric de knecht van Grete Koeckenbackers verklaren dat zij hebben gezien toen zij de weite uit het schip losten, dat er twee zakken bleven liggen.
Men heeft een man zijn boete kwijtgescholden.
Nr. 26
Gheert Eversborch verklaart dat Katherine Symons hem riep om in het huis van Johan Gheertsz te komen. Zij zei daar tegen hem dat zij haar broeder Jacop vier halve lakens gaf ter afkorting van het geld dat hem schuldig was van rente.
Henrick Berentsz verklaart dat Katherina Symons hem een heren pond heeft betaald voor de kost die haar broeder Jacop hem schuldig was.
Albert Claesz verklaart dat Jacop Jansz hem bekende dat zijn zuster Katharine hem vier koopmans rijnse guldens had betaald in mindering van de pacht die zij hem schuldig was met ingang van laatstleden Sint-Martensdag.
Katharine, de vrouw van Albert, verklaart hetzelfde.
Anno 1483 den 27 sten januari. Onduidelijke bepaling over betaling in philipsguldens en carolusguldens.
Inde zaak van het halve rund.
Lubbert Vrerycksz en Berent Jansz verklaren dat Otto Hermsz verleden herfst aan Evert Baers een half rund van 143 ponden had geleend.
Geert Bruynsz verklaart dat Otto Hermsz verleden herfst aan Evert Baers een half rund had geleend. Hoeveel dat woog, weet hij niet.
Anno 1482 penultima augusti, Goicken Henrixsz rijnschipper bekent Jan Albertsz rijnschipper 28 koopman rijnse guldens. Te betalen in twee termijnen, namelijk de eerste termijn op aanstaande Sint Maarten in de winter en de twee termijn op Sint Maarten anno 1483.
Jan Eversz bekent schuldig te zijn aan Henric Ricolt een erfelijke rente van een oud schild te Brunnepe zoals te zien is in de brief.
Nr. 27
Fol. 5v. Hermen Kruse en Henric van den Vene waren gekozen tot scheidslieden van Boilman van Holtsende, die een doodslag had begaan aan Johan Gruter. Zij konden het echter niet eens worden met de scheidslieden van de zijde van wijlen Johan Gruter, te weten meester Johan Geye en Johan then Toirne, en stelden voor om er een overman bij te kiezen. Daar wilden Geye en ten Thoirne voorlopig niet mee instemmen. Coram Albert Evertsz en Wolter Wolffsz.
Nr. 28
Kerstken Jacopsz van Vredelant verklaart dat Claes Louwensz van Abcoude te Vredeland door de maarschalk aldaar gevangen was genomen.
Claes kwam met zijn vader en andere familieleden in de voornoemde stad en verzocht hem volgens landrecht borgen te laten stellen. Dat wilde de maarschalk niet. Hij liet hem in de gevangenis zetten. De volgende dag heeft de vader van Claes naar Kerstken voornoemd een bode gezonden om te vragen of hij zijn zoon kon vrijkopen. Hij wilde zijn zoon daar niet laten zitten. Daarop ging Kerstken naar Johan uut den Ham (de maarschalk) en heeft Claes vrijgekocht voor 100 rijnse guldens. Kerstken heeft deze som aan de maarschalk en aan joffer Uut den Ham toegeteld.
Nr. 29
Meester Henric ther Stege verklaart dat hij heeft gehoord dat Jacop Boymensz zei tegen Johan van Gelre zei “wat sal ick u vanden dieff seggen”, ik heb wel betere mensen als jou naar Seveningn zien brengen.
Johan Aerntsz en Jacob Vrese verklaren dat zij dat ook hebben gehoord.
Gotschalck de bierdrager heeft wel gemerkt dat zij onenigheid hadden, maar hoorde niet dat Jacob tegen Johan zei dat hij een dief was.
Nr. 30
Tusschen Aernt Becker ende Heile Hermans
Kerstken Beck, Aernt van Bessen en Hessel Monnick verklaren dat zij een overeenkomst hebben gemaakt over land van het derde slag van der Cruishoep. Dit land, met huis en berg deed Aernt Beck voor een periode van zes jaar over aan Hessel Monnick voor 29 heren ponden per jaar. Hessel zou aan Aernt deze 29 heren ponden betalen. Dit heeft Johan Hermensz mede ontvangen.
Hessel Monninck verklaart ook dat de op het erf staande wilgenbomen mede in de overeenkomst genoemd werden. Coram mr. Tyman, Lubbert Petersz, Jacob Klinge.
Moy Freric en Evert Witte zijn beboet voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Hun borg is Freric Rolofsz.
Ide van Haarst wil aan Gert Lose aflossen een kapitaal van 20 gouden rijnse guldens voor een jaarlijkse rente van 1 gouden gulden, die zijn zuster Jutte van Beyeren voor haar gekocht heeft. Te betalen of af te lossen op Pasen.
Fol. 6. [klein los briefje]
Gesse Koeners heeft de stad Kampen 150 gouden rijnse guldens geleend. Daarvan wil zij een brief [akte].
Fol. 6v. Aantekening over ontvangsten.
Summa van het zesde deel van de ontvangsten van [?]
4591 ponden en 47 plakken.
Summa van de uitgaven 3659 ponden [doorgehaald]
Nr. 31
Fol. 7. Over de doodslag op Hermen Rolof Ottenssoen.
Wynken Wessels verklaart dat hij in de wijnkelder kwamen zag dat Otte Rolofsz en zijn broeder Herman staken naar Aernt Kroeser en zijn broeder Henric, welke zich verdedigden. Hij heeft niet gezien dat er een van hen geraakt werd. Hij heeft wel gezien dat toen Herman zijn kleren uitdeed dat hij drie wonden had opgelopen, te weten een aan zijn hoofd, een achter aan zijn schouder en een voor aan zijn schouder, die ongeveer twee vingers lang was. Wynken veegde hem het bloed van de borst. Herman was niet in de borst gestoken. Hij heeft Henric even tegen kunnen houden en zag toen dat het lemmet van diens mes driekant was.
Lucie verklaart dat zij in de avond Herman tot op zijn hemd uit heeft gekleed en toen zag dat hij drie wonden had, namelijk een in zijn hoofd, een in zijn arm en een boven bij zijn hals; dat was een grote wond.
Grete van Urck en Gerbrich Bruyns verklaren dat zij hebben gezien dat de dode man werd onderzocht. Zij hebben het bloed uit zijn hemd gewassen. Zij zagen dat hij drie wonden had, te weten een kleine wond midden in de borst, een grote wond op de schouder en een wond in de hals. Grete dacht dat de wond in de borst het ergste was, want die bloedde erg. Hij had ook nog een klein wondje in de borst, maar die was nauwelijks door het vel gedrongen. Het kon ook een vlooienbeet zijn geweest. De man had veel bloed verloren.
Yelys van Scharpenseel, Aernt de Milde, Egbert de wijnknecht en Henric de Coelgreve waren ook in de wijnkelder en hebben de vechtenden uiteen gehaald. Zij staken naar elkaar met messen, maar zij hebben niet gezien welke van hen iemand met zijn mes heeft geraakt en zijn zagen ook geen verwondingen. Er was in het gelag ook nog een onbekende gezel.
Roloff zat op de bank waar de kannen staan, bij het watervat. Toen kwam de jonge Henric Kroeser en zei tegen hem dat hij hem nu wel zou krijgen. Zij zagen niet of hij toen ook stak.
Roloff stond op en ging naar de koolkamer. Toen hij terugkwam, stortte hij neer.
Ghise Blancker verklaart dat hij de dode man gezien heeft toen hij ontkleed was. Hij had een groot gat bij de rechter schouder, waarin hij van bovenaf gestoken was. In de rechter zijde had hij een wond die met een klein mes was toegebracht onder de korte rib.
Hij had nog een wond in zijn hoofd en een wond in de hals, aan de rechter zijde.
Wobbeken Jan Berentsdochter 2 ponden boet. Borg is Gert Aerntsz.
Goyken Verver kwam niet te rechte tegen Johan van Wilsem. Twee ponden boete.
[Notitie] Denken aan de rogge uit Hasselt.
Nr. 32
Fol. 7v. Seine Ygermans en Johan van den Vene als executeurs van het testament van wijlen Kathrina Monnix bekennen aan de kerkmeesters van de mindebroeders [doorgehaald]. Wolter Monnick en zijn vrouw Katharina [doorgehaald]
Grete dat zij hebben verkocht aan heer Beerent Pannert en Pilgrim Pannert de helft van twee huizen en hoven in de Nieuwstraat in de Hagen op de Oord, gelegen tussen Pilgrim Pannert voornoemd en Henric Drager, strekkende van de Nieuwstraat tot aan de IJssel. De huizen hebben toebehoord aan wijlen Peter Monnick en zijn vrouw Katherine. Er gaat een jaarlijkse rente uit van 2½ heren ponden, te lossen met 20 penningen 1 penning.
[Het geheel is doorgehaald]
Jacop Boymansz 2 ponden boete. Zijn borg is Jacob Messenmaker in de Nieuwstraat. Jan Noye heeft bij nacht iemand een bloedneus en een bloedende mond geslagen. Zijn borgen zijn Jacop Noy en Dirk Noy.
Deze werden gevangen door Aelken to Innhusen:
Egbert Wynkensz, Peter Myneken, Tys Hoyer, Louweken, in de wandeling genaamd Druncken Louweken.
Nr. 33
In het gerecht verschenen Johan Brandenborch en zijn broeders Joest en Henrick (met Albert Evertsz en Henric Hoppenbrouwer als mombers), welke verklaarden te hebben verkocht aan Hermen Geye en zijn vrouw Geertruyt een huis bij de Nieuwe Muur tussen Garbrant Brinckman en de hof van Steven van Roderloe in de steeg, strekkende achter van het huis van Garbrant Brinckman tot aan de IJssel. Uit het huis gaat een jaarlijkse rente van 6¼ heren pond.
In de marge staat: ende Geert Claesz. [De gehele akte is doorgehaald]
Dele Jan Scomakers bekent mr. Gert Barbier in het rechthuis een gouden rijnse gulden.
Jan Kuper 2 ponden boete. Borg is Bartolt Grobbe.
N.N. Schroer, die op de kaak stond. [doorgehaald] 20 ponden, waarmee hij weer in de de stad mag komen.
Kerstken, de broeder van Wulff Sibolts, 2 ponden boete. Hij kwam niet voor recht tegen Evert Hermensz.
Wolter Visken 2 ponden boete. Borg Lambert Jansz.
Nr. 34
Fol. 8 [meegebonden blaadje]. In de onenigheid tussen Nanningk van Dueren en Johan Henricsz uit Vere had de Raad vier van zijn leden aangewezen om beide partijen tot een overeenkomst te brengen. Op een vastgestelde dag kwamen zij omstreek vier uur na de middag bijeen boven op het schepenhuis. Beide partijen brachten hun bewijzen in, welke werden nagezien. Ook mondeling verdedigden zij hun zaak. Men kwam echter
niet tot een overeenkomst. Daarop zei Johan dat als men hem de volgende dag geen uitsluitsel zou geven, hij terug zou gaan naar Vere en zien wat hij verder zou doen. De volgende dag kwam Johan boven in het rechthuis voor de gehele Raad. Daar heeft burgemeester inder tijd Tideman van den Vene in naam van de gehele Raad een notarisakte laten opstellen waarin de Raad protesteerde, want men had Johan toegezegd dat het een lastige en duistere zaak was, waar men nog verder over wilde beraadslagen.
Men zou schrijven aan het stadsbestuur van Vere en in de brief een dag noemen waarop in Kampen een nieuwe rechtdag tussen Johan en zijn tegenpartij zou worden gehouden, waar men op een wijze die men goed dacht, hem recht zou doen. Johan behoudt zijn aanspraak en Nanningk mag daar zijn antwoord op geven. De Raad zal zijn besluit in de zaak op schrift zetten.
Actum Kampen boven in het rechthuis anno 1483, den 21 februari om 10 uur voor de middag, in het 12de jaar van het pontificaat van paus Sixtus IV.
Getuigen waren Alphardus Petri, Hermanno Kruse, Egberto Krueser, Heymanno Brant, Henrico Nocolai. Notarius Winando de Elsen.
Nr. 35
Fol. 8v. Geert Woltersz verklaart dat Willem Seyl en Herman Collen hem hebben aangenomen om te tichelen te Zalk. Zij hebben hem daar betaling voor gedaan.
Fol. 9. De zaak tussen Henric van Bremen en Hermen ten Torne.
Johan Willemsz, Henric Wichersz en Geert Hermensz verklaren dat zij in de Brouage in Frankrijk hebben gehoord van Hermen Kegeler dat wanneer de schepen onder zeil zouden gaan dat dan Henric van Bremen ook mee zou zeilen, of hij nu al zijn zout had ingescheept of niet. Hij wilde wel de volledige vrachtprijs hebben. Coram Henric Pael en Ffreric Rynvysch.
Weyme in de Stoer bekent aan Henric Droichscherer een schuld van 12 koopmans rijnse guldens min een stoter. [Het stukje is doorgehaald].
Nr. 36In het gerecht verscheen Biele, de weduwe van Johan Geertsz, met Bertolt van Wilsem en Lubbert Petersz als haar mombers, welke verklaarde dat zij had verkocht aan Jacop Vlamynck en zijn vrouw Geertruyt een huis in de Oudestraat tussen Johan Willemsz en Johan Coopsz, strekkende achter tot aan Ysbrant Baers, met een uitgang in Onser Vrouwenstraat. Biele en wijlen haar man hebben het huis lang in bezit gehad.
Uit het bovengenoemde huis verkopen Jacop Vlamynck en zijn vrouw Gheertruit aan Biele voornoemd een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, verschijnende op Pasen. Te lossen met 20 penningen 1 penning.
[In de marge staat dat de akte, die doorgehaald is, in het ervenboek is geschreven]
In het gerecht verscheen Claes Jacopsz welke verklaarde dat hij had verkocht aan Vrerick Rynvysch een jaarlijkse rente van 3 heren ponden, gaande uit zijn huis in de Oudestraat tussen de steeg en Rotger Schere`s huis en Johan de Wilde, strekkende tot de IJssel. Ieder jaar te betalen op Sint Peter ad Cathedram. Het is de eerste rente uit het huis.
[De akte is doorgehaald]
Cornelis Verver bekent schuldig te zijn aan Lambert van der Hoeve 27½ koopmans rijnse guldens. [De aantekening is doorgehaald]
Hessel Monnick bekent schuldig te zijn aan Tyman Ulfersz 5 ponden.
Dele Brusken belent schuldig te zijn aan Herman Geye 10½ rijnse guldens.
[Beide aantekeningen zijn doorgehaald]
Nr. 37
Fol. 9v. Zaak van Alert de Mulre en Gosen van Dam.
Joyhan Petersz op de Steendijk hoorde dat Gosen van Damme en zijn vrouw Alert de Mulre uitscholden voor dief. Daarna gingen zij naar de markt, waar Alert met zijn vuisten Gosen tegen zijn hoofd sloeg.
Herman Koning op de Steendijk heeft ook gehoord dat Gosen schold tegen Alert en zei dat hij een dief, boef en schalk was. Hij zag ook dat Alert Gosen tegen zijn hoofd sloeg. Herman Mol zag en hoorde het ook. Hij zag dat Gosen onder zijn hoike een ontbloot mes had toen Alert hem sloeg.Geert Rotgersz kwam iets later en zag er niets van.
Alart Mulre 2 ponden boete. Zijn borg is Jan Seygersz, mulre.
Gosen van Damme 2 ponden boete. Zijn borg is Jacop Boymansz.
Styne Tadeken 2 ponden boete van pantkering. Borg is Peter Albertsz Scroer.
Styne Tadeken 10 ponden boete.
Nr. 38
Geert Jansz, wiens vrouw niet aanwezig is, verkoopt aan heer Johan van Coesfelt en mr. Jacop van Oenden, procurators van de Heilig-Sacramentsmemorie, de verbeterschap van een huis op de Steendijk tussen Grete Assen en Lambert Steenmetselaar[doorgehaald], strekkende van de Steendijk tot aan de Begijnenmaat. De nonnen voornoemd hebben daar per jaar een rente van 1½ heren pond uit. [De akte is doorgehaald]
Herman Mulre, Geert van Breen en Jan Reynersz de mulre verklaren dat zij er wel bij waren maar niet gehoord hebben dat Gosen of zijn vrouw Alert Mulre uitscholden voor dief en schalk.
Jacop Jansz van Hoerne en zijn vrouw Lijsbet en Agathe Claes (met Jacop als haar momber) verkopen aan Frerick, etc. het derde deel van een vierde deel en een zesde deel van een huis en erf, etc., waarvan de helft toebehoort aan de erfgenamen van Jan Hermansz. [Akte doorgehaald]
Gerryt Henrixsz van Tyl en zijn zoon hebben aan de muurmeester Bartolt van Wilsem 10 tonnen kalk verkocht, te leveren te Kampen op Jacobi anno 1482.
Uitge…. Swarte Goyken en Johan Poirtman
Fol. 10
Nr. 39 Inder schelinge tussen Sibolt Woltersz ende Wolter Huge.
Laurens Smit, Steven Willemsz en Johan van Noerthoerne verklaren dat zij scheepsgezellen waren en gezien hebben dat schipper Sibolt Woltersz vanwege Wolter
Hugen aan de Fransman 16 gouden rijnse guldens uitkeerde. De Fransman heeft het geld ontvangen en aan Sibolt op diens aandringen daarvan een schriftelijk bewijs gegeven.
Nr. 40
12 februari. Jacop Johansz van Hoerne verklaart dat hij verkocht heeft aan Ffrederick Rynvis en Alyd zijn vrouw het derde deel van een vierde deel en nog een zesde deel van een huis op de hoek van de Naldenaerssstege, tussen Leffert Geertsz en de steeg, stekkende vanaf de uitgang van Leffert Geertsz tot aan de Oudestraat, waarvan de erfgenamen van Jan Hermansz de helft in bezit hebben. Uit het gehele huis gaat een jaarlijkse rente van 11 heren ponden. Jacob heeft deze delen geërfd.
[De akte is doorgehaald]
[Hier staat het vervolg van de laatste akte van deze folio]
Nr. 41
Albert Claesz en zijn vrouw Grete hebben verkocht aan zijn broeder Wolter Claesz het vierde deel van een huis in de Nieuwstraat in de Hagen, tussen Johan van Oestenwolde en de erfgenamen van Jacop Taden, strekkende van de Nieuwstraat tot aan de Waterstraat. Der andere delen behoren toe aan Albert voornoemd, Peter en Efse. Uit het gehele huis gaat een jaarlijkse losrente van 2 heren ponden. Coram Gosen van Hattem en Ffreric Rynvysch.
][De akte is doorgehaald]
Nr. 42
1 februari 1483. Jan van Roermunde heeft in de nacht een wond toegebracht aan Jan Noy de wever. Hij kreeg een boete van 50 ponden, die hij voor de helft zal betalen aan de tegenwoordige schepenen en voor de andere helft aan de schepenen van 1484. Zij borgen zijn Johan Dircksz Lepper en Dirck van Moersse, samen voor een helft, en Henric Hamer en Johan Kanneken voor de andere helft. Coram Nannyng NN en Gert Loese.
[De akte is doorgehaald. In de marge staat: Nota].
Nr. 43
Brief van het stadsbestuur van Kampen aan allen die hem zien of horen lezen, in het bijzonder aan de welgeboren vrouw Thede, gravin in Oostfriesland.
Voor ons is verschenen Cornelis Jacopsz van Delf opter Nierhaven, welke onder ede verklaarde dat hem door Dieter Vale goederen zijn ingescheept in Niecastele in Engeland [Newcastle] die eigendom waren van wijlen Beernt Morre, in leven ons mede-raadslid, te weten 20 lakens, 2 bussen met 4 kamers [geschut], een 8ste deel buskruid, en andere in tonnen gepakte goederen. Hij heeft door weer en wind gedwongen deze goederen moeten ontschepen in te Norden in Oostfriesland. Deze goederen zijn nu in beheer van de voogd aldaar en zijn opgeslagen in het huis van Onne [?] de goltsmit.
Wij verzoeken u om deze goederen, die van onze burger waren, aan de toner van deze brief over te geven. Drie van de lakens zouden zijn verkocht.
Fol. 10v.
Inder zaken tusschen Frederick van Suulen ende Berent Swartken
Lubbert Mey, Wolter Tymansz en Lubbe Hermenss verklaren dat Berent Swartken door Ffrederick van Zulen is kwijtgescholden van de betaling van de 7 ponden min een oord die waren verschenen op Sint-Geertruidendag 1482. De vordering is toen op Lubbe voornoemd gezet. Of Lubbe betaald heeft, weten Lubbert en Wolter niet.
Jacob Aeltsz verklaart dat Willem Kaem hooi heeft gekocht van Berent Swartken voor 4½ pond, die hij zou verrekenen met Frederick van Sulen voor de accijns.
Item [vervolgens] een ander sake.
Johan Petersz verklaart dat hij van Betthe Swarten met recht in Elburg bij de drost van de Veluwe een panzer heeft verwonnen.
Nr. 44
17 februari 1483. Ghise Blankert heeft beloofd om Dronken Louken voor het gerecht te brengen en er voor te zorgen dat de boete die de Raad hem zal opleggen, wordt betaald, tot een maximum van 100 oude schilden.
Waarborgen voor Ghise zijn Loukens vrouw Styne, Johan Sodemaker, Willem Bertsz, Wolter Visken, Johan Kraemer, Johan Aerntsz, Micheel Aerntsz, Wessel Jansz en de vader van Ghise. Zij zetten hun schepen en al hun ander goed daarvoor tot onderpanden.
Coram mr. Tyman, Jacop Klinge.1
De Sculte 2 ponden boete. Hij kwam niet voor recht tegen Jan Sanders.
Johan Backer 2 ponden boete. Borg is Johan Cock.
Sculte 10 ponden. Kwam niet [doorgehaald]
Nr. 45
Herman Henrixsz Mulre en zijn vrouw Hille, Johan Jansz en Nese zijn vrouw en Geertken Hermans, met Herman en Johan voornoemd als haar mombers, mede instaande voor Asse Reyners, de man van Geertken voornoemd, die afwezig is, dat zij gezamenlijk verkocht hebben aan Goert Henricks de mulre en zijn vrouw Ffemme een huis en hof in de Waeterstraat in de Hagen tussen Lubbert Quantert en Willem Pangeler, strekkende van de Waterstraat tot de IJssel. Hier heeft Henric, de man van wijlen Hille van Staverden, mee ingestemd, zoals blijkt uit een bewijs van de schout van Blanckenham.
[Dele] Lambert Berentsz bekent aan Clas Gosensz een schuld van 20 gouden rijnse guldens.
Anno 1480 24 januari.
Nr. 46
Fol. 11. Anno 1483, Tussen Peter Willemsz ende Rolof van Olst den jongen
Tyman Geye verklaart dat hij gehoord heeft te Mengen [?] in Friesland dat jonge Rolof vroeg aan Peter Willemsz om hem een gouden rijnse gulden te lenen voor zijn onkosten.
Dat deed Peter.
Johan Houwing was er ook bij en verklaart dat hij ook heeft gezien dat Peter aan de jonge Rolof geld leende.
Nr. 47
22 maart 1483, Tussen Herman van Collen, Willem Siel ende Henric van Vilsteren.
Johan Sulman en Willem Harnasmaker verklaren dat zij werden gevraagd om een overeenkomst te bewerkstelligen tussen Henric van Vilsteren en Herman van Collen.
Herman zou de verjaarde pacht betalen aan hen waarvan hij het land in gebruik heeft, te weten 8 arnhemse guldens. Daar zou hij de berg voor behouden. Over het geschil over de 10 rijnse guldens zou elk van de partijen vier mannen aanwijzen om die zaak op te lossen. Aan de uitspraak zouden zij zich houden.
Nr. 48
21 maart 1483, Van de nederslach an Hermen Roloffsz
Herman Jansz verklaart dat hij mede in het gelag zat in de wijnkelder toen de doodslag op Herman Rolofsz plaats vond. Hij heeft gehoord dat Otte Rolofsz en Henric Kroeser woorden hadden over een rijnse gulden, maar hij weet daar de oorzaak niet van. Hij zag dat op de tafel voor Herman Rolofsz een kroes stond waar een scheur in zat, maar hij heeft niet gezien wie met deze kroes gooide. Hij hoorde wel dat Otto aan zijn broeder vroeg waarom hij dat deed. Daarop stond Henric Kroeser op en stak naar hem met een mes. Coram Henric Pael, bmr.
Nr. 49
Over de dienst “opt waecke hus”.
Johan van den Berge
Jacop Willemsz Schomaker
Marcus Tripmaker
Tyman Henrixsz
Wessel Scriver
Gerbrant Claesz, zoon van Claes Apteker.
Ffie roe Heyle moder boete voor een vuistslag 2 ponden. Borg is Henric Jansz schipper.
[doorgehaald]
29 april 1483, Overeengekomen dat men een sleutel, in was gedrukt, zal laten maken [doorgehaald]
Overeenkomst over het “optrecken der weeirde”.
Nr. 50
Fol. 11v, Inden zake tusschen Nannyngk van Dueren ende Johan Henrixsz.
Johan Jacopsz verklaart dat hij weet dat Heyn die Neyer hier te Kampen was nadat hij de brief van Nannyngk had en dat hij daarna Nannyngk wilde aanspreken over de afrekening die tussen hen moest worden gedaan. Omdat Nannyngk niet thuis was, wilde Heyn naar Trude, de vrouw van Nannyngk, om te vragen of zij hem enige vertroosting wilde geven. Toen hij bij haar geweest was, vroeg Johan hem welke troost Trude hem gegeven had. Heyn opende toen zijn hand waarin hij 20 of 25 enkele postulaatsgulden had. Hij zei tegen Johan dat hij teergeld van haar had gekregen.
Johan Jacopsz verklaart verder dat hij goede mannen dikwijls had horen zeggen dat Nannyngk aan Heyn koperen kannen en oestmont [Zweeds ijzer] had gezonden.
Nr. 51
Alffer Petersz verklaart dat hij met Heyn de Neyer vele jaren in Kampen is omgegaan. Hij werd door Heyn eens verzocht om in een kamer te komen waarin veel koperen kannen stonden. Hij vroeg toen aan Heyn hoe hij aan die kannen gekomen was. Die heeft Nannyngk mij gezonden, zei Heyn. Hij zei ook dat Nanningk hem ook oesmont had gezonden, zonder echter de hoeveelheid te noemen. Toen Heyn hier in Kampen was, vroeg Alffer hem wat hij hier voor zaken te doen had. Hij gaf ten antwoord dat hij geld wilde hebben van Trude, de vrouw van Nannyngk. Toen Alffer vroeg of hij ook geld gekregen had, zei hij ja, hij had geld gekregen.
Alfer verklaart verder dat het bovenstaande minder dan 20 jaar geleden had plaats gevonden.
Henrick Kuenertorff verklaart dat hij met Heyn voornoemd omgang had. In diens huis stonden veel koperen kannen, die Heyn, naar zijn zeggen, van Nannyngk had ontvangen. Van anderen heeft Henrick horen zeggen dat Nannyngk ook riemen en ankers naar Heyn gezonden had.
Gosen Klinckenberch verklaart dat Heyn voornoemd omstreeks 15 of 16 jaar geleden hier in Kampen kwam om geld in te manem van de vrouw van Nannyngk. Heyn verzocht Gosen en Ghijse Baers om te zeggen dat Heyn hen elk 13 postulaatsguldens schuldig was. Daar werd Trude, de vrouw van Nannyngk, borg voor. Dit geld werd later door Trude betaald.
Dode Allertsz verklaart dat ook hij met Heyn voornoemd omgang had. Hij vroeg hem eens hoe het stond tussen hem en Nannyngk van Dueren. Heyn zei dat Nannyngk hem als een eerlijk man betaald had. Minder dan een half jaar later is Heyn gestorven.
Henric Beestken verklaart dat hij in Coipmanshaeven [Kopenhagen] heeft horen lezen uit het register van Peter Ungers, raadsman en keizerlijk notaris aldaar, dat Koert Ladebeke, kamerknecht van de koning, vanwege Nannyngk voornoemd aan schipper Peter Gerrytsz heeft ingescheept vier lasten oesmont, twee schipponden koperen kannen en twee “rynckmael” [ronde stukken metaal], die hij moest afleveren bij Heyn de Neyer.
In het schip van Karstiaen in die Byle werden ingescheept 50 bossen riemen. Die waren ook door Nannyngk verzonden en bestemd voor Heyn voornoemd,.
[Deze zes verklaringen zijn doorgehaald]
Claes Kuper 2 ponden boete omdat hij niet voor recht was verschenen in zijn zaak contra Herman van Uterwyck.
Nr. 52
Fol. 12. Geert Albertsz verklaart dat hij aan Heyn de Neyer, toen die de laatste keer in Kampen was, had gevraagd hoe het stond met zijn zaak met Nannyngk. Heyn zei toe dat hij met Nannyngk de zaak ten einde had gebracht.
Johan Dyrcksz verklaart dat hij aan Heyn de Neyer, toen die voor de laatste keer in Kampen kwam, had gevraagd hoe het stond met Nannyngk van Dueren. Heyn zei dat hij tevreden was. Nannyngk was hem nog maar 1 of 1½ pond groten schuldig.
Ffrerick Henrixsz, alias Moye Frerick, verklaart dat hij met Heyn de Neyer in Arnemuiden, en daarna in Sluis in Vlaanderen verbleef. Hij vroeg hem toen hoe het stond met zijn zaak met Nannyngk van Dueren. Heyn zei dat Nannyngk hem geheel
voldaan had. Heyn zou Nannyngk nergens meer om manen. Dat was in Sluis, in het huis van Heyn, ongeveer twee of drie jaar voor hij stierf. [Deze drie verklaringen zijn doorgehaald]
Nr. 53
Gumpert Stevensz, Johan Segersz en Lambert Gijsbertsz, onze burgers, verklaren dat zij voor Johan van Dorsten uit Deventer zeven bennen [manden] spiering hebben gezouten.
Het waren bennen waarin men ook aan andere kooplieden de waren verzend.
Nr. 54
Johan Albertsz deed het vierde bod tegen Wyllem Syell wegens 1 aam wijn, voor 6 koopmans rijnse guldens min 5½ stuiver. Verwonnen 1 take wijn. Henric Brandenborch idem tegen Johan Cornelisz 1 koopmans rijnse gulden [en] 8 philipsguldens. 1 take,
Johan Albertsz een aam wijn van het vierde bod tegen Willem Syel.
Henric Brandenberch een aam wijn van het vierde bod tegen Jan Cornelisz.
Peter Glaezemaker tegen Symon Glauwe 100 schillingen, want hij moest getuigen maar verscheen niet.
Peter Harnasmaker heeft voor een rijnse gulden aan brood gehaald aan het huis van Hermen Silbersz.
Nr. 55
Fol. 12v. Herman Kruse de jonge een boete van 50 ponden. Zijn borg is Herman Kruse de oude. Te betalen in vier termijnen van elk 12½ pond, waarvan de eerste betaald moet worden aan de huidige schepenen.
Gertruut, de weduwe van Freric Korvemaker, met Jan Lust en Rolof Jansz als haar mombers, verklaart te hebben verkocht aan haar stiefzoon Claes Gertsz een jaarlijkse rente van een heren pond, gaande uit haar huis en erf op de Vloeddijk, tussen Albert Dercksz en Claes Beldemaker, strekkende achter aan de Oude Wetering, ieder jaar te betalen op Petri ad Cathedram. Voorwaarde is dat Gertruut of haar erfgenamen deze rente binnen vier jaar moeten aflossen met 20 penningen 1 penning. Uit het huis gaat al een jaarlijkse rente van vier heren ponden.
Na die vier jaar zal de rente moeten worden gelost met 30 [!] penningen 1 penning.
Nr. 56
6 maart 1483, In het gerecht verschenen Nanninck van Dueren en zijn vrouw Trude, welke verklaarden dat zij hadden verkocht aan Ffrederick Rynvysch en zijn vrouw Alyt een jaarlijkse rente van 5 heren ponden, gaande uit hun huis in de Oudestraat tussen de erfgenamen van wijlen Berndt Morre en Dode Allertsz, strekkende tot de Nieuwstraat, ieder jaar te betalen met Pasen. Deze rente mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning. Uit het huis gaat al een jaarlijkse losrente van 12 heren ponden.
Nr. 57
13 maart 1483, Dyrck van Olst en zijn vrouw Geertruyt hebben Johan Jacobsz gegund en toegestaan het licht en de vensters van hun huis die uitzien op het erf van Dyrck.
Mochten Dyrck of zijn erfgenamen dat niet langer willen toestaan, dan zullen zij aan
Johan Jacobsz of zijn erfgenamen 17 gouden overlandse rijnse guldens of de waarde daarvan in goed geld moeten geven.
[Alle vier bovenstaande aantekeningen zijn doorgehaald]
Albert Claesz 10 ponden min of meer ter schepen klaring. Borg is Willem Syel.
Geklaart op 20 ponden.
Evert Witte en Frederick Rotersz staan borg aan de stad Kampen voor Frerick Henrixsz (Moy Frerick) in de zaak van zijn onenigheid met Laurens Buermeister uit Parnou [nu Pärnu in Estland].
29 ponden …. 19½ plakken [doorgehaald]
Nr. 58
Fol. 13. Droncken Louweken.
Berent Boene en Bouwyn, knechten van Werner, verklaren dat Louweken het schip van Werner heeft aangevaren te Westenrode met halve wind. Hij voer het roer in twee stukken en hij beschadigde het schip zodanig dat het bij Oldenneel is gezonken. Getuige Berent zei daarop tegen Louweken “koopman, koopman, wat heb je nu gedaan”. Daarop zei Louweken dat hij zijn best had gedaan. Daarop voer hij weg. Beide getuigen hebben dat gehoord.
Jacob Martensz verklaart dat hij een schip stroomopwaarts had gebracht. Daarna heeft hij Louweken geholpen om met diens schip stroomafwaarts te zeilen. Toen zij bij het bovenste tichelwerk kwamen, heeft Louweken, die zijn schip niet goed kon wenden, het schip van Werner aangevaren, waardoor de “bollert” losraakte en van het schip viel. De “bollert” was bijna op het hoofd van Werner gevallen. De “garde” van het schip van Werner raakte vast aan de steven van Louwekens schip. Getuige heeft niet gemerkt dat Louweken de aanvaring met opzet had veroorzaakt.
Johan Lemsz getuigt hetzelfde als Jacob. Hij verklaart ook nog dat Louweken zelf aan het roer van zijn schip stond.
Nr. 59
Inder saken tussen Dirck Mutse en Aernt Florisz.
Willem Goikensz , Dirck Kerckhoff en Henric Droichscere verklaren dat zij er bij waren als scheidslieden omstreeks Sint Jan in de midzomer verleden jaar toen Aernt Florisz aan Dirck Mutse zijn aandeel wilde verkopen van de kreyer die lag in de haven in de Hagen. Henric van Segen wilde zijn aandeel van dat schip ook overdoen aan Dirck. Zij wilden deze scheepsparten overdoen voor het geld dat er voor was vastgesteld. Dirck had de keuze of hij deze scheepsparten wilde kopen of het laten zo het was. Daarop gaven partijen elkaar de godspenningen en werd de wijnkoop betaald.
Nr. 60
Nannyck Claesz verklaart dat hij met zijn vader Claes Nannincksz en zijn moeder Johan[na] van Rijssen heeft gewoond in een huis in de Nieuwstraat in de Hagen tussen Dove Scutemaker en Johan Goytkensz. Het huis strekte van de straat tot aan de IJssel.
Er ging toen uit het huis alleen maar een jaarlijkse rente van zes ponden en een half oord, waarvan Willem Ryckmansz één pond toe kwam, welke som
Sint-Geertruidengasthuis later beurde. Alijt Egberts beurde later 7 oord pond. De rest hadden het Heilige-Geestgasthuis en Alyt Wise samen. Alyt Wise had daar een brief van die was bezegeld door Johan van Tije. Op deze brief staat geschreven wat Alyt Wise er aan had. Coram Geert Lose en Ffrederic Rynvysch
Nr. 61
Fol. 13v.
15 februari 1483, Johan Geertsz steenmesseler en zijn vrouw Hille verklaren dat zij verkocht hebben aan Goert Jansz en zijn vrouw Grete een huis en hof op de Borgel bij de Geertstrate van der Ae, tussen Werner Jansz en Grete Sachtelevens, strekkende van de Borgel tot aan Hermen Dyrcksz. Uit het huis gaat een erftins van 6 heren ponden en een lostins van 3 heren ponden, te lossen met 20 penningen 1 penning.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 62
Goert Jansz en zijn vrouw Grete verklaren dat zij verkocht hebben aan Mense Philips de smid en zijn vrouw Rykelant een jaarlijkse tins van een heren pond, gaande uit hun huis en hof op de Borgel, ieder jaar te betalen op Pasen. Uit het huis gaat al een erftins van 6 heren ponden en een lostins van 3 heren ponden.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 63
Henrick Vrie uit Groningen verklaart dat hij voor het vervoer van een “pond swaers” van hier naar Groningen 20 kromstaarten voor vrachtgeld heeft gegeven. Hij heeft betaald aan Henric Wessels.
Geertken int Monde [?] 2 ponden boete voor strafbare woorden. Borg is Gerloich de voorsprake.
Wynken Wessels 100 schillingen boete omdat hij twee soorten bier had getapt. Borg is Johan Koick.
Johan Houwinck, hoeftmeister
Geert Slekorff
Hermen Geertsz
Hermen Henrixsz
Claes van Ense
Bole Berentsz
Aerent Petersz
Johan van Campen
Hans Kock
Aerent Petersz de andere
Geert Dyrcksz
Geert Berentsz
Dyrck Stevens
Berent Berentsz
Deze gezellen zullen er in het Zwartewater op toezien dat er geen koren wordt uitgevoerd.
[De meeste namen zijn doorgehaald]
Yelis Scharpensiel 10 ponden boete. Borg is Ghijsbert van Lewen. Hij heeft de [….loper ?] van Sint-Agneten aangevallen.
Tymen van Olst een boete. Hij was verbannen, maar was weer in de stad gezien.
Nr. 64
Fol. 14. 30 januari 1483 (penultima januarii)
Wybrant Schaert en zijn vrouw Aechte verklaren dat zij hebben verkocht aan Wychman Aerntsz en Johan de Grote, kerkmeester van het Sint-Geertruidengasthuis, een jaarlijkse rente van 1½ heren pond, gaande uit hun huis en erf in de Oudestraat in de Hagen, tussen Goyken Smit en Grete van Oestenwolde, strekken van de straat tot aan de Wetering. Ieder jaar te betalen op Pasen. Deze rente mogen zij aflossen met 20 penningen 1 penning. Het is de eerste rente die uit dit onderpand gaat.
Steven van Roderloe staat in voor de afwezige Aechte. Van haar toestemming zal een door een richter geschreven akte aan het gasthuis worden gegeven.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 65
6 februari 1483, Johan van Roderloe en zijn vrouw Mette verkopen aan Frederick Rynvysch de oude en zijn vrouw Alyth twee akkers land in Dronthen, onverdeeld gelegen in acht akkers, begrensd ten noorden door land van Steven van Roederloe en ten zuiden door land van het Heilige-Geestgasthuis en de Heilig-Kruismemorie, strekkende van de stadsschrading tot aan zee. Het land is vrij van lasten, behalve dat jaarlijks aan de stad Kampen voor elke akker een Bergse groot moet worden betaald. In de marge staat: int erff boeck. Coram Clinge en Gheert Lose.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 66
12 februari 1483, In het gerecht verscheen Jan Dubbeltsz, welke verklaarde dat hij na zijn dood aan zijn vrouw Gese Mathys, indien hij voor haar komt te sterven, al zijn goederen wilde nalaten, te weten roerend en onroerend goed, goud en zilver, zowel gemunt als ongemunt en alles wat hij verder in Kampen en vrijheid zal nalaten. Na haar dood moet zijn nalatenschap voor de ene helft worden gegeven aan zijn naaste erfgenamen en voor de andere helft worden besteed tot eer van God. Hij behoudt zich het recht voor om dit testament te herroepen.
Nr. 67
Claes van Angeren 2 ponden boete. Borg is zijn vader Willem.
Alyt Boeren [?] 2 ponden boete voor vuistslagen. Borg is Henric inden Raven.
Henric Woltersz 10 stadsponden boete en Geert Rihagen ook 10 stadsponden boete, want zij hebben zich niet gehouden aan de verordening over de tienden. Zij zijn elkaars borg.
In de marge staat: Geert Egbertsz.
Warner Topken en Ghise Blanckert elk 100 schillingen boete omdat zij twee soorten bier tapten. Zij zijn elkaars borg.
Jacop van Sutphen 100 schillingen boete als boven. Zijn borg is Ghise Blanckert.
Nr. 68
Fol. 14v. [Brief aan een schout of richter]
Voor uw rechtbank is een rechtsvordering aangespannen tussen Wemme, de weduwe van Jacop Petersz aan de ene zijde en Johan Wychersz, Jacob Claesz, Henric Ruter en Evert Jansz aan de andere zijde. Er was een dag vastgesteld waarop een zitting zou worden gehouden, namelijk op dinsdag na Maria Purificatio. Op die dag moesten beide partijen hun bewijzen tonen. De laatstgenoemde partij, waarvan onder meer Johan Wychersz en een ander meiers van onze burgers zijn, hebben ons te kennen gegeven dat hun voorspraak Wycher Rensynck verhinderd is om op die vastgestelde dag te komen.
Hij is voor andere zaken uit de stad vertrokken. Omdat hij de enige is die met de zaak op de hoogte is, verzoeken wij u om de rechtszaak met 14 dagen uit te stellen.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 69
Jan Gerytsz bekent Sweer Schele 10 arnhemse guldens.
Dele Jan Henrixsz bekent Dirc Selle 1 schepel rogge.
Herman Coertsz bekent Jan Claesz 5½ rijnse guldens. Over een jaar te betalen.
Dirck Hyrt en zijn vrouw Ffye verkopen aan mr. Aelt Willemsz, priester, een hof in de Groenestraat tussen Eefze Knigge en Rotger Scheere, strekkende van de Groenestraat tot aan de maat van Rotger Schere. Uit de hof gaat een jaarlijkse tins van twee oude vlaamsen.
17 februari 1483, Dode Alertsz heeft beloofd om voor meester Niclaes muntmeester aan de stad Kampen 80 koopmans rijnse guldens te betalen voor Sint Levyendag aanstaande.
Hij zal voor aanstaande Pasen 100 mudden rogge in de stad brengen en die daar verkopen. Het vrachtgeld en de onkosten daarvoor moet meester Niclaes onmiddellijk betalen.
Mouwers Valke krijgt een boete van een aan wijn omdat hij het vierde bod van de burgemeester in de zaak van Trude ter Hege van Deventer verzuimd heeft.
Otto Rolofsz 50 heren ponden boete. Borg is zijn vader Roloff Ottensz. De helft te betalen gedurende de periode van de tegenwoordige schepenen en de andere helft bij de schepenen van volgend jaar.
Evert Kuper 100 schillingen boete wegens tappen van twee soorten bier. Borg is Lubbert Oldenboeter.
Aan Wobbeke zeggen dat op de eerste donderdag in de Vasten in de herberg ………
Nr. 70
Fol. 15 [Los briefje]
[Pro memorie]. Twee lasten rogge uitvoeren van de man uit Leeuwarden, waarvoor Ghise Blanckert borg is.
Anderhalve last rogge van de man uit Sneek waarvoor Alpher Petersz borg is, om die niet uit te voeren.
Henric Straetemaker uit Deventer voor 14 of 15 mudden rogge. Borg dat hij deze rogge niet zal uitvoeren is Alpher Woltersz op het Tolhuis.
Willem Peters lost uit zijn schip.
Rolof Ottensz is borg voor zijn gasten en kooplieden uit Sneek voor ongeveer 44 mudden rogge, om die niet uit te voeren op verlies van het goed tot aan Pasen of wanneer de Raad toestemming geeft.
Goyken Hermansz van Olst, schipper van rogge, heeft Egbert Korfmaker tot borg gezet dat hij met de rogge niet weg zal varen voordat de Raad toestemming geeft.
Johan Hermens van Sneek ongeveer 24 mudden.
Er aan denken om twee raadsleden naar de dijk van Gosen Klinckenberch te zenden om de toestand te bezien.
In Roloff Ottensz huis twee mudden van Ewe Douwensz uit Sneek.
Reynken van Bolsward ze mudden op te leggen in Mette Suvels huis.
Twee mudden rogge bij Gise Scomaker van een man uit Ens.
Nr. 71
Fol. 15v [los briefje verso]
[Pro memorie].
Van Floer en van Henric van Segen.
Van de man van Sneek 40 mudden rogge.
Van Bernt …s gast van de gerst te Zwolle.
Van de oplating van Jan ter Borch
Van Tymans meier van afgehaalde paarden.
Van Peter van Hasselt geld te geven bij schijnen der zon.
Van de man van Deventer 14 mudden rogge.
Van Symon Glauwe van dat Henric Dubbelts op antwoordde van het huis
Jan ter Borch en Dirck Hermansz gekocht.
Summa van de rogge op het rechthuis dat aangehaald is 13 mudde. Hier behoort Reynken van Bolsward 4 mudde van.
Gertruit Sasse is borg voor 2 mudden, toebehorende Johan Claes van Emelwoirt [Emmeloord].
Twee grove tonnen rogge en 1½ mud die in de Heilige Geest liggen, toebehorende aan Johan Claesz voornoemd.
Twee schepels rogge bij Jan van Roerlo, toebehorende Jan Boen uit Edam.
Allen die geërfd zijn in de Zalker mark moeten maandag komen op het Sanct-Claeshof wanneer God gebeurd is op het hoge altaar.
Niemand van onze burgers, inwoners of gasten mag koren verkopen aan uitheemse lieden. Men mag ook niet helpen bij het uitvoeren. Bij overtreding wordt het koren verbeurd. Hij die een overtreding meldt, zal de helft van het koren krijgen.
Symon Scomaker
Nr. 72
Fol. 16. Albert Claesz krijgt een boete van 20 stadsponden omdat hij ondanks een schepenvrede scheldwoorden gebruikt heeft. Zijn borg is Willem Siel.
Bertolt Egbertsz en zijn vrouw Lysbet verkopen aan het convent te Brunnepe een huis in de Nieuwstraat in de Hagen tussen Johan Clotinck en Hein Drager, strekkende van de Nieuwstraat tot de Oudestraat.
Weyme in de Stoer krijgt een boete van 100 schillingen omdat zij twee soorten bier heeft getapt. Haar borg is Wycher de voorsprake.
Nr. 73
7 januari 1483, In het gerecht verscheen Alyd Willems, met haar zoon Lambert Willemsz en Pilgrum Pannert als haar mombers, welke verklaarde dat zij aan Roloff van Ensse had verkocht een jaarlijks tinsgeld van twee heren ponden, gaande uit haar huis in de Nieuwstraat op de Oord in de Hagen waarin zij woont, tussen Pilgrim Pannert voornoemd en de stadsgracht, strekkende van de Nieuwstraat tot de IJssel, jaarlijks te betalen op Dertiendendag (6 januari). Uit het onderpand gaat al een losrente van drie heren ponden. Coram Nanning NN en Gosen NN.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 74
Volker Slewert op Kamperveen maakt zijn zwager Jacob Storm, toner van de brief, tot zijn gevolmachtigde om te beuren van Johan Jacoepsz te Groningen zeven en een halve postulaatsguldens, die deze hem nog schuldig is voor van hem gekochte paarden.
De gulden te rekenen voor 14 witte stuivers.
[De aantekening is doorgehaald].
Nr. 75
In het gerecht verscheen Geert Claesz, welke verklaarde te hebben verkocht aan Leffert Geertsz een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, gaande uit zijn huis in de Oudestraat tussen de weduwe van Berent Morre en Femme Liefmans, strekkende van de Oudestraat tot aan het erf van Berent Vrylinck. Ieder jaar te betalen op Pasen en af te lossen met 20 penningen 1 penning. Uit het onderpand gaat al een jaarlijkse rente van 14 heren ponden die ook mag worden gelost met 20 penningen 1 penning.
Nr. 76
Alyt van Oestenwolde heeft Hamburger bier getapt in de Hagen. Boete. Borg is Hermen Sywertsz
Aernt Kroeser heeft bij nacht iemand verwond. Zijn vader Egbert is zijn borg.
Peter Piper krijgt 5 heren ponden boete omdat hij bij nacht zijn mes had getrokken. Zijn borg is Johan Dircsz.
Aernt Kroeser voornoemd voor een verwonding bij nacht toegebracht aan Otte Roloffsz. Borg is zijn vader Egbert Krueser.
Swarte Goyken heeft met een mes naar iemand gestoken. Hij is voortvluchtig. Wordt uitgeklopt. [Doorgehaald]
Henrick Dubbeltsz beloofde om voor midwinter aan de stad 25000 middelstenen te betalen.
Nr. 77
Fol. 16v. In het gerecht verscheen Grete Bleke met haar zoon Johan Goykensz als haar momber, welke verklaarde dat zij verkocht aan Johan van Gelre en zijn vrouw Aeffken een huis in de Gertstrate van der A, en nog de helft van een huis daarnaast staande in dezelfde straat, tussen Geert Backer en Herman Kruse, strekkende van de Geertstrate van der Ae tot aan de erven van Warner Jansz en Johan van Groningen de steenmetselaar, voor een tinsgeld van 9½ heren ponden per jaar, te betalen op Pasen. De andere helft van het huis voornoemd behoort toe aan Geert Backer. De onderpanden mogen worden gelost met 20 penningen 1 penningen. Ook mag met 1 of 2 pond van dit tinsgeld per jaar worden afgelost. Coram Henric Kunretorff en Nanning van Dueren.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 78
28 december 1483 (in vigilia Thoeme)
Grete Bleke, met Johan Goykensz haar zoon als momber, verkoopt aan Jan van Gelre een huis in de Geerstraat van der Ae en nog de helft van een huis daar naast, tussen Geert Backer en Herman Kruse, waarvan Geert Backer de andere helft bezit, strekkende van de Geertstrate van de Ae tot aan de erven van Warner Jansz en Jan van Groningen de steenmetselaaar. Uit de onderpanden gaat tevoren al een jaarlijkse rente van 7 heren ponden.
[Doorgehaald]
Bele Voss heeft hieruit een jaarlijkse rente van 3½ heren pond.
In het gerecht verschenen Jan van Gelre en zijn vrouw Aefken, welke verklaarden van Grete Bleke erflijk getinsd te hebben de verbeterschap van het voornoemde huis voor 3½ herenpond tinsgeld per jaar, te betalen jaarlijks op Pasen. Deze tins mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning. Uit het onderpand gaat al een jaarlijkse losrente van 6½ heren pond.
[Doorgehaald]
Nr. 79
Alyd van Oestenwolde 2 pond boete van een vuistslag. Borg is Willem Zyll.
Aernt Zyll heeft bij nacht zijn mes getrokken. Borg is Willem Zyll.
Schipper Willem Geert Jansszoene heeft zijn mes getrokken. Borg is zijn vader Gheert Janssz.
Peter Pypeken 2 pond boete voor een vuistslag. Borg is Johan Noy de wever.
Van Pilgrum de Scroeder die op de kaak stond.
Uitgeklopt zijn Swarte Goyken en Johan Poirtman.
Willem Geersz 50 heren ponden om een verwonding bij nacht gedaan aan Hermen Kruse bij de Clocke. Borg is zijn vader Geert Vylt.
Seyne Jansz, 2 pond van panding aan Johan Iacopsz.
Johan Scheidemaker 2 pond van panding aan Claes Borre.
Swarte Goyken heeft twee keer zijn mes getrokken, een keer bij nacht en een keer bij dag, in Rotgers huis.
Er aan denken voor de nieuwe schepenen of men Lambert Syl moet houden voor een geestelijk of voor en wereldlijk persoon.
Marten Schomaker 2 pond wegens panding van Claes Seynensz de rijnschipper.
Poirtman een boete van 5000 stenen omdat hij de wachter had “versproken”.
Nr. 80
Fol. 17. Alyt Wise, de vrouw van Gude Gert, heeft verkocht aan Alyt van Hasselt een raam en de raamstede in de Groenestraat tussen de hof van Henric van den Vene en Peter Albertsz, strekkende van Gert Jansz ramen tot aan de Wetering, vrij van lasten. Alyt staat er voor in dat haar in deze verkoop zal consenteren.
Coram Bernt Morre en Gosen Klinckenberch.
In de marge staat: in het ervenboek te schrijven.
Ook staat in de marge: Niet toegestaan. Uitgesteld. Alyt van Hasselt betaald 3 mengelen. [Alles doorgehaald]
Nr. 81
Brief aan Amsterdam.
Wij hebben u verleden zomer geschreven dat uw uitleggers [oorlogsschepen] te Amsterdam voor de boom uit het schip van onze burger een hoeveelheid boter gehaald hebben. U hebt op onze brief nog niet geantwoord. Wij vragen u nogmaals zeer ernstig om onze burger recht te doen en te zorgen dat hij schadeloos wordt gesteld.
Nr. 82
Alert Mulre 2 pond boete om een vuistslag. Borgen Herman Backer en Tyman van den Vene.
Gelpert is van stadswege uitgeklopt.
Clais Boister 2 pond wegen panding van Willem Potter.
Gerbrich van der Schere 2 pond van panding van Bartolt Wilsem en Henric Droichscere nuncius.
Wolter Noesken 2 pond van panding van Loy Seylmaker.
Jacop Willemsz
Johan Lubbertsz
Berent van Packbergen
Johan Willemsz
Zij zijn bekeurd en borg voor elkaar omdat zij in de vreemde “vrijschepen” verkeerd hebben.
Lijsbeth Keersemakers bekent aan Mette van Werden en schuld van 14 rijnse guldens, te betalen omstreeks Pasen in zes jaar.
Rolof Florisz te Brunnepe bekent Ffloris Rolofsz schuldig te wezen 8 arnhemse guldens. Hij zet hiervoor een zwartgerugde koe tot onderpand, welke in zijn stal staat, of de 7 voer hooi die hij zal krijgen van zijn buitendijkse landen. Floris mag kiezen.
Alyt Kogstuer 2 pond boete. Borg is Warner Topken.
Willem Hoyer 2 pond van panding van Johan Bruynsz.
Willem Hoyer 10 pond van de panding van Johan Bruynsz.
Gert Rotersz 2 pond van de panding van Henric Goltsmit.
Bloemken Volre 2 pond van de panding van Jan Noy.
Gerbrich Schere 10 pond boete. Borg is Gosen van der Schere.
Nr. 83
Fol. 17v, 7 september 1482 (in vigilia nativitas Marie)

Latijnse tekst op fol. 17v
Samenvatting van de voorstaande latijnse tekst.
1482 september 7
De provisor, deken en officialis foraneus in het aartdiaconaat Deventer voor het schrikkeljaar, speciaal aangesteld ten behoeve van de priesters in Wilsem, roept de hulp in van alle wereldlijke rechterlijke instanties om de schuld van Orbertus Henricuszoon en diens vrouw aan Mathias Johannis in Sallic te laten delgen en dreigt met excommunicatie, verbeurd verklaring van goederen etc.
Ondertekend door de notaris Lambertus ter Linde
Rotger Schere en Albert Evertsz [burgemeesters]
Nr. 84
Johan Cornelysz en Bye zijn vrouw verklaren dat zij hebben verkocht aan Gerbrant … en zijn vrouw Alyd twee ramen met raamsteden en erf en land in der Groenestraat tussen Claes Opreider, Jacop die Witte en Styne van den Vene, naar inhoud van een schepenbrief, bezegeld door de schepenen Johan de Jonge en Rotger Schere.
Verkoper had deze ramen vrij van lasten gekocht van Willem Hermansz.
Aanhef van een brief aan het stadsbestuur van Copenhagen.
Betaald aan de gezellen van het seynschip.
Copie van de brief van Jacop Sloyer aangaande de ruiters.
Willem van der Golde [Gouda] en Jacop van Hornen soen met hun helpers en gezellen,
Nr. 85
Onze burgeres Gasse Roevers klaagt dat zij door ruiters en uitleggers van de stad Amersfoort is beschadigd doordat goederen die zij had ingescheept in het schip van onze burger Willem Wesselsz ongeveer twee weken gelede
Zij namen haar het volgende af: Voor acht rijnse guldens aan vuurijzers, 12 stuivers uit haar buidel, 30 grote zilveren maliën, twee zilveren tasringen.
Coram burgemeesters, in profesto Michaelis (28 september)
Uit een Kamper schip werd op donderdag post nativitatis Marie (9 september) onze inwoner Claes Dircsz gevangen genomen. Wij hebben hier over geschreven en hij werd vrijgelaten. Want wij leven in goede vriendschap met Amersfoort. Rotger onze dienaar.
Nr. 86
Fol. 18. Wisheit den rogge niet uut laten voeren. Evert Dijc is borg voor 9 mudden, toebehorende aan een man uit Ylst in Friesland, die verbeurd verklaard zijn.
Twee tonnen die een bakker “uutsteken” heeft.
Gysbert Scomaker heeft vier mudden rogge opgeslagen van Willem Evertsz uit Ens.
Dezelfde heeft drie mudde opgeslagen van Claes Evertsz van Ens.
Dezelfde heeft drie mudden opgeslagen van Dirck Evertsz.
Twee mudden zijn verbeurd van een man uit Enkhuizen, berustende onder Assele te Meynerts huis, de man van Celie Tasse.
Nog 2½ grove tonnen weite, welke staan in Gise Blanckers huis, toebehorende Jacop Kopbant uit Graft. Men zal de weite opslaan in de Heilige Geest.
Louwe Hermansz en zijn vrouw Kathrina verkopen aan Bile de weduwe van Peter Circksz een huis op de Borgel tussen Grete van de Zee en Dirck Hermansz, strekkende van de Borgel tot de Hofstraat. Het huis is vrij van lasten.
Aefken Valke heeft 45 rijnse guldens ontvangen van het geld dat de stad in bewaring heeft. Voorwaarde is dat Johan zich zal houden aan het tractaat dat hij in Denemarken heeft gemaakt met Henric Hansz. Rijckman Jacopsz zal het geld aan de stad teruggeven als Johan zich niet aan de voorwaarden houdt.
Albert Rotersz 10 ponden boete van panding van Heile Hermans.
Albert voornoemd 2 ponden boete van panding van een vrouw in Oosterholt.
Loef Scroer 2 ponden boete.
Mr. Yelis Hanegreve 2 ponden boete van panding van Herman Bruyning.
Henric Wichersz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is zijn vader Willem van Swolle.
Swarte Goyken 2 ponden boete van panding van Johan Albertsz.
Nr. 87
19 november 1482. Aernt Nagell heeft beloofd om zijn gezel alhier voor het gerecht te brengen op een vast te stellen dag. Doet hij dat niet dan moet hij aan de pastoor van IJsselmuiden 30 heren ponden betalen. Coram Berent Morre.
Aernt voornoemd 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam.
Peter van Gennep met de honden. Zijn borg is Johan van Eybergen.
Luyken Jacop Wachters zoen, van honden. Borg is zijn broeder Henric.
Trude Kreemster 2 ponden boete omdat zij niet voor het gerecht kwam.
Albert Bysscop 2 ponden boete van panding van Hermen van Wilsem.
Cleyne Evert 2 ponden boete van panding van Dyrck Wolff.
Peterken Kystemaker 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam.
Nr. 88
Melis Egbertsz, Mense van Hairst, Dirc Goltsmit en Gese Kolders verklaren te hebben gehoord dat de schout van Olst zei dat die van Kampen niet goed bij hun hoofd waren.
Zij waren goede ruiters en moesten het ruiterspel leren en achter Kampen een mooie plaats maken om dapper te zijn. Zij schreven brieven die niet door de kanselarij kunnen gaan.
Grete van der Hute draagt de verbeterschap van het huis De Vrancijc over aan Rotger Schere en Vreric van Depenbroic. Coram Wolter NN en Nanning NN.
Non admissus …
Wolter Visken wordt aangeklaagd door Pauwel Claesz goltsmit. Hij kwam niet voor het gerecht en krijgt 2 ponden boete.
Nr. 89
Fol. 18v. 27 augustus 1482
Van schipper Johan Sywerdes Aloffsz zijn in de “Lauwersche binnenlandes” de volgende goederen geroofd.
Op zondag na Peter en Paulsdag 1482 de goederen van Balyeer van Diepen, te weten tien lasten gerst, ter waarde van 28 gulden per last, de vrachtprijs niet gerekend.
Zes lasten haver, ter waarde van 18 gulden per last, de vrachtprijs niet gerekend.
Vijf lasten rogge, ter waarde van 60 gulden per last, de vrachtprijs niet gerekend.
Het schip met vracht en toebehoren te rekenen voor 300 koopmans rijnse guldens.
Al het bovengenoemde is van Kampenaren.
In het schip hadden oosterse kooplieden hem nog ingescheept om te verkopen twee lasten rogge en acht lasten gerst.
Nr. 90
In het schip van schipper Johan Jorien had Henric Glauwe ingescheept een stro was, gesmolten talk, kleren en andere kleinodiën voor in totaal 126 rijnse guldens en 8 stuivers.
Het volgende is Johan Jorien ook afgenomen.
Het schip, gerekend voor 225 rijnse guldens.
Honderd “masous” hout, ter waarde van 16 rijnse guldens.
Een last zout ter waarde van 18 rijnse guldens.
Vijf tonnen hazelnoten ter waarde van 10 rijnse guldens.
Meel en rogge ter waarde van 15 rijnse guldens.
Zijn eigen kleren ter waarde van 10 rijnse guldens.
Een ton steur, twee Kamper lakens, een halve last rogge, samen ter waarde van 50 rijnse guldens.
Een ton eticks [azijn] ter waarde van twee rijnse guldens.
Henrick Glauwe geeft zijn broeder Symon Glauwe een volmacht om te proberen deze goederen of de waarde daarvan terug te krijgen.
Johan Jorien geeft idem een volmacht aan Albert Evertsz en Johan de Groten.
Zij mogen in hun plaats ook anderen volmachtigen.
Coram Nanning van Dueren en Berent Morre.
Nr. 91
5 december 1482 (in vigilia conceptionis)
Schepenen en raad hebben met instemming van de Gezworen Gemeente besloten dat zij die rente willen aflossen voor een gouden rijnse gulden een bedrag van twee heren ponden moet rekenen, te weten 29 witte stuivers voor de gulden. Vier oude Kamper kromstaarten te rekenen voor drie witte stuivers.
Op datum voornoemd kwam Albert Hoyer klagen dat hem in Deventer recht geweigerd was in zijn zaak tegen een van hun burgers.
Nr. 92
In het gerecht verscheen Bette van der Beke, met Johan Ryke en Henrick Woltersz als haar mombers, welke verklaarde dat zij had verkocht aan heer Tyman Willemsz, priester in de Sint-Nicolaaskerk, een huis en erf in de Hofstraat, tussen Geertken Aptekers en Decemer Johansz, strekkende van de Hofstraat tot aan het erf van Johan Noye. Uit het huis gaat een jaarlijkse losrente van 3½ heren pond, te lossen met 20 penningen 1 penning.
Coram Henick van Oenden en Nanning van Dueren. [De aantekening is doorgehaald].
Nr. 93
Eerzame heren, ons mede-raadslid Nanning van Dueren heeft ons te kennen gegeven hoe dat uw uitleggers onlangs een aantal Hollanders gevangen hebben genomen. Onder dezen bevindt zich een man geheten Hans Koiten, welke geen Hollander is maar die uit het land van Cleve komt. Het is een koopmansgezel van de Oosterse handel waar Nanning wel mee omging als hij in Kampen was. Daar wil Nanning de eed wel op doen. Wij verzoeken u om Hans uit zijn gevangenschap te ontslaan.
Nr. 94
Fol. 19. Heer Peter Muerman en zijn nicht Wobbeken verklaren dat een tijd geleden de gardiaan van de minderbroeders met een gezel bij hen thuis kwam en dat daar ook bij kwamen Peter Sybrantsz met zijn vrouw en zijn moeder.
De gardiaan wilde vrede stichten tussen die moeder en haar kinderen. Peter en zijn moeder spraken samen dingen af, welke op papier werden gezet. Daarover zou de gardiaan spreken met Peters zuster, om die ook met haar moeder in het reine te brengen.
Toen de volgende dag Peter Sybrantsz bij heer Peter Muerman kwam, vroeg heer Peter hem hoe het gesprek tussen de gardiaan en zijn zuster was verlopen. Muerman zei toen dat zijn zuster na het gesprek nog bozer was dan er voor.
Heer Evert Hermansz verklaart dat toen de moetsoen in de [wijn]kelder gemaakt was, hij in het huis van Ave Sybrants zat en dat toen binnenkwamen Matte van Werden en Geertruyt Sybrans, de moeder van Ave. Getuige meende dat alles was goed gekomen.
Ave liet toen echter weten aan haar moeder en aan Mette dat zij zich niet kon vinden in de overeenkomst. Eerst moest haar broer het geld dat hij uit zijn vaders huis had gehaald, weer terugbrengen. Daarop vertrokken Geertruyt en Mette en bleven daar wel een jaar lang uit weg. Jacob, de man van Ave, zond, kwaad zijnde, een bode om te zeggen dat zij zich niet aan de overeenkomst wilden houden.
Gese Krusers verklaart dat zij had horen zeggen dat er een verzoening had plaatsgevonden tussen de broeder en de zuster. Daarop ging zij naat het huis van Ave Sybrants om daar met haar over te spreken. Toen zij bij de deur van het huis van Ave kwam, verschenen daar ook de moeder van Ave en Matte van Werden. Gese vroeg aan de moeder hoe het er mee stond, waarop die zei dat het niet goed was. Haar dochter bleef kwaad, maar de moeder zei “ick bin vrij geboeren” en behoef aan niemand verantwoording af te leggen.
Even later kwam Gese bij Ave binnen om er verder over te spreken. Ave zei toen dat als zij [Gese] de dochter van haar tante zou zijn, zoals Mette van Werden is, dan zou Egbert Krueser niet hebben meegewerkt om een overeenkomst te maken tussen haar en haar
broeder, die een dief is, want hij had 1400 rijnse guldens uit de kist van zijn vader gehaald. Ik zal mij niet aan de overeenkomst houden. Gese zei daarop dat haar man Egbert Krueser er niets mee van doen wilde hebben.
Egbert Kroeser getuigt dat hij weet dat de overeenkomst door Herman van Werden was geschreven en dat men zich daar aan zou houden.
In de ondermarge staat: Wichman Aerentsz en Egbert Kroeser getuigen er over zo in de lappe [register] van 1484 is genoteerd.
In de linkermarge staan de namen: Nanning, Claes Sulman, Andries, Johan Sulman en Wicher Rensinck.
Nr. 95
Fol. 19v. Matte van Voirst verklaart dat haar man Gosen de deur uit ging om te proberen de brief bezegeld te krijgen. Toen hij terug kwam en zij hem vroeg of het gelukt was, zei hij nee, want Jacob Geertsz was bij Herman van Werden geweest en had die opgedragen de brief niet te schrijven omdat Ave boos was en zich niet aan de overeenkomst wilde houden. Daarop zei Herman van Werden tegen Gosen dat hij niet al zijn vrienden tot vijanden wilde maken om wille van zijn zwager en zuster. Gosen had graag gehad dat men Herman met recht zover had gebracht dat de brief bezegeld kon worden.
Coram burgemeesters.
Grete van Urck verklaart dat zij met Mette van Werden bij wijlen Geertruyt Sybrans kwam toen die ziek lag aan de pest. Geertruyt verklaarde toen dat het haar laatste wil was dat de kinderen van haar zoon, in hun vaders plaats erfgenamen zouden worden van al haar goederen, zoals ook haar dochter Ave haar erfgename zou zijn. Ave mocht haar erfdeel niet verkopen of belasten. Getuige vroeg haar nog waarom zij haar goederen ook aan haar dochter wilde nalaten, waarop Geertuyt zei “zwijg daarover, ik wil het zo hebben”.
Toen de burgemeesters kwamen om haar laatste wil te noteren, liep zij die al op de trap tegemoet en sprak haar laatste wil uit. Die wil staat genoteerd in het document dat werd voorgelezen.
Nr. 96
Sweder Anssemsz verklaart dat hij in Zwolle in het huis van Johan ten Colcke was en er als getuige bij zat toen de koop van een partij wol werd gesloten. Gerryt Hermensz uit Naarden zei dat de wol die hij aan Gosen Pouwelsz had verkocht schoon en rein was en dat er geen zand of vuil in zat. Dat was in laatsleden jaar 1483.
Engele, vrouw van Lambert Lambertsz de Backer, twee kinderen aan de Wesel met een
……….
Lambert Lamberts de backer……….
Nr. 97
Wolbert ten Hove verklaart dat hij er lang geleden bij was als scheidsman toen Peter Sibransz en Jacob Geertsz onenigheid hadden over de beschuldiging van Jacob, die had gezegd dat Peter geld had gehaald uit de kist van zijn moeder Gertruid.
Er werd toen in tegenwoordigheid van meerdere goede mannen overeengekomen dat Jacob zou verklaren dat hij van Peter niets dan goeds wist te zeggen. Er werd verder overeengekomen dat Jacob en Peter geen brieven en gaven van hun moeder Gertruid zouden ontvangen, maar dat al het goed dat Gertruid zou nalaten op beide zijden zou vererven. Deze overeenkomst hebben Peter en Jacob bezegeld.
Toen zij aan Geertruid vroegen of zij deze overeenkomst wilde ondertekenen, zei zij dat zij vrij geboren was en vrij wilde blijven.
Nr. 98
Fol. 20. Anno 1483
Tussen Henric Droichscherer ende scipper Claes.
Johan Segersz verklaart dat hij met zijn gezellen in de herfst laatsleden voor Henric Droichschere een hoeveelheid spiering heeft gezouten. Een van zijn gezellen genaamd Gert heeft het zout gehaald uit het schip van schipper Claes uit naam van Henric. Zij hebben het zout nergens anders voor gebruikt dan voor de spiering van Henric. De waarde van het gehaalde zout bedroeg 15 rijnse guldens.
Nr. 99
Roede Heile 2 ponden boete wegens een vuistslag. Borg is haar man Henric Jansz.
Dirck, de man van Lucie krijgt een boete van 10 ponden.
Borg is Albert van Thie.
Ghise Schoemaker 2 ponden boete van panding door de gildemeesters van de schoenmakers.
Henric Heyben 2 ponden boete van panding van Jan Albersz.
Styne Thadeken 2 ponden boete. Borg is Henric Lambersz drager.
Roede Heyle en haar dochter elk 2 ponden boeten van vuistslagen. Borg is Werner Johansz, een schipper in de Eckelboemsstege.
Mr. Yelis 2 ponden boete van panding van Lubbert Baer van Zwolle.
Mr. Yelis 10 ponden boete van panding van Lubbert Baer.
Evert Burst 2 ponden boete. Borg is Evert inden Witten Aernen.
Evert van Beessen 2 ponden van panding van Heile Hermens.
Lambert Kuper, knecht onder Marten Voirne, 2 ponden boete. Hij werd voor het gerecht gedaagd maar kwam niet en werd voortvluchtig.
Gert Jansz 2 ponden boete. Borg is Johan Daymsz.
Dirck Hermensz 2 ponden boete. Borg is Johan Daymsz, zijn broodheer.
Goert van Nymwegen, wever, 2 ponden boete.
Geerloich de wever 2 ponden boete. Borg is Goert van Nymwegen.
Gerbrant Claesz, barbier, 25 heren ponden boete. Borg is Hermen Claesz, frater eius.
Lambert Jacobsz was door de stad verbannen wegens een aam wijn. Borg is zijn vader Jacob Messemaker. Hij mag nu weer in de stad terugkeren.
Johan Schaep 2 ponden boete. Borg is Hugen Claesz in de Hagen.
Katherine inden Aernen 10 ponden boete wegens strafbare woorden, binnen keurs gesproken. Borg is haar man.
Hermen Kroes 2 ponden boete van panding van Betthe van Werden.
Wolter Vysken 2 ponden boete van panding van Lubbert Quant.
Henric Stoeldreyer 2 ponden boete. Borg is Hermen Korfmaker.
Reyner de Lew een boete voor strafbare woorden buiten keurs. Borg is Henric Gerrytsz.
Merten Schomaker kalkberner 2 ponden van panding van Henric Kunertorff.
Alyt Henricks, vrouw van Heynrick Schuthus, veger, 2 ponden boete, Borg is Henrick Jansz.
Grete van Lent 2 ponden boete. Borg is haar man Geert van Lent.
Henric Quanter 2 ponden boete van panding van Kathrine Claes. Van een schute.
Gese Roeters 1 aem wijn van panding van Johan Jacobsz.
Geert Reynersz 2 ponden boete van panding van Andries Hermensz.
Hermen Bomtas 2 ponden boete van panding van Meriken Hanynges.
Herman Kroes 2 ponden boete van panding van Bette van Werden.
Styne Tade 2 ponden boete van panding van Johan Henrixsz goltsmit.
Nr. 100
Fol. 20v. Tussen Moy Freric ende Laurens Buermeister.
Henric Woltersz, Willem Geertsz en Jacop van Monster verklaren dat zij op dinsdag in deheilige dagen van Pasen op straat stonden voor de deur van de Drie Toernen en hoorden daar dat Moy Freric keurbare woorden sprak tegen Laurens. Hij noemde hem dief, schalk en verrader. Laurens zei dat hij dat moest bewijzen.
Albert Claesz hoorde ook dat Moy Freric tegen Laurens zei dat hij een dief en verrader was.
Nr. 101
Evert Vrese vroeg te Genemuiden aan Ffredric Mouwersz en Assken waarom de gezellen in het Zwartewater voeren. Zij gaven ten antwoord dat zij daar waren vanwege de stad Kampen, waar het schip ook van was. Daarop zei Evert dat als zij daar waren voor zichzelf, hij ze gevangen had genomen als straatschenders.
Evert deed er de eed op.
Nr. 102
Otte Roloffsz, Henric opt Tolhus, Ysebrant Baers en Claes Tymensz verklaren dat op de dag dat Else haar ampt gegeven werd [sacrament der stervenden] in het huis van Gise Blanckert wijlen Johan Sandersz tegen hen zei dat hij niet wist hoe hij er aan toe was met zijn zaken en goederen met zijn vader Ghise en Elsen. Hij vroeg aan hen hoe zij er over dachten. Zij hebben hem aangeraden de burgemeester te laten komen. Intussen overlegden zij ook met Ghise en gaven hem een en ander te kennen. Johan zat te schreien. Ghise kwam bij ons op de bank zitten. Johan zei tegen hem: vader ik wil graag weten hoe het met mij zaken gesteld is. Jij hebt mijn geld in beheer. Ghise zei toen dat hij alles voor Johan zou beheren. Else is nog niet dood. Daarop zei Johan: weet wel vader dat je 80 rijnse guldens van mij in beheer hebt en ook nog 18 gulden. Ja zei Ghise, en ook nog 15 of 14½ gulden en een vierde deel aan de eigendom van een schip dat zij gezamenlijk hadden. Een achtste deel waren zij op een bepaalde dag schuldig.
Het huisraad bezaten zij elk voor de helft. Hierin consenteerde Ghise. Claes Tymensz berekende alles en kwam op 160 gulden in totaal. Daar waren de scheepsparten niet bij.
Daarover zweeg Ghise. Hij wilde dat zij de burgemeester haalden.
[De namen van de laatste drie getuigen zijn later doorgehaald]
Ysbrant Baers en Henric opt Tolhuys verklaren dat zij in het huis van Gyse Blanckert waren een weinig tijds voordat Else, de dochter van Gyse, het sacrament der stervende kreeg. Gyse zei toen tegen hen dat hij van zijn zwager [schoonzoon] 80 rijnse guldens in beheer had en het eigendomsbewijs van een vierde deel van een schip. Dit vierendeel behoorde hen beiden toe. Zij waren samen nog een achtste scheepspart schuldig. Het huisraad hadden zij half en half. Daarop zei Claes Tymansz dat Johan aan Gyse ook nog 18 rijnse guldens had geleend en ook nog 13½ of 14 ½ rijnse guldens.
Coram Bertolt van Wilsem en Lodewyck Kruse.
Nr. 103
Johan Albersz bekent schuldig te zijn aan Henric Dubbels 82 rijnse guldens, zoals in het stadsboek staat geschreven, van de koop van een rijnschip.
Henric verklaart dat Johan hem voldaan heeft. [De akte is doorgehaald]
Fol. 21. 3 april 1483, Beke Henric van Langen belooft om hier te Kampen twee potschepen met rogge te brengen. Daarvan mag hij de helft uitvoeren. Dat wat hij hier heeft aan rogge in het huis van Gise mag hij ook uitvoeren. Ghise Blanckert is hiervoor borg.
In de marge: 15 juli, Beke Henric zal voor Martini aanstaande twee potschepen met rogge in Kampen brengen. Dat heeft hij als een eerlijk man beloofd.
Nr. 104
14 april 1483, In het gerecht verscheen onze burger Michiel Aertsz, welke onder ede verklaarde dat omstreeks Sint-Michielsdag laatstleden nabij Marken in Holland volk van de uitleggers van Amsterdam bij hem aan boord kwam. Hun kapitein was Geert Kaeck. Zij hebben hem goederen uit zijn schip afhandig gemaakt, te weten een smal vierendeel boter en vier kazen, welke toebehoorden aan onze burger Albert Claesz. Hij zou die goederen brengen naar de vrouw van Albert. Coram de burgemeesters.
Nr. 105
14 april 1483, Willem Dircsz de harnasmaker verklaart dat hij zijn aanbeeld, gereedschap en huisraad heeft verkocht aan Eeffse Kniggen. Hij kan die goederen terugkopen voor 15 heren ponden, te betalen met 2 heren ponden per 14 dagen.
Coram schepenen Gosen van Hattem en Jacop Clinge.
Nr. 106
Johan Roese en zijn vrouw Assele verkopen aan Geert Jansz backer een huis met schtergelegen hof aan de Steendijk tussen het Onser Vrouwen heilig huisje en het erf van Schele Claes, strekkende van de Steendijk tot aan de Bagijnengracht. Uit het goed gaat een jaarlijkse erftins van een heren pond. Coram Jacop Clinge en Vreric Rynvisch.
Nr. 107
Geert Claesz is borg voor Gise Copersleger dat hij zal voldoen aan de uitspraak in de onenigheid tussen Gise en Mette Ygermans en haar kinderen. Het gaat over huisraad en het derde deel van een som van 350 gouden rijnse guldens.
Nr. 108
Afschrift van een brief in het latijn, geschreven door burgemeesters, schepenen en raad van Kampen.
In de marge staat: Een helft van het schip hoort hier te Kampen, de andere helft hoort te Danzig in de Duitse Hanze.

Latijnse tekst op fol. 21
Burgemeesters en schepenen van de stad Campen in het Keulse “Drittel” van de Duitse hanze verklaren dat de schipper Otto Rodolfi een burger van Campen is; zij doen dat in het kader van een geschil met bepaalde burgers van Dansich.
De getuigen en de datering worden onder enzovoort niet vermeld.
Nr. 109
– Jacop …. van daglegging
– Henric Hoppenbrouwer 2 ponden boete.
– Zijn vrouw 2 ponden boete.
Waren gedaagd maar kwamen niet voor. Van mess.
Fol. 21v. Johan Henrixsz, Hermen Vrie, Hermen Stellinck en Gese Johans verklaren dat zij het huwelijk hadden beraamd tussen Henric Prange en zijn vrouw Marreken.
Voorwaarde was dat Matte Kaye, de moeder van Marreken de 24 rijnse guldens zou betalen waar men de erfgenamen van Kerstken Hoeffslegers mee zou voldoen voor hun deel van diens nagelaten goederen. Henric Prange zou daarvoor niet worden aangesproken. Hermen Vrie verklaart nog dat Matte het voornoemde bedrag zou betalen aan Lambert Smyt. Deze verklaart dat hij wil zweren dat Matte Kaye hem dat beloofd heeft. Daar waren Hermen Vrie en Johan Henrixsz bij.
Nr. 110
23 mei. Jacop Pilgrumsz, Johan van Moersse en Lambert Tymmerman verklaren dat zij scheidslieden waren toen in Jacop Pilgrumsz huis Johan Scroer beloofde om aan Willem Zyl het geld te betalen dat Jacop Symonsz hem schuldig was. Dat wat Jacop
nog meer schuldig was, zou worden bepaald door Else Brouwers. Daar was Jacop het mee eens.
Nr. 111
Inden zaken tussen Willem Ziel ende Johan van Eybergen.
Heer Willem Beyken, Johan de Wise, Orber Henricsz en Jacop Scroer verklaren dat zij er als moetsoenslieden bij waren omstreeks Sint-Pancratiusdag laatstleden in het huis van Jacop Scroer, toen Willem Zyel en Johan van Eybergen hun rekenschappen deden van het tichelwerk te Zalk. De moetsoenslieden bepaalden dat Willen van Johan zou ontvangen van de eerste ovens 29000 middelstenen voor zijn verstrekte geld. Voor het geld dat Willem meer had verstrekt, dat hij bewijzen zou, daar zou Johan hem 1000 middelstenen per 18 stuivers voor geven. Als Johan hem die middelstenen niet kon leveren, mocht hij ook kleine stenen geven, te weten 3000 kleine stenen in plaats van 2000 middelstenen.
Bij deze overeenkomst werd ook Henric Johansz uit Zalk betrokken.
Coram Gert Lose en Freric Rynvisch.
Nr. 112
Fol. 22. Inden saecken tussen Willem Nagel ende Egbert Verkencoper.
Gerrit van Wesel verklaart dat in zijn huis in Zwolle afgelopen zaterdag Willem en Egbert afrekenden van de koop van zes varkens. Egbert had Willem daarvoor betaald op een som van 20½ witstuivers na. Die zou hij betalen in Kampen in de Smacke op maandag daarna. Hoewel zij eerst enige onenigheid over de koop hadden, waren zij er tenslotte toch tevreden mee. De overlieden die er eerst bij waren om hen te vergelijken, kwamen later weer in het huis en brachten beiden tot overeenstemming.
Nr. 113
Inden sake tusschen Jacop Machoris ende Berent Wolt.
Johan Daymsz, Rotger Johansz, Willem Berentsz, Johan Jacopsz, Wier Albertsz en Goiken Henrixsz verklaren dat Berent Wolt met zijn maatschap visten op de Wriver ongeveer vier of vijf dagen geleden enige tijd na zonsopgang en dat toen het schip de steven wendde.
Coram de burgemeesters.
Nr. 114
Van de nederslach van Hermen Roloffsz gedaen.
Peter Johansz verklaart dat hij er bij was in het gelag in de kelder toen de doodslag plaats vond. Hij hoorde dat Henric Kroser en Otte Rolofsz woorden met elkaar hadden en begonnen te twisten over een rijnse gulden en een ton bier. Wat zij precies zeiden, weet getuige niet. Hij zag de pot waarmee gegooid was, op de tafel staan, maar hij weet niet of Hermen er mee gooide. Hij zag wel dat Henric een tijdje stil bleef zitten. Otto Rolofsz zei tegen Hermen: broeder, waarom doe je dat ? Daarna stond Henric op en stak naar Hermen.
18 juli 1483, coram Frederic Rynvisch en Jacob Clinge.
Nr. 115
Vijanden van de Drie Steden, de Ridderschap en het Oversticht om wille van Geert van Bernsvelden.
Rolof Kreler, Rolof Sommer, Goert ter Moelen, Henric ten Dullen, Geert Vincke, Johan Munster, Johan de Beer, Henric de Bremer, Wolbert Bennyck, Dris Reyge, Henric Ridder, Johan van Vollichusen, Kerstken van Dudersteren, Kerstken Bremer de jonge, Johan ten Manschot, Johan van der Borch, Gosen de Beste, Wolter ten Velde.
Nr. 116
Fol. 22v. Inder zaken van Geert Ottensz ende Geert Mulre.
Evert Maesz en Lambert Woltersz verklaren dat Geert Mulre van Zwolle heeft beloofd en borg is geworden dat wanneer Johan Dyrcksz niet zou betalen aan Geert Ottensz, wanneer die van Zwolle kwam, de drie rijnse guldens en een oord van het kaagschip dat Johan van Geert Ottensz had gekocht, dan zou Geert Mulre op Sint-Johansdag laatstleden die betalen als een goed man. Als er niet betaald werd, zou Geert Ottensz zolang borg blijven voor Johan Dyrcksz en dat schip mogen aantasten en tot zich nemen.
Geert Mulre gaf daarop aan Evert Maesz en Lambert Woltersz de hand.
Dit gebeurde in de heilige dagen van Pinksteren in het huis van Warner Topken.
Peter Peye getuigt idem. Coram burgemeesters.
Henric Lodewychsz verklaart dat Geert Mulre en Johan Dyrcksz hem hebben gevraagd het zeil uit het voornoemde kaarschip te halen en naar zijn huis te brengen. Dat zeil was onderpand voor een schuld die zij bij hem hadden. Henric mocht dat zeil in bewaring houden tot de schuld voldaan was.
Nr. 117
Inder schelinge tusschen Henric Albertsz ende Hille die Ommedragester.
Berent Johansz en Hermen Henrixsz verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren op Onze-Vrouwenavond Visitationis laatsleden in het huis van Gert Biere toen Henric Albertsz van Johan de brouwersknecht, die Claes Gosensz oude knecht is, het volgende heeft gekocht:
Enig gereedschap, vier stoelen, twee bankjes, twee kleine stoelen, een bedstede, een trisoer en twee emmers.
Evert Scroer verklaart dat hij twee of drie dagen later vanwege Henric Albertsz voor het gekochte goed een bedrag van zes arnhemse guldens betaalde aan Johan voornoemd.
Coram Lodewich en Rueric.
Nr. 118
Johan Swicker en Cornelys Gijsbertsz verklaren dat de vrouwen elkaar de helm afrukten en elkaar aan de haren trokken. De een smeet de ander op de tafel, waardoor die een hoofdwondopliep. De man van een van de vrouwen trok de vechtenden uit elkaar en verliet met zijn vrouw het huis.
Johan Albertsz verklaart hetzelfde.
Anno 1483 op Exaltationis Crucis (14 september) is bepaald dat de quarte Kamper koite[bier] moet worden betaald met 10 duiten.
De tappers moeten geven voor de ton 36 kromstaarten en de burgers 34½ kromstaarten.
Fol. 23. Anno 1483
Jacob, de vrouw van Willem van Dort, een boet van 2 ponden om panding van Claes Jansz.
Johan van der Ae 10 ponden boete om panding van Johan Hermansz.
Nr. 119
22 augustus 1483, Inden saken tussen Willem Ziel ende Orber Henrixsz. Ex cedula punt…
Herman van Collen, Lambert Beerntsz en Ghise Lambertsz verklaren dat zij een overeenkomst hebben gemaakt tussen partijen voornoemd. Van de vijf koeien zouden zij er elk twee krijgen.
De laatste zouden zij samen melken. Ieder van hen zou een kalf krijgen.
Verder verklaren zij dat Willem aan Orber het tichelwerk met paard, karren, schoppen en spaden had verhuurd, doch Gise Lambertsz moet daarvan volgens een gemaakte overeenkomst voorrang hebben. Willem mag zijn koeien in het land laten weiden.
Orber zal aan Willem 9000 goede middelstenen geven.
Willem zal het hout en het riet met Orber delen.
Orber moet aan Willem voor zijn keurstenen 10000 middelstenen leveren. Hij mag geen stenen verkopen voordat Willem zijn uitgeleende geld terug heeft gekregen. Kan Willem zijn geld niet aan de stenen verhalen dan mag hij de haver, het hooi, vijf koeien twee paarden en al hetgeen dat op het werk is, aantasten.
De winst die overblijft als de pacht en onkosten betaald zijn, zullen zij samen delen. Als er verlies blijkt te zijn dan zullen zij dat samen dragen.
Orber heeft de getuigen voornoemd de eed laten doen.
Coram Johan Vene en Albert Evertsz.
Nr. 120
Geert Hoyer 2 ponden boete omdat hij niet voor recht verschenen was.
Geert Backer 2 ponden boete wegens panding van Lambert Backer.
Jacop Symonsz 2 ponden boete wegens panding van Johan die Vrie.
Johan Kuper heeft bij dage iemand verwond. Borg is zijn broeder.
Herman Vrie wegens meineed voor het gerecht. Borg is Johan Smit.
Coram burgemeesters Lose en Rueric.
Johan Kuper in de Veenstrate 2 ponden boete. Borg is mr. Dirck Selle.
De vrouw van Dirck Brouwer 2 ponden boete wegens trekken aan de haren. Borg is Jacob Baers.
Geert Everberch 2 ponden boete van panding van Willem van Eden.
Tyman Claesz van water, etc. Uitgeklopt. [doorgehaald]
Johan van Vreden 2 ponden boete van panding van Warner Topken.
Dirck Vleishouwer 10 ponden boete omdat hij leed aan de pest en toch in het vleeshuis ging. Zijn borgen zijn Henrick Jacopsz, de zoon van Jacop Wachter.
Ghyse van Scharpensiell trok een mes en stak naar iemand, doch raakte hem niet. Zijn borg is Johan Stoeffken [doorgehaald]
Swaen Aernts te Brunnepe 2 ponden boete van panding van heer Jan Coesfelt en Dirck Witte.
Evert Baers 2 ponden boete van panding van Dirck van den Velde.
Else, de vrouw van Ghise Blanckers, 2 ponden boete. Borg is haar man.
Peter Nucke 2 ponden boete, borg is Coert Jansz Backer.
Tielman Mulre 2 ponden boete [doorgehaald]
Albert Mulre 2 ponden boete. Borg is Tielman de mulre op de molen van Nanning.
Dyrck Kerckhoff 2 ponden boete voor gebruik van strafbare woorden. Zijn borg is Wynken de voorsprake.
Gert Falcken 2 ponden boete voor het uiten van lelijke woorden.
Nr. 121
Fol. 23v. In het gerecht verschenen Leffert Geertsz, Geert Hermansz, Sybrant Henrixsz en Herman van der Vecht, welke onder ede verklaarden dat schipper Wolter Hugens is voldaan van al het vrachtgeld, werpgeld en andere kosten aangaande de 31½ last rogge die hem door Kamper kooplieden werden ingescheept in Koningsbergen.
Coram de burgemeesters.
Nr. 122
24 september 1483 (4a feria post Matei)
Inder saken tusschen Tyman van Olst ende Johan Albertsz.
Heer Lubbert Witte, Johan Coepsz en Johan Jansz Smyt verklaren dat zij als scheidslieden een uitspraak hebben gedaan tussen partijen voornoemd. Te weten dat van het kapitaal van de schepenbrief van een jaarlijkse rente van zeven heren ponden op Santgangendag, gaande uit het huis van Lambert Pelser nabij het Broederklooster, Johan 15¼ rijnse guldens van 30 stuivers per stuk in onderpand zal krijgen totdat Tyman het bedrag waarvoor Johan voor hem borg stond, heeft voldaan.
Coram burgemeesters Gosen, Rueric en Lose.
Nr. 123
Johan Albertsz en zijn vrouw Meriken en Johan Jansz en zijn vrouw Grete verklaren dat zij verkocht hebben aan zijn [!] broeder Lubbert Witte, priester, het vierde deel van een huis en erf in het gerecht van Oosterwolde, tussen Egbert Bringman en Henric Franckensz aan de noordzijde en Trude Lamberts, Johan van Thie en de erfgenamen van Johan Willemsz aan de zuidzijde, strekkende van de Gelderse Gracht tot aan de vier grezen van Henric Franckensz. Het is hem aanbestorven van zijn vader en moeder.
[De akte is doorgerhaald]
Nr. 124
Nota. Aan denken dat Aernt Jacopsz zijn testament heeft gemaakt in 1482
ten overstaan van Berent Morre en Wolter Wulffsz. Hij had zijn natuurlijke zoon tot erfgenaam benoemd. Aan zijn vrouw Lumme liet hij 30 rijnse guldens na, te betalen uit de gemeenschappelijke goederen. Tot mombers over zijn zoon koos hij Gert Albertsz en Jan Dubbeltsz. Er was geen akte van opgemaakt.
Nr. 125
6 november 1483, Een man uit Ens wilde een schuld aan Gosen Klinckenberch aflossen volgens de voorwaarden van de akte die er van gemaakt was. Het moest voor Sint-Martensdag worden aangezegd.
Berent Wolt en de andere sculte hadden anno X4 [!] de dag weer gelegd [Berent Wolt is doorgehaald]
Fol. 24. Sibrant Henrixsz, Thews Lubbertsz, Thonys Reynersz verklaren als buren van wijlen Aernt ten Bussche dat op woensdag na Onser Vrouwen Assumptionis laatstleden (19 augustus)
tussen acht en negen uur in de avond Aernt is gestorven. Zij hebben hem nog horen zuchten en steunen toen de priester bij hem kwam.
Roloff Claesz en Claes Simonsz verklaren dat zij als bemanningsleden van schipper Johan Willemsz, onze burger, ongeveer vijf weken geleden een partij van 1500 stuks wagenschot hebben overgeladen in het schip, vanwege de koopman uit Amsterdam.
Willem Berentsz en Aernt Henrixsz verklaren hetzelfde.
Nr. 126
In het gerecht verscheen Foyse, de weduwe van Willem Fuls, met Freric van Depenbroek en Evert Witte als haar mombers [dit is doorgehaald en veranderd in het volgende]
In het gerecht verschenen Ffrederic Depenbroeck en zijn vrouw Ave, welke verklaarden te hebben verkocht aan Johan de Wilde een jaarlijkse rente van 12 heren ponden, te betalen ieder jaar op Sint-Katharijnendag virginis, gaande uit hun huis, waarin zij ook wonen, gelegen in de Oudestraat tussen Henric Jansz en Gert Slewert, strekkende van de Oudestraat tot aan Gerbrant Bringmans erf, ten halven erve.
[Er stond eerst-doorgehaald-, dat de helft van het huis in bezit was van Henric Hoppenbrouwer, en dat het gelegen was tussen Johan Coepsz en Henric Johansz en dat het strekte van de Oudestraat ten halven erve aan Berent Henrixsz]
Uit het onderpand gaat al een jaarlijkse rente van 15 heren ponden, te lossen met 20 penningen 1 penning. Coram mr. Gosen en Jacob Clinge.
[De gehele akte is doorgehaald]
Nr. 127
Panden van paalgeld binnen 14 dagen door de tollenaar.
Fol. 24v. Lambert Tymmerman.
Goyken Drager en Johan Kanneken verklaren dat Johan van Wilsem heeft gezegd tegen Lambert Tymmerman dat hij “ de torff van den huyse inder dake leggen solde” of hij zou het te kennen geven aan Henric Kuenertorff. Lambert zei toen dat hij niets aan Kuenretorff zou vragen. Hij wilde dat God Johan de “vallende avell” zou geven, hij was een meinedige boef, die voor het gerecht had gestaan en onder ede de armen lieden had bedrogen.
Tymen Lambertsz en Andrees Evertsz verklaren dat zij hebben gehoord dat Lambert tegen Johan van Wilsem zei dat hij een gek was, die de arme lieden geld moest geven inplaats het van hen onder ede af te nemen.
Nr. 128
Albert Evertsz, Lubbert Overdyck en Herman Geertsz verklaren dat zij er in de schepenkamer over en aan waren toen mr. Jacob een akte van huwelijkse voorwaarden las. Daarin stond onder andere dat Johan de Grote zijn nicht Alyt, de weduwe van Peter Albertsz, niet zou onterven. Daarop zei Johan de Grote dat dat in de huwelijksvoorwaarden niet zo beschreven was. Daarom wilde hij de akte niet bezegelen.
Lubbert Overdijck verklaart nog dat hij toen tegen Johan de Grote zei, doch op verzoek van Peter Albertsz dat als Johan de akte wel zou bezegelen hij van Peter een akte onder diens eigen zegel zou krijgen waarin zou staan dat het genoemde punt niet van waarde zou worden gehouden.
Heer Herman Voirne, priester, verklaart dat hij huwelijksman was toen in zijn huis het huwelijk werd besproken. Het punt van onterven kwam in de huwelijksvoorwaarden niet voor.
Heer Herman Voirne en Johan Wernersz verklaren dat op de avond dat de bruiloft zou worden gehouden Johan die Groete tegen Peter Albertsz zei dat hij in de punten in de huwelijkse voorwaarden van zijn nicht Alyt aangaande het niet onterven, niet kon consenteren. Daarop zei Peter dat hij Johan de Grote onder zijn eigen zegel een handschrift zou geven waarin zou staan dat Johan om de betwiste punten niet zou worden benadeeld.
Heer Herman Voirne, Albert Evertsz en Johan Wernersz verklaren dat zij met Peter Albertsz in het Heilig-Geestgasthuis waren en hem vroegen om de brief die Johan de Grote van hem zou krijgen. Daarop schold Peter hen uit en liep weg uit het gasthuis.
Nr. 129
Fol. 25. Johan Daemsz.
Johan Houwinck en Johan Petersz verklaren dat zij er bij waren toen Johan Daemsz met de weduwe van Henrick van Gennen afrekende van de pacht van het viswater. Johan bleef haar nog 12 rijnse guldens schuldig. Hij zou haar die geven als de laatste termijn van de pacht moest worden betaald. Beide getuigen en nog vier anderen waren er borgen voor.
Henric Dubbeltsz verklaart hetzelfde.
Gise Blanckert verklaart dat hij om onbetaalde huishuur gepand heeft aan het goed en huisraad van Jacob Symonsz. Hij heeft de panden gegeven aan Peter Jansz, de broeder van Jacob, welke hem de huishuur voldaan had.
Coram Lubbert NN en Henric Pael.
Inden saecken tussen Johan Dubbeltsz ende Peter Jansz.
Berent van den Hove, Geert Geertsz, Kerstken Jansz, Willem Thewsz en Geert Willemsz, scheepsgezellen, verklaren dat aan Peter Johansz de twee tonnen teer waar onenigheid over is met een schuit aan boord gebracht zijn omdat hij met zijn schip niet aan land kon komen. Hij liet de teer achter in het “espynck”[sloep] bergen. Hij gaf het over aan schipper Johan Willemsz, welke het verkocht aan Johan Dubbeltsz.
Henrick Dubbeltsz en Bruesken van Steenbergen verklaren dat zij een moetsoen gemaakt hebben tussen Jan Daemsz en de weduwe van Henric van Gennen. Johan bleef de weduwe nog 27 heren ponden en 2 arnhemse guldens schuldig van de pacht van viswater.
Henric Vos verklaart hetzelfde.
Nr. 130
Inder saecken tusschen Gerloich Potter ende Henric Claes Gosensz.
Willem Johansz verklaart dat Henric voornoemd in het jaar 1482 in Dronthen [Trondheim] in Noorwegen is geweest. Hij gaf daar aan hem (Willem Johansz) zijn schijn en brief van Bergen. Hij bracht die schijn weer terug naar Bergen, zoals de ene koopman dat voor een andere koopman doet.
Nr. 131
Fol. 25v. Willem Gumpert verklaart dat Johan Snoyse bij Gerbrant de barbier in huis kwam. Hij had zijn tabbert uitgetrokken omdat hij moest worden verbonden, maar Willem zag geen verwonding.
Johan Willemsz verklaart dat hij bij de vechtenden kwam en zag dat Johan Snoyse een wond had boven aan zijn schouder. Hij weet niet anders dan dat Henric Baers de wond had toegebracht, want die verliet het huis toen hij (Johan Willemsz) binnenkwam.
Grete Riets verklaart dat zij zag dat Johan Snoyse een wond had en zag ook de eyplaets [pleister] die er op gedaan was. Zij heeft niet gezien wie de wond had toegebracht.
Geertken, de maagd van Grete, verklaart hetzelfde.
Jutte verklaart dat Henric Baers Johan Snoyse uitdaagde om naar buiten te komen, zeggende “ben je zo dapper, kom dan hier, je bent uit een goede moeder geboren”. Ja, zei Snoyse, je steekt met een mes. Maar omdat het donker was, kon Jutte niet zien of zij ook messen in de hand hadden.
Else, de maagd van Johan Snoyse, verklaart dat Henrick Johan uitdaagde om naar buiten te komen. Hij ging naar buiten maar kwam even later weer binnen. Zij trok hem zijn wambuis uit en zag dat hij aan zijn schouder bloedde.
Steven Willemsz verklaart dat Johan Snoyse hem de wond aan zijn schouder liet zien.
Hij zei dat Henric Baers hem de wond had toegebracht. Steven was er niet bij toen zij aan het vechten waren.
[De aantekeningen zijn doorgehaald]
Nr. 132
Jacob Coipsz bekent schuldig te zijn aan Johan Wernersz 3½ rijnse guldens min 2 stuivers.
Johan Henricksz goltsmit
Lambert Henricksz
Geert Henricksz
Deze beloven dat zij borg staan voor Jan ter Stege voor de boete die de stad hem zal opleggen. Arent Henricksz belooft dat hij Johan Henricksz schadeloos zal houden.
Johan ter Stege zal zijn borgen schadeloos houden. Coram Gosen NN en Jan Vene.
In de bovenmarge staat 80 ponden.
[Deze aantekening is doorgehaald]
Willem Hugensz van Dordrecht geeft een volmacht aan zijn vrouw Ude Dircksen om zijn goederen te Dordrecht in Zuidholland of daar buiten liggende, zowel roerende als onroerende in te manen en kwitanties te geven.
Nr. 133
Fol. 26. Inden saeke tusschen Aernt Smit ende Geert Wichersz erfgenamen ende Henricken de wedue.
Henrik Dircksz alias lange Henrick, Lambert Ruters, Jonge Jacob en Johan Leensz verklaren dat zij ongeveer drie jaar geleden op Rouveen een overeenkomst hebben gemaakt over verkoop van een mijt hooi door Arent Smit aan Geert Wichersz ter waarde van 11 arnhemse guldens. Daarvan zijn 2 guldens betaald door Henrick Dircksz, die ook een deel van hooi had gekocht.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 134
Ysebrant Baers, Ffrederic Rynvisch en Egbert van Holtsende verklaren dat zij gehoord hebben dat Lubbert Quanter Gise Blanckert in zijn huis lelijke woorden toevoegde.
Lubbert zei dat de vrouw van Gise hem bestolen had. Lubbert wilde zijn deel van het gelag niet betalen.
Ysebrant verklaart dat Gise de dacker [dolk] uit de hand van Lubbert nam. Hij heeft niet gezien dat Lubbert of Gise de dolk uit de schede trok.
Ffrederick verklaart hetzelfde.
Peter Heynensz, Johan van der Ae en Goert Steenhouwer verklaren dat zij mede in het gelag zaten toen Lubbert Quanter en Gise ruzie kregen. Lubbert zei dat het gelag betaald was en Gise zei dat het niet betaald was. Daarop zei Lubbert “dat lieg je als de dief die je bent”. Lubbert zei ook nog dat de dochter en de vrouw van Gise hoeren waren. Zij voegden elkaar over en weer nog andere lelijke woorden toe.
Nr. 135
Gumpert Stevensz en Coenraet Johansz verklaren dat zij er afgelopen zondag bij waren voor de wijnkelder toen Johan van Berck uit Deventer en Kerstken van Collen met elkaar afrekenden. Kerstken bleef Johan nog 57½ kromstaart schuldig. Gumpert vroeg aan Kerstken of hij wilde bekennen dat hij dat bedrag schuldig was. Daarop zei Kerstken dat hij dat wilde bekennen zodra Johan hen voldaan had.
Coram Nannyng en Hoppenbrouwer.
Nr. 136
Fol. 26v. Nota
Wolter Visken moet 40 heren ponden boete betalen aan de tegenwoordige rentmeesters Albert Evertsz en Henric Hoppenbrouwer. Deze boete zal worden betaald door Albert Visken (de zoon van Geert Albertsz), Henric Claes ( zijn neef) en Claes Visken (de broeder van Wolter).
Borgen zijn Peter Nynker en Gise Blanckert, elk voor al.
De familieleden van Wolter beloven om de borgen schadeloos te houden.
Nr. 137
Tusschen Ghise Lambertsz ende Orber Henrixsz.
Lambert Berentsz, Herman van Collen, Jacob Scroer en Johan Cornelysz verklaren dat zij als wijnkoopslieden in het huis van Lambert Berentsz waren toen Ghise Lambertsz van Orber Henrixsz en Willem Siel het tichelwerk in het Vordebroek huurde, te weten de oven met de lutse [schuur] en de plaats en wat er verder bij behoort, van Sint-Jacobsdag tot Sint-Petersdag.
Voorwaarde was dat Orber en Willem de oven gebruiksklaar zouden leveren, zodra die weer was afgekoeld. Eventuele schade zou aan Gise worden vergoed.
Nr. 138
Johan Aerntsz, Hilbrant Jansz, Johan Cloeting en Herman Geertsz verklaren dat zij in het huis van Aernt in de Lappe waren en zagen dat Aernt aan Johan Kuper 10 mudden spiering verkocht voor 10 enkele davidsguldens. Voorwaarde was dat hij de spiering zou leveren in de periode van 13 dagen voor Vastenavond tot 13 dagen na Vastenavond.
Nr. 139
Fol. 27 [meegebonden briefje]
Willem Claesz en meister Johan van Marcken verklaren dat Bartolt Smyt te Mesonde aan Willem Klimmer verkocht en ingescheept heeft 200 stuks wagenschot. Dat was ongeveer vijf jaar geleden. Meister Johan heeft daar het “verdeck” van Willem Klimmer mee afgetimmerd.
Coram Lubbert en Paell.
Nr. 140
Fol. 27v. Henric Lubbertsz de drager verklaart dat hij de goederen uit het huis van Jacob Symonsz heeft gehaald en naar Peter Jansz huis bij de Nieuwe Muur heeft gebracht. Dat was op bevel van Peter Jansz.
Swane, de vrouw van Marten Kistemaker, verklaart dat zij heeft gezien dat Peter Jansz het goed uit Jacob Symonsz huis liet halen.
Nr. 141
Fol. 28 [meegebonden briefje]. 15 december 1483.
Geert Gotschalck, schout van Zalk, verklaart ten overstaan van de schepenen Lubbert Petersz en Jacob Clinge dat Bartolt van Wilsem de eerste panding, opboding en aaneising gedaan heeft aan alle goederen van Coert Jansz de tichelaar en zijn vrouw dat zij op het tichelwerk in Zalk hadden. Goert en zijn vrouw woonden er toen nog. Bartolt pandde voordat Henric van Vilsteren en Herman van Collen aan de goederen hadden gepand. Dat was op Sint-Remigiusdag (1 oktober) twee jaar geleden.
In hetzelfde jaar pandde Herman van Collen omstreeks Sint-Thomasdag (21 december) en Henrick van Vylsteren tussen Midwinter en Lichtmis.
Coram Mr. Gosen en Lodewych Kruse.
De Raad heeft het verwin dat Bartolt van Wilsem binnen en buiten Kampen heeft gedaan op voornoemde goederen van waarde verklaard.
Nr. 142
Fol. 29 [meegebonden briefje]. Berent Hoyer verklaart dat hij Roloff Swarte en Riemolt of hun erfgenamen met een schepenbrief had gegeven 100 gouden rijnse guldens of een jaarlijkse rente van 10 heren ponden. Nu verklaart hij dat Riemolt of haar erfgenamen die 10 heren ponden na zijn dood mogen beuren. Te weten 5 heren ponden gaande uit het huis van Gosen van der Schere in de Oudestraat, 3 heren ponden gaande uit het huis van Jacob Tymmerman in de Nieuwstraat, 1 heren pond gaande uit het huis van Dyrck van Allenkercke op de Burgwal bij het huis van de bodel [beul] en 1 heren pond gaande uit het huis van Johan van Brummen in de Geertsstrate van der Ae.
Datum 24 oktober.
Nr. 143
Fol. 29v. Ysbrant Baers, Ghyse Blanckert en Moy Frederick verklaren dat zij er bij waren in het huis van Ghyse voornoemd toen Willem van Dort aan Johan Dyrcksz een knuppeldoek met geld gaf.
Johan telde uit die doek aan Werner Topken het geld toe dat deze moest hebben van de pacht van zijn viswater. Het overschot gaf Johan weer aan Willem terug. Daarmee waren zij voldaan van de pacht.
Nr. 144
Dyrck van Holtsende, Ysbrant Baers, Peter Heynensz en Frederick Rynvisch Henrixsz zullen getuigen voor Ghyse Blanckert en Lubbert Quantert.
Johan van der Ae, Goert die Steenhouwer en Lubbert Quantert getuigen voor Peter Heynensz.
Nr. 145
Fol. 30. Johan ten Holte, Nanne Volckersz en Dirck Kannengheter verklaren dat zij met wijlen Herman ten Holte de begrafenis van Aernt ten Holte hebben betaald, behalve een rijnse gulden, die Laurens had uitgegeven voor was. Johan ten Holte heeft van wijlen zijn vader Aernts nagelaten goederen 200 rijnse guldens ontvangen.
Coram Jan Vene en Jan Roerlo.
Nr. 146
Schipper Lambert Evertsz, Johan Sodemaker en Johan Henrixsz, onze burgers, verklaren dat schipper Lamberts voornoemd in het schip van Berent Morre, dat nu in Zeeland ligt, 24 tonnen steen hadden geladen, elke ton gerekend voor 16 voeten. Ook hebben zij geladen 750 barnholts [brandhout] en een hoeveelheid wagenschot [planken].
Dit alles was eigendom van Berent Morre en van niemand anders.
Coram Gosen Klinckenberch en Henric Hoppenbrouwer.
Nr. 147
14 februari [1484]. In het gerecht verschenen Rotger van Graes en Geert Kistemaker, executeurs van het testament van wijlen Rembrich Johansdochter, welke verklaarden dat zij hadden verkocht aan Geertruid Johanszdochter een jaarlijkse rente van een en een kwart heren pond, die wijlen Rembrich jaarlijk beurde uit de hof en het erf van Geert Moelmans, gelegen op de Burgwal tussen Gise Blanckert en Geert Moelman voornoemd, strekkende tot het erf van Jacob Scolapper, ieder jaar te ontvangen in de
vier heilige dagen van Pasen. De executeurs hebben de schepenbrief die er van is aan Geertruid overhandigd. De rente mag worden afgelost met 20 penningen 1 penning.
Coram Nanning en Albert.
Nr. 148
Inden saken tusschen heer Peter Muerman ende Lambert Henricksz.
Maes Brouwer uit Hattem verklaart dat partijen voornoemd geheel en al gescheiden zijn van alles dat Coip Hillebrants aan zijn zuster, de vrouw van Lambert voornoemd, had bekend schuldig te zijn. Het gereedschap zal echter toekomen aan degene die er volgens stadsrecht aanspraak op kan maken. Lambert moet aan heer Peter 150 rijnse guldens geven.
Coram Johan van den Vene en Gosen Klinckenberch.
Nr. 149
Fol. 30v. Inden sake tusschen Lutke Geerloff ende Johan Stuerman van grauwen steen.
Herman van Collen, Jacob Busch en Aerent Dyck verklaren dat Johan Stuerman Luke Geerloff van Leeuwarden maande voor een som van 20½ rijnse guldens van grauwe steen, die Lutke van hem had gekocht tot behoef van de kerk van Leeuwarden. Lutke zei daarop dat Johan hem daarvoor niet met recht moest aanspreken, want hij ging onmiddellijk naar Leeuwarden en zou zorgen dat Johan zijn geld kreeg.
Coram Henric Kuenretorff en Nanningk van Dueren.
Nr. 150
Inden schelinge tusschen Johan Vorne ende Johan Floysz vanden tymmeringe, etc.
Jacob Johansz en Jacob Busch verklaren dat ongeveer vijf jaar geleden zijn huis wilde verlengen. Daarop toonde Johan Vorne en toonde een document dat Johan aan zijn were niet mocht bouwen. Johan Vorne had er de hoofdlieden en familieleden bij gehaald.
Er werd toen een overeenkomst gemaakt dat Florysz mocht bouwen aan de muur van Vorne, maar hij moest een stenen goot laten maken op de muur van Vorne. Die goot ligt er nu nog.
Florysz moest het water uit die goot over zijn eigen erf weg laten lopen. Daar wilde Vorne van Florys een schriftelijke verklaring van hebben. Het huis van Florysz werd verleng tot de achtergevel van Vorne`s huis, zoals het nu is.
Er werd nog afgesproken dat het venster boven het secreet mocht blijven zitten.
Egbert van Holtsende was er ook bij. Hij weet alleen dat er een overeenkomst werd gemaakt over een stenen goot.
Henric Pael, Gosen Klinckenborch en Henric van Oenden verklaren dat zij drie of vier jaar geleden werden verzocht om in het huis van Johan Florysz te komen om de verbouwing te bezien. Er was toen afgesproken tussen Johan Voirne en Johan Florysz dat laatstgenoemde zijn muur tegen de muur van Johan Voirne mocht metselen. De lichtschepping zou blijven zo die was en muur zou met kantelingen worden afgewerkt.
Nr. 151
Fol. 31. Johan Willemsz, Cyrck Petersz, Thijs Claesz en Claes Geertsz verklaren dat zij er acht dagen geleden in het huis van Jacob van Sutphen bij waren toen Johan Wernersz aan Lambert Wychersz een rijnschip met toebehoren verkocht voor 135 rijnse guldens.
Lambert zou een derde deel daarvan betalen met gereed geld, het tweede derde deel met Midvasten aanstaande en het laatste derde deel met
Midvasten over een jaar. Het verkochte schip zou tot onderpand staan voor de betalingen. Voorwaarden waren dat Lambert de koop zou laten aantekenen in het stadsregister en dat er een scheepsbrief gemaakte zou worden. Coram burgemeesters.
Nr. 152
Anno 1483. Gise Blanckert en Berent Jansz, onze burgers, verklaren dat zij op Sint-Jacobsdag (25 juli) laatstleden een overkomst hebben gemaakt tussen schipper Lambert Jacobsz, onze burger, en Claes Jansz van Monnikendam Zij hadden onenigheid over de vrachtprijs voor het vervoer van een last teer. Er werd bepaald dat Claes aan Lambert een som van 4¼ rijnse guldens moest geven. Deze som werd onmiddellijk betaald. Hiermee waren partijen gescheiden.
Nr. 153
Fol. 31v. Peter Jansz verklaart dat hij heeft gehoord dat meester Jelys Jacob Leyendecker zijn koeien tot onderpand zette voor een schuld van 23½ rijnse guldens. Zou hij die koeien niet binnen 14 dagen lossen met het bedrag van de schuld, dan zouden ze verkocht zijn. Op deze overeenkomst werd geen godspenning gegeven of wijnkoop gedronken.
Nr. 154
Johan Meynertsz van Enkhuizen verklaart dat hij met zijn vader Meynert en met Coen Dircksz omstreeks Sint-Maartensdag zat in het huis van Gise Blanckert. Zij spraken over de onenigheid die Coen had met Meynert de vader voornoemd. Coen wilde het geld hebben dat Meynert hem schuldig was. Hij wilde niets horen over een te maken overeenkomst. Er werd toen verder niets besproken. Coram Albert NN.
Nr. 155
Tusschen Johan Kromme en Dirck Kribbe uit Zutphen.
Alpher Petersz en Claes Lenting verklaren dat partijen voornoemd onderling een overeenkomst hebben gesloten. Dirck zou van Johan 13 tonnen Hamburgerbier kopen voor 2 rijnse guldens per ton. Als betaling zou Dirck geven een partij van 6 lasten as van Rigase kwaliteit, elke last te rekenen voor 8 rijnse guldens min een stoter. Johan mag van 12 lasten er 8 of 4 uitkiezen. Wat de as meer kost dan het bier, zal Johan aan Dirck vergoeden en betalen op aanstaande Sint-Johansmarkt. Coram Gosen Clinckenberch en Henric Hoppenbrouwer.
Nr. 156
Lysbeth, de weduwe van Leffert Geertsz, geeft een volmacht aan Henric van den Loe om in te manen van Johan van Keppel alias Johan Scheere en zijn vrouw Rixe, wonende te Schyveringe [Scheveningen] buiten des Gravenhagen, een bedrag van drie gouden davidsguldens, die Lysbeth hen geleend heeft.
Nr. 157
Fol. 32. Tusschen Mette van Werden ende Luyken van Texel.
Gise Blanckert, Nanne Volkersz en Berent Johansz verklaren dat zij een overeenkomst hebben gemaakt tussen partijen voornoemd. Mette kocht van Luyken twee lasten haver, voor 13 rijnse guldens per last, die hij voor aanstaande Midvasten zou leveren
Coram Albert Evertsz en Henric Hoppenbrouwer.
Nr. 158
27 maart 1484, In het gerecht verscheen Herman Stuver, welke verklaarde dat al het getimmerte, huis, bergen, spyker, bomen en aanpotingen, aanwezig op het erf Keulvoet, toebehoren aan Katherine Werners en haar kinderen. Verder heeft Katherine uit het gehele erf Keulvoet een jaarlijkse rente van 1¼ pond.
Coram burgemeesters Albert Evertsz en Henrick Hoppenbrouwer.
Nr. 159
Folker Wolffsz op Onsterhaule [Oosterhaule] heeft beloofd op aanstaande Meimarkt weer in Kampen voor het gerecht te komen in zijn zaak tegen onze burgers Peter Kremer en Johan Lubbertsz. Hiervoor is Werner Topken borg geworden.
Nr. 160
Lambert van der Hoeve en Claes Lentinck, onze burgers, getuigen op bevel van het gerecht, nadat zij de eed hadden gedaan, dat de 14 lasten en 8 tonnen as, die gemerkt waren met het merk van Lambert voornoemd, die in het jaar 1478
schipper Wigger Wylde uit zijn kogge liet lossen in Riga, toebehoorden aan Lambert en Claes voornoemd. Zij zijn aan schipper Wigger daar niets aan schuldig gebleven. Zij hebben persoonlijk deze as niet aan Hans Gygynck overgeleverd.
Hans Giginck bekent dat deze as Lambert [doorgehaald] Henrick van der Hoeve en Bartolt Lenting goede …….. [doorgehaald].
Fol. 32v. Kuer [boete]
Mr. Yelis Hanegreve 2 ponden boete van panding van Jacob Rode.
Peter Roede in de Hagen heeft een man op het ijs met een loden kolf een bloedende wond geslagen. Hij moest voor het gerecht komen maar is gevlucht.
Gerlof Potter 2 ponden boete van panding van Geert Wynkensz in de Hagen.
[Deze aantekeningen zijn doorgehaald]
Nr. 161
In het gerecht verschenen Werner Jansz en zijn vrouw Jutte, welke verklaarden te hebben verkocht aan Albert Hoyer en zijn vrouw Femme een jaarlijkse rente van 10 heren ponden, gaande uit hun huis in de Oudestraat op de hoek van de Eckelboomsteeg, tussen de steeg en Bartolt van Wilsem, strekkende van de Oudestraat tot aan het erf van Johan Geertsz, ieder jaar te betalen op Sint Maarten in de winter. Deze rente mag worden gelost met 20 penningen 1 penning. Uit het huis gaat al een jaarlijkse rente van 12 heren ponden, ook te lossen met 20 penningen 1 penning. Coram Nanningk en Hoppenbrouwer.
[De akte is doorgehaald]
Nr. 162
Peter Schoemaker en Reynder Geertsz verklaren dat zij gehoord hebben in de tijd dat wijlen Rotger Schere voor het laatst burgemeester was dat deze oordeelde dat Johan Jacobs zijn rente moest hebben uit de huizen buiten de Venepoort zoals hij die tot nu toe steeds had ontvangen.
Mocht een van de huizen voor de tins blijven liggen dan mag hij dat huis laten verkopen en van de opbrengst zijn kapitaal inhouden. Wat er dan overblijft moet hij aan de eigenaar van het huis geven. Komt hij er aan te kort dan mag hij dat van de eigenaar vorderen.
Coram Gosen Klinckenberch en Nannyngk van Dueren.
Nr. 163
Jacob van der Hoeve zijn deel van de erfenis van Jacob van Stipholt de messenmaker te Beerliccum [Berlicum].
[Brief aan een gerecht elders.]
Hermeken de dochter van Coman Wolff, onze burgeres en toonster van deze brief, gaf ons te kennen wat zij voor uw gerecht te doen had in haar zaak tegen Holke van Clinckenberch, komende van goederen die haar na de dood van haar moeder waren aangeërfd.
[Brief aan -niet vermeld]
Bartolt van Wilsem, ons mede-raadslid, heeft ongeveer twee jaar geleden op last van de Raad bij uw burgers Gerryt Henrixsz en zijn zoon onderhandeld, zo dat zij hem 1000 tonnen kalk zouden verkopen, die alhier in Kampen zouden worden geleverd. Die kalk is nog steeds niet geleverd. Wij verzoeken u om Gerryt en zoon hierover aan te spreken zodat zij de voorwaarden die met onze muurmeesters zijn overeengekomen, zullen naleven en de kalk naar Kampen brengen. Wij verzoeken u de brenger van dit bericht een antwoord mee te geven.
[de naam van Bartolt van Wilsem is doorgehaald en vervangen door: onze muurmeester]
Nr. 164
Fol. 33. Wolter Johansz verklaart dat hij zijn zoon Steven voor de nalatenschap van wijlen zijn moeder een bedrag van 50 rijnse guldens bewijst, uit te keren als zijn zoon meerderjarig zal zijn geworden. Hij zal zijn zoon tot die tijd voorzien van kleding, schoenen en levensonderhoud.
[De aantekening is doorgehaald]
Nr. 165
Wilhelmus Buerick, pater van het convent van Sancte Cecilie te Utrecht, vanwege het convent voornoemd gevolmachtigd met een door de stad Utrecht bezegelde volmacht, verkoopt aan Albert van Tye en zijn vrouw Alyde een maat en het vierde deel van een steeg, gelegen buiten de Swanenpoort, tussen de maat van het Katherinengasthuis en de hof van de erfgenamen van Herman van Uterwyck Hermansz aan de ene zijde en de maat en hof van Albert voornoemd aan de andere zijde, strekkende van de weg tot aan de stadsmeente. Het is vrij van lasten en was eerder in bezit van wijlen Aelt Vloet.
Diens dochter heeft de maat aan het convent voornoemd gebracht bij haar intrede.
Coram de burgemeesters.[De akte is doorgehaald]
Nr. 166
In het gerecht verschenen Albert van Thie en zijn vrouw Alyt, welke verklaarden dat zij hadden verkocht aan Alyt van Hattem, de weduwe van Steven Stevensz, een jaarlijkse
rente van zes heren ponden, gaande uit hun maat buiten de Swanenpoort, tussen de maat van het Sint-Katherinengasthuis en de maat van Albert voornoemd, strekkende van de stadsmeente tot voor aan de steeg. Mede gaande uit deze steeg. Het geheel ligt tussen bezit van de erfgenamen van Herman van Uterwyck Hermansz en de boomgaard van Albert voornoemd. Deze rente zal ieder jaar worden betaald op Pauli Conversio. Deze rente mag op de verschijndag worden afgelost met 20 penningen 1 penning. Mocht later blijken dat het onderpand voor deze rente niet meer voldoet, dan zullen Albert en Alyt aan Alyt van Hattem of haar erfgenamen deze rente vestigen uit betere onderpanden. Dit is de eerste rente die uit deze maat gaat.
Coram Johan van den Vene en Nanningk van Dueren.[De akte is doorgehaald]
Nr. 167
Fol. 33v. [In het Latijn]
Anno Domini 1483 op zaterdag 18 oktober te vijf uur na de middag, in het 13de jaar van het pontificaat van paus Sixtus IV, verscheen mr. Hermannus Uterwyck voor de schepen Lubbert Peters en Henrick Pael in de schepenkamer, waar ook de andere raadsleden aanwezig waren en verklaarde dat hij [zie onder]

Latijnse tekst op fol. 33v
Heymannus Brant etcetera subscriptit, [14]83 oktober 18
Notaris Heymannus Brant oorkondt dat meester Hermannus Uterwijck als legaat ten overstaan van Lubbertus Petri, Henricus Pael en enkele andere schepenen [van Kampen] in de schepenkamer aanspraak maakt op de parochiekerk (?).
Er is sprake van een notariële akte van dezelfde dag waarbij het bezit van die kerk aan iemand is overgedragen, die ook in de kerk is ingeleid, waartegen protest is aangetekend bij de legaat en de romeinse curie. Uterwijck zal zich neerleggen bij wat de raad van Kampen bepaalt.
Nr. 168
12 december 1483, Rotger Steck en Dirck Willemsz gezworenen [gildemeesters ?] van de vollers.
Johan Hermensz en Heyle
Aernt Jansz en Gertrude, ongeveer elf jaren een huis gelegen over de brug.
Een huis en erf in de Nieuwstraat in de Hagen zes jaren.
Johan van Ensensoen en Egbert Rodensoen verzoeken om de dienst van de sluis.
Nr. 169
In het gerecht verscheen Johan Geertsz Gueden soen, welke verklaarde te hebben verkocht aan Leffert Geertsz en zijn vrouw Hille de helft van een huis in Brunnepe tussen Johan van Osenbrugge en Styne, de weduwe van Johan van Angeren, strekkende van de straat tot aan de Wetering. De andere helft behoort aan Niese Pilgrums.
Coram Lubbert NN en Frerick Rynvisch.
Jacob Coepsz bekent schuldig te zijn aan Johan Henrixsz een som van zeven rijnse guldens.
Willem Albertsz onze burger geeft een volmacht aan Geryt van der Scheer, toner van deze brief, om met recht of in vriendschap van Feny Luykensz uit Hoorn in alle plaatsen waar hij goederen heeft in te manen een som van 11¼ rijnse gulden, die hij aan Willem schuldig is.
Meynart Andriesz bekent schuldig te zijn aan het Sint-Agnietenklooster een som van 10 rijnse guldens.
Nr. 170
Fol. 34. [Aantekeningen over te betalen boetes e.a.]
Henric Endoven
Geert Andriesz
Kleine penningen 10½ pond.
Peterspenningen ½ pond en 5 plakken.
Ackergeld 2 ponden.
Jaergeld 7 ponden en 42½ plakken.
Evert Baers 2 ponden van panding van Dyrck Hermsz.
Johan Henrixsz vulre betaalt Berent Scroer 1½ rijnse gulden en 2 kromstaarten, te ontvangen op Sint Maarten in de winter.
Batthe van der Ae krijgt een boete voor het uiten van strafbare woorden. Haar borg is Henrick Henricksz schomaker.
Ude Hermensz 2 ponden boete. Zijn borg is Willem van Stenvoirden.
Reynken, de broeder van de vrouw van Jacob Wachter, 2 ponden boete van panding door een vrouw.
Allert …… 2 ponden boete van panding van Otte Gruter.
Herman Geye een aam wijn boete wegens het vierde gebod. Borg is Geert Theusz.
Niele, die woont achter in het huis onder Heyman Maesz een aam wijn boete wegens het vierde bod. Zij kwam niet voor recht tegen Swane Kystemakers.
Sweer Dyrcksz een aan wijn boete van het vierde bod. Kwam niet voor recht tegen Gosen Pauwelsz.
Eernst Witte 25 heren ponden boete wegens het toebrengen van een wond bij dag. Zijn borg is Garbrant Brinckman.
Peter Lodichwichsz 2 ponden boete van panding van Sweder Bruynsz.
Sweder Rotertsz 2 ponden boete van panding van Ghise Blanckert.
Grete Goerts 2 ponden boete van panding van Tyman van Olst.
Grete Holle 2 ponden boete. Borg is Jan Holle.
Egbert op die Kiste 2 ponden boete. Borg is Johan Sulman.
Albert Hoyer 20 ponden boete wegens een vuistslag binnen koers uitgedeeld. Borg is Gosen Schere.
Wynken Wessels 10 ponden boete. Borg is Johan Ryke.
Moy Freric 10 ponden boete. Borg is Wynkens Wesselsz.
Willem Tiele 2 ponden boete van panding van de hoofdlieden van het Sint-Annagilde.
Jacob Meter 2 ponden boete van panding van de hoofdlieden voornoemd.
Swane Welgers 2 ponden boete van panding van Albert Mulre.
Johan Peters mandemaker 2 ponden boete van panding van Tyman Ghysbert Tymansz.
Ghysbert Tymansz 2 ponden boete van panding van Johan Sulman.
Johan Petersz 2 ponden boete van panding van Ghysbert Tymansz.
Mouwers te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Geert Asse.
De vrouw van Claes Schele 10 heren ponden boete. Borg is Thys Hoyer Geertsz met een “drystoel”.
Geerloff Potter 2 ponden boete van een panding van Henric Claesz.
Wolter Visken 2 maal 80 stadsponden omdat hij verbannen was en toch weer in de stad terug was gekeerd en voor de misdaad die hij begaan had.
Goesen Evertsz uit Brunnepe 20 ponden boete wegens een vuistslag die hij binnenkoers had uitgedeeld. Borg is Herman de zoon van Geertken Apteker.
Peter Dyrcksz uit Brunnepe boete wegens een vuistslag. Borg is Johan Syrcksz.
Nr. 171
Fol. 34v. [Aantekeningen over te betalen boetes e.a.]
Styne Tade 2 ponden boete van panding van Lambert Backer.
Joest Brandenborch 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jan Henrixsz.
Geert Hoier 2 ponden boete van panding van Warner Topken Albers.
Anna, de vrouw van Claes Wesentyns 10 heren ponden boete omdat zij Hamburgerbier tapte in de Hagen. Borg is Henric Voss.
Goert Nucke en Albert Nucke 2 ponden boete van panding van Grete Schrodekens.
Jacob Scroer 2 ponden boete. Borg is Thews Lubbers.
Johan Bartholsz, zoon van Bartholt Smit, 2 ponden boete van Bartolt van Wilsem.
Johan van Ens, de zwager van Trude Kremers, 2 ponden boete om Henric Jacop Wachters soen.
Aveken Pelgrums 2 ponden boete van panding. Borg is Wessel de Wachter.
Johan Schroer 2 ponden boete van panding van Jacob Symonsz. Borg is Willem Syll.
[In de marge:] Stadhouder en raad van Amsterdam, Leiden, Dordrecht, Gouda, Delft, Haven.
Hilbrant Korfmaker, de zoon van Johan van Groningen, 2 ponden boete; Borg is Claes Potter.
Joest Brandenborch 2 ponden boete omdat hij niet voor recht kwam.
Dyrck Huysken is verbannen omdat hij in het huis van Johan Daemsz met een kan Dyrck Jansz een bloedende wond aan het hoofd heeft toegebracht.
Wolter Visken 2 ponden boete van panding van Johan Jacopsz.
Berent inden Witten Aerne heeft binnen keurs Potter strafbare woorden toegevoegd.
Borg is Dyrck Kerckhoff.
Johan Albersz rijnschipper 2 ponden boete van panding van Lubbert Oldeboeter.
Johan Schaep was daggelegd. Hij kwam niet voor. Zijn borg is Hugo Claesz in de Hagen. Dit staat ter schepenklaring.
Tys Scroder 2 ponden boete. Borg is Wicher de voorspraak.
Peter Scroer heeft iemand in de hand zo gebeten dat hij bloedde. Hij kreeg een boete van 12½ heren ponden. Borg is Herman Trumper. Staat ter schepenklaring.
Wolter Visken 2 ponden boete. Borg [?] Pauwel Goltsmit.
Henric Andreesz 2 ponden boete. Borg is Jan de Beste.
Wolter Visken 2 ponden boete van panding van Koen Dircksz.
Wolter Visken 2 ponden boete van panding van Peter van Groningen.
Wolter Visken een boete van een aam wijn wegens het vierde bot. Hij is door de stad verbannen.
Johan van Eyborgen 2 ponden boete van panding van Peter Scroer Albertsz.
Seli Tasche heeft twee soorten bier getapt. Borg is Johan Holtsager.
Heyman de appelkoopster 2 ponden boete wegen strafbare woorden. Borg Willem Tripmaker.
Claes Kuper, Marten Schomaker, Goiken Verwer, Mouwers Valcke, Henric Brandenburch, Ghise Schomaker, Henric Heylen, Albert Nucke, Jan Scroer. Ieder van hen 2 ponden boete.
Mouwers een aam wijn, Henric Brandenburch een aam wijn.
Geert Glasemaker had stukken vlees. Borg is Dirck Kerckhof.
Henric van Genne 2 ponden boete van panding van Claes Jacobsz.
Peter Vrese 2 ponden boete omdat hij niet voor recht kwam. Had geen goede borgen.
Mouwers Rademaker 2 ponden boete omdat hij niet voor recht kwam.
Berent Tymmerman 2 ponden boete van panding van Claes Schroer.
Alert Mulre 2 ponden boete. Borg is Coert Backer.
Johan van Roermunde de wever 2 ponden boete van panding van Steven Briefdrager.
Armgart Wessels 2 ponden boete van panding van Dode Alertsz.
Dirck Selle 2 ponden boete van panding van Albert Hoyer.
Tyman Egbersz 2 ponden boete van Andrees Verckenkoper.
Gosen Santvuere 2 ponden boete van Wolff Holtsager.
Tyman Gysbert heeft binnen keurs met vuisten geslagen en krijgt 20 ponden boete.
Borg is Henric des Beltsnider.
Johan Aerntsz deelde binnen keurs een vuistslag uit. Zijn borg is Henric Dubboltsz.
Gebbe deelde een vuistslag uit. Krijgt 10 ponden boete. Borg is haar man Tyman.
Fol. 35. Alffer Woltersz verklaart dat hij aan het sterfbed zat van Geertruyt, de dienstmaagd van muntmeester Lodewijch. Op zijn vraag wie haar goederen moest erven gaf zij tot antwoord dat dat Lodewijch moest zijn.
Nr. 172
Ffie Schonenberchs en Lyssbeth, de weduwe van mr. Jacob, verklaren dat zijn aan het sterfbed van Geertruyt voornoemd zaten. Zij vroegen haar hoe het moest met haar kind in Vollenhove. Daarop zei zij dat het kind zijn leven lang door Lodewijch was
onderhouden. Het had de vader van het kind niets gekost. Het kind zou van haar goederen niets genieten dan een stuk saai om er een hoicke van te laten maken.
Degene die haar schulden zouden moeten voldoen, moesten vier voeder turf geven aan de armen, want dat had zij beloofd aan Seyne Ygermans.
Nr. 173
Alyt Suvels en Else de Vroedemoder verklaren dat zij aan het sterfbed van Geertruyt waren en hoorden van haar dat haar nalatenschap voor Lodewijch en zijn kinderen zou zijn. Het kind in Vollenhove zou er niets van ontvangen, van dat is gedurende elf jaar opgevoed met het geld van Lodewijch, die er 12 gulden per jaar voor betaalde.
Coram de burgemeesters en Alfardus.
Nr. 174
Johan Verwer, Claes Potter, Johan Keyser en Roloff Hoedemaker verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren in het huis van Johan Verwer toen Thijs de Verwer en Johan van Sonsbeke een kluit wol kochten van Gosen Pauwelsz voor 39 stuivers. Gosen zei nog dat zij eerst de wol moesten bekijken, zij hadden tot de volgende dag de tijd om te beslissen of zij die wilden houden. Zo niet, dan ging de koop niet door. Hij zou dan wel de wijnkoop betalen.
Herman Geye, Henric Hermansz, Claes Schulte, Willem Jansz, Geert Assensz en Niese Broecks zijn gezamenlijk en elk voor al borgen voor Aerent Boumeister. Zij beloven om hem voor het gerecht te brengen en zijn ook borgen voor de boete die de schepenen hem zullen opleggen voor de mishandeling die hij deed aan de vrouw van Jacob van Sutphen.
Aernt werd veroordeeld tot een boete van 25 heren ponden, te voldoen aan de zittende schepenen. Actum 3 april.
Nr. 175
Fol. 35v. Gemeenslieden___↓___
[Gemeenslieden]
N.B. Met veel doorhalingen en bijschrijvingen.
Overespel
Herman Kuenretorff
Johan van Thie
Roederick van Endoven
Bartolt Jonge
Andrees Hanegreve
Henrick Mathysz
Wychman Aerentsz
Horstespel
Egbert van Holtsende
Herman Voirne
Aerent Rover – Herman Kruse
Aerent van Wilsem
Gosen Dyrcksz – Egbert Lose
Ghysbert van Lewen
Johan van Ense
Broederespel
Herrman Kruse
Heyman Maesz
Gosen Dyrcksz
Ghysbert van Lewen
Kerstken Jansz
Overespel
Andrees Hanegreve
Herman Kuenretorff
Ruerick van Endoven
Herman van Uterwyck
Henrick Mathysz
Wychman Aerentsz
Horstespel
Aerent Rover
Bartolt Jonge
Egbert van Holtsende
Herman Voirne
Egbert Lose
Aerent van Wylsem
Broederespel
Herman Kruse
Johan van Ense
Heyman Maesz – Johan van Thie
Gosen Dyrcksz
Ghysbert van Lewen
Johan Coipsz
Uterespel
Johan Coipsz
Kerstken Jansz
Geert Aerentsz
Alffer Petersz
Willem Morre
Evert van den Vene
Nr. 176
Fol. 36. [Aantekeningen van betaling van boetes e.a.]
Lubbert Lambertsz van panding van Henric Soldaens.
Herman Geertsz, zoon van schipper Geert Jansz, 2 ponden boete. Borg is Dyrck Selle.
Berent Scroer, verwer, 2 ponden boet omdat hij niet voor recht kwam.
Rykolt bij Herman Trumper 2 ponden boete wegens een vuistslag. Borg is Herman Trumper.
Ghyse Blanckert 10 ponden boete voor een vuistslag binnen keurs. Borg is zijn zwager Frerick Rynvisch.
Lubbert Quantert 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Voss.
Jutte Wayers 2 ponden boete. Borg is Henric Ruhorst. Van haar maagd.
Gerlof Potter 10 ponden boete van panding van Geert Wynkensz rijnschipper.
Geertken die Jan ter Stege had geslagen 2 ponden boete. Borg is Wicher de voorspraak.
Henric van Leiden 2 ponden boete. Borg is Willem Dircksz harnasmaker.
Peter Lodewichsz 2 ponden boete van panding van Alyd van Oestenwolde.
Johan Schoemaker in de Venestraat 2 ponden boete van panding van Mette Kayen dochter.
Mr. Yelis Hanegreve 10 ponden boete van panding van Jacob Leyendecker.
Mr. Yelis 2 ponden boete van panding van Leffer Geertsz.
De knecht van de mulre op de Uterwech 2 ponden boete van panding van Claes Specketer.
De scharprichter 2 ponden boete. Borg is Wicher de voorspraak.
Jacob Heymansz leydecker 2 ponden boete van panding van Herman Uterwyck.
Johan Lust een boete van drie kannen. Borg is Johan Verwer.
Coert Backer in de Hagen een boete van twee kannen. Borg is Seyne Rant.
Seyne Rant een boete van een kan. Borg is Coert Backer. Een kan te rekenen voor een stadspond.
Henric inde Raven te Brunnepe een boete van een kan. Borg is Coert Backer.
Reynken Vischer in de Hagen 2 ponden boete van panding van Henric Prange.
Henric die Monick 2 ponden boete. Borg is Jacob Boymansz.
Biele Harnasmaker 2 ponden boete van panding van Henric Kruse backer.
Claes Bolhoern 2 ponden boete van panding van Bruskens soen.
Willem Stevensz van Amersfoert heeft bij nacht een wond toegebracht aan Peter Dierssoene, burgemeester van Amersfoert.
18 maart 1484
Gertken inden Trufele 2 ponden boete. Borg is haar man Henric.
Mulre een boete van 10000 middelstenen. Borg is Goert Mulre.
Henric Wolberts 40 ponden boete. Borg is Heyman Maesz.
Claes Symonsz van Monnikendan heeft zijn mes getrokken. Borg is schipper Johan Willemsz.
Heyman Scroer en Gert Scroer in de Venestraat elk 2 ponden boete. Borg is Peter Schomaker.
Dyrck Selle 2 ponden boete van panding van Henric van den Vene.
Aernt Boumeister van Brunnepe[rklooster], etc. ………
Herman van Rysen 2 ponden boete van een panding van een vrouw uit Brunnepe.
Dirck Selle 2 ponden boete van een panding van Herman Trumper.
Johan Fedde beboet voor het bij nacht geven van een vuistslag. Borg is Johan Woltersz.
Herman van Rysen 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Johan Claesz Trippemaker bij Onser Vrouwen Kercke.
Herman van Rysen 2 ponden boete van een panding van een vrouwtje uit Brunnepe.
[De gehele bovenstaande folio is doorgehaald]
Nr. 177
Fol. 36v. Aernt Evertsz van Bemen in het land van Gelre verklaart dat Biele Harnaschmakers hem heeft voldaan van zijn deel van de nalatenschap van wijlen zijn broeder Henric Evertsz de harnasmaker, de man van Biele. Hij belooft om Biele verder nergens voor te manen.
Nr. 178
19 februari, Albert Biscop, onze burger, geeft een volmacht aan Johan Tsoest, wonende te Merssen, om in zijn naam te eisen van Evert ten Broichus te Schuttrop, de man van wijlen zijn zuster Alyt, die daar onlangs is overleden, zijn deel van haar nalatenschap, gelegen in het gerecht van Merssen. Aan dat goed had Albert laten panden door het gerecht van Merssen. Te weten aan vijf varkens, 12 tonnen bier en aan andere goederen.
Coram Gosen NN en Claes Sulman.
Nr. 179
Mr. Marten Willemsz, priester, en Lysbet, de weduwe van Henric Willemsz, met Henric van Oenden en Egbert Kroser als mombers, verklaren dat zij hebben verkocht aan Dorber Johansz en zijn vrouw Katherine een huis in de Oudestraat tussen Ryckman Jansz en de erfgenamen van Ernst van Holtsende, strekkende van de Oudestraat tot aan het erf van Dirck Kannegheter. Uit het huis gaat een jaarlijkse rente van 10 heren ponden.
Coram Albert, Nanning en Wolter Wolffsz.
[Onder staat: Non admissus. De akte is doorgehaald]
Nr. 180
25 april, In het gerecht verschenen Johan Lust en zijn vrouw Zwane, welke verklaarden dat zij een jaarlijkse rente van een halve ton pachtboter hebben verkocht aan Geert Slewert en Geerloff Claesz, als kerkmeesters van het Sanct Katherinengasthuis, waarvan een richtersbrief was gemaakt, welke zij aan de kerkmeesters hebben
overgeleverd. Zij beloven die halve ton boter jaarlijks aan de kerkmeesters te leveren in de waag. Mocht die boter niet worden geleverd dan mogen de kerkmeesters hun schade verhalen aan het huis van Johan en Zwane, gelegen op de Burgwal tussen Maes Maesz en Albert van Thie, waarin zij nu wonen, of aan alle andere bezittingen van hen in de vrijheid van Kampen liggende.Coram Albert en Nanning.
Fol. 37. Depositores testium anno 1484.
In aprili, coram Gosen Klinckenberch en Jacob Clinge.
Engbert Boening, onze burger, verklaart dat hij verleden jaar in de zomer omstreeks Sint-Jacobsdag met wijlen Ffreric Rotersz voor het huis De Franckrijck stond en aan deze vroeg hoe hij zijn zaken met Berent Wesselsz had geregeld. Deze zei dat hij alles met Berent had geregeld, alleen zou hij nog met Johan Willemsz een partij laken naar Hamburg verschepen en van de opbrengst aldaar een “brouwte” bier kopen om die naar Kampen te laten brengen. Daar moest Berent zijn aandeel nog van hebben. Hij hoopte dat hij dan alles met Berent had afgehandeld.
Nr. 181
Peter en Jacob verklaren dat hun moeder Gertrud 300 of 400 rijnse guldens in haar testament of op andere wijze mocht besteden zo zij dat wilde. Haar zonen zouden daar niets tegen doen.
Gerbrant Bringman en Henric Gerrytsz, onze burgers, verklaren dat zij met rechtsdwang gedaagd zijn om een getuigenis te geven. Zij hebben gehoord van Berent Egbertsz op Vastenavond laatstleden hier in Kampen dat hij het land in Kamperveen dat hij van Lambert Johansz voor een jaar in pacht had, ook wel twee jaar in pacht mocht houden.
Hij mocht dat zelf weten.
Nr. 182
Berent Henricksz, Lubbert Frerixsz en Dirck Kerckhof verklaren dat zij langer dan een jaar geleden een overeenkomst hebben gemaakt tussen Geert Ottensz, Johan Aerntsz en Andries Vierholt, om betaling van pacht waarvoor Geert Ottensz uit de stad verbannen was. Johan en Andries zouden de pacht betalen waarvoor Geert borg geworden was. Zij zouden de pachtgelden waarvoor hij verbannen was, afdoen aan de kinderen van Geert ter Helle, maar de overeenkomst werd niet uitgevoerd.
Coram Nannyng NN en Claes Sulman.
…. Bolt bekent Geert Dircksz 6 rijnse guldens schuldig te zijn.
Peter Willemsz en Wynken.
Lambert Pelser verklaart Dirck Henrixsz 5 rijnse guldens schuldig te zijn.
Henric Jansz smit verklaart dat hij aan Dirck Henricsz 6000 tengnagels schuldig is.
Nr. 183
Fol. 37v. Inden saeken tusschen Ave Sibrants ende Mette van Werden. [doorgehaald]
Gise Evertsz, Albert Claesz en Geert Johansz verklaren dat zij in Geert Johansz` huis waren en bemiddelden inde verkoop van een huis in de Hagen, gelegen achter Johan van Oestenwolde. Dat huis werd door Johan Coenraetsz verkocht aan Gosen Geertsz.
Die gaf voor de verbeterschap van het huis een jaarlijkse rente van twee arnhemse gulden. Gosen gaf daarnaast aan Johan 12 kromstaarten in de hand. Verder zou het huis vrij van lasten zijn. Gosen gaf een halve arnhemse gulden voor de wijnkoop, welke Johan hem zou korten aan de 12 kromstaarten.
Nr. 184
Willem Gumpert, Johan Henrixsz en Aelt Berentsz, onze burgers, verklaren dat zij omstreeks Sint-Pontiaansdag laatsleden een wettig huwelijk hebben beraamd in het huis van Grete van Eep te Kampen, tussen Volckier Jansz te Vollenhove en Alyt Lubbertsdochter. In de huwelijkse voorwaarden werd beschreven dat Volckier 50 arnhemse guldens zou inbrengen. Zijn bezittingen zouden meer waard zijn. Alyt zou tot medegave inbrengen 70 arnhemse guldens en haar kleren. Na de dood van haar vader zou zij nog inbrengen 10 arnhemse guldens, een kist, een bed, helft van zijn ”schaetuich” en haar kindsdeel van haar moeders huisraad. Voorwaarde is verder dat als een van beiden binnen het jaar zou sterven zonder nakomelingen, dat dan de inbreng terug zou gaan naar de zijde waar het uit gekomen was.
Nr. 185
Inden saeken tusschen Rolof Korffmaker, Henric Voss en hun knecht Johan Dorn.
Henric Ywensz, Johan Lambertsz, Michiel van Laer, Berent Bartolsz en Alyd Kupers verklaren dat zij er bij waren in de Witten Aern toen Rolof en Henric voornoemd Johan Dorn aannamen om als knecht met hen te gaan vissen. Zij zouden vissen met fuiken van Lichtmis tot Mei. Johan zou 9½ arnhemse gulden tot loon krijgen. Bij dezelfde gelegenheid kochten Rolof en Henric van Johan Dorn een partij goede fuiken, die in de maatschap zouden worden gebruikt. Ieder deel van de fuiken kochten zij voor een oordje minder dan 10 kromstaarten.
Nr. 186
Fol. 38 [blanco]. Fol. 38v.
In causa pastoris Mastebroic.
Coram Albert en Henric.
Schilman Dircksz, custos, zijn zwager Ysbrant Albertsz, kerkmeester, Lastman Symonsz, Jacob Ryckmansz, Claes Claesz, Velike Aerntsz, Fflorys Aerntsz en Henric Ryquynsz, parochianen van de kerk van Mastenbroek, verklaren dat heer Alphert, pastoor van die kerk, op de zondag na Pasen op de seenstoel in de kerk zat en zich aanmatigde om rechter of seendeken te wezen. Daar heeft hij Schilleman de koster en diens zwager Ysebrant Albertsz bericht gezonden dat zij hem binnen drie dagen, op straffe van in de ban te worden gedaan, voldoen zouden van het tegen de pastoor gerichte geweld en de verstoring van zijn gerecht.
Getuigen voornoemd verklaren dat Schilman de koster toen niet in de kerk aanwezig was. Hij had Adriaen Johansz in zijn plaats tot koster gezet. Ook verklaren getuigen dat Ysbrant geen twist met de pastoor had en tegen hem ook geen onbetamelijke woorden had geuit. Heer Alphert gedroeg zich ongemanierd.
Datum 9 mei.
Bovengenoemde personen verzoeken aan het Kamper gerecht om de bisschop van een en ander in kennis te stellen. Heer Alphert doet zijn parochie tekort. Zij willen nu graag dat een minderbroeder uit Kampen op hun kosten naar Mastenbroek wordt gebracht om
de zaken kerkrechterlijk op te lossen. Dat was hen door de domdeken en Johan Wichersz toegezegd.
Nr. 187
Van de rinck.
Alyd Stevens en Styne van Malsem verklaren dat zij ongeveer vier jaar geleden samen met andere vrouwen op de Hagenpoort waren en zagen dat Hille Luttike een vergulde ring met een knoopje aan een vinger had. Zij trok die ring van haar vinger en gaf hem aan een Engels vrouwtje, met de vraag of die goed wilde zorgen voor haar broeder, die bij haar in Engeland woonde.
Coram Albert, Jan Voirne en Jacob Clinge. Datum 30 juni.
Nr. 188
Fol. 39. Anno 1484, Henric Hamer, meister Symon Hamer, Heyman Jansz, meister Dyrck Selle, Alyt Wessels, Henrick Baers en Lysken Baers, verklaren dat zij hebben gezien dat Coert Gruter veel mooi huisraad vanuit het huis van zijn moeder naar zijn eigen huis in de Venestraat bracht. In het huis van zijn moeder bevond zich huisraad, gereedschap, een bed, twee varkens en twee koeien. Dit huisraad stond nog in het huis op de tijd dat Coert in Enschede was.
Coram Albert Evertsz en Nanningk van Dueren.
Nr. 189
Helmych Tuesensoen en Berent Remmelsz verklaren dat zij ongeveer twee jaar geleden in het huis van de schout van Ens verkocht hebben aan Wolter Jansz en Claes Tycheler 13 mudden rogge, die zij binnen 14 dagen zouden leveren.
Ghyse Blancker verklaart dat hij er bij was en bemiddeld heeft.
Nr. 190
Heer Aerent Hacke, Berendt Pannert en Lodewich Kruse, executeurs van het testament van wijlen de priester Boldewyn Jansz, geven een volmacht aan Dyrck Wytte, toner van deze brief, om te Rouveen in te manen van Henrick Kempinge vier mudden rogge, gaande uit zijn erf aldaar, die nu verschenen zijn. Er is een richtersbrief van deze roggerente.
Coram Johan van Roderlo en Claes Sulman.
Nr. 191
10 juli, Van Luyken Johansz en Aernt Driver. Tyman van Olst, bakker Hermen Vette en Maes Jansz de droogscheerder verklaren dat zij laatstleden Pinksteren alhier in Kampen een overeenkomst hebben bewerkstelligd tussen Luyken Johansz en Dirck van Allenkercken. Dirck zou voor Luyken 21¼ rijnse guldens inmanen van Aernt de Driver, wonende in Friesland. Voorwaarde was dat als de gehele som was voldaan dat Dirck dan een derde deel daarvan zou krijgen.
Coram Henric van Oenden, Lambert NN en Johan Voirne.
Nr. 192
Lysbeth, de dienstmaagd van Jacob Machoris, heeft de oervede gedaan. Zij moet binnen drie dagen de stad verlaten hebben en daar niet dichter bij komen dan op een afstand van 10 mijlen, op straf van verlies van haar leven.
Nr. 193
Fol. 39v. Inder saecken tusschen Goyken Houwing ende Wolter Jansz.
Willem Berentsz en Peter Mynneken verklaren dat zij er bij waren toen Wolter Jansz met zijn maatschap rekenschap deed van zijn schip. Wolter ontving toe maar drie rijnse guldens. Het gebeurde laatstleden Pinksteren in het huis van Grete van Herrepen bij de Klocke. Het geld heeft hem Warner Ront gebracht.
Coram Gosen en Lambert.
Peter Erntsz getuigt idem. Coram Jan van Roerlo.
Garbrant Tymansz uit Hindelopen registreren als nieuwe burger.
Nr. 194
Inder saken tusschen Jutte. Pouwels tychelers wedue ende Willem Syll ende Johan Cornelysz.
Lodewich Kruse, Bartolt van Wilsem, Herman van Collen [doorgehaald] en Lambert Berentsz verklaren dat ongeveer een jaar geleden hier te Kampen in het rechthuis door hen een moetsoen (verdrag) is gemaakt tussen partijen voornoemd. Jutte beloofde aan Wyllem 33000 middelstenen te leveren en aan Johan 42000 middelstenen. Dat zou twee of drie jaar mogen duren. De moetsoenslieden voornoemd zouden bepalen hoeveel stenen per per jaar uit elke oven moesten worden geleverd. Van de levering is nog geen uitspraak gedaan.
Op verzoek van partijen willen de moetsoenslieden gaarne een uitspraak doen.
Coram Johan van Roderloe, Wolter Wolffsz en Lambert van der Hoeve.
Nr. 195
Fol. 40. Ghise Blanckert en Goyken Houwyng, onze burgers, verklaren onder ede dat zij er afgelopen voorzomer bij waren in het huis van Ghise voornoemd toen schipper Johan Stofraegen betaalde aan Henric Gerrytsz uit Haarlem 36 rijnse guldens. Henric ontving dat geld van schipper Johan om er Dirck Hansz een part scheeps van het everschip waar schipper Johan nu mee vaart, mee te betalen.
Nr. 196
Dyrck van den Sande uit Deventer verklaart dat hij bij Willem Kepken van `s Hertogenbosch was toen die bij Goor in het veld stierf. Willem vroeg hem of hij wilde te kennen geven, dat hij ook deed, dat hij een overeenkomst had gemaakt met Aerent Fflorysz de Lukener dat zij de ossen en paarden die zij bij zich hadden naar `s Hertogenbosch zouden drijven en die zou behouden voor de 72 Lubeckse mark die Aerent hem schuldig is. Dat wat zij meer zouden ontvangen van de verkoop van de ossen en paarden zouden zij gelijk delen.
Coram Johan Voirne en Lambert van der Hoeve.
Nr. 197
20 september, Inder saeken tusschen Lubbert Martensz ende Raebe Hoeftmeister.
Jacob Gerrytsz en Henric Henrixsz van Wapenveld verklaren dat zij er omstreeks twee jaar geleden als dedingslieden en wijnkoopslieden bij waren in Jan Luyckens huis in Wapenveld om Lubbert en Raebe te vergelijken. Zij hebben toen een overeenkomst tussen beiden gemaakt over een handel in hout te Epe of te Oene of waar dat hout ook
verhandeld werd. Uiteindelijk bleef Lubbert aan Raebe nog 5½ rijnse guldens schuldig.
Daarmee waren beiden tevreden en betaalden elk de helft van de wijnkoop.
Coram Nannyng, Wolter, Jan Voirne en Henric Kunertorf.
Nr. 198
Fol. 40v. Anno 1484
23 september 1484, Inder saeken tusschen Henric Albertsz ende Willem Riemslager.
Lambert Hermansz, Jacob van Monster en Evert Hermensz verklaren dat zij als wijnkoopslieden in het huis van Jacob van Sutphen waren om een overeenkomst te maken tussen Henric en Willem voornoemd over een handel in kalfsvellen. Willem zou aan Henric voor een deker kalfsvellen 9½ witstuivers betalen. Henric zou hem in totaal 15 vellen leveren. Willem mocht er tot de volgende dag over nadenken. Als hij de vellen niet wilde kopen, moest hij een vane bier geven. Lambert Hermansz verklaart verder dat Willem de vellen niet wilde kopen. Coram Nannyng en Claes Sulman.
Nr. 199
Tusschen Geert Hoyer ende Henric Dubbeltsz.
Henric Petersz verklaart dat hij met anderen aan de overzijde van de IJssel wijnkoopsman was toen Geert Hoyer de jonge van Henric Dubbeltsz zijn zilveren dolkmes kocht voor 10 rijnse guldens, die Geert aan Henric zou betalen als diens vrouw een kind liet dopen. Daarop nam Henric het dolkmes terstond van zijn zijde en overhandigde het aan Geert. Er werden voor de wijnkoop vijf stuivers uitgetrokken.
Zwarte Goyken verklaart ook dat als Henrics vrouw een kind liet kerstenen [dopen] Geert hem het dolkmes zou betalen.
Johan Kremer verklaart hetzelfde.
Wobbeken Tychelers [contra] Zynck Peters [doorgehaald].
Nr. 200
Fol. 41. Fflorys Luykener
Cornelis Jansz uit Beverwijk verklaart dat hij omstreeks afgelopen Pasen voor Aernt Fflorys uit Huyssen in zijn schip had geladen 56 deker kalfsvellen, 6 deker schapenvellen en een halve deker varkensvellen, welke hij naar Amsterdam moest vervoeren. Willem Kepkens uit Den Bosch had die vellen gekocht van Aernt voornoemd. Aernt en Willem kochten aldaar gezamenlijk twee ossen en een paard. De ossen kochten zij voor ongeveer 8½ of 9 mark en het paard voor ongeveer 14 mark. De gelden van de ossen, het paard en vellen werden afgetrokken van de ongeveer 80 mark die Aernt aan Willem op goede afrekening schuldig gebleven was. Schipper Cornelis heeft de vellen bij Willem afgeleverd.
Coram Wolter Wolffsz en Henric Hoppenbrouwer.
Nr. 201
Inder sake tusschen Gerbrant Barbier ende Styne Tade.
Aerent van Wylsem en Eylert Blomert verklaren dat zij in het huis van Lambert Pynninges te IJsselmuiden gehoord hebben dat Styne Tade zei dat zij Gerbrant Claesz schadeloos zou houden voor het verbinden van een wond die zij had opgelopen.
Else de vroedemoder (vroedvrouw) en Jacob[a], de vrouw van Willem van Dort verklaren dat zij gehoord hebben dat Jacob Tayken Gerbrant uit zijn huis haalde om de
wond van zijn vrouw Styne te verbinden. Jacob beloofde om Gerbrant te betalen voor het verbinden van de wond als hij het niet zou aanbrengen.
Gysbert Wynoltsz de schoenmaker verklaart hetzelfde als Else de vrodemoder.
Willem Gumpert de schoenmaker verklaart dat hij gezien heeft dat Jacob Tayken Gerbrant van huis haalde.
Peter Jansz van Rykenborch verklaart dat hij in Lambert Pynninges huis in IJsselmuiden had gehoord dat Styne Tade zei dat zij en haar man beloofd hadden om Gerbrant Claesz schadeloos te houden voor het verbinden van haar verwonding.
Coram burgemeesters Nanningk en Claes.
Nr. 202
Fol. 41v. 11 oktober, Inder Saken tusschen Geert Ottensz ende saligher Geert Volkersz.
Coep Jansz, Herman Dyrcksz, Henrick inden Raven en Odewyn Wedeger zoene verklaren dat zij er ongeveer twee jaar geleden bij waren toen Coppyn Boven de Poort van Geert Ottensz de helft van een kaarschip kocht voor vier rijnse guldens. Coppyn kortte de koopsom aan de vier rijnse guldens die Geert Ottensz nog moest betalen van een gekocht rund.
Coram burgemeesters Nanningk en Claes
Nr. 203
Van Johan Krome.
In het gerecht verscheen Willem Huysman, beëdigd stadsdienaar, welke verklaarde dat hij door Johan Krome, onze burger, verzocht werd om een voerman uit Voirende [?] met recht te bezetten, maar dat het toen niet gebeurde omdat het alhier vrije markt was en men dan niemand mocht bezetten. De wagenman (voerman) is daarom onbezet van hier weggetrokken. Dit gebeurde op de donderdag voor Sint-Gallendag (11 oktober) 1484.
Nr. 204
Tusschen Ysebrant Baers ende Willem Geertsz.
Evert Hermensz, Johan Berentsz en Dirck Seyne verklaren dat zij er bij waren in het huis van Evert Hermensz toen er een handel plaats vond tussen Ysebrant en Willem voornoemd. Willem verkocht toen aan Ysebrant 200 [porties] rozijnen voor vier rijnse guldens per 100. Ysebrant zou hem betalen als Willems broeder Johan Geertsz met zijn hulk naar het oosten en het westen was geweest. Coram burgemeesters Nannyng en Claes.
Nr. 205
Peter Kyver Jansz geeft een volmacht aan Johan Petersz van Dulck, de man van zijn zuster, om het erfdeel in te manen dat hem aangestorven is na de dood van Jan Buenren, die het vruchtgebruik had van de goederen van wijlen Grete, de tante van Peter. De goederen bevinden zich in de stad Dulck.
Nr. 206
Fol. 42. 26 oktober 1483, In den saecken tusschen Ghisebert Tielensz ende Ffemme, [zijn vaders huisfrouw-doorgehaald] de weduwe van Tielman van Hoern.
Jacob de Wachter, Dirck van Moersse, Wibrant Isebrantsz, Heyman Lambertsz en Luyken Jacobsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Ffemme voornoemd toen
zij afrekende met Ghisebert voornoemd. Ffemme verklaarde toen dat zij sedert haar mans dood 31½ rijnse guldens had gebeurd. Verder had zij gezegd dat men haar nog 25½ rijnse guldens en 11 rijnse guldens min een oord schuldig was. Zij kon niet bewijzen waar het andere geld gebleven was.
Coram burgemeesters Nanning NN en Claes Sulman.
Nr. 207
Tusschen Alijt Peter Albersz wedue ende Peter Albersz voirkinderen.
Jacob Clinge, Kerstken Gerbrantsz en Geert Aerentsz verklaren dat Alyd, de weduwe van Peter Albersz omstreeks Sint-Jacobsdag laatstleden bij hen kwam in de toren van de Sint-Nicolaaskerk en vroeg of zij haar de huwelijksbrief wilden geven die was gemaakt toen zij met Peter trouwde. Daarin stond een aantekening over de nalatenschap van wijlen Johan de Grote.
Zij wilde daarvoor tot onderpanden zetten enkele andere brieven die Jacob Clinge in huis had. De voorkinderen van haar man wilden een overeenkomst maken over de 100 rijnse guldens die nog onbetaald zouden zijn. Als zij met de brieven een overeenkomst zouden aangaan zonder de familie er bij te betrekken, wilde zij de dochter deze 100 rijnse guldens geven voor haar huwelijk.
Coram burgemeesters Nanning NN en Claes Sulman.
Nr. 208
5 november 1484, Herman Bruensz verklaart dat hij met anderen was opgetreden als huwelijksman om een wettig huwelijk te beramen tussen Lambert Pelsser en Griete Plaete. Voorwaarde was dat Griete twee van haar voorkinderen hun deel van hun vaders goed zou uitkeren en haar andere twee voorkinderen ieder een pond groot zou bewijzen. Coram burgemeesters Nanning en Claes.
Jacob Machorisz verklaart dat zijn zusters kinderen ieder een pond groot zouden krijgen voor hun vaders nalatenschap.
Coram Nanning.
Nr. 209
Fol. 42v. Johan Keiser verklaart dat hij een stuk Kamper laken heeft gemaakt en gevuld voor de vrouw van Lambert Pelser, die er een nieuwe tabbert van wilde laten maken. Zij verzocht hem om dat niet te zeggen tegen haar man.
Ryckman Jacobsz verklaart dat Grete Plaete, de vrouw van Lambert, ongeveer vier jaar geleden, toen haar dochter zou trouwen, van hem drie ellen rood laken kocht. Zij heeft hem het laken betaald.
Gosen van der Scheere verklaart dat Grete, de vrouw van Lambert Pelser, van hem negen ellen Leids laken kocht, die zij hem betaald heeft. Dat was toen haar dochter trouwde. Lambert Pelser wist er niets van.
Nr. 210
Inden saecken tusschen Peter Claesz in Dronten ende Willem Ryckelsz.
Mr. Symon Haemer en Jacob Claesz, als moetsoenslieden, en Henric Hamer en Tyman Lubbersz, als omstanders, verklaren dat er ongeveer twee jaar geleden te Zalk tussen partijen een overeenkomst was gesloten. Peter was voor Willem borg geworden voor twee paarden die gekocht waren voor 18 postulaatsguldens, iedere gulden te rekenen voor 15 stuivers. Willem zou hem daarvoor uitgraven en leveren vier dagwerk turf, te
leveren omstreeks acht dagen na Beloken Pasen. Als de turf dan in stapels stond te drogen, zou Peter de turf aannemen in aanwezigheid van de moetsoenslieden. Mocht de turf minder waard zijn dan 18 postulaatsguldens, zou dat voor Sint-Maartensdag moeten worden aangevuld. Peter Dircksz stond voor Willem in. Hier waren mede aan en over Lambert ter Stege en Egbert Jansz Ticheler als moetsoenslieden van Willem.
Coram burgemeester Gosen.
[Er aan denken om] Tielman Florisz, Zwarte Goyken, Willem Schumer en Joest Brandenberch te dagvaarden.
Nr. 211
Fol. 43. Johan van Roederlo en Bartolt Jonge verklaren dat Aernt Roever bij hen kwam en aan hen vroeg om aan Johan van Ense te vragen of die hem de brief van een half vat boter [per jaar] wilde overhandigen. Dat hebben zij aan Johan gevraagd. Deze beloofde dat hij de brief aan Aernt zou geven. Coram Henric Hoppenbrouwer.
Nr. 212
23 november 1483, Goert van Nymwegen, Herman Hermansz, Wybrant Ysbrantsz en Peter van Kalker verklaren dat zij ongeveer acht dagen geleden in de Sint-Nicolaaskerk hebben gehoord van Johan van Loen dat Claes Johansz vier jaar bij hem gewerkt had.
Hij had Claes daar alleen maar een nieuwe tabbert en een paar hozen voor gegeven.
Johan van Loen had voor Claes Jansz van Peter van Kalcker een bedrag van negen arnhemse guldens ontvangen.
Nr. 213
Tyman Ryckmansz, Peter Claesz, Peter Lubbertsz, Tyman Lubbertsz en Geert Jacobsz verklaren dat de bank die in het huis op de sluis staat door Alyt Walle is verkocht aan Dyrck, die nu in het huis woont. Wijlen Berent Walle heeft die bank in het huis gebracht.
Inden saecken van Gert Andriesz.
Geert Henrixsz en Peter Loecketer verklaren iets volgens de inhoud der cedule, gebonden in sexterno.
Nr. 214
Fol. 43v. 26 november 1484, Melchior Kukenbusch van Husom [Husum] in Holstein verklaart dat Willem Kopkens van Den Busch de koe van Florys Keersemaker met zijn vee heeft gedreven van Huesom naar Den Busch. Hij zag dat de koe nog in de kudde liep toen zij uit Huessom vertrokken. Het was een zwartblaarde koe. Coram Wolter NN en Claes Sulman.
Nr. 215
Herman Kuenretorff, Claes Lentinck en Symon Glauwe verklaren dat Dode Allertsz aan Henrick Warenbeke van de hoofdsom van 900 mark riga`s heeft betaald 406 mark. Hier is op “te schade gegaan” 101½ mark riga`s en 4 ponden groot vlaams. Samen met Johan Geye hebben zij dit als moetsoenslieden bepaald.
Coram Wolter Wolffsz en Johan van den Vene.
Nr. 216
13 december 1484, Tusschen Floris Ludekens ende Mechtelt vanden Bussche Willem Kopkens weduwe.
Dirck Kerchof verklaart dat hij omstreeks Sint-Michielsdag laatstleden in de Heilige-Geest met andere goede mannen een overeenkomst heeft gemaakt tussen partijen voornoemd, die onenigheid hadden over 80 rijnse guldens. Mechtelt wilde dat Floris dit geld, waarvoor zij hem in rechte aansprak, in handen van Jan Florisz zou geven. Mocht Floris iets van Mechtelt verlangen dan moest hij haar daarvoor met recht aanspreken.
Willem Berentsz en Jan Florisz verklaren hetzelfde. Floris zou de ossen zo lang in Mastenbroek laten weiden tot hij voor het geld borgen had gesteld.
Coram burgemeesters Gosen en Wolter.
Nr. 217
Fol. 44. In causa tusschen Ave Sibrants ende Mette van Werden.
Heer Peter Muerman ende Wobbeken zijn nicht verklaren dat de gardiaan van de minderbroeders met zijn gezellen een tijd geleden in hun huis kwam, waar ook Peter Sibrants met zijn vrouw en zijn moeder binnen kwamen. De gardiaan wilde vrede stichten tussen de moeder en haar kinderen. Peter en zijn moeder spraken samen over de kwestie. Hij gaf zijn moeder daarna een cedule waarin stond wat zij hadden afgesproken. Over de inhoud van die cedule zou de gardiaan met Peters zuster spreken en proberen vrede tussen hen te stichten. De volgende dag kwam Peter Sibrantsz weer bij heer Peter. Deze vroeg hem hoe het gegaan was. Mijn zuster is het er niet mee eens, ze is nog kwader dan ze tevoren was, zei Peter Sibrantsz.
Heer Evert Hermansz verklaart dat toen in de [wijn]kelder de overeenkomst gesloten was, hij in Ave Sibrants huis zat en dat toen binnenkwamen Mette van Werden en Geertruit Sibrants, de moeder van Ave. Heer Evert dacht dat alles in orde was gekomen, maar toen zei Ave tegen haar moeder en tegen Mette dat haar broeder eerst het geld terug moest brengen dat hij uit zijn vaders huis had gehaald. Daarop verlieten Geertruit en Mette het huis en bleven daar wel een jaar uit weg. Men zond Ave`s man Jacob een bode met de klacht dat zij zich aan de overeenkomst niet wilde houden.
Gese Kroesers verklaart dat zij had horen zeggen dat er een verzoening was tussen de broeder en de zuster. Zij ging daarop naar Ave`s huis om er met haar over te spreken.
Bij de deur van het huis kwamen Ave`s moeder en Mette van Werden haar tegemoet.
Aan de moeder vroeg ze hoe het nu gesteld was. Het is een kwade zaak, zei deze. Mijn dochter zei dat zij vrij geboren was en niemands eigendom was. Toen Gese in Ave`s huis was, zei Ave dat als zij (Gese) haar tantes dochter was, zoals Mette van Werden is, dan zou Egbert Kroeser daar niet als moetsoensman bij betrokken willen zijn om zulk een verdrag te maken. Ze zei dat haar broeder een dief was die 1400 rijnse guldens uit zijn vaders kist had gehaald. Zij wilde zich niet houden aan de overeenkomst. Gese zei dat haar man Egbert daar niet bij betrokken was geweest. Hij wilde er niets mee te maken hebben.
Mette van Voirst verklaart dat haar man Gosen op pad ging om te bewerkstelligen dat de brief bezegeld werd. Toen hij terugkwam, vroeg zij hem of de brief ook bezegeld was. Nee, zei Gosen, Jacob Geertsz was bij Herman van Werden gekomen en had tegen hem gezegd dat de brief niet bezegeld zou worden. Ave was kwaad en wilde zich niet
houden aan de voorstellen. Toen zei Herman van Werden dat hij niet al zijn familieleden tot vijanden wilde maken om wille van zijn zwager en zuster. Gosen had graag gewild dat men hem met recht verplicht had de brief te bezegelen, maar hij kwam er bij en zei dat het niet zou gebeuren.
Coram burgemeesters.
Fol. 44v. Wolbert ten Have verklaart dat hij er bij was als bemiddelaar in de onenigheid die lang geleden was ontstaan tussen Peter Sibrantsz en Jacob Geertsz. Jacob had beweerd dat Peter geld had genomen uit de kist van zijn moeder. Er werd door wederzijdse familieleden een moetsoen [overeenkomst] gemaakt. Jacob zou moeten zeggen dat hij van Peters niets dan goeds wist te melden. Er werd ook bepaald dat Jacob en Peter geen goederen of documenten van hun moeder/schoonmoeder Gertruide zouden ontvangen, doch alles wat zij na haar dood zou nalaten, zou tussen beiden worden verdeeld. Zij wilden dat Gertruide daar mee zou instemmen, maar die zei dat ze vrij geboren was en vrij wilde blijven. Daarna besloten Jacob en Peter dat Gertruide na haar dood 300 of 400 rijnse guldens in haar testament mocht geven aan wie zij wilde.
Wychman Aerentsz verklaart dat Gosen van Voirst hem uitnodigde zijn gast te zijn. Hij kwam bij Gosen toen die juist terug kwam van een rechtszitting. Hij vroeg aan Gosen hoe het stond tussen Jacob Geertsz en Peter Sibrantsz. Gosen gaf hem ten antwoord dat hij kwaad was, want alles dat er was overeengekomen, was weer van tafel geveegd.
Jacob Geertsz had gezegd dat zijn vrouw Ave er niet mee wilde instemmen. Wychman zei daarop tegen Goesen dat hij zich beter niet meer met de zaak kon bemoeien.
Coram Gosen en Lambert.
Egbert Kroeser verklaart dat toen de moetsoen gemaakt was tussen Peter Sibrantsz en zijn zuster Ave hij een gesprek had met Jacob Geertsz. Hij zei onder meer tegen Jacob dat hij blij was dat het was goed gekomen. Daarop zei Jacob: zwager, het is niet goed gekomen want Ave wil zich er niet aan houden. Ze is boos op mij. Wil ik met haar in vrede blijven leven dan moet ik er mee instemmen dat de overeenkomst niet wordt bezegeld.
Coram Gosen NN en Henric Kuenretorf.
Fol. 45. Nanning van Dueren, Claes Sulman, Andries Hanegreve, Johan Sulman en Wycher Rensinck verklaren dat de overeenkomst tussen Jacob Geertsz en Peter Sibrantsz is gemaakt volgens de inhoud van het document dat Herman van Werden heeft geschreven.
Grete van Urck verklaart dat zij met Mette van Werden bij wijlen Gertrude Sibrants was toen die ziek lag aan de pest. Gertrude verklaarde toen dat de kinderen van haar zoon in hun vaders plaats erfgenaam zouden zijn van haar na te laten goederen, zoals ook haar dochter Ave haar erfgename zou zijn. Zij wilde dat Ave haar erfdeel niet zou verkopen of belasten. Mette vroeg daarna aan Gertrude waarom zij haar dochter mede tot haar erfgenamen benoemde. Gertrude zei toen tegen Grete dat ze moest zwijgen, ze zou zelf weten hoe haar nalatenschap verdeeld moest worden.
Toen de burgemeesters kwamen, stond Gertrude op en liep van de trap af hen tegemoet.
Zij verklaarde tegen hen dat in de cedule die zij haar voorlazen haar uiterste wil vermeld stond.
Nr. 218
Fol. 46, 25 februari 1485, Berent Rovenether de jonghe [doorgehaald], Jacob Jacobsz then Thoern en Gheert Rovenether verklaren dat Asse Sticker met een ladder van buiten af naar de zolder klom. De man die nu dood is, geheten Berent, zei tegen Jacob dat er een man op de zolder was en dat zij moesten gaan kijken wie dat was. Berent ging snel naar de zolder, waar Asse hem zonder iets te zeggen aanviel en hem met een tweesnijder de keel doorsneed. Berent viel dood neer.
Nr. 219
Fol. 47. Van Florens Lukeners zaecken.
Kerstken Goltsmit, Thews Kremer en Albert Schomaker.
Albert Schomaker verklaart dat wat in de te lezen cedule staat van woord tot woord waar is. De inhoud daarvan is van de volgende strekking.
Toen hij in de Heilige Geest kwam om de moetsoen te maken, zei Dirck Kerchof dat hij geen raad wist met het geld van een handschrift [schuldbekentenis] dat de vrouw uit Den Bosch had van Aernt Floris. Het was afkomstig van de koop van paarden en ossen.
Floris zei dat hij van deze koop niet kwijtgescholden wilde worden en er geen moetsoen van wilde laten maken om de lieden niet te laten denken dat zij al een overeenkomst gemaakt hadden.
Zij spraken daarom af dat het bedrag dat vermeld staat in handschrift dat de vrouw van Aernt ontvangen had, zou worden betaald op Sint-Maartensdag. Florisz vroeg of het ook met Kerstmis betaald mocht worden. Uiteindelijk werd de betaaldag gesteld op Sint-Katharijnendag. Het bedrag dat Aernt kon bewijzen dat hij al had betaald, zou van de schuld worden afgetrokken. Daarvoor waren Jan Florisz en Kerchof borg. Zij wilden daarvoor van Florisz weer borgen hebben. Ik heb geen borgen, zei Aernt, en ik stel ook geen borgen. Daarop zeiden mr. Kerstken en Thews dat zij wel borgen konden vinden, maar Jan Florisz zei toen dat hij wel borg wilde staan, maar dan zou hij de ossen die in de weide liepen tot onderpand moeten hebben.
Daarop zette Aernt andere borgen. Hij was altijd bereid om het vrouwtje het geld te geven dat nog onbetaald was. Als er nog schuld was van handel in ossen of paarden, al was het van zeven jaar geleden, dan zou hij haar voldoen.
Coram Gosen Clinckeberch en Wolter Wulfsz in domo judicii. [rechthuis].
Cornelis Schipper getuigt als boven. Zie drie folio`s verder.
Nr. 220
Fol. 47v. Nanningk van Dueren, meister Symon Hamer, Goesen van der Schere en Jacob ther Stege verklaren dat zij een tijd geleden alhier te Kampen gehoord hebben dat Johan Henrixsz de goudsmid had ingestaan voor Lambert Krudener uit Hattem, zijn broeder, dat die aan heer Peter Muerman zijn schulden zou voldoen. Zijn broeder Tyman Krudener zou [Kerstken-doorgehaald] Johan Henrixsz daarvan ten allen tijden schadeloos houden. Het ging om een bedrag van 68 rijnse guldens, zoals in het stadsregister van bekentenissen geschreven staat.
Coram burgemeesters Wolter NN en Johan van den Vene.
Nr. 221
16 december 1484, Goyken Wybrantsz, schout van Kuinre, staat in voor Tyman Astebrinck dat die zich zal houden aan het vonnis dat de Raad zal wijzen in de kwestie die hij heeft met de kerkmeesters van de Sint-Nicolaaskerk. Houdt Tyman zich daar niet aan dan vervalt de schout in een boete van 100 gouden rijnse guldens.
Nr. 222
Geert Schepeler is er borg voor geworden dat wanneer er iemand komt met betere bewijzen om de eigendom op te eisen voor het geld dat Geert Andreesz bij de Raad in bewaring heeft gegeven dan hijzelf, Ghyse Blanckert, Lambert Lubbertsz en Dyrck Heynynck, dat hij dan die persoon schadeloos zal houden. Ghyse, Lambert en Dyrck zullen Geert op hun beurt schadeloos houden.
Nr. 223
Van Albert Claesz
Henrick Lambertsz en Rembolt Remboltsz verklaren dat zij hebben gezien dat Johan Joriaen in het schip van Albert Claesz heeft gevochten met Claes Water. Hij hakte met een bijl naar Claes en hij gooide met een stuk brandhout naar een man uit Friesland die Gosen werd genoemd.
Coram Lodewijch NN en Frerick Rynvisch.
Nr. 224
Fol. 48. Henrick Wychersz, met recht gedaagd, verklaart dat hij ongeveer twee jaar geleden te Deventer in het huis van zijn broodheer Gode Sprunck was en zag en hoorde dat de vrouw van Johan Nederman lakens op haar stok had, waarbij er een was die niet met haar merk gemerkt was. Dat laken behoorde toe aan de vrouw van Willem Kryt.
Nr. 225
Claes Gosensz, Ghise Blanckert, Henric Swedersz en Johan Henrixsz goudsmid verklaren dat zij te Kampen op de brug stonden met Berent Lampe en hem hoorden zeggen dat Jacob Clinge in Bergen in Noorwegen geen goederen van Dode Alersz heeft gekocht noch gekocht, ook geen Berger vis. Coram Freric Rynvisch en Eernst Witte.
Nr. 226
Wolbert ten Hove en Jacob van Sutphen verklaren dat zij er hier te Kampen bij waren ongeveer drie jaar geleden toen Luder van Hamburch en diens vrouw Mechtelt van Jacob Mant een partij Hamburgerbier kochten. Hoeveel zij voor elke ton moesten geven, weten zij niet meer.
Zij deden op hun verklaring de eed ten overstaan van Jacob Clinge en Eernst Witte.
Nr. 227
Egbert Gerrytsz van Elborch, Lambert Geertsz van Utert, Symon Wyllemsz van Hoirne, Jan Jansz van Amstelredam, Willem Ghysbertsz van Harderwyck en Warner Reynersz bij Deventer zijn gevangengenomen op de Welle.
Heynken Ghucheler en Berent Torfdrager zijn ontkomen.
Nr. 228
Fol. 49. Kuer [boete e.a.] van anno 1485
Aerent Wynkensz voor een vuistslag in een wijnhuis 20 ponden boete. Hij is voortvluchtig.
Jan Florisz 20 ponden boete. Zijn borg is Gert Andriesz.
Geert Andriesz 20 ponden boete. Zijn borg is Jan Florisz. Non, is geklaard.
Doede voor strafbare woorden 10 ponden boete. Zijn borg is Symon Hanegreve.
Jacob Scroer 100 schellingen boete. Zijn borg is Henric Eversz stratemaker.
Aernt Egbersz 100 schellingen boete. Hij was borg voor 100 schillingen voor Alyt Kerstkens.
Henric Eversz stratemaker 100 schillingen boet. Zijn borg is Aernt Egbersz.
Gise Blanckert 40 ponden boete. Zijn borg is Wynken.
Wynken Wesselsz 40 ponden boete. Zijn borg is Gise Blanckert.
Evert Kuper 10 ponden boete. Zijn borg is Wynken.
Geert Nagel 2 ponden boete van panding van Lubbert Bast.
De vrouw van Lambert Pelser 20 schillingen boete. Haar borg is Jacob Wachter.
Henric van Sutphen heeft strafbare woorden gebruikt en iemands kleren gescheurd te Deventer. Wolter in de Krane is borg voor dat wat de Raad zal oordelen. Non.
Jan Kenneken en Jan Coster zijn borg voor de boete van 50 ponden die Herman Mol moet betalen aan de schepenen van dit jaar.
Jan Cloeting de drager 2 ponden boete. Zijn borg is Willem Kuper van Grafhorst.
Henric van Sutphen 20 ponden boete. Zijn borg is Wolter Henrixsz de drager.
Joest Brandenborch heeft in toornig gemoed iemand aangegrepen en krijgt 2 ponden boete. Zijn borg is Geert Claesz.
De maagd van Berent Hoier 2 ponden boete. Haar borg is de wever Jan van Roirmonde.
Jan then Hove de brouwersknecht een boete van 10000 middelstenen. Zijn borgen zijn Dirck van Olst en Herman Grote die zullen zorgen dat hij met Sint-Jacobsdag voor het gerecht zal komen. Jan is uit de stad.
Geert Henrixsz kistemaker 2 ponden boete. Zijn borg is Lambert Berentsz.
Dyrck Brouwer 2 ponden boete. Zijn borg is Engbert Kistemaker.
Gert Sandersz 2 ponden boete. Zijn borg is Gosen Pouwelsz.
Orber de tichelaar 6 ponden boete wegens drie getuigen die hij heeft laten zweren in zijn zaak tegen Ruederick van Endoven.
Herman Bomtas 2 ponden boete van panding van Herman Kuenretorff.
Willem Henric Mathijsz 20 ponden boete. Zijn borg is mr. Symon Hamer.
Een gast van Gise Blanckert 20 ponden boete. Borg is zijn hospes voornoemd.
Peter in de Stove 20 ponden boete. Zijn borg is Gert Budel.
Gumpert de drager 2 ponden boete. Zijn borg is Evert Kuper.
Lubbert Schonenberch 10 ponden boete van panding van Niese then Holte.
Femme Kogkenstuers 2 ponden boete. Haar borg is Willem Tripmaker.
Jan van Loenen 2 ponden boete. Zijn borg is Jacob Boymansz.
Peter de mulre 2 ponden boete van panding van Floris de mulre.
Lubbert Schonenberch 2 ponden boete van panding van Wynken de voorsprake.
Nr. 229
Fol. 49v. Inden saeken tussen scipper Pouwel ende Johan de Lege Jan Jacobszoen.
Aernt Roever en Johan Geertsz verklaren dat zij in Arnemuiden hebben gehoord van schipper Pouwel tot antwoord op hun vraag of hij ook naar de Baye zou zeilen:
“waarom zou ik naar de Baye zeilen, Johan de Lege heeft gezegd dat hij mij het zout niet wil inschepen daar hij mij voor gemachtigd had”. Toen eiste Aernt Roever het geld terug dat hij aan Gert Andriesz had gegeven om het zout mee te betalen. Maar die gaf het niet.
Dit hebben getuigen niet gehoord van Jan de Lege.
Coram burgemeesters Henric Pael en Heyman NN.
Nr. 230
Berent Lampe verklaart dat hij toen hij een maatschap had met Dode Alertsz en hij in Bergen in Noorwegen was met Jacob Clinge, hij niet heeft gehoord of gezien dat Jacob enige Berger vis kocht of verkocht vanwege Dode Alertsz. Jacob en Berent brachten bij Dode in de schrijfkamer de rekenschap van wat er in de maatschap was gewonnen van de handel van 26 ruimen vis in dat jaar. Daaraan had Jacob een aandeel van 844 rijnse guldens. Hier deed Berent de eed op. Coram burgmeesters Henric Pael en Heyman NN, in de schepenkamer, anno 1485.
Nr. 231
Fol. 50. In het gerecht verschenen Berent Puyst en zijn vrouw Alyt van Ense, welke verklaarden te hebben verkocht aan Willem Tiele en zijn vrouw Lysbet een huis en erf in de Oudestraat in de Hagen, tussen Bruystken Steenbergen en de erfgenamen van Gert Seemsmaker, strekkende van de Oudestraat tot aan de Wetering. Uit het huis gaat een jaarlijkse rente van 3½ heren ponden, te lossen met 20 penningen 1 penning met steeds een half of een heel pond van de rente.
Coram NN Pael en Heyman Maesz. [De akte is doorgehaald]
Nr. 232
9 januari 1486, Ghyse Blanckert, Dyrck Kerckhoff, Pouwel Goltsmyt en Lubbert Martensz verklaren dat zij afgelopen vrijdag een moetsoen hebben gemaakt tussen Jacob ther Hare en Herman Schrage uit Groningen. Het ging om een erfenis die Herman Schrage te Elburg was toegevallen. Er werd afgesproken dat Jacob aan Herman onmiddellijk zou geven voor dat wat hij had weggehaald een som van 6 rijnse guldens.
Daarmee zouden beide partijen van de zaak van de erfenis voldaan zijn. Van deze 6 guldens zou Herman een halve gulden geven voor het gelag. Coram Nannyngk NN en NN Hoppenbrouwer.
Nr. 233
Fol. 51. Dyt is Jacob Buschs kuer.
Ten eerste 80 ponden omdat hij ten tijde van wijlen mr. Tyman van den Vene op het stadswerk met een steen had gegooid.
Verder 100 ponden omdat hij op het stadswerk zijn knecht met een steen had gegooid en daarmee had verwond.
Dan nog 20 ponden omdat hij in de wijnkelder een man met zijn vuisten had geslagen en achterwaarts van de bank had getrokken.
Nr. 234
Johan de Brabander 2 ponden boete van panding van Albert Hoyer.
Johan Bartoltsz slotenmaker 2 ponden boete van panding van Adriaen Hasepiper.
Johan Bartoltsz voornoemd 2 ponden boete van panding van Peter Aerentsz de smid.
Johan Bartoltsz voornoemd 2 ponden boete van panding van Grete, de vrouw van Matheus de Scroder.
Jacob Jacobsz heeft 2 butkens betaald en heeft daarmee voldaan.
Geerloff Claesz is borg voor de man van wie de hand zou worden afgehakt, voor een bedrag van 25 ponden, dat op aanstaande Pasen zal moeten worden betaald. Deze man heet Henrick Jansz van Deventer. Hij heeft de oervede gedaan.
Nr. 235
13 december 1484, Femme van den Vene, de weduwe van Tyman van den Vene, heeft op wijzing van de Raad twee tijnsgenoten in het rechthuis gebracht voor de burgemeesters Wolter Wolffsz en Gosen Klinckenberch, te weten Foyse, de vrouw van Aerent Ryckmansz en Hanneken Aerensz, die er de eed op wilden doen dat Femme voornoemd en haar kinderen ieder jaar een vette gans moesten ontvangen uit Claes Dircksz` huis en hof aan de Sint-Nicolasdijk. Claes heeft de tijnsgenoten van de eed vrijgesteld.
Nr. 236
[Boetebetaingen e.a.]
Jacob Vlaming 2 ponden boete van panding van Goert Jansz in de Hagen.
Lambert Pelser 2 ponden boete. Borgen Otto Vleishouwer en schipper Dirck in de Smacke.
Gert Hoier 10 ponden boete van panding van Hertewich van Doesburch.
Grete van Goch 2 ponden boete van panding van de vrouw van Dyrck van Moerse.
Lubbert Kistenzitter 20 ponden boete voor het uitdelen van een vuistslag in de [wijn]kelder Zijn borg is Wynken Vorssprake.
Jan Aerentsz te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Cuelvoets water.
Albert Claesz Bolle 2 ponden boete van panding van Rueric Geye.
Geert Henrixsz Kistemaker 2 ponden boete. Borg is Lambert Berentsz.
Johan Kerssen 2 ponden. Hij is borg voor zijn knecht Jan.
Johan Albersz 2 ponden boete. Borg is Jan Pottemaker bij de Morrenbrug.
Nr. 237
[Boete betalingen e.a.]
Fol. 51v. Reynken die Leu heeft zijn mes getrokken. Zijn borg is Dyrck Kerckhoff.
Wolter Goykensz te Brunnepe heeft een vuistslag uitgedeeld. Borg is zijn zoon Jacob.
Zwarte Goiken 2 ponden boete van panding van Jan Albertsz Rijnschipper.
De vrouw van Jan Fedde 2 ponden boete. Borg is Dirck Selle.
Wolbert ten Hove 2 ponden boete. Borg is Jacob Mant.
Jan de Beste 2 ponden boete van panding van Symon Matysz.
Dode Alersz 10 ponden boete. Borg is Gyse Blanckert.
Henric Woltersz 10 ponden boete. Borg is Gise Aerentsz.
Herman Jansz 2 ponden boete. Borg is Heyman Hoyer.
Heyman Hoier 2 ponden boete. Borg is Herman Jansz.
Dyrck Hermansz 2 ponden boete. Borg is Gysbert Geertsz
Willem Schutemaker 2 ponden boete. Borg is Heyman Hoier.
Peter die Wever 2 ponden boete. Borg is Dyrck Hermansz.
Geert Hoyer 2 ponden boete. Borg is Dyrck Hermansz.
Johan ten Hoeve 2 ponden boete. Borg is Heymen Hoier.
Jacob Dubbelsz 2 ponden boete. Borg is Henric Dubbelsz frater [zijn broer].
Ryckholt Potghieter 2 ponden boete. Borg is Jacob ter Stege. Van drek [afval].
Mr. Symon Hamer 2 ponden boete. Borg is Igerman Henrixsz.
Igerman Henrixsz 2 ponden boete. Borg is mr. Symon Hamer.
Matte van Werden 2 ponden boete. Borg is Igerman Henrixsz.
Johan Grelle 2 ponden boete. Borg is Tyman van Olst.
Gert Hoyer 2 ponden boete van panding van Borchart Henrixsz.
Jan de Beste 10 ponden boete van panding van Symon Thysz.
Luken Jansz Smit 2 ponden boete. Borg is Jacob Pilgrumsz. Drek.
Gese opte Ryt 2 ponden boete. Borg is Johan van Thie.
Henrick Wolters veroordeeld tot 20 ponden boete omdat hij uit het recht geweken is en aan Dode Allertsz geen borgen heeft gesteld, zoals de Raad gewezen had. Borg is Berent Henrixsz.
Johan Daymsz 2 ponden boete van panding van Johan van Thie.
Coert Gruter 2 ponden boete van panding van de vrouw van Henric Wonder.
Geert Henrixsz 10 ponden boete. Borg is Jacob Scroeder.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Hase Scrivers.
Geert Henrixsz heeft zijn mes getrokken en krijgt een boete van 80 ponden. Zijn borg is Peter Jansz de Schomaker.
Jan Gertsz Obrider 2 ponden boete van panding van Dirc van Mullingen..
Gert Moelman 2 ponden boete van panding van Dirck van Mullingen.
Aerent ter Helle`s zaak blijft ter beoordeling van de Raad.
Jan Jacobsz borg voor Lambert ter Hoeve voor de huur van zijn meente.
Nr. 238 [Boetebetalingen e.a.]
Fol. 52. Tielman Florysz 10 [doogehaald] 2 ponden boete. Borg is Henric Vos.
Florys Symonsz, een molre, 2 ponden boete. Burgemeester Jan Rorlo. Uitgesteld tot Jan Willemsz weer thuis komt.
Albert Dorre een boete voor strafbare woorden binnen keurs. Borg is Jan Holle.
Mr. Jacob Syll van panding van Geert Moelman.
Jan van Ense 10 ponden boete. Borg is Bartolt Jonge. Heeft in de wijnkelder iemand geslagen.
Wolter Tripmaker 10 ponden boete. Borg is Wynken van Elsen.
Peter Rode is van keur schuldig 12½ [doorgehaald] 25 heren ponden, te betalen in vier termijnen, te weten iedere keer op Sint-Martensdag in de winter het vierde deel, zijnde 6½ heren pond. Zijn borgen zijn Gerryt de Rode en Albert Alffersz. [In de marge staat: in het jaarkeurboek]
Berent Boem 2 ponden boete. Borg is Herman Gertsz rijnschipper.
Gerbrant Claesz boetman een boete van 10000 middelstenen. Borg is Peter Gertsz kremer.
Jan Fedde 2 ponden boete.
Peter op de Kiste 10 ponden boete. Borg is Berent Winter.
Sweder Dyrcksz rijnschipper 2 ponden boete van panding van Garbrant Witte.
Rode Heyle 100 schillingen boete voor wapengerucht. Borg is Warner Jansz in de Eckelboemsstraat.
Roloff Albertsz Smyt 2 ponden boete. Borg is Engelbert Kistemaker.
Johan Jacobsz in de Hagen 2 ponden boete. Borg is Goyken Vysscher.
Bunte Grete 10 ponden boete. Borg is Willem Huysman.
Alyt 2 ponden boete. Borg is Andrees Hanegreve.
Nota: Dele. Dirck Selle bekent schuld aan Reense.
Quade Dyrcksken 2 ponden boete. Borg is Johan Rolofsz Scomaker.
Johan Glinthagen 2 ponden boete. Borg is Maes Maesz.
Johan Rolofsz 10 ponden boete. Borg is Jan Stoefken voor zijn knecht voornoemd.
De jonker van Leyden 2 ponden boete van panding van Femme Neyster.
Gosen van Dam 2 ponden boete. Borg is Wynken de voorspraak.
Roe Heyne van Cleve 2 ponden boete. Borg is Jan Smit bij de Clocke.
Geertken de dochter van Marten Kistemaker 10 ponden boete om dat zij na tien uur nog tapte. Borg is Jacob Machorysz.
Willem Gertsz 4 ponden boete. Borg is zijn broer Peter Gertsz.
Dyrck Brouwer en Jacob Willemsz Duvelcoster zijn borgen voor Jacob Jansz, die gevochten heeft Inden Roden Hyrt met de vulre Johan Boem, door welke hij verwond werd, maar zelf gooide hij met een kan.
Henric Jansz te Brunnepe heeft bij dag iemand met vuistslagen verwond. Zijn borgen: zijn vader Johan Stevensz, Aerent Florysz en Florysz Luykensz.
Geert Assensz te Brunnepe 2 ponden boete. Borg is Albert Evertsz te Bruunnepe.
Sculte van Neerden 10 ponden boete. Borg is Evert ten Acker.
Nr. 239
Fol 52v. 8 mei 1484 verzochten de volgende personen om de functie van roedendrager in de plaats van wijlen Henric Droichscherer.
Obtinuant. Wicher Rensinck
Johan, die knecht was van mr. Henric van Uterwyck
Coert Gruter
Aerent Moelman
Jacob Kamerlyng
Johan Sigersz.
Nr. 240
Keur [boeten e.a.]
Vosken Scroer 2 ponden boete. Borg is Heyman Scroer.
Wolter Visken 2 ponden van panding van Gertruid de weduwe van Jan Tade.
Johan Albertsz van Deventer 10 ponden boete. Borg is Jan de Beste (qui erat ….)
Lysbet Jansdochter, concubine van Jacob Machorisz 2 ponden boete. Borg is Dirck Witte.
Gertken Goykensdochter 10 stadsponden boete. Borgen zijn Jan Henricksz en Coert Gruter. Zij moetde boete voldoen aan de schepenen van dit jaar. Zij zet haar borgen al haar bezittingen tot onderpand.
Gert van Ryssen 2 ponden boete. Borg is Jacob Kamerling.
Geert Assensz 2 ponden boete. Borg is Geert Jansz te Brunnepe.
Herman Scroer van Utrecht 2 ponden boete. Borg is Jacob Boymans.
Gosen Pouwelsz is borg voor de 50 heren ponden boete van Geert van Abcou. De helft direct te voldoen en de andere helft ook te betalen aan de schepenen van dit jaar.
16 juni, coram Albert Evertsz.
Warner Aerentsz, de mulre van Herman van Uterwyck, 2 ponden boete. Borg is Gert Reynersz.
Berent Jansz Drager, vulre, boete voor vechten Boven de Poort.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Dirck Mutse.
Garbrant Lutteke 10 ponden boete, Borg is Ghyse Blanckert.
Rolof Jansz de smit 20 ponden boete voor het trekken van een mes. Borg is Henric Johansz Schoemaker.
Egbert van Eket een boete voor het uiten van strafbare woorden tegen Baers in het vleeshuis. Hij werd in het rechthuis gedaagd maar kwam niet voor. Burgemeesters waren Henrick van Oenden en Lambert NN.
Geert Jansz van Harderwyck 2 ponden boete. Zijn borg is Dirck van Olst.
Swarte Goyken was voor het gerecht gedaagd maar kwam niet. Twee ponden boete.
Dyrck de Vrese, de man van Lucie, moet voor het gerecht komen wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Geert Schepeler.
Johan Albertsz rijnschipper contra Herman Geye. Hij kwam niet voor het gerecht.
Krijgt 2 ponden boete.
Dyrck Brouwer heeft bij dage iemand verwond. Zijn borg is Jacob ther Stege.
Tyman van Olst 2 ponden boete. Zijn borg is Geert Dyck.
Dirck Vrese in de Nieuwstraat buiten, naast wijlen Wolter Henricksz [en] Dode …..krijgt 2 ponden boete van panding van Lumme de weduwe van Aert Jacobsz.
Coert Willemsz 2 ponden boete. Borg is Willem Petersz de linnenwever.
Geert van Utert 2 ponden boete. Borg is Henric van Utert de linnenwever.
Jacob Jansz 2 ponden boete. Borg is Johan van den Hardenberge, wever op de Borgel.
Eeffse van Gent 2 ponden boete. Borg is Aernt Egbertsz.
Nr. 241
Fol. 53. [boeten e.a.] Hille van Nymwegen 2 ponden boete. Borg is Henric Evertsz stratenmaker.
Johan de Oesterling op de hoek van het rooster van de Heilige Geest borg voor de 2 ponden boete van Johanna de vrouw van Aernt Egbertsz.
Alyd Hermans 2 ponden boete. Borg is Gosen Henrixsz Scroeder.
Swane Scroeders 2 ponden boete. Borg is Herman Henrixsz.
Johan Jacob Wachtersz 2 ponden boete voor een vuistslag. Borg is zijn broer Henric Jacobsz.
Engbert Matijsz 2 ponden boete. Borg is Rueric Hirt.
Henric Melisz 2 ponden boete voor een vuistslag. Borg is Cleyn Evert de tapper bij de Clocke.
Roloff de knecht van Peter Mynneken 20 ponden boete. Borg is Peter Mynneken.
Henric Jansz 20 ponden boete. Borg is Willem van der Kercke. Het geld dat Henric verdient bij Jacob Albertsz de rijnschipper zet hij aan Willem tot onderpand.
Engbert Van Steenwijck 2 ponden boete van panding van Johan Goikensz schoenmaker.
Tonys Baertschere heeft een vuistslag uitgedeeld binnen keurs. Zijn borg is Dyrck Backer.
Henric van Cleve heeft bij dage iemand verwond en krijgt een boete van 25 heren ponden. Zijn borgen zijn Ghise Lambertsz en Jan Woltersz. Hij moet van deze boete 8 ponden betalen op Sint-Maartensdag en op de volgende Sint-Maartensdag ook 8 ponden. De rest, zijnde 9 ponden, moet hij betalen op de daaraan volgende Sint-Maartensdag.
Gerriken van Utrecht die met Gosen de busmeister in de herberg lag, heeft bij dage de dochter van Marten Kistemaker verwond in het huis van Rolof van der Werve. Zij is uitgeklopt [verbannen].
Johan Holle 10 ponden boete. Borg is Henric Sweersz.
Rumpert Drager en Berent Visch zijn borgen voor de 20 ponden boete van hun gezellen.
Jan lange Wolter geklaard op een boete van 80 ponden. Borg is Henric Dubbeltsz.
Jacob de opperknecht van Aerent Dyck 20 ponden boete. Borg is Aerent Dyck.
Johan ter Stege van Hattem is uitgeklopt. Heeft gevochten met Jacob Wachtersz. Nota.
Over de boete zal worden gesproken als de Raad bijeen is.
Zwane Jacob Wichers in Dronten 2 ponden boete van panding van Henric van den Vene.
Sanct Bregitten cloester 2 ponden boete van panding van Henric van den Vene.
Biele, de dochter van Henric van Stegerens dochter, 2 ponden boete.
Peter Jodeken, broer van de koster, heeft bij nacht zijn waard verwond Evert Verwer bij de Morrenbrug 2 pond boete van panding van Herman Dircksz. Nota. Styne Thade 10 ponden boete van panding van Jan Stoefken. Burgemeester Jan Roerlo.
Johan Wachters 100 ponden boete van een verwonding aan de overzijde van de IJssel gedaan aan Jan ter Stege. Jan voornoemd 40 ponden boete omdat hij op de Broederweg Johan met een mes naar zijn lijf gestoken had. Borgen zijn Henric en Luyken Fredericus.
Nr. 242 [boeten e.a.]
Fol. 53v. Johan Lubbersz 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Willem van Stenforden.
Henric Voss in de Hagen 2 ponden boete. Zijn borg is Rolof Jansz de korvenmaker.
Jacob Scoemaker 2 ponden boeten. Zijn borg is Bartolt Jonge.
Willem de Harnasmaker 2 ponden boete. Zijn borg is Symon Hanegreve.
Henric Baers 10 ponden boete. Zijn borg is Jan Holtsager.
Lubbert Kistensitter 20 ponden boete. Zijn borg is Ysbrant Baers. Van 2 dagen in profesto crucis et ipso die.
Johan Holle 2 ponden boete. Zijn borg is Henric Jacob Wachtersz.
Johan van den Hardenberge de verver 2 ponden boete. Zijn borg is Johan Gertsz Gueden soen.
Bele Harnasmakers 2 ponden boete. Borg is Henric Prange de hoefsmid.
Ghysbert Tielmansz 2 ponden boete. Borg is zijn vader Tielman Franckensz.
Styne Tade 2 ponden boete van panding van Johan Henricksz.
Claes Potter 2 ponden boete van panding van Dode Alerts.
Jan Petersz schomaker 2 ponden boete van panding van Gelpert Willemsz.
Reynken Wilde 2 ponden boete van panding van Mette Dorbers.
De vrouw van Jacob Machoris 2 ponden boete. Borg is Jacob Wachter.
Henric de mulre op de Ysselmolen 2 ponden boete voor zijn vrouw en een ander. Hij is voor beiden borg.
Johan van Gelre 10 ponden boete voor het in de nacht uitdelen van een vuistslag. Borg is Aernt in de Lappe.
Nanne ten Holte 2 ponden boete van panding van Jan Stoefken
Lodewych de muntmeester 2 ponden boete van panding van Wichman de verver.
Johan Aerntsz 2 ponden boete van panding van Gert Ottensz.
Henric Jansz [zoon van] Jan Jansz op de Vloeddijk 2 ponden boete van panding van Grete, een schroedester.
Lysbet de maagd van Jacob Machorisz beboet met 2 ponden omdat zij niet voor recht kwam tegen de vrouw van Jacob.
Ghysbert Hoyer 2 ponden boete. Borg is Heyn Ael.
Sanna van Oestenwolde, onse burgeres, met Kerstken Jansz en Seyne Ygermansz als haar mombers voor deze zaak, volmachtigt Lambert van Rossen, onze burger, toner van deze brief, om in haar naam de goederen in te manen die wijlen Herman Stamme, onlangs overleden in de Sont in Helschenuere [Helsingör], vanuit Reval naar Zeeland zou laten verschepen en die nu in Zeeland aangekomen zijn. Herman Stamme was Sanna`s man.
Nr. 243
Fol. 54. Op de dag Johannis Baptiste anno 1483 werden de tienden op Kamperveen, die toebehoren aan heer Peter Muerman en de erfgenamen van Johan Bolle verhuurd. Geert Hermens huurde Jan Lambertsz` slag voor 7 heren ponden.
Herman Kruse verklaart dat Andrees alias de Vinnekyker ten overstaan van hem heeft beloofd borg te staan voor Geert Hermansz voor deze 7 heren ponden. Hij beloofde dat toen zij bij de Clocke stonden, waar mede aanwezig was Lubbert Petersz.
Coram Henric van Oenden en Lambert van den Hove.
Meester Symon Hamer verklaart dat Andrees tegen hem zei dat hij borg was voor de tienden en dat hij die zou betalen.
Lambert Kalckberner verklaart dat hij turf had gekocht van Geert Hermansz. Andrees vroeg hem of hij na de levering van de turf tegen de erfgenamen van Geert wilde zeggen dat hij beslag liet leggen op de koopsom.
Geert Houtwyck verklaart dat Andrees bij hem kwam en hem vroeg of hij het geld van drie dagwerk turf dat Lambert had gekocht, wilde laten bezetten. Daarop antwoordde Houtwyck dat de man hem niets schuldig was en hij daarom op zijn geld geen beslag kon leggen.
Andrees had hem ook gezegd dat hij borg stond voor de tienden.
Nr. 244
Fol. 54v. Kuer[boeten e.a.]
Wolter van Busch, scroer, 2 ponden boete van panding van de gildemeesters.
Aeffken Wolters betaalt 2 ponden vanwege Geert Assensz.
Jacob Jansz heeft nog 2 ponden betaald.
Johan Albertsz 2 ponden boete. Borg is Peter Berentsz.
Nr. 245
Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Kampen verklaren dat voor hen in het gerecht kwamen Henric Voss, hun burger, en Jacob Jacobsz van Amersfoirt, geloofwaardige mannen, welke door een stadsdienaar waren aangezegd om te verschijnen. Deze mannen verklaarden onder ede dat zij weten, etc.
Wij begeren daarom dat u Geert Wynkensz, onze burger, toner van deze brief, behulpzaam wilt zijn om waar hij dat bekomen kan van Henric Lubbersz een schuld in te manen.
Nr. 246
Fol. 55. 1481 (Anno Domini IIIIc LXXXI) heb ik ingescheept in het schip van Kersten van Uffen in drie ruimen aan bakboord voor de mast, op een ruim na aan de krop, de volgende goederen: 10 tonnen traan, 16 tonnen roetschers [stokvis], 2 tonnen oeren en 9 daker huiden. Het ruim werd verder volgeladen met vis.
In hetzelfde jaar scheepte ik in een baerze van Mesonde, waarvan de schipper Henryck Beseke heette, in de roef, die stond voor 4 ruim en voor 18 rijnse guldens, de volgende goederen:
4 tonnen wit spek, 4 tonnen grauw spek, 4 tonnen roetscher, 12 ottervellen, 4 martervellen, een lossensvel [linxvel ] en 8 daker huiden. De ruimen werden opgevuld met vis.
Met Derck Loeke verscheept 27 tonnen roetschers en 9 tonnen oeren.
In de herfst van hetzelfde jaar verscheepte met de hulk van Johan Thaeden in vier ruim aan stuurboord voorbij de mast, de volgende goederen. 15 tonnen traan, 3 tonnen roetschers en 10 daker huiden. Daar had Roelof Steyvele een ton traan in. De ruimen werden opgevuld met clare vis.
In dezelfde herfst verscheepte ik met het schip van Kerstken van Uffen in twee ruimen gelegen aan bakboord, op drie ruimen na aan de roef, het volgende:
6 daker huiden. De ruimen werden opgevuld met vis.
Verder scheepte ik in de herfst in Luytyen Bolhorens schip, aan bakboord voor de mast, op een ruim na aan de krop, de volgende goederen:
15 tonnen traan, 12 tonnen wit spek, 47 kip rekelynx, een ton raefs, 14 daker huiden, 8 zeels vellen en 11 kalfsvellen. Het ruim werd opgevuld met vis.
Geert Henricksz en Peter Loecketer verklaren dat de bovengenoemde goederen door Gert Andersz te Bergen ingescheept waren.
Actum 10 mei 1484, coram Nanning de Dueren en Johan van den Vene, schepenen.
Zie de afbeelding op de volgende bladzijde.

Fol. 55 Door schipper Gert Andersz verscheepte goederen
Nr. 247
Fol. 55v. Dirck Kloke bekent de onraad te maken, 2 jaar, voor 15 gulden.
1471 Alyt Alphers, Jan Hermens land.
Jacob Thomas omtrent 1 jaar Sancte Marten. Jan Aerntsz Vos.
Henric Berge
Engbert Hoier
Aernt Beck
Geert ter Helle
Jan ter Helle
Een wetebrief aan Jan Goykensz, Katherine, Heer Herman van Ghiethoern Onse Leve Vrouwen to Lichtmisse vor onsen raet of de sake verlengen hent toe Paessschen
Gosen van Dam machtigt Symon Glawe om van de jonge Henric Heket te Elburg een schuld van 15 gouden rijnse guldens in te manen.
Lubbe Droichscere bekent.
Henric Kruse bekent te Vastenavond 2 jaren.
Nr. 248
Fol. 56. Anno Domini MCCCCLXXXV (1485)
Lasman Symonsz verklaart dat de begijnen van Sanct Agnieten op de Vloeddijk jaarlijks moeten ontvangen 10 vierendelen pachtboter, Zwolse maat, gaande uit vier morgen land in de Asschet, strekkende van de Grote Dijk tot aan de zee, waar aan de oostzijde naast ligt het land van Johan Benensz en aan de westzijde het Damland. Deze boterrente moet ieder jaar op Sint-Michielsdag worden voldaan. Getuige heeft die boter wel 35 of 36 jaar achtereen aan het klooster gebracht.
Actum 26 januari. Coram Frederick Rynvisch en Johan Coepsz.
Nr. 249
Mr. Ghysbert de barbier verklaart dat hij op straat stond voor De Drie Toernen en zag dat Willem Hoefft en Herman Mol ruzie hadden. Herman sloeg naar Willem met een toorts, welke deze afweerde met zijn in de schede gestoken mes. Getuige heeft niet gehoord dat Willem uits verkeerds zei of iets verkeerds deed.
Coram burgemeesters, in de schepenkamer.
Nr. 250
Henric van Sutphen 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Wolter in de Krane is zijn borg voor de straf die de Raad hem zal opleggen omdat hij ook kleren heeft gescheurd en ook in Deventer iets heeft misdreven.
Nr. 251
Inden zaken tusschen Johan Dubbeltsz ende Willem van Eden.
Jacob Vlemynck verklaart dat hij omstreeks Drie-Koningendag laatstleden in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk was en daar hoorde dat Willem van Eden aan Johan
Dubbeltsz het schip ter koop bood dat hij in Hamburg had liggen. Hij bood hem dat schip volgens de bepalingen van het stadsrecht.
Henrick van Bremen verklaart dat hij daarop dadelijk aan Willem van Eden vroeg wat hij met Johan Dubbeltsz was overeengekomen. Willem gaf ten antwoord dat hij aan Johan Dubbeltsz zijn schip had aangeboden volgens de bepalingen van het stadsrecht. Hij bood hem het schip voor vijf rijnse guldens meer als waarvoor hij het gekocht had, zoals het nu in Hamburg ligt. Coram Lodewich NN en Jacob Clinge.
Johan Scaept verklaart dat hij ook heeft gehoord dat Willem van Eden aan Johan Dubbeltsz zijn schip te koop bood volgens stadsrecht. Hij wilde voor het gehele schip 260 rijnse guldens beuren of voor een vierde deel van het schip 65 rijnse guldens.
Coram burgemeesters.
Peter Mauwersz 10 stadsponden boete. Zijn borg is Johan Derxsz.
Nr. 252
Fol. 56v. Vanden begynen van Sanct Agneten.
Henrick van Utrecht en Herman Henrixsz verklaren dat het convent van Sanct Agnieten op de Vloeddijk jaarlijks vijf oude vlaamsen beurde uit een huis en erf op de Steendijk, gelegen naast Henrick van Utrecht voornoemd. Henrick kan zich herinneren dat het convent deze rente wel 40 of 50 jaar achtereen beurde. Herman weet dat het convent deze rente wel 26 jaar achtereen beurde. Beide getuigen hebben bezittingen nabij het huis waaruit deze rente gaat.
Coram mr. Gosen NN en Frederick Rynvisch.
Nr. 253
Johan van Coesfelt verklaart dat Gertruid Schele ongeveer een half jaar geleden tegen hem heeft gezegd dat de hof die Niese ten Holte had gekocht vrij was op een bedrag van 4½ rijnse guldens min 2 stuivers na. Als dat bedrag betaald was, had niemand er enige aanspraak op.
Nr. 254
Merrye Staels van Doerenspyck verklaart dat onlangs [de zuster van de weduwe van Henric van Genne-doorgehaald] een meisje in het huis in Doernspyck was waar de vaars staat. Die zei dat als de vaars het witte stipje niet op zijn neus had, het beest aan haar toebehoorde. In het huis stond bij de vaars ook een oude man, welke zei dat de snee die de vaars in het oor had door Grete Heekedes er zelf was ingesneden toen zij het dier van haar meier in Doernspyck bracht. Verder verklaart zij dat de andere vaars die er stond in het oor gemerkt was.
Coram Pael en Eernst.
Nr. 255
Wynken Wesselsz stelt zich borg voor Florys de Lukener voor een som van 80 rijnse guldens waar Florys en een vrouwtje uit `s Hertogenbosch over in rechte staan.
Jan ten Hove is veroordeeld tot een boete van 10000 middelstenen, te betalen voor Sint-Jacobsdag aanstaande. Zijn borgen zijn Dirck van Olst en Herman Grote.
Fol. 57v. Geertken Geertsdochter heeft bij de Kalverneckenpoirte Geert van Utert verwond. Zij heeft haar man Maes ook drie keer gestoken. Ook heeft zij Johan Rotgersz verwond. De vraag is nog of het bij dag of bij nacht heeft plaats gehad.
Nr. 256
Fol. 58. Anno 1485
Cla]es Waeter, burger, verklaart dat hij verleden herfst stuurman was van de kreyer van Albert Claesz en dat zij zeilend op de zee genoodzaakt waren met het geladen schip terug de Elbe op te varen naar Hamburg. Omdat het schip lek was, konden zij niet naar Kampen varen. Het schip bleef te Hamburg als een wrak liggen. De goederen van de kooplieden konden op deze wijze gered worden.
Kerstken Oloffs was als scheepskind [matroos] ook aan boord en verklaart hetzelfde.
Henrick Lambertsz was kok op het schip en verklaart hetzelfde.
Geert Roeveneter en Jacob Jacobsz getuigen idem.
18 februari 1485. Coram Henric Pael, Lodewich Kruse en Heyman Maesz.
In de marge staat dat van deze getuigenissen een afschrift op francijn [perkament] is gemaakt.
Nr. 257
Thys Hoyer verklaart dat hij niets weet van de betaling door Claes Schele aan Evert Schele van een bedrag van 51½ rijnse gulden en 2 witstuivers.
Heer Lambert Wilkini, priester, en Peter van Elvingen verklaren [niet afgemaakt].
Lambert Johansz verklaart dat hij heeft gezien dat de zoon van Johan de Lapper op straat een deerne geheten Styne van Harderwyck met zijn vuisten mishandelde.
Alyt Peters verklaart dat zij heeft gezien dat een vulre geheten Johan Albersz met zijn vuisten een vrouwspersoon geheten Styne van Harderwyck mishandelde.
Derck Bloeme 25 heren ponden boete voor het toebrengen van een wond bij dag. Te betalen met vijf heren ponden per jaar, waarvan de eerste termijn moet worden voldaan aan de schepenen van dit jaar.
Borgen: Herman Bloeme, Hessel Jansz, Berent Wolt, Johan van Vreden, Wolter Monnyck en Laurens Pelser.
Nr. 258
Fol. 58v.
Johan Segersz, Peter Jansz en Johan Gosensz, mulres [molenaars], verklaren dat zij hebben gezien dat Herman de mulre op de IJsselmolen en Dyrck de Man elkaar aangrepen in de Broederstraat voor het huis van Johan Halle. Herman greep het mes en de buidel van Dyrck en stootte hem met zijn mes, waardoor hij in de goot viel.
Nr. 259
Inden sake tusschen Johan Coipsz ende Evert Schele.
Henrick Pael en Marten Voirne verklaren dat zij van Evert Schele hebben gehoord dat van de 34 gouden leeuwen die Thys Hoyer aan Claes [Schele] schuldig was, Thys 30 rijnse guldens mocht behouden. De rest had Claes hem (Evert) per schepenakte gegeven. Het geld was op hem overgeschreven,
Albert Evertsz verklaart dat hij bij de kraan kwam, waar Henric Pael en Marten Voirne tegen Evert Schele zeiden dat hij had gezegd dat zijn oom Claes Schele hem het geld per schepenakte had gegeven, maar dat was niet waar. Hij (Albert Evertsz) pakte de schepenakte aan en las hem voor. Dat wat Evert had beweerd, stond niet in de akte.
Nr. 260
Alyt Clinckenberchs, met Gosen Klinckenberch als haar momber, verklaart dat zij aan Grete Henricks van Dalffsen had verkocht een jaarlijkse rente van een heren pond, die zij tot nu tot had, gaande uit het huis van Herman Geertsz de smid in de Nieuwstraat.
Alyt heeft de rentebrief aan Grete overhandigd. Uit dat huis gaat ook nog een jaarlijkse rente van 8 heren ponden. Van deze rente zal met Pasen anno 1486 twee heren ponden worden afgelost. De andere zes heren ponden mogen daarna, steeds op Pasen, worden afgelost met 20 penningen 1 penning.
Zij die guste koeien hebben lopen in de stadsweiden moeten die er onmiddellijk uithalen of de eigenaren zullen met recht worden aangesproken.
Nr. 261
Fol. 59 is niet beschreven.
Fol. 59v, Johan Coipsz verklaart in de zaak tussen Borchert Henrixsz en Seyne Igermansz dat zij samen de wijnkoop dronken toen de huur van het huis was overeengekomen. Borchert vroeg aan Seyne om hem de pijlers van het huis te wijzen want hij wilde een mogelijkheid maken om de vlasvaten naar binnen te kunnen brengen.
Seyne zei dat Borchert aan het huis wijzigen mocht aanbrengen, als het maar niet ten koste ging van de pijlers en de gevel.
Henrick Vene getuigt ook dat Seyne zei dat als de pijlers en gevel er schade door zouden lijden, hij er niet mee zou instemmen.
Henrick Mathysz en Geert Slewert verklaren dat zij er bij waren toen Borchert Henrixsz van Seyne Igermansz het huis met de kelder zou huren. Borchert zei toen tegen Seyne dat hij het huis wilde huren als hij de kelder zo mocht aanpassen dat er vlasvaten door naar binnen konden worden gebracht. Daarop zei Seyne dat hij het mocht doen, maar dat er geen schade door mocht ontstaan. Henrick Mathysz zei toen dat als het zijn huis zou zijn, hij tegen de verandering geen bezwaar zou hebben gehad. Toen zei Seyne, nou ja, laat hij het dan maar aanpassen.
Toen de huur beklonken werd, waren verder alleen Henrick en Geert voornoemd aanwezig.
Nr. 262
Fol. 60
. Otto Roloffsz en Claes Jacobsz verklaren dat zij er ongeveer twee jaar geleden bij waren [in de Vranckrijcke– doorgehaald] bij de Clocke en daar hoorden dat schipper Goert Mulre van Geert Andresz een met zilver beslagen buidel kocht, op avontuur van de zee, voor 5¼ rijnse gulden.
Coram burgemeesters Frederick en Berent.
Ook Dode Alertsz verklaart dat deze koop geschiedde op avontuur van de zee, als hij levend terug zou komen. Goert Mulre zou naar de Baye zeilen.
Nr. 263
Gosen ten Sterte, schout van Heerde, verklaart dat in de Vasten van 1485 bij hem kwamen de gebroeders Berent Willemsz, Gerryt Willemsz en Henrick Willemsz, welke hem vroegen om een richtersbrief te bezegelen waarin was vastgelegd dat zij de nalatenschap van wijlen hun broeder Herman Willemsz verkochten aan Lubbert Martensz. Hij heeft die brief bezegeld.
Nr. 264
Henrick Willemsz verklaart dat hij aan Lubbert Martensz het tweede deel van de nalatenschap had verkocht.
Berent Willemsz verklaart dat hij aan Lubbert Martensz zijn deel had verkocht van de nalatenschap.
Gerryt Willemsz verklaart dat hij zijn aandeel van bovengenoemde nalatenschap had verkocht aan zijn broeder Johan Willemsz.
Pilgrum Maesz getuigt hetzelfde als Gerryt Willemsz.
Jacob ten Sterte verklaart dat zijn vrouw haar aandeel had verkocht aan haar broeder Johan Willemsz.
Nr. 265
Henrick Willemsz heeft op het Hof voor het gerecht ten gunste van zijn broeder Johan Willemsz verklaart dat hij de beide kindsdelen die deze had gekocht van zijn broeders Pilgrum en Gerryt niet zou tegenspreken. Hij heeft aan zijn broeder Johan 10 rijnse guldens betaald.
Coram burgemeesters Frederick en Berent.
Nr. 266
Aerent Kerckhoff, Johan Lambertsz en Johan Willemsz verklaren dat zij in de afgelopen winter gekomen waren in het huis van Berent inden Witten Aern om te bemiddelen tussen hem en Willem Berentsz over de verkoop van een mijt hooi die Berent van Willem zou kopen voor 11 rijnse guldens min een oord. Berent mocht tot de volgende dag over de koop nadenken. Het hooi zou van dezelfde kwaliteit zijn als dat wat Willem aan zijn paarden gaf.
Nr. 267
Fol. 60v. 7 mei 1485, Johan Aerentsz zal aan Johan Geert Guedensoen het termijn van de aankoop van het schip betalen dat op 1 mei verschenen was. Hij is daarvan met getuigen gemaand. Men zal hem de helft van het schip vrij leveren, zoals overeen gekomen is. De onenigheid over het anker en de kabels zal door de wijnkoopslieden worden afgehandeld. Op straffe van betaling van 10 ponden mag deze zaak niet weer voor het gerecht worden gebracht.
Nr. 268
Borchert Henrixsz verklaart dat hij er ongeveer drie jaar geleden in Arnemuiden in Zeeland bij was toen Berent Morre zijn partij van ruim honderd stuks klaphout eiste die in de kogge van Johan Dubbeltsz geladen waren. Schipper Johan Dubbeltsz zei dat het
hout onder in het schip lag als “garnier” en dat hij er niet bij kon komen. Daarop verzocht Berent Morre aan Borchart Henrixsz om dat hout voor hem te verkopen, want hij moest zelf naar huis. Toen heeft Borchert het hout verkocht aan wijlen Ariaen Bysschop. Schipper Johan Dubbeltsz beloofde Ariaen dat hij hem het hout zou leveren zodra hij er bij kon. Daarmee was Ariaen tevreden. Peter Bysschop beweert dat het hout niet aan zijn vader geleverd was. Zijn vader heeft hem dat voor hij stierf nog gezegd.
Coram burgimagistrus dexit superscriptum deposuissit.
Nr. 269
Inden zaecken tusschen Henrick Dubbelsz ende Geert Dijck.
Claes Hermansz, Tyman Ghysbertsz en Ffrancke Claesz verklaren dat zij er voor Vastenavond als wijnkoopslieden bij waren bij de Clocke toen Geert Dyck aan Henric Dubbelsz een schuldbrief wilde verkopen met een waarde van 19 rijnse guldens. Hij wilde die verkopen voor 14 rijnse guldens. Henric bood 10 rijnse guldens. De drie wijnkoopslieden stelden 12 rijnse guldens voor. Dat werd een tijd later aanvaard. Geert gaf de brief aan Henrick en betaalde drie vanen bier in het gelag. Of beiden later andere koopvoorwaarden overeenkwamen, weten de getuigen niet. Coram burgemeester Freric.
Nr. 270
[Voorbeeld van een brief van de Raad van Kampen, die aan belanghebbenden werd meegegeven naar andere plaatsen]
Wy burgemeesteren, scepenen ende raet der stat Campen doen kont alle luden overmits dessen open breve dat voir ons gecomen sin in gerichte NN, onse borgere vemits sie mit rechte dar toe verboet weren der wairheit inder saecke nabesreven een rechte getuchnisse te seggen ende hebben aldair getuget ende mede mit opgerechten vingeren gestaeften eets lyfliken ten hilligen geholden ende wargemaket dat hem wittich ende kondich is dat sy dair by gestaen ende gehoirt hebben [niet verder afgemaakt].
Nr. 271
Zij die gaten hebben in hun straten, zo wel binnen als buiten, moeten die voor Sint-Michielsdag aanstaande dicht laten maken op een boete van vijf ponden of de Raat zal er schouw over houden en nemen er dubbel geld van bij niet nakomen van deze verordening.
Nr. 272
Fol. 61 niet beschreven.
Fol. 61v.
Inder saken tusschen Johan Willemsz ende “andere syne[reders ?].
Willem Berentsz, Henric Engelbertsz, Henric Jansz, Aerent Petersz en Geert Reynersz verklaren als scheepskinderen [bemanning] van het schip waar Johan Willemsz schipper van was, dat het schip dicht was toen zij van Danzig uitvoeren. Door storm en onweer kregen zij op zee een lek, zodat zij steeds moesten blijven pompen. Met grote moeite hebben zij het schip aan deze zijde [!] kunnen brengen
De “schynman” [bootsman] getuigt idem.
Coram burgemeesters Lubbert NN en Henric Paell.
Nr. 273
Fol. 62. Anno 1485, Henrick vanden Hoeve en Henric Voirne verklaren dat zij er op de markt in Middelburg bij hebben gestaan en hoorden dat Geert Andriesz aan schipper Pouwel vroeg of deze hem het zout kon leveren dat in Goes lag. Nee, sprak schipper Pouwel, het zout dat in Goes ligt, houdt ik zelf.
Nr. 274
In der zaeken tusschen Johan Dubbelsz ende den vreemden man vanden Veere, die Johan vorscreven ansprack alhier voir een groet c. clapholten.
Jacob Aerntsz verklaart dat hij aan boord was toen er uit het schip van Jan Dubblesz een groot honderd claphout werd gelost, welk hout wijlen Ariaen Bisscop ontving vanwege wijlen Berent Morre. Dat werd geleverd te Arnemuiden voor “Grymsdoere” ongeveer drie jaar geleden. Hij kreeg toen van Berent Morre een stuiver voor “proviegelde”.
Coram burgemeester Jacob Lose.
Nr. 275
Inder zaecken tusschen Gise Blanckert ende Reert de tymmerman van Edam.
Peter Geertsz, Bartolt Grobbe en Willem Berentsz verklaren dat zij er onlangs bij gestaan hebben op de Welle bij de kraan toen Reerdt van Edam van Gise Blanckert de brief weer terug wilde hebben van een schip waarvoor Gise had ingestaan. Gise zei toen dat hij de brief wel wilde geven maar dan moest Reert hem schadeloos houden van de borgtocht die hij voor hem gedaan had. Daarop overhandigde Gise hem de brief. Reert beloofde hem dat hij als een eerlijke man Gise schadeloos zou houden van de gedane borgtocht.
Coram Jacob Clinge en Lodewich Kruse.
Nr. 276
Fol. 62v. Inden saecke tussen Coep Block te Grafhorst mit syn masscap ende Henric Voss ende Rolof Korfmaker.
Henric Dubbelsz en Geert Wynken verklaren dat zij er bij waren in de Hagen als wijnkoopslieden toen Coep Bluck met zijn maatschap aldaar van Henric Voss en Rolof Korfmaker overnamen hun gehuurde visserij en [scuten]stal in Mullingesdiep. Zij zouden de oude staken en “scutten” die er stonden, daar laten staan en gebruiken.
Mochten er staken verloren raken of onbruikbaar worden, dan zouden Coep en zijn maatschap daar nieuwe staken voor leveren.
Nr. 277
Jacob Machorysz en Ghysbert Gerrytsz verklaren dat Warner Topken in het huis van Gyse Blanckert kwam om een paard te verborgen voor een halve braspenning. Gyse wilde hem daarvoor niet als borg hebben maar hij wilde zijn geld hebben. Daarop zei Warner tegen Gyse dat hij altijd zo deed. Ga uit mijn huis, zei Gyse toen, ik wil je niet als borg hebben maar ik wil mijn geld hebben. Daarop verliet Warner het huis onder het uiten van lelijke woorden. De getuigen hebben niet gehoord dat Gyse strafbare woorden tegen Warner sprak.
Nr. 278
Aerent Florysz, Johan Henrixsz, Evert Geertsz, Johan Jacobsz, Lambert Albertsz en Geert Wynkensz verklaren dat Aerent Kerckhoff in het huis Inden Ancker op de Burgwal kwam en de vrouw die daar in was met zijn vuisten mishandelde. Zij liep daardoor een bloedende neus en bloedende mond op. De vrouw heeft ook haar vuisten gebruikt tegen Aerent. Het gebeurde in de nacht om 12 uur.
11 juni 1485, De Raad heeft gewezen dat Jacob Busch de muur bij Johan Henrixsz de goudsmid mag afbreken tot aan de onderste boog en tot aan het einde.
Henric van Vilsteren belooft aan het gerecht dat hij zijn aanspraak tegen Foyse, de weduwe van Willem Siel, nergens anders zal voortzetten dan voor de Raad van Kampen. Hij zal zich aan de uitspraak houden. Willem Siel was hem geld schuldig gebleven, zoals te zien is in een document dat i bezegeld door Johan Cleys, onderschout van Zwolle.
Nr. 279
Fol. 63 en 63v.
11 juni 1485, De Raad heeft gewezen dat men Henrick Paell en Marten Voirne voor het gerecht moet dagen in tegenwoordigheid van hun tegenpartij. Wil die wederpartij dan van hen hun getuigenis onder ede hebben, dan moeten zij die geven. Hun tegenpartij mag ook verklaren dat zij het doen van de eed niet nodig vinden.
Nr. 280
Fol. 64 en 64v. Werner Johansz is door het gerecht gemaand om zijn onschuld te bewijzen met twee volgers dat hij de vrouw niet met zijn mes had geslagen. Hij is niet met twee volgers gekomen. Daarom is het volgens de Raad bewezen dat hij de vrouw wel geslagen heeft. Hij wordt veroordeeld tot het betalen van een boete van 80 ponden.
Zijn borg is Gosen van der Scheere.
Voor de verwonding waarvan men hem beschuldigde, mag hij zich, zoals recht is, verontschuldigen.
Nr. 281
Fol. 65. Coep Berentsz en Evert Wernersz verklaren dat Cracht Coipsz aan Tyman Lubbertsz een merrie heeft verkocht voor 2½ rijnse gulden, waarvan Tyman anderhalve gulden direct zou betalen. Als voor mei de merrie drachtig zou worden bevonden, waar goede mannen over zouden oordelen, dan zal de laatste gulden worden betaald. De koop vond plaats op Vastenavond laatstleden in het huis van Albert Berentsz.
Nr. 282
Jacob Jacobsz van Amersfoirt verklaart dat hij er bij was in onze burger Geert Wynkens huis alhier toen een man genaamd Henric Lubbertsz van Amersfoirt rekenschap hield met zijn waard Geert Wynkens voornoemd. Henric was de waard voor vertering schuldig 10 rijnse guldens. Daar protesteerde Henric niet tegen. Na de afrekening is Henric nog wel 12 weken bij Geert Wynkens gebleven.
Onze burger Henric Voss verklaart dat hij een buurman is van Geert Wynkensz. Hij weet dat Henric Lubbertsz van Amersfoirt ongeveer een jaar lang bij Geert in de herberg verbleef.
Coram mr. Gosen NN en Bartolt NN.
Nr. 283
21 juni 1485, Johan van Roederloe en Johan van den Vene verklaren dat zij afgelopen herfst in het huis van Johan voornoemd een overeenkomst hebben gemaakt tussen Lubbert Martensz en Johan Kuper. De onenigheid die beiden hadden werd opgelost, maar later kregen zij nog kwestie over een kindsdeel. Johan Kuper wilde dat Lubbert Martensz het “holt” [onderhoud ] van de runderen en andere schulden zou betalen. Dan zou hij het kindsdeel mogen behouden. Als er boven de schulden nog meer te betalen of te vorderen was, dan zou dat staan tot schade of bate.
Coram burgemeesters Jacob NN en Jan Coipsz.
Nr. 284
Tusschen Willem van Angeren ende Mathijs Barsemaker.
Tyman Johansz verklaart dat hij met andere moetsoenslieden in het huis van Willem Tiel een overeenkomst heeft gemaakt tussen partijen voornoemd, die onenigheid hadden over “tremickschip” dat Mathijs voor Willem en zijn metgezellen had gemaakt. Mathijs zou daar 16 rijnse guldens voor ontvangen. Willem was echter niet tevreden over “delinge” van het schip. Hij zei dat die niet naar behoren gemaakt was. Als Mathijs dat zou veranderen dan zou Willem hem betalen op (nu verleden) Sint-Jacobsdag.
Nr. 285
Fol. 65v. Van Koxskenstoem.
Henrick Luter, wonende in de Asschet, verklaart dat hij met zijn gezellen voor dit jaar 1485 het viswater van Koxskenstoem had gehuurd en bevist, waarbij Henrick Ryquynsz, de onderschout van Vollenhove en Herman de Olde, schout van Genemuiden, en Jacob Ryckquynsz de voorwaarden hadden vastgesteld. Het jaar 1484 heeft hij dat water niet bevist omdat hij toen ziek was, maar de drie jaar daarvoor huurde en beviste hij dat water wel. Hij huurde het toen van Gerardus, die het liet mijnen te Genemuiden. Hij gaf in die jaren 115 ponden voor de huur, waarvan zij Gerardus nog één jaar schuldig zijn.In precencia magister Goswini et Johan Coipsz, Frederic Rynvisch, Johan van den Vene.
Nr. 286
Dyrck Borchartsz. [niet afgemaakt]
Berent Henrixsz verklaart dat hij verleden jaar met Dyrck Borchertsz Koxskenstoem heeft bevist uit genade van de hofmeester. Zie de getuigenis van zijn gezel.
Berent Willemsz zegt [niet afgemaakt]
Johan van Thie wilde vanwege het Heilige-Geestgasthuis 4 heren ponden geven aan Lubbert Petersz. Dat was in het rechthuis op de dag voor Sanct Martens avond anno 1485.
Eernst Mulert uit Hasselt kwam naar Kampen om de pacht in te manen van de vrouw van Lambert Krudener. Lambert was zelf niet thuis. Dat gebeurde op de dag voor Sanct Martens avond anno 1485, zoals de vrouw van Lambert zelf ook verklaarde.
Nr. 287
Fol. 66. Joest Brandenborch verklaart dat schipper Andrees Kojacke het zout, waarvan hij zegt dat Tyman Bye het verkocht had, zelf heeft verkocht in Danzig aan een man die Henrick Fynman heet. Joest zat er bij in het huis van Tyman Bye toen schipper Andrees het geld voor het zout ontving. Tyman Bye telde hem het geld toe. De schipper had geen brief van Sybrant, daarom wilde Tyman Bye het zout zelf verhandelen. De schipper verkocht het scheepszout voor 19 mark en Sybrants zout voor 18 mark. Tyman sprak af dat het scheepszout en Sybrants zout voor dezelfde prijs verkocht zou worden, namelijk voor 18½ mark per last.
Nr. 288
Fol. 67. Johan Lukensz en anderen hebben dat ook bevist. [zie nr. 285]
Thews Jansz, Orber Henrixsz en Geert Henrixsz verklaren dat Gosen Pouwelsz en Johan onenigheid hadden over een scheepslading turf die Goesen aan Johan verkocht had. Daarop hebben deze drie getuigen in de Witte Aerne een overeenkomst tussen partijen gemaakt. Boven het geld dat Johan aan Gosen betaald had voor de turf zou hij nog zeven rijnse guldens meer betalen. In hetzelfde gelag gaf Johan aan Gosen een Sint-Andriesgulden. De rest zou hij later betalen of overwijzen. Daar waren beiden mee tevreden. Zij gaven elkaar de hand.
Coram Lubbert NN en Gisbert NN.
Nr. 289
[zie voor de volgende aantekeningen ook fol. 70. nr. 305]
Inder saken van Sybrant Henrixsz ende Marten Voirne.
Joest Brandenborch en Aelt Crasse verklaren dat zij in de Baye gehoord hebben in het schip van Geert van Ense dat Sybrant Henrixsz en hij (Geert) woorden kregen over het bevrachten van zout. Schipper Geert zei tegen Sybrant dat als hij een andere vervoerder kreeg, hij voor Sybrant voor dezelfde prijs een lading wilde vervoeren. Schipper Geert beloofde daarop dat hij voor Sybrant naar Riga wilde zeilen indien hij daar komen kon.
Coram Nanningk NN en Albert Evertsz.
Nr. 290
Henrick Wychersz verklaart dat hij ongeveer twee jaar geleden in de Bay van schipper Geert van Ense hoorde dat hij ook naar Riga wilde zeilen. Dat gebeurde toen Sybrant Henrixsz al had geregeld met Henrick Wychersz dat die voor hem een vracht naar Riga wilde brengen. Sybrant kreeg schipper Geert van Ense zover dat die ook voor hem naar Riga wilde zeilen.
Sybrant heeft terzelfder tijd Henrick Wychersz bevracht naar Riga met 200 zouts, waarvan deze tot vrachtprijs had bedongen 7 mark min een vierde per last.
Nr. 291
Johan Evertsz en Joest Brandenborch verklaren dat toen Geert van Ense doodziek lag, hij hen liet vragen om bij hem te komen. Toen zij bij hem waren bekende hij hen dat hij
voor Sybrant Henrixsz 350 zouts had ingescheept om die te vervoeren naar Riga. Maar jonker Jacob had hem in Noorwegen wel zes weken met zijn schip vastgehouden, zodat hij niet naar Riga kon zeilen. Hij ging naar Danzig en bleef daar liggen. Hij had nog tijd genoeg gehad om naar Riga te zeilen. Coram Jan van den Veen en Lambert van der Hoeve.
Nr. 292
Fol. 67v. Inden saecken tusschen Peter Jansz ende Claes Andries.
Henric Ruhorst, Johan Willemsz ende Berent Jansz, de waard in de Aern, verklaren dat zij er bij waren toen Claes Andresz van Peter Johansz voor een periode van een jaar een huis huurde staande nabij het huis van Claes Gosensz, voor een bedrag van 12 heren ponden. Mocht het huis niet dakdicht of vensterdicht zijn en Peter niet zou zorgen dat het wel dicht gemaakt werd, dan zou Claes het dicht laten maken en de kosten korten aan de huur.
Nr. 293
Henric Jansz Scroeder verklaart dat hij staande bij het Steenen Cruce heeft gezien dat Jacob Storm Johan de jongen opjaagde en hem een boef noemde. Toen de jongen bij zijn stiefvader Johan Woltersz kwam, ging deze Jacob Storm tegemoet en vroeg hem wat hij tegen de jongen had. Mocht deze hem iets schuldig zijn dan zou hij die schuld betalen. Storm greep de jongen vast, waarop Johan Woltersz hem voor de borst sloeg, zodat hij op de grond viel. Woltersz hield Storm met zijn voeten in bedwang. Even later liet hij hem weer opstaan. Woltersz had geen mes in de hand. Toen Storm weer op was gestaan trok hij een dolk en stak naar Woltersz. Daarop trok deze hem om en hield hem weer onder de voeten. De dolk gooide hij over de sloot.
Geertken Evertsz getuigt idem.
Johan Dircksz de jonge verklaart dat Jacob Storm hem op de dijk najaagde. Hij heeft gezien dat Aerent Mocke zijn speer tegen zijn oom Johan Woltersz uithield en hem op zijn lijf sloeg.
Nr. 294
Inden saecken tusschen Goesen Pouwelsz ende Gert Roetersz.
Lambert Berentsz, Johan Kremer, Thews Jansz en Pouwels Kistemaker verklaren dat zij er na Pasen laatstleden bij waren in de Witten Aern als bemiddelaars om de onenigheid op te lossen tussen Gosen Pouwelsz en Geert Roters. Het ging om een partij van 2½ potten turf die Gosen aan Geert had verkocht. Er werd overeengekomen dat men de turf aan de wal zou opslaan en dat goede mannen van beide zijden dat zouden waarderen.
De scheidslieden voornoemd hebben de turf gewaardeerd op 12½ rijnse guldens.
Nr. 295
Dirck van Eeck uit Wesel verklaart dat hij met Jan Woltersz en diens stiefzoon op pad was. Zij kwamen toen Jacob Storm tegen, die de jongen wilde steken. Hij had op de openbare weg zijn mes uit de schede. De jongen vroeg toen aan Jacob wat hij hem had misdaan dat hij hem op de heren straten wilde steken. Jacob zei dat hij niet vroeg naar de heren en niet bang was voor de heren. Toen liep de jongen naar zijn oom. Die raakte handgemeen met Jacob en hield hem in bedwang. Hij gooide het mes van Jacob over de sloot en liep hem toen weer opstaan.
Nr. 296
Fol. 68. Geert Aerentsz zegt en klaagt dat hij op de straat stond en dat hij met zijn mes in de aarde schreef en hem uitdaagde om naar buiten te komen.
/Marten Wenemersz en Joest Brandenborch verklaren dat zij hebben gezien dat Laurens Peter Aerentssoen de kinderen van Koen Dircksz met een polsstok sloeg en hen trapte en met zijn vuisten bewerkte. De kinderen vielen op hun knieën en smeekten om genade. Zij beloofden om daar niet weer te komen, docht dat hielp hen niet. Hij sloeg de lijn en het net stuk.
Coram Eernst Witte en Freric Rynvisch.
Nr. 297
Johan Stryprock verklaart dat Coenraet Gruter wel een jaar voordat de moetsoen tussen hem en Tyman van Olst was uitgesproken, een rentebrief van Lubbe Buyskens had van 1½ heren pond per jaar. Deze brief had Johan voornoemd tevoren in bewaring.
Coram burgemeesters Bartolt en Eernst.
Nr. 298
Inden saeken tusschen Jan van der Vecht ende Peter Henrixsz.
Reyner Geertsz, Johan Claesz Gortemaker en Berent Reynertsz verklaren dat het erf Boven de Poorte achter Reyner Geertsz behoort bij Peter Henrixsz erf en dat Peter daarop van Johan van der Vecht 10 rijnse guldens had ontvangen ter losse. [de akte is onduidelijke door de vele doorhalingen en verbeteringen]
Nr. 299
Albert Evertsz van Urck verklaart dat het zout dat verleden herfst omstreeks Sint-Michielsdag in het schip van Jacob Claesens nat geworden was toen zij onder Noorwegen voeren, niet nat is geworden door verzuim van schipper of scheepsvolk, maar door storm en waterschade.
Gheert Roleffsz, schrijver van de schipper, verklaart als boven staat en verklaart ook nog dat het “garnyer” van het schip hoog genoeg was.
Nr. 300
Fol. 68v
15 oktober 1485, Thewes Jansz, schrijver van schipper Sybolt, verklaart dat hij in de afgelopen zomer te Danzig aan Evert Schele heeft geleverd en ingedaan uit het schip van schipper Sybolt 3½ last zout. Coram Eernst en Ghysbert.
Nr. 301
17 oktober 1485, Kerstken Metseler, Wycher Slotemaker, Johan van Ingen, Bartolt Henrixsz en Johan Goertsz verklaren dat zij er ongeveer twee weken geleden bij waren als wijnkoopslieden in het huis van Kerstken voornoemd, toen Wessel, de zwager van Matte Kaye, aan Johan van Gelre de halve verbeterschap verkocht van een huis in de Geertsstrate van der Ae, voor twee enkele rijnse guldens, twee ellen Kamper laken en een halve el wit laken..
Het laken is voor de vrouw van Wessel, want zij heeft de volgende dag in de verkoop geconsenteerd. Coram Eernst Witte en Ghysbert van Leuwen.
Nr. 302
Johan Dircksz, Henric mitten Byen, Johan van Vreden en Egbert Jacobsz verklaren dat zij acht dagen geleden met negen personen in het huis van Berent Woltersz zaten, waar zij als een goed gezelschap met elkaar overeenkwamen dat zij zouden vertrekken en dat hij die bleef zitten het gelag van negen vanen bier zouden betalen. Zij hadden gespeeld om wie het eerst moest vertrekken en de anderen een voor een naar buiten zou roepen.
Mouwers Aertsz bleef toen alleen over.
Nr. 303
Henric Jacobsz huurde de waag voor 84 heren ponden. Zijn borg is zijn vader Jacob de Wachter. Het trekgeld is afgerekend.
Nr. 304
Fol. 69, Johan Holle, Geert Hermansz, Hille Willems en Alyt Henricks verklaren dat zij in het huis van Henrick Wonder zaten toe deze tegen Maes Geertsz, de [aanstaande] man van de nicht van Henrick Wonder, het volgende zei.
Zeg Maes, wil je mijn nicht ter ere behouden en voor een echte vrouw nemen, dan beloof ik je dat ik voor jou de burgerschap zal kopen en het gilde winnen zonder dat je daaraan behoeft bij te dragen. Daarop vroeg Johan Holle aan Henrick Wonder of hij bij die woorden bleef. Ja, zei Henrick, ik houd mij daaraan als een goede man. Hille Willems beloofde Maes toen vier arnhemse guldens, zodat hij de vrouw ter eren zou nemen.
Nr. 305
Fol. 70 [deze aantekeningen staan ook op folio. 67, nr. 289]
Joest Brandenborch en Aelt Crasse verklaren dat zij in de Baye in het schip van Geert van Ense hoorden dat Sibrant Henrixsz woorden had met Geert over het vervoeren van zout. Schipper Geert zei toen dat hij het zout wilde vervoeren voor de zelfde vrachtprijs die ook anderen rekenden. Daarop beloofde schipper Geert om voor Sibrant naar Riga te zeilen indien hij daar kon komen. Coram Nanning en Albert.
Henrick Wichersz verklaart dat hij ongeveer twee jaar geleden in de Baye van schipper Geert van Ense hoorde dat hij ook naar Riga wilde zeilen. Dat gebeurde aldaar toen Sibrant Henrixsz hem (Henrick Wichersz) ook een vracht naar Riga had aanbesteed.
Sibrant Henrixsz zei tegen schipper Geert dat als hij niet naar Riga wilde zeilen hij schipper Henrick ook niet wilde bevrachten. Daarop zei schipper Geert dat hij mede naar Riga zou gaan.
Coram Nanning en Kerstken Jansz.
Op die zelfde tijd heeft Sibrant voornoemd schipper Henrick 200 zouts ingescheept om die naar Riga te brengen. Hij kreeg als vrachtprijs zeven mark min een vierde deel per last.
Johan Evertsz en Joest Brandenborch verklaren dat Geert van Ense hen verzocht om bij hem te komen toen hij op zijn sterfbed lag. Daar verklaarde Geert dat hem door Sibrant Henrixsz 350 zouts was ingescheept om die naar Riga te brengen. Dat had hij Sibrant beloofd. Doch jonker Jacob hield hem in Noorwegen wel zes weken met zijn schip vast,
zodat hem verhinderd werd om naar Riga te zeilen. Hij ging daarop naar Danzig, maar hij had nog wel tijd gehad om naar Riga te zeilen. Coram Johan van den Vene en Lambert van der Hoeve.
Nr. 306
Fol. 71. Inden saecken tusschen Reyner de Lew ende Jacob Claesz.
Geert Egbertsz, Lubbert Henrixsz en Rotger Henrixsz verklaren dat Jacob Claesz en Luytken Stevensz hun nicht Foyse als mede gave bij haar huwelijk met Reynken de Lew een som van 40 rijnse guldens hebben beloofd, ieder voor de helft te voldoen.
Reynken wilde dat beiden voor de gehele som zouden instaan. Jacob Claesz beloofde toen voor de gehele som in te staan maar dan moest Luyken Stevensz hem eventueel schadeloos houden voor de helft.
Coram Ernst en Lubbert.
Nr. 307
Evert Hermansz, Lodewych Seylmaker en Johan Daemsz verklaren dat Peter Kaem het geld waarvoor Ghysbert, destijds waard in de Geertsstrate van der Ae, hem voor aanspreekt, voor Ghysbert heeft betaald. Daar was Ghysbert toen tevreden mee.
Coram Henric Pael en Heyman Maesz.
Nr. 308
Dyrck Jansz verklaart dat hij heeft gezien dat Rotger de steenmetselaar In IJsselmuiden naar Henric Keyser liep om deze te slaan. Henric sloeg toen op de vlucht en ging een huis binnen. Dyrck Jansz verhinderde Rotger om achter Henric aan te gaan.
Nr. 309
Van Kayen.
Geert Ottensz verklaart dat Johan Kaye een rechtszaak voerde tegen Mette Kaye en haar man.
Johan had voor de schepenbank verklaart dat Volker Kaye het recht had gehad om een stuk land in Dronthen in te lossen dat Mette en haar man Johan van Volcker hadden gekocht.
Johan Jacobsz verklaart dat hij er bij was toen Johan Kaye aan zijn broeder Volcker Kaye 52 postulaatsguldens leende met land in Dronthen tot onderpand. Hij mocht dat land weer inlossen als hij terugkwam van de vangst op schol, maar hij is tijdens die reis verdronken. Hij heeft dit land dus niet kunnen inlossen.
Ghysbert Petersz verklaart dat hij van Mette Kaye hoorde, in het huis van haar dochter, dat Volcker het recht had om het land in Dronthen weer in te lossen.
Gysbert Joestsz verklaart ook dat hij van Mette Kaye hoorde dat Volcker het recht had om het land in te lossen.
Nr. 310
Fol. 71v. Peter Myneken, onze burger, verklaart dat hij ongeveer drie jaar geleden alhier in Kampen van Gosen van Damme, onze burger, [19 rijnse guldens (gerekend voor 20 stuivers per stuk) [doorgehaald], een som geld ontving in een knuppeldoek, hoeveel het was, weet hij niet, welk geld hij in Amsterdam, waar hij met zijn rijnschip naar toe was gevaren, heeft overgegeven aan Arent, de zoon van Gosen, die in Amsterdam woont.
Willem Lambertsz, onze burger, verklaart dat hij Aerent, de zoon van Gosen, op verzoek van zijn vader alhier te Kampen voor een waarde van acht rijnse guldens aan Kamper laken heeft gegeven. Hij heeft voor een gedeelte van dat laken voor Aerent kleren gemaakt. Het gebeurde ongeveer drie jaar geleden.
Goyken Houwingk, onze burger, verklaart dat Gosen van Dam hem in zijn schip twee pakken geschoren laken bracht om dat naar Amsterdam te brengen. In Amsterdam leverde hij het laken aan Aerent, de zoon van Gosen, waar Gosen zelf bij was.
Bovenstaande getuigen willen hun verklaringen wel onder ede bevestigen.
Nr. 311
Johan Claesz verklaart dat hij gezien heeft in de Hagen, voor der deur van Brusken dat Reynken Voss met een steen naar Peter Jacobsz gooide.
Geert Kryt, Henric Henrixsz, Johan Albertsz en Aerent Petersz verklaren dat zij in het gelag zaten met Reynken Voss en Peter Jacobsz, welke onenigheid hadden. Peter zei dat Reynken een papenzoon was. Zij zagen dat Reynken naar Peter met een steen gooide. Peter had zijn mes getrokken en had zijn hoyke om zijn arm gewonden. Hij liep Reynken na, maar of die hem met een steen raakte, zagen zij niet.
Nr. 312
Willem Lambertsz verklaart hij Aerent, de zoon van Gosen van Dam, alhier te Kampen, in opdracht van zijn vader drie of vier keer een stuk zwart Kamper laken heeft gegeven, welk laken Gosen hem deels betaalde en een ander deel nog schuldig bleef. Hij weet niet precies hoeveel laken het was, maar het was wel meer dan 12 ellen.
Coram Freric en Gysbert.
Nr. 313
Fol. 72. Jacob Machorysz verklaart dat hij gezien heeft in het huis van Gise Blanckert dat Magnus Rynschipper en Claes Andresz onenigheid hadden. Zij trokken beiden hun mes, maar hij heeft hen van elkaar gescheiden. Hij heeft niet gezien dat ze elkaar raakten. Gise Blanckert verklaart dat hij er niets van weet.
Nr. 314 [Boeten e.a.]
Gert Hoyer 2 ponden boete van panding van Peter op de Kiste.
Magnus Rynschipper 20 ponden boete. Borg is Willem Joncker. Als hij heeft gestoken, dan wordt de boete 40 ponden.
De stoveman 2 ponden boete. Borg is die Keyser van Campen.
Gert Ottensz verklaart dat hij er bij was en gezien heeft dat Reynken Voss met een steen gooide naar Peter Jacobsz, maar hij heeft niet gezien dat hij hem raakte.
Lubbe Geerts verklaart ook dat Reynken met een steen naar Peter gooide, maar hij raakte Geert Ottensz.
De mulre werd verwond toen hij beiden uiteen haalde, maar wie van de twee hem de wond toebracht, kan hij niet zeggen.
De stoveman 2 ponden boete. Borg is Keiser van Campen.
Claes Andrees beboet voor het trekken van een mes binnen keurs. Zijn borg is Jacob Machorysz, zijn schoonvader.
Gheert Moelman 2 ponden boete voor pandwering van Peter op die Kiste
Wycher Geye 10 ponden boete. Borg is zijn broeder Johan Geye.
Alyt, de weduwe van Peter Albertsz, 2 ponden boete van panding van Bartolt Jonge.
Coman Hubert 2 ponden boete voor strafbare woorden. Borg is Gyse Blanckert.
Geert van Hengelen voor het geven van een vuistslag binnen keurs 20 ponden boete.
Zijn borg is Herman van der Vecht.
Albert Volckersz 2 ponden boete. Borg is Claes Alertsz, de zwager van Dorber Stevensz.
Reynken de wever 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs.
Borg is Johan Lubbersz.
Johan Dubbelsz 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Johan mitten roeden noesen.
Nr. 315
Fol. 72v. 19 november 1485, Gerloff Claisz, Johan Brandenborch, Derck Wernersz, Herman Arentsz, Roleff Claisz de wachter en Orber Henrixsz Hase staan ieder voor allen in voor de boete van 25 heren ponden die is opgelegd aan Henric Dircksz, de zoon van moer Alyde, welke bij dag iemand heeft verwond. De eerste termijn te betalen tijdens de periode van de huidige schepenen en de andere termijn te betalen tijdens de termijn van de volgende schepenen.
Henrick Dirxsz belooft de borgen schadeloos te houden van de eerste termijn. Voor de tweede termijn zal hij borgen stellen voor Midwinter.
Nr. 316
Henric mitten witten hair, bootsman, heeft iemand met stenen gegooid. Hij werd gedaagd maar kwam niet voor het gerecht. Boete 82 ponden. Hij ging op de loop. Hij wordt verbannen.
Albert Dorre uit Elburg zegt dat Tyman van Olst hem aan zijn arm verwond heeft in het huis van Alyt Wessels in de Venestraat. Tyman heeft zijn onschuld bezworen Albert wil zweren dat het waar is. Toen de verwonding plaats vond, waren Roloff Swarte en Lambert then Sterte aanwezig.
Coram Jacob Clinge en Albert Evertsz.
Henric Freest
Johan Willemsz, schipper
Tyman Jansz
Aert Koster
Deze staan borg voor een sum van 25 heren ponden.
[Boeten e.a.]
Conraet Gruter en Willem Harnasmaker Plat staan borg voor de leyendecker voor 25 heren ponden te betalen in 13 jaar met 2 heren ponden per jaar.
Gise Blanckert en Gert Dyck Jansz staan borg voor 50 ponden, te betalen tijdens de periode van de huidige schepenen. Het schip moet verkocht worden.
Willem apteker krijgt een boete van 10 000 stenen omdat hij kwade woorden heeft gebezigd. Borgen zijn zijn broeders Gerbrant en Herman.
Henric Tymansz 2 ponden boete van panding van Johan Jorien.
Wychmoet de vrouw van Willem Vysken 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Willem.
Henrick mitten witten hairen is voortvluchtig en verbannen. Hij heeft de zoon van Herman Borre met een steen gegooid en hij heeft Henric Bairs in de goot gegooid. Hij wordt beboet met 82 stadsponden.
Lodewich montmeister 2 ponden boete van panding van Gysbert Tymansz.
Rixe …. 2 ponden boete. Borg is Berent inden Witten Aerne.
Johan Reygersz bekent schuldig te zijn aan Jan van Remunde 8 arnhemse guldens.
Peter Johansz heeft strafbare woorden gebruikt. De Raad zal er over oordelen. Borg is Gert Wissing. De Raad klaart hem op 5 ponden.
Dirckken de Vleishouwer 2 ponden boete van panding van Herman ten Toirne.
Dirck Voss, soldener van …, Corneis smidsknecht en de zwager van Wessel Kaye zijn uitgeklopt [verbannen].
Reynken Voss en Peter Jacobsz zijn voortvluchtig. Zij gooiden met stenen en hebben de mulre in de Hagen verwond.
Nr. 317
Fol.73. Keur [Boeten e.a.]
Het knechtje in de Aerne verklaart dat Henric Holtsager iemand die uit een kan wilde drinken de kan tegen de mond sloeg, zodat die kan brak.
Hij sloeg ook Henric de kuper en Coen Dircksz.
Laurens Peter Aerensz 80 ponden boete. Borg is zijn vader Peter Aerensz. Staat ter schepen klaring.
Mette Kaye schuldig vanwege haar zwager 2 ponden.
De vrouw van Stryprock 2 ponden boete. Borg is haar broeder Coert Gruter.
Gosen Schroer en Jan van Gelre voor Wessel voor 25 ponden. De helft in gereed geld en de andere helft te betalen bij de volgende schepenen. Borgen zijn Joncker van Leyden en Wicher Sloetemaker. Mette belooft om de borgen schadeloos te houden.
Lodewich Jaeger 2 ponden boete van Ernst ther Hierte [?] op de gicht van Willem Husman.
Mette Kaye 2 ponden boete. Borg is Wicher Vorsprake.
Johan Roest de vulre, 2 ponden boete. Borg is Jan Snoysse de bakker.
Willem van Ghennap, vulre, 30 stadsponden boete. Borgen Thews Lubbertsz en mr. Gosen de busmeister.
Dirck Willemsz, vulre, Peter Petersz, Berent van Dorsten, Bloemken, Jan Palser, Evert Evertsz en Aerent then Holte beloven de borgen schadeloos te houden.
Johan de Wise 2 ponden boete van panding van zijn vrouws moeder Evesse.
Johan Mouwersz 100 stadsponden boete voor het toebrengen van een verwonding bij dag. Te betalen een derde deel aan de huidige schepen, een derde deel aan de schepenen van 1486 en een derde deel aan de schepenen van 1487. Zijn borgen zijn Rolof Ottensz en Claes de verver.
Heyman Egbertsz, rijnschipper, 2 ponden boete van panding van Jan de Beste.
Jan de Beste van panding van Heyman Egbertsz, rijnschipper.
Geertken Lubberts 2 ponden boete. Borg is Jan Lubbertsz de kremer.
Tyman Smit 2 ponden boete. Borg is Jan Lubbertsz de kremer.
Symon Haenegreve 10 ponden boete voor een woning binnen keurs. Borg is Tyman Wilting.
Reyner van Harderwyck 2 ponden boete. Borg is Henric van den Berge.
Warmbolt de Oesterling 20 ponden boete voor het trekken van zijn mes. Borg is Henric van den Berge. Hij verscheen niet voor het gerecht. Coram burgemeesters Bartolt en Eernst
Johan van Wilssem Boven de Poort 2 ponden boete. Borg is Gerloich de wever.
Femme mit tande 2 ponden boete. Borg is Henric Dyck.
Lamme Grote 2 ponden boete. Borg is Willem Moes de loper.
Henric Baers 10 ponden boete. Borg is Jan Holtsager.
Henrick Willemsz schroer 20 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is zijn broeder Johan Willemsz.
Tyman van Olst 2 ponden boete van panding van Gosen Schomaker.
Tyman van Olst 10 ponden boete van panding van Gosen voornoemd.
Mette Kaye 2 ponden boete van panding van Jan van Gelre en Gosen Scroer.
Fredrick Remmers 2 ponden boete van panding van Bele Alpher Petersz famula [dienstmeid]. Heeft een kind van hem.
Johan Daymsz 2 ponden boete van panding van Gert Sandersz, Jacob Henrics [?].
Nr. 318
Fol.73v [Boeten e.a.]
Dirck de Man, mulre, en Herman de mulre vochten in de Broederstaat.
Alyt Wyse 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Andries Hanegreve.
Herman Trumper 2 ponden boete. Borg is Lambert mitten bellen.
Johan Bartoltsz 2 ponden boete. Borg is Tyman van Olst.
De vrouw van Tyman de raemwachter 2 ponden boete. Borg is Jacob ther Stege.
Daem Boven de Poort 2 ponden boete van panding van Hille Mushol. Daen woont in een huis van Geert Slewert.
Gerbrant Barbier 2 ponden boete van panding van Thewes Lubbertsz.
Johan de scele backer 2 ponden boete. Borg is Herman Scarpenborch de backer.
Deuwe de vrouw van de zeilmaker 2 ponden boete van panding van Willem Jansz.
Moy Frederic 2 ponden boete van panding van Lysken Rovers.
Willem Egbersz 2 ponden boete. Borg is Claes Heymensz op de Vloeddijk.
Willem Aerntsz de mulre. Borgen …. Henric van Leyden.
Glynthagen te Grafhorst 10 ponden boete. Borg is Wynken van Elsen.
Geert Ottensz 2 ponden boete. Borg is Tyman Lambertsz.
Henric Roethoeft is uit de stad gevlucht. Hij had zijn mes getrokken en naar iemand gestoken.
Jacob Clinge 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Borg is Bartolt Jonge.
Albert Daem 2 ponden boete wegen een vuistslag. Borg is .. Asse.
Peter Lodewichsz een boete van een aam wijn. Van Barnde Jan ….. vellich.
Aerent Frericz, jongen van Peter van Ense.
Aerent Jacobsz van Ense was uitgeklopt [verbannen] en wordt gezet op een boete van 80 stadsponden. De boete te betalen voor de helft aan de schepenen van 1485 en voor de andere helft aan de schepenen van 1486. Borg is Johan van Ense. Ook Tymans Tymansz is borg.
Johan Albertsz 2 ponden boete wegens pandkering aan een man uit Holland.
Willem Andriesz 2 ponden boete. Nota Gysbert recept. [ontving].
Henric Johansz de smid 20 stadsponden boete. Borg is de bakker Dirck Zelle.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Jan Valckener.
Geert van Groningen 2 ponden boete. Borg is Berent Jansz brouwersknecht.
Luytken Jansz 2 ponden boete wegens strafbare woorden. Borg is Grelle de smid.
Bele de vrouw van Jan Woltersz op de Belt 2 ponden boete. Borg is Jan Woltersz.
Geertken de vrouw van Geert Aerentsz 2 ponden boete. Borg is haar man op de Belt.
Jacob Storm moet voor recht komen. Borg is de gildemeester Geert Backer.
Aerent Mocke.
Berent Voss 2 ponden boete. Borg is Gosen Wolf de houtzager.
Jacob Storm 40 ponden boete. Borg is bakker Johan Hoenert Hij heeft bij het Stenen Cruce naar iemand gestoken.
Johan Woltersz wolwever 10 ponden boete. Hij is voortvluchtig. Hij heeft buiten keurs iemand uitgedaagd. Borg is de vulre Berent Henrixsz.
Johan de knecht van bakker lange Wolter 10 ponden boete.
Cornelys Willemsz van Montfort van een vuistslag binnen keurs 20 ponden boete. Borg is Jan van Wilsem Boven de Poort.
Nota. Merryken van Amersfoirt mag weer in de stad komen.
Jacob Schomaker, de man van schele Mense, 2 ponden boete. Borg is Geert Wyssinck.
In de marge: Nota. solvit ad ……..
Johan Jansz bakker 10 stadsponden boete. Borgen zijn Jacob Houwing. en Warner Aerents de mulre.
Gheert Moelman 2 ponden boete van pandwering aan Peter up die Kyste.
Nr. 319
Fol. 74. Anno LXXXV (1485)
Kuer[Boeten e.a.]
Claes Jacobsz uit Blanckenham 80 ponden boete. Borg is Johan Claesz Bolhoirne.
Aerent Petersz.
Jonge Jacobs zoon te Ens heeft iemand verwond. Men zal het onderzoeken.
Johan de Beste 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is lange Wolter.
Johan Lambertsz van Neerden 40 stadsponden boete voor het trekken van zijn mes.
Borgen zijn Thonys Ghyse van Neerden, Gerryt Thewess en Cornelys Mathysz. Elk voor allen.
Johan Lambertsz belooft zijn borgen schadeloos te houden en niet eerder uit de stad te vertrekken dan nadat zij vrij verklaard zijn.
Johan Lambertsz heeft in de gevangenis gezeten en doet de oervede.
Dirck Brouwer krijgt 50 heren ponden boete omdat hij iemand bij nacht verwond heeft.
Te betalen aan de huidige schepenen. Zijn borgen zijn Thoenys Ghise, Geert Thewsz en Jacob ther Stege, samen en elk voor allen. Dirck belooft om de borgen schadeloos te houden. Hij moet zich voortaan goed gedragen en zich houden aan de voorwaarden.
Doet hij dat niet dan mogen zij onmiddellijk panden laten halen.
Tyman Lambertsz de opperknecht 2 ponden boete. Borg is Coert metselaar.
Lodewich Kruse twaalf keer 100 schillingen.
Johan van Roderloe vier keer 100 schillingen.
Men zal het korten aan hun pensie. Scriptus de mandato burgimagistri mr. Goswyn de Hattem.
Geerdt van Groeningen de steenmetselaar 25 heren ponden boete voor een verwonding bij dag gedaan aan Ariaen. Te betalen in twee termijnen. De eerste termijn aan de
huidige schepenen en de tweede termijn aan de schepenen van 1486. Borgen zijn Willem Ghumpert de schoenmaker en Henric Winter de droochscheerder.
Willem Udensz 2 ponden boete. Borg is jonge Andries Kuper.
Johanna Mynneste de bontwerkster belooft om de waardin Inde Drie Tornen schadeloos te houden aangaande de overdracht van de nalatenschap van wijlen Zwane Egberts, maagd Inden Drie Tornen en aldaar gestorven, aan haar zuster Alyt Egberts.
Willem van Dorth 2 ponden boete wegens pandwering aan de bakker.
Jacob [Mond-doorgehaald] ter Stege 2 ponden boete. Borg is Geert Ottensz.
Ariaen de opperknecht is verbannen. Hij had met een toornig gemoed een bijl in de hand genomen en gedreigd.
Alyt van Hasselt 2 ponden boete. Borg is Wychman Aerentsz.
Johan van Delden heeft Boven de Poort naar iemand gegooid. Borgen zijn Warner Topken en Thewsz Jansz, die hem schadeloos zullen houden tot een bedrag van 12½ goudgulden.
Boete 80 ponden.
Zwane, de weduwe van Jacob Wichersz, een boete van 10 000 middelstenen. Borg is Henric Jansz de scroer. Pinxterdag
Nr. 320
Fol. 74v. Kuer [Boeten e.a.]
Henric Tymansz 2 ponden boete van panding van Warner Topken.
Herman Molre heeft zijn zwager Jan Seigers verwond en hij heeft bij dage een wond toegbracht aan Orbers vrouw. Hij verscheen niet voor de burgemeesterrs.
Berent Henricsz 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden.
Tyman van Olst heeft zijn mes getrokkenen krijgt 20 ponden boete. Borg is Rolof Swarte.
Albert de knecht van Gerbrant Boyster heeft met een stoel gegooid en krijgt 40 ponden boete. Zijn borg is Tyman van Olst.
Bartolt Grobbe 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Albert Claesz den Bol.
Henneken Golts 2 ponden boete. Borg is Henric Voss te Brunnepe.
De dochter van Bartolt Grobbe 2 ponden boete. Borg is Bartolt Grobbe.
Coert Gruter 2 ponden boete. Borg is Bruyn Hermansz.
Nota. Dirck Brouwer voor het gerecht laten dagen. Hij heeft Willem Hugens van Dordrecht aan de arm verwond.
Geertken de dochter van Bye Bruyns 2 ponden boete. Borg is Heyman Hoyer.
De vrouw van Jacob Grebbe 2 ponden boete. Borg is haar man Jacob Grebbe.
Geert Hoier Albertsz 2 ponden boete. Borg is Wolbert ten Hove.
Warner Jansz 100 ponden boete. Borg is Gosen van der Schere. [de boete was 80 ponden, later 100 ponden, later 25 heren ponden]
Johan Blome [veranderd in Coenraetsz] heeft bij dag een wond toegebracht aan Henrick van Oestenwolde. Hij werd mondeling voor het gerecht gedaagd, verscheen niet maar sloeg op de vlucht. Hij werd verbannen.
Henrick van Oestenwolde voornoemd had bij dag zijn mes getrokken en krijgt 20 ponden boete. Borg zijn Herman Backer van Oestenwolde en Seyne Lubbertsz Schomaker
Jacob Willem Kuenraetsz knecht 2 ponden boete van panding van Willem Kuenraetsz voornoemd.
Johan de zoon van Geert Gueden 2 ponden boete omdat hij zonder toestemming uit het gerecht is geweken.
Herman Sadelmaker 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Peter Jansz Schomaker.
Geert Ottensz 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Berent Bartelsz.
[Bij de] brug van Coelvoet]
Geert Nagel 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Geert Dyck.
Johan van Ense heeft in de nacht gedobbeld. Zijn borg is Adriaen de olde pyper.
Dyrck van Valckendaell heeft in de nacht gedobbeld. Zijn borg is Johan van Ense.
Adriaen de olde pyper heeft in de nacht gedobbeld. Zijn borg is Johan van Ense.
Johan van Uttert de backer 2 ponden boete. Zijn borg is Wyllem Gumpert de schomaker.
Dyrck Kannegieters knecht 2 ponden boete. Borg is Dyrck Kannegieter.
Herman Mulre heeft twee mensen bij dage verwond en krijgt daarvoor een boete van 50 heren ponden die hij in vier jaar mag voldoen. Ieder jaar op Midwinter te betalen, waarvan de eerste termijn zal zijn op Midwinter aanstaande. Zijn borgen zijn Johan Wernersz en Henrick van Oy de backer. Herman zal zijn borgen schadeloos houden.
Daarvoor zetten hij en zijn vrouw Alyt aan de borgen al hun bezittingen tot onderpand.
Henric Dircksz, Andries Johan Heynensz en Johan Heynensz, schepenen te Kuinre.
Nr. 321
Fol. 75. Kuer [Boeten e.a.]
Aerent Wychmans heeft in de nacht gedobbeld. Boete 20 ponden. Borg is Johan van Ense.
Johan van Ense heeft in de nacht gedobbeld. Boete 20 ponden. Borg is Aerent Wychmansz.
Arent Koster, de knecht van Tyman Jansz op de Kruyshoep, is verbannen omdat hij bij dage Jacob Messemaker heeft verwond nabij de Koeborch.
Geert Glasemaker heeft zijn maagd een vuistslag gegeven. Borg is zijn zoon Peter Henrick Henricksz mulre 2 ponden boete. Borg is Peter Jansz mulre.
Jan Seigersz, Peter Mulre, Johan.
Johan van Ense was niet voor het gerecht verschenen in zijn zaak tegen Henrick Vene.`
Hij krijgt 2 ponden boete.
Katherine in de Volkersstege 2 ponden boete. Borg is Jan Cock.
Tielman Florysz heeft zijn mes getrokken. Zijn borg is Henric Stevensz te Brunnepe.
Warner Topken 10 ponden boete. Borg is Gise Blanckert.
Peter Mynneken 10 ponden boete. Borg is Heyman Hoier.
Herman de mulre 2 ponden boete. Borg is Peter molre.
Henric de calckberner heeft de vrouw van Geert Heymansz een gebroken arm geslagen.
Uitgeweken en verbannen.
Herbert Luetters 10 ponden boete. Borg is Zwarte Goyken de rijnschipper.
Lutgert Gertsdochter 2 ponden boete. Borg is Jan Woltersz de wolwever.
Swane Schroers 2 ponden boete. Borg is Henrick Jansz schroer.
Lubbe Wiggers 2 ponden boete. Borg is Geert Willemsz pelser.
Tielman Florysz verbannen wegens een verwonding die hij bij dage had toegebracht.
Peter Willemsz 2 ponden boete vanwege Peter Pangeler.
Herbert Henrixsz en Lubbert Gerrytsz moeten dinsdag in het rechthuis komen. Borg voor Lubbert is Gerryt Peters van Wesel, schoenmaker Boven de Poort. Borg voor Herbert is Jan Woltersz wolwever. Voor 10 ponden boete.
Jacob Dranch.
Dode Allertsz 5 ponden boete wegen uiten van onzuivere woorden in het gerecht. Zijn borg is Wynken de voorspraak.
Ghyse Blancker voor idem 5 ponden boete. Zijn borg Evert Kuper.
De vrouw van Jacob Draiehoeft 2 ponden boete. Borg is Berent Stoecker.
Sweder van Delden 25 ponden boete wegens het toebrengen van een wond bij dage Boven de Poort. Borgen zijn Herman van Collen, Thews Jansz en Albert Jansz, samen en elk voor allen. Te betalen in vier jaarlijkse termijnen op Sint Martensdag.
Arent Kerckhof een boete van 5000 middelstenen. Borg is Jan Lambertsz.
Geert Wynkens een boete van 5000 middelstenen. Borg is Lubbert Oldeboeter.
Rolof Gosensz Korfmaker 2 ponden boete. Borg is Rolof Jansz Korfmaker.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van de erfgenamen van Jan Matysz.
Lange Wolter 2 ponden boete van panding van Willem Berentsz.
Geert Glasemaker 2 ponden boete van panding van de gildemeesters van de vleeshouwers.
De maagd van Geert Claesz 2 ponden boete van panding van Gise Barbierken.
Aerent ther Helle 2 ponden boete omdat hij niet voor recht was verschenen.
Jan … lakenververs knecht 2 ponden boete van panding van Kerstken van Ingen.
Wessel Brouwers knecht 2 ponden boete.
Nr. 322
Fol. 75v. Anno LXXXV (1485) [Boeten e.a.]
Else 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Willem Tele.
Herman Bomtas 2 ponden boete van panding van Johan Henrixsz Stoeffken. Johan Cock zal de gicht doen van de panding.
Daem Jansz de vulre achter Claes Louwensz heeft gevochten met Johan Vulre en is verbannen wegens een verwonding bij dage.
Johan Ghysbertsz is verbannen omdat hij een mes had getrokken.
Tyman Claesz is vervallen in een boete van 40 heren ponden omdat hij het stadswater dat hij had gepacht niet kon verborgen. Hij moet die boete binnen acht jaar betalen met 5 heren ponden per jaar, steeds op Sint-Jansdag in de zomer. Zijn borgen zijn Henrick Claesz, Dyrck Willemsz, Ghysbert Willemsz, Coert Egbertsz, Goykens Alffersz, Geert Walle, Albert Daem en Henrick Inden Raven. Gostuwe, de vrouw van Tyman, heeft beloofd om de bogen schadeloos te houden en zet daarvoor al haar bezittingen tot onderpand.
In een omcirkelde aantekening staat: 8 rijnse guldens verschenen op 5 juli 1485
[?] op mijn leven en op het leven van mijn dochter Janna.
Geert Nagell 2 ponden boete van panding van Lodewich Henrixsz.
Lambert Calckberner 2 ponden boete. Borg is Peter Scroeder in de Nieuwstraat.
Volcker 2 ponden boete. Borg is Jan van Hardenberch.
Nyel haar maagd 2 ponden boete. Solvit (betaald)
Wobbeken Tichelers 2 ponden boete. Borg is Jan Hermansz de rijnschipper.
Swane Egberts, maagd in de Drie Toernen, 100 schillingen boete. Borg is Ghyse Blanckert.
Swarte Goyken, die een echte vrouw heeft, is in overspel bevonden met een andere deerne. Hij wordt veroorderdeeld tot een boete van 50 heren ponden, te betalen in vier jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste termijn zal vallen op Sint-Joriaansdag 1486.
Zijn borgen zijn de rijnschippers Henrick Tymansz en Johan [?] Albertsz.
Dirck Brouwer 2 ponden boete. Borg is Gosen Pouwelsz.
Evert Noy de vulre heeft bij dag in de Hagen een man geheten Roebertken verwond. Hij werd verbannen.
Gese Roeters 2 ponden boete van panding van Jan Geertsz de vleeshouwer.
Geerdt Hundendael en zijn vrouw Seyno bekennen schuldig te zijn aan Symon Hanegreve een som van acht rijnse guldens.
Zwarte Goyken 2 ponden boete van panding van de schipper lange Wolter.
Jacob Thadeken 2 ponden boete van panding van Jacob Cropken.
Lubbert Schonenborch 2 ponden boete van panding van Lubbert Lambertsz en de gildemeesters van de vleeshouwers.
Jelis Johansz onze burger.
Uitgesteld tot woensdag voor Palmdag.]
Nr. 323
Fol.76. Depositiones testium, etc., Anno M4c LXXXVI septembris. (1486)
Johan Vreysinck, Johan Wernersz en Geert Walle verklaren dat zij hebben gezien dat Peter Mauwersz met een piek in de hand in zijn deur stond en Henrick Hermansz uitdaagde. Hij wilde hem wel iets doen.
Goyken Smit, Dirck Jansz en Andries Vierholt, verklaren dat zij laatstleden vrijdag in de Witten Aern waren en daar een overeenkomst hielpen maken tussen Henric Freest en Herman Smit.
Herman verkocht daar aan Henric drie van zijn koeien. Die koeien heeft Henric nu in huis. Henric zou daarvoor aan de stad hun achterstallige pacht betalen, te weten 16½ heren pond. Henric zou verder nog toegeven drie rijnse guldens, te betalen op aanstaande Sint-Jacobsdag. Het moet worden aangetekend in het stadsboek.
Coram Claes Sulman en Gosen Klinckenberch.
Nr. 324
Van Coert Steenmesseler ende Geert.
Jacob Busch, mr. Berent Roeveneter, Geert Schepeler, Wolbert ten Hove en Geert Reynersz verklaren dat zij er als moetsoenslieden van beide partijen bij waren toen meister Coenraet en Geert Schomaker onenigheid hadden over het maken van “graw werck” en gehouwen steen aan het huis dat mr. Coenraet voor Geert gebouwd had. Er zou meer steen en houwwerk gebruikt zijn dan was afgesproken. Geert zou daarvoor aan mr. Coenraet 14½ rijnse guldens geven. Wie van beiden zich niet in de uitspraak kon vinden, zou zes rijnse guldens moeten betalen. Coram Gosen Klinckenberch en Claes Sulman.
Geert Bruynsz, Jacob Wedige en Albert Tymmerman verklaren dat het bovenstaande bepaald was, maar dat Geert aanvankelijk tegenwerpingen maakte Hij zou zich toch aan de uitspraak houden. Coram Jan Roerlo, Claes Sulman en Gosen Clinckenberch.
Nr. 325
Armegart de vrouw van Johan Willemsz verklaart dat Henric mulre en drie andere gezellen, waarvan zij de namen niet weet, in haar huis op de deel handgemeen werden.
Ze sloegen elkaar met vuisten. Zij zag ook dat zij messen in de hand hadden maar welke dat waren, weet zij niet. Jacob Claesz op het Eiland, die ook in haar huis was, zou misschien weten wie degene was die de verwonding had toegebracht. Coram Jan Roerlo en Claes Sulman.
Nr. 326
Grebber.
Mette Johansdochter verklaart dat zij onlangs heeft gezien dat Jacob Grebber op de straat het kind van Grete van Essen met zijn vuisten heeft geslagen. Grete zag dat vanuit haar huis riep tegen haar kinderen dat zij in huis moesten komen. Zij wilde haar beklag doen bij de burgemeesters om het verdriet dat haar ondanks een goede vrede werd aangedaan.
Mette verklaart ook dat Jacob achter in zijn hof een lijn gespannen heeft. Hij zei toen tegen Grete dat als zij zou dapper was om voorbij die lijn te komen hij haar het hart uit haar lijf zou snijden. Hij bejegende haar verder met meer lelijke woorden.
Fol. 76v. Lyssbeth Seynen verklaart dat Grete van Essen en Jacob Grebber elkaar uitscholden.
Bie Bruyns hoorde ook dat Jacob lelijke woorden tegen Grete gebruikte. Grete zei dat hij haar kinderen op straat slaat en stompt.
Wendele Becks heeft gehoord dat Jacob tierde en lelijke woorden gebruikte Geertken Blijffhiers heeft gezien dat Jacob het kind op straat zo sloeg dat het op de grond viel. Hij gebruikte ook lelijke woorden. Jacob schold Grete uit voor dievegge.
Evesse Ghysberts verklaart hetzelfde.
Niese Coenraets verklaart dat Machtelt, de vrouw van Jacob, Grete uitschold voor hoer.
Geertruid Heymans verklaart dat zij zag dat Jacob het kind sloeg zodat het op de grond viel. Jacob zei ook nog dat de man van Grete onthoofd was. Jacob en zijn vrouw Machtelt hebben ruzie met alle buren. Zij schelden en tieren.
Alyd Dircks verklaart dat Jacob een steen in zijn hand had en riep dat zij de “droes” [besmettelijke ziekte] konden krijgen. Hij noemde Grete van Essen een dievegge. Hij had een lijn in zijn hof gespannen, waardoor Grete te bang was om in haar eigen hof te komen.
Coram burgemeesters Gosen en Wolter.
Nr. 327
[Boeten e.a] Henric Kaye, Lyssbeth Maes, Jonker van Sutphen, Jan Jansz Backer.
Uitgeklopt.
Alyd Lubbertsz 2 ponden boete. Borg is Geert Wissingk.
Tymanna Hoveman 2 ponden boete. Borg is Vossken Scroir. En ook nog 5 pond boete wegens uiten van strafbare woorden voor het gerecht. Zij heeft gezegd dat haar tegenpartij haar van leugens beschuldigde.
Thys Hoyer, Heyman Hoyer, Johan Claesz, Henrick Tymansz en Dyrck Hermansz hebben op het water nabij Ens ruzie gemaakt met twee gezellen uit Amersfoort.
Peter Jansz van de Kuinredijk en Rolof van Ense waren in het Amersfoortse schip.
Nr. 328
Fol. 77. [Getuigenissen over de ruzie tussen Jacob Grebbert en Grete van Essen. Zelfde getuigen en verklaringen als op fol. 76 en 76v.]
Herman Dircksz van het Eiland 25 heren ponden boete, te betalen in vijf jaarlijkse termijnen van 5 heren ponden op Sint Marten in de winter. Zijn borgen zijn Gise Haecke, Peter Roese, Jan Aerentsz te Brunnepe en Aerent Petersz te Brunnepe.
Coram Jan Roerlo en Freric.
9 oktober 1486, Gelpert Vissken kreeg een boete van 20 heren ponden. Zijn borgen zijn Henric Dubbelsz, Willem Petersz rijnschipper, Hoeft en Claes Vissken. Hij moet 8 heren ponden onmiddellijk betalen en de rest in twee volgende jaren, te weten op Sint Marten in de winter van de jaren 1487 en 1488.
Claes Vissken belooft om Henric en Willem voornoemd schadeloos te houden van hun borgtocht. Coram Nanning en Heyman.
Hiervan zijn de 8 heren ponden van de eerste termijn betaald.
Gelpert Vissken heeft beloofd om zijn broeder Claes Vissken schadeloos te houden voor de beloofde 12 heren ponden borgtocht.
Nr. 329
Fol. 77v. Tymannus Groninger n.. magister in artibus.
Keur [Boeten e.a]
Ewolt Glasemaker 2 ponden boete van panding van Wolter Jansz Schomaker.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van meister Johan Water.
Van Geert Porss ende Lubbert Symonsz.
Roloff Korte verklaart dat hij er bij was als wijnkoopsman in het huis van Johan Aerntsz Boven de Poort, nu ongeveer een jaar geleden, toen Geert Porss uit Zalk van Lubbert Symonsz een paard kocht voor 10¼ rijnse gulden. Voor waarde was dat de kwart gulden in het gelag zou gaan. De 10 gulden zou Lubbert zonder korting aan gereed geld ontvangen.
Ghysbert Rademaker verklaart hetzelfde. Coram Wolter, Nanning en Kerstken.
Coert Grueter de jonge is uitgeklopt omdat hij in de nacht Bartels heeft verwond.
Henric de zoon van Johan Holtsager 50 heren ponden boete, te betalen in 10 jaar, steeds op Sint Marten in de winter. Borgen zijn zijn vader Johan Holtsager, Jacob Machorisz en Aerent Roese. Johan belooft om de borgen schadeloos te houden.
Peter Jacobsz werd een boete van 25 heren ponden opgelegd, de helft te betalen voor Sint Marten in de winter aanstaande en de andere helft daarna in drie jaarlijkse termijnen. Zijn borgen zijn Johan van Hardenberch, Aerent Henrixsz en Wolter Aerentsz.
Geert Schepeler 10 ponden boete. Zijn borg is Jacob Mant.
Hans Dietmers 20 stadsponden boete omdat hij zijn mes heeft getrokken. Borg is Gise Blanckert.
Aernt Petersz te Brunnepe 2 ponden boete. Zijn borg is Warner Schoemaker.
Geert van Ingen 10 stadsponden boete omdat hij iemand verwond heeft. Borg is Maes Maesz Roeper
Pauwel Kistemaker 2 ponden boete omdat hij strafbare woorden heeft gebruikt. Zijn borg is Bartelt Grobbe.
Henric Melys 2 ponden boete. Zijn borg is Ghysbert Joestsz.
Geert van Ingen 20 ponden boete. 10 ponden te schrijven bij de andere 10 ponden die al in de keurlappe staan. zijn borg is Henric van den Berge.
Joest Brandenborch 20 ponden boete. Zijn borg is Geerloff Claesz.
Jan Wichersz Suvel en Rolof Bierwagen staan ter schepen claring.
Claes Sculte 2 ponden boete. Zijn borg is Aerent Rotgersz.
Zwarte Goyken 10 ponden boete. Zijn borg is Claes Sculte.
Clais Symonsz 2 ponden boete van panding van het timmerliedengilde.
Peter van Steenwyck 100 schillingen boete. Zijn borg is Johan Kock.
Nr. 330
Fol. 78. Inder saecke tusschen Jacob Busch ende Johan van Delden.
Gisbert van Scharpenseel, Henric van Vilsteren, Gise Blanckert en Geert Coppensz verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren in het huis van Gise Blanckert omstreeks laatstleden Sint-Johansdag toen Jacob Busch van Johan van Delden 100000 kleine stenen kocht voor 12½ witte stuivers per 1000 en 100000 middelstenen voor 36 witte stuivers per 1000, beide soorten volgens de nieuwe formaten. Tot wijnkoop zou men van elke soort 1000 geven, die Jacob zou voorschieten en die Johan hem aan de prijs mocht korten.
De kleine stenen zouden worden geleverd op Sint-Johansdag (14 dagen eerder of later mocht ook) en de middelsten daarna, zodra het mogelijk was.
Coram Gosen Klinckenberch en Wolter.
Nr. 331
Geert Hoyer, de broeder van Willem Tiele, kreeg een boete van 70½ heren ponden, die hij in 10 jaarlijkse termijnen mag betalen. De eerste termijn moet worden betaald tijdens de zittingsperiode van de huidige schepenen.
Zijn borgen zijn Willem Tele (zijn broeder), Loywich Henrixsz de seylmaker, Johan Hermansz de rijnschipper, Willem Berentsz de rijnschipper en Herman Tymansz Stamme.
Willem Tiele belooft om de andere borgen schadeloos te houden en zet daarvoor al zijn bezittingen in de vrijheid van Kampen tot onderpand. Coram Jan Roerloe en Freric Rynvisch.
Nr. 332
Goyken Henrixsz verklaart dat hij gehoord heeft dat Alyt, de vrouw van Tyman Wachter, aan de deur van Johan van Wilsem kwam en aan diens vrouw Alyt vroeg wat zij haar had misdaan dat zij haar steeds nariep dat zij van de kar gevallen was. Ik ben
geen papenhoer zoals jij bent. Daarop zei Alyt tegen Goyken dat zij hem hiervoor tot getuige wilde hebben.
Nr. 333
Henric Woltersz verklaart dat hij heeft gehoord dat Jan van Wilsem tegen Alyd Tymansz zei, toen zij in zijn schip stond, “Alyt, ga uit het schip. Dit schip is voor de helft eigendom van mijn vrouw. Je behoort niet in een schip van een papenwijf te staan”.
Coram Gosen en Wolter.
Johan van Wilsem 2 ponden boete. Borg is Geert Wissinck. Wonde.
Nr. 334
Tussen Bartolt van Wilssem ende Aerent de Draegher.
Geert Westerwolt verklaart dat hij verleden jaar Pinksteren in dienst was van Bartolt van Wilssem om op de Zeneke met andere gezellen een gracht te graven. Bartolt zou hem van iedere roede graafwerk tussen de 6 en 7 witte stuivers betalen. Hij weet niets van de voorwaarden die Bartolt met Aernt had gemaakt.
Johan Rotgerts verklaart ook dat hij verleden jaar ook werkte op de Zeneke, maar hij heeft niets gehoord over de voorwaarden die Bartolt en Aerent maakten.
Johan Oelrixsz heeft verleden jaar ook op de Zeneke gewerkt, maar hij weet niets van de voorwaarden die Bartolt en Aerent maakten.
Peter Willemsz heeft ook aan de Zeneke gewerkt en werd daar voor beloond zoals hierboven geschreven staat. Coram Nanning en Wolter.
Nr. 335
Fol. 78v. Arent Starck, Johan Houwynck en Andrees Koyacke verklaren dat zij in de Baye aan schipper Geert van Ensse vroegen waar hij naar toe zou zeilen. Geert gaf hen tot antwoord dat hij een vrije man was en zelf mocht weten waarheen hij zou zeilen.
Verder weten zij niets van de zaak tussen Sybrant Henrixsz en Geert voornoemd.
Nr. 336
Arent Boumeister en zijn vrouw Gheertruid verklaren dat Clais Schulte met zijn vuist Beernt Wolt in zijn gezicht sloeg.
Tyman Florysz verklaart dat Claes Schulte Berent Wolt met de vuist op zijn kinnebak sloeg, waardoor hij bloedde.
[Geverfd laken]
6 februari 1487, Item de zwarten 49 stuivers, de groenen en de paarsen 35 stuivers, een blauwe 38 stuivers, een rode 40 stuivers. Verdragen door de zegelaars en waardijns. De drapeniers moeten ieder goed van dienst zijn.
Nr. 337
Berent Claesz en Evert Lambertsz verklaren dat Vrouken van Allenkercke en Alyt Rolofsz onenigheid hadden. De ene had een schop in de hand en de andere een stok of een pook. Zij voegden elkaar lelijke woorden toe, maar zij sloegen elkaar niet. Zij noemden elkaar leugenaars.
Peter Andreesz, Reyner Jansz, Johan Lattenborch en Johan Reynersz zagen dat beide vrouwen tegen elkaar aan het kijven waren, maar zij hebben niet gezien dat zij elkaar sloegen.
Bate Borre, Alyt de vrouw van Johan Reynersz, Fye de vrouw van Johan Hermansz en Grete Peters hoorden dat er een ruzie was, maar weten er verder niets van.
Nr. 338
Peter Claisz en Tyman Lewersz verklaren dat Derick Jansz en Henric Jacobsz de huur van een kamp land in Dronten ruilden om die gedurende twee jaar te hooien en te weiden. Zij hebben de overeenkomst al vóór mei helpen maken in het huis van Lamme op de Koornmarkt.
Nr. 339
Fol. 79. November 1486.
Johan Weerkyns en Mette de dochter van Wenemer verklaren dat Johan Kock in zijn huis zijn vrouw met zijn vuisten een bloedneus sloeg.
Coram Johan van Roederloe en Lambert.
Johan Koster, Henrick Hoeck en Gheert Reynersz hebben te “Heele” gehoord van schipper Steven Stevensz dat hij Jacob zijn geld terug wilde geven dat hij hem te Danzig voor de lading gegeven had. Hij wilde echter het geld niet terug hebben maar eiste de rogge die hij van de schipper gekocht had.
Nr. 340
Tusschen Johan Brandenborch ende Geert Schepeler.
Beernt Henrixsz, Andrees Hanegreve, Aalt Henrixsz, Henric Beestken en Ffrederick Diepenbroic verklaren dat Johan Brandenborch met Geert Schepeler te rechte waren gegaan om een restant van een som van 500 heren ponden.
Het ging om 6½ rijnse guldens, waarvoor Johan 15 witte stuivers per heren pond wilde beuren. Hij had echter maar 13 stuivers per heren pond gebeurd.
Het bedrag dat Johan eiste omdat hij te weinig had ontvangen beliep een som 56½ rijnse gulden current, want hij wilde ook de rente van de 500 heren ponden beuren, te weten 50 rijnse guldens current. Alles bijeen sprak Johan Geert aan voor een som van 106½ rijnse gulden.
Er werd gededingd [besloten] dat Geert aan Johan 50 rijnse guldens zou betalen voor de nagelaten goederen van zijn vrouws vader[doorgehaald]
Nr. 341
Wolbert then Hove, Peter Johansz en Geert van Hengelen verklaren dat zij er als moetsoenslieden bij waren in het geschil tussen Johan Brandenborch en Geert Schepeler om de nalatenschap van de vader van de vrouw van Johan Brandenborch.
Er werd overeengekomen dat Geert aan Johan voor dat wat hij te weinig had ontvangen een som van 50 rijnse guldens zou geven. Hiermee was de zaak geheel opgelost.
Actum in het rechthuis coram de burgemeesters.
Nr. 342 [Boeten e.a.]
Henric Florysz 2 ponden boete. Borg is Maes Maesz.
Mette van Werden 10 ponden boete. Borg is Egbert Kruser.
Geert Hermansz 10 ponden boete. Borg is Herman Voss.
Mouryssken te Brunnepe 2 ponden boete. Borg is Claes Dircksz.
Claes Schulte 2 ponden boete. Borg is Jacob Lambertsz.
Claes Schulte 2 ponden boete van panding van de H. Kruismemorie.
Reynken de wever 10 stadsponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Borg is Johan Lubbersz.
Claes Vysken 2 ponden boete voor strafbare woorden. Borg is zijn broeder Gelmer.
Henric van Leyden boete voor het houden van honden. Borg is Jacob ther Stege.
Nr. 343
Fol. 79v. Johan Voirne Plonyssoen verklaart dat hij er bij was in het huis van de schout van IJsselmuiden toen Johan Pennynck aan Aerent Florysz en zijn broeder Henrick de paarden en veulens leverde die Pennynck aan hen verkocht had. Zij waren met de levering tevreden. Aerent en Johan rekenden over de koopprijs van de dieren en kwamen tot de overeenstemming dat de beide broeders aan Johan nog 39 rijnse guldens schuldig bleven. Aerent had het met zijn broeder Henrick over deze schuld. Henrick zei toen dat zij veel waren moesten verkopen om deze schuld af te lossen. Daarop schreef hij het onmiddellijk in zijn schuldboek in bijwezen van Johan Voirne.
[In de marge staat de namen:] Goessen Werner [?] Leunsz en Steven Helmychsz.
Nr. 344
Peter Gertsz en Bertolt Grubbe verklaren dat zij er bij gestaan hebben toen Reert, burgemeester van Edam, van Wyllem Berentsz en Ghyse Blanckert de scheepsbrief eiste. Ghyse zei toen dat hij hem deze brief niet eerder wilde geven dan nadat hij hen vrij en schadeloos zou houden van dat wat er van kon komen.
Nr. 345
Inden saken tusschen Herman Voss ende Jacob Willemsz tugen.
Steven Tymansz, Willem Theusz en Pauwel Petersz verklaren dat zij van een vrouw die woont in de Sont omstreeks laatstleden Sint-Johansdag hadden gehoord dat zij van Jacob Willemsz voor vier rijnse guldens aan doek had gekocht. Zij zou voor die som aan hem een partij boter leveren. Herman Voss stond borg voor de vrouw. Zij hebben dat ook gehoord van mr. Aelt Krasse. Coram Johan Voirne en Johan van Roderloe.
Nr. 346
Kuer [boeten e.a.]
Jacob Kock op de Zwartendijk 2 ponden boete van panding van Willem de mulre op de Steendijk.
Henric van der Hoeve 2 ponden boete van panding van Freric Rynvisch.
Berent van Pagbergen 2 ponden boete. Borg is Peter Mynneken.
Aerent Moelman 2 ponden boete van panding van Lambert Pelser.
Geert Hoyer 2 ponden boete van panding van Henric Luykener.
Geert Hoyer de jonge 10 ponden boete van panding van Henric Lukener.
Herman Jansz heeft wapengerucht gemaakt. Zij borg is Henrick van den Berge.
Henrick van Segens dochter Else 2 ponden boete. Borg is Wynken van Elsen.
Grebber staat ter schepenklaring. Zijn borg is Johan de glazenmaker. Zijn vrouw heeft Wessel de wachter uitgescholden voor dief en schalk.
Jacob Grebber 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Johan Aerentsz Boven de Poort.
Peter Schroer 10 ponden boete. Borg is Lambert Calckmaker.
Johan van Noesel heeft bij nacht Jacob Barbier verwond.
Katheriner Knigge 2 ponden boete van panding van Dirck Mutsse.
Geert Plaggemeyers zijn overschrijven.
Geert alzulke overschrijving die hij overgedaan heeft.
Sweder Dircksz de scriver.
Nr. 347
Fol. 80. Essmagrove in Vreslant
Die weert Lipke
Peter Pelser
Peter Schomaker
Ghereke Esmagrove
Lolleke
Noch een kuper die de tonnen op boerden daer men de wyn uut tapte
Noch ene hiet Bue
Desse vorscreven hebn den schipper Bartolt Grobbe beschadighet an den gude, wyn, noten, kokern en de anders den gueden die hy in hadde van Johan van Elleren ende meer ander copluden van Deventer, Henric Ulger, Henrick Vrye, dat hij voeren solde to Groningen. Ende hebben de schipper dat guet genomen, de wyn gedroncken ende anders daer onredelick mede omme gegaen doe dat guet op gslagen wort
Actum inden 12 nachten van Midwynter.
Bartolt Grobbe
Derck van Ghiessen sijn knecht.
½ tonne mede
1½ aem wyns
3 tonnen noten.
Nr. 348
Fol. 80. Allen die dit lezen, etc.
In het gerecht verschenen schipper Bartolt Grobbe, onze burger, en zijn knecht Derick van Ghiessen, gedaagd om een getuigenis te geven over het volgende. Zij verklaren onder ede dat zij waren bevracht met wyn, noten, koeken en andere waren door Jan van Elleren uit Deventer, Henric Ulger en Henric Vrye en andere kooplieden om deze goederen naar Groningen te brengen.
Toen zij onlangs met hun schip in Esmagrove in Friesland kwamen in de 12 nachten van Midwinter werden deze goederen in beslag genomen en opgeslagen door de volgende personen.
Lipke de waard te Esmagrove, Peter Pelser, Peter Schoemaker, Ghereken Esmagrove, Lolleken Bue en de kuiper die de tonnen aanboorde om de wijn er uit te tappen. Zij namen van de goederen een halve ton mede, anderhalve aam wijn en drie tonnen noten.
Zij dronken de wijn op en deden met de andere goederen wat zij wilden. Zij hebben de schipper en zijn knecht onredelijk behandeld.
Nr. 349
Fol. 81. Nota overscriven.
Sweder Dircksz rijnschipper is veroordeeld tot een boete van 50 heren ponden omdat hij in de nacht iemand heeft verwond. Hij mag die boete betalen in 10 jaarlijkse termijnen van 5 heren ponden.
Zijn borgen zijn Johan de waard in de Witte Aerne, Jacob Willemsz custos dyaboli [duivelskoster] Rotger Johansz rijnschipper, Johan van Campen butenvaeren, Johan then Ekelboem rijnschipper en Henric mitten Besen, elk afzonderlijk en elk voor al.
Verder staan borg voor zichzelf voor 5 heren ponden Wolter Aerent Stuuversz en Rembolt Lubbersz rijnschipper.
Coram Gosen Klinckenberch en Henric van Oenden.
Nr. 350
Herman Goltsmit verklaart dat hij in zijn huis was en toen rumoer hoorde. Hij weet niet wie dat rumoer maakte.
Lysbeth de weduwe van mr. Jacob hoorde dat er in de Nieuwestraat werd gekeven en rumoer werd gemaakt. Zij hoorde een vrouw zeggen “ik heb hem nu genoeg gegeven”.
Mette Willems verklaart dat zij in de Nieuwstraat zag en hoorde dat er rumoer werd gemaakt. Iemand ging een andere achterna, maar zij kende hen niet.
Ghertruid Bartolts hoorde ook gerucht en gekijf in de Nieuwstraat. Zij hoorde Ffemme Backers zeggen dat zij iemand een blauw oog geslagen had.
Geert Jansz, Heyle Maes, Alyd Ffends, Gertkyn Bertolts, Griete van Essen, Wendele Geert Joestsz, Mense Peye en Lumme Seyne verklaren dat zij hebben gehoord dat Mechtelt Grebbers met Wessel de Wachter aan het kijven was en hem schalk en dief noemde.
Coram Goesseino et Johan de Vene.
Heyman Hoyer bekent dat hij aan Tyman Ghisbertsz 8½ rijnse guldens schuldig is.
Nr. 351
Fol. 81v. Anno LXXXVII (1487)
Mr. Heyman verklaart dat hij in de avond heeft gezien dat Johan van Noesel en Jacob Vrese voor zijn deur handgemeen werden. Johan week van de straat en ging zijn huis binnen. Jacob liep hem na en stak hem op de drempel met zijn mes. Daarop trok Johan ook zijn mes, sprong op straat en stak naar Jacob.
Gise Blanckert, Henric Holtsager, Albert Albertsz, Sweder Bartoltsz en Roloff Roloffsz verklaren dat zij het ook hebben gezien.
Coram Bartot en Heyman Maesz.
Nr. 352
In het gerecht verschenen Mette van Voerst, onze burgeres, en schipper Aerent Starke, onze burger, welke verklaarden dat zij in 1483 hebben verkocht aan Ludolph Sasse, toentertijd onze inwoner, vijf tonnen Hamburgerbier voor drie rijnse guldens en een stoter per ton. Dit bier hebben Ludolph en zijn vrouw Mette alhier vertapt. Ludolph en zijn vrouw hebben dat bier nog niet betaald. Nu geven Mette van Voerst en schipper
Aerent Starke een volmacht aan Walys Schilder, onze burger, om overal waar hij dat bekomen kan van Ludolph en zijn vrouw het verschuldigde geld in te manen.
Coram Gosen en Gissbert.
Nr. 353
Johan Henrixsz de goudsmid en zijn broeder Johan Henrixsz de droochscheerder geven een volmacht aan onze burger Ruederick Gheye om in te manen van Gosen Haeke en zijn vrouw Femme een jaarlijkse rente van twee koopmans rijnse guldens, waarvan Ruederick voornoemd de helft toekomt. Er is een brief van, afgegeven door schepenen van Zwolle. De rente gaat uit een huis in Zwolle in Wolleweversstraat en is afkomstig van Kunne Henrix hun beider moeder [en] Katherine Kamerlinx.
Coram Bartolt en Gisbert.
Nr. 354
Fol. 82. 22 februari 1487, Dyrck van Milligen en Geert Wyssinck verklaren dat nadat Alffer van Yrte overleed Jutte van Yrte voor de Raad van Zwolle in rechte heeft aangesproken Mette van Yrte, die later de vrouw werd van Pasman then Holte om haar deel van de nalatenschap van Alffer te verkrijgen. Toen toonde Mette in het gerecht een richtersbrief die was bezegeld door de schout van Dalfsen en door Alffer voornoemd, inhoudende dat Albert Rynvisch het vierde deel toebehoorde van een erf in Dalfsen.
Met die brief verweerde Mette zich voor het gerecht van Zwolle, zeggende dat zij niet verplicht was om Jutte van dat vierendeel iets af te staan. Want in die richtersbrief was opgenomen dat Albert Rynvisch dat vierendeel zou krijgen, iets dat Mette ook toegaf. Geert Wyssinck verklaart dat hij in die tijd de voorspraak van Jutte van Yrte was in haar zaak tegen Mette.
Coram Johan van den Veen en Kerstken Jansz.
Nr. 355
Fol. 82v. Henric Pael, Bartolt van Wilssem, Gosen Klinckenberch, Henric van Oenden en Wolter Wulffsz verklaren dat zij scheidslieden waren om de onenigheid op te lossen tussen heer Willem van Buckhorst, ridder, ter ener zijde, en Henric van Vilsteren ter andere zijde. Het ging om een paard dat te Zalk ontvreemd was en om andere zaken waar partijen onenigheid over hadden.[doorgehaald]
De scheidslieden hebben omstreeks Sint-Jacob de apostelsdag anno 1487 voor het kerkhof in Zalk op verzoek van beide partijen een overeenkomst gemaakt, waarin was opgenomen dat alle onenigheid die zij tot die dag met elkaar hadden geheel en al opgelost zou zijn en blijven. Geen van beiden zou de andere nog in rechte vervolgen. Henric van Vilsteren deponeerde een betaling ten behoeve van heer Willem bij Henric Pael, Wolter Wulfsz en Gosen Klinckeberch van 36 rijnse guldens.
Verder werd bepaald dat als heer Willem voornoemd Henric van Vilsteren niet zou helpen om de zaak tegen de burgers van Zwolle te winnen, hij de 36 rijnse guldens van het paard terug zou geven. Anders zou hij die mogen behouden.
Nr. 356
Fol. 83. Anno MCCCCLXXXVII (1487)
Dove Gerryken.
Geert, de zoon van Henrick Plaggemeyer, krijgt een boete van 25 heren ponden omdat hij iemand bij dage had verwond. Zijn borg is Reyner Blanckert. Geert zet zijn borg hiervoor tot onderpand een jaarlijkse rent van 1½ heren pond, zijnde een deel van jaarlijkse rente van 5 heren ponden die hij en zijn broeder samen hebben, gaande uit het huis van wijlen Rotger Scheere, staande bij de Clocke, te betalen op Midwinter. Geerts oom Reyner Blanckert staat er voor in dat deze 1½ heren pond jaarlijks op de juiste termijn betaald zullen worden.
Coram Bartolt en Heyman.
[Afbeelding]
Aangewezen voor de administratie van de accijns: Mr. Gosen, Johan van den Vene, Henric van den Vene en Johan van Thie.
Nr. 357
Getuigenissen anno LXXXVII (1487)
Wolbert then Hoeve, Geert Schepeler, Aerent Woltersz en Peter Mol verklaren dat Jacob Mant en Johannes van Trier ongeveer 14 dagen geleden voor de deur van Roloff Ottensz ruzie kregen over de koop van een hoeveelheid spek. Zij hoorden dat Johannes zei dat hij het spek had verkocht per schippond. Jacob zei toen tegen de getuigen voornoemd “goede mannen onthoud wat hij zegt”. Daarop zei Johannes dat de overeenkomst gesloten was alsof het spek bij schipponden was verkocht.
Wyllem Dyrcksz, Herbert Henrixsz, Peter Bronysz en Dyrck Willemsz zijn de beëdigde mannen van de vullers van het jaar 1487.
Nr. 358
Inden saecken tusschen Rolof Swarte en Johan then Hoeve.
Geert Tymmerman, Henric Decker, Herman Remboltsz en Wolter Hermansz verklaren dat zij onlangs in het huis van Lumme de tapster bij Jacob Busch waren als wijnkoopslieden om een overeenkomst te bewerkstelligen tussen Rolof en Johan voornoemd. Zij bepaalden dat voor timmerwerk aan een molen Rolof nog in gereed geld moest beuren van Johan een oord en twee rijnse guldens. Hiermee was alle onenigheid over deze zaak opgelost.
Toen dit gebeurd was, zei Johan Seygers tegen Rolof dat hij nu het geld van hem wilde beuren dat hem nog toekwam. Coram Bartolt en Ghysbert.
Nr. 359
Fol. 83v. Gheert Schepeler, Huge Claisz en Tyes Claisz verklaren dat zij er bij waren en gezien hebben dat de os die Gheert Budel toentertijd kocht van Gheert ten Daele enigszins ongedurig was en op de andere ossen sprong. Huge voornoemd en nog enkele andere lieden vroegen wat er met de os aan de hand was.
Mathys Evertsz en Wyllem Henrixsz, slachters, verklaren dat het rund dat zij voor Gheert Budel hebben geslacht, welk dier hij had gekocht van Geert ten Daele, een heel grote long had.
Johan van Dalffsen verklaart dat hij heeft gezien dat de os die Geert Budel had gekocht van Geert ten Dale voor de deur van Geert Budel in elkaar zakte. Johan Geertsz trok het dier aan zijn straat weer in de benen.
Albert Claisz verklaart dat hij heeft gezien dat het geslachte rund een gat in zijn vlees had waar men wel een vuist in kon steken. Toen de slachter het vlees in stukken sneed, zei hij tegen hen dat zij hem een quarte wijn moesten geven. Hij zou hen daarvoor een rijnse gulden geven als het vlees moest worden gezouten. Daar wilden zij niet op in gaan.
Henrick Johansz verklaart dat hij aan Geert Budel vroeg wat die met het zieke rund wilde doen. Geert gaf hem ten antwoord dat hij het dier voor gezond gekocht had.
Henrick zei daarop dat Geert het wel zou ontdekken als het geslacht was. Toen het dier geslacht was, stuurde Geert Budel zijn moeder naar hem toe om te komen en het vlees te bezien. Hij kwam en zag dat er in het vlees een gat zat waar men wel een vuist in kon steken.
Coram mr. Gosen en Ernst Witte.
Johan Geertsz verklaart dat de moeder van Geert Budel hem op straat aanhield en hem vroeg om mee te gaan om het rund te bezien. Het dier lag op de grond, zei de vrouw.
Johan zei dat als er bedrog bij was, hij dat wel zou ontdekken als hij het dier liet opstaan. Toen hij er bij was, greep hij het dier bij de staart, waarna het in de benen kwam.
Coram Ernst en Johan Coipsz.
Nr. 360
Fol. 84. 8 februari 1487, In het gerecht verschenen Henrick Mathysz, Claes Lentynck en Ghysbert Aerentsz, onze burgers, goede geloofwaardige mannen, welke onder ede verklaarden dat de twee teerlingen laken die Hans Krone ongeveer zes jaar geleden in Munster in Westfalen had laten bezetten, toebehoorden aan onze burger Melys Egbertsz (overleden), Thonys van Scheden en Jorien van Scheden. Zij bezaten dit laken gezamenlijk, zonder dat nog anderen er deel aan hadden. Coram burgemeesters Bartolt en Ghysbert.
Nr. 361
Fol. 85. Anno LXXXVII (1487)
Aerent van Wylsem, Johan Dyrcksz, Dyrck Claesz, Dyrck Henrixsz, Geert Gertsz en Johan Henrixsz verklaren dat zij afgelopen herfst te Notouw aan boord van het schip van schipper Johan Geertsz gingen en dat het schip in een storm terecht kwam. Hij schip deinde heel erg en schepte aan beide boorden water en raakte ook lek. Een deel van de lading is nat geworden, maar dat kwam door het slechte weer en was niet de schuld van de schipper.
Coram Lubbert en mr.Gosen.
Nr. 362
9 maart 1487, Van Garbrant Boyster
Dirick van Moerse, Yelis Snacker [?], Dirck Gerrytsz en Willem van Heteren verklaren dat zij er bij waren en hoorden dat Dirck van Moerse zei tegen Garbrant Boyster dat hij (Garbrant) vreemde lakens had gekocht. Garbrant zei toen dat hij dat aan niemand behoefde te vragen. Het is verboden, zei Dirck. Garbrant zei daarop dat hij schijt had aan dat verbod. Ik zou ze zelfs wel van tien mensen willen kopen. Coram Ghisbert en Bartolt.
Johan Willemsz heeft ook gehoord dat Dirck van Moerse en Garbrant Boister woorden hadden over het laken voornoemd. Garbrant had gezegd dat hij niemand iets behoefde te vragen als hij laken kocht. Coram Bartolt en Gisbert.
Nr. 363
Wynken van Elsen verklaart dat hij omstreeks Sint-Paulusdag laatstleden heeft gehoord dat Herman Jansz verklaarde dat zijn vader Johan Wernersz van Francke ther Hoerne had ontvangen twee koopmans rijnse guldens als betaling voor vrachtgeld. Dit geld moest hij aan Sweer Dyrcksz geven voor vrachtgeld dat Francke hem schuldig was.
Herman zei verder dat zijn vader het geld niet afdroeg omdat hij van Sweer nog geld tegoed had.
Coram Freric, Pael en mr. Gosen.
Johan Lubbertsz rijnschipper verklaart dat hij heeft gehoord toen hij voor de deur van Warner Topken stond dat Herman Jansz aan Sweder Dircksz vroeg waarom hij Francke ther Horne had laten bezetten voor 2 koopmans rijnse guldens die deze hem schuldig was. Wijlen zijn vader Johan Warnersz had dit geld immers al van Francke ontvangen.
Daarop is Francke ontslagen van de bezate en met recht vrijgelaten omdat Herman Jansz had gezegd dat zijn vader het geld al ontvangen had. Coram Heyman en Berent.
Nr. 364
Derck Hermansz en Heyman Engbertsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Mette Suvels toen Jacob Busch aan de gebroeders Henrick Loyssen en Johan Loyssen 10000 kleine stenen of middelstenen verkocht, naar hun keuze, voor een bedrag van 25 rijnse guldens. Dit geld moest aan Jacob worden betaald wanneer hij terug zou zijn van zijn reis naar het Heilig Graf in Jeruzalem. De overeenkomst moest worden aangetekend in het stadsboek.
Coram burgemeesters Frederic en H.Pael.
Nr. 365
Fol. 85v. Herman de uurwerker verklaart schuldig te zijn aan Jacob Busch 7 rijnse guldens en 2 stuivers. Herrman Johansz verklaart schuldig te zijn aan Johan Geye 17 rijnse guldens en een oord.
Onze burgers schipper Aernt Starcke, schipper Sibolt Woltersz, schipper Jacob Vlaeming en Wolter Aerentsz verklaren dat zij in het jaar 1486 omstreeks 14 dagen voor Sint-Lambertsdag in Naestrant in Noorwegen waren, waar zij hebben geconverseerd, gegeten en gedronken met Arent Henrixsz alias Aerent Kisteken, die toen bij hen was. Zij willen dat wel met hun eed bevestigen. Coram Freric en Lodewich.
Nr. 366
Inden saecken tusschen Warnerr Johansz ende Johan van Delden.
Albert Johansz verklaart dat hij omstreeks mei 1486 met andere goede mannen in het huis van Berent Swartkens was toen Johan van Delden aan Warner Johansz 1000 onderpannen verkocht voor vijf rijnse guldens min een oord. Hij zou die pannen leveren uit de eerste oven die hij zou stoken. De pannen moesten worden gebracht naar het huis op de Burgwal waarin heer Herbert woont. Hierbij waren ook aanwezig Berent Swartken en Sweder de knecht van Jan Cock.
Tyman Hermansz verklaart dat hij er bij stond toen Garbrant Boyster woorden had met Syrck van Moerse. Hij heeft niet alles gehoord wat Dyrck tegen Gerbrant heeft gezegd, want hij stond er te ver van af.
Nr. 367
Fol. 86. Lubbert Petersz, Lodewich Kruse, Alffer Petersz, Herman van der Vecht, Johan van der Vecht, Clais Goessensz, Herman ten Toern, Steven van Roderloe [doorgehaald], Ffrederick van Diepenbroick en meister Henric Knoppert verklaren dat zij huwelijkslieden waren toen het huwelijk werd gesloten tussen Herman Kruse Maesz en Alyt, de dochter van Wolbert ten Hove. Zij kwamen overeen dat Wolbert zijn dochter 800 rijnse guldens ten huwelijk zou meegeven. Voorwaarde was dat als Wolbert vóór zijn dochter Alyt zou sterven, zij 27 heren ponden aan jaarlijkse renten in de boedel mocht storten indien zij dat wilde.
Nr. 368
Steven van Roderloe verklaart dat hij als huwelijksman voor Alyt, de dochter van Wolbert ten Hove de overeenkomst heeft helpen maken waarmee Wolbert zijn dochter 800 rijnse guldens ten huwelijk zou meegeven. Wolbert stemde daar mee in.
Herman Cruse zou inbrengen een kamp land in Onyngerbroeck. De rente die op die kamp drukte, zou worden afgedaan.
Egbert Kroser, Ffrederick van Diepenbroick, Johan Geertsz, Geert Schepeler en Symon Hanegreve verklaren hetzelfde. Zij verklaren ook dat meister Henric Knoppert en Lodowich Cruse er borg voor zouden staan.
Steven van Rodeloe en Egbert Croeser staan borg voor Wolbert.
Lodewich Cruse en meister H. Knoppert staan borg voor Herman Cruse.
Nr. 369
Jan van Cleve [drager ?] 25 – 7 rijnse guldens current …..1 oord.
Fol. 86v. Meyster Henrick secretaris, Peter Gerritsz, Henric Bluc, Johan Pael.
19 juli hoc [anno]…….
Fol. 87. Inden zaken tusschen Johan Jacobsz ende Johan Geertsz vleyschouwer.
Johan Claesz gortemaker, Reyner Geertsz, Peter Henrixsz, Aerent van Wachtendock en Herman Borre verklaren dat het plaatsje of stuk land achter het huis en erf van Johan Jacobsz, gelegen Boven de Poort, niet bij dat huis en erf hoort en dat Johan daar geen recht aan heeft, want Evert van Almkercken had dat plaatsje getinsd van wijlen heer Tyman Witte voor een heren pond per jaar.
Nr. 370
Fol. 88. Anno LXXXVII (1487)
Inder saecke tusschen Folker Boeninck ende Ruederic Geye.
Johan Voirne Plonisz, Coert Grueter en Dirck Witte verklaren dat Volker en Ruederic onenigheid hadden over het schutten van enige koeien uit het land dat Volker van Ruederic had gehuurd. Zij kwamen daarover omstreeks Sint-Johansdag in de midzomer te rechte voor de schout van IJsselmuiden waar zij elkaar aanklaagden. Daar werd bepaald dat beiden twee goede mannen moesten aanwijzen om hun geschil op te lossen.
Zij moesten zich aan de uitspraak van de vier mannen houden. Mochten die vier het niet eens kunnen worden dan zou Henric van den Vene worden toegevoegd als een overman.
Ruederic koos Coert Greuter en Geert van Ingen en Volker koos Johan Vorne en Lubbert van der Vecht. Dat werd gerechtelijk vastgelegd. Coram Freric en Lodewich.
Nr. 371
Peter van Lewerden, brouwer, heeft in de stadsgevangenis gezeten en doet de oervede.
Roloff Ottensz staat er borg voor dat hij op de eerste rechtdag na Pasen voor het gerecht komt. Hij is in de passieweek in overspel bevonden.
Nr. 372
In het gerecht verschenen joffer Wobbeken Budel en haar zuster Bate, dochters van wijlen Wichman Budel, met Johan van den Vene en Ploenys Voirne als hun mombers.
Zij verklaarden te hebben verkocht aan Johan Coepsz en diens vrouw Suete een jaarlijkse rente van 25 heren ponden, gaande uit hun twee huizen en erven bij elkaar staande op de Burgwal, begrensd aan de ene zijde door Johan Cock de timmerman en aan de andere zijde door de Naaldenaarssteeg en Gese Brants, strekkende van de Burgwal tot de Nieuwstraat.
Deze jaarlijkse rente moet als volgt worden betaald.
Negen heren ponden moeten worden betaald in de vier heilige dagen van Pasen. Van deze rente mag men drie heren ponden aflossen met 22 penningen 1 penning en zes heren ponden met 20 penningen 1 penning.
Twaalf heren ponden moeten worden betaald op Onze-Lievevrouwendag Assumptionis.
Die rente mag men in twee termijnen aflossen met 20 penningen 1 penning.
Vier heren ponden moeten worden betaald op Sint-Johansdag Decolatio. Die rente mag men lossen met 20 penningen 1 penning.
Mochten deze twee huizen niet goed genoeg zijn om tot onderpand van deze rente te dienen, dan mogen Johan Coepsz en zijn vrouw die ook verhalen aan beide verkoopsters vierde deel van een huis en erf in de Oudestraat bij de Clocke, waarvan de helft in bezit is van Bartolt van Wilsem, staande naast het huis van de erfgenamen van Beernt. Het overige vierde deel behoort toe aan Berent Henrixsz. Het is de eerste rente die uit de onderpanden gaat.
Nr. 373
Van Dode Alertsz.
Johan Geye verklaart dat hij met veel andere goede mannen ten gelage zat aan de Poeth in Deventer in de Yserhoet, waarbij ook Dode Alertsz was. Daar kwam toen een Fries binnen waar Dode tegen zei dat hij bij hen moest komen zitten. Toen men het gelag wilde afrekenen, was de Fries weg. De gelagslieden zeiden toen tegen Doede dat hij de Fries kende en dat het zijn landgenoot was. Ja, zei Dode, het is mijn landgenoot, ik ben als Fries geboren, ik ben liever een vinger kwijt dat dan ik in Kampen was geboren.
Daarop zei Gysbert van Lewen tegen hem dat hij de stad van Kampen houw en trouw gezworen had. Toen zei Doede tegen Gysbert dat hij even goed was als hij en dat hij wel voor 4000 gulden aan goederen in de zeehandel had zitten. Ook hadden Dode en Gysbert nog andere woorden tegen elkaar, maar Johan Geye heeft niet alles gehoord.
In de marge staan de namen Herman Geertsz, Arent Kystken en Roleff Claisz.
Fol. 88v. Henrick Buck verklaart hetzelfde als Johan Geye. Hij zegt verder nog dat Dode Allertsz en Ghysbert van Lewen elkaar uitscholden voor schalk en boef. Ook zei Dode tegen Geert dat hij een boef was ondanks dat hij in de Raad zat. Hij zei verder dat hij geen functie begeerde te hebben. Hij wilde er wel 100 ponden groot om geven dat hij tot nieuwe memoriemeester van Onze-Vrouwenmemorie gekozen had kunnen worden.
Herman Geertsz, Arent Kystken en Roleff Claisz. zaten ook in het gelag en getuigen ook dat zij de onenigheid gehoord hebben, maar zij weten niet alles meer.
Nr. 374
In de saecke tusschen Willem Goykensz ende Willem die glasemaker.
Ffrederic Rynvisch de oude verklaart dat hij kort na Pasen in het huis van Wynken Wesselsz zat met veel andere goede mannen en dat hij daar als dedings- en wijnkoopsman de koop heeft helpen maken van een huis in de Oudestraat dat Willem de glazemaker had verkocht aan Willem Goykensz, die er in woonde, voor een tinsgeld van 18 heren ponden per jaar.
Willem de glazemaker beurde daar drie godspenningen en Willem Goykensz betaalde het gelag. Beiden waren met de overeenkomst tevreden. Willem Glazemaker beloofde om het huis met Pasen 1488 te leveren. De 18 heren ponden mochten worden afgelost met 20 penningen 1 penning. Voordat de zaak rond was, had Willem de glazemaker gezegd dat hij er eerst met zijn vrouw over wilde spreken. Hij ging uit het gelag en kwam enige tijd later terug. Daarna werd de zaak afgehandeld. Zij sloegen elkaar de koop toe met “rawen slippen”.
Coram Eernst en Johan Coipsz
Herman Johansz was ook dedingsman en getuigt als Ffrederic voornoemd.
Coram mr. Gosen en Henric Pael.
Nr. 375
Seyne Henrixsz bekent aan Geert Slewert een schuld van acht rijnse guldens min een oord. Daar zijn drie rijnse guldens van betaald.
Herman Schoer krijgt 20 ponden boete omdat hij bij de Clocke een vuistslag heeft uitgedeeld. Zijn borg is Johan Florisz.
Coert Geye 2 ponden boete. Borg is Herman Geye.
Jacob Machoris bekent schuldig te zijn aan Johan Mouwersz acht rijnse guldens.
Willem Henrixsz bekent schuldig te zijn aan Dirck Lambertsz 10 rijnse guldens en een oord.
Fol. 89. Tyman van Olst, Herman Mulre, Gert Tymmerman en Derck inden Hoern [doorgehaald] verklaren dat zij er als moetsoenslieden van beide zijden bij waren int Hoern toen er een overeenkomst werd gesloten tussen Jan Tymmerman en Johan Mulre, die onenigheid hadden over timmerwerk aan de molen. Er werd overeengekomen dat Johan Tymmerman van Johan Mulre nog geld zou beuren. Daar waren beide partijen toen tevreden mee.
Derck de waard Int Gulden Hoerne verklaart dat hij hoorde dat Tyman van Olst zei tegen Jan Mulre: Wat wil je nu nog meer doen. Het is vermoetsoend en het is daarom niet nodig om er de heren bij te betrekken.
Nr. 376
Johan van Gronyngen de metselaar verklaart dat hij een smidse heeft gemaakt in het huis van Moy Vrederick in de Waterstraat. Vrederick leverde de stenen en heeft hem het arbeidsloon betaald. Deze smidse behoort toe aan Vrederick en niet aan Geert van Randen.
Nr. 377
Johan Voirn Plonysz en Lambert Berentsz verklaren dat zij er omstreeks vijf jaar geleden als wijnkoopslieden bij waren met Wyllem Syll en wijlen Johan Geertsz de opreder in het huis van Lambert Berentsz voornoemd toen heer Johan Cornelysz verkocht aan Mechtelt, de vrouw van Ludolff, 20 Hamburger vaten bier voor 3½ gulden min 2 stuivers per vat. Mechtelt gaf voor de wijnkoop drie vanen Hamburgerbier, die heer Johan haar zou korten op de koopsom.
Coram Jacob Clynge en Heyman Maesz.
Nr. 378
Albert Bisschops weduwe bekent 2 rijnse guldens schuldig te zijn aan Johan Mauwersz.
Gasse Blanckers bekent 2 rijnse guldens min een oord schuldig te zijn aan Willem Goykensz.
Johan Wenemarsz bekent 2 rijnse guldens en 3 stuivers schuldig te zijn aan Henrick de Beerdrager.
Johan Wenemersz bekent aan Derck Lambertsz omstreeks Pasen een Arnhemse gulden.
Nr. 379
Wychman Aerentsz, Wolbert then Hoeve, Jacob Mant en Geert Schepeler verklaren dat zij een moetsoen hebben gemaakt tussen Metken, de dochter van wijlen Berent Mouwersz, en de familie en executeurs van Berents testament ter ener zijde en Peter Moll aan de andere zijde. Zij zijn overeengekomen dat Metken, toen zij zich begaf in het Sint-Agnietenklooster, aan Peter Mol en zijn vrouw 200 rijnse guldens zou toekennen, waarmee zij mochten doen wat zij wilden.
Voorwaarde was dat als Metken het klooster weer zou verlaten voordat zij zou worden geprofest, die 200 guldens weer aan haar zouden worden teruggegeven. Zou zij wel professie doen dan mochten Peter en zijn vrouw het geld behouden.
Toen zij dit overeengekomen waren, was er niet afgesproken dat Peter en zijn vrouw daarvoor borgen moesten stellen. De schepenbrief die van de overeenkomst gemaakt werd, gaf voldoende zekerheid. Wel stelden Peter en zijn vrouw al hun bezittingen in het land van Gelre tot onderpand aan de familieleden van Metkens overleden vader.
Coram Berent Henrixsz en Freric Rynvisch.
Nr. 380
Fol. 89v. Inder saecken tusschen Gosen Pouwelsz ende Claes Verwer.
Johan van Gelre, Jacob Lambertsz Scroer en Henric Claesz verklaren dat zij op dinsdag na Beloken Pasen in het gelag zaten in het huis van Jacob voornoemd, waar Claes Verwer ook bij zat. Daar kwam toen ook Gosen Pouwelsz binnen welke aan Claes vroeg of hij onmiddellijk de vier lakens die hij van hem in huis had, wilde behandelen.
Hij zou een vane bier in het gelag geven. Claes zei tegen Gosen dat als hij hen een vane bier gaf, hij de lakens zou behandelen.
Als ik dat niet zal doen, dan geef ik je zes vanen bier terug. Daarop betaalde Gosen Pouwelsz de beloofde vane bier.
Coram Henric Pael en Berent Henrixsz.
Nr. 381
Lubbert Mertensz en Derick Derixsz verklaren dat zij in het gerecht van de schout van Olst waren toen Tyman van Olst gerechtelijk Gerit Vogelsanck liet aanspreken. Zij hoorden dat Coirt Gruter tegen Tyman van Olst zei dat het geld waarvoor hij Vogelsanck liet aanspreken door deze gerechtelijk van hem (Gruter) was afgewonnen in Oldebroek, te weten voor schatting die hij voor hem betaald had. Meer hebben getuigen niet gehoord.
Reynken Lew getuigt hetzelfde. Hij hoorde ook nog dat Coirt zei dat hij met zijn zwager niets van doen wilde hebben.
Nr. 382
Van Loef Scroer testament.
Niese, de maagd van Bathe van der Hoeve, verklaart dat zij op Pinksterdag hoorde van Rycklant, de vrouw van Loef Scroeder, dat deze vanuit haar venster Engbert Assele aanriep om te komen bij zijn meester Loef om deze te helpen tegen Henric Sasse, die hem dood wilde slaan. Loef had gezegd dat zijn vrouw Mette hem op straten en stegen had nagelopen. Er werd gezegd dat Mette een verlopen begijn was.
Biele, de vrouw van Henric Wichersz verklaart dat zij op Pinksteravond heeft gezien dat Loef Schroer in zijn venster zat en tegen Mette Sasse zei dat er een hoerenovereenkomst was gemaakt. Rycklant, de vrouw van Loef, zei dat Mette haar man na liep.
Geertken Meynerts verklaart dat zij van Rycklant hoorde dat hij (Sasse) haar man had nagelopen in de straten. Nu hij van haar [zijn eigen vrouw ?] zijn wil niet kan krijgen, schuift zij hem mij op de hals.
Engele de vrouw van Henric Seyne, Styne Berentsz, Grete Cocks, Metthe ten Holte, Alyt Hermans, Golde Hermans, Evert Wolters en Ulant de vrouw van schipper Wolters verklaren dat zij het rumoer wel hebben gehoord, met wat er is gezegd hoorden zij niet.
Johanna de Neyster verklaart dat zij heeft gehoord dat Rycklant zei: Nu zij van mij niets gedaan kan krijgen, stuurt zij haar man op pad. Die heeft mijn man van achteren geslagen. Hij is sterker dan andere mannen.
Herman Geertsz en Meynert Tymmerman weten van de zaak niets af.
Fol. 90. Niese de vrouw van Claes Ruttermanne [?] verklaart dat Rycklant zei dat Mette, toen haar man (Loef) iets niet wilde doen, zij kwaad werd en haar man achterna liep op straten en in stegen.
Evert[je] Wolters verklaart dat zij een verre buur is en niet heeft gehoord.
Golde de vrouw van Herman Geertsz verklaart dat zij niets gehoord heeft.
Alyt Hermans heeft ook niets gehoord.
Herman Geertsz en Meynart Tymmerman hebben ook niets gehoord.
Rycklant, de vrouw van Loeff Schroeder, heeft voor het gerecht het volgende gezegd: De ene heeft het kind 16 weken gedragen en de andere 18 weken.
Nr 383
Juni 1487, Van die voegellen.
Willem Tele verklaart dat hij er bij was in Medemblik toen een zekere Jan Dircksz uit Staveren aan onze burger Geert Berents 110 stuks vogels had verkocht, die hij hem schoongemaakt en gezouten zou leveren te Kampen op laatstleden Sint-Marten in de
winter in het huis van Willem Tiele voornoemd. Er werden toen de waarde van zes stuks vogels gegeven voor de wijnkoop, die Willem Tiele voorgeschoten heeft. Zwarte Goyken was er ook bij en verklaart hetzelfde. Het is geregistreerd in de schepenkamer.
Nr. 384
Van Loef Scroer.
Bate van der Hove verklaart dat zij op Pinksterdag tussen twaalf en één uur heeft gezien en gehoord dat Rycklant de vrouw van Loef Scroer uit haar venster keek en riep Engbert haar oude knecht dat hij moest komen om zijn meester te helpen die door Henric Sasse werd bedreigd en zou worden geslagen. Die boef wil hem slaan omdat Loef zijn vrouw niet ter wille wil zijn.
Verder verklaart Bate dat Rycklant in haar (Bate`s) huis zat en zei dat haar man Loef het woord had van Mette, de vrouw van Henric Sasse, “ hij solde oic hebben de daet oft tsolde hem anden macht ontbreken”. Zij beroemde zich op haar mans boeverijen en schalkheden.
Bate antwoordde daarop “dat sal God noemen willen al were oic syn hals roet golt”.
Verder verklaart Bate dat zij vaak van dit rumoer heeft gehoord dat nu door Loef op straat gebracht is, zonder dat Mette daar schuld of verdienste aan heeft, want zij is een goede eerbare vrouw. Dat kunnen haar biechtvader en al haar buren getuigen. Loef en zijn vrouw vallen de buren steeds lastig. Men wilde wel dat zij 10 mijlen van hen af zouden wonen.
Coram Henric Pael en mr. Gosen.
Nr. 385
Fol. 90v. Johan Ghisensz, Volker Jansz en Henric Jansz, onze burgers, verklaren dat zij er bij waren omstreeks Pinksteren laatstleden in Dronthen in het huis van Johan Gisensz waar Brune Bene een witte vaars met zwarte oren heeft gesneden die toebehoorde aan Berent Paws. Hij verkocht die aan onze burger Berent Jansz. Coram Berent en Frederic.
Nr. 386
Ffemme de weduwe van Berent Murre, Ermgart van Aken, Hylle Ghelpers en Wyllem[tje] de weduwe van Evert Jansz verklaren dat zij met het schip van Clais Bolhoirn goederen hebben laten vervoeren van Steenwijk naar Kampen, te weten Ffemme 1 zak, Ermgart 3 zakken, Hille 4 zakken en Wyllem[tje] 5 zakken.
Nr. 387
Allen den ghenen etc. [Aan] de schout ende burgemeesters ende scepen int Grote Broeck.
In het gerecht verschenen Meynart Gerrytsz timmerman en Johan Cock, onze burgers, geloofwaardige lieden, die door het gerecht waren opgeroepen om onder ede een getuigenis te geven. Zij verklaarden dat zij als wijnkooplieden gevraagd waren tussen Maria-Lichtmisdag en Vastenavond laatstleden om in Kampen in de herberg bij de Clocke de verkoop te regelen van een huis en erf in het gerecht van Grote Broeck in Holland, dat toebehoorde aan onze burger Sybrant Gerrytsz en aan Lyssabeth Floris, de weduwe van zijn broeder. Jan Luykensz uit Grote Broeck wilde dat huis kopen. Het huis werd verkocht onder de voorwaarde dat als Lyssabeth niet met de verkoop wilde instemmen alleen de helft van Sybrant Gerritsz onder de verkoop zou vallen. Jan Luykensz zou dan geen recht hebben op de andere helft. Jan gaf voor het gehele huis 45
koopmans rijnse guldens, welke hij in twee termijnen zou voldoen, te weten op Sint-Marten in de winter 1487 en op dezelfde dag in 1488.
Wij verzoeken u om Sybrant voornoemd behulpzaam ter zijn. Wij zullen uw poorters in gelijke zaken ook behulpzaam zijn. Coram Gosen en Bartolt, 18 juli 1487.
Nr. 388
Fol. 91. Symon Glauwe en Geert Andriesz en hun gezelschap.
Toen het schip van schipper Cleys Smith uit Reval in 1487 in de midzomer zeilde in de Noordzee, werd het aangevallen door een Frans schip, genaamd De Bercke van Honechfloer [Honfleur]. Zij namen uit het schip van Cleys Smith de volgende goederen.
– 7½ last teer ter waarde van 13 rijnse guldens per last, inclusief het vrachtgeld en andere onkosten.
– Een vat fichlers [vijgen ?] ter waarde van 50 rijnse guldens, inclusief vrachtgeld en onkosten.
Totale waarde is 147 rijnse guldens. De goederen behoren toe aan bovengenoemden en niet aan personen die niet bij de Hanze behoren. [deze aantekening is doorgehaald]
19 juli, In het gerecht verscheen Symon Glauwe, onze burger, welke onder ede verklaarde dat in 1487 omstreeks Sint-Johansdag in de zomer [24 juni] laatstleden, uit het schip van schipper Cleys Smits uit Reval, toen het zeilde in de Noordzee, door de bemanning van een Frans schip, geheten De Bercke van Honechfloer [Honfleur], de volgende goederen zijn genomen.
– 7½ last teer ter waarde van 13 rijnse guldens.
– Een vat ficler [vijgen ?] ter waarde van 50 rijnse guldens.
Totale waarde, inclusief vrachtgeld en andere onkosten, 147 rijnse guldens.
Deze goederen behoorden toe aan hem en zijn gezellen.
Coram mr. Gosen, Bartolt en Eernst.
Nr. 389
20 juli, Inden saecke tusschen Floer Lukener ende Jan Penning.
Johan Geertsz verklaart dat hij van Floer Lukener vanwege Johan Penning 22 rijnse guldens min een oord heeft ontvangen. Floer beloofde dat hij aan Johan Geertsz nog 17 rijnse guldens en een oord zou betalen, zijnde het restant vanwege Jan Penning. Hij zal dat betalen als zijnde zijn eigen schuld op Sint-Maarten in de winter.
Peter Johansz verklaart dat hij er bij was toen Floer Lukener beloofde om Johan Penning het geld te betalen dat deze tegoed had van handel in paarden en veulens.
Johan Voirne Plonysz verklaart dat hij er in Wilsum bij was toen Johan Penning van Floer betaling wilde hebben voor de verkochte paarden en veulens. Floer vroeg enig uitstel van betaling tot hij de dieren weer te gelde had gemaakt.
Coram mr. Gosen en Eernst.
Nr. 390
Fol. 91v. Heer Berent Pannert, heer Aernt Hacke en Lodewich Kruse, vicarii en collator van de Sint-Aldegonda-vicarie in de Sint-Nicolaaskerk, volmachtigen Pilgrim Pannert om voor hen vier mudden jaarlijkse pachtrogge in te manen in Rouveen. Zij hebben daar een richtersbrief van.
Coram mr. Gosen, Jan Coipsz, Jacob Clinge en Freric Rynvisch.
Nr. 391
Wyllem Kaem en Wolter Tymansz verklaren dat Bartolt van Wylsem en Berent Egbertsz hun onenigheid over schade aan het veld door hen wilden laten oplossen. Zij bepaalden dat Berent aan Bartolt een gulden schadevergoeding moest geven.
Nr. 392
Johan Florysz, Johan Geye en Mathys Gysbertsz verklaren dat Geert Schepeler hen heeft gevraagd om voor hem een ruim te reserveren in het schip van schipper Reyner Trypmaker. Het moest op het charter [scheepsbrief] worden aangetekend.
Coram mr. Gosen en Eernst.
Nr. 393
Van Jan van Gelre ende Hardenberch.
Thonys van Neerden en Geert Kistenmaker verklaren dat zij hebben gehoord dat Johan van Hardenberch tegen Johan van Gelre strafbare woorden gebruikte. Hij zei dat hij een landloper was. Van Hardenberch hield twee vingers op en zei ook nog dat Van Gelre moest beseffen wat hij had gedaan.
Philips Tymansz en Lubbert van Zwolle verklaren dat zij onlangs zaten voor de Pellicaen en zagen dat Johan van Hardenberge Otto van Ingen op de schouder klopte en tegen deze zei dat hij hem tot getuige wilde hebben tegen Johan van Gelre, die had gezegd dat hij (van Hardenberge) zijn dienstmaagd had doodgestoken. Van Gelre zei toen twee keer achtereen dat hij bleef bij dat wat hij had gezegd. Coram Ernst Witte en Jan Coipsz.
Otto van Ingen verklaart dat hij zag en hoorde dat Johan van Gelre bij de Clocke ruzie had met Jan van Hardenberge. Van Gelre zei tegen Van Hardenberg dat hij naar huis moest gaan en zijn dienstmaagd nogmaals moest vermoorden. Daarna zei hij het nog een keer. Daarop vroeg Van Hardenberg aan Otto voornoemd dat hij hem tot getuige nam. Van Hardenberg noemde Van Gelre een landloper. Coram mr. Gosen en Eernst.
Johan Dubbelsz verklaart dat hij bij de Clocke was en zag dat Johan van Hardenberge en Johan van Gelre twistende waren. Van Hardenberge zei tegen Van Gelre dat landlopers hier niet regeerden. Daarop zei Van Gelre dat het beter was om een landloper te zijn dan iemand die zijn dienstmaagd had doodgestoken. Coram mr. Gosen en Eernst.
Nr. 394
Fol. 92. In de zaak en schelinge tussen Jan de Lege, waarvoor zijn broeder Jacob Jansz in de plaats staat, tegen Symon Glauwe en Geert Andersz, verklaren Marten Voirne, Alpher Petersz, Claes Lentinck en Herman Kuenretorff dat zij tussen beide partijen een overeenkomst hebben gemaakt inzake het verschepen van 400 zouts vanuit de Baye tussen Sint-Johan in de midzomer en Sint-Michielsdag, tot behoef van Symon en Geert.
[De akte is doorgehaald en slecht leesbaar].
Tussen Jacob Jansz en Symon Glauwe.
Marten Voirne, Alpher Petersz, Claes Lentinck en Herman Kuenretorff verklaren dat zij omstreeks Sint-Mathiasdag 1485 in de wedeme een overeenkomst hebben gemaakt tussen Johan die Lege (waarvoor zijn broeder Jacob Jansz toen optrad) ter ener zijde en Symon Glauwe en Geert Andriesz ter andere zijde. De onenigheid ging over de bevrachting van zout. Jacob Jansz of eventueel zijn broeder Johan de Lege zouden in de Baye 400 zouts laten inschepen tot behoef van Symon en Geert. Zij zouden het zout leveren tussen Sint-Johansdag in de midzomer en Sint-Michielsdag daarna. Als zij in dat jaar het zout niet konden inschepen, dan zou Jacob hen de 400 zouts in het volgende jaar in een andere schip laten inschepen.
Coram Eernst en Heyman.
Herman Kuenretorff verklaart ook nog dat was overeen gekomen dat Symon en Geert de 400 zouts zouden betalen op aanstaande Sint-Johansdag met goed geld.
Nr. 395
Tusschen Ghyse Kotert ende Wolter Jansz.
Geert Hoyer en Wyllem Petersz verklaren dat zij er ongeveer een jaar geleden bij waren en een overeenkomst hebben gemaakt tussen partijen voornoemd aangaande een handel in twijg.
Gyse had de twijg aan Wolter verkocht. Wolter zou dat eerstdaags betalen. Geert en Wyllem bepaalden toen dat Gyse een gulden korting zou geven. Daarna moest Wolter hem de rest van stonden aan betalen.
Coram Jacob Clinge en Johan Coipsz.
Nr. 396
Fol. 92v. Lambert Pelsser
Geert Willemsz, Herman Bruynsz, Wolter Johansz en Cornelis Buntwercker [doorgehaald] verklaren dat Lambert Pelser ongeveer een maand geleden in het huis van de gildemeester aan Geert Willemsz een penning liet zien. Toen nam Grete Plate, de vrouw van Lambert Pelser, de penning uit de hand van Geert. Lambert Pelser wilde van Geert Willemsz de penning terug hebben, maar deze zei dat zijn vrouw die van hem had afgepakt. Toen zijn vrouw hem de penning niet terug wilde geven, stak Lambert naar haar met zijn mes, doch hij raakte haar niet.
Coram Jacob Clinge en Johan Coipsz.
Nr. 397
Henric Freest en Berent Wolt verklaren dat zij onlangs de koeien van Peter Aerentsz uit hun hooiland hebben gehaald en geschut. Toen kwam Peter Aerentsz, die met getrokken mes zijn koeien uit de schutting haalde zonder het schutgeld te betalen. Hij heeft echter niet gestoken. Coram Heyman en Jacob Clinge.
Nr. 398
Henric Willemsz en Johan Hermansz verklaren dat zij onlangs tijdens hun waakdienst de ronde maakten. Toen zij op de Burgwal kwamen voor het huis van Grete van Ingen, werden er boven van de steiger stenen naar beneden gegooid. Zij zagen niet wie dat deed, maar zij zagen wel dat Geert Leyendecker op de steiger stond. Geert zei dat er een dief in het huis was. De wakers zeiden dat hij zelf de stenen had gegooid. Daarop sprong hij van de steiger en liep hen achterna met een soldeerbout in de hand, zeggende dat hij door hen beschuldigd werd. Hij wenste hen de droes toe.
Geert Hermansz verklaart dat hij zag dat boven uit het huis stenen werden gegooid toen Geert Leyendecker met drie gezellen voor de deur stond. Zij zeiden dat er een dief boven in het huis was. Wie de stenen gooide, zagen zij niet.
]Coram Heyman Maesz en Jacob Clinge.
Nr. 399
Johan van Delden verklaart dat hij er bij was toen Willem Hoefft 10000 stenen wilde leveren tot behoef van Jan Voesken op Sculpenoirt op het werk van Johan van Delden.
Coram Heyman Maesz en Jacob Clinge.
Gise Blanckert staat borg voor [de pachter van] de waag.
Croetnagel 2 pond boete van panding van Brusken.
Jan then Horne aantekenen in een geschrift.
Herman Geertsz
Henric Lange
Albert Stevensz Volker
Kerstken Gulyker
Nr. 400
Fol. 93. Berent Wolt
Willem van Genderen verklaart dat hij er bij was Inden Vranckryck toen Berent Wolt van Tielman Florysz zijn vistouwen kocht voor 16 rijnse guldens en een halve gulden in het gelag. Zij sloegen elkaar de koop toe. Welke voorwaarden er naderhand werden bedongen, weet hij niet. Zie in het register van oplatingen [?].
Nr. 401
Grete van Bremen verklaart dat zij heeft gezien dat Coen Hollike op straat zijn mes hief tegen Johan van Aernhem, maar zij zag niet dat hij het uit de schede trok. Coens vrouw schold Johan uit voor boef en schalk en zei dat hij een rover was. Coen ging voor hun deur staan en daagde hen uit om naar buiten te komen.
Aerent Geertsz verklaart dat de vrouwen Coen tegenhielden en op hem inpraten.
Roloff van den Werve getuigt idem.
Alyd van Vreden verklaart dat zij zag dat Coen zijn mes bij het heft pakte, maar hij trok het niet uit de schede. Hij noemde de vrouw van Johan een roofster.
Yde Lubberts verklaart dat zij zag dat Coen Johan naliep met zijn hoike opgeslagen.
Alyt Winters hoorde dat Coen en Johan ruzie hadden.
Ymme Henrix hoorde dat Coen en de vrouw van Johan woorden hadden.
Tette zag dat Coen met zijn mes tegen Johan dreigde en tegen deze zei dat hij van roof leefde. Hij noemde de vrouw een roofster.
Nr. 402
Willem Jansz verklaart dat hij Inden Vranckryck zat in het gelag met Berent Wolt en Tielman Florysz en hun gezelschap, waar Berent verklaarde dat hij de vistouwen van Tielman had gekocht. Hij weet niets over de voorwaarden.
Nr. 403
Fol. 93v. Anno 1487 in september.
Johan Jacobsz verklaart dat hij ongeveer een jaar geleden een gast aan tafel had die Henric Albertsz Schomaker heette maar in de wandeling Harry Puloge genoemd werd.
Deze man woonde destijds in Londen. Toen zij aan tafel zaten zei de man tegen Johan Jacobsz dat hij op zoek was naar een man genaamd Ryckman Jansz. Hij wilde Ryckman laten weten dat zijn (Henric`s) zuster en broeder dood waren en dat hij (Ryckman) nu zijn naaste erfgenaam was. Ryckman moest naar Londen komen.
Gise Blanckert verklaart dat Henrick ook bij hem in huis in het gelag had gezeten en had verklaard dat Ryckman voornoemd zijn erfgenaam was.
Onze burgers Albert Rynvisch en Peter Willemsz verklaren dat zij laatstleden omstreeks Sint-Jorisdag na Pasen (23 april) in Londen waren in het huis van de toen nog in leven zijnde Henric voornoemd. Toen zij aan tafel zaten verklaarde Henric dat Ryckman zijn naaste erfgenaam was en dat hij, als hij naar Londen zou komen daarvan geen schade zou hebben.
In de marge staat bovenin: oems soene..
In de marge staat onderin ter hoogte van Londen: int corte suutwerck.
Coram Heyman en Jacob Clinge.
Nr. 404
Warner Molre, Johan Molre en Alyd de vrouw van Jan van Wilsem verklaren dat zij ongeveer een jaar geleden in Jan van Wilsems huis Boven de Poort zaten en daar zagen dat Mette Kaye aan Geert Westerwolt een betuigde merrie verkocht voor 6½ rijnse guldens. Hij zou daarvan in het eerste jaar drie guldens betalen of verdienen met meieren. De rest zou hij betalen op Sint-Jacobsdag nu laatst verleden. Dat wat hij niet met meieren zou verdienen, zou hij met gereed geld betalen.
Nr. 405
Van ter Horne.
Herman Geertsz, Kerstken Goltsmit, Henric Albertsz en Albert Volkeersz verklaren dat zij op Onze-Lieve-Vrouwenavond in Deventer in de Raven in het gelag zaten toen Dirck Mutssen en Jacob ther Horne handgemeen werden. Deze zaten ook in de Raven maar in een ander gelag.
Zij zagen dat Jacob met alle kracht Dirck aan de haren trok en met zijn hoofd tegen de tafel sloeg. Dirck riep “ wopen moerdt” (te wapen roepen). Henric Albertsz trok hen uit elkaar.
Coram Jacob Clinge en Heyman Maesz.
Nr. 406
Fol. 94. Aan allen die dit lezen, etc. In het gerecht verschenen Johan Jacobsz, Gise Blanckert, Albert Rynvisch en Peter Willemsz, onze burgers en geloofwaardige getuigen, welke door een stadsdienaar met recht waren gedaagd op verzoek van onze burger Ryckman Jansz om onder ede een verklaring te geven. Zij verklaarden, etc. [niet afgemaakt].
Nr. 407
In Dronthen
Henric Freest verklaart dat hij onlangs in Dronthen heeft gezien dat Henric de smid van Utert bloedde. Hij zag echter niemand die dat veroorzaakt zou kunnen hebben.
Tyman Lubbertsz verklaart dat hij het zwaard van de smid in de schede heeft gehouden, zodat hij er geen kwaad mee kon doen. De smid heeft er geen kwaad mee gedaan.
Peter Lubberts verklaart dat hij zag [niet afgemaakt en doorgehaald]
Nr. 408
Tusschen lange Wolters wyff ende Heyman.
Gise Blanckert verklaart dat hij de vrouw van lange Wolter bij de arm pakte en weg voerde van Heyman. De vrouw had Heyman gekrabd. Meer heeft hij niet gezien.
Marryken de vrouw van Peter Kremer verklaart dat zij Heyman bij de arm nam zodat zij niet geslagen zou worden. De vrouw van Wolter had Heyman gekrabd. Het gebeurde op de straat voor haar deur. Coram Jacob Clinge en Heyman Maesz
Nr. 409
In Dronthen
Peter Claesz in Dronthen verklaart dat onlangs in het huis van Peter Lubbertsz in Dronthen een gezelschap bijeen was. Daar kregen Heyne Ael en Henric de smid ruzie.
Heyne bedreigde de smid, sloeg hem met zijn vuisten en greep hem bij zijn kleren. Zij vochten verder, maar de anderen hielden hen uit elkaar. Peter Claesz zag niet dat er met een mes werd gestoken en hij zag ook geen verwondingen. Toen hij even later naar huis wilde gaan zag hij buiten de smid staan, die bloedde en tegen hem zei dat hij binnen geslagen was. Peter nam de man mee naar zijn eigen huis en verbond hem met een pleister.
Tyman Lubbersz verklaart dat Heyn Ael en Henric de smid in Dronthen in ruzie hadden.
Heyn sloeg de smid met zijn vuisten. De aanwezigen kwamen tussenbeide. Hij heeft geen bloed of messteken gezien.
Andries Ghysbertsz verklaart dat hij ook heeft gezien dat Heyn Ael en Henric de smid ruzie hadden. De smid had Heyn naar zijn hoed gevraagd, maar die zei dat hij de droes had. Daarop sloegen zij elkaar.
Fol. 94v.
Anno 1487
[vervolg van de vorige folio]
Herman Dircksz verklaart dat hij in het huis kwam en zag zij elkaar aangrepen.
Henric Kaye zag ook dat zij elkaar met hun vuisten bewerkten.
Peter Lubbersz getuigt idem.
Berent Willemsz verklaart dat Heyn Ael de smid met zijn vuisten bewerkte. Hij zag niet dat er met messen werd gestoken of dat er iemand verwond werd. De wond die de smid
aan zijn hoofd had, zou hem volgens zeggen door Herman, de zoon van Swaene Wichers met een kan zijn toegebracht. Coram Jacob Clinge en Heyman Maesz.
Geertruidt Kuckynckhoff verklaart dat zij het vechten ook heeft gezien. De smid bloedde aan zijn hoofd.
Nr. 410
Inden saecken van Peter Lodewichsz.
Jacob Machorisz, Dewe de vrouw van Ysbrant Baers en Dirck van Loven verklaren dat zij er ongeveer 12 jaar geleden bij waren in het huis van Peter Sloyers toen huwelijkse voorwaarden werden gemaakt waarin onder andere Peter Lodewichsz aan zijn zuster Evesse voor haar huwelijk met Herman drie rijnse guldens gaf. Hij gaf zijn zuster ook het aandeel en recht dat hij had aan een brief [eigendomsakte] in het land van Gelre, afkomstig van hun moeder. Hij deed er afstand van. Zij mocht er mee doen wat zij wilde. Daar waren mede bij aanwezig wijlen Peter Sloyer, Jan Geertsz, Herman then Holte en andere goede lieden.
Coram Jacob Clinge en Heyman.
Nr. 411
Henrick Gerrytsz, Albert Willemsz en Wyllem Hermansz verklaren dat zij ongeveer drie weken geleden, terwijl zij voor de stad werkten, er bij waren toen Albert Johansz een wettige koop sloot met Volker de zoon van Mette Kaye. Hij kocht voor 25 witte stuivers een kalf die hij mocht uitkiezen uit een koppel van zeven stuks, die in de weide liepen bij het huis van Rembolt bij de Hogeweg.
Claes Tychheler bekent schuldig te zijn aan Henric Wonder een enkele Davidsgulden min 3½ stuiver.
[Onder aan deze folio staat:] ….. in Grete van Ingens huis bij de Wilgenweg.
Nr. 412
Fol. 95. Inden saken tusschen scipper Andrees ende Heyn Netkens hoeftboosman.
Claes Gosensz, Geert Claesz en Johan Stryprock verklaren dat zij voor de deur van Ghise Blanckert stonden en daar hoorden dat schipper ]Andrees aan de hoofdbootsman voornoemd vroeg waar de ton rootscheers van Cleis van Urck was gebleven. De hoofdbootsman gaf ten antwoord dat hij had geholpen die ton in het ruim te zetten.
Claes Jacobsz, Gelpert Jansz, Wessel Lambertsz, Berent Berentsz en Otte van Staveren, scheepskinderen [bemanningsleden] van het schip van Heyn Netkens, verklaren dat schipper Andrees Claesz in het voorjaar bij Heyn een ton rootscheers had laten inschepen aan de Oord. Andrees had die ton bij het schip van Heyn gebracht. Schipper Heyn gaf zijn hoofdbootsman Otto van Staveren opdracht die ton in zijn schip te laden.
Dat deed Otto. Er werd geen andere rootscheers in het schip gebracht dan die ene ton.
Het was een volle ton vis.
Heyn Netken zei toen tegen zijn scheepskinderen dat de ton meer dan 60 ponden woog.
Hij was voor zeven rijnse guldens gekocht van Johan Geye.
Coram Bartolt en Lubbert Petersz.
Nr. 413
Tusschen Albert den Bol ende Pilgrim Luchtemaker.
Rolof Zwarte verklaart dat hij er bij was toen Albert Claesz een luchte [lamp] kocht van Pilgrim voornoemd. Dat gebeurde ongeveer een jaar en drie maande geleden in het huis van Geert ten Holte, genoemd Inden Moriaen.
Tyman van Olst verklaart dat hij er ook bij was. Het is langer dan een jaar geleden.
Mette then Holte de waardin verklaart dat Albert de lamp in haar herberg heeft gekocht.
Dat was ongeveer een jaar geleden.
Wolbricht weet ook van deze koop en denkt dat dat een jaar geleden plaats vond.
Nr. 414
Henrick Petersz en Tyman Schele verklaren dat zij er bij waren toen Goessen van Campen, staande op de Welle, aan Gheert Berntsz vroeg wat deze wilde hebben als hij Goessen zou helpen om aan de Oord te lichten. Geert van Eeschede vroeg drie stuivers, maar Goessen bood hem een stoter. Daarop gingen beiden weg. Getuigen hebben niet gehoord dat er over dagen of weken werd gesproken. Coram Johan Coipsz en Heyman Maesz.
Nr. 415
Fol. 95v. Inden saecken tusschen Dirck van Mullinge ende Johan van Wilssem.
Roloff Ottensz, Gise Blanckert en Henric van den Berge verklaren dat zij er als dedings- en wijnkoopslieden bij waren in het huis van Gise Blanckert om een overeenkomst te maken tussen partijen. Zij bepaalden dat Johan van Wilssem aan Dirck 25 tonnen kalk moest betalen. De koop van haver die partijen waren overeengekomen, zou hiermee te niet gedaan zijn.
Coram Eernst en Berent.
Nr. 416
Johan ter Stege en Aernt Seygersz uit Elburg verklaren dat zij in Riga gehoord hebben van lieden die er bij waren dat Johan Zwarte, de zoon van Rolof Zwarte, gestorven is aan de pest in een slot te Valyn in Lijfland. Dat was gebeurd omstreeks anderhalf jaar geleden toe daar de pest heerste. Zij hoorden het ook van Albert Petersz, de zoon van Peter Schroer. Coram Lubbert en Jan Coipsz.
Nr. 417
Henric Jacobsz verklaart dat hij er bij was in het huis van de schout te Haeren bij Groningen toen de schout zei tegen Herman Sadelmaker dat Berent Jansz vanwege hem (de schout) geld had gebeurd te Groningen. Wanneer Berent thuis kwam en Herman zou manen voor een plak dan zou hij hem daarvoor een gulden geven.
Ghysbert Claisz verklaart hetzelfde. Coram Goeswino et Bertoldo.
Nr. 418
Beernt Geertsz, Pilgrim Schroer, Henric Willemsz en Aerent Petersz, waard in de Hagen [doorgehaald], verklaren dat zij op de stadsbrug hebben gehoord dat Herman de Sadelmaker had beloofd voor Jacob, de schout van Haer[en], 55 stuivers te betalen aan Beernt Johansz wanneer hij (Herman) van Groningen weer thuis kwam.
Coram Eernst en Berent.
Nr. 419
Visch. kese
Aerent Petersz in de Hagen verklaart dat in zijn huis Henric Lodewichsz en Louwe Tymansz het volgende waren overeen gekomen. Henric zou aan Louwe leveren zes pond zware kaas, waarvoor Louwe aan Henric zou leveren 6½ pond gestoken vis.
Voorwaarde was dat het goede waar moest zijn. Beide zouden `s morgens de waren bezien. Wie het niet wilde aanvaarden zou door het betalen van de wijnkoop van de zaak af mogen zien. Zij hebben het goed de volgende morgen bezien en het elkaar over en weer geleverd.
Coram Jan Coipsz en Lubbert.
Nr. 420
Fol. 96. Pelgrim Jansz, Berent Gotschalck en Johan Gotschalck verklaren dat zij er ongeveer vier jaar geleden bij stonden voor de Lyndenpoort in Enschede toen Herman Scyt, burgemeester van Enschede, Coert Gruter de oude zonder enige aanleiding met een jonckmes of kleinmes in zijn dijbeen stak. Coert kreeg een lelijke en diepe wond, waar hij lange tijd ziek van was. Hij vreesde toen dat zijn been moest worden afgezet.
Coram burgemeesters Johan Coipsz en Lubbert.
Nr. 421
Egbert Jansz, Henric Claisz, Johan Arentsz en Wenemer Jansz verklaren dat zij in Jacob van Sutffens huis waren en daar hoorden dat Lubbert Bast en Henrick Westfelinck uit Deventer onderhandelden. Henrick zou voor iemand anders van Lubbert de vis kopen die in het schip lag, als Lubbert, die er een aandeel aan had, toestemming had om die te verkopen. Er kon meer vis in het schip liggen dan was opgegeven. Op die voorwaarden werd de koop gesloten. Zij gaven elk vier vanen bier voor de wijnkoop. Coram Bartolt en Gysbert.
Nr. 422
Johan van Bairlo verklaart dat hij gehoord heeft dat Garbrich Henricks tegen Alyt Dycks zei dat als zei (Alyt) buiten haar huis gebleven was, zij zich niet in een avontuur gestort had. Toen zei Alyt tegen Garbrich dat God haar de droes moest geven om haar leugens. Je liegt dat ik je het hoofd op hol gebracht heb.
Mette Brants en Aechte Brants getuigen hetzelfde.
Nr. 423
Johan Claesz en Peter Jansz verklaren dat Herman Sadelmaker en Henrick Scherinck hen hebben ingeschakeld bij de verkoop van pinkvellen. Zij bepaalden dat Herman van Henrick 12 vellen zou kopen voor een stoter per stuk.
Nr. 424
Fol. 96v. Borgen voor [?]
Johan Lambertsz Schomaker
Peter Barbier
Ysbrant Baers vrouw
Moy Frerics weduwe
Alijt Jansz, de vrouw van Valck Woltersz, bekent schuldig te zijn aan Berent Hake 3 rijnse guldens.
Peter Peters vulre getuigde in december.
Nr. 425
Inden saecke tusschen Thys Berentsz ende Luyken Henrixsz.
Thews Woltersz verklaart dat wijlen Willem Wenemers, de vrouw van Wenemer Jansz, met Thys Berentsz een koe ruilde voor een vaars. Dat wat de koe meer waard was dan de vaars zou Thys voor haar inmanen van Dirck Roethoeft, te weten de 7 rijnse guldens die Dirck haar schuldig was.
Helmich Henrixsz, Nelle Zweers en Tryssen Jansdochter waren ook bij de ruiling aanwezig en verklaren hetzelfde. [De aantekening is doorgehaald en vervangen door het volgende]
Van de koe.
Inder zaecken tusschen Thys Berentsz ende Luyken Henrixsz.
Thews Woltersz, Helmych Henrixsz, Nelle Zweers en Trysse Jansdochter verklaren dat Willem, die de vrouw was van wijlen Wenemer Jansz, met Thys Beerntsz een koe ruilde voor een vaars. De koe was meer waard. Voor de meerwaarde zou Thys voor haar de 7 rijnse guldens inmanen die Dirck Roethoeft haar schuldig was. Toen deze ruiling werd afgesproken waren Nelle en Trysse er bij. Coram Lubbert en Jan Coipsz.
Nr. 426
Johan Kanneken en Henric Melysz verklaren dat zij er een aantal jaren geleden bij waren toen Geert Backer, die nu ten Damme woont, en Johan Jacobsz wever gezamenlijk alhier te Kampen van onze burger Herman van Uterwyck twee vette ossen kochten voor 16 rijnse guldens.
Nr. 427
Oedewyn Wedingens, toner van deze brief, als executeur van het testament van wijlen Jan Jacobsz, heeft deze 16 rijnse guldens betaald van diens nagelaten goederen aan Herman van Uterwyck. Geert Backer heeft aan Oedewyn de verschuldigde 8 rijnse guldens niet voldaan.
Hase, de dienstmaagd van Herman van Uterwyck, verklaart dat Oedewyn de 16 rijnse guldens alleen aan Herman betaald heeft. Coram Lubbert en Gosen.
Nr. 428
Fol. 97. [Op deze folio heeft de secretaris een aantal losse letters geschreven om zijn schrijfveer te testen]
Depositiones testium et alia anno MCCCCLXXXVI (1486).
Ffolkeer Gerbrantsz, stuurman van het schip van Moy Frerick van de Bergenvaarders, schipper Luyken van Staveren en schipper Heyn Netken, onze burger, verklaren dat zij onlangs in Bergen in Noorwegen waren toen de kooplieden Johan Siel, Willem Jansz, Johan ten Holte, Herman Lubeley en anderen aldaar aan schipper Moy Frerick als goede kooplieden hadden beloofd dat hij vrij en onbelast zou zijn van de touwen en “boenen
netten” die hij van Herman Lubeley had ontvangen en dat de onkosten daarvan zouden worden omgeslagen over de goederen in de ruimen van alle kooplieden, penning penningsgewijs..
Coram Jan van Vene en Johan van Roederlo.
Nr. 429
In der saecke tusschen Orber Hase en Lubbe Twents.
Lubbert Martenz, Claes Johansz, Remmelt van Gulic, Henric Voss, zegslieden, en Henric van Vilsteren, overman, verklaren dat zij een overeenkomst hebben gemaakt tussen Orber Haese en Herman Twent en zijn vrouw Lubbe. Zij hebben de partijen kunnen vergelijken van de onenigheid die zij hadden over het huis in de Naalde, waarin Herman en Lubbe wonen, te weten dat Orber de stenen kamer die aan het huis gebouwd is, zal behouden, evenals de mest in de vaalt, de oven en het riet op het land staande.
Over tinsen van beide zijden werd niet gesproken.
Deze overeenkomst werd gemaakt op maandag voor Sint-Katherijnedag laatstleden.
Nr. 430
Peter Johansz van Boelsweert [Bolsward] verklaart dat hij omstreeks Palmdag laatstleden ook goederen had in het schip van Grove Heynen toen er goederen overboord werden gezet. Zijn deel van de lading bestond uit 50 stuks wagenschot. Het uitgeworpen goed zou worden verrekend over het schip en alle goederen. Hij heeft zijn aandeel van het werpgeld betaald aan de schipper.
Coram burgemeesters Johan de Veno en Lambert.
Tyman van Olst 2 ponden boete. Zijn borg is Johan Daemsz.
Nr. 431
Fol. 97v. Anno LXXXVI (1486)
Tusschen Jacob Busch ende Johan Henrixsz goltsmit.
Johan Geerloichs de metselaar, Evert Andriesz en Johan Loysz verklaren dat zij omstreeks Beloken Pasen aanwezig waren toen Jacob Busch en Johan Henrixsz in vriendschap een overeenkomst hebben gemaakt over de muur tussen hun huizen. Zij zouden die voor gezamenlijke kosten tot op het fundament laten afbreken. Daarop hebben de drie getuigen voornoemd de stutten geplaatst en de muur afgebroken.
Voorwaarde was ook dat Jacob Busch aan Johan Henrixsz de kalk zou leveren om de muur weer op te bouwen. Zij zouden de stenen die er van de afbraak na het opmetselen van de muur over waren gebleven verkopen en het geld samen delen. Coram Henric Hoppenbrouwer en Johan van Roederlo.
Nr. 432
Fol. 98. Inder saecken tusschen Geert Roetersz ende Herman Molre.
Jacob Dubbelsz, Gise Lambertsz en Claes Frerixsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Gise Blanckers toen Herman der mulre van Geert Roetersz een paard kocht om te gebruiken voor zijn molenkar voor 21½ rijnse gulden. Johan van Roederlo deed als bemiddelaar daarvan de uitspraak. Verkoper en koper gaven elkaar de hand en regelden de wijnkoop.
Voorwaarde was dat het paard enkele dagen mocht worden gebruikt voor de molenkar en als het dier dan voldeed, zou de koop bevestigd zijn. Voldeed het paard niet, dan
mocht Herman de koop ongedaan maken en zich terugtrekken na betaling van het wijnkoopsgeld.
Getuigen verklaren dat Herman tevoren naar Zalk was gegaan om het paard te bezien en te berijden. Coram burgemeesters Jan en Lambert.
Nr. 433
Inden saecken tusschen Gosen Boem ende Floer Lukener.
Dirck Witte en Johan Penning verklaren dat zij op dinsdag na Dertiendendag in het Zweert een moetsoen hebben gemaakt tussen partijen voornoemd over de bezate van 12 varkens die Gosen had laten bezetten [beslag op laten leggen] te Wilsum. Gosen zou het geld dat voor de varkens gebeurd was, behouden als korting van een som van 21¼ rijnse guldens die Aernt Florysz aan Gosen schuldig was. Gosen zou daaraan het gerechtsgeld en onkosten van 1½ rijnse guldens korten. Dat wat Gosen meer tekort kwam van bovengenoemde som dat zou Florys hem betalen alsof het zijn eigen schulden waren.
Voor deze moetsoen betaalden zij elk 10 stuivers voor de wijnkoop.
Nr. 434
Lubbert Oltboter, Henrick Dubbeltsz en Henrick Vos verklaren dat zij ongeveer drie weken voor Midwinter bij de op het land getrokken barse op de Welle stonden toen Johan Willemsz aan schipper Johan Gerritsz van Edam het geld aanbood van een verlopen termijn dat Johan Willemsz schuldig was aan Peter Heynensz van Edam van een schip.
Johan Gerritsz gaf ten antwoord dat hij geen geld wilde ontvangen, omdat het in Holland minder waard was. Johan Willemsz zei toen dat hij met hem mee moest gaan en dat hij hem dan geld zou geven waar hij niet aan zou verliezen. Als je het dan nog niet wilt ontvangen, geef ik geen ander geld dan geld van de huidige muntwaardering.
Coram Gosen en Albert Evertsz.
Nr. 435
Ernst van Isselmuden volmachtigt mr. Peter Bueren en Johan van Aernhem zijn pachtgelden in te manen te Wilsum en te Genemuiden.
Nr. 436
Fol. 98v. Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Kampen verklaren dat voor hen zijn verschenen Lubbert Oltboter, Henric Dubbeltsz en Henrick Voss, burgers en geloofwaardige getuigen, welke onder ede verklaarden dat zij ongeveer drie weken voor Midwinter laatstleden alhier in Kampen aan Welle stonden bij de op het land getrokken barse en daar hoorden dat Johan Willemsz, burger van Kampen, aan schipper Johan Gerrytsz van Edam vroeg om het geld aan te nemen dat hij schuldig was aan Peter Heynensz van Edam wegens een te betalen termijn van een schip. Schipper Johan Gerrytsz wilde het geld niet ontvangen omdat het, naar hij zei, in Holland minder waard was. Daarop vroeg Johan Willemsz aan hem om met hem mee te gaan. Hij zou hem dan goed geld geven, waaraan hij niets zou verliezen. Zou hij dat dan nog niet aannemen dan zou hij geen andere geld krijgen dan nu gangbaar is.
In de marge staat dat hij het recht heeft ontweken.
Coram Gosen en Albert Evertsz.
Verder certificeren de stadsbestuurders met deze open brief dat Johan Willemsz voor de schout van Kampen Peter Heynensz had laten dagen om hem te verplichten het geld te ontvangen.
Het stadsbestuur benoemde twee van zijn leden om met partijen tot een overeenkomst te komen, maar dat gelukte hen niet. Daarom werden beiden opnieuw voor het gerecht gedaagd. Op de rechtdag verscheen Johan Willemsz wel, maar Peter Heymensz had het recht ontweken en de stad verlaten.
Nr. 437
Fol. 99/99v. [los blaadje]. Inden saken tusschen Johan Florysz ende Johan van Eybergen.
[1488]
Nr. 438
19 augustus 1488. In causa Roleff van den Werve.
Johan van den Werve, Willem Geertsz, Aerent Geertsz en Wyllem Petersz verklaren dat ongeveer 16 jaar geleden Jacob Busch en Wendele, toen vrouw van Roloff van den Werve, op het huis voor de Raad kwamen en vroegen om twee of drie heren ponden aan jaarlijkse rente te mogen verkopen. Roloff was “een ledich man” en kon zich van zijn jaarlijkse rente niet redden. Daar gingen de door de stad aangestelde mombers Henrick Aeltsz, Johan die Jonge, Herman van den Werve en Wolbert then Hoeve tegen in, zeggende dat zij wel 50 heren ponden per jaar aan rente hadden, waarmee zij zich konden redden. Zij wilden als momber niet toestaan dat er rentebrieven verkocht werden. Wolbert then Hoeve toonde de Raad rentebrieven van Roloff van den Werve.
Daarop wees de Raad dat Jacob en Wendele geen goederen mochten verkopen, want zij hadden daarvan slechts het vruchtgebruik.
Coram burgemeesters Johan Claesz en Gosen Klenckenberch.
Nr. 439
Hubert Schroeder, Robbert Droechscheere en Henric Jacobsz verklaren dat zij er ongeveer een maand geleden bij waren op het Sanct Nicolaaskerkhof toen Johan Hesselsz aan Werner Jansz vroeg om hem zijn hooi te leveren. Daarop zei Werner tegen Johan dat hij hem geen hooi wilde leveren.
Nr. 440
Geert Willemsz, Henric Rotgersz, Geert Hermansz, Herman Willemsz, Coert Jansz en Henric Dyrcksz verklaren dat de vrouw van Dyrck die Vette het huis van Jacob Dranchoefft binnen liep en de vrouw van Jacob bij de schouders greep en heen en weer schudde. Daarop goot Jacob een kan bier tussen hen in om ze uit elkaar te halen. De vrouw van Jacob bleef lachen en zei tegen de vrouw van Dyrck de Vette dat als zij kwaad was en wilde klagen, zij dat niet met een kwade kop in haar huis moest doen.
Coram Wolter Wolffsz en Kerstken.
Nr. 441
Lubbert Mellysz, Goesen Wulffsz, Sybrant Geertsz en Johan Seygersz verklaren dat zij omstreeks Sanct Pulsien laatstleden (13 augustus) in het huis van Jacob van Sutphen waren, waar Jacob Heymansz aan Geert van Groningen een huis verkocht op de hoek van de Sanct Jacobssteeg voor 16½ heren ponden per jaar. Lubbert Mellysz en Sybrant Geertsz voornoemd waren hier als seggesluden [bemiddelaars] bij. Een voorwaarde was
dat Geert van deze jaarlijkse rente ieder jaar één heren pond zou aflossen totdat 3½ van de 16½ heren ponden zouden zijn afgelost, te beginnen op Pasen aanstaande. Toen de koop was gesloten, verscheen Goessen Pauwelsz in het gelag en vroeg aan Geert of hij hem deze koop wilde overdoen op de voorwaarden voornoemd. Hij drukte Geert een wilhelmusschild in de hand, welk handgeld hij aangenomen heeft. Coram Nannyngk en Wolter Wulffsz.
Nr. 442
Fol. 126v. Peter Jansz en Johan van Moersse verklaren dat zij er ongeveer anderhalf jaar geleden bij waren in de Pellicaen, achter in de kamer, om te bemiddelen tussen Derick Dasse en Thonys Neve (nu wijlen), die door Derick voor het gerecht was gedaagd. Daar kwamen Herman Geertsz, Herman van der Vecht en Jan Crumme ook bij. Zij allen zouden een uitspraak doen in het geschil waaraan beiden zich moesten houden. Dyrck Dasse wilde zich niet aan de uitspraak houden, waarop Thonys Neve zich ook terug trok. Hij wilde tegen Dyrck voor het gerecht komen. Thonis betaalde daarop het gelag.
Coram Nannynck en Lambert.
Nr. 443
Henrick Swedersz en Jacob Machorysz verklaren dat zij er omstreeks Pinksteren
bij waren in de Pellicaen toen Isbrant Baersz Gerbrant de waard in de Pellicaen maande voor een som geld, waarvan deze zei dat hij een deel al betaald had.
Beide getuigen bemiddelden in deze zaak. Er werd afgesproken dat Gerbrant ieder week een halve rijnse gulden zou betalen totdat het gehele bedrag voldaan was. Gerbrants broeder Willem zou daar borg voor staan. Isbrant zei dat het ging om een som van ongeveer 15 gulden.
Coram Kerstken, Clais Sulman en Johan van den Vene.
Nr. 444
Johan van Wilssem verklaart dat hij heeft gezien dat Berent van Ryssen met zijn sleepnetten heeft gevist in de Graven en op de Snappert en in het Vordebroek, waar mee hij vis ophaalde.
Wyllem Swane verklaart dat hij heeft gezien dat Berent van Ryssen met zijn sleepnetten heeft gevist op Collensant, waar het niet dieper was dan een voet. Hij dreef met de schuit over zijn touwen.
Jacob Gysberts verklaart dat hij heeft gezien dat Berent van Ryssen met zijn sleepnetten minder dan een jaar geleden viste op de Graven en op de Snappert. Ook heeft hij met zijn netten vis gevangen in het Vordebroek. Coram Johan van Roderloe en Wolter Wulffsz.
Nr. 445
Johan ten Hoeve, Johan Herbersz, Johan Blauwe, Eefse, de vrouw van Johan ten Hoeve, en Ffoyse, de vrouw van Geert Wissigers verklaren dat het kalf dat Berneer op verleden woensdag heeft opgehaald toebehoort aan Hadewich ten Toerne. Zij konden het zien aan de haren en aan het merk. Coram burgemeesters.
Nr. 446
Herman van der Vechte, Herman Geertsz en Johan Cromme verklaren dat zij er bij waren in de Pellicaen toen Derick Dasse en wijlen Thonys Neve spraken over een
onenigheid die zij hadden en waar zij om aan het rechten waren. Derick en Thonys gaven de zaak in handen van getuigen voornoemd en van Peter Jansz en Johan van Moersse. Zij deden een uitspraak waarmee partijen uiteindelijk tevreden waren. Daarna, op dezelfde avond, herriepen zij dat. Zij wilden weer voor het gerecht komen. De drie getuigen zeiden daarop dat dat niet kon en dat zij zich aan hun uitspraak moesten houden. Daarop betaalde Thonys Neve het gelag.
Nr. 447
Fol. 127. Wolter Aerentsz, Ghysbert Claesz en Kerstken Claesz verklaren dat zij afgelopen woensdag Boven de Poort in Kerstkens huis als wijnkoopslieden aanwezig waren toen Aerent Gerrytsz van Hasselt aan Johan Henrixsz de mulre een grijze hengst verkocht voor 22 rijnse guldens. Voorwaarde was dat Johan aan Aerent, als die terug kwam uit Elburg, 11 rijnse guldens in gereed geld zou geven en de andere 11 guldens zouden worden aangetekend in het stadsboek. Dat bedrag moest binnen een jaar worden voldaan. Johan de mulre gaf vijfstuivers voor het gelag, waarvan Aerent hem het derde deel zou korten.
Coram Kerstken en Nanningk.
Nr. 448
Peter Geertsz verklaart dat in zijn huis Geert Coppensz aan Berent van Ryssen niet meer heeft gegeven dan 2 rijnse guldens en 4 stuivers.
Herman van Ryssen, Geert Ottensz, Geert Jansz en Tyman Jansz verklaren dat zij in de Vasten laatstleden in de Hagen in het huis van Alyt Borre waren en bemiddelden tussen Geert Hoyer en Syrck die een ruil overeen kwamen. Het ging om een schip en een panser [harnas]. Als Syrck zou terugkeren van zijn reis zou hij Geert drie mudden rogge geven. Mocht Syrck van zijn reis niet terugkeren dan zou Geert niets krijgen.
Coram Kerstken en Gosen Clenckenberch.
Nr. 449
Wynken Wesselsz, Albert Claesz en Berent Schulte verklaren dat zij hebben gehoord dat Jacob ther Hoerne tegen Johan van Steenbergen zei dat hij had geholpen bij de bestorming van Amersfoort. Dat was niet waar zei Steenbergen; hij was er niet bij geweest. Ik heb dat wel horen zeggen, zei Jacob. Je moet mij de naam noemen van de man die dat tegen jou heeft gezegd, zei Steenbergen, want anders houd ik jou voor degene die het beweert. Daarop zei Jacob dat het wel mogelijk was dat hij niet aan de bestorming van Amersfoort had meegedaan, maar hij had wel meegedaan toen zijn familie in het Veen werd doodgeslagen.
Coram Nanninge en Evert van den Veen.
Nr. 450
Wyllem Harnasmaker, Roloff Swarte en Johan van Marcken, timmerlieden, verklaren dat zij ongeveer twee jaar geleden door de Raad werden gezonden naar Peter Baertscheere om hem aan te zeggen dat hij de zolder van het huis moest ontruimen omdat zij aan het huis en de zolder iets moesten verbouwen. Peter zei tegen hen dat hij dat niet wilde doen. Hij wilde zijn hout en turf niet verwijderen. Daarop stuurde Ave Sybrants de timmerlieden naar het huis om het noodzakelijke timmerwerk te doen. Peter
en zijn vrouw wilden dat niet toestaan. Zij wilden hun hout en turf op de zolder laten liggen. Coram Johan van den Veen en Evert van den Veen.
Nr. 451
Geert Tryppemaker en Jacob Claisz verklaren dat Geert Roleffsz een hulk heeft gekocht van Hermen Vriesenberch en Sweder Brave. Dat was in Amsterdam, ongeveer een jaar geleden, in het huis van Heyman Roerdasse in de Warmoesstraat. Hij kocht het schip met takel en touwen zoals het van zee gekomen was. Coram Nannynck en Evert.
Nr. 452
Fol. 127v. Herman Jacobsz verklaart dat hij gehoord heeft in haar eigen huis van Moy Baten dat het stuk linnen laken dat Johan Kanne voor haar had geweven vier en een kwart pond te licht was.
Henrick Holtsager, Ghelpert Vysken, Clais Vyysken en Henrick Evertsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Mechtelt Geye in IJsselmuiden toen Schone Bate zei dat Johan Kanneken haar garen had gestolen. Coran Nannynck en Johan van Roederlo.
Nr. 453
Wyllem Harnasmaker, Geert Henrixsz en Rotger Jansz verklaren dat zij in het huis van Bate hebben gehoord dat Gelpert Vysken in het openbaar en zonder dat hem iets was gevraagd verklaarde dat Johan Kanneken had gezegd dat hij de getuigen een dag lang de kost wilde geven als die hun getuigenis wilden herroepen. Hij wilde hen ook wel een ton bier geven als zij hetzelfde wilden verklaren als Geerloff de waardin. Coram Henric van Onden en Kerstken Jansz.
Nr. 454
Ruederic Geye
Johan Henrixsz de goudsmid en Johan Henrixsz zijn broeder verklaren dat zij een tijd geleden met Jacob van Munster en Roderick Geye voor de schout van Dalfsen waren verschenen om tegen Gosen Hake te procederen wegens een schuld. Zij hebben de zaak toen laten rusten, deden handtasting aan de schout en gaven ten overstaan van de schout Roderick Geye een volmacht om verder te procederen tegen Gosen Hake en hun deel van de vordering in te manen. Roderick mocht aan de hand van een bezegelde brief procederen uit hun naam. Hij kon daarbij winnen of verliezen. Johan, Johan en Jacob voornoemd zouden gezamenlijk de kosten van vertering en diensten van Ruederic betalen. Het gerechtsgeld zouden zij met z`n vieren betalen.
Geert Wyssinck verklaart dat hij er bij was toen Ruederic de volmacht kreeg ten overstaan van de schout van Dalfsen. Van het kostgeld en gerechtsgeld weet hij niets af.
Nr. 455
In causa Jan Willemsz.
Herman Henricsz, Gheert Jansz en Gheert Reynersz, burgers van Kampen, verklaren dat zij met schipper Johan Willemsz in de boot waren, drijvende in zee, toen Peter/Pier Lemsz uit Den Briel hen op hun dringend verzoek aan boord van zijn haringbuis nam.
Hij eiste geen geld van hen. Schipper Jan Willemsz, noch een van de schepelingen hebben hem [hun redder] iets beloofd. Schipper Pier Lemsz voornoemd ontving van schipper Jan Willemsz een nieuwe tros, 14 riemen, een zweep, twee bootshaken en een ketel, samen ter waarde van een pond groot Vlaams. Coram burgemeesters, anno 1488.
[De secretaris tekende een handje met een wijzende vinger en het woord nota in de marge]
Nr. 456
Fol. 128. Tymen Lamberts en Andrees Vierholt verklaren dat zij er bij waren in Brunnepe tot Lubbe [niet afgemaakt].
Geert Jansz Rademaker en Thonys Rademaker verklaren dat zij in de afgelopen zomer aanwezig waren in het huis van Luyken Luykensz Boven de Poort en daar hebben bemiddeld tussen Aerent Holtsager ter ener zijde en Herman Beyer, Cracht en Luyken voornoemd ter andere zijde, over de verkoop van twee raderen die Aerent aan Herman verkocht voor een rijnse gulden per stuk. Voor de betaling zou Cracht borg staan tot 30 stuivers, waarvoor hij hooi zou kunnen krijgen. Wel zouden Luyken en Cracht het hooi pas aanvaarden wanneer Aerent zijn zaken zou hebben afgehandeld, want hij wilde Herman Beyer niet aanspreken te Zalk. De 10 stuivers die nog aan de twee gulden ontbraken, zou Luyken van Herman eisen.
Coram Nanningk en Claes Sulman.
Nr. 457
Arent Sunnes verklaart dat Gheert Tymansz uit Amersfoort ongeveer vijf jaar geleden aan boord van zijn schip kwam toen hij van Amsterdam naar Kampen zeilde. Gheert trad op als kapitein en hoofd van de bemanning van een schip van de stad Amersfoort.
De Amersfoorters namen uit Arents schip 16 Leidse lakens, die toebehoorden aan Mertijn de Quade uit Deventer. Zij namen ook Bremer bier, kazen en andere waren, dat de kapitein aan zijn soldaten te eten gaf. Bij de mannen die de waren uit het schip van Arent meenamen, was Wulffert van Hoeve niet.
Nr. 458
Henrick Freest, Herman Wachter, Johan Derxsz, Mauwerser Aerentsz en Berent Wolt verklaren dat Teelman Ffloer het zesde deel van 20 ponden trekgeld toekomt, afkomstig van de verpachting van het tweede slag van het Haatland.
Coram Johan van Roederlo, Lambert van der Hoeve en Kerstken Jansz.
Nr. 459
Meynert Jansz, Astlyck en Wermbolt verklaren dat zij acht dagen voor Sint-Maarten laatsleden hebben gezeten in het huis van Wyllem Hoefft en daar bemiddelden over de huur van een huis aan de Kalverneckenbrugge dat Goessen Pauwels verhuurde aan Otto Boykens. De huur bedroeg vier koopmans rijnse guldens per jaar. Otto gaf een stoter voor de wijnkoop.
Nr. 460
Gostuwe Kuele, Griete Boisters en Styne Fflorys verklaren dat Jacob van Drunthen, die burger was van Kampen maar nu woont te Sloten in Friesland, waarnaar hij in de nacht heimelijk vertrokken is, ongeveer 19 jaar geleden van (nu wijlen) Effse Schomakers, burgeres van Kampen, vier bezegelde Kamper lakens kocht voor zes rijnse guldens per stuk, welke nog niet betaald zijn. Henrick Scherinck, zoon van Effse, komt dit geld toe.
Coram Nannynck en Claes Sulman. 10 januari.
Nr. 461
Fol. 128v. Nota. Tuychnisse anno LXXXIX (1489)
Roloff Swarte, Geert Tymmerman, Lysbeth Swarte en Armgaert Lamberts verklaren dat zij ongeveer 14 dagen geleden in het huis van Sybrant Tymmerman hebben gehoord dat Geert Budel tegen de vrouw van Engelbert Kistemaker, die aan tafel sprong, zei dat ze een hoerensprong maakte. Roloff Swarte verklaart ook nog dat Geert tegen de vrouw zei “Ghese van Aecken, ghy hebt een schepel rogge met vogelen [gemeenschap] verdient”, maar je had nog meer kunnen krijgen.
Nr. 462
Geert Kistemaker,Tyman van Olst en Lambert Kistemaker verklaren dat zij ongeveer twee jaar geleden met een bruidegom teerden in De Clocke. Daar zaten Engelbert Kistemaker en Geert Budelmaker ook, beiden aan dezelfde tafel, maar ieder aan een andere kant.
Nr. 463
Gheert Wyssynck verklaart dat hij een tijd geleden met Wycher Clais van Meppel en Derck Mewesz van Hasselt, te Kampen in het huis van Beatersche, de vrouw van Wyllem Petersz, een uitspraak heeft gedaan in de onenigheid tussen Johan Schroeder te Meppel en Peter Katreep te Kampen. De zoon van Johan Schroeder, die diende bij Peter Katreep, had voortijdig zijn dienst verlaten. Peter moest hem een vlassen hemd geven en nog zes vanen bier voor het gelag. Wie van partijen het met de uitspraak van de scheidslieden niet eens was, zou met drie vanen bier van de zaak af zijn. Peter gaf daarop aan dat hij zich niet aan de uitspraak wilde houden en dat hij de drie vanen bier zou betalen.
In het gerecht verscheen Beatersche voornoemd, welke verklaarde dat Peter haar de drie vanen bier betaald had. Coram Lubbert en Heyman.
Nr. 464
In het gerecht verschenen de Kamper burgers Johan van Oestenwolde en Wolbert Ruhorst, goede en geloofwaardige getuigen, door het gerecht gedaagd, welke onder ede het volgende verklaarden.
Zij waren aanwezig in het huis van Wyllem Splynter in Amsterdam, waar Wyllem van onze burger Claes Water een halve brouwte Hamburger bier kocht voor vier en een kwart gangbare rijnse guldens per ton. Voorwaarde was dat Wyllem zou betalen in op die tijd gangbaar goud- en zilvergeld zodra hij het bier zou ontvangen. Wyllem ontving het bier omstreeks Sint-Katherijnendag laatsleden. De gouden rijnse guldens werden gewaardeerd op 45 stuivers en de vuurijzers voor een half oord minder dan vier stuivers.
Andere munten waarmee het bier zou worden betaald, zouden worden gerekend naar de waarde die daar toen voor gold.
Coram Frederic Rynvisch en Ghysbert van Leuwen.
Lambert Lambertsz verklaart over voornoemde zaak dat hij had gehoord dat Wyllem Splynter aan Claes Water zou betalen met goudguldens van 45 stuivers per stuk en met vuurijzers ter waarde van vier stuivers min een oortken.
Nr. 465
Fol. 129. Johan Voren Plonijsz.
Wyllem Sloyer en Leffart Murrekyn verklaren dat zij er ongeveer drie jaar geleden als wijnkoopslieden bij waren in het huis van Johan van Delden en hoorden dat Johan Fredericksz van Johan Voern Plonysz een kamp land huurde, gelegen in de Diesermark, voor een periode van drie jaar, voor acht heren ponden per jaar. Voorwaarde was dat Johan Fredericks gedurende die huurjaren de kamp niet zou hooien of bezaaien. Mocht er echter narigheid ontstaan onder het vee, dan mocht hij wel hooien.
Nr. 466
Gheert Claisz, Albert Folckersz en Joest Brandenborch verklaren dat zij verleden jaar in Reval van Lubbert Alffersz hebben gehoord dat hij van Henrick Sticker twee lasten rogge had gekocht voor 39 koopmans rijnse guldens per last.
Nr. 467
Coirt Nykerke, Henric Jansz en Valck Woltersz verklaren dat Johan Jacobsz aan Johan Houwyng in Texel een gangbare rijnse gulden leende.
Nr. 468
Roloff van Ummen en Peter Greve verklaren dat zij ongeveer een jaar geleden in Kampen in de Heilige-Geestkerk aanwezig waren als huwelijks- en dedingslieden. Zij hoorden daar dat Goessen Schaekel aan zijn dochters man Derick Lubbertsz een som van 100 arentsguldens beloofde als huwelijksgift en meer niet. Als echter Derick zich goed gedroeg dan kon hij nog vier of vijf mudden rogge tegemoet zien.
Nr. 469
Henrick Hugensz en Volcker Petersz verklaren dat zij verleden herfst met het schip van schipper Johan Joryaens uit Bergen in Noorwegen kwamen. In het schip liet Johan Bartoltsz hen twee stukken “walraets” [amber] zien. Het ene stuk was zo groot als een vuist en het andere stuk was iets groter. Hij zei dat de stukken zijn eigendom waren. Coram Bartolt en Ghysbert.
Nr. 470
Claes Dyrcksz, Johan Gysensz en Johan Goykensz verklaren het volgende.
Claes verklaart dat hij op twee verschillende dagen een voer turf had gehaald te Oosterwolde van het land van Geert Schepeler.
Johan Gysensz en Johan Goikensz hebben elk een voer turf van dat land gehaald. Zij brachten die turf naar het huis van Berent Wolt. Dat gebeurde in de zomer laatstleden.
Coram Bartolt en Gysbert.
Nr. 471
Fol. 129v. Henrick Krueser verklaart dat in het jaar 1487 toen hij in Riga op de markt stond Hans Kamphuysen en Henrick Heket bij hem kwamen. Henrick Heket had het met getuige over het verschepen van 15 lasten assche [potas] die Henrick van der Hoeve hem zou hebben overgedaan om te verschepen. Toen zei Kamphuys tegen Heket dat hij die assche wel wilde verschepen. Henrick Krueser zei daarop dat het hem niets uitmaakte wie van beiden de assche zou verschepen. Daarop ging Krueser bij hen weg.
Hij weet niet wie van beiden de assche had verscheept. Coram Berent Henrixsz en Rurick van Endoven.
Nr. 472
Jacob van Munster en Frederick Hermansz verklaren dat zij met schipper Warner Topkens op zee waren en in grote nood kwamen. Er werd toen door de schepelingen geloot wie van hen na behouden thuiskomst een bedevaart zou maken naar Sanct Jacob.
Er werd gesproken over de voorwaarden van een bedevaart, waarop Hinckende Herman zei dat er drie ponden groten en een nobel voor stonden. De schipper zei toen dat zij de voorwaarden zouden opvragen in de plaats waar zij aan land zouden komen. Het bedrag dat men hen daar zou noemen, wilde de schipper gaarne betalen, zelfs eerder meer dan minder.
Nr. 473
Dyrck Kannegieter en Dyrck then Zyle de barbier verklaren dat zij meer dan een jaar geleden in het huis van Ghyse Koters zagen dat Berent Geertsz de korvenmaker een man binnenbracht die Boven de Poort woonde en die van Wycher Geye een paard kocht. Wycher zei toen tegen Berent dat hij de man niet kende maar op voorspraak van hem de koop zou laten doorgaan. Berent had gezegd het is een goede man die u wel zal betalen. Ik sta voor hem in.
Nr. 474
Aerent Dyck, Willem Coertsz en Henryck Dyck verklaren dat zij omstreeks Pasen laatstleden bij de Clocke waren en hoorden dat Jacob Busch aan Garbrant Boyster een “grauwen schorsteen” verkocht. Voorwaarde was dat Garbrant aan Jacob zes enkele guldens voor deze schoorsteen zou geven wanneer hij (Jacob) terugkwam uit Jeruzalem.
Coram Eernst en Ghysbert.
Nr. 475
Fol. 130. Johan Lambertsz en Jacob Ghysbertsz verklaren dat zij op Midwinter laatstleden toen zij zaten in het huis van Styne inden Lappe hoorden dat Albert Claesz aan Johan van Wylsem het voederen van een paard uitbesteedde. Dat zou duren tot Vastenavond daaraan volgend.
Coram Bartolt en Jacob Clinge.
Nr. 476
Geert Hoyer en Johan van Wilsem verklaren het volgende. Geert bevist het water van de Wedeme al langer dan 40 jaar en Johan doet dat al langer dan 28 jaar. Het jaarlijkse pachtgeld van deze visserij wordt in drieën gedeeld. Een deel is voor de “korfflage”, een deel is voor Schereweme en een deel is voor de bezitters van de landgang. Zo verhuren de kerk van IJsselmuiden en de eigenaren jaarlijks dit viswater. Coram mr. Gosen en Heyman Maesz.
Nr. 477
Johan Lodewichsz en Johan Daemsz verklaren dat zij zaten in Broeskyns huis en daar hoorden dat Geert ten Dale en de vrouw van Broeskyn onenigheid hadden over krakelingen, waarvan de vrouw zei dat die haar door Geert ontnomen waren. Geert zei dat het niet waar was, waarop de vrouw hem uitschold voor schalk en boef. Daarop
greep Geert haar bij haar hoofd en trok de doek voor haar ogen. Hij zei tegen haar:
vrouwtje, als we niet in je eigen huis waren, zou ik je nog anders behandelen. Coram Ffrederick en Henric Pael.
Gheert Sanders zat ook in het huis van Brueskyns en hoorde dat de vrouw tekeer ging alsof ze niet goed wijs was. Coram Ffrederick en Lubbert Petersz.
Nr. 478
Peter Apteker verklaart dat Berent de Maelre bij hem heftig op het venster klopte en tegen hem zei waarom hij zijn vijand in huis genomen had. Die had hem wel 100 rijnse guldens afgestolen. Ik wil in je huis komen om hem de keel door te snijden. Berent gebruikte nog veel meer dreigende woorden, die Peter niet onthouden heeft. Willem des Vos was niet in het huis. Berent wilde binnenkomen zonder toestemming van Peter, maar de buurvrouwen hielden hem tegen.
Goedert Velthuys verklaart dat hij uit zijn kamer kwam toen hij het rumoer hoorde. Hij wilde naar Peter toe. Hij hoorde dat Berent dreigende woorden gebruikte. Hij zei tegen de buurvrouwen dat zij hem moesten laten gaan, want hij wilde vechten, nu of later. Hij wilde zijn vijand niet zien vertrekken.
Fol. 130v. Evert Schroer verklaart dat Berent door de straat liep en dat hij Peter Apteker voor zijn deur aansprak. Peter ging daarna naar binnen waarbij Berent nog tegen hem zei dat zij al zo lang goede buren waren. Hij klopte tegen het venster en zei verder dat het hem leed deed dat deze lieden in zijn (Peters) huis woonden, want het zijn de lieden die mij in het verderf hebben gestort. Hij zou willen dat zij ergens anders gingen wonen want dan zou hij hen niet elke dag zien. Verder hoorde hij niets, want de vrouwen kwamen en hielden Berent daar weg.
Nr. 479
Clais Claisz verklaart dat hij in Arent Peterssoens huis was en deze heeft geholpen met het opstellen van de voorwaarden aangaande een stuk land dat hij van Gheert Ottensz had gekocht voor 31 heren ponden. Zij hebben alles betreffende de koop geregeld.
Nr. 480
Inder zaken Herman Mol.
Gese Everts, Herman Connick en Johan Petersz verklaren dat Albert Nocke aan Herman Mol een zwarte vrouwentabbert tot onderpand heeft gezet voor een schuld van twee enkele guldens. Zij brachten die tabbert gezamenlijk naar Alyd Lambers om die aan haar te verkopen. Zij gaven Alyd opdracht om het geld dat de tabbert waard was aan Herman Mol te betalen en aan niemand anders. Toen Henric Andriesz weer terug kwam in de stad, heeft Herman Mol de tabbert gegeven aan Evesse, de zuster van Albert Nocke.
Coram Berent Henricsz en Lubbert Petersz.
Nr. 481
Jacob Machorijsz, Lubbert Vrerycxsz, Thewes Lubbertsz en Evert Baers verklaren dat zij in de Vasten in het huis van Broeskyn waren als wijnkoopslieden en daar hoorden en zagen dat Wynken Wesselsz aan Isbrant Baers een Keulse rijnse gulden gaf, waarvoor Isbrant hem 4½ Keulse rijnse gulden terug zou geven als hij voor Palmdag met zijn schip zou afvaren van den Oord. Wynken gaf aan Isbrant ook nog een Davidsgulden, waarvoor hij van Isbrant 4½ Davidsgulden zou terugkrijgen als hij voor Palmdag zou afvaren van den Oord. Peter van Elven ontving van Wynken op dezelfde voorwaarden 2 Davidsguldens, waarvoor hij op dezelfde voorwaarden 9 Davidsguldens zou terugkrijgen. Dat alles gold als Wynken voor Palmdag onder zeil zou gaan van den Oord. Coram de burgemeesters.
Nr. 482
Inder saken tusschen Otte Vleischouwer ende Johan Geertsz.
Lubbert Frerixsz en Evert Baers hebben gehoord bij de Clocke, waar Otte voornoemd bij Jan Geertsz kwam, dat hij tegen hem zei dat hij zijn vellen had verkocht. Verder zei hij tegen Jan dat als die zijn vellen ook wilde verkopen op dezelfde wijze als hij die verkocht had: geeft mij die dan, dan geef ik jou het geld. Daarop heeft Jan Geertsz hem de vellen geleverd.
Coram Lubbert en Heyman.
Nr. 483
Fol. 131. In het gerecht verscheen Katherine, de vrouw van Johan Rinchouwer, onze burgeres, welke verklaarde bij haar ware woorden, die zij wel onder ede wilde bevestigen, dat zij van Coenraet Guedenhagen van Soest, de toner van de brief, in Deventer, nu op Sint-Martensdag een jaar geleden, ontvangen heeft een som van 43½ gangbare rijnse guldens. Het was de betaling voor wol die zij van hem had gekocht maar die in Kampen door de waardijns was afgekeurd en die zij weer had teruggeven omdat het geen koopmansgoed was.
Nr. 484
Fol. 131v. Nanne then Holte.
Warner Jacobsz, Evert Baers en Jacob Wedinge verklaren dat zij er ongeveer drie jaar geleden bij waren in de Witten Aerne onder de Clocke toen Johan Claesz Tripmaker aan schipper Nanne ten Holte aanbestede om een scheepslading huiden naar Bergen op den Zoom te brengen en op de juiste tijd daar af te leveren, zodat Johan daar geen schade van zou lijden.
Coram burgemeesters Jan van den Vene en Lambert.
Nr. 485
Borgen
Gise Kokert 2½ rijnse guldens, schulte van Vlielant.
Peter Voet machtigt Ewolt Bouwensz, “want hij hem wel vernueget”.
Lubbert Henrixsz machtigt Henric Henrixsz te Wopenvel [Wapenveld] om voor hem in te manen met recht of in vriendschap van Lambert Krudener een bedrag van 9
koopmans rijnse guldens en 6½ stuiver die Lambert heeft bekend dat hij die aan hem schuldig was, zoals in het stadsboek van Kampen staat beschreven.
Lambert Crudener bekent schuldig te zijn aan Lubbert Henrixsz 9 koopmans rijnse guldens en 6½ stuiver. Anno LXXXVII XVI februari (16 februari 1487).
Coram Nanning, Jan Rorlo, Henric Hoppenbrouwer en Kerstken.
[Aantekening over betaling van morgengelden. Genoemd worden morgen, hont, roeden, butkens, oude butkens, brabantsen, ponden, plakken, penningen, doch zonder samenhang]
Nr. 486
Heer Lubbert Witte, priester en vicarius in de Sint-Nicolaaskerk in Kampen, geeft een volmacht aan zijn zwager Andrees Willemsz, burger van Kampen, toner van de brief, om zijn achterstallige jaarlijkse renten te Hasselt, te Zalk en elders in te manen met recht of in vriendschap. Hij mag kwitanties geven en verder handelen naar eigen inzicht.
Datum 18 mei. Coram Gosen Clenckenberch en Johan van den Vene.
Nr. 487
Steven van Roederloe 7 akkers.
Trude Boumans 1 akker.
Ffrederic Rynvisch de oude 6 akkers.
Sanct Gertruit 2 akkers.
[Hiernaast staat een aantekening van vijf woorden in latijns steno]
Peter Lodewichsz verklaart dat hij zag en hoorde dat Johan Geertsz vanaf het schip Lubbert Schonenberch bij zich riep.
Nr. 488
Fol. 132. Nota kuer anno LXXXVII (1487)
[In de linker bovenmarge staan de volgende namen]
Johan Geye, Derck van Olst, Henric Buck, Arent Kystken, Roleff Clais Goessensoen.
[Boeten e.a.]
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Dirck Mutse.
Peter Schroerken 20 ponden boete. Zijn borg is Lambert Calcberner.
Tyman Jansz.
Johan van Noesel is uitgelegd om een verwonding bij nacht toegebracht aan Jacob Barbier.
Johan Andreesz alias Johan Kock 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam.
Geertken Scheele 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Tys Hoyer.
[in de marge:] nota, overtekenen 12 ponden. Freric recipit (ontving het).
Lubbert Lambersz Schonenberch 2 ponden boete van panding van Peter op de Kiste.
Dirck Bloeme 25 ponden boete wegens een toegebrachte wond. Overgeschreven op Eernst Witte.
Johan Dubbeltsz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Johan mitten roden haer.
Derck Peter Jansz soen heeft in het vleeshuis glasvensters ingegooid. Hij krijgt een boete van 100 schillingen en moet de glasvensters laten maken. Zijn borg is Gheert Wyssinck.
Johan van Eybergen 2 ponden boete van panding van Johan Henrixsz.
Gese Plate 2 ponden boete van panding van Willem van Rossum
Grebber ther claringe. Zijn vrouw heeft Wessel de Wachter uitgescholden voor dief en schalck.
Zijn borg is Johan die glaesemaker.
Herman Moll 10 ponden boete. Zijn borg is Johan Smyt.
Evert Hermansz gaf binnen keurs iemand een vuistslag en krijgt 20 ponden boete, zijn borg is Herman Voss.
Johan van Gelren 2 ponden boete. Zijn borg is Berent Horst.
Henric Dircksz moeder Alide 2 ponden boete van panding van Geerloich Claesz. Jacob Wolf heeft het gegicht.
Willem Dercksz vulre 4 stadsponden boete. Borg is zijn broeder Willem Derxsz.
……. duas mulieres.
Herman Kruse de jonge 2 ponden boete van panding van Berent, de knecht van Henric van Oenden
Johan Pelser 2 ponden boete van panding van myn joncker. Zal zich nog verantwoorden…..
Wynken Wesselsz 2 ponden boete van panding van Claes Kremer.
Ghysbert die vulre geheten Lichthertken is voortvluchtig en uitgewezen om een wonding bij nacht toegebracht aan Wolter Kardemaker van Leyden. Arent Bolderman 5 heren ponden boete. Zijn borg is Ghyse Blanckert. Hij deed de oervede.
Wermbolt Arentsz van Harderwyck deed de oervede.
Gheert Assensz uit Brunnepe deed de oervede.
Gheert de wever, de man van de dochter van Ffrans Elsen, deed de oervede.
Johan Ryke 2 ponden boete van panding van Evert van den Vene.
Arent Mues de wijnboeve 20 stadsponden boete. Hij is uitgelegd.
Claes Schulte.
Garbrant Boyster 40 ponden boete. Borg is Tyman Hermansz de raem…….
Herman Jansz 2 ponden boete van panding van Henrick Claesz.
Garbrant Claesz barbier 2 ponden boete van panding van Henrick Prange.
Lambert Berentsz, de man van Alyt van Genoechten 2 ponden boete.
Peter van Lewerden, brouwer, deed de oervede.
Rolf Ottensz [de rest van de folio is weggeknipt].
Nr. 489
[Boeten e.a.]
Fol. 132v.
Derck Henrixsz buntwerker 2 ponden van “pantweringe” van Geert Tewes.
Garbrant Boyster 20000 middelstenen, hem uit genade afgeklaard. Borg is Jan van Gelre.
Wolbert then Hove 25000 middelstenen, hem uit genade afgeklaard. Borg is Jacob Mand.
Doede Alertsz 2 ponden van “pantweringe” vanwege de stad.
Derick van Olste [doorgehaald] Ense 2 ponden van “pantweringe” van Ghysbert Tymansz, roerende de ……..
Joest Brandenborch 2 ponden van panding van Henrick Buck.
Heyman Scroder 2 ponden van panding van Laurens mytten quaden voet.
Jutte Brune 2 ponden van panding van Alyt van Goy, de vrouw van Berent Buddinge.
Tyman van Olst 2 ponden boete. Borg is Geert Henrixsz.
Coert Gruter 2 ponden boete. Borg is Herman Geye.
Herman Schroer 20 stadsponden boete wegens het geven van een vuistslag Onder de Clocke. Zijn borg is Jan Florisz.
Clais Cuper 2 ponden van “pantwering” van Femme van Hasselt.
Johan Wenemersz 2 ponden van “pantweringe” van Johan Voern.
Johan Gijsen, de broeder van Tyman Knapschinckel, had een vuistslag binnen keurs uitgedeeld. Zijn borg is Lange Wolter.
Johan Starck 25 ponden boete voor een verwonding bij dag.
Wybrant in de Hagen, de waard die de zeerovers had geherbergd, is voortvluchtig.
Kerstken Dircksz de touwslager heeft Henric van Urc, de knecht van Tyman Knapschinkel, een wond toegebracht waaraan hij gestorven is.
Willem Henrixsz, de zwager van Evertsberch, 2 ponden boete van panding van Herman Dircksz.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Lambert van Genoichden.
Johan van Ens 2 ponden boete van panding van Geert Aerentsz.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Egbert Lose.
Nota: Bolhoirne wonding.
Henric Sasse 2 ponden boete. Borg is Gise Blanckert.
Jan Starcke 10 ponden boete en nog 10 heren ponden.
Jan Weytendrager 2 ponden boete van panding van Alyt Lamberts in de Hagen.
Jan Reynersz 20 gulden.
Berent Stoker 2 ponden boete van panding van Wolter Wolffsz.
Zwarte Goyken 2 ponden boete van panding van Berent Henrixsz en Plonys Voirne.
Zwarte Goyken 10 ponden boete van panding van Berent Henrixsz en Plonys..
Peter Sickensz van Lewerden 20 heren ponden per pro……… Borg is Dode Alertsz.
Johan Hilbrantsz van Hoirne 20000 middelstenen “afclairt van blaw ende wit roer tol”.
Borg is Zwarte Ghise de waard bij de Clocke. Wolter Jansz rijnschipper, Jan Jansz kremer, Evert Ghisensz en Geert Dircksz beloven dat zij Zwarte Ghise schadeloos zullen houden tot de helft van de boete.
Coram Henric Pael.
Evert Cuper 2 ponden boete van panding van Grete van Urck.
Herman van Rijssen van Meppel, potschuiver, is uitgelegd wegens een verwonding bij dag. Geert van Appelen is zijn borg. [in de marge staan enkele korte onleesbare zinnen]
[Onder staat:] Quandam homo.
Nr. 490
Fol. 133. [Boeten. e.a.] Zwarte Ghise
Gisebert Gerrytsz van Hoerne is borg voor Johan Hilbrantsz van Hoerne voor een boete van 20000 middelstenen waartoe de Raad hem heeft veroordeeld. Wolter Jansz belooft dat hij Ghisbert zal vrijwaren voor de helft van de boete.
Johan Kremer, Geert Dercksz en Evert Gisensz beloven Wolter schadeloos te houden voor deze helft. [In de marge staat:] hij had de blauwe en witte roertol ontdoken.
Pheter Sickegensz van Lewerden een boete van 20 heren ponden. Zijn borg is Dode Alertsz.
[In de marge:] Cornelis Verver, Jan Moister [?] 3 bezegelde Kamper lakens in maart anno 1483.
Garbrant Barbier 2 ponden boete van panding van Johan Stoefken
Johan Jacobsz paardenkoper 12 jaar.
Claes Potter 2 ponden boete van panding van Willem Hoier.
Herman Cruse 2 ponden wegens pandwering tegen Henric Gossensz.
Wobken Herman Grote anno 1483 in september.
Garbrant Barbier 2 ponden boete van panding van Johan Stoefken, Henrixsz Brouwer.
Dirck Selle 2 ponden boete van panding van Herman Dircksz.
Alijt Johans vijf kwart heren pond boete. Borg is Lambert Drochschere
Johan Bartolsz bekent schuldig te zijn aan Laurens Petersz en Willem Engbertsz samen 6 koopmans rijnse guldens, te betalen op Sint-Marten in de winter aanstaande.
Mette, de weduwe van Albert Biscop bekent schuldig te zijn aan Herman Arentsz 15 kromstaarten.
Remmelt Lubbertsz rijnschipper 2 ponden boete van panding van Willem Hoeft.
Wobken Femme Scroers 5 jaar ….
Wobken bekent aan Grete Schilt 25 stuivers per jaar.
Geert Korfmaker 2 ponden Gese Henrixs Greve [?] 3 jaar op Martini.
Symon Joncker van Leyden 2 ponden boete van panding van Johan Willemsz Cuper.
Lambert Jansz, de knecht van Derick Willemsz vulre, 80 ponden ponden boete omdat hij een vrouw had geslagen met een “caerde”.
Jacob ter Horne 10 heren ponden boete wegens mestrekken. Borg is Jacob ter Stege.
Wychman Warwer 5 ponden boete. Borg is Andries Hanegreve.
Herman Schroder 5000 middelstenen boete, te leveren aan de Welle. Borg is Derck van Olst.
Henrick Pelsser, dienaar van Lambertus, 25 heren ponden boete voor het toebrengen van een wond bij dag. Hij is voortvluchtig.
Johan van Delft, ….maker, heeft een mes getrokken en daarmee gestoken. 10 heren ponden boete. Hij is voortvluchtig.
Aernt, de knecht van Dirck Penning, 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Dirck Penning.
Jacob Busch 2 ponden boete voor het storten van drek. Zijn borg is Lubbert Martensz.
Alyt, de vrouw van Evert Holtsager, 2 stadsponden boete omdat zij vuilnis op de Belt gebracht heeft.
Werner Jansz heeft bij dag een wond toegebracht aan een schoenmaker. Zijn borg is Gosen van de Scheere.
Herman Sadelmaker heeft beloofd om zijn zwager voor het gerecht te brengen als die beter is. Hij heeft zijn mes getrokken tegen Willem de Harnasmaker.
Wyllem Harmasmaker heeft bij dag iemand een wond toegebracht. Hij is voortvluchtig.
Jacob Busch uitte strafbare woorden in de wijnkelder. Zij borg is Aerent Dyck.
Alyt Holtsagers is bekeurd omdat zij drek heeft gestort op de Belt. Voor haar boete van 2 ponden staat Engelbert Kistemaker borg.
Henric, de knecht van Berent Schroer de verver, is voortvluchtig en heeft een boete van 25 heren ponden gekregen omdat hij iemand bij dag heeft verwond.
Henric, de knecht van Herman Mulner, heeft een boete van 2 ponde geklregen omdat hij buiten keurs iemand een vuistsslag heeft gegeven. Borg is zijn meester Herman Mulre.
Joncker van Leyden 2 ponden boete. [Borg ?] is Anna, de vrouw van Wessentyn.
Joncker van Leiden nog 2 ponden boete. Borg is Johan Snoyse.
Te gedenken van Swaerte Goijken en de Stoelmaker, van over wat zij te Wilsum [doorgehaald] IJsselmuiden gedaan hebben.
Nr. 491
Fol. 133v. Johan Voirne Plonysz 2 ponden boete van panding van Ruederic Geye.
Herman Sywersz de bakker 5 stadsponden boete voor het uiten van strafbare woorden voor het gerecht. Zijn borg is Johan Snoyse de bakker.
Roloff Swarte de kistemaker 10 ponden boete wegens strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Wycher Rensinck.
Hanneken, de dochter van Warmbolt van Utrecht, 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Haar borg is Henrick van Zutphen de drager.
Rycklant, de dochter van Geert Aerentsz te Brunnepe 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Zij is niet voor het gerecht verschenen.
Griete Werners 2 ponden boete. Zij gaf een vuistslag buiten keurs. Zij verscheen niet voor het gerecht.
Lutgart Schroeder 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Evert de slotenmaker.
Jacob Daemsz 2 ponden boete. Borg is Geert Henrixsz.
Evert Nannensz de smid 20 ponden boete omdat hij zijn mes trok. Borg is Herman Sadelmaker.
Grete met Lamme en Elsken hebben elkaar de doek afgetrokken. Borg is Johan van Steenbergen.
Johan van Wylssem 2 ponden boete van panding van Peter Schomaker.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Peter Glasemaker en Theus.
Andrees Hanegreve 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Willem Morre.
Jacob Clinge 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Johan Geye.
Gheert Assensz 2 ponden boete. Zijn borg is Clais Schulte.
Wyllem Claisz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is zijn broeder Herman.
Henrick Sweers 10 ponden boete. Zijn borg is Wynken Voirspraeck.
Goyken Janszone 2 ponden boete. Borg is zijn vader Goyken [!] voornoemd.
Duvelskoster 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Berent inden Witten Aern.
Henric Lambert Pelsers knecht 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs. Borg is zijn meester Lambert Pelser.
Peter Willemsz, de maatschap van Jacob Clinge, 20 ponden boete. Lusit de nocte. Zijn borg is Lambert Pelser.
Johan de Wise 2 ponden boete van panding van Henric Hamer.
Johan de Wise 2 ponden boete van panding van Dirck van Millingen.
Tewes Holtsager 10 ponden boete wegen het uiten van strafbare woorden. Borg is de oude Werner Mulre.
Rembolt Lubbertsz 20 ponden boete. Zijn borg is Geert Willemsz de wever.
Engelbert Mathysz 2 ponden boete. Borg is Thys Schroer.
Henric Tielmansz 20 ponden boete. Borg is Johan Holle.
Coert, de knecht van Henric Backer, 2 ponden boete van panding van Matte Borre.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Foyse, de vrouw van Ruerick van Endoven.
Engelbert Mathysz 10 ponden boete. Zijn borg is schipper Johan Schaep.
Henric, de knecht van Johan Molre, 2 ponden boete. Zijn borg is Willem de molre op de Steendijk.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Gysbert Tymansz.
Henric Jacobsz 2 ponden boete. Borg is Herman Jacobsz in Dronthen. Jacob Wichersz kinderen.
Geert Nagel 2 ponden boete van panding van Brussken.
De os van het vrouwken zal …….. bij Herman Dorre.
Nr. 492
Anno LXXXI XII decem. (12 december 1481)
Clais Hidden bekent dat hij zich niet zal inlaten met het goed dat zijn moeder Lamme Hidden na haar dood zal nalaten. Hij is tevreden met het goed dat hem door zijn ouders ten huwelijk is meegegeven. Lamme voornoemd mag van hem haar goederen nalaten aan wie zij wil.
Nr. 493
Fol. 134. [Boeten.e.a.] Thomas van Neerden is.
Geert Kistemaker …van de stad.
Coen Holliken 2 ponden boete. Borg is Gerlof Gerlofsz de wever.
Herbert Dircksz 5 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden voor het gerecht.
Borg is Evert Schroer.
Lange Wolter heeft gekrabd binnen keurs en krijgt 20 ponden. Zijn borg is Peter Johansz, de man van Jutte Waret.
Arent Petersz heeft twijg gesneden en krijgt 40 stafsponden boete. Borg is Seyne Lubbertsz.
Henric Claisz Specketer 2 ponden boete van panding van Geert Moelman.
Garbrant de barbier 2 ponden boete van panding van Ysbrant Baers.
Herman Jacobsz alias Ael, Swane Wychers zoon [?] 2 ponden boete omdat hij voor recht gedaagd is met twee volgers doch niet is verschenen. [In de marge:] sal men overschrieven.
Heyman Arens [?] gekrabd en lange Wolters vrouw staan ter schepen klaring. 20 ponden boete. Borg is Peter Jansz.
Herme [?] onder Tyman Roleffsz heeft wijn getapt zonder consent en krijgt 40 ponden boete. Borg is Wyllem Glasemaker.
Johan Ghisensz in Dronten 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Kaye, de zoon van Cleyn Kayen.
Cabuescoel op de Sint-Nicolaasdijk 2 ponden boete. Borg is Herman ten Torne. [tussen geschreven staat:] uut …..steech.
Johan Wenemers 2 ponden boete van panding van Dirck Neve.
Alpher Petersz, Symon Glauwe, Johan Florysz en Borchert Henrixsz elk 2 ponden boete omdat zij het recht hebben versmaad.
Henrick Woltersz en Jacob Isbrantsz elk 2 ponden boete omdat zij niet voor het gerecht waren verschenen.
Herman Mol 100 schillingen boete. Borg is bakker Herman van Oy.
Jacob ther Huerne 35 stadsponden boete omdat hij niet binnen de door de Raad bevolen tijd een jaarlijkse rente had gevestigd ten behoeve van Wychman Aerentsz.
Geertruyt Johansdochter heeft wijn getapt zonder de eed te doen. Haar borg is Wyllem Glasemaker.
Herman Ael en Swane Wychers, krijgen 25 heren ponden boete, te betalen in vijf jaar.
De eerste 5 heren ponden te voldoen bij de zittende schepenen. Borg is hun zwager Cornelys de Wagenman.
Lambert Kalckberner 2 ponden boete. Hij was niet voor het gerecht verschenen.
Jacob ther Horne 30 stadsponden boete omdat hij Wychman de rente niet gevestigd heeft. Borg is Gerbrant Claisz.
Johan Aerentsz te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Alyt ter Helle.
Johan Wenemersz 10 ponden boete van panding van Dirck Neve.
Dirck Mutse 2 ponden boete. Borg is Geert Wissinck.
Johan van Wilsem Boven de Poort 2 ponden boete van panding van Peter op de Kiste en Herman Grote.
Roloff Swarte 10 stadsponden boete. Borg is zijn zoon Geert Roloffsz.
Geert Rolffsz vulre ………
Johan Wenemersz 20 ponden boete van panding van Dirck Neve. De burgemeesters hadden hem geboden om te betalen op straffe van 20 ponden boete.
Michiel van der Laede staat borg voor Loeff Schroeder voor 10000 middelstenen.
Henrick Vijrholt 200 stadsponden boete omdat hij bij nacht Geert Kaye had verwond.
[In de marge:] uitgelecht (verbannen).
Meynert in de Hagen 2 ponden boete van panding van Johan Guedensz.
Geert Backer heeft zijn neef Johan Backer op de Vloeddijk verwonnen voor 4 koopmans rijnse guldens. Hij kwam niet voor recht en verviel in een boete van een aam wijn voor de stad.
Herman Jansz 2 ponden boete van panding van Dode Allertsz.
De volgende personen op maandag voor het gerecht dagen.
Jacob ther Horne, Lambert Slewert, Meyster Ghysbert, Henrick Claessoen, Herman Jansz en Herman Evertsz.
Nr. 494
Fol. 134v. [Boeten. e.a.]
Johan van Vreden. Of hij balling is q… 2 jaren.
Johan Seygersz mulre 200 stadsponden boete wegens een verwonding bij nacht. Borg is Johan Geye.
Johan van Wilsem de visser 10 ponden boete van panding van Else Blanckers.
Herman de mulre 200 stadsponden boete wegens een verwonding bij nacht. Hij werd uitgeklopt (verbannen) maar kwam toch weer in de stad. Daarvoor krijgt hij een boete van 80 ponden.
Derck van Herp de vulre en kleine Berntkyn van Dorsten hebben bij nacht Thomas gekwetst. Beiden zijn verbannen.
Batthe Hermans, de deerne van Lambert kalckberner Boven de Poort, krijgt een boete van 80 ponden ten behoeve van de stad. Zij was door een stadsdienaar uit de stad geleid en mocht er niet dichterbij komen dan op vijf mijlen afstand. Daar heeft zij zich niet aan gehouden.
Johan Lambersz schoenmaker, Peter de Barbier, de vrouw van Ysbrant Baers, de weduwe van Moy Freric zijn elk voor allen borg, wegens storten van drek.
Mette Ygermans heeft drek gestort. Borg is Claes Lentinck.
Mr. Dyrck Sellen 2 ponden boete van panding van Roloff Ottensz.
Papen Metken Pors is voortvluchtig om de zaak die plaats had in het huis van Femme mitten tanden. Zij was gedaagd door Jan Cock. Zij is verbannen.
Henrick Dubbeltsz heeft met een toornig gemoed een kan ter hand genomen en er mee gedreigd. Hij krijgt een boete van 20 ponden. Zijn borg is Willem Hoefft.
Vastart Hermansz heeft strafbare woorden geuit en krijgt 2 ponden boete. Borg is Luyken Tryppemaker.
Hadewich heeft drek op straat gegooid en krijgt 2 ponden boete. Haar borg is Hubert Schroer.
Ffemme mytten tanden krijgt 100 stadsponden boete omdat zij een vrouwtje op de Vloeddijk bij dag heeft verwond. Zij is verbannen.
Mette Pors krijgt 100 stadsponden boete omdat zij een vrouwtje op de Vloeddijk bij dag heeft verwond. Zij is verbannen.
Johan van Roderloe 2 ponden boete van pandwering tegen zijn broeder Steven.
Jonge Herman Kaerle smidsgezel 10 jaar.
Dirck van Ense 2 stadsponden boete.
Henric Dircksz 2 stadsponden boete.
Dirck Henrixsz bontwerker 2 stadsponden boete.
Willem Weytendrager 2 stadsponden boete.
Evert Cuper 12 stadsponden boete.
Zwarte Goyken 2 stadsponden boete.
Symon Joncker van Leyden 6 stadsponden boete.
Johan Backer boete van een aam wijn.
Berent Jordens van Deventer 10 ponden boete. Zijn borg is Jan Smit [?] bij de Clock.
Johan de zoon van Wyllem Swaene 20 ponden boete. Borg is Geert Lambertsz.
Johan van Roderlo 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam. Zijn borg is Wycher Rensinck.
Bernier Schroer 2 ponden boete van panding van Gysbert Tymansz.
[In de marge een zwaar doorgehaalde aantekening:] Van stadswege uitgeklopt. [De rest is nagenoeg onleesbaar].
Nr. 495
Fol. 135. [Boeten e.a.]
Lyssken van Wesel is voortvluchtig. Zij heeft bij dag een wond toegebracht aan een deerne. Haar boete bedraagt 25 heren ponden.
Berent Buddinck 10 ponden boete omdat hij binnen keurs strafbaren woorden heeft gebruikt. Zijn borg is Johan Henrixsz Stoeffken.
De vrouw van Herman Bruensz de pelser 2 ponden boete omdat zij vuilnis heeft gestort.
Haar borg is haar man Herman.
Johan Willemsz kuper 2 ponden boete omdat hij vuilnis heeft gestort. Borg is Herman Brunsz de pelser.
Grete Becks 2 ponden boete. Haar borg is Geert Joestsen.
Batien [?] van Grafhorst 2 ponden boete van panding van Willem Henrixsz.
Johan Grelle 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Goert Smit.
Rolof Smit 2 ponden boete. Zijn borg is Goert Smit.
Evert Hermansz 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Hij was gedaagd doch kwam niet om zich te verantwoorden.
Ffrederick Rynvysch 40 ponden boete van de honden. Zijn borg is Ghyse Blanckert
De oude Evert Hermansz 10 ponden boete. Zijn borg is Andrees Koyacke.
Warner Jansz knecht 2 ponden boete wegens het storten van drek. Zijn borg is Warner Jansz.
Claes Dremmeler 2 ponden boete van panding van Dirck Mutsche.
Johan Schaep 2 ponden boete wegens pandwering.
Cornelis Verver 1 jaar, nog 3 jaar.
Grete van Bremen 10 ponden boete. Haar borg is Cornelys die potgieter.
Claes Jansz 20 ponden boete. Borg is Jan Smit bij de Clock.
Wynken op de Kiste uitgeklopt. Boete van 50 heren ponden.
Berent de knecht van Jan van den Veen is uitgeklopt. Boete van 20 heren ponden.
Derick Mutze.
Albert Smyt 2 ponden boete. Borg is Herman Evertsz.
Wyllem Weytendrager 2 ponden boete wegens pandwering tegen Willem Hoefft.
Lubbert Schonenberch 2 ponden boete van panding van Peter uptie Kisten.
Derick Wyllemsz heeft zijn mes getrokken. Wyllem van Venloe 10 stadsponden boete. Borg is Goessen Pauwelsz.
Johan Hasemont 10 stadsponden boete. Borg is Cornelis Matheusz van Neerden.
Johan Jansz Schotte 10 ponden boete omdat hij heeft gedobbeld. Borg is Peter in de Stove.
Een bootsman genoemd [niet ingevuld]. Van schipper Yelis. Hij is niet voor het gerecht verschenen. Boete 2 ponden.
Wyllem Joncker 40 stadsponden boete omdat hij met een kan gooide naar Doede Allertsz. Zijn borg is Isbrant Baers.
Doede Allertsz.
Kathryne Knygge 2 ponden boete van panding van heer Engbert.
Johan Lambertsz 100 stadsponden boete wegens het toebrengen van een wond bij dag.
Zijn borg is Grelle Smyt.
Ffemme Roetkins 2 ponden boete van panding van Isbrant Baers.
Nr. 496
Fol. 135v. [Boeten. e.a.]
Anno LXXXVIII (1488)
Meister Evert Alffersz en Lubbert Alffersz hebben binnen keurs strafbare woorden gebruikt en krijgen 10 ponden boete. Borg is hun vader Alffer.
Geert van Ingen 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is jonge Henric Pael.
Grete van Nymmegen heeft bij nacht een wond toegebracht aan Berent Brouwer in het huis van Grete van Bremen. Zij krijgt een boete van 50 heren ponden.
Maes Maesz Roper heeft zijn mes getrokken en naar iemand gestoken zonder hem te raken. Zijn boete bedraagt 40 stadsponden. Borg is Geert van Ingen.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Jan Brandenburch.
Garbrant Claesz Barbier 2 ponden boete van panding van Herman Gertsz van Hasselt.
Steven Barbier, de knecht van meister Henric Barbier, heeft een deerne “blaw en blodich” getrapt. Hij krijgt een boete van 20 stadsponden. Aerent Egbertsz in die Lappe en zijn vrouw elk 2 ponden boete. Borg is Herman Mol.
De knecht van Berent Henrixsz 10 ponden boete wegens dobbelen. Borg is Thonys Backer.
Peter Lodewychsz.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van de vrouw van Peter Lodewychsz.
Marreken, een lichte deerne, werd er van beschuldigd dat zij een andere deerne zou hebben verwond. Zij zou ook kwade herberg hebben gehouden en in haar huis “crasgeld” hebben genomen van dobbelaars. Zij moest zich voor de Raad verantwoorden, doch zij kwam niet en werd voortvluchtig.
Rembolt Jansz 2 ponden boete. Borg is Johan Mouwersz.
Joest Brandenborch 2 ponden boete van panding van Else Blanckers.
Jonge Rembolt rijnschipper 2 ponden boete van panding van Haeschin Schrivers.
Herman Jansz 2 ponden boete van panding van Jacob Albertsz.
Marten Kistemaker 10 stadsponden boete wegens strafbare woorden tegen broeder Otto.
Zijn borg is Johan de Kussenwercker.
Henrick Henricsz Mulner 4 jaar.
Dode Allertsz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Jacob Machorysz.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Henric van der Hoeve.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Johan Brandenburch.
Lubbert Schonenborch 2 ponden boete van panding van Claes Gosensz.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Herman Henrixsz.
Lubbert Willemsz van Bueren 20 ponden boete voor het uitdelen van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Herman Schroer bij de Geertsstrate van der Ae.
Henrick Sweersz 40 stadsponden boete voor het uitdelen van een vuistslag. Borg is zijn broeder Igerman.
Aernt Kroser 10 stadsponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Wichman Aerntsz.
Men zal Joest Brandenborch uitleggen (verbannen) om een verwonding bij nacht toegebracht aan Henric Sweersen.
Maes Roper 10 ponden boete. Borg is Otte van Ingen.
Nr. 497
Fol. 136. Maes Roeper 10 ponden boete. Borg is Otto van Ingen.
Garbrant Barbier 2 ponden boete van panding Lubbert Frederickx.
Dirck Slomer 2 ponden boete van panding van Geert Wissinck.
Evert Jansz, de zoon van Johan Jacobsz, 2 ponden boete van panding van Thomas Goltsmyt.
Herman Jansz 2 ponden boete van panding van Lambert Messemaker.
Ide Quanters 2 ponden boete van panding van Lambert Mesmaker.
Herman Voss 2 ponden boete van panding van Johan Willemsz de schipper rijn.
Slomer 2 ponden boete van panding van Bartolt Grubbe.
Willem Morren 2 ponden boete van panding van Egbert Loese.
[in de marge:] Ffreric van Depenbroic bekent dat hij door Wobken is voldaan van de 17 rijnse guldens, zoals dat in het stadsboek was genoteerd.
Claes Kruse 10 ponden boete wegens dobbelen. Borg is Henrick Hoff.
Dirck Selle 2 ponden boete van panding van Henric van den Vene.
Henrick van den Berge 10 ponden boete wegens dobbelen. Borg is Lambert Slewert.
Dyrck Jansz 10 ponden boete wegens dobbelen. Borg is Pilgrum Pannert.
Johan Bartoltsz 2 ponden boete van panding van Garbrant Nocke.
Johan van Ensse 2 ponden boete van panding van Lijsken Roevers. Veroordeeld door de gehele Raad.
Herman Geye 20 ponden boete wegens heer Clais Volschers zaak. Borg Jan Brandenborch.
Nota. Van Joest Brandenborch.
Johan van Steenwijck potschuver in de nacht een deerne verwond aan haar arm.
Peter up die Kyste 20 ponden boete wegens dobbelen in de nacht. Borg is Peter Apteker.
Otto van Ingen 10 ponden boete wegens dobbelen. Borg is Geert Schonenberch de kremer [doorgehaald] Peter Glaesmaker.
Andries Blancken 2 ponden boete van panding van Peter Geertsz Vleyshouwer.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Rotger Kloteler.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Berent Willemsz.
Johan van Ensse 20 stadsponden boete omdat hij verklaard had het niet eens te zijn met een uitspraak van de schepenen. Zijn borg is de voorspraak Wynken van Elssen.
Albert Backer in de Stovensteeg [20] 10 schillingen boete voor het storten van drek.
Zijn borg is Wynken van Elssen.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Herman van Wilssem.
Herman Lenertsz van Zwolle 25 heren ponden boete. Hij heeft bij dag Peter, de waard in de Stove, een wond toegebracht. [In de marge staat:] uitgeklopt.
Johan de Wyse 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Geert Wyssynck.
Herman Kruse Maesz 2 ponden boete van panding van de vrouw van Dyrck van Allenkercke.
Herman Kruse 10 ponden boete van panding van de vrouw van Dirck van Allenkercke.
Johan Bartoltsz 2 ponden boete van panding van Betthe Boetsman.
Geert van Hengele 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Hubert Schroder.
Herman Cruse Maesz 10 ponden boete van panding van Dirck Allenkercke.
Johan Huntspoel van Deventer 20 ponden boete omdat hij zijn mes had getrokken.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Walys Schilder.
Cleys, de maagd van Henric Koetken, 2 ponden boete van panding van heer Jan van Steenwick.
Berent Stoeker 2 ponden boete van panding van Gumpert Drager.
Steven Roerlo 2 ponden boete van panding van Bartolt Jonge.
Jacob Claesz opt Nyelant 10 stadsponden boete wegens strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is de smid Jan Grelle.
Steven Roerlo 10 ponden boete van panding van Bartolt Jonge.
Nr. 498
Fol. 136v. Willem, de knecht van Maes Roeper, 5 heren ponden boete, de ene helft te betalen bij de tegenwoordige schepenen en de andere helft bij de schepenen van volgend jaar. Borg is Jan van Ense.
Mechtelt, een deerne bij de muur, 2 ponden boete. Borg is Willem Huisman.
Johan Hundesspoel van Deventer 40 stadsponden boete.
Hoynken Schythuysveger 20 stadsponden.
Schot Wynboeve 20 ponden boete.
Deze drie zijn uitgeklopt.
Johan Luykensz 2½ heren pond boete voor het gebruiken van onbehoorlijke woorden.
Zijn borg is bakker Albert Wulffsz.
Johan Brant 2½ heren pond boete voor het gebruiken van onbehoorlijke woorden. Zijn borg is meyster Ernst van Schayck, maelre [schilder Ernst Maler].
Alyt Gumpers 2 ponden boete. Borg is Wolter Drager.
Henrick Wesselsz towslager. Hij heeft bij dag in het huis van Ghese van Essen in de Hagen een wond toegebracht aan Jacob Jansz.
Herman Roede 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is zijn broeder Wycher.
Henric Wesselsz touwslager bij dag iemand verwond. Zijn boete bedraagt 25 heren ponden.
Ffrans van Halteren, de knecht van Roloff Schroer, 40 ponden boete omdat hij met zijn mes gestoken had.
Gheert van Almen de leyendecker met het ene oog krijgt een boete van 25 heren ponden omdat hij bij dag een wond had toegebracht aan Frans van Halteren de schoders knecht.
Wycher Jacobsz 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Berent Schoemaker.
Henrick Femme Katkens 2 ponden boete van panding van Werner Aerentsz de mulre.
De zoon van Assele 10 ponden boete. Borg is Alffer Petersz.
Matte Sloyers 2 ponden boete omdat zij door de broodwegers voor het gerecht was gedaagd maar niet was verschenen.
Ernst Witte 20 ponden boete wegens het geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Johan Sulman.
Johan van Eybergen 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden tegen Johan van Roederloe. Zijn borg is Coert Steenmesseler.
Clais Schulte 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Gysbert Jacobsz.
Herman Trumper 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag buiten keurs. Zijn borg is Arent Dijck.
Ghysbert Thonysz, de zoon van Tonys van Neerden, is uitgeklopt.
Johan van Eybergen 40 ponden boete voor een messteek. Zijn borg is Aerent Dyck.
Geert Budel 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Geert Wyssinck.
Johan Roetersz 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Zijn borg is Arent Roetersz.
Henrick Andreesz 20 stadsponden boete wegens dobbelen. Te betalen bij de tegenwoordige schepenen. Zijn borg is Johan de Beste.
Dyrck Volmers van Groningen 20 stadsponden boete, te betalen binnen een maand. Zijn borg is Johan Lambertsz loripes [harnasmaker]. Actum 10 juni 1488.
Geertken, de vrouw van Maes Gertsz, tapster bij Onze-Vrouwenkerk, 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Maes Geertsz.
Nr. 499
Fol. 137. Johan Bertoltsz de smid 2 ponden boete van panding van Ghyse Koeters.
Johan Wenemersz upt Eylant 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht verschenen was.
Geert Ruyspenninck de harnasmaker uit het land van Cleef heeft bij dag Jacob Daemsz verwond. [in de marge:] Uitgelegd.
Gerborch Geertsdochter 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Haar borg is Derick Kerckhoff.
Alyt Kussenwerxster 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Haar borg is Wycher Renssynck.
Dyrck Selle 2 ponden boete van panding van Orber Henrixsz.
Ghysbert Thonysz soen. Gerbrant [?] Willemsz de Verver Boven.
Henrick Gosensz 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Johan Lubbertsz Rynschipper.
Roloff van den Werve 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jacob Visch.
De man van Grete Plasdranck 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam in de zaak van de linnenwevers.
Albert van Tricht, de knecht van Johan Bartoltsz, 20 stadsponden boete. Uitgelegd.
Herman then Toern is borg geworden voor Derick Colck. 12 juli.
Te gedenken van Geert Jansz en Werner, die in Dode Allertsz land gegraven hebben.
Ook er aan denken om de tegenpartij van de knecht van Johan Bartoltsz voor het gerecht te dagen als hij weer thuis komt. Hij zou de knecht met stokken en met kannen hebben geslagen.
Steven van Roderloe 2 ponden boete van panding van zijn broeder Johan.
Belie, de deerne van de scherprechter, 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Haar borg is Geert Wyssinck.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Bernt upten Hagenpoerte.
Denken aan Johan de backer upten Vloetdyck die Roethoefft met een kan een wond aan zijn hoofd heeft bezorgd. Hij is naar Danzig gereisd.
Dode Allertsz een boete van 10000 middelstenen. Zijn borg is Symon Hanegreve.
Johan Lubbertsz Rijnschipper 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Gyse Blanckert.
Johan Lubbertsz Kremer 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. zijn borg is Duvelskoster.
Swane 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Haar borg is Herman Moll.
Ghyse de Wagenman 2 ponden boete. Zijn borg is Johan Lambertsz Loripes [Harnasmaker].
Warner Jansz 100 schillingen boete omdat hij op straat Boven de Poort met zijn mes dreigde. Hij werd voor het gerecht gedaagd maar verscheen niet. De stadsbode Wyllem
Huysman zal hen nogmaals dagen. Hij verbeurt 100 schillingen als hij niet verschijnt binnen drie dagen. Borg is Marten Voirne.
Steven van Roederloe krijgt een boete 10 ponden. Zijn borg is Dode Allertsz.
Cracht Coipsz de wagenman 100 schillingen boete. Zijn borg is Berent Jansz brouwersknecht die bij Sulman placht te wonen.
Henrick Tryndt 100 schillingen boete. Zijn borg is Evert Wernersz.
Evert Wernersz 100 schillingen boete. Zijn borg is Henric Tryndt.
Femme mitten tanden 2 ponden boeten wegens het geven van een vuistslag. Haar borg is Albert Walle.
Henrick van Yselmuden een boete van 20 ponden wegens het trekken van zijn mes. Zijn borg is Henric Hoff.
Aelt Hermansz Kaerman 100 schillingen boete. Zijn borg is Henric Jansz Smyt.
Geert Jansz Roeveneter de metselaar 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is zijn opperknecht Jan Wenemersz.
Werner Jansz 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht was verschenen. Zijn borg is Jacob Rode.
Jacob Goltsmyt 10 ponden boeten wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Peter Kremer, de man van Meryken.
Ffemme Kogge 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden en uitdagen.
Haar borg is Johan van den Werve.
Bathe de Bleycster (bleekster) 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden.
Haar borg is Wyllem Schumer.
Alyt Aelt Gerritsz 100 schillingen boete wegens het trekken van een mes. Borg is Tyman Roede.
Lamme in Herman Mols huis 2 ponden boete voor het uitdelen van een vuistslag. Haar borg is Henric Goessensz.
Nr. 500
Fol. 137v. Maes Roeper 20 ponden boete wegens het trekken van zijn mes. Zijn borg is Henric Clais Goessensz soen.
Johan Brandenborch 2 ponden boete van panding van Jacob Varver.
Hessel Monnyck 2 ponden boete van panding van Johan Sulman.
De vrouw van Thomaes Goltsmyt 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Haar borg is Herman Grote Evertsz.
De vrouw van Johan van Groningen 2 ponden boete. Haar man is haar borg.
Elsken van Munster 2 ponden boete. Haar borg is Herman Moll.
Johan de Hazert van Hasselt, potschuiver, heeft Gheert Claisz van Hasselt, potschuiver, gestoken. 8 augustus.
Johan van Wyllssem de visser, 2 ponden boete van panding van Johan van Wilssem de touwslager.
Lysken de weefster 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Haar borg is Gerloff Gerloffsz de wever.
Herman Slachter van Utert 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden.
Zijn borg is Gerloff Gerloffsz voornoemd.
Herman Sadelmaker 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs.
Zijn borg is Johan van Synderen.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Berent Stocmeyster.
Alyt van Romunde 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Haar borg is Herman Trumper.
Clais Cuper 2 ponden boete van panding van Doede Allertsz.
Herman Cruse Maesz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Maes Roeper.
Johan van Willsem Boven de Poort 2 ponden boete van panding.
Dyrck Selle 2 ponden boete van panding van Claes Andreesz Dremeler.
Johan Jansz, bakker onder Johan van der Vecht, 2 ponden boete van panding van Kerstken van Ingen.
Peter van Kalckar 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Heyman Lambertsz.
Berent Rot de ossendrijver 2 ponden boete van panding van Geert Touwslager van Zwolle.
Wobkyn van Steenbergen 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Johan van Steenbergen.
Roloff van den Werve 2 ponden boete van panding van Henric Jacobsz.
Lange Alyt 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Wycher Rensinck.
Jacob Claesz upt Eylant 2 ponden boete van panding van zijn knecht Johan van Osenbrugge.
Werner Jansz 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Geert Schepeler.
Roloff van den Werve 2 ponden boete van panding van Alyt de vrouw van Willem Wessels.
Jan van Ensse Willemsz 2 ponden boete van panding van Albert Rynvisch.
Willem Swane 10 ponden [doorgehaald] 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Herman Glasemaker. Effse ten Hoeve 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Geert Wyssinck.
Johan van Thye een boete van 10000 middelstenen. Zijn borg is Merten Voerne.
Henrick Comansz bekeurd voor het storten van drek. Borg is Willem van Heteren.
Johan Cleyne ook van drek. Borg is Dyrck Lambertsz Backer.
Reyner de Leuw 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Lubbert Martensz.
Johan van Wylsem de visser 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jacob Busch.
De vrouw van Albert Hoyer bekeurd voor het storten van drek. Haar borg is Geert Wyssinck.
Jacob Mont 2 ponden boete van panding van Geert Valke.
Berent Ossendriver 2 ponden boete van panding van Berent Swartken.
Tyman Wiltinck 2 ponden boete van panding van Johan Lambertsz.
Tyman Lambertsz 2 ponden boete. Zijn borg is Luyken Boem.
Ave Sybrants 10 ponden boete omdat zij het bevel van de Raad niet heeft opgevolgd in haar zaak tegen Mette van Werden. Haar borg is Wycher Rensinck.
Peter Kruse 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Zijn borg is Claes Kruse.
Nr. 501
Fol. 138. Lijst van hen die drek hebben gestort en die elk 20 schillingen boete kregen.
Berent Berentsz de drager. Borg is Lambert Kalckberner.
Lambert Kalckberner. Borg is Berent Berentsz.
Johan Lukensz. Borg is Johan de Vrije de kremer.
Wessel Berentsz. Borg is Johan Grelle.
Johan Grelle. Borg is Wessel Berentsz.
Aelt Hermansz. Borg is Johan Grelle.
Roloff Swarte de kistemaker. Borg is Johan Grelle.
Henrick Mathysz. Borg is Alffer Petersz.
Styne upt Tolhuys. Borg is Herman Grote, Geertken Aptekers [zoon]].
Luyken Tripmaker. Borg is Henric Vene.
Pauwel Kistemaker. Borg is Henrick Smyt Engelschman.
Styne van der Lake. Borg is Pauwel Kistemaker.
Lysken de dochter van Johan Dubbeltsz. Borg is Peter Apteker.
Herman Backer. Borg is Pauwel Kistemaker.
Geertken Aptekers. Borg is haar zoon Herman.
Roloff Schroer. Borg is Jacob Wolff.
Alffer Petersz. Borg is Henric Mathysz.
De vrouw van Jacob Sturm. Borg is Wycher Rensinck.
Styne Pouwels de jonge. Borg is Pouwel Goltsmyt.
Marreken Peters. Borg is Pouwel Goltsmyt.
Andrees Hermansz Verckenkyker. Borg is Roloff Bierwagen.
Mette van Werden. Borg is Geert Wyssinck.
Tyman Lambertsz, de wachter Boven de Poort. Borg is Luyken Boem.
Bartolt Jonge. Borg is Engelbert Kistemaker.
Henrick Comans de smid. Borg is Willem van Heteren.
Johan Cleyne. Borg is Dyrck Lambertsz de bakker.
De vrouw van Albert Hoyer. Borg is Geert Wyssinck.
Nr. 502
Johan van Ensse 2 ponden boete omdat hij niet voor de Raad was verschenen tegen Albert Rynvisch. Zijn borg is Isbrant Baers.
De vrouw van Claes Pottemaker op de Burgel 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Berent inden Wytten Aern.
De vrouw van Johan Lubbertsz de rijnschipper is uitgelegd (verbannen) omdat zij bij nacht Magnus Rynschipper heeft verwond.
Magnus Johansz is om dezelfde reden uitgelegd.
Ymme, de vrouw van schipper Johan Willemsz, 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Johan Willemsz.
Ffemme, de dienstmaagd van heer Herman Mathysz, 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is haar broeder Sweder Bertolsz. Schipper Johan Willemsz 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Borg is schipper Johan Berentsz.
Lubbert Oltboder zal voor Johan Lubbertsz de rijnschipper van diens boete 8 heren ponden betalen tijdens de periode van de huidige schepenen.
Herman Jansz 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Borg is Cleys van Urck.
Lambert Slewert 20 ponden boete omdat hij zijn mes had getrokken. Borg is Henric van den Berge.
Herman Evertsz 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Herman Grote, de zwager van Sweer Kulen.
Lamme 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Borg is Johan van Steenbergen.
Jacob ther Horne 10 ponden boete wegen het uiten van strafbare woorden tegen Steenberch en de deerne van de drost van Covorden. Borg is Henricus Schoteler.
Peter Harnasmaker 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is de schoenmaker Johan Goykensz.
Johan Arentsz van Bronoppe 2 ponden boeter van panding van de hoefsmid.
Geert Essinck de smid 20 ponden boete omdat hij zijn mes had getrokken. Zijn borg is Henric de Wilde.
Nr. 503
Fol. 138v. Wolter Tymansz 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Gheert Wyssynck. Johan van Wylssem 2 ponden boete van panding van Gebbe Knapschinkels.
Wyllem Jacobsz Tryppenmaker 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Zijn borg is Andrees Gijsensz.
Andrees Ghijsensz 6¼ heren ponden boete omdat hij vijf paarden in het broek had laten weiden. Borg is Wyllem Jacobsz Tryppenmaker.
Wolter in Geert Kremers huis 2 ponden boeten wegens uiten van strafbare woorden.
Zijn borg is Geert Kremer.
Wolbert Wyggersz 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Geert Andreesz.
Wyllem Weytendrager 2 ponden boete van panding van Johan van Roderloe.
Ermgart van Aken 20 schillingen boete. Borg is Johan van Hardenberch.
Arent Openhuys 20 schillingen boete. Borg is Henric Hoff.
Tyman Wyllems de olysleger (olieslager). 100 schillingen boete voor twee vergrijpen.
Zijn borg is Clais Varwer (verver).
Ffemme mitten tanden 2 ponden boete. Borg is Herman Moll.
Dyrck up die Sluyse had zeven paarden in het broek. Hij krijgt 100 schillingen boete voor elk paard [teveel ?]. Borg is Johan Dyrcksz te Bronope.
Luyken Jansz de smid 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Coert Dyrcksz.
Johan van Steenre, de knecht van meister Ghysen, 2 ponden boete van panding van Tyman Schele Lubbe.
Johan Arentsz 100 schillingen boete voor een paard [teveel ?] in het broek. Borg is Johan van Synderen.
Geert Jansz Roeveneter de metselaar en zijn opperknecht Johan Wenemersz 2 ponden boete.
[In de marge staat:] Anno LXXXIII (1483) Rutger, Evesse, Mette Wonder, Alyt Hoyke, elk …afgeklaard.
Nr. 504
Derck Willemsz heeft zijn mes getrokken. Uitgelegd.
Gheert Thewesz 10 ponden boete. Zijn borg is Goesen van der Scheere.
Albert Claisz 50 schillingen wegens een paard. Borg is Tonys van Neerden.
Styne van Malssem 2 ponden boete. Borg is Pauwel de Goltsmyt.
Armgart van Aken 10 ponden boete. Borg is Jacob Messemaker.
Goessen Pauwelsz 10 ponden boete.
Stoerkyns dochter 10 ponden boete. Borg is Goesen Pauwelsz.
Geert Ottensz 2 ponden boete. Borg is Berent Oelyslager (olieslager).
Henric, de oude leidekker van de stad, heeft bij dag de moye (tante) van zijn vrouw met een hamer een wond toegebracht aan haar hoofd en hij heeft zijn vrouw getrapt.
Nr. 505
Fol. 139. Nota koer anno LXXXIX (1489)
Gheert Budel 2 ponden boete. Borg is Geert Jansz Kistemaker.
Johan voirscreven 2 ponden boete. Borg is Geert Budel.
Johan Kystemaker, de knecht van Engbert Kystemaker, is uitgelegd.
Geert Schepeler 2 ponden boete van pandwering. Zijn borg is Willem Joncker.
Berent Stoker 2 ponden boete van panding van Henric van Zutphen.
Geert Budell 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden buiten keurs of 10 ponden als hij een schepenvrede heeft overtreden. Borg is Merten Kistemaker.
Reynken de tymmerknecht 2 ponden boete. Borg is zijn meester Sybrant Tymmerman.
Lubbe Werners 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Stratenmaker.
Gert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Jacob Schomaker.
Lubbert Schonenborch 2 ponden boete van panding van Henric van den Berge en nog 2 ponden boete van panding van Gese Budels.
De vrouw van Herman Sadelmaker 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Herman.
Schotte 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Henric Buter de wagenman.
Jacob Busch 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Arent Dijck.
Johan Voirne 2 ponden boete van panding van Tyman van Olst.
Johan de Wyse 2 ponden boete van panding van Ghysbert Tymansz.
Louwe Cornelysz 2 ponden boete van panding van Dyrck van Olst.
Johan van Roderloe 2 ponden boete van panding van zijn broeder Steven.
Roloff van den Werve 2 ponden boete van panding van Jacob Busch. Borg is Jacob de Wachter.
Alffer Petersz 2 ponden boete van panding van Geert Claesz..
Mr. Evert Alffersz 2 ponden boete van panding van Katherine Knigge.
Hans Holtynck 2 ponden boete van panding van de gildemeesters van de schroers.
Roloff van den Werve 10 ponden boete die de Raad hem heeft opgelegd omdat hij niet voldaan had aan het bevel van de burgemeesters, hem op het Hof aangezegd, om Jacob Busch te voldoen.
Johan Voirne Plonysz 2 ponden boete van panding van Frederick Rynvysch.
Geertken, de dienstmaagd van heer Lubbert, is voortvluchtig en uitgelegd omdat zij de vrouw van Louwe Verver met garden en stokken heel onmanierlijk bloedig en blauw heeft geslagen. Het was de burgemeesters aangebracht. Haar boete bedraagt 80 ponden.
Nr. 506
Wyllem Weytendrager 2 ponden boete van panding van Tyman van Olst.
Schoene Bate 100 schillingen boete van “wane mate”. Haar borg is Geert Henrixsz.
Alijt, de vrouw van Wynken Wesselsz, 100 schillingen boete van “wane mate”. Haar borg is Geert Wissinck.
Ghyse Blanckert 100 schillingen boete van “wane mate”. Zijn borg is Albert Rynvisch.
Lambert Pynninck 100 schillingen boete. Zijn borg is Tyman Lambertsz.
Berent Ruth 2 ponden boete van panding van de vrouw van Berent Swartken.
Wolbert then Hove 2 ponden boete. Zijn borg is Johan van den Werve.
Roloff van den Werve 2 ponden boete. Zijn borg is Jacob Wachter.
De vrouw van Bruesken 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs. Haar borg is Ysbrant Baers.
Henric Andriesz 2 ponden boete van panding van Herman Mol.
Clais Visken 2 ponden boete van panding van Johan Ensse.
Nr. 507
Fol. 139v. Berent die bij Henric van Oenden werkt 20 ponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Geert Lamberts.
Hase Scrivers 10 ponden boete voor een overtreding binnen keurs. Haar man is haar borg.
Jan “God grute uu” de brouwersknecht 2 ponden boeter van panding van Dode Alersz.
Geert ten Dale 20 stadsponden boete om Bruskens vrouw. Borg is Ghert Wissinc.
Albert Claesz Bol 2 ponden boete van panding van Ghisbert van Lewen.
Peter Claisz, de zoon van Alyt Roggen is uitgelegd omdat hij bij dag met een kan een wond heeft toegebracht aan Herman Sarysz. Zijn boete bedraagt 25 heren ponden.
Derick de Ketelboeter die bij Willem Harnasmaker woont, is uitgelegd omdat hij bij dag Hilbrant van Groningen heeft verwond. Zijn boete bedraagt 25 heren ponden.
Clais van Angeren 10 ponden boete. Zijn borg is Wicher Rensinck.
Johan Jansz 2 ponden boete. Borg is zijn vader Jan Jansz.
Heyman Appelkoepster werd beboet omdat zij vis verkocht. Haar moeder is haar borg.
Een man uit Zwolle, zwager van Jan van Witmen, werd beboet omdat hij niet voor het gerecht was verschenen.
Herman Borre 100 schillingen boete “an torn klimmen sijn soen”. Borg is Geert Wissinck.
Johan Reynersz 100 schillingen boete. Borg is zijn vader Reyner de visscher.
Mette Floyers 2 ponden boete van panding van Rotger Cloeteler.
Johan Crane de mulre 10 heren ponden boete, waarvan hij er 6 moet betalen in gereed geld en de overige 4 binnen twee jaar. De eerste termijn vervalt op Midwinter. Borgen zijn Peter Jansz, Johan Jansz Pelser, Henric Brabander en Kerstken de Vulre.
Johan van Staveren 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag aan Nelle Schaede.
Borg is Jan Cock.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Gese Roters.
Henric van Zutphen een stadspond boete voor gooien met een kan.
Keyser een stadspond boete voor gooien met een kan.
Peter inden Pot 4 stadsponden boete voor gooien met een kan.
Johan Willemz Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Clotinck de drager.
Geert Ottensz 2 ponden boete. zijn borg is Berent Oelyslager.
Coert Backer 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Thonys Backer.
Johan Bartolsz te Bronop 2 ponden boete van panding van Jacob Dubbelsz.
Heyne van Beyeren met Johan Seygersz en Henrick met Berent op de Steendyck worden er van verdacht dat zij hout zouden hebben gestolen van Willem Teelen dat zij achter uit de molen van Lubbe Werners haalden
Nr. 508
Willem Hermansz de harnasmaker met de ene hand 10 stadsponden boete wegen uiten van strafbare woorden. Borg is Willem Harnasmaker.
Willem Dircksz de vulre 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Goyken Woltersz
Lambert Kost 10 stadsponden boete. Zijn borg is Dirck Vette.
Henric Boelmans de wagenman 2 ponden boete van panding van Jan van Wilsem de visser.
Willem van Urck de wagenman 2 ponden boete van panding van Jan Roederloe.
Johan Voirne Ploenysz een aam wijn boete. [in de marge:] uutgelegt
Berent Hake in de Hagen 2 ponden boete. Hij was gedaagd tegen Johan Henrixsz doch niet verschenen.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Jan Henrixsz in de Hagen.
Jan ten Hoeve de timmerman had bij dag op de Zwartendijk een deerne verwond. Zijn borg is Werner Aerntsz de mulre. [genoemd:] …….. een timmerman uit de Jacobstege.
Gise Kotert 50 schillingen boete “mit bussen”. Borg is Ysbrant Baers.
Mr. Johan Tymmerman van Sutphen 10 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Gert Moelman.
Nr. 509
Fol. 14. Kuer anno LXXXIX (1489)
Johan Thoenysz Touslager 2 ponden boete van panding van Brusken.
Geert Sandersz 2 ponden boete van panding van Jan van Wilsem de visser. Jacob Wolf zal gichten.
Johan Henrixsz 25 butkens of 100 schillingen wegens bussenschieten. Zijn borg is zijn broeder Willem Henrixsz, schoenmaker bij de Hagenpoort. Grete Holle 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Tyman van Olst.
Lamme 2 ponden boete. Borg is Lubbert Gruter.
Ffemme mytten tanden 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Jacob Busch.
Evert Baers 2 ponden boete van panding van Peter Glasemaker vleischhouwer. Dit heeft Jan Cock gegicht.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Henric Putto van `t Vene [Kamperveen].
Grete van Urck 2 ponden boete van panding van Claes Cuper.
Lutgart Henrix.
Nr. 510
Jacob Reynersz van Doornspijk heeft bij dag Lukyn Clumpenmaker verwond. Hij is uitgelegd.
Luken Clumpenmaker voornoemd heeft Jacob voornoemd een wond toegebracht met een kan.
Hij is uitgelegd.
Lubbert van Oldenziel Hoymeyer heeft Luycken voornoemd ook een wond toegebracht.
Hij is uitgelegd.
Jacob de Schroeder 10 heren ponden boete wegens Jacobken de Wagenmenne. Borg is Gheert Hoyer.
Rotgher Cloteler 10 heren ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Johan van Synderen.
Reyner de Lewe 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Derck Kerckhoff.
Arent Geertsz, wonende bij Arent van Veessen 2 ponden boete. Zijn borg is Pauwel Florysz.
Femme Koetkens 2 ponden boete van panding van de vrouw van Johan ten Hoeve.
Lubbert Bast is borg voor Luder Vrese voor 5 heren ponden.
Alyt Holkens 2 ponden boete. Borg is haar man.
Johan van Lonen, een wever, 2 ponden boete.
Johan Toernen 2 ponden boete van panding van Peter Willemsz.
Tyman van Olst 2 ponden boete van panding van Jan van Synderen.
Arent Lukener 20 ponden boete wegens een vuistslag binnen keurs. Borg is Maes Roeper.
Lubbert Geertsz de wijnheer wegens het schenken van slechte wijn een boete van 10 stadsponden. Voor iedere dag 10 ponden boete. Borg is Jan Pael.
Dirck Pynninck 25 goudguldens boete, te betalen op Michaelis anno 1490. Er ligt een handschrift van hem in de lade voor de burgemeesters. Het wordt geschreven in het jaarkeurboek.
Geert van Ingen 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam tegen de brugmeester Warner Jansz.
Dirck Backers deerne 2 ponden boete. Haar borg is Dirck Backer.
Mr. Dirck Selle 2 ponden boete van panding van Peter Hermansz.
Wenemer Backer 10 ponden boete wegen het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Herman Vette.
Johan van Wilsem de visser 2 ponden boete van panding van Brusken.
Laurens Peter Aerentsz 10 stadsponden boete. Borg is zijn broeder Aerent Petersz.
Sander Dirck Kerchoffs 10 stadponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Dirck Kerchoff.
Jacob Cock 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jacob Storm.
Aerent Hermansz te Bronoppe 2 ponden boete van panding van Andries van Lochem.
Willem Udensz 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Henric Scheric de schoenmaker.
Nr. 511
De volgenden geestelijken dongen naar het officie in het Heilige-Geestgasthuis.
Heer Willem Overdyk.
Heer Andries Wiltinck.
Mr. Seyne, in Frankrijk.
Heer Claes Betken.
Herman Selle.
Mr. Henrick Boestinck.
Iohannis Submonitor
Heer Claes Volscher.
Mr. Symon Hamer.
Nr. 512
Fol. 140v.
Kuer anno ut supra LXXXIX (1489)
Rotger Cloteler 2 ponden boete van panding vanwege Griete Andries
Remmelt Lange de rijnschipper 2 ponden boete van Else de vrouw van Lose de zeilmaker.
Herman Fuls 10 stadsponden boete wegen het geven van een vuistslag binnen keurs.
Zijn borg is Gert Glasemaker.
Katherine, de maagd van Kerstken van Ingen, 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Haar borg is Derick de Vette.
Dirck Selle 2 ponden boete van panding van Gert then Dale.
Meynert opten Oirt 2 ponden boete van panding van Rotger Cloteler.
Dirck Plate van Deventer 10 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Henric Claesz.
Jacob Cock Boven de Poort 2 ponden boete van panding van Evert [doorgehaald] Styne van den Vene.
Derick Straetken 20 stadsponden boete wegens het geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Wynken van Elsen.
NN Kunne is uitgelegd. Is voortvluchtig. 20 stadsponden boete.
Jacob Cock 2 ponden boete van panding van Jacob Dircksz.
Leffer Geertsz een boete van 20000 middelstenen omdat hij een stadspoort niet bewaakt heeft. Zijn borg is Jacob Coipsz.
Aerent Weitendrager te Bronope 2 ponden boete van panding van heer Jan Coesvelt.
Ernst van Zwolle 25 ponden boete omdat hij de vrouw van mr. Wicher bij dag verwond heeft. Zijn borg is Claes Andriesz Dremmeler. Ernst heeft beloofd om zijn borg schadeloos te houden.
Jacob Cock 2 ponden boete van panding van Clais Jansz van Oestenwolde.
Mr. Derick Selle 2 ponden boete van panding van Peter Hermansz.
Arent Loeper 2 ponden boete wegens het uiten van keurbare woorden. Zijn borg is Wynken.
Wynken de weversgezel uit Holland is uitgelegd. Uitgesteld tot Henric Nanninge komt.
Zijn boete bedraagt 20 stadsponden.
Albert Clais Bol 2 ponden boete van panding van Ygherman.
Ghert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Jacob Schonynck.
Henrick Albertsz de bakker 40 stadsponden boete omdat hij binnen keurs heeft gegooid
met een pot. Zijn borg is Herman Sywersz, alias Van Wilsem, bakker voor de Hagenpoort.
Derick Lambertsz de bakker 10 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Berent Stoker.
Jacob Claesz opt Eylant 2 ponden boete van panding van Hugo Thomasz, Wolter Hugensz.
Gysbert Pauwelsz 2 ponden boete van panding van de pastoor.
Haeseken van Romunde 2 ponden boete omdat zij niet tegen het gilde voor recht was gekomen. Haar borg is Henrick Jacobsz de wever.
Nr. 513
Fabritens [smidsknechten]
Herman Gheerts van Borkel. Borgen zijn zijn meester Henrick Veliker de smid en Wessel Smyt. Tot er recht gesproken is.
Kerstken Aerentsz en Rolof Vorde. Borg is Ghysbert Smit.
Johan Stevensz. Borg is zijn meester Gert Essinck.
Henric Hermansz. Borg is zijn meester Wicher Slotemaker.
Hun borgen zullen hen voor het gerecht brengen en zullen borg staan tot de uitspraak zal zijn gedaan. Zij beloven om hun borgen schadeloos te houden.
Johan de knecht van Jan Grelle en Aerent van Hardewyck zijn voortvluchtig.
Roloff van den Werve een boete van 10000 middelstenen. Het is hem gegund om te betalen op half Vasten. Zijn borg is Johan Hermansz van den Werve.
Nr. 514
Fol. 141
Johan Jorien verklaart dat Arent Openhuis met een schipper uit Danzig terug kwam uit Lyssebonen (Lissabon). In de Sont kwam Arent bij Johan voornoemd en gaf hem zout en olie die hij uit Lissabon had meegenomen. Arent had toen hij uit Lissebone kwam te Kampen aan Johan zijn wijn overgedaan. Coram Ernst en Frederic.
Grete Quackers 10 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borgen zijn haar broeder Wenemer en Gert Kystemaker.
Grete, de vrouw van Herman Backer, 2 ponden boete. Borg is Johan Hermansz van Werve.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Herman Geye.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Henric de Lukener.
Peter Kock 2 ponden boete van panding van een visser Boven de Poort, vanwege een maagd.
Johan van Eybergen en Henric Veliker de smid zijn borgen voor Herman de smidsgezel die gevangen zat. Johan Bartoltsz, Gysbert de smid en Geert Essinck zijn borgen voor twee andere smidsgezellen die gevangen zaten, te weten Kerstken en Jan Stevensz.
Deze drie gezellen hebben de oervede gedaan.
Nr. 515
Schipper Heyman Brant en schipper Gheert Loysz verklaren dat zij er in het voorjaar bij hebben gezeten in Veere in Zeeland toen Luytken Rolterman uit Groningen aan schipper Evert Schelen 150 Brouages zout aanvrachte . De schipper zou van elke last die te Riga zou worden gewogen 15½ gangbare rijnse guldens ontvangen als vrachtgeld.
Luytken zou schipper Evert voor zijn kost 4 enkele rijnse guldens geven. Datum 13 december, coram Lubbert en mr. Goessen.
Johan Hermansz van Borckel, schoenmaker, is uitgelegd omdat hij bij nacht een wond had toegebracht aan de jongen van Peter Schoenmaker. Lubbert Bruynsz van Swolle, touwslager, is uitgelegd omdat hij bij dag een andere touwslager had verwond.
Berent Roth 2 ponden boete van panding van de vrouw van Berent Zwartken.
Arent van Harderwyck, smidsknecht, is uitgelegd, en Johan de knecht van Johan Grelle, ook smid, is uitgelegd. Zij kwamen met een mes aan de deur van Loy.
Clais Vyssken 2 ponden boete van panding van Geert Spaerleer.
Een schroeder 2 ponden boete omdat hij niet voor recht kwam om vragen van de gildemeesters te beantwoorden.
Johan Croene heeft beloofd en deed handtasting de brief te brengen en de kwitantie [uit ?] Deventer.
Peter de schroeder werd gedaagd door de gildemeesters.
Dirck Pekel [en ?] Henrick Bertoltsz hebben bij nacht Magnus Rijnschipper verwond en de man van Groningen.
Alyt, de vrouw van Henric Andresz, 2 ponden boete van panding van Wicher.
Claes Pottemaker 2 ponden boete van panding van Herman Trumper.
De vrouw van Ewoult in de Hagen 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Jacob Machorysz.
Bele Vosses in de Hagen 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Werner Topken.
[Aanhef van een brief aan de Raad:] Eerzame lieve heren. Wij, gemene broeders van het Heilig Graf, verzoeken ootmoedig dat u ter ere van God en zijn passie in gedachten wil houden [niet afgemaakt].
Nr. 516
Fol. 141v.
Fabri (smeden).
Mr. Boldeman verklaart dat hij met de gildebroeders van de smeden in het gelag zat in de Witten Aerne toen de gezellen en knecht voor de deur kwamen omdat zij er ook bij wilden zitten. De meesters die dat bemerkten, stonden op en hielden de deur dicht en lieten de gezellen er niet in. Er was een groot rumoer maar hij zag niet dat er werd geslagen, gestompt of gevochten.
Kempe koeperslager verklaart dat hij ook in het gelag zat toen een van de gezellen bij hem kwam en toen van de gildemeester een half pond tot schotelgeld eiste. Zij zeiden tegen de gezel dat wat het gilde placht te geven, wilden zij ook wel geven. Daarop ging de gezel naar buiten naar zijn mede-gezellen en zei tegen hen dat de gildemeesters doof waren. Daarom bleven de gezellen voor de deur staan en wilden naar binnen. Zij hadden een verdrag gemaakt. Toen hebben de gildemeesters en zij die verder binnen waren van de waardin een huisvrede begeerd. Deze vrede gaf de vrouw hen. Op die manier hebben zij de gezellen buiten gehouden en de deur met stokken dichtgehouden.
Johan Grelle, die ook in het gelag zat met de meesters, verklaart dat een van de gezellen binnen kwam en de meesters waarschuwde dat de gezellen een verdrag zouden maken waar men over 100 jaar nog over zou spreken. De gezellen bleven voor het huis. De vrouwen en andere lieden die binnen waren, hebben de deur dicht gehouden zodat er niemand binnen kon komen Hij heeft niemand zien slaan of stompen.
Mense Smyt was ook in het huis en hoorden en zag dat de gezellen voor de deur kwamen en naar binnen wilden. De deur werd echter van binnenuit dichtgehouden. Als de wagenlieden en anderen die binnen waren de deur niet hadden dicht gehouden, zouden de gezellen binnen zijn gekomen. Verder heeft hij niets gezien.
Aerent Moelman en Jacob Gerrytsz getuigen zo in “copien lap ……”.
Nr. 517
Johan Rinchouwer, Wolter Coenraetsz en Tideken Coenraetsz verklaren dat zij er hier te Kampen ongeveer een jaar geleden als huwelijkslieden bij waren toen het huwelijk werd beraamd tussen Evert Ghisensz en Beerte, de dochter van wijlen Henric Hermansz. Willem Hermansz te Hattem, de oom van Beerte, zou zijn nicht ten huwelijk een som van 25 rijnse guldens geven. Dat geld heeft Willem gegeven. Kerstken heeft geen geld gegeven.
[In de marge:] Aerent Jansz.
Coram Henric Pael en Eernst.
Alyt, de vrouw van Henric Andreesz, 2 ponden boete van panding van Wicher.
Claes Pottemaker 2 ponden boete van panding van Herman Trumper.
Nr. 518
Fol. 142
Monster
Burgemeesters en Raad van de stad Munster verklaren met deze open brief het volgende.
De stad Kampen heeft hen vroeger beloofd met een bezegelde brief dat Geert van Rijssen, burger van Deventer, voor zichzelf en voor zijn medestanders, allen burgers van Deventer, de Munsterse burgers Johan Kroene en Henrick then Dijcke niet langer met recht zouden aanspreken om het beslag op hun goederen in Hardenberg gedaan, waarvan wij hen de bezegelde brief gegeven hebben en hen verder toen ter tijd niet konden helpen.
Nu beloven de stadsbestuurders van Munster, voor zichzelf en voor hun burgers dat zij de stadsbestuurders van Kampen en hun burgers om deze zaak niet zullen vervolgen
met wereldlijk recht of met geestelijk recht. Zij schelden hen van hun gedane belofte, gedaan in de bezegelde brief die wij toen ter tijd hebben overgegeven, geheel en al vrij.
De bedoelde brief is daarom dood en van onwaarde.
Nr. 519
Fol. 143
Koer anno XC (1490)
Ghelpert Visken 20 stadsponden boete wegens met maken van onstuur (rumoer) binnen keurs. Zijn broeder Clais Visken is zijn borg.
Derick Pekelherynck uit Groningen is uitgelegd omdat hij Magnus Rynschipper heeft verwond. ……hette ….. is uitgelegd wegen een aan Derck Sloemer tegebrachte wond.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Geert Wissinck.
Geert Nagel 2 ponden boete van panding van Bye Peter Barbiers.
Willem Geertsz de schipper 20 stadsponden boete wegens het geven van een vuistslag binnen keurs. Borg is zijn broeder Herman.
Rolof van Werve een boete van 10000 middelstenen, te leveren op half Vasten. Borg is Jan Hermansz van den Werve.
Johan Roethoefft 2 stadsponden boete van panding van Johan Hane.
Wicher van Zwolle is uitgelegd omdat hij een mes trok bij de Clocke tegen de zoon van Water.
Jan Bruynsz Herman is uitgelegd omdat hij bij nacht Evert Schele had verwond.
Meynert van Pinxter opten Oirt, potschuver, 2 ponden boete van panding van Rotger Cloeteler. Rotger heeft hem laten uitleggen.
Nr. 520
Johan van Driel 2 ponden boete van panding van Dirck Slomer.
Meynart van Pinxteren 10 stadponden boete van panding van Rotger Cloteler.
Roleff van den Werve 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Wicher de voorspraak.
Ffye Tengenagels 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Johan Tengenagel.
Dirick Stevensz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is lange Wolter.
Johan Glynthagen 50 heren ponden boete voor een bij nacht toegebrachte wond aan Schoene Bate. Hij is uitgelegd.
Mette Buse 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Haar borg is Henric Melysz.
Evert Schele 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Willem van Eeden. Solvit.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Jan Grelle de smid.
Hans Trumper 10 ponden boete om het nog langer dragen van een mes. Zijn borg is Berent inden Witten Aerne.
De vrouw van Ghyse Koeters 2 ponden boete van panding van Elze Rynvisches.
Peter van Elvingen 2 ponden boete omdat hij niet voor recht kwam tegen de timmeman.
Jan Albertsz 2 ponden boete van panding van Jan Reyndersz.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van een man uit Sneek.
Bertolt Backer 2 ponden boete van panding van Orber Henrixsz.
Wyllem Weytendrager 2 ponden boete van panding van Wolter Wulffsz.
Johan Wernynck 2 ponden boete van panding van Jacob Stycker.
Clais Potmaker 2 ponden boete van panding van Tyes Jansz Schroeder.
Berent Geertsz Roth [?], ossendriver, 2 ponden boete van panding van B. Peter Henrixsz Vischer.
Egbert Backer 100 schillingen boete wegens brood in ex…. Zijn borg is Gert Andriesz.
Lambert Mesmaker 2 ponden boete van panding van Jan van Roderlo.
Clais Vysken 2 ponden boete van panding van de knecht van Sanct Gertrudt.
Willem Tiele 2 ponden boete van panding van Jan Lambertsz van Grafhorst.
Tyman Wiltinck 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jacob Storm.
Gysbert Pouwelsz 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jacob Storm.
Dode Alertsz 2 ponden boete van panding van de “reyders”.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van een schroeder.
Albert Evertsdochter 20 schillingen boete wegens storten van drek. Haar borg is Gerloch Claesz.
Jan van Rossen 10 stadsponden boete. Zijn borg is Engbert Kistemaker Derck …….
Wachter versproken.
Jan van Gelre 20 stadsponden boete. Zijn borg is Aerent int Manneken.
Aerent int Manneken 20 stadsponden boete omdat hij de wachter had “versproken”.
Zijn borg is Jan van Gelre.
Jan Berentsz 2 ponden boete wegen het geven van een vuistslag. Zijn borg is Wolter Monnick.
Nr. 521
Fol. 143v.
Aerent Moelm3an 50 heren ponden boete wegens adultio (overspel/bedrog). Zijn borgen zijn Roloff Albertsz de smid, Hilbrant Gerrytsz de timmerman, Kerstken Henrixsz de steenmetselaar en Gosen Jansz de houtzager, elk voor al. Te betalen tijdens de zittingsperiode van de tegenwoordige schepenen. Aerent zet zijn borgen zijn huis en al zijn goed tot onderpand.
Alyt de dochter van Geert van Coesvelt deed de oervede en beloofde dat zij niet dichter bij de stad zou komen dan op vijf mijlen afstand op straffe van het verlies van haar beide oren en op de kaak te worden gezet.
Jacob Benensz 20 schillingen boete wegen storten van drek. Zijn borg is Johan van Sinderen.
Nr. 522
De volgende personen werden beboet met 20 schillingen voor het storten van drek en stront.
Gheert, de knecht van Henrick Goessensz. Zijn borg is Henric Goessens.
Roleff Smyt. Zijn borg is Wulff Holtsager.
Wolff Holtsager. Zijn borg is Geert van Groningen de steenmetseler.
Reynken Tymmerman. Zijn borg is Roloff Smyt.
Derick Backer. Zijn borg is Roleff Smyt.
Cornelis die Keteler. Zijn borg is Wicher Rensynck. Claes Jacobsz [doorgehaald]
Heer Clais Volscher. Zijn borg is Albert Hoyer.
Wyllem Hoefft. Zijn borg is Ghyse Blanckert.
Alyt van Lewen. Haar borg is Jan Sulman.
Johan Hoff. Zijn borg is Gise Blanckert.
Nr. 523
Symon Hanegreve 20 schillingen boete. Zijn borg is Dirck Kannegheter van Gasperen.
Symon Hanegreve nog eens 20 schillingen boete. Zijn borg is Dirck voornoemd.
Gese, de dochter van Albert Evertsz, 20 schillingen boete. Haar borg is Gherloich Claesz.
Symon Glauwe 20 schillingen boete. Zijn borg is Albert Hoier.
Berent Jansz 20 schillingen boete. Zijn borg is Geert Wissinck.
De stiefdochter van Aelt Kaerman 20 schillinge boete. Haar borg is Gosen Schroeder.
De weduwe van Albert Bisschop 20 schillingen boete. Haar borg is Cornelis Claesz.
Sibrant Henrixsz 20 schillingen boete. Zijn borg is Else Blanckers.
Bertolt Jonge 20 schillingen boete. Zijn borg is Johan van Synderen.
Jacob Rode 20 schillingen boete. Zijn borg is Rotger de stalknecht.
Nr. 524
Rutger [?] Jansz van Swolle is uitgelegd wegen een wond die hij in de nacht heeft toegebracht aan Gheele.
Lubbert van Hasselt 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag buiten keurs.
Zijn borg is schipper Jan Gheertsz.
Jacob Dubbeltsz 20 stadsponden. Borg is zijn broeder Henric Dubbeltsz.
Jan de Wise 2 ponden boete van panding van Jacob Claesz opt Eylant.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Lambert Calcberner.
Lambert Mesmaker 2 ponden boete van panding van Aerent Pigge.
Jan de Wys 2 ponden boete panding van zijn knecht Aerent Jansz.
Henric Jacobsz Schoenmaker 100 schillingen boete. Hij is borg voor zijn vrouw.
Jacob Machorysz is borg voor zijn zuster voor de 100 schillingen boete wegens visverkoop in de poort.
Lubbert Martensz 2 ponden boete van panding van Jan van Wilssem.
Rolof Zwarte de kistenmaker 2 ponden boete van panding van Henric Claesz.
Reyner van Hondwyck 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Peter Moll.
Grete Cox 2 ponden boete. Haar borg is Lubbert Steenhouwer. Zij heeft iemand aan het haar getrokken.
Geert de Valke [?] van Harderwyck heeft bij nacht Roloff van Harderwyck de beeldensnijder verwond. Hij is uitgelegd.
Jan van Wilsem de visscher 2 ponden boete van panding van Lubbert Gruter.
Berent de knecht van Dirck van Milligen 2 ponden boete van panding van de vrouw van de scherprechter.
Styne op de Sluse 2 ponden boete. Haar borg is Seyne Kistemaker.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Aerent Coster.
De vrouw van Rolof Korfmaker 2 ponden boete van panding van Lambert Kistemaker.
Nr. 525
Fol. 144.
Vynkenette
Inder saeken tusschen Johan van Gelre ende Thonys Backer.
Herman Aerentsz en Lambert Beerntsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Lambert voornoemd toen partijen onenigheid hadden over een vinkennet dat hen gezamenlijk toebehoorde. Zij wierpen met het mes wie van hen aan de ander een bod zou moeten doen op het gehele net. Thoenis trof het en zei dat hij het gehele net waardeerde op 45 butkens. Daarop zei Johan dat Thonis zijn hand moest ophouden. Dat deed deze waarop Johan hem het net toesloeg voor 45 butkens. Thonis behield het net waarmee beide toen tevreden waren.
Coram Lubbert en Heyman.
Egbert Kistemaker verklaart dat Herman Trumper voor Tyman Oprieder beloofd heeft om zes jaar lang voor Alyt Garbrans zes ramen beschikbaar te houden en die ook in goede staat te houden, zonder dat Tyman daar schade van zou lijden. Dit is ook aangetekend in het register recognitionem van anno 1489.
Nr. 526
Kuer. ……..
Johan Zwickers int Kaerschip 10 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Geert Wissinck.
Geert Assensz en zijn vrouw een boete van 8000 middelstenen omdat zij de accijnsmeesters hebben tegengesproken. Borgen zijn Berent Wolt en Jacob Lambers.
Jacob Kamerlinck 10 ponden boete. Borg is Vastert Tripmaker.
Jan van Ensse 2 ponden boete van panding van het vrouwtje met het kind.
Johan Voirne van Wilsem 2 ponden boete van panding van Jan van Ense.
Ffemme mitten tanden 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Willem Ydensz.
Greete Ralle 2 ponden boete. Haar borg is Koyser de vulre.
Katherina Knigge 2 ponden boete van panding van Dyrck Canneghieter.
Jan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Rolof Zwarte de timmerman.
Henrick Kroeser 2 ponden boete omdat hij niet was verschenen voor de Raad. Borg is Herman Geertsz.
Berent Roethoefft de ossendrijver 2 ponden boete van panding van Herman Vrye.
Lange Wolter 2 ponden boete. Borg is Willem Hoeft.
Zijn vrouw 2 ponden boete.
Henrick Scherynck 20 ponden boete wegens een verboden wapen. Borg is Jacob ther Stege.
Grete Holle 2 ponden boete. Haar borg is Jan Holle.
Johan Luyckens Ticheler 2 ponden boete. Borg is Willem Broick, de zoon van Niese Broicks.
Lambert Jacobsz Mesmaker is uitgelegd omdat hij bij nacht Tyman van Olst heeft verwond.
Johan van Diest de kussenwerker is uitgelegd. Jan van Diests knecht.
Aerent Jansz, Dirck Petersz en Henric Kaye elk 100 schillingen boete [wegens jagen ?] met honden. Hun borg is Geert Wissinck.
Henrick Florysz Lukener 20 stadsponden omdat hij zijn mes had getrokken. Zijn borg is zijn vader Florys.
Berent Do… 2 ponden boete van panding van de vrouw van Berent Zwartken.
Bele Vosses in de Hagen 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Haar borg is Werner Topken.
Bely de vrouw van Jan van Zwolle 2 ponden boete. Haar borg is Gert Walle.
Ewolda in de Hagen 2 ponden boete. Borg is Jacob Machorysz.
Lange Wolter 2 ponden boete van panding van Thoenys Barbier.
Johan van Wilsem de visscher 2 ponden boete van panding van Lubbert Gruter.
Jan van Gelre 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht was verschenen.
Aerent van Veessen is voortvluchtig. Hij heeft te Bronope een misdaad [?] begaan.
Claes Alertsz de rijnschipper is voortvluchtig.
Nr. 527
Fol. 144v.
Schipperen die inden Sont gegeven hebben van Nannyngk van Duerens sake.
De volgende schippers gaven elk twee enkele guldens.
Johan Willemsz
Johan Stoffregen
Reyner Trypmaker
Henrick Wychersz
Heyn Netken
Jacob Vlamynck
Geert Trypmaker
Jacob Albertsz
Cleys van Urck
Dyrck Jansz
Peter Geertsz
Reyner Aerentsz
Henrick van Bremen
Lambert Wichersz
Wyllem van Eeden
Johan Geertsz
Goert Jansz
Andrees Koiacke
Jelys Jansz
Laurens Smyt
Lambert Wychersz
Henrick Wernersz
Ffrederick Rynvisch
Evert Schele
Wyllem Geertsz
Johan Houwinck
[doorgehaald en slecht leesbaar staat onder de lijst van schippers:]
Item soe sal Nanning van Dueren gheven ende betalen C ende XXXVI (136) enckel golden rijnse gulden.
Anno est recognitum a Nanninge …. cessatum ………
Nr. 528
Dit zijn zij die met het schip van Hans Holtorp goederen verloren hebben.
Johan van Vreden 20 rijnse guldens aan gereed geld en aan waren.
Ffloris Roloffsz 20 currente rijnse guldens aan klederen, harnassen en geld. Et qui vidit spoli…..
Evert Gheye 9 rijnse currente guldens aan geld en aan harnaschen. Qui vidit ……
Getuigenis coram Jan de Vene.
Van doe men harnasch ende cannen schouwede.
[De secretaris tekende in de marge een handje met een wijzende vinger en het woord “nota”.]
Het Overespel Henric Pael 19 butkens 1 plack.
Heyman Maes 4 quarten en 1 mengele in het Broederespel, facit 22½ butkens. De quarte gerekend voor 5 butkens.
Heyman nog een quarte van het schoonmaken onder de brug besteed. De quarte gerekend voor 5 butkens.
Frederic Rynvisch in het Horstespel 21 butkens.
In de Hagen meister Goesen 15 butkens.
De dijkmeester Boven de Poort 13 butkens. Ghysbert 3 plakken.
Bartolt van Wilsem in het Uterespel 21 butkens.
Te Brunnepe Berent Henrixsz 15 butkens.
Summa 6 ponden, 5½ butkens en 30 plakken.
Nr. 529
Fol. 145
Ontwerp anno LXXXVIII a festo Pasche.
[daarboven staat:] Vont inden wyl…..
Nyemegen
Sutphen
Arnhem
Johan Veleke, lisch…mechel [?], 1 rijnse gulden. Dele.
Johan van Onna [alias] God grut uu, bekent Geert ten Dale 13 comans rijnse guldens.
Jan van Dryl bekent Gert Wess…. …. 5½ comans rijnse guldens. Dele.
Wobbeken bekent
Kercksprake
De stadsmarken zullen worden geschouwd op maandag over 14 dagen.
Op donderdag voor de middag te Westenholte zal een maelstat (vergadering) worden gehouden.
Idem te Ijsselmuiden
Gheert Hoyer de jonge te Deventer bekent schuldig ter zijn aan onze burger Wyllem Claisz de rijnschipper een som van 30½ witstuiver. Anno LXXXIIII (1484) 15 december.
Johan Ghysen en zijn vrouw hebben de hofstede die bij de Melmwech ligt voor een periode van 10 jaar gehuurd voor 4 heren ponden per jaar, te betalen ieder jaar op Sint-Maarten in de winter.De huur gaat in met het jaar 1489. Zij zullen geen “napacht” geven, zoals andere lieden.
Borg is Aerent Holtsager.
Er moet worden geschouwd aan de Oesterholtsche Wech.
De twee potten verkopen bij Alyt Seynen in de Hagen op komende dinsdag om vier uur na de middag.
Quidam VIII, quidam VIIIJ [8 of 8½]
Henrick Morynck, schulte to Yselham.
Henrick Brouwer, zoon van Wyllem Henrixsz, 2 mudden rogge ontvangen en ook niet meer. Te brengen waar het hem bevolen was.
Nr. 530
Fol. 145v.
Vant versetten schot.
Goede vrienden.
Over de brief die u ons schreef aangaande de laatst gehouden dagvaart, waarin werd besloten dat alle schippers en burgers die het privilege van de Hanzesteden en vrijheden willen gebruiken het schot, evenals de anderen, moeten betalen, delen wij u het volgende mee.
Een aantal van onze schippers en kooplieden was onlangs op de Colde Marckte in Bergen op Zoom en betaalde daar hun schot. Zij hadden beloofd om gelijk anderen van de Duytsche [doorgehaald] Hanze voortaan hun schot te betalen, zoals u wel weet.
Ook is in het laatste reces bepaald dat wij tien jaar lang het schot zullen betalen. Onze vertegenwoordigers die op de dagvaart te Antwerpen zijn geweest, hebben de koopman [de Hanze] vermaand. Wij begeren van de koopman te Brugge, voorzover wij de privileges van de Hanze willen genieten, dat zij het verzette schot “onklaagachtig” maken. In de brief is daar uitgebreid over geschreven.
Wij hebben eerder al aan u geschreven over het betalen van schot. Onze schippers en kooplieden zijn te Brugge, Antwerpen en Bergen onredelijk behandeld, alsof zij geen leden van de Hanze waren en zij tolvrijdom te Antwerpen niet konden genieten. Onze gedeputeerden konden geen certificaten van de Hanze krijgen om onze gevangen burgers in Frankrijk daar mee te helpen en vrij te krijgen.
Wij zijn altijd bereid geweest om ten westen van de Maas volgens oude gewoonten het schot aan de koopman te geven als dat geëist werd, maar de koopman wilde dat niet ontvangen, tenzij het schot van de goederen in Holland ook betaald werd. Dat was voor onze burgers niet te doen en was ook niet verplicht, alles volgen de privileges die wij in Holland genieten. Daarom hebben wij in Holland geen schot gegeven.
Aan onze gedeputeerden is op de laatste dagvaart te Bremen beloofd dat men onze kooplieden volgens de oude gewoonten niet zou bezwaren.
Nu hebben wij met onze kooplieden laatst met de koopman te Brugge aangaande het schot overeenstemming bereikt dat wij, gelijk anderen van de Hanze, ten westen van de Maas schot zullen geven en zullen voldoen aan de bepalingen, zodat wij niet in gebreke zullen komen.
Als een van de onzen de bepalingen zal overtreden, mag de koopman hem daarvoor straffen. Ook zullen wij onze kooplieden, als u hen schriftelijk bij ons aanklaagt, corrigeren tot profijt en tevredenheid van de koopman.
Nr. 531
Fol. 146
Depositiones testium anno LXXXIX (1489)
Seer been
Inden saecken tusschen Ghise Barbier ende Coert Dircksz Smyt.
Henric Jansz, Berent Jansz, Dirck Eversz en Wessel Smit verklaren dat zij er bij waren in het huis van Jacob Dranehoeft bij de Clocke toen mr. Ghysbert beloofde om het zere been van Coert Dircksz te genezen binnen ongeveer 14 dagen. Gedurende die tijd moest Coert zich onthouden van zijn werk. Mr. Ghybert beloofde ook om een jaar lang op het been te blijven letten. Zou hij dat niet doen dan wilde hij niet betaald worden.
Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Seer been
Mr. Peter Barbier verklaart dat hij er in de Vasten laatstleden bij was toen mr. Ghysbert en Coert Smyt onenigheid hadden over het zere been van Coert, dat mr. Ghysbert had genezen. Coert beloofde toen dat hij mr. Ghysbert met Pasen zijn geld zou geven. Mr. Ghysbert beloofde aan Coert dat hij het been zonder betaling zou helen als het daarna weer slechter zou gaan. Claes, de broeder van Coert, zou instaan voor de betaling.
Willem van Angerens sake.
Geert Jansz en Teys Henrixsz verklaren dat zij in het huis van Clais Willemsz in Bronoppe waren en daar hoorden dat Jacob[a], de stiefmoeder van Clais, hem alle schuld die hij bij haar had kwijt schold voor 2 heren ponden. Zij bedankten elkaar en gingen in vriendschap uiteen.
Claes Hermansz en Dirck Evertsz verklaren dat Claes Willemsz en zijn stiefmoeder Jacob[a], de weduwe van Willem van Angeren, in vriendschap alle schulden en onschulden uit de weg hebben geruimd, doch niet van de pacht die beiden nog zouden moeten betalen van het jaar waarin Willem van Angeren stierf. Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Van ongewone tol in Groningen.
Van een ton boter een stoter of 3 Groninger philippus.
Van een ton olie ook zoveel.
Van een schippond kaas ook zoveel.
Van 100 speks 1 philippus.

Tekening op fol. 146
Nr. 532
Fol. 146v.
Hille Mullers, Ffemme Munthemeistersche en Webken Thomas verklaren dat zij in het huis van meester Erenst des Malers huis kwamen en dat Ermgart Malers tegen hen zei dat Luthgert Henrix haar geslagen had. Zij zagen dat zij aan haar mond bloedde.
Dethmer Allertsz van Groningen verklaart dat hij verleden week gezien heeft Boven de Poort dat Jacob Busch en Jacob de stads wagenmenner met elkaar woorden hadden.
Jacob Schroeder bemoeide zich er mee, doch die werd door Jacob de wagenmenner bij de kraag gegrepen en weggeduwd met de vraag waar hij zich mee bemoeide. Daarop sloeg Jacob Schroeder de wagenmenner zo hard voor zijn hoofd dat hij op de grond viel.
In de marge staan ook de namen van de getuigen Gheert Tymansz en Henrick Jacobsz.
Coram mr. Goesswinus.
Wonde
Jacob Storme verklaart dat Jacob van Doerenspyck en Ludeken Clompemaker in zijn huis ruzie maakten. Daarbij liepen beiden een wond op. Maar hoe het gebeurde heeft hij niet gezien. Hij heeft niet gezien dat Ludeken een mes had getrokken. Er was een hooimaaier aanwezig die zij niet kenden, welke een mes in de hand had.
Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Nr. 533
Equus
Remmolt van Ghulick verklaart dat Wolter Tymansz aan Dorber Jansz een paard had verkocht voor 7 gulden. Hij hoorde niet met welke soort guldens er betaald moest worden. Er zou een oord in het gelag gaan, maar zij betaalden met 5 butkens. Deze verkoop vond plaats in het huis van Remmelt voornoemd aan de Hogenwech. De helft van de koopsom zou betaald worden op Sint-Jacobsdag en de andere helft op Sint-Martensdag. Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Perde sake
Andrees Henrixsz verklaart dat Herman Twenth en Geert Westervelt in zijn huis twee paarden ruilden. Herman zou aan Geert voor diens twee paarden zijn eigen twee paarden geven en nog 2½ heren pond toegeven. Dat geld zou op Sanct-Jacob laatstleden betaald moeten zijn. Zij gaven elk een braspenning voor het gelag. Dat een paard enig gebrek aan een oog had, wist hij wel want het was hem tevoren al gezegd.
Ffemme de waardin, de vrouw van Andrees, verklaart hetzelfde als haar man.
Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Herman Voirne, kerkmeester van Sint-Katharine, geeft een volmacht aan Dubbelt Geertsz, provenier aldaar, om alle renten, vorderingen en erfenissen van het gasthuis in het manen. Deze volmacht zal duren tot wederopzegging.
Nr. 534
Fol. 147
Jabken stadswagenmenre. Jacob Schroer.
Johan van Coesvelde, Jorien Mathysz, Jacob Jansz en Gheert Geeritsz verklaren dat Jacob Busch en Jacob die de stadswagen drijft met elkaar aan het kijven waren over het meten van kalk. Daar bemoeide Jacob de Schroeder zich mee. Jacob de menner greep de schroeder bij zijn kraag en vroeg hem waar hij zich mee bemoeide. Hij (de mennen) was van stadswege aangesteld om over het kalkmeten te gaan. Daarop sloeg de schroeder de wagenmenner met zijn vuist tegen zijn hoofd, waarop deze achterwaards op de grond viel en daardoor een wond aan zijn hoofd op liep.
Rotger Cloeteler.
Geryt Jansz en Tyman Lambertsz verklaren dat zij zagen en hoorden op de Borgel dat Rutgher Cloeteler Geert Muesholt schandalig bejegende. Hij noemde hem boef en schalk. Dat deed hij uit boosheid omdat Geert hem had aangeklaagd bij de seend [geestelijke rechtbank].
Van tvercken.
Florys Rotgersz en Wyllem Albertsz verklaren dat zij hebben gezien dat Derick Vleijshouwer met een varken liep en dat Evert Derxsz hem toen vroeg aan wie hij dat varken moest betalen. Derick antwoordde hem met “schrifft dat up mij”.
Nr. 535
Jacob Claisz en Evert Derxsz verklaren dat Derck Vleyschhouwer het varken waarover zij een rechtszaak hebben lopen, gekocht heeft van Reyner de Lewe.
Van tsitten ende taeffel.
Henrick Jansz, Herman Jacobsz, Herman Bruynsz en Johan Berentsz verklaren dat zij omstreeks Vastenavond in het huis van Lubbert Janssoen zaten en daar hoorden dat Lubbert voornoemd en Tyman van Olst een overeenkomst sloten. Tyman zou voor Lubbert een grote “sitten kyste” en een tafel maken waarmee hij tevreden zou zijn.
Lubbert zou daarvoor aan Tyman 6 heren ponden betalen, te weten de helft als het werk gereed was en de andere helft op Sint-Johansdag. Lubbert gaf 5 butkens in de wijnkoop, waarvan Tyman hem er 3 zou korten aan de betaling.
Egbert Hulsinck, inwoner, en Geert Aerentsz van Oldenseel verklaren dat zij er bij waren in het huis van Lubbert Bast toen Lambert de ossendriver een man die Geert genoemd werd bij de nek pakte, met zijn vuisten sloeg en op de grond wierp. Coram Jan Coipsz en Jacob Clinge.
Ik Kerstken Jansz beken voor mij en mijn erfgenamen met deze brief dat ik verkocht heb voor mij en mijn erfgenamen aan Heyman Maesz en zijn erfgenamen een jaarlijkse rente van 12 heren ponden die ik had, gaande uit een huis en erf in de Oudestraat, staande tussen de huizen van Dode Alersz en Berent Morre, strekkende van de Oudestraat tot aan de Nieuwstraat. De brief die ik van deze rente had, heb ik aan Heyman overgegeven. Ik bedank hem voor de goede betaling. De oude brief is aan deze brief als een transfix bevestigd.
Nr. 536
Fol. 147v.
Johan Geertsz verklaart dat hij in de Melyssteghe hoorde dat Femme Backers bij haar buurvrouw Alyt van Remonde kwam en aan deze een rode kralen paternoster toonde.
Alyt nam de paternoster in de hand en zei “ik mag sterven als het niet op mijn paternoster lijkt”. Daarop vroeg Femme of Alyt haar van diefstal beschuldigde. Nee, dat niet, het kan gevonden zijn en daarna verkocht, maar het is wel mijn paternoster.
Daarna zei Femme Backers tegen Alyt dat haar kinderen dieven waren. Zij hadden Cunere Foerken 2 plakken uit de buidel genomen. Daarop vloekte Alyt haar uit en wenste haar 100 keer de droes.
Idem getuigen Else de vrouw van Herman Mol, Hille Engberts en Lamme van Groningen.
Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Inden saecken tusschen Herman Kuper ende Alyt Gerbrants.
Egbert Kystemaker verklaart dat Herman Aerentsz voor Tyman Opreder beloofd heeft om zes jaar lang zeven ramen voor Alyt voornoemd beschikbaar te houden zonder kosten.
Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Nr. 537
Lubbert 10 stadsponden boete wegens slechte wijn. Borg is Jan Pael.
Inden saecken tusschen Andries Willemsz ende Tyman Lambertsz.
Peter Johansz, Luyken Boem , Dirck Henrixsz, Bolte Warnerz en Henric Aerentsz verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren in de Gulden Hoern en daar een overeenkomst hebben gemaakt tussen Andrees en Tyman voornoemd over de koop van schoenmakershuiden, die Andries aan Tyman verkocht en had afgeleverd bij de waag.
Tyman had het geld niet gereed, maar beloofde 27 heren ponden zonder uitstel te betalen tijdens de Sancte-Levensmarkt aanstaande. Daar was Andries het mee eens. Er werden zes butkens betaald voor de wijnkoop.
Nr. 538
Fol. 148
Johan Woere uit Deventer verklaart dat hij er bij was aan de overzijde van de Ijssel toen Roloff Jansz van Delden en Greetken Glasemakers elkaar de trouwbelofte deden. Roloff gaf haar ter bezegeling van de belofte een halve ring. Het gebeurde op Sint-Johansdag in de midwinter. Dat was voordat Geert Glasemaker een akte liet opmaken waarin hij liet opnemen dat hij zijn dochter onterfde [doorgehaald] dat Roloff niets van hem zou erven. Evesse Johansdochter verklaart dat zij er ook bij betrokken was.
Mr. Peter Pastoor, mr. Jacob Siel en Hille Lambers verklaren dat zij hebben gezien dat Rolef Swarte aan het vertimmeren was. Hij heeft toen het gotier [de goot] achter de wedeme [pastorie] ook verbeterd. Men kan er nu met paard en wagen langs.
Lukyn Bolhorn, Gerrit Jansz en Kerstken Goltsmyt verklaren dat zij er bij waren in het huis van Aelt Henrixsz en daar zagen en hoorden dat Evert van Ensse, die onenigheid had gehad met Aelt, met deze afrekende. Zij spreken toen af om drie dagen later op dezelfde plaats weer bijeen te komen om een eindafrekening op te stellen.
Coram Henric Pael en mr. Goessen.
Inden saecken tusschen Geert Coppensz ende Johan Schep Op.
Jacob Busch verklaart dat toen Johan Schep Op werd aangenomen door Geert Coppensz er werd afgesproken dat als Johan niet voldeed aan de eisen van een goede former, hij minder loon zou ontvangen. De andere tichelknechten zouden hem beoordelen en goede mannen zouden er over gaan om te bepalen hoeveel op zijn loon gekort zou worden.
Willem Petersz verklaart dat hij er ook van de hoogte is.
Jacob Schroer, Albert Henrixsz, Alpher van Ysselmuden en Thoenis Rademaker verklaren dat zij er bij waren toen Johan Schep Op beloofde en er mee instemde om door Johan van Delden en Thoenys Rademaker en andere goede gezellen te worden besproken. Willem Petersz zou hem beoordelen op ]zijn kunde als former.
Nr. 539
Fol. 148v.
Inden sake tusschen Gherrit Thewes ende Johan Goertsz de wever.
Johan Dubbeltsz en Peter Henrixsz schroer verklaren dat zij er verleden vrijdag bij waren, boven voor het Hof, waar Gheert Thewes Johan Goedertsz wilde laten veroordelen om aan hem een schuld te voldoen. Johan en Peter voornoemd zouden bemiddelen. Thewes zei tegen Johan Goedertsz dat deze hem vóór drie uur borgen moest stellen of goede onderpanden moest geven. Dan zou hij hem uitstel van betaling geven tot Midwinter of tot Lichtmis. Dat nam Johan Goedertsz aan. Hij zou drie lakens geven tot onderpand. Die lakens hingen op zijn vaders stellingen. Getuigen hebben vernomen dat hij dat niet had gedaan.
Jacob Busch, Herman van Collen en Jacob Schroeder verklaren dat zij er afgelopen winter bij waren in het huis van Jacob Schroeder voornoemd en daar hoorden en zagen dat Wyllem Coertsz van Arent Dyck 100 voet Munsterse bloksteen kocht voor 29 heren ponden, te betalen op Nieuwjaarsdag. Deze steen kon hij halen bij Genne aan de Vecht,
waar toen een partij steen lag. Wyllem mocht de steen zelf uitkiezen.
Johan Hane
Wyllem Jacobsz uit Lemmer verklaart dat hij met het schip van Jacob Hane uit Kampen van Antwerpen af zeilde. Zij vertrokken samen met twee andere rijnschepen. Toen zij op de Schelde voeren zag hij dat een groep Vlamingen met een schip naast het schip van Ulffer Jacobsz uit Sneek kwamen varen en aan boord kwam. De Vlamingen namen uit dat schip uit een schrijn in papier verpakte rode hozen en mutsen [doorgehaald].
Toen de Vlamingen weer bij hen weg voeren, ging Wyllem voornoemd aan boord van het schip van Ulffert en zag dat daar een koopmans-ton stond waarin kleren en ander tuig lag. Verder kan hij er niets van zeggen.
Nr. 540
Equus
Van tpeert tot Ysselmuiden
Berent then Hoeve, Lambert de koster van Yselmuden en Tyman van Dashorst verklaren dat zij er ongeveer 14 dagen voor Pinksteren bij waren in het huis van de koster van Yselmuiden en daar zagen en hoorden dat Henric, de zoon van Mette Kaye, aan Gheert van Ingen een paard verkocht om dat hij met Pinksteren een reis naar Rome wilde maken en dat hij vóór Pinksteren over een jaar weer terug zou zijn. Als Henric dan terug was, zou Gheert hem voor het paard 26 heren ponden geven. Geert gaf toen 10 butkens in het gelag voor de wijnkoop. Toen Henric het paard leverde, wilde de koster het dier niet overdragen maar hij hield het voor een schuld van 34½ butkens die Henric bij hem had van verteerde kost.
Daarop kwamen Gheert en Henric overeen dat Gheert die 34½ butkens zou betalen aan de koster, maar dat Henric dat geld binnen 14 dagen zou terugbetalen. Gebeurde dat niet dan zou de reis naar Rome niet doorgaan en zou Geert het paard toevallen voor de afgesproken prijs.
Nr. 541
Fol. 149
Johan Hane verklaart dat hij met zijn schip samen met twee andere schippers van Antwerpen zeilde. Toen zij nabij Sachtingen voor de Hunsche zeilden, kwamen er Vlamingen met een barse langszij het schip van Ulffer Jacopsz. Zij kwamen aan boord en sloegen een koopmans-ton open en namen daaruit hoeden, mutsen en andere goederen en smeten dat in hun barse. Zij maakten ook twee pockmanden open en gooiden de inhoud ook in hun barse.
[hierna volgt een doorgehaalde, onleesbare zin].
Coram Henric Pael en Lubbert Petersz.
Johan Herixsz van Osenbrugge, Orber Hase en Ghysbert Ghysbertsz, onze burgers, verklaren dat Heyle, de dochter van wijlen Maes Henrixsz, onze geboren burgeres, in Norden onenigheid had gekregen met een vrouw die Gertruid Pouwes heet, welke tegen haar had gezegd dat zij haar kind in overspel en onechtschap verworven had.
Getuigen zeggen dat deze beschuldiging niet waar is. Heyle was wettig getrouwd met (nu wijlen) Asse Henrixsz. Zij (getuigen) waren bij dat huwelijk de dedingslieden en hielpen bij het opstellen van de huwelijksvoorwaarden. Heyle en Asse hielden hun
bruiloft en trouwden ook in de kerk. Asse was alhier schoenmaker en lid van het gilde.
Hun eerste kind was een jongen die Maes heet, die nog bij zijn moeder woont.
Ongeveer zes jaar geleden stierf Asse. Heyle was toen zwanger van haar dochter. Heyle woonde daarna bij haar moeder en haar stiefvader Orber Hase.
Getuigen weten niets anders van Heyle te zeggen dan dat zij een goede en eerlijke vrouw is.
Jan Seygerts, Pilgrum Jansz en Gumfert Stevensz, onze burgers, evenals Jacob Wolfs en Jan Kockens [?] verklaren hetzelfde. Coram burgemeesters mr. Gosen en Ruederick.
Nr. 542
Fol. 149v.
Van Dirck Straetken ende Jan Daymsz maget Kunne.
Johan Daymsz en zijn vrouw Gertruit verklaren dat zij met hun maagd, zittende op de bank, in gesprek waren toen Dirck Straetken de deur open deed en naar binnen keek om te zien wie er zaten. Daarop zei Kunne, de maagd van Johan Daymsz, “ruckecolsken” wat doe jij hier, we willen je niet binnen hebben. Daarop gaf Dirck haar een vuistslag tegen haar hoofd. De maagd trok haar “sloichschen” uit en sloeg hem terug. Toen greep Dirck haar bij het haar, greep haar de “helm” af en sleurde haar op de bank, waarbij zij op een stenen schotel viel, die in stukken brak. Daarna greep de maagd een scherf en gooide die naar het hoofd van Dirck, welke daarop naar zijn eigen huis liep.
Ruederick Gheye verklaart dat hij vanaf de straat zag dat Dirck en de maagd in het huis handgemeen waren. Hij had haar in de haren gegrepen. Een schotel kwam tegen de muur en brak in stukken. Hij heeft het stompen niet gezien.
Maes Roeper, Otte van Ingen en Henrick van den Berge verklaren dat zij in De Vranckryck waren en hoorden dat Derck Straetken tegen Geert de knecht van de Vranckryck zei dat hij 38 Hamburger bier voor hem moest noteren.
Nr. 543
Johan van Wilsem, Peter Jansz en Geert Sandersz verklaren dat Berent Stoecker en Johan Boem uit Wilsum onenigheid hadden over een bedrag van zeven heren ponden.
Zij kwamen bijeen in de Raven Onder de Clocke om te proberen partijen te verzoenen.
Peter voornoemd was degene die een uitspraak zou doen van de zijde van Johan Boem en Geert Sanders van de zijde van Berent Stoecker. Er werd bepaald dat Johan Boem aan Berent Stoecker zou leveren vier zalmen voor de schuld van zeven heren ponden.
Daarmee zou de zaak opgelost zijn. Berent zou een heren pond voor het gelag geven.
Zaterdag na Lebuinus moet er worden omgeroepen over de peterspenningen, smalle tienden en akkergeld. Op straffe van dubbel geld.
Pilgrum Pannert
Berent Decker heeft Pylgrum Pannert de volre en zijn vrouw, die hoogzwanger was, in de Naalde bedreigd met een lange en scherpe piek. Zij kwamen daardoor in grote angst.
Hij heeft het echtpaar ook binnen de stad met een piek achterna gezeten.
Nr. 544
Fol. 150
Inden saecke tusschen Ruederic van Endoven ende selige Pilgrim van Ingens erfgenaemen.
Gese van Ense verklaart dat zij met wijlen Pilgrim van Ingen onenigheid had over rente en tins van Ruederic van Endoven. Gese zei toen tegen Pilgrim dat zij de rente wilde kopen. Pilgrim zei toen tegen haar “nichte, “die renthe heb ic al gecoft”, maar ik zal hem de losse gunnen.
Daarop zei Gese “neve, ic hadde dair syn an”, ik had er wel aan kunnen komen. Pilgrim zei tegen haar dat er wel 100 rijnse guldens voor geboden was, maar hij zou er 100 gouden guldens voor geven op de losse. Coram mr. Gosen, Eernst en Lubbert.
Nr. 545
Inden saecke tusschen Goyken Kreyt ende Seyne Rant inden schelinge van den wert ende van oiren II schutten dair toe waren.
Roloff Jansz, Johan van den Berge en Rotger Cloeteler verklaren dat zij er bij waren met andere goede mannen in het huis van Lubbert Bast, waard Onder de Clocke, waar de onenigheid tussen Goyken Kreyt en Seyne Rant zou worden opgelost. Zij hadden twist over [het viswater van] de Groote Weert naast Grafhorst.
Scheidslieden van de zijde van Goyken waren Roloff Jansz en Rotger Cloteler en van de zijde van Seyne waren dat Bartolt Grobbe en Johan van den Berge. Zij kwamen `s avonds tot een overeenkomst, maar deden nog geen uitspraak want zij wilden dat doen als zij nuchter waren. De volgende dag kwamen zij bijeen in de kerk van de Heilige Geest om de uitspraak te doen. Seyne Rant was er bij aanwezig, maar Goyken niet.
Er werd afgesproken dat Seyne de grote schuit met al het toebehoren zou hebben en dat Goyken de kleine schuit met al het toebehoren zou behouden. Goyken zou aan Seyne de helft van de kosten van het gelag van de vorige dag geven.
Geert Hoier verklaart dat hij er van de zijde van Goyken bij was om de onenigheid af te doen, maar de andere zegslieden wilden hem niet aanhoren. Daarop zei hij tegen Goyken dat hij er voor hem meer uit had kunnen halen. Goyken zei daarop dat als hij niet genoeg zou krijgen, hij het gerecht zou inschakelen. Coram mr. Gosen, Ruederic en Lubbert.
[De secretaris tekende in de linkermarge een handje met een wijzende vinger]
Nr. 546
Fol. 150v.
Inder saken tusschen Dirck up de Sluse ende Johan van Sinderen.
Jacob Cock verklaart dat hij er bij was in Brunnepe toen Dirck up de Sluse verkocht aan Johan van Sinderen zijn wagen met vier paarden voor 100 ponden. Dirck ging een reis naar Rome maken. Johan zou aan Dirck dat geld betalen als hij terug was uit Rome. Jan gaf aan Dirck de godspenning ter bekrachtiging van de koop.
Herman Wachter en Thys van Heerde verklaren dat zij er bij waren in het huis van Berent Wolt toen Dirck up de Sluse zijn beste wagen en vier paarden verkocht aan Jan van Sinderen, te betalen wanneer Dirck was teruggekeerd uit Rome.
Anno XXXIX (1489)
Inden sake tusschen Dirck de Vette, Jacob Wedige ende Reyner Jansz van Harderwyck.
Warner Hornblaser, Henric Jansz Schomaker en Wolter Warnersz verklaren dat zij er bij waren in de Gulden Horne toen Reyner Jansz verkocht aan Dirck de Vette een halve last rogge. Dirck zou die rogge betalen met hetzelfde bedrag als waarmee de eerste rogge die met de schepen zou aankomen ook zou worden betaald. Hij zou echter een halve gulden minder behoeven te betalen als andere roggekopers. Hierop werden vier vanen bier gedronken voor de wijnkoop. Dat bier werd betaald met de halve gulden korting. Coram mr. Goesen en Ruederick.
Nr. 547
Joest van den Kymenade verklaart dat hij heeft gehoord dat de vrouw van de broeder van Willem van Venloe krijste en riep “och lieve Wyllem en slaet my nyet”.
Loey Petersz verklaart dat hij in 1489 Aerent Openhus heeft gezien in Lissabon in Portugal. Hij heeft daar met hem gegeten en gedronken. Zij waren daar in een vloot [in konvooi] aangekomen.
Luyken Bolhorne verklaart dat hij er in Middelburg bij was toen Arent Openhus aannam met Hanss Syckman uit Danzig naar Lissabon te zeilen. Hij is toen met Hans afgevaren.
Johan Joerien verklaart dat hij Arent Openhus in de Sont heeft gezien toen hij van Lissabon kwam.
Datum 9 december. Coram Henric Pael en Eernst.
Willem Voss bekent schuldig te zijn aan zijn zoon Willem en zijn dochter Lysbet ieder 50 goudguldens, die hij hen schuldig was van de nalatenschap van wijlen hun moeder joffer Hillegunt. Hij zal hen dat betalen met Pinksteren anno 1491. Als hij komt te sterven voor die sommen betaald zijn dan zullen zijn kinderen voornoemd al zijn goederen in bezit houden totdat hun vaders erfgenamen hen het geld betaald hebben.
Als zij betaald zijn dan verklaren zij dat hun vader hen van al hun renten die hij in beheer heeft, voldaan heeft.
[in de marge:] Anno XCI (1491) ontvangen.
Nr. 548
Fol. 151. [meegebonden briefje]
In het gerecht verscheen Reyner van Twelle, die met recht was gedaagd, welke verklaarde dat Bernt Talholt ongeveer vijf of zes jaar geleden zijn knecht was en met hem was gereisd naar Lübeck en van daar naar Denemarken om zijn goederen en waren te verkopen en hem hielp met alles wat hij verder te doen had. Reyner gaf hem al die tijd de kost. Daar droegen Berent Sluyter of anderen niets aan bij. Reyner had aan Talholt ook nog twee goudguldens en een postulaatsgulden gegeven die hij had verteerd voor hij bij Reyner kwam.
Nr. 549
Fol. 151v.
Dirck Stevensz, hoofdbootsman, en Cleys Wolchusen zijn schymman, Dirck Hermansz, Douwe Jacobsz, Rikelt Martensz en Johan Ghysensz verklaren dat zij met het schip van Johan Willemsz in Reval in de haven lagen. Dat was voordat Reyner Tripmaker met zijn schip in de haven kwam. Zij hadden hun eigen schip goed afgemeerd en vastgelegd.
De hoofdbootsman van Johan Willemsz zei tegen de stuurman van Reyner Tripmaker dat hij zijn schip goed moest afmeren en vastzetten, want hij lag hoog boven hun schip
en zij wilden geen schade lijden als hij los zou komen van de touwen. Mensen van Reyner zeiden dat zij hun schip goed zouden afmeren en dat die van Reyner voor zichzelf moesten zorgen.
Toen gebeurde het dat het schip van Geert ten Holte tegen het schip van Reyner Topken voer, dat in stukken brak en dat daardoor het schip van Reyner Tripmaker los kwam en tegen het schip van Johan Willemsz aan voer, waardoor het grote schade op liep. Johan Willemsz werd daar heel kwaad om.
De schepelingen verklaren dat zij doen zullen wat hen van rechtswege zal worden opgedragen.
Coram Jan Roerlo en Evert.
Nr. 550
Fol. 152
Biergheten
Albert Backer en Leffert getuigen. Albert verklaart dat Wenemer een kan bier naar Grete Backers gooide, maar of hij haar ook raakte, zag hij niet. Hij hoorde dat Grete Wenemer uitschold voor “kelreweck”.
Leffert verklaart dat Grete het bier over haar kleren kreeg.
Dirck up de Sluse, Johan Aerentsz, Berent Schomaker en Andries Vierholt verklaren dat zij er bij waren bij de Clocke toen Jacob Cock aan Gerryt Rolofsz 40 mudden haver verkocht voor 13 stuivers per mud. Het waren stuivers die dit jaar gangbaar waren.
Jacob kreeg ook nog de keus of hij hem 40 of 50 mudden wilde leveren. De haver zou worden geleverd tussen Midwinter en Maria Lichtmis aanstaande. Jacob zou de haver hier te Kampen leveren, want die lag opgeslagen op de zolder van Berent Schoemaker.
Coram Henric Pael en Heyman Maesz.
Tuychnissen anno XC (1490)
Wolter Jansz, Clais Albertsz en Clais Mertensz verklaren dat zij aanwezig waren op Vastenavond laatstleden in het huis van Broesken, waarin nu Willem Hoeft woont, waar zij als moetsoenslieden een uitspraak deden in het geschil tussen Lubbert Quantert en Henric Albertsz. Lubbert had aan Henric een huis verkocht, doch die koop werd van onwaarde verklaard. Henric zou zijn huis, dat tegen Lubberts huis aanlag, opbouwen voor aanstaande Sint- Jacobsdag. Verder zou Henric aan Lubbert voor Sint-Jacobsdag anderhalf heren pond betalen. Daarmee zou de kwestie zijn opgelost. Henric betaalde vijf stuivers voor het gelag.
Nr. 551
Henric de Wilde, Johan Backer, Berent Berentsz, Jarch Evertsz en Thewes Jansz verklaren dat Johan Willemsz en Reyner Berentsz in Reval achter het Bolwerk met hun schepen zij aan zij lagen, toen er een storm opstak.
Geert then Holte was er de schuld van dat de schepen van Johan Willemsz en Reyner Berentsz op drift gingen. Johan kon het meertouw niet houden, doch Reyner had zijn touw vast aan het Bolwerk. Johans schip drukte het schip van Reyner tot achter de poort. Johan had een anker voor de boeg aan stuurboord hangen. Hij voer daarmee het schip van Reyner stuk zodat het aan de grond liep. De lading zout ging verloren. De bemanning van Reyner had naar de bemanning van Johan Willemsz geroepen en gezegd dat zij het anker moesten strijken, maar dat wilden zij niet doen. Ook de bemanning van
het schip van schipper Jelys riep naar hen dat zij het anker moesten strijken, maar ook daar gaven zij geen gevolg aan. Toen Reyners schip aan de grond gelopen was, vierde de bemanning de touwen omdat zij overstuurboord naar het droge land wilden komen om de lading te kunnen bergen.
Coram Johan Roderloe en Evert van den Vene.
Johan Willemsz verdroeg de getuigen de eed. Coram Wolter en Lambert. Datum 1 februari.
Peter Lodewichs verklaart dat hij terzelfder tijd in het schip van Otte Roleffsz was en hoorde dat zij riepen naar de bemanning van Jan Willems` schip dat zij het anker moesten strijken, maar dat deden zij niet. Coram Nannynck en Lambert.
Nr. 552
Fol. 152v.
Peter Geertsz en Jan Jansz verklaren dat zij er laatst in de winter bij waren in het Rode Hert en hoorden dat Willem Peter Hannensz van Hoern kocht van Clais Woest van Hoern 13 lasten en 3 tonnen assche. Willem zou aan Clais op Sint-Maartensdag daarna voor deze assche betalen naar de prijs die dan daarvoor gold op de markt in Deventer.
Coram Goessen en Nannynck.
Arent Kistken
Otte Roleffsz
Geert ten Holte
Jan van Ostenwolde
Strate
Geertken Henrixs en Sanne Cupers verklaren dat zij gezien hebben dat Dedele Lubbers haar straat had schoongemaakt. De bode had dat gezien, zodat zij niet beboet mag worden.
Nr. 553
Fol. 153
Anno XC (1490)
Inden schelinge van schipper Gheert Claesz.
Mr. Gheert Clockghieter, Geert van Hengele en Herman Grote verklaren dat de reders van het schip van schipper Gheert Claesz bijeenkwamen in de Heilige Geest, waar zij overeenkwamen dat Dode Alertsz als hun afgevaardigde zou reizen naar Veere in Zeeland, waar toen het schip van Gheert Claesz lag. De reders kwamen ook overeen dat geen van hen nog langer wilde bijdragen aan het uitreden van het schip en dat zij Geert ook geen geld zouden geven. Men wilde een andere schipper aanstellen. Eerst echter zou Dode Alertsz in Zeeland afrekenen met de schipper en dan bezien of het nog mogelijk was om de schipper weer naar zee te laten gaan. Mocht het niet verstandig zijn het schip weer naar zee te laten gaan, dan zou men een andere schipper naar Zeeland sturen. Dode beloofde op het einde van de bijeenkomst dat hij het beste zou doen voor zichzelf (als mede-reder) en voor de andere reders.
Geerloich Claesz verklaart dat hij bij het bespreken van de kwestie van schipper Gheert Claesz, zijn broeder, de vergadering moest verlaten. Na de vergadering hebben hem de andere reders ingelicht.
Andries Goertsz verklaart dat hij met het besluit van de reders naderhand, toen hij van
Bremen weer in Kampen kwam, heeft ingestemd.
Johan de Vrie verklaart dat hij, nadat hij van een reis weer was thuis gekomen, met het besluit heeft ingestemd. Coram Johan van Roderloe en Wolter.
Nr. 554
Mr. Geert Clockghieter, Geerloich Claesz, Geert van Hengele en Herman Grote verklaren dat Dode Alersz voornoemd van de reis naar Zeeland weer terug kwam. Hij had het schip uitgereed om weer naar zee te gaan. Hij vroeg aan de reders of zij daar mee konden instemmen. Hij had de schipper 100 ponden van 2 Andriesguldens per stuk voorgeschoten. De reders verklaarden dat zij dat goed vonden en dat zij hem naar grootte van hun aandeel zouden betalen. Daar stemde de vrouw van de afwezige Andries Goertsz, in naam van haar man, ook mee in.
Dit alles vond plaats in aanwezigheid van Johan Coepsz en Lambert van der Hove, die door de Raad waren afgevaardigd.
Dode Alertsz gold voor zijn eigen achtste scheepspart en voor het achtste part van de schipper.
Coram Jan Roerlo en Willem Morre.
[onder staat in het Latijn dat men over de zaak meer kan vinden in de volgende getuigenissen]
Nr. 555
Fol. 153v.
Lambert Berentsz, Jacob Schroeder en Herman Huysman verklaren dat zij er omstreeks laatstleden mei als wijnkoopslieden bij waren in het huis van Lambert voornoemd toen Ffemme Henrixszdochter van Herman Apteker een huis huurde voor 12 heren ponden per jaar. Ffemme mocht het huis blijven huren zo lang zij zelf wilde. Herman zou aan dat huis een goot laten maken, waarvoor Ffemme aan zijn moeder een el Leids laken zou geven.
Deze overeenkomst werd beschreven omdat Herman zijn moeder Gheertken Aptekers wegens deze overeenkomst geen schade wilde laten lijden. Coram Nannynck en Lambert.
Nr. 556
Schipper Geert Claesz
[in het latijn staat er dat er ook naar de voorgaande getuigenissen moet worden gekeken]
Geert van Hengele verklaart dat hem vanuit Zeeland door een bode een brief werd gebracht van Dode Alarts, die bestemd was voor hem en de andere reders. Henrick Sticker heeft deze brief bij hem opgehaald. Geert heeft van Dode vanuit Zeeland nog een andere brief ontvangen, die hij heeft gegeven aan Johan de Vrie.
Johan de Vrie verklaart dat hij deze brief van Geert heeft gekregen en dat hij hem heeft overgedragen aan Henric Sticker. Coram Johan Rorlo en Wolter.
Nr. 557
Joest Brandenborch verklaart dat Gheert Claesz hem vanuit Zeeland naar Kampen heeft gestuurd om met de reders te spreken. Toen de reders in de Heilige Geest bijeen waren heeft hij verklaard dat Gheert Claesz hem had opgedragen om hen te zeggen dat als zij zijn schip niet langer wilden uitreden, zij een andere schipper moesten sturen. Hij zou
die dan helpen (als medereder) met het uitreden. Hij had zelf met het schip geen geluk gehad. Hij wist niet of hij schipper moest blijven of niet. Coram Jan van Roirlo en Wolter.
Luyckener
Ghise Blanckert verklaart dat hij er in zijn eigen huis bij aanwezig was toen Henrick Buck een bedrag van 30 goudguldens ontving van Henrick de Luykener. Hij zag er echter geen enkele gouden munt bij. Het was alleen wit geld [zilvergeld].
Henrick Buck verklaart dat hij er bij aanwezig was toen Hans Huysdam en de Luykener afrekenden van al hun zaken. De Luykener zou aan Hans 192 gouden “bescheiden” guldens geven, waarvan 22 gulden in gereed geld en op Vastenavond 170 gulden. De Luykener zou aan Hans elke maand 2½ ponden voor kostgeld betalen.
Nr. 558
Fol. 154.
Anno XC (1490)
Ad Davantrienses. (aan Deventer)
Eerzame, wijze en voorzichtige goede vrienden.
Wij hebben onlangs van u twee brieven ontvangen. Een aangaande schipper Jan Wyllemsz en de andere aangaande schipper Heyman Brant, onze burgers, mede aangaande de reders van hun schepen, waarbij ook enige van uw burgers zijn. Wij hebben in verband met de eerste brief de zes gedeputeerden van het ontvangen van het koningsgeld in onze stad en schipper Johan voornoemd voor ons laten komen en hebben hen uw brief voor laten lezen.
De gedeputeerden hebben daarop na goed onderzoek van alle clausules in uw brief vermeld, met redenen omkleed verklaard dat de overeenkomst een gevolg was van de grote nood die eertijds in onze stad bevonden was. Daardoor was de heffing van het koningsgeld in onze stad in aanwezigheid van enkele van onze gedeputeerde raadsleden, schippers en kooplieden tot stand gekomen. Deze overeenkomst is tot nu toe van kracht.
Terzelfder tijd is in tegenwoordigheid van schipper Johan Willemsz voornoemd, die dat mede belieft en gehanteerd heeft, en aan al onze schippers gezegd dat zij daar met hun vrachtgelden en afrekening rekening mee moesten houden. Men zou het pondgeld voornoemd van hen manen en niet van hun reders of van de kooplieden. Dit geldt nog steeds, niettegenstaande onze schippers veel koopmansgoed van Lubeck, Hamburg en andere Hanzesteden vervoeren.
De zes gedeputeerden voornoemd hebben schipper Johan Willemsz voor ons (de Raad) gedaagd en dat laten vragen of hij genoemde overeenkomst nog hanteerde. Hij antwoordde bevestigend. Er werd hem ook, in onze tegenwoordigheid, gevraagd of hij ook nu nog zijn pondgeld of koningsgeld zou betalen. Ook daar zei hij ja op. Ook de zes gedeputeerden stemden in.
De zes gedeputeerden hebben naar aanleiding van uw brief voornoemd verleden jaar de tolbrief voor het schip van Johan Willemsz geweigerd. Daarom goede vrienden hebben de zes gedeputeerden later door de procurator van de onze kooplieden in Parijs een aantal certificaties van de kroon laten verwerven, die onze schippers en kooplieden, als burgers van Kampen alleen profijtelijk waren. Dat zijn geen tolbrieven maar certificaties die aan gewone tolbrieven als transfix bevestigd worden. Deze tolbrieven
en transfixen moeten ieder jaar door onze schippers en burgers met hun eed worden verworven, onder de belofte dat er geen goederen van andere lieden mee tolvrij worden gesteld.
Wij zijn onlangs schriftelijk door onze procurator in Parijs op de hoogte gebracht om goed op de koninklijke brieven en onze tolbrieven te letten, want anders kan het met onze belangen die voor het parlement van Parijs dienen, verkeerd gaan.
Wij hebben onlangs aan uw gedeputeerden, naar ons afgevaardigd, door onze burgemeester deze zaken laten uitleggen. Wij willen niet graag de veroorzakers zijn van het laten afleggen van een valse eed. Dat kan eerder door ons niet ontdekt zijn. Het is niet doenlijk om schipper Johan of schipper Heymen voornoemd of iemand anders in gelijke omstandigheden onze gewone tolbrieven te verlenen. Wij hebben hen met ons stadszegel bezegelde certificatie gegeven, bestemd voor Kamper en Deventer burgers, die in de Duitse Hanze thuis horen. Mocht daar iets mis zijn of mis kan gaan, begrepen in het slot van uw brieven, dan kunnen de betreffende lieden inzake deze tollen van hun aan ons gedane eed worden kwijtgescholden en door u als uw burgers worden beschouwd. Wij willen ons slechts aan onze eed houden. Wij verzoeken u om uw burgers, reders van de schippers Johan Willemsz en Heyman Brant dit te kennen te geven.
Nr. 559
Fol. 154v.
Van Goessen Pauwelsz ende de masschap van den Davids gulden.
Johan Sulman verklaart dat een tijd geleden in de Sanct Jacobsborch met een maatschap in het gelag zat, te weten met Ghijsbert van Lewen, Jacob Sijl, Henrick Hoff, Johan Geye, Jan van Ense, Evert Goessensz en anderen, toen Goessen Pouwelsz binnenkwam en bood hen aan om hen een Davidsgulden te geven in ruil voor vijf Davids guldens die hij van hen zou moeten beuren als hij terug kwam uit Jeruzalem. Hij wilde Henrick Hoff als vertegenwoordiger van de maatschap. Henrick ontving de Davidsgulden, maar die gaf hem de gulden weer terug. Hij wilde er niets mee te maken hebben. Daarop ontving Johan van Ense de gulden, welke de volgende dag de gulden verteerde met de andere gezellen. Daar was Henrick Hoff niet bij. Coram Nannynck en Kerstken.
Johan Geye verklaart hetzelfde, doch zegt dat Henrick Hoff met de man niets van doen wilde hebben omdat het een wonderlijke man was. Johan van Ense verteerde de gulden de volgende dag, maar daar waren Henrick Hoff, Johan Geye zelf en Johan Sulman niet bij. Johan Geye had gezegd dat hij zijn eigen gelag wilde betalen.
Johan van Ense verklaart dat hij er bij zat in de Sanct Jacobsburcht in een gelag met Ghijsbert van Lewen, Jan Sulman, Jan Sijl, Jan ten Holte, Henric Hoff, Johan Geye en Evert Gossensz toen daar Goessen Pauwelsz binnenkwam. Hij bood hen aan om hen een Davidsgulden te geven als zij hem vijf Davidsguldens terug zouden geven wanneer hij was teruggekeerd uit Jeruzalem. Hij wilde een van hen als vertegenwoordiger nemen. Hij gaf daarop de gulden aan Henrick Hoff, maar die zei tegen Johan van Ense dat hij de gulden voor het gelag moest gebruiken. Hij ontving de gulden van Henrick Hoff. Niemand van hen betaalde toen het gelag, ook niet de volgende dag en de dag daarna, want daar werd de gulden voor gebruikt. Coram Nannynck en Lambert.
Nr. 560
Hoff
Henric van Essen verklaart dat hij met Henric Hoff een maatschap had gemaakt met de volgende voorwaarden. In die maatschap zou Henric Hoff 23 gouden Davidsguldens inleggen tegen 10 Davidsguldens door Henric van Essen. Dat wat er met deze maatschap zou worden verdiend zouden zij samen delen. Ieder van hen beiden mocht de maatschap verlaten als hem dat goed dacht.
Anno etc. XC (1490)
Rijse, Vordebroeck.
Orber Henrixsz verklaart dat hij gewoond heeft in het Vordebroeck. Hij weet dat Wolter Wulffsz aan Willem Ziel in het Vordebroeck zes of zeven voeder rijshout had geleverd, welk hout men aldaar zou gebruiken voor de oven. Coram mr. Gosen en Jan Voirne.
Gerbrant Bauster
Albert Dorre en Berte Hebbe verklaren dat het hen niet bekend is dat Jan van Gelre twee groene lakens, waarover hij met Gerbrant Bauster onenigheid heeft, bij Gerbrant thuis gebracht heeft.
Nr. 561
Fol. 155
Van der zluysen
Johan Ghisensz verklaart dat hij met een schuit bij de sluis van de Noertwende voer, waar hij zag dat de dijk ingevallen was. Er was een groot gat aan de westzijde van de sluis ingescheurd voordat de sluis instortte. Toen hij er bij kwam, was de sluis nog heel.
Coram Nanning en Lambert.
Wolter Thymansz verklaart dat hij op de dijk stond en zag dat die ingevallen was. Er zat een gat van twee roeden breed in. Dat was voordat de sluis verdween. Het gat was gescheurd aan de westzijde van de sluis. Coram Wolter en Lambert.
Aernt Gherytsz verklaart dat hij aan de Noorwende kwam en zag dat sluis verdwenen was. Hij kan niet zeggen of de sluis was weggeslagen voor het gat in de dijk kwam of pas daarna.
Herman Dircksz verklaart ook dat hij aan de Noorwende kwam en zag dat de sluis verdwenen was en dat er een gat van twee roeden breed in de dijk gescheurd was.
Coram Gosen en Nanning.
Herman Kunre, Mette van Elsen [Doorgehaald]
Nr. 562
Arent Roese, Peter Roese, Johan van Osenbrugge en Jan Roese verklaren dat zij gehoord hebben dat Clays van Angeren aan Arent Bouwmeister vroeg of hij wilde uitvaren. Ja, zei Arent, hij wilde met zijn eigen volk en touwen uitvaren. Daarop zei Clais van Angeren tegen hem dat God hem moest beschermen, want hij zelf wilde `s nachts nog niet varen voor een half pond. Coram Nannynck en Johan van Roderloe.
Clais Derxsz verklaart dat hij in zijn land kwam om te werken en zag dat twee of drie lieden in zakken op hun rug iets langs de dijk en uit de gaarden droegen uit het Sanct Nyclaesbusch. Hij was echter niet zo dicht bij hen dat hij kon zien wie het waren.
Anno XCI (1491)
Schipper Walys Scilder en Claes Starcke, onze burgers, verklaren onder ede dat zij in de zomer van 1491 omstreeks drie weken voor Michaelis (29 september) in Helsingoere in de Sont waren in het huis van mr. Jan Barbier. Daar verkocht de oude schipper Hans Quels uit Danzig aan onze burger Volker Jacobsz, toner van de brief, een halve last rogge, die Volker hem heeft betaald in hun tegenwoordigheid. Hij zou de rogge leveren aan deze zijde van de plaats waar de kooplieden hun goed ontvingen. Hij wilde voor de vrachtprijs vier gulden hebben. Het schip werd geladen in Wynda (Windau) in Koerland [nu Ventspils in Letland]
Hans voornoemd is dezelfde man als die waar Folcker de rogge van kocht. De schipper van Danzig heeft Jacob Claesz uit Amsterdam bevracht in Wynda voornoemd. Dat is de schipper van hetzelfde schip als waarin Folker Jacobsz zijn halve last rogge was ingescheept.
Coram Pael en Berent Henrics.
Nr. 563
Fol. 155v
Anno XC (1490)
Johan van Gelre, Berent Hermansz, Gisbert Dircksz, Lubbert Jansz en Jan Willemsz verklaren dat zij omstreeks Sint-Michielsdag laatstleden aanwezig waren als dedings- en wijnkoopslieden toen Kerstken Metseler aan Johen Seygerz de mulre een huis in Geertsstrate van der Ae verkocht voor 10 heren ponden per jaar, zoals het stond, aardevast en nagelvast. Hij zou daarvan op aanstaande Pasen 7 heren ponden aflossen.
Voor de wijnkoop werd een heren pond gezet, waarvan beiden de helft betaalden.
Lubbe, de vrouw van Geert Lubbertsz, verklaart dat zij er bij was toen Joest Geertsz de schoenmaker een jongen, die Johan Geertsz heet, had aangenomen voor een jaar om het vak van schoenmaker te leren. Daarvoor zou Joest vier ponden ontvangen.
Henrick Swedersz, Jacob Clenckenborch en Johan Evertsz verklaren dat zij er ongeveer vier of vijf weken geleden als wijnkoopslieden bij waren toen Ysbrant Baers in het huis van Gyse Koeters aan Albert Pinyng ongeveer zeven lasten haver verkocht voor zeven enkele guldens per last, te betalen op Sint-Johansdag in de midzomer. De haver moest te Leiden worden geleverd. De koop zou niet doorgaan als Albert het …….. niet kon verkopen.
Hij verkocht het ……. aan Berent Varwer. Voor de wijnkoop gaf Albert een olden tornsche. Coram Johan van Roderlo en Wyllem Morre.
Nr. 564
In het gerecht verschenen Roleff Ottensz en Ghyse Blanckert, onze burgers, welke onder ede verklaarden dat Reyner van Bergen tegen hen heeft gezegd, dat ook kan worden beaamd door Geert Tewes en Berent Willemsz, dat hij de wolle die hij hen had verkocht, zou leveren op Vastenavond of op Midvasten daarna.
[in de marge staat:] omtrent midwinter
Aernt Kroeser [doorgehaald] Roeveneter verklaart dat hij in de Veenstrate zat voor de deur van mr. Heinrick en toen zag dat Lambert Mesmaker tegenover Tyman van Olst stond en deze stak. Dat gebeurde omstreeks acht uur op klaarlichte dag.
Nr. 565
Fol. 156
Cornelis. Jacob Wever.
Kerstken Henrixsz de metselaar, Peter van Cleve, Geerloich Wever en Wolter Henrixsz verklaren dat zij verleden winter bij de Clocke als dedings- en wijnkoopslieden aanwezig waren toen Cornelys Kuarth van Jacob Gerryts de wever een huis en erf kocht, gelegen in de Geertsstrate van der Ae, tussen Wolter Drager en Hadewich Keysers, voor zeven ponden en een mengelen wijn per jaar. Cornelis zou aan Jacob voor de verbeterschap van het huis 1½ goudgulden geven. Dat werd afgesproken, waarop de wijnkoop werd gedronken.
Op de zelfde tijd bepaalden de dedingslieden dat Jacob aan zijn bestorven kinderen zou uitreiken en betalen een som van 20 heren ponden eens, te betalen in vier jaarlijkse termijnen van 5 heren ponden op Sint-Johansdag in de midzomer. De laatste termijn zou borg zijn voor de eerste termijn. Jacob zou zich niet bemoeien met het huis buiten de Geertstrate van der Ae, want daar had hij geen rechten aan. Zijn kinderen hadden daar de verbeterschap van.
Coram Gosen Klinckenberch en Jan Voirne.
Wycher Rensynck verklaart dat hij gezien heeft in de Heilige Geest dat Willem Tele en de erfgenamen van zijn vrouw bijeen waren om de nalatenschap van zijn vrouw te delen. Daar toonde Willem een document waarop aan de bovenzijde stond geschreven dat Willem en zijn vrouw een schuld van 15 heren ponden hadden bij Clais Sulman.
[In de linker marge staat:] Cleis van Urck.
Broeder Otto Henrixsz verklaart hetzelfde en ook nog dat hij op verzoek van Willem het document had ondertekend.
Johan Hane was toen ook in de Heilige Geest heeft gehoord en gezien als boven wordt verklaard. Coram Gosen en Kerstken.
Nr. 566
Inden saecke tusschen Gheert Budel en zijn knecht Brusken.
Pouwel Kistemaker verklaart dat wanneer Brusken zich bij hem als knecht had aangemeld, hij hem graag de kost en nog zes ponden per jaar had willen geven.
Johan Markens verklaart dat Gheert Budel hem vroeg hoeveel tripmaker zouden verdienen. Hij zei verder dat zijn knecht Brusken nu 11 ponden zou verdienen. Claes Johansz de kistemaker verklaart dat hij dat ook hoorde.
Luyken de tripmaker verklaart dat zijn knecht tegen hem zei dat Geert Budel hem had gevraagd wat een tripmaker zou verdienen. Geert zei dat zijn knecht Broesken 11 ponden per jaar zou hebben.
Alyt, de vrouw van Luyken de tripmaker, verklaart dat zij dat ook heeft gehoord. Engbert de kistemaker verklaart dat hij Broesken, de knecht van Geert Budel, graag had aangenomen als knecht. Hij zou hem de kost geven en 7 ponden per jaar.
Coram Jan Voirne en Nanning.
Nr. 567
Fol. 156v
Ligua (hout)
Tyman Lambertsz verklaart dat Sanne Caters langs zijn huis kwam vanuit het bos met een bos rijshout in de arm.
Hij heeft ook meermaals gezien dat er kinderen langs zijn huis liepen die rijshout bij zich hadden.
Peter Jansz
Tusschen Peter Johansz ende Ghise van Enss.
Willem Naghel, Herman Geertsz Smyt en Egbert Roloffsz verklaren dat zij er verleden jaar op Sint-Michielsdag als wijnkoopslieden bij waren in het huis van Byeken Bruinsz in de Hagen toen Gise van Enss van Peter Jansz het huis huurde waarin hij nu woont voor een periode van twee jaar voor 3½ heren pond per jaar. Voorwaarde was dat Ghise het huis zou onderhouden buiten kosten van Peter, maar deze zou hem wel de benodigde latten leveren. Egbert Roloffsz zou aan Ghise een vim riet geven, maar dat riet moest Ghise zelf snijden. De kosten van het riet mocht hij op midwinter voldoen. Peter gaf een half pond voor de wijnkoop.
Gise van Enss moest de jaarlijkse rente van 3½ tinsgroten betalen die het Heilige-Geestgasthuis uit het huis had. Coram Jan Voirne en Gosen Klinckenberch.
Nr. 568
Clais Seynensz verklaart dat hij in de verleden vasten heeft gehoord dat Johan Hane en Johan Willemsz overeen waren gekomen dat Johan Willemsz met het rijnschip van Johan Hane naar Zutphen zou varen om daar het “vulhout” te laden en naar Kampen te brengen. Daarna zou Johan Hane het overnemen en het schip met hout naar Haarlem brengen. Als vrachtprijs zou hij een pond groot krijgen. Johan Willemsz bleef echter langer in Zutphen dan zij hadden afgesproken. Coram Goessen en Evert van den Vene.
Swarte Kerstken.
Ffloyr Lukener, en Andrees Potter verklaren dat zij hebben gezien dat Swarte Kerstken de vulre zijn mes trok en daarmee uithaalde naar Bernt van Groningen de vulre. Berent sloeg hem met zijn hoyke het mes uit de hand. Zij werden daarop door anderen tegengehouden. Johan Hasemunt, Wyllem Arensz en Goyken Woltersz verklaren dat zij in een gelag zaten in het Hoerne en daar zagen dat Swarte Kerstken de vulre en Berent van Groningen de vulre handgemeen waren en elkaar bedreigden met getrokken messen, maar zij hebben niet gezien dat zij elkaar hebben verwond.
Nr. 569
Fol. 157
Kyffen
Mense Verwer verklaart dat hij Bette Gelpers en Jan Kussenmaker en zijn vrouw heeft horen kijven op straat. Maar welke woorden zij elkaar hebben toegevoegd, weet hij niet.
Mr. Johan Perckementemaker verklaart dat hij het kijven hoorde maar dat hij niet heeft gehoord dat zij strafbare woorden hebben gebruikt. Hij heeft ook niet gezien dat zij
elkaar sloegen. Wel zag hij dat Geert de metselaar op de straat stond met een ontbloot mes in de hand.
Peter van Lewen heeft alleen van horen zeggen dat zij kijvende waren.
Rotger Steck verklaart dat hij in bed lag en niet gezien of gehoord heeft.
Coram Nanning en Kerstken.
Wolt.
Inden saeke tusschen Berent Wolt ende Berent van Ryssen.
Willem Tiele en Geert Sandersz verklaren dat zij er bij waren in de wijnkelder toen men het stadsviswater verhuurde. Daar vroeg Berent van Rijssen aan Berent Wolt of deze het vierde deel van het Zuderdiep als deelgenoot in de pacht wilde hebben. De reders (deelgenoten) van Van Rijssen zeiden toen dat zij daar niet aan wilden meewerken, maar Wolt zei tegen hem dat hij zich zou houden aan dat wat hij hem beloofd had.
Dirck Penning verklaart dat hij ook in het gelag zat en dat hij hoorde dat Van Rijssen aan Wolt vroeg of hij nog stond voor dat wat hij beloofd had. Wolt zei daarop dat hij zich zou houden aan dat wat hij beloofd had. Coram Nanning en Kerstken.
Geert Hoyer, Geert Jansz en Bartolt Egbertsz verklaren dat Berent Wolt zei tegen Berent van Ryssen dat deze de onkosten moest voldoen en de gezellen een ton bier moest geven. Hij schold hem het viswater tegoed. Dat zal ik betalen zei Van Ryssen.
Daarop herroep Wolt zijn woorden en zei dat hij het niet zou doen. Coram Nanning en Kerstken.
Nr. 570
Fol. 157v
Heyman
Gysbert Schoenmaker, Willem Ghumpert en Meryken de vrouw van Johan Willemsz, verklaren dat toen Meryken voornoemd Gese van Pacbergen uitnodigde voor de bruiloft in het huis van Henric Andriesz, Gese tegen haar zei dat zij niet naar het huis van een schijthuisveger ter bruiloft wilde gaan. Kon men geen ander huis vinden om de bruilof te houden ? Daarop zei Heyman de appelkoopster tegen de dochter van Gese van Packbergen dat haar moeder moest inbinden en haar niet zo smadelijk moest bejegenen.
Daarop kwam Gese uit het huis en liep de Broederstraat op naar Heyman toe. Daar zei Heyman tegen Gese dat zij geen broeder had die het brughuisje had opengebroken en er geld uit gestolen had.
Coram Nanning en Kerstken.
Lambert Mesmaker
Mechtelt Schroers, waardin in de Venestraat, verklaart dat Lambert Mesmaker door haar man en enkele andere goede mannen was uitgenodigd om met hen wat bier te drinken. Dat wilde Lambert graag doen en hij kwam in hun gelag. Daarna kwam Tyman van Olst binnen. Die werd mede door Lambert ook gevraagd om in het gelag te komen. Tegen de waard zeiden zij dat het goed was.
Zij spraken over het kind van Zwane Kistemakers, dat door haar moeder zou zijn geslagen. Lambert zei toen dat het kind haar er misschien toe gebracht was. Tyman van Olst zei dat Zwane een vinnig wijf was. Lambert zei dat het kind beter haar moeder kon slaan dan andere mensen.
Lambert zei verder tegen Tyman dat die hem er buiten moest laten; hij wilde er niet
meer over praten. Daarop zei Tyman dat hij mocht zeggen wat hij wilde, hij hoefde zich van anderen niets aan te trekken.
Gerrit de waard zei daarop tegen Tyman dat hij zich vredelijk moest gedragen; Lambert was zijn buurman, maakt hier geen ruzie. Lambert vroeg aan Tyman om hem in Godsnaam met rust te laten. Tyman zei dat hij zou zeggen wat hij wilde. Hij greep Lambert bij de haren, maar Mechtelt de waardin en Gerrit haar man hebben hen uit elkaar gehaald.
Coram Nanninck en Kerstken.
Nr. 571
Gerryt Schroer [doorgehaald]. Goyken Stratemaker verklaart dat hij ook in het gelag zat en hoorde dat Swane Kistemakers kind geslagen was. Toen zei Tyman van Olst tegen Lambert dat deze zijn vrouw ook zo moest tracteren. Lambert vroeg meerdere keren aan Tyman of die zijn mond wilde houden. Toen zij ruzie kregen, was Goyken al vertrokken. Gerryt Schroer verklaart hetzelfde, maar hij zegt verder nog dat toen de vechtenden van elkaar gescheiden werden, Lambert naar Tyman stak.
Nr. 572
Fol. 158
Pynke
Geert Hoier en Mathys Berentsz verklaren dat zij er bij waren toen Willem Sygersz bij de Clocke aan Matys Barsemaker Pouwelsz en Jan Sloyersz, timmerlieden, had besteed een pynke [schip] te bouwen. Omdat zij van beide zijden een overeenkomst niet wilden houden, hebben getuigen voornoemd een uitspraak gedaan.
De timmerlieden zouden voor de bouw 36 gouden rijnse guldens en een oord krijgen, te weten twee heren ponden voor de gulden gerekend. Zij zouden goed en gaaf hout gebruiken. Van hout dat te dik was zouden zij iets afhalen. Zij beloofden een goed schip te bouwen. Daarop werd de wijnkoop gedronken. Coram Claes Sulman, Gosen Clenckenberh en Willem Morre.
Boyster.
Inden saken tusschen Jan van Gelre ende Gerbert Boyster.
Henrick van Remunde en Claes Andriesz verklaren dat Gerbrants maagd bij het huis van Jan van Gelre kwam en vroeg om twee groene lakens. Jan zei dat hij naar het huis van Tyman Opreder zou gaan, want daar lagen de lakens. De maagd zou naar huis gaan.
Hij kwam haar terstond achterna om de lakens te halen. Coram Claes Sulman en Evert.
Lange Wolter.
Roe Heyne en Claes Jacobsz verklaren dat zij er bij waren toen Jan Roethoeft beloofde dat hij Wolter Johansz het zeil dat hij van hem had gekocht zou betalen als hij weer in Kampen terug was. Betaalde hij dan niet dan mocht Wolter in zijn schip komen en het zeil terugnemen. Hij beloofde dat bij dubbel geld. Coram Claes Sulman en Evert van den vene.
Claes Visken verklaart dat Wolter Tymansz in het huis van Wynken Wesselsz onder de tafel stak naar Lubbert Mey [doorgehaald] Crisen.
Nr. 573
Fol. 158v
Lambert Mesmaker verklaart dat hij bij het brughuisje heeft gezien dat Jacob van Hasselt zijn tegenpartij bij de arm pakte en dat zij woorden hadden. Omdat hij er te ver van af stond, kon hij niet horen waar het over ging.
Berent Tymmerman verklaart dat hij heeft gezien dat Jacob zijn tegenpartij bij de arm pakte, maar dat die zich los rukte. Zij hadden woorden over goederen die zijn tegenpartij van hem in beheer had.
Jan van Sinderen verklaart dat hij heeft gezien dat hij [Jacob] hem bij de arm pakte. De tegenpartij wilde hem iets terug doen.
Peeck.
Johan Willemsz de schoenmaker bij Sint-Geertruidengasthuis verklaart dat hij uit Hattem kwam dat hij toen zijn peeck [piek] op het Sint-Brigittenkerkhof zette om in de kerk te bidden.
Berent Decker pakte de piek en joeg daar mee Pilgrim achterna. Toen Jan Willemsz dat hoorde ging hij Berent achterna tot Geerts poort van der Ae en eiste zijn piek terug.
Berent zei tegen hem dat hij hem niet moest naderen, waarop Jan naar huis ging en Berent de piek liet houden. De volgende avond haalde Jan zijn piek bij Berent op, etc.
[onder staat:] “Supra wes hie inde Naelde dede”.
Coram Karstken en Nanning.
Nr. 574
Alyt Geerts en Gese Palmers verklaren dat zij hebben gezien dat Berent Decker bij Pilgrim Pannert kwam op de weg tussen de huizen van Lambert Gerrytsz en Berent Gerrytsz. Decker vroeg aan Pilgrim of hij Dode wilde vertegenwoordigen. Daarop zei Pilgrim waarom hij Dode zou moeten vertegenwoordigen, ic mag hem wel soe lyf hebben als ghy”. Onmiddellijk trok Decker toen zijn mantel uit en wilde Pilgrim aanvallen, maar Gese Palmers ging voor Pilgrim staan. Decker zei tegen Gese en tegen de vrouw van Pilgrim dat zij opzij moesten gaan want anders zou hij hen en Pilgrim met de piek steken.
Zij hebben ook eens gezien dat Berent Decker uit het venster kwam en Pilgrim achterna liep, maar de buren aan beide zijden hebben hem tegengehouden. Coram Nanning en Kerstken.
Vrolike.
Johan Petersz, Geertken Henrix en Dedele Lubbertsz verklaren dat Dirck Lopers op haar toren zich dagelijks met oneerlijke en kwade zaken bezig houdt. Zij brengt des nachts deernen en gezellen bijeen in haar toren. De buren zien dat volk in en uit gaan.
Toen de buren er tegen haar over klaagden, gaf zij hen een smadelijk antwoord. Coram Nanning en Kerstken.
Geert Budel, Geert Berentsz en Hilbrant Albertsz verklaren dat zij er verleden zomer in het huis van Lubbert Bast bij de Clocke bij waren en hoorden dat Luyken Trypmaker zijn knecht Jan aannam om een jaar bij hem te snijden. Voorwaarde was dat als er weinig werk was, de knecht moest helpen met duffelmaken.
Nr. 575
Fol. 159
Berent in de Witten Aern en Henrick van Heynsbeck verklaren dat zij er ongeveer een jaar geleden bij waren in de Witten Aern toen Johan de Oesterlynck van de Duvelskoster voor 15 rijnse guldens aan balioen (billioen) kocht.
Thewus Jansz heeft van de koster voornoemd gehoord dat Johan de Oesterlingk van hem balioen had gekocht.
Johan Henrixsz de maler verklaart dat de koster voornoemd Ymme, de vrouw van Johan de Oesterling, kort na verleden Pasen in zijn huis te gast had. Zij vroeg hem toen of hij hen enig uitstel van betaling wilde geven. Zij wilde hen de helft van de 15 gulden dit jaar betalen en de rest later. Dat wilde de koster wel. Hij had gezegd dat zij zelfs nog geld van hem kon lenen.
Arent Egbertsz verklaart dat het ongeveer een jaar geleden is dat de koster Ymme voor het gerecht had laten dagen om het geld te verkrijgen. Zij wilde wel een schuldbekentenis laten noteren in het stadsboek, maar dat mocht niet omdat haar man er niet was.
Johan van Bommel verklaart dat hij ongeveer een jaar geleden bij Johan de Oesterlinck in Bommel is geweest. Deze vroeg hem of hij tegen de koster wilde zeggen dat hij hem binnen 14 dagen zijn geld zou geven.
Nr. 576
Brief aan de eerbare en bijzonder goede vriend [naam niet vermeld]
Ons mede-raadslid Jacob Clynge is een tijd lang te rechte gegaan met zijn zwagers Henrick Woltersz en Jacob Isbrantsz over een leengoed waarvan u de leenheer bent. Zij hadden daar onenigheid over. Beide partijen hebben aan ons verklaard dat zij deze zaak door u willen laten oplossen. Daarom vragen wij u om hen een datum te noemen waarop zij voor u kunnen verschijnen.
Wij danken u en wensen dat God almachtig u in goede gezondheid zal bewaren.
In het gerecht verschenen Alyt Wynters, met haar man Henrick Johansz als haar momber, en Nanne Wynters, de zoon van Alyt, welke verklaarden dat zij Wolter Johansz, schout van Epe, en zijn vrouw Mechtelt een som van 12 rijnse guldens kwijtschelden die zijn hen schuldig waren van de koop van een stuk land. Alyt en haar zoon Nanne, die mede optrad voor Alyts andere kinderen, bedanken Wolter en Mechtelt voor de goede betaling.
Clais Water de stuurman, Wyllem en schipper Jacob Claisz verklaren dat Eler van Nie Loe, burger van Bremen, met zijn helpers het schuteschip enterde op de vrije stroom van de Elve (Elbe) en er mee de Swynge (Swinge) op voer tot aan Stade voor de poort.
Nr. 577
Fol. 159v
Geert Kystemaker verklaart dat Thonis van Neerden laatst op een middag bij hem en zijn vrouw voor het venster kwam en zich beklaagde over het ongeval dat zijn zoon was overkomen. Er moest een meester bijkomen om het slachtoffer te helen. Die er nu over gaan zijn niet bekwaam. Ik wil de meester uit Elburg laten komen. Wat dat kost wil ik gaarne betalen. Het is mij veel waard dat de man in leven blijft en mijn zoon niet wordt beschuldigd van doodslag.
Thonis zei dat hij de gewonde man geld had gegeven voor de kost, zodat hij daar geen gebrek aan had.
[Een deel van de tekst is verdwenen].
Gerbrant Bauster, Otte Gruter, Engbert Kystemaker, Johan van Gelre en Henrick van Sutphen verklaren dat zij er verleden zondagavond bij waren in het huis van Engbert Kystemaker, waar zij gevraagd waren door Thonys en de smid die door zijn zoon gewond was. Daar heeft Geert Kystemaker de woorden van Thonys die hij gesproken had, zoals hiervoor geschreven staan, aan hen verhaald. Thonis sprak die niet tegen. Hij zei ook nog dat hij er tevreden over was dat de meester uit Elburg er bijgehaald was.
Geertkyn Hoens, onze burgeres, toonster van deze brief, heeft aan ons verhaald dat zij omstreeks twee jaar geleden bij Geert Wynensz, vanwege Betthe van der Beke, ook onze burgeres, zijnde een arme vrouw, bij uw Raad een oordeel heeft verzocht, komende van Gheertken Ysbrants, de dochter van Betthe, die bij u is overleden. Haar kind, dat ook is overleden, waarvan wijlen Johan Segersz [?] de vader was, zou van die vader 16 rijnse guldens erven. Dat zou in uw stadsboek geregistreerd zijn.
Wij verzoeken u om dat bedrag in handen te stellen van Geertkyn Hoens ten behoeve van onze burgeres Betthe van de Beke, een arme vrouw die in een vergadering woont en die van liefdadigheid wordt onderhouden.
Niese van Werden geeft een volmacht aan Tyman van Drye om voor haar 12 rijnse guldens in te manen van Johan Overlander te Doesburg wonende. Hij is haar dat bedrag schuldig van gekocht bier.
Item 26 Rader witpenningen met de arenden. Vier plakken tekort, want deze penningen gelden 6 plakken per stuk.
Item 30 woecheyen met de arenden, per stuk 5 plakken, en 10 duthmers te kort.
32 “loept effen uuth 50 [?]” plakken per stuk.
Item 12 vuurijzers of 24 blauwleyen. Per stuk 14 plakken of 7 …… [?]. Daar schieten 8 plakken over.
Item zo zouden 24 placken [doorgehaald] blauwleyen uit maken 21 stuivers.
12 vuurijzers [?] 21 stuivers.
Nr. 578
Fol. 160
Anno MCCCCXC (1490)
Kuer (boeten) Johan van Rossen de kistemaker 10 stadsponden boete. Zijn borg is Engbert de kistemaker.
Johan van Gelre 20 stadsponden boete. Zijn borg is Aerent int Manneke.
Aerent int Manneke 20 stadsponden boete. Zijn borg is Johan van Gelre.
Jacob Berentsz 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Zijn borg is Wolter Monnick.
Lubbert Martensz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Geert Wyssynck.
Aerent Boister
Claes Aerentsz
Egbert Backer 2 ponden boete. Was gedaagd door de burgemeesters maar kwam niet.
Aerent van Veessen 100 ponden wegens toebrengen van een wond [doorgehaald] doodslag. Is uitgelegd.
Claes Alersz 25 heren ponden boete voor het toebrengen van wond bij dag. Uitgelegd.
Niese Koeters 2 ponden boete van panding van Henric Claesz.
Aerent Gheertsz opt Hoelken 40 stadsponden boete. Hij gooide Jacob Berentsz een steen naar het hoofd.
Roleff van den Werve 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Geert Wyssynck.
Jan Voirne Plonysz 10 ponden boete van panding van Jan van Ense.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Hane.
Rolof Kistemaker 2 ponden boete van panding van Gese Budels.
Henric Guide Geselle 2 ponden boete van panding van de vrouw van Gise Koters.
Johan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Seygersz.
Geert Budel de kistemaker 2 ponden boete van panding van Seyne Igermansz.
Dirck Slomer 2 ponden boete van panding van Ghysbert Tymansz.
Olde Helmich, de knecht van Alpher Petersz, boete voor het storten van drek. Borg is Alpher Petersz.
Sanne Katers 40 stadsponden boete.
Ghele 20 stadsponden boete omdat zij iemand aan het haar had getrokken. Haar borg is Gumpert de drager.
Gysbert Nucke, de knecht van Tys Schroer, heeft bij dag op de Broederweg iemand verwond. Hij is uitgelegd.
Alyt Vos 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag.
Janneken mitten armken op …. bij de kaak.
Johan Petersz de Santvorer 20 stadsponden boete wegen dragen van een verboden wapen. Hij heeft ook gedreigd. Zijn borg is Johan [doorgehaald] Herman Konynck.
Nr. 579
24 juli. Aangaande honden in huis houden en drek op de straten gooien. De helft van de boete is voor degene die de overtreding meldt.
Ook van de weerden achter hoofden. Bij 10 ponden.
Nyze van Gronyngen 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Egbert Decker.
Jan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Gise Blanckert.
Peter Geertsz de wijnheer boete voor schenken van slechte wijn. Zijn borg is de schout Henric van Endoven.
Sanne Katers 40 stadsponden boete, te betalen met vijf ponden per jaar, ieder jaar op Sint-Martensdag een termijn. De eerste termijn te betalen op Sint-Marten anno 1490.
Haar borgen zijn haar man Lubbert Aerentsz en Berent Wolt.
Johan Ghisen in Dronthen 2 ponden boete wegen het geven van een vuistslag. Borg is Geert Wissinck.
Swarte Kerstken de vulre een boete voor steken met een mes zonder iemand te raken.
Boete 40 stadsponden.
Berent van Groningen de vulre een boete van 40 stadsponden voor steken met een mes zonder iemand te raken.
Lambert Jacobsz de messenmaker heeft iemand verwond en krijgt een boete van 50
heren ponden, te betalen in 10 jaar met 5 heren ponden per jaar, steeds op Sint-Martensdag in de winter. De eerste termijn vervalt op Sint-Marten van dit jaar, anno 1490. Borgen zijn zijn vader Jacob de messenmaker, Dirck Warnersz, Dirck van Gasperen de kannemaker en Jacob Storm.
Jacob de messenmaker belooft om de andere drie borgen schadeloos te houden tot een som van 25 heren ponden.
Nr. 580
Fol. 160v
Arent Bouwmeister het met een kwaad gemoed tegen Geert Sandersz zijn mes getrokken. Hij krijgt een boete van 20 stadsponden. Zijn borg is Jan van Osenbrugge.
Johan Daymsz 2 ponden boete van panding van de vrouw van Peter Aerentsz.
Geert Sandersz 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Berent van Ryssen.
Lutgart de weduwe van Derck Meynersz een boete van 100 schillingen. Borg is Geert Wyssinck.
Gysbert Smit 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Jan Bartolsz.
Katherine Packbergen 100 schillingen boete. Haar borg is Berent Packbergen.
Mette Wonders 100 schillingen boete. Haar borg is Berent Packbergen.
Jutte Brune 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Clais.
Gosen Pouwelsz 100 schillingen boeten omdat hij een hond heeft gehouden. Borg is Ryke Herman.
De vrouw van Geert Ryhagen 2 ponden boete. Zij was gedaagd wegens het uiten van strafbare woorden doch kwam niet voor recht.
Uxor (vrouw) van Kerstken Goltsmit 100 schillingen boete wegens [houden van ?] een hond. Haar borg is Wicher de voorspraak.
Geert Janz van Groningen de metselaar 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Henric van Stenvorde de metselaar. Berent Jansz van Groningen 10 heren ponden boete. Borgen zijn broeder Henric Jansz de timmerman en Jan Aerentsz de bakker. Was uitgelegd. Jacob van Hasselt 2 stadsponden boete. Zijn borg is Willem Petersz. Hij heeft van een man op de Welle [niet afgemaakt].
Alert Dircksz upten Belt 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Borg is zijn vader.
Jacob Wedege de schoenmaker 2 ponden boete. Borg is Henric Jacobsz.
De vrouw van Thys Hoyer 2 ponden boete van panding van de knecht van Sint-Geertruidengasthuis.
Femme Koetken 2 ponden boete van panding van Andries Kuper.
Jacob Storm 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Wycher Rensynck.
Bertolt Egbertsz, bakker in de Hagen, 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag.
Borg is Zeyne Lubbertsz sch…..
Roloff de Smyt 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Zijn borg is Gumpert de drager.
Tymen van Olst 20 ponden boete omdat hij iemand met een kan aan de hand had gekwetst. Zijn borg is Geert Wissinck.

Fragment van fol. 160v.
Nr. 581
Alijt Voss is uitgelegd. Zij heeft bij nacht …. …, de zoon van Dunne Gise, verwond.
Gerloich Wever 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs tegen Heyman de kelre [?]. Zijn borg is Wolter Drager
Wessel de knecht van Cleyn 2 ponden boete. Borg is Jan Cleyne.
Rotger Dorre Gisens heeft bij dag Cornelis Joestsz verwond. Hij is uitgelegd.
Tyman Rolofsz trypmakers van Utert heeft bij dag Wolter van Dorth verwond. Hij is uitgelegd.
Cockenstuerer 2 ponden boete. Borg is Ude Tripmaker.
Herman Jansz, de zoon van Jan Wernersz, 2 ponden boete van panding van Jan Geye.
Wynken Wesselssoen 10 ponden boete wegens uiten Van strafbare woorden en nog 2 ponden boete. Zijn borg is Wicher Rensynck.
Doede Allertsz 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden en nog 2 ponden boete. Zijn borg is Wycher Geye.
Berent Decker 20 stadsponde boete wegen dragen van een verboden wapen. Zijn borg is Jan Seygersz.
Effse … werker op de Vloetdijk 2 ponden boete wegen het uiten van strafbare woorden.
Solvit, Jacob recipit.
Peter van Neerden 2 ponden boete van panding van Henric van Remunde.
Gise Smit 2 ponden boete van panding van Gosen Pouwelsz.
Wolter Tymansz heeft Ghysen Evertsz verwond met een broodmes.
Claes Kruse 10 stadsponden boet wegen het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Zijn borg is Jan Pael.
Henric Heybey is uitgelegd wegens een verwonding bij dag te Amsterdam. Hij is uitgelegd.
[In de marge de aantekening:] Tonnen vrijdach inden kelre.
Henric Rosencrans.
Dirck Sandersz.
Johan Florysz timmerman 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Zijn borg is Johan van Synderen.
Willem Kremer 2 ponden boete. Zijn borg is Albert Hoyer.
Johan Bertoltsz 2 ponden boete van panding van Henric Schroer.
Johan van Ensse Willemsz 2 ponden boete van panding van de wijnheren.
Willem Hermansz was gedaagd door Evert Lambertsz doch kwam niet voor het gerecht.
Meente op zaterdag.
Nr. 582
Fol. 161
Uutleggen Henric Claesz knecht.
De vrouw van Herman Mol 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Herman Mol.
Alyt van Remunde 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is haar man Herman van Remunde.
Peter van Makeren 20 stadsponden boete. Borg is Geert Wissinck.
Johan mitten Biesen, een vulre, 25 ponden boete omdat hij Mathys Schroer heeft verwond. Uitgelegd.
Johan Blaw 2 ponden boete van panding van Leffert Hermansz de bakker.
Mouwers Aerentsz 2 ponden boete van panding van Evert van den Vene.
Johan van Eybergen 2 ponden boete. Borg is Geert Wissinck.
Peter van Elvingen 2 ponden boete van panding van Jan Daymsz.
Boldewijn Zwarte de kistemaker
Berent Dircksz van Nymwegen
Jan Warninck
Deze drie zijn uitgelegd.
Anno XCI (1491) in maio wort de nye crane angelecht mit stenen fundament, etc.
Henric van Zwolle, de knecht van Henric Claesz, 100 ponden boete omdat hij bij nacht de knecht in de Vranckryck heeft verwond. Hij is uitgelegd.
Iemand heeft een priester verwond.
Henric Holtsager 10 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Jacob Rode.
Lange Wolter 2 stadsponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Geert Reynersz.
Willem de schoenmaker in de Venestraat 2 ponden boete van panding van zijn schoonmoeder.
Clais Vysken 2 ponden boeten wegens het geven van een vuistskag. Zijn borg is Henric Holtsager, de zoon van Jan Holtsager.
Johan Roethofft 2 ponden boete van panding van Johan Schroer van Meppel.
Lubbert Mey 80 ponden boete wegens het slaan met een kan. Zijn borg is Lubbert Mertensz.
Grete de vrouw van Bien 2 ponden boete. Borg is Berent Stoeker.
Jacob Busch 2 ponden boete van panding van Reynken Lew.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Tielman Florysz.
Wolter Tymansz 40 ponden boete. Borg is Wolters Aerentsz wagenman, die ook borg is voor Wolter dat die voor het gerecht zal verschijnen.
Gise 40 ponden boete. Borg is Freric Rynvysch.
Nr. 583
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Lange Wolter.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Berent Henrixsz.
Wyllem Juncker 20 ponden boete wegens het trekken van een mes. Zijn borg is mr. Ghysbert Barbier.
Aerent Mues 5 heren ponden boete. Borg is Luyken Jacobsz. De helft nu te betalen en de andere helft aan de schepenen van het jaar XCI (1491).
Lamme 10 ponden boete. Borg is Cornelis de wever van den Busche.
Heyle, de vrouw van Rodeheynen, 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag.
Borg is haar nabuur Jan de schoenmaker.
Wyllem Egbertsz 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Berent Wolt.
Alyth de Beste 10 ponden boete wegens het geven van een vuistslag binnen keurs.
Borgen zijn Wycher Rensyck en Egbert Kroeser.
Janneken int Manneken 2 ponden boete. Borg is Ghysbert Ghysberts wolwever.
Sweder van Delden 2 ponden boeter van panding van Grete Naele.
Elze Jansdochter 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Wycher Rensynck.
Berent Jansz inden Witte Arn 100 schillingen boete om zijn hond. Borg is Wycher Rensynck.
Johan Wenemersz upt Eylant 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Geert Jansz Vischer.
Elze [of Efze ?] Rynvisch 100 schillingen boete wegens de hond. Borg is Wicher Rensynck.
Wolter Ghysberts 2 ponden boete van panding van Peter, de zoon van Albert Schroer.
Geert Thewesz de verver 100 schillingen boete wegens de hond. Borg is Johan van Gelre de schroer.
De vrouw van de muntmeester 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden.
Haar borg is Jacob Kemerlynck.
Lubbeke …….
“Vant bier de quarte van de wage”.
Nr. 584
Fol. 161v.
Mr. Evert Alffertsz 100 schillingen boete wegens de hond. Zijn borg is Johan Pael.
Geert Ryhagen 2 ponden boete van panding van Rotger Henrixsz.
Wicher, de zoon van Willem van Zwolle, een boete van 5 heren ponden, de helft te betalen in gereed geld en de andere helft met Sint-Martensdag 1491. Borg is schipper Henric Wichersz. Jacob Wulf zal het ontvangen.
Cleyn Aelken 20 stadsponden boete omdat hij een verboden wapen had. Zijn borg is Henric Claesz inden Vranckryck.
Hugo Klinckenberch 10 stadsponden boete wegens gebruiken van strafbare woorden.
Zijn borg is Henric Claesz.
Henric Loysz in de Hagen 10 stadsponden boeten wegens gebruiken van strafbare woorden. Zijn borg is Jan Loysz.
Reynken de Lew 2 ponden boete wegens gebruiken van strafbare woorden. Zijn borg is Rembalt Gosensz.
Evert de zoon van Reyner Lewe 2 ponden boete wegens gebruik van strafbare woorden. Zijn borg is Reyner de Lew.
Jacob Claesz upt Eylant 2 ponden boete. Borg is zijn zoon Claes.
Meister Jacob de Bussemeister 40 stadponden boete. Hij heeft in de Vranckrijck gestoken naar Coert Gruter.
Jacob Busch 2 ponden boete van panding van Claes de Former.
Berent Jansz 2 ponden boete van panding van Henric van den Vene.
[In de marge:] “strong>Anno M4cXCI (1491) heft de stat gekoft een stucke lants van Berent Zwartken tot enen gemene wech toe wesen, welcke wech staet voir“ [niet afgemaakt].
Nr. 585
De vrouw van Herman Mol 2 ponden boete wegens “hair toppen”. Borg is Herman Mol.
Engele myt Lammen [hand ?] 2 ponden boete wegens “hair toppen”. Borg is Wycher Rensynck.
Lange Wolter 20 stadsponden boete omdat hij zijn mes had getrokken. Zijn borg is Henric Dubbeltsz.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Sante Bregitten Cloester.
Herman Jan Wernersz 2 ponden boete van panding van Lambert Mesmaker.
Goert Lapper 10 stadsponden boete. Zijn borg is Gise van Horne.
Claes van Delen 10 ponden boete omdat hij iemand had verwond in de [wijn]kelder.
Zijn borg is Jacob Leyendecker.
Geert Tripmaker 2 ponden boete omdat hij niet was verschenen voor het gerecht.
Herman Jan Warnersz 10 stadsponden boete van panding van Lambert Mesmaker.
Berent de drager 5 heren ponden boete. Zijn borg is Gumpert de drager.
Engbert Bast 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Berent inden Witten Arn.
Herman Schuefstake 25 ponden boete omdat hij iemand heeft verwond en nog een half [heren]pond van panding. Te betalen nu in gereed geld 10½ ponden en in de jaren 1491, 1492, 1493 en 1494, steeds op Sint-Martensdag, 4 ponden min een oort. Zijn borgen zijn samen en ieder voor allen Henric Jansz rijnschipper, Peter Geertsz rijnschipper, Henric Dubbeltsz rijnschipper, Jan Geertsz Roethoeft, Dirck Jansz rijnschipper, Henric Hake rijnschipper, Grete de vrouw van Henric Wonder en Henric Geertsz.
Nr. 586
Cuelvoet. Geert Sandersz 145 ponden. Borgen zijn Henric Dubbeltsz en Claes van Angeren.
Engmer. Lubbert Quanter, Bartolt Grobbe, Hugo Claesz.
Eltgrient. Willem Gysbersz, Geert Assensz, Evert Mansz ]?] Elk voor al.
……. Hoeftt. 100 schillingen boete wegens “hont” [?]. Borg is Willem Petersz Hoeft.
Coram Claes en Willem.
Wolter Vulre is uitgelegd.
Femme mitten tanden 10 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Borgen zijn Willem van der [niet afgemaakt] en twee gezellen.
Henric Dollebotter boete van een rijder. Borg is Jan Rike.
Bele boete van een rijder. Borg is Jan Meynersz de timmerman.
Volker in de Stove boete een rijder. Borg is Wicher Rensinck.
Cornelis Pottemaker boete van een rijder. Hij heeft andere vrouw beslapen. Borg is Mense Wiets [?].
Ffemme Moelmans 5 ponden boete. Borg is Wicher Rensinck.
[Hieronder staan een enkele (meest doorgehaalde) latijnse woorden, o.a. In nomine Domini amen]
Sculte Vollenhoe voir ………..
Fol. 162/162v [meegebonden strookje papier]
“Eersamen lieven heeren Wicher de stalknecht heeft gehaelt tot onsen huys vor de perden aen verengriester [?] I t.. XIII butken. Dit ben ic noch ten achter”
Fol. 163
Uit te leggen
Johan Sueren uitgelegd omdat hij een meisje heeft verwond bij dag op het wachthuis.
Nr. 587
Anno XCI (1491)
Johan de Sueren, drager, een boete van 25 ponden. Daarvan 9 ponden betaald in gereed geld en de ander 16 ponden te betalen in acht jaarlijkse termijnen van 2 ponden, steeds op Martini.
Borger zijn Aerent Roever, Willem Dirxsz de vulre op de Vloeddijk, Symon Symonsz bakker bij de Onze-Lieve-Vrouwenkerk en Tyman Opreder.
Johan mitten Biesen 25 ponden boete omdat hij iemand verwond heeft bij dag. Te betalen met de helft in gereed geld aan de tegenwoordige schepenen en de andere helft aan de schepenen van 1492. Zijn borgen zijn zijn broeder Henric mitten Biesen, Zweder Dircksz en Dirck de Vette.
Lamme van Groningen 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Berent inden Witten Aern.
Jan Loys 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is zijn broeder Henric.
Nr. 588
De volgende personen krijgen elk 2 ponden boete: Ysbrant Baers, Lambert Louwensz, Herman van Collen, Jan Krone, Kerstken van Ingen en Jan Jorien. Hun borg is Evert Schele.
[In de marge:]
Anno XC (1490)
Meyster Jan P….ster.
Andries Schomaker.
Henric Guedeselle
Jan Lambersz ……
Jan Claesz 20 stadsponden of 5 herenponden boete. Borg is Claes Water.
Johan Brandenborch 20 heren ponden boete, te betalen bij de tegenwoordige schepenen.
Zijn borg is Gheert Schepeler.
Henrick Geertsz Roithofft 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is zijn broeder Jan Roethof t.
Berent Wolt 2 ponden boete van panding van Gese Budels.
Jacob Cock 2 ponden boete van panding van Jan ten Hoeve.
Jan van Rossem de kistemaker 2 ponden boete van panding van Leffer Geertsz.
[In de marge:] Herman Suetmunt, Wycher Hermansz, Claes van Strockel. Binnen een jaar.
Nr. 589
Jan van Enss [in de] Jacobsborch 2 ponden boete van panding van Bye.
Willem Ghysbertsz 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Mathys Berentsz.
Berent die de knecht was van Henric van Oenden een boete van 10 stadsponden wegen uiten van strafbare woorden binnen keurs. Borg is Henric Hoff.
Herman Groete de brouwer 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Jacob Wulff.
Jacob de knecht in de wijnkelder 20 stadsponden boete voor het geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Arent Trippemaker.
Schipper Jacob 2 ponden boete. Borg is Aerent Suver.
Jan Kanneken 2 ponden boete wegen uiten van strafbare woorden. Borg is Geert van Utert de wever.
Grete 5 ponden boete. [Borg ?] Herman Vecht. De helft is voor de broodwegers en de andere helft voor de stad.
Engbert 5 ponden boete. Borg is Jacob Schroer.
Kathrine 5 ponden boete. Borg is Egbert Croser.
Claes Kremer [?] 2½ loot.
Geerloich Claesz in Mastenbroek en Geert Dircksz te Genemuiden staan in voor Dirck Borcharsz in de Asschet dat die geen fuiken zal zetten op “ons heren” water of op het water van de stad Kampen zonder toestemming. Houdt hij zich daar niet aan dat zal hij gevangene van de stad Kampen worden. Hij moet als de stad dat van hem eist weer voor het gerecht komen. Zijn borgen staan er voor in dat als Dirck niet komt, zij zelf zullen komen.
Nr. 590
Fol. 163v. Henric Hermansz, de knecht van Jan Rennyken, 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Borg is Geert Henrixsz de wever.
Jan Hermansz 100 schillingen boete wegen een “hont”. Zijn borg is Berent inden Wytten Aern.
Roe Heyne 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Borg is Berent Jansz inden Witten Aerne.
Maes Maesz 2 heren ponden boete van panding van Claes van Delen.
Claes Bolhorne verklaart dat er door Aerent Claesz niet zal worden gemaand.
Jan Woltersz bij nacht door Peter Greve verwond.
Berent Budden 2 ponden boete van panding van Geert Budel.
Agathe Busches 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Wycher Rensynck.
Evert Hermansz 2 ponden boete van panding van Dirck van Mullinge.
Nr. 591
In de zaak van Jan van Ulsen van Hamburg en Bartolt Grobbe is gewezen dat Bartolts certificatie, die door drie burgers bezworen is en niet tegengesproken is, van waarde zal worden gehouden. Het gaat over de aanspraak die Jan op Bartolt had van verkocht laken. Bartolt mag er zijn onschuld voor doen. Voor de kosten die Jan moest maken omdat hij hier langer moest blijven, zal Bartolt hem 12 heren ponden geven. Johan heeft Bartolt de eed verdragen en bekent dat hij hem de 12 heren ponden betaald heeft.
Nr. 592
Geert van Malsem verklaart dat hij erfenisdeling gedaan heeft aan Wicher Geertsz, Jan Geertsz en Alyt Geertsz, kinderen van wijlen Geert Wichersz. Hij heeft deze kinderen het huis en de hof van Coman Otten in de Nieuwstraat in de Hagen bewezen. Het huis strekt van de Nieuwstraat tot aan de Waterstraat. Verder bewees hij de kinderen nog een huis in de Waterstraat, gelegen naast voornoemd huis. Ook bewees hij hen het vierde deel van een huis gelegen bij de Nieuwe Muur in de Stovensteeg, waarvan Trude Schildes en Alyt Brune de andere delen in bezit hebben. Verder bewees hij hen een jaarlijkse rente van 2½ pond, te betalen op Pasen, gaande uit het huis van Henric Dubbelsz, gelegen in de Waterstraat in de Hagen, strekkende van de Waterstraat tot de IJssel.
Hierin consenteerden Lambert Wichersz en Geert Ottensz, als mombers en naaste familieleden van de kinderen. Zij bedanken Geert voor de goede erfenisdeling van de goederen van wijlen de vader en moeder van de kinderen.
De tinsen die uit voornoemde huizen gaan, blijven van kracht. Coram Gosen en Freric.
Nr. 593
Coerne
Anno XCI (1491) 18 april.
De last rogge 40 [doorgehaald] 50 goudguldens.
Het is verboden om koren van de zolders te helen en in schepen te laden op straffe van een boete van 100 oude schilden. Het is de kooplieden verboden om zonder consent van de Raad koren uit te voeren. Dit is overeengekomen met de Meente. Er is kerkenspraak van gedaan.
In hetzelfde jaar in mei is de brouwers gegund om voor het brouwen van 24 tonnen bier naast weite een hoeveelheid van 9 mudden gerst te gebruiken.
Op Paasavond anno XCI (1491) zou Yselstein Utrecht verraderlijk hebben ingenomen.
De Utrechters kregen 13 mannen van zijn troepen te pakken, die “gevierdelt” werden.
Nr. 594
Berent inden Witten Aerne hoorde toen hij sliep en wakker werd van rumoer dat er twee mensen aan het kijven waren. Hij ging naar hen toe. Een van de mannen viel op de grond en bloedde. De andere liep toen naar buiten. Een van de mannen was genaamd Symon uut Oge en de andere kwam uit Groningen.
Claes Kremer upten Hueck 10 stadsponden boete. Borg is Goessen Pauwelsz.
Ryckelt Twent de voerman Boven de Poort 2 ponden boete van panding van Ghysbert Dircksz.
Herman Assensz heeft voor een periode van 12 jaar het land van de Engen gepacht, ingaande op Petri ad Cathedram anno XCI (1491). Het derde deel van het land zal hij beweiden, maar ieder jaar met een ander derde deel. Het andere land mag hij bezaaien.
Ieder jaar op Sint-Maarten in de winter zal hij tot pacht geven [niet ingevuld] ponden.
Hij mag op het land een huis, berg, molen of andere getimmerte laten zetten, dat hem aan het einde van zijn pachtjaren, indien hij zelf geen huurder wil zijn, door de volgende pachter moet worden vergoed, zoals men op de stadseilanden gewoon is, met inspraak van de Raad.
Anno XCI (1491). Van Bryskens weduwe en Hans Valke. Wij zijn kwijtgescholden van het geld van Valke, zoals dat is overeengekomen met zijn erfgenamen.
Nr. 595
Fol. 164. [Meegebonden blaadje]
Brief aan een “eersame lieven heren”.
Het Heilige-Geestgasthuis heeft een stuk veenland aan gene zijde van de Lemelerberg, waar dat gasthuis nooit enig profijt van heeft gehad. De turf uit het land wordt ieder jaar uitgegraven door hen die er geen recht op hebben. De meier van het gasthuis kan er geen oog op houden omdat het ver van zijn erf ligt. Nu is alhier bij mij gekomen een burger van Zwolle, die dat veenland voor een periode van 20 jaar wil huren voor een gouden rijnse gulden per jaar. Onze meier in Lemele vindt dat goed, want hij heeft in de nabijheid van zijn erf een ander stuk veenland waar hij genoeg turf van halen kan. Wij vragen u om uw mening.
Nr. 596
Fol. 164v.
Eersame lieve here,
De erfgenamen van Hollanderhusen met de dijkgraaf, onze burgers, hebben ons te kennen gegeven dat u hun meiers, zo wij onlangs hebben geschreven, nog niet kwijtgescholden hebt en u van mening bent om zijn borg aldaar te belasten en te vervolgen. Waarom wij op verzoek van onze burgers u laten weten dat wij een bestemde rechtdag noemen waarop u voor ons kunt verschijnen, te weten op donderdag over acht dagen, te weten na Petri, om onze burgers toe te spreken op de aanspraak, etc.
Doe u dat niet dan moeten wij onze burgers laten weten, etc. Dan moet de meijer en zijn borg onbelast blijven totdat de zaak met recht of in vriendschap zal zijn opgelost.
Nr. 597
Fol. 165. Borchart Geertsz en Gosen Dircksz, kerkmeesters van het Heilige-Geestgasthuis, verklaren met consent van de provisoren, dat zij met Pasen over een jaar, te weten in het jaar 1492, vanwege het gasthuis zullen betalen aan Claes Sulman en Cleys van Urck een bedrag van 100 heren ponden. Dat is de betaling van een tiende op Kamperveen, die het gasthuis heeft gekocht van Jan Sulman, die de tiende heeft overgedragen. Met het geld zal hij een proeve daarin verkrijgen. Coram mr. Gosen.
“XII jair Marten [?] pacht moelehus opt Eylant”.
Nr. 598
Dode zal van stonden aan de 120 mark betalen aan Otto van der Uden. Dode moet binnen jaar en dag bewijzen dat de waren ter waarde van dat geld zijn verbrand of op zee zijn gebleven. Als hij dat kan, dan moet Otto hem het geld terug geven. Als er voor dat geld waren zijn gekocht tot profijt van Otto, dan zal die hem het geld ook terug geven. Otto moet borgen stellen dat hij weer voor het gerecht zal komen.
Nr. 599
Anno XCI (1491) in juni. Per week een schepel rogge uitgeven. Van elk daarvan een openen [doorgehaald]
Herman Assensz de Engmer voor 12 jaar voor 100 ponden. De pacht te betalen elk jaar op Martini. Ingaande met dit jaar. In het laatste jaar zullen de moelen en huis worden verrekend, zoals men op de Eilanden doet. [de gehele aantekening is doorgehaald].
Arent Petersz verklaart dat Claes Joestsz van hem gekocht heeft een jaarlijkse rente van driekwart heren pond, gaande uit het huis van Claes voornoemd, staande op de Oord.
Arent scheldt Claes deze tins vrij en verklaart de rentebrief van onwaarde.
Lysbeth Jansz uxor (echtgenote) consenteert in de verkoop.
Henric Geertsz van Bruynswyck deed de oervede.
Henric uit Gelrelant deed de oervede.
vert van den Vene een boete van 100 schillingen voor het gooien met glazen. Borg is Henric van Wilsem.
Maes Maesz 100 schillingen boete voor het gooien met glazen. Borg is Henric inde Vranckryck.
Nr. 600
Rolof We……2 ponden boete.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Rolof van Werve.
Joest Brandenborch 2 ponden boete van panding van Gese Budels.
Mr. Gosen een haakbus.
Gosen Klinckenberch een haakbus.
Jan van Ense 10 ponden boete wegens “nacht sitten”. Borg is Tyman.
Tyman Dashorst 10 ponden boete. Borg is Jan van Ense.
Henrick Kaye 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Borg is Wicher Rensynck.
Willem Geertsz Vilt 10 ponden boete wegens …. tegen Lubbert Petersz. Borg is Jan van Ense.
Coirt Gruter 2 ponden boete van panding van Willem Harnsmaker.
Jan Arentsz te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Tilman Florisz.
Rolof Korfmaker 20 stadsponden boete omdat hij zijn mes trok. Borg is Henric Stoeldreyer. Andries Henrixsz belooft dat hij de borg voornoemd schadeloos zal houden voor de helft van de boete.
Lamme van Groningen 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Wicher Voirsprake.
Coip Berntsz 2 ponden boete voor het geven van een vuistslag. Borg is Geerloff Claisz.
Luyken in de Drie Torens 100 schillingen boete van een “hont”. Borg is Wicher Rensinck.
Dat elk zijn “dennen” en schepen openen zal voor de stads uitleggers [oorlogsschepen] en de wakers voor de stad, zowel schepen die stroomopwaarts als die stroomafwaarts gaan.
Jacob Goyer
Glaasmaker Willem
Nr. 601
Anno XCI (1491) op 19 mei met de Meente overeengekomen dat de quarte bier zal gelden 3½ plakken. Dat zal duren tot de Raad anders zal besluiten.
Fol. 165v. Femme Henricksdochter 2 ponden boete wegen uiten van strafbare woorden.
Haar borg is Wicher Voirsprake.
Claes Albersz van der Schelling 10 stadsponden boete. Zijn borg is Gise Blanckert.
Geerken Reemsmaker 100 schillingen boete “van een hont”.
Grete, de vrouw van Dirc Kerchof, 2 ponden boete van panding van Geert Roveneter.
Gheert Jansz Kremer 10 ponden boete omdat hij te lang in de herberg had gezeten. Zijn borg is Jan de Veeliker.
Gumpert de drager 2 ponden boete. Zijn borg is Berent de drager.
Peter Pelser 2 ponden boete. Zijn borg is Jan van den Werve de glasemaker.
Henric Slachter van Deventer is gestupet (gegeseld) en deed de oervede dat hij vijf mijlen bij de stad vandaan zou blijven.
Rolof Smit 2 ponden boete. Was door Henric Croser gedaagd. Kwam niet voor recht.
Moet voorkomen op straffe van 10 ponden boete.
Bertolt van Hasselt wordt aangeklaagd omdat hij Beertruytken verwond heeft. Hij is absent, doch moet terecht staan. Daarvoor wil Alyth van Hasselt instaan.
Katherine Knigge 2 ponden boete van panding van Gese Beste.
Nr. 602
Herman Assensz heeft het land van de Engmer gepacht voor een periode van 12 jaar, voor 100 ponden per jaar, te betalen op Martini, ingaande met 1491. In het laatste jaar zal men de molen en het huis met hem verrekenen, zoals men op de Eilanden doet en laten de nieuwe pachter dat betalen.
Hij zal het derde deel van het land weiden, steeds met een andere kamp. [deze aantekening is doorgehaald]
Nr. 603
Claes Visken 2 ponden boete van panding van Dirck Slomer.
Herman Wilsem de bakker een boete van 5000 middelstenen. Borg Jan Coc. Solutum.
Pilgrim Pannert 2 ponden boete van panding van Aerent Dyck.
Aerent Steenhouwer (Jan Aerents sone) 2 ponden boete van panding van Coert de metselaar.
Garbrich van der Schere een boete van 50000 middelstenen. Borg is Gosen van der Schere.
Henric Schuefstake 2 ponden boete van panding van Gosen Pouwelsz.
Jan Lubbertsz 2 ponden boete. Borg is Henric Dubbelzs.
Henric Schuefstake 10 ponden boete van panding van Gosen Pouwelsz.
Berent Verwer 2 ponden boete. Borg is Thonys van Neerden.
Jan Bertolsz de smid 2 ponden boete van panding van Egbert Holtsende.
10 juli anno 1491
Niemand mag roggezaad of roggemeel uitvaren anders dan op elke maandag een schepel. Men moet er een teken van hebben.
Nr. 604
Gheertken 100 schillingen van de “wanmathe”. Borg is Wicher Rensynck.
Henrick Jansz de schoenmaker 100 schillingen van de “wanmathe”. Borg is Jan van den Werve.
De vrouw van Wynken Wesselsz 100 schillingen van de “wanmathe”. Borg is Wicher Rensynck.
Henrick yn de Vranckryck 100 schillingen van de “wanmathe”. Borg is zijn vader Claes Goessensz.
Katherine Knigge 2 ponden boete. Borg is haar nicht Jan[na].
Weyme in den Stoer 2 ponden boete van panding van Herman Trumper.
Henrick Geertsz uit Oldebroek 20 stadsponden boete wegens trekken van zijn mes.
Borg is Geert van Heerde.
Geert Assensz 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Berent Wolt.
Alpher Petersz 2 ponden boete. Borg is Henrick Pael de jonge.
Jan van Wilsem de tapper 2 ponden boete van panding van Berent Jordensz van Deventer.
Else Moermans dierne. Cablauws van Deventer met een steen gegooid. Op de kaak en de steen dragen.
Tyman Schele, de broeder van Evert Schele, heeft een doodslag gedaan aan de zoon van Jan Abelen.
Jan Abel heeft in de Baye een doodslag gedaan aan Evert Schele.
Jan Kerstken deed een doodslag te Lisseboene aan Wynkens zoon
Gise Scharpenzeel deed een doodslag aan Peter Glasemaker.
Doetslach. Nota ad ……
Nr. 605
Fol. 166. Heer Gysbert Willemsz, Yelys Willemsz. Eyscheren. De eed verdragen.
[Aantekening slecht leesbaar]
Gheert Schroeder van Lubeck [doorgehaald] van Weydenborch.
Jacob de Goyer van den Veer 3 lasten hazelnoten.
Jan Saresz [?], burger te Lubeke. Jacob de Goyer de olde,
Jacob de Goyer verklaart dat Geert Schroer, toner van de brief, in mei 1490 in de Veer [Veere] drie lasten noten van hem heeft gekocht voor 17 goudguldens min een oord per last. Hij heeft Geert voor de goede betaling bedankt. Hij zou het geld ontvangen van Peter van Aken te Amsterdam.
Nr. 606
Schepenen en raad hebben bepaald dat er geen lakenpersen mogen worden gezet op de Vloeddijk of elders buiten de stad. Zij die lakenpersen willen zetten, moeten die binnen in de stad zetten. Zij die nu lakenpersen hebben staan buiten de muren, moeten die afbreken binnen acht dagen, op straffe van 40 ponden boete. Dit is aan Berent voorgelezen.
In de marge staat: Vossweert, Rudenhoep. Dr……..
Gerbrich van der Schere 50 000 middelstenen uit genade. Borg is Gosen van der Schere.
[onduidelijk en fors doorgehaalde aantekening]
Amstelredam besent de stede. Wi niet vernomen hebben de uut zee komen. Wy geen baecke weten. Ons vereede heft de anbrengers claerlicke.
Gise Blanckert borg voor Peter Heyne [?] van Edam dat dezer zich zal houden aan het Kamper recht in de zaak van de onenigheid over de waarde van in een charter genoemde munten.
Berent is mede borg voor het hooiland van het Nye Slach.
Nr. 607
In de onenigheid tussen Ghele en de executeurs van het testament van mr. Heyman [Brant] wijst de Raad het volgende.
Ghele moet binnen acht dagen aan de executeurs onder eder opgeven wat zij onder zich heeft van de kleren die mr. Heyman heeft nagelaten en aanwezig waren op zijn sterfdag.
Doet zij dat niet dan vervalt zij in een boete van 40 ponden ten behoeve van de stad. De door wijlen mr. Heyman nagelaten boeken moet zij ook binnen acht dagen bij de executeurs brengen, ook op straffe van 40 ponden boete. Er zal worden gevraagd of de kinderen studeren willen. Dat staat beschreven in de laatste wil van mr. Heyman.
Nr. 608
Berent Jansz Decker 2 ponden boete. Borg is Berent Stoecker.
Willem van Urck 2 ponden boete van panding van Claes Aerentsz.
De vrouw van Dirck Musse 2 ponden boete van panding van Rueric Geye.
Henrick Jansz Schuefstake de smid 2 ponden boete. Borg is Jan Petersz.
Grete Everts. Haar borg is Jan van Sinderen.
Geert Hoyer Tele een boete van 3000 middelstenen. Zijn borg is Lubbert Quantert, welke hij schadeloos zal houden.
Claes Geubwel een boete van 1000 middelstenen. Borg is Claes Veenscoten.
Johan Ghysbertsz een boete van 25 heren ponden, te betalen in tien jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op Martini aanstaande.
Zijn borgen zijn Jan de Vrolike, Jacob Jansz op de Oord in de Hagen, Egbert Korfmaker en Jan Goertsz de wever. Jan de Vrolike en Dirck Gysbertsz beloven om de borgen schadeloos te houden. Zij zetten daarvoor al hun bezittingen tot onderpand. Coram Berent, Rueric en Lubbert.
Oervede gedaan.
Wolter Visken 12 jaar ………
Dele Jan Willemsz 6 jaar, 12 ponden.
Henric Remmeltsz 8 jaar.
Mette van Werden.
Nr. 609
Fol. 166v. Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Hane.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Wyllem van Rossem.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Willem Petersz.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Seygersz.
Jacob Gerrytsz de wever van Herderwyc 25 heren ponden boete, te betalen in zeven jaarlijkse termijnen van 3 ponden en het laatste termijn 4 ponden, steeds op Sint-Maartensdag te betalen.
Zijn borgen zijn Gise Blanckert, Ghumpert Stevensz de drager, Geert Willemsz de wever van Utert en Ghysbert Petersz de wever.
Jacob belooft om zijn borgen schadeloos te houden en zet hen daarvoor al zijn roerende en onroerende goederen tot onderpand.
Nr. 610
Willem Krabber 2 ponden boete van panding van Jan van Wilsem.
Roloff Korffmaker 2 ponden boete van panding van Alyt Lambers.
Clais Schulte 2 ponden boete van panding van Herman inden Raven.
Symon Henrixsz mulre 100 schillingen boete van een hond. Zijn borg is Aerent Stevensz mulre.
Per [Peter ?] de mulre op de Harkemolen is verbannen omdat hij zijn gezel heeft verwond bij dag.
De dochter van Jan Floris 100 schillingen boete wegens een hond. Borg is Jan Florisz. Grete Evers ……….
Cleyne Evertken 2 ponden boete van panding van heer Clais Robyn.
Johan bij Goert in de Melysstege 2 ponden boete van panding van Albert Schroer.
Peter Harnasmaker 2 ponden boete. Zijn borg is Claes Tymansz.
Ghele 2 ponden boete. Borg is Wicher Rensinck. Zij zal opnieuw gedaagd worden.
Johan de knecht van Jan Cleine de bakker 10 stadsponden boete.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Rueric Geye.
Warner Jansz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Willem Bolte.
Jan Roethoefft 2 ponden boete van panding van Jan Henrixsz rijnschipper.
Jan van Wilsem de visser 2 ponden boete van panding van Lukyn Bolhorn.
Wolbert ten Hove een boete van 100 oude schilden, te betalen voor het aantreden van de nieuwe schepenen. Zijn borgen zijn Herman Cruse, Geert ten Hove, Egbert Croser en Jan Geertsz.
Grete Kerchof 2 ponden boete van panding van Freric Backer.
Grete Kerchof 2 ponden boete van panding van Herman Trumper.
De vrouw van Grote Cornelys 2 ponden boete van panding van Jan Daymsz.
Grete Eversdochter 2 ponden boete voor uiten van strafbare woorden.
Borg is Jan Smeden [?].
Henric Geertsz Roethoeft 2 ponden boete van panding van Willem Goikensz kremer.
Alyth van Remunde en haar dochter ieder twee ponden boeten wegens het geven van een vuistslag. Borg is Jan van Remunde.
Claes Schult 2 ponden boete van panding van Roloff van den Werve.
Oervede. Willem Harnasmaker. Overschrijven.
Remmolt 20 stadsponden boete wegens het geven van een vuistslag op de Welle. Borg is Claes Alertsz.
Claes Alertsz 20 stadsponden boete. Borg is Remmolt.
Willem Harnasmaker 20 stadsponden boete. Borg is Wicher.
Aerent Boumeister 20 stadsponden boete. Borg is Rolof van den Werve.
Nr. 611
Niemand mag mostert snijden of wegvoeren van het Nieuwe Werk op straffe van 10 ponden ten behoeve van degene die het aanbrengt.
Degene die naar de landen van Berg of Gullik reist doet dat op eigen verantwoording.
Alyt Jansz bekent schuldig te zijn aan Albert de Voss 13 gouden rijnse guldens van 20 stuivers per stuk.
Nr. 612
Fol. 167. Kuer anno XCI (1491)
Geert Henrick Maeszoen van Zwolle krijgt een boete van 25 heren ponden wegens een bij dag toegebrachte verwonding. Te betalen op Sint-Maarten in de winter aanstaande.
Zijn borg is Gyse Koeperslager. Hase, de vrouw van meister Geert Clockgheter, belooft
als een koopvrouw om Gyse schadeloos te houden van zijn borgtocht. Henrick Maesz van Zwolle belooft om Hase schadeloos te houden.
Nr. 613
Grete Kerchofs 2 ponden boete van panding van Geert Gennop van Zwolle.
Grete nog 10 ponden boete van panding van een man uit Oostenwolde en nog 2 ponden boete van de voorgaande panding.
Z. Luter Henric Cuper.
Grete van Dulman 2 ponden boete. Borg is Dirck Straetken.
Gheele Dirck Jansdochter 20 heren ponden boete voor het gooien met water. Borg is Gumpert de drager. Gheele zet hem tot onderpand al haar roerend en onroerend goed in de vrijheid van Kampen.
Arent Moelman 2 ponden boete van panding van de dochter van Goesen Klenckenberch.
Arent Moelman 2 ponden boete van panding van Symon Backer.
Cornelis Henrixsz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Henrick Mellysz.
De vrouw van Dirck Musse 2 ponden boete.
Jan Petersz 2 ponden boete van panding van Claes Schulte.
Jacob Dubelsz 2 ponden boete van panding van Gysbert Smit.
Henrik Scherynck 10 ponden boete wegens het geven van een vuistslag binnen keurs.
Zijn borg is Jan Henrixsz goltsmyt.
Jan van Wilssem de visscher 2 ponden boete van panding van Werner Topken.
Jacob Coipsz 2 ponden boete van panding van Henric van Halteren schroer.
Gele 2 ponden boete. Borg is Dirck Sloemer.
Ghele ………..
Alyt van Dalfsen
Alyt Dalfsen 2 ponden boete. Borg is Sloemer.
Wolbert ten Hove 10 stadsponden boete. Borg is Jacob Mant.
Nr. 614
Schipper Walter bracht anno 1491 van Danzig. Dode 6 last, Willem Jansz 6 last, Jan Eversz 6 last.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Peter op de Kiste.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Haene.
Evert Baers 2 ponden boete van panding van Peter Glasemaker.
Jacob Coepsz 2 ponden boete van panding van Andrees Gysbersz voerman.
Jacob Coipsz 10 ponden boete van panding van Henric van Halteren schroer.
Arent Moelman 10 ponden boete. Borg is Geert Slewert.
Dirck Voet 20 heren ponden boete, te betalen in vijf jaar met 4 heren ponden per jaar, steeds op Martini. Zijn borg is Claes Jacobsz verwer.
Jan Roethoeft 10 ponden boete van panding van Peter op de Kiste.
Nr. 615
Egbert Croser en Geert van Ingen drie gotieren opnemen.
In de zaak tussen Egbert Croeser en zijn buren en Geert van Ingen en de andere buren van Melys heeft de Raad bepaald dat de drie gotieren die daar nu gemaakt zijn, moeten
blijven liggen tot Sint-Peter ad Cathedram aanstaande. Mocht er intussen hinder of gebrek aan komen, dan moet men dat opnemen en laten maken.
Persyns moeder aanschrijven anno 1491 in profesto Andrae. Ad instanti Steven, etc.
[Steven van Roederlo]
Naar Zutphen schrijven.
Dat burgers geen schade lijden van …….
Evert Alphersz van wegen zijn vader [of broeder ?] gedaagd. Hij kwam niet voor recht tegen Geert Joestsz en krijgt 2 ponden boete.
Nr. 616
Fol. 167v. Jan in den Swaene 10 ponden boete. Borg is Herman Aeltsz.
Henric Fenne knecht [?] 2 ponden boete van panding van Jan Geye.
Zweder Dircksz 2 ponden boete van panding van Jan Gerbransz.
Herman Jan Bruynsz krijgt een boete van 50 heren ponden omdat hij bij nacht iemand verwond heeft. Hij mag betalen in vijf jaarlijkse termijnen van 10 heren ponden, steeds op Sint-Maarten in de winter. De eerste termijn moet op aanstaande Sint-Maartensdag worden betaald. Zijn vader Jan Bruinsz is zijn borg.
Nr. 617
Sweder Dirxsz rijnschipper 2 ponden boete van panding van Jan Gerbransz.
Jan van Wilsem de visscher 2 ponden boete van panding van mr. Evert Alphersz.
Aerent Henrixsz bakker 2 ponden boete van panding van Evert Evertsz uit Oesterholt.
Peter Alphers 2 ponden boete van panding van Peter Geertsz.
Johan 20 ponden boete. Zijn borg is Lambert mitten Bellen.
Jan Albersz de bakker 20 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Herman Vette de bakker.
Engbert Kistemaker 2 ponden boete van panding van Lubbert Bast.
Berent Roeveneters zoon is borg voor de man van Ense, met het hout en de rogge, voor een boete van 2 oude schilden.
Ffranke 20 heren ponden boete “van holt”. Zijn borg is Henric Dubbeltsz.
Ghele 2 ponden boete. Haar borg is Wicher de voorspraak.
Else van Dulman 2 ponden boete. Borg is Wicher.
Rolof Scarpinck, Albert Wolt [?] 2 ponden boete van panding van Peter van Cleve.
Johan Lubbersz rijnschipper 20 stadsponden boete. Borg is Henric Wonder.
Hille Kock 2 ponden boete. Borg is Jan Cock.
Jan Bartolsz 2 ponden boete. Borg is Gosen Pouwelsz.
Jan van Ense 2 ponden boete van een panding van een [koop]man met laken.
Jan van Ense 2 ponden boete van panding van Berent inden Witten Aerne.
Jan van Ense 10 ponden boete van panding van Berent.
Geert Hugensz van Utert is gestupet [gegeseld] omdat hij een viskoper heeft verwond.
[in de marge:] In het rechthuis werd bepaald dat een quarte coyte moest worde betaald met twee plakken en een ton met 35 butkens.
De tappers en de burgers 34 butkens min een plak op 22 tonnen [!]
Nr. 618
Zij die naar Gelderland willen reizen moeten dat doen op eigen verantwoording.
Dirck Slomer 2 ponden boete van panding van Jacob Wulf.
Jan van Dalfsen ossendrijver 2 ponden boete van panding van Albert Mulre.
Jan van Wilsem de visser 2 ponden boeter van panding van Geert Eversz.
Gese Albers werd bij dag met een steen gegooid en aan haar hoofd verwond. Boete voor de dader is 25 ponden. Uitgelegd.
Warner Jansz 20 stadsponden boete omdat hij in toorn een verboden wapen ter hand nam. Borg is Peter Jansz.
Lysken van Meppel heeft bij dag Gese Alberts verwond. Zij gooide haar met een steen tegen haar hoofd. Uitgelegd.
Ernst Jansz van Zwolle 20 stadsponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Lubbert Bast.
Wyllem Udensz de tripmaker 2 ponden boeten wegens uiten van strafbare woorden.
Zijn borg is Jan van den Werve.
Barber, de boel [bijzit] van Geert Kistemaker.
Jan Machorysz de houtzager van Utrecht.
Henric Ketelboter.
Herman van Uterwyck 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Kerstken Wolters rijnschipper.
Rueric van Uterwyc.
Albert Jansz de drager 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Jan Cock.
Evert Hermansz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Jacob Wulff.
Ghese Budels 10 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Herman Geye.
De vrouw van Jacob mitten Karren 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Jan Stevensz de drager.
Jan Daemsz 2 ponden boete van panding van Werner Topkens.
Alpher Petersz 2 ponden boete van panding van Freric Rynvisch.
Nr. 619
Fol. 168. Lambert Koerendreger [?] 2 ponden boete van panding van Egbert van Swolle.
Tijman Rogge 2 ponden boete van panding van Ghysbert Tymansz.
Cornelis Potmaker 5 heren ponden boete. Zijn borg is Derick Korffmaker.
Johan Roest de vuller is uitgelegd omdat hij bij dag een wond heeft toegebracht aan Peter in de Stoeve. en omdat hij een man uit Zwolle met een kan had geslagen in het huis van Keyser. Hij krijgt voor ieder feit een boete vn 25 heren ponden.
Alyth van Dalffsen is uitgelegd omdat zij Dorothee, de vrouw van Baers, tot bloedens toe had geslagen.
Jan Vorn Plonysz 2 ponden boete van panding van Gese Budels. Dit is gebeurd voordat hij werd ontmondigd.
Werner Jansz 2 ponden boete van panding van Herman Tymmerman.
Alyt de Beste, Barbara en Alyth van Dalffsen zijn uitgelegd omdat zij Dorothee, de vrouw van Henrick Baers, die haar man aan het zoeken was in het huis van Alyt de Beste, en hem daar ook vond, bloedig en blauw sloegen en haar het haar uit het hoofd trokken.
Nr. 620
Katherine Knygge 2 ponden boete van panding van Derck Kennegether.
Arent de Mylde 10 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Henrick Vene.
Johan van der Vecht een boete. Zijn borg is Jan Cock.
Seyne Schomaker heeft varkensmest gestort.
Jan Petersz uit …. een boete van 2 ponden van panding van Geert Evertsz schomaker.
Sweer Ghese Roetersz 2 ponden boete van panding van Jan Florysz.
Henric Pors 2 ponden boete van panding van Peter de metseler Gertkers.
Evert Hermans een boete van 100 schillingen wegens een hond. Zijn borg is Jacob Wulf.
Berent Hartwichsz 4 heren ponden boete. Borg is Albert Hoier.
Evert Baers bekent schuldig te zijn aan Herman Jansz een som van 15 ponden.
Lambert Geertsz int Rae bekent schuldig te zijn aan Aelt Hermansz 8 heren ponden.
Henric Claesz bekent schuldig te zijn aan Coen Dircksz een som van 27 heren ponden.
Johan Goertsz bekent schuldig te zijn aan Willem Berents een som van 3 heren ponden min 2½ butken.
Tyman Lambersz de wachter Boven de Poort bekent schuldig te zijn aan Wolter Jansz 12 deker vellen min 11 vellen, die hij van hem gekocht heeft. Elk deker voor 7 gulden, 2 ponden voor de gulden gerekend. Te betalen op Sint-Maarten in de winter.
Jan Vorne Martensz 2 ponden boete van panding van Gese Budels. Nog 10 ponden boete van panding van Gese Budels.
Henric Roethoeft en Jan Roethoeft zijn uitgelegd.
Nr. 621
Werner Jansz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Jan Regger [?].
Tonys Wijnbove uitgelegd wegens het toebrengen van een wond.
Jan van den Werve 2 ponden boete van panding van een bakker.
Grete van Monster heeft bij dag een deerne verwond met een kan. Zij is uitgelegd.
Jonge Jan van der Lucht de steenhouwer 2 ponden boete van panding van Grote Geerts deerne.
Jan van Wilsem 2 ponden boete van panding van Evert van den Vene.
Johan Daymsz 2 ponden boete van panding van Topken.
Ffemme mitte Tanden 2 ponden boete. Borg is Herman Mol.
Henrica, een deerne, 2 ponden boete. Borg is Wicher. Solvit.
Aerent Driver [?] 2 ponden boete van panding van Jan Grelle.
Pennyng 2 ponden boete van panding van Berent inden Witten [Aern].
Gertruit Geye, de vrouw van Herman, 2 ponden boete van panding van Henric Claesz.
[In de rechter marge staan de volgende summiere aantekeningen:]
Onduidelijke aantekening over het gaan met karren op de brug.
Henric Roethoeft moet worden ingeschreven op donderdag na Sint-Martensdag 1491.
Hij moet binnen vier weken voor het gerecht komen tegen Henric Dubbeltsz. Jan Roethoeft idem tegen Lambert Kistemaker.
22 november 1491. Heer Henric Boyst, heer Jan Waterman heer Andries Wiltinck en Jacobus Keyser dingen naar de functie van officiant in het Heilige-Geestgasthuis.
Anno 1491 in profesto Katharine. De mud rogge niet duurder te verkopen dan voor 5 ponden, op straffe van een boete van 10 ponden. Het moet verkocht worden met geld van dezelfde waarde als waarmee men de stad betaald.
Voor de pacht van de waag van anno 1491 staat Gise Blanckert borg.
Nr. 622
Fol. 168v. Sulmans 3 wagen.
Jan Wernersz 2 ponden boete van panding van Jan Hubers.
Willem Tele 2 ponden boete van panding van Jan Wedinge.
Evert Hermansz 2 ponden boete van panding van Gert Scepeler.
Henric Schuefstake de smid 2 ponden boete van panding van Jan Gertsz
Jan Gisensz 2 ponden boete van panding van Andries Vierholt.
[In de marge:] Item resten vijf brieven. Een heb ik verlegd, is vier.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Claes van Angeren.
Willem Coenraetsz 10 stadsponden boete voor het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Jan Loysz.
Dom Heyne 2 ponden boete van panding van Alyt Trumpers.
Jacob Busch 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Wynken Wesselsz.
Kathrijne Hermans 2 ponden boete van panding van Geertken Heer.
Mr. Evert Alphersz 2 ponden boete van panding van Gerloff Claesz.
Jan van Ensen 2 ponden boete van panding van Dode. Nog 10 ponden boete van panding van Dode.
Jan Aerentsz te Bronope 2 ponden boete van panding van Peter Geertsz.
Aerent Tripmaker gooide met een stuk hout. Uitgelegd. Boete 80 stadsponden. Jacob is borg voor 20 ponden
Henric Zweersz 2 ponden boete van panding van Tielman Florisz.
Alyt Henrics wil niet getuigen.
Nr. 623
Anno XCII (1492)
Lamme 2 ponden boete. Borg is Henric Luykensz.
Alyt van Deventer 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden.
Joest Brandenborch 2 ponden boete van panding van de koster van Zallic (Zalk).
Berent Rottedriver [!] 2 ponden boete van panding van Albert Hoier.
Femme mitten Tanden 2 ponden boete wegen het uiten van strafbare woorden. Borg is Herman Mol.
Nr. 624
Fol. 169. Lubbert Petersz en Gosen Klinckenberch zijn door de Raad aangewezen om te bemiddelen tussen Cornelis Matysz en Jan Roloffsz van Leyden, die onenigheid hadden over een pak lakens, waar Cornelis beslag op had laten leggen in het schoutambt IJsselmuiden.
Er werd bepaald dat Jan Roloffsz van Leyden van de bezette lakens er vier zou geven aan Cornelis, te weten drie rode en een blauwe. Een van de drie rode lakens is bezegeld met een klein lood.
In plaats van de vier lakens voornoemd zal Jan Roloffsz aan het pak lakens toevoegen twee bezegelde “haex” lakens, een zwart laken en een groot laken. De twee “haex” lakens moeten van dezelfde waarde zijn, of door Jan Rolofsz met geld worden aangevuld, als de twee lakens die uit het pak zijn genomen. Voor de andere twee lakens of de waarde in geld staat Herman Aerentsz borg tot aanstaande mei. Tot die tijd behoudt Cornelis zijn rechten.
Nr. 625
Johan Aerentsz, Lubbert Martensz, Jan Lambertsz, Claes Sculte, Willem Broic, Marten Jansz, Peter Lambersz, Henric Hermansz, Herman Raven, Andries Preysinck en Claes Assensz verklaren dat zij samen en elk voor allen zich borg stellen voor de pacht van het [vis]water van Cuelvoet, de Eltgrient en de Engmer voor een bedrag van 160 heren ponden.
Nr. 626
Alyt Ghumpers verklaart dat zij heeft gezien dat Ghele Else heeft gegooid met een kan naar een Bergenvaarder uit Deventer. Zij sloeg hem later ook nog zo hard met een “dristock” op zijn hoofd dat de stok brak. Ook heeft zij later Grete Holtsagers op straat met haar vuisten bewerkt.
De vrouw van de Coelgreve heeft in haar huis de stoel staan waar zij mee gegooid heeft.
Zij heeft ook gezien dat zij Grete Holtsagers met haar vuisten bewerkte.
Grete Holtsagers verklaart [niet afgemaakt].
Nr. 627
Fol. 169v. [niet beschreven]
Fol. 170. Albert Claesz verklaart dat Evert Schele vroeg of hij een take [wijn] wilde hebben of een halve gulden. Toen nam Goert Jansz zijn pen en schoof die uit de kruik en er weer in. Hij zei dat hij [het bod] verhoogde met 10 ponden. Toen schreef hij een kruis aan het krijt. [de aantekening is doorgehaald]
Albert Claesz verklaart dat Evert Schele in het gelag vroeg of hij een halve gulden trekgeld zou nemen of dat hij met 10 gulden zou verhogen. Toen nam Goert Jansz zijn pen en schoof die uit en weer in de kruik, waarbij hij zei dat hij zelf met 10 gulden zou verhogen. Evert en Goert beraadslaagden nog even. Goert zei toen dat hij nog met 10 gulden zou verhogen, maar hij wilde zijn pen niet uitgeschoven hebben. Toen ging de kaars in de “canckinge” uit.
Nr. 628
Willem Peters de waard verklaart dat Geert Asse in zijn huis een gelag bier heeft betaald van 8 of 10 vanen. Daarvoor zou hij van Henrick Voirne of diens vennet (compagnon) de keuze mogen maken uit te vangen zwanen.
Inder sake tusschen schipper Claes Jansz ende Jan Gertsz, Albert Hoier en de Gosen Hoier den reders.
Van het kopen van een schip.
Evert Schele en Willem van Eden verklaren dat zij bij de Clocke stonden met Albert Hoier, zijn zoon Gosen Hoier en schipper Claes Jansz. Daar werd aan de schipper gevraagd of hij al reders had. Ja, zei de schipper, hij had al reders. Aan de schipper werd door de reders gevraagd om uit te gaan en een goed schip te kopen, maar wel met hun beraad. Er werd niet gesproken over de prijs van het te kopen schip.
Coram mr. Gosen en Eernst Witte.
Wyllem Engbertsz, Gheert Assensz, Merten Jansz en Jacob Wyersz verklaren dat hun dijken waren doorgebroken en dat hun gewas weggespoeld is.
Nr. 629
Henrick Jansz verklaart dat zijn zwager Arent Roese in de week voor mei van hem een paard had gekocht voor 10 gulden. Dat paard had hij aan Arent verkocht voordat men het vee ging inbranden voor de stadsweiden. Het paard behoort nu nog toe aan Arent, welke het heeft ondergebracht bij zijn zwager Henrick Jansz voornoemd om het te voederen voor een rijnse gulden.
Nr. 630
Fol. 170v. Inder saeken tusschen Goert Jansz ende Evert Schele.
Yssbrant Baers verklaart dat hij er bij was in De Vranckryck toen de kreyer [schip] van Jan Joeriens bij de kaars verkocht werd. Godert Jansz had een bod gedaan toen Evert Schele hoger wilde bieden, maar toen ging de kaars uit en had Godert de slag.
Kerstken van Ingen verklaart dat hij zag dat Goert Jansz het geld van Evert opzij schoof en zijn eigen geld er voor in de plaats legde.
Lambert Lambertsz verklaart dat Evert Schele bij het penningbord kwam en vroeg of hij een take [wijn] zou nemen of een halve gulden. Met dat hij zijn penning op het bord legde, zei Goert “ik trek mijn geld terug en zet het weer in”. Hij verhoogde daarmee zijn bod met 10 gulden. Toen riep Evert “mijn penning ligt” en schoof Goerts penning weg.
Daarna brandde de kaars nog een korte tijd, waarbij beide wat ruzieden en riepen dat zij de slag hadden. Er werd niet meer verhoogd.
Johan Joerien, Herman van Collen en Johan Kromme verklaren dat alleen de schipper aanwezig was, maar geen van de reders.
Henric Claesz verklaart dat hij in Everts Schele `s gelag kwam. Evert verzocht hem om naar het gelag te gaan waar de kaars stond. Dat deed hij. Daar vroeg Ysbrant Baers hem of hij een gulden wilde geven voor trekgeld. Er waren schippers die hun bod op het
schip wilden verhogen. Ysbrant vroeg hem om te zwijgen. Er waren schippers die het schip zelf wilden kopen. Henric ging terug naar het andere gelag en vertelde aan Evert dat wat Ysbrant hem gezegd had. Toen stond Evert op en verhoogde het bod door het leggen van zijn penning. Wat zij verder deden door het in en uitschuiven van hun penning, is getuige niet bekend.
Willem Geertsz, Johan Hermansz en Wolter Aerentsz verklaren dat zij lieten roepen dat iemand die met 10 gulden wilden verhogen een pond trekgeld toekwam. In het gelag werd er gekibbeld wie er zijn penning om te verhogen zou leggen, maar dat toen de kaars uit ging.
Coram mr. Gosen en Lubbert.
Albert Claesz getuigt als boven.
Nr. 631
Fol. 171. Johan Petersz verklaart dat afgelopen midwinter, toen Jan Berentsz thuisgekomen was, deze aan zijn vader Geert Tripmaker vroeg om hem na zijn dood niet meer bastaard te maken bij het opstellen van zijn laatste wil dan zijn broeder Reyner Tripmaker. Dat beloofde Geert Tripmaker.
Daarna vroeg Johan Berentsz aan zijn vader ook nog of deze een proveniersplaats wilde kopen voor zijn moeder, te betalen uit de gemeenschappelijke goederen. Toen zei Geert tegen Johan dat als hij met zijn moeder niet goed kon omgaan, zelf maar een proveniersplaats voor haar moest kopen. Daar bij zal ik je helpen. Dit alles werd besproken in het huis van Johan Berentsz.
Gisbert Smit verklaart dat hij gehoord heeft dat wijlen Johan Berents aan zijn vader Geert Tripmaker vroeg om vooral zijn moeder te bezorgen. Geert zei dat hij daar wel bij wilde helpen. Als Johan het niet zou doen, zou hij het wel doen.
De vrouw van Gysbert wil dit ook verklaren. Coram Jan Vene en Morre.
Nr. 632
Styne Alberts en Johan Berentsz verklaren dat zij er ongeveer een maand geleden bij waren in het huis van Lubbert Steenmetselaar toen Geert Westerwolt aan Henric Evertsz een paard verkocht voor 15 ponden. Dat paard loopt nu voor de kar van Henric.
Henric betaalde 3½ pond in gereed geld en zou het andere geld betalen in drie termijnen, te weten op Vastenavond, op Meidag en op Sint-Jacobsdag. Deze handel werd bevestigd door het drinken van de wijnkoop. Evert Warnersz verklaart hetzelfde. Coram Jan van den Vene en Willem Morre.
Nr. 633
Heer Ffrederic Straetken, priester, geeft een volmacht aan zijn vader Johan van Wilsem en aan Wynken van Elsen om voor hem in vriendschap of met recht zijn deel van de erfenis in te manen dat hem toekomt van wijlen zijn oom Albert Straetken, zowel in als buiten Kampen. Ook moeten zij voor hem invorderen alles dat hem toekomt van de dienst op zijn altaar in de Sint-Nicolaaskerk. Verder moeten zij al zijn zaken regelen alsof hij er zelf bij aanwezig was.
Coram Heyman en Frederic.
Nr. 634
Fol. 171v. Johan Jacobsz en Willem Jacobsz, mede optredende voor hun broeders Peter Jacobsz en Evert Jacobsz en hun zusters Diewer Jacobs en Niese Jacobs verklaren dat zij in vriendschap met Willem Tele de erfenis van wijlen hun zuster Lijsbet Jacobs, Willems vrouw, hebben geregeld. Willem heeft hen voor hun deel van de nalatenschap een som van 9 heren ponden gegeven. Zij bedanken hem voor de goede betaling.
Hier waren bij als bemiddelaars Wicher Rensinck, Lubbert Bast, Rolof Jansz en Hugo Claesz.
Coram Willem.
Nr. 635
Johan van Wilssem, Henric Jacobsz en Jacob Gerytsz verklaren dat Gise Lambertsz in het huis van Jan van Wilssem aan Geert Assensz 8000 stenen heeft verkocht, van de 15000 stenen die hij zou hebben van zijn verdiende loon. Het waren stenen van de kwaliteit die de stad gebruikte voor metselwerk aan de muren. Jacob Gerytsz toonde twee van deze stenen in het gelag, waarop Geert Assensz zei dat hij die goed vond en dat hij die geleverd wilde hebben. Geert zou de stenen kopen voor 25 butkens per 1000.
Er werd toen zes vanen bier gedronken voor de wijnkoop. Coram Jan Vene en Morre.
Nr. 636
Jacob Boyster verklaart dat hij er ongeveer vier jaar geleden in Kampen in het huis van joffer Bolle bij was toen Aelt Boyster van de joffer zes akkers land huurde, gelegen in Bollenserve op Kamperveen, voor een periode van zes jaar, voor 12 gulden per jaar, te voldoen ieder jaar op Sint-Maarten in de winter. De gulden te rekenen voor 20 butkens.
De huur zou ingaan op Sint-Petersdag. Wolter Wulfsz was hierbij tegenwoordig. Coram Nanning en Gosen.
Nr. 637
Lubbert Bast, mr. Tyman Dashorst, Engbert Bast en Timan Gerytsz verklaren dat zij er bij waren in de Pellicaen toen Steven Albertsz van Dick[ninge], dienaar van het convent, van Jan Moykeman van Enghusen zes kabeljauwen kocht, die hij mocht uitkiezen uit een partij van 60 kabeljauwen. Hij kocht die zes vissen voor 35 butkens.
Coram Evert en Willem.
Nr. 638
Goert van Essen verklaart dat hij uit Jan Hermansz` beitel [schip] niet meer heeft afgemeten dan 31 hoet en 2 schepel smidskolen. Hij verklaart dat op de eed die hij aan de stad had gedaan. Het gebeurde in de week na Pasen. Coram Freric en Rueric.
Nr. 639
Fol. 172. In de zaak tusschen Dode ende Wynken Wesselsz.
Johan van Utert, Herman Henrixsz, Johan van Swolle, Thys Thysz en Henrick Schottelar verklaren dat zij weten dat Wynken Wesselsz het zout dat hij deze reis had ingescheept in Lysseboen [Lissabon] droog ontvangen en ingescheept had en ook droog weer had uitgescheept. Het zout had geen schade opgelopen door water. Ook het andere
goed in het schip had geen schade opgelopen. Wynken had zijn schip in goede staat naar Kampen gebracht.
[In de marge staat een nagenoeg onleesbaar gemaakte aantekening in het latijn]
Nr. 640
Aerent Moelman, Gosen Holtsager en Jacob Smit verklaren dat zij er bij waren in het huis van Willem Hoeft bij de Clocke toen Geert van Groningen aan Jan Roethoeft het huis en erf waarin hij woont te koop aanbood voor acht ponden per jaar. Daarvan moest Jan voor hij het huis betrok een pond aflossen en dan verder ieder jaar op Pasen ook steeds een pond aflossen.
Jan Roethoeft bood hem eerst zes ponden en later zeven ponden. Toen Geert dat niet accepteerde, zei Jan, goed ik geef je acht ponden, waarbij hij de godspenning aan Geert overgaf. Daarop zei Geert dat hij zich eerst wilde beraden met zijn vrouw en dat Jan zich ook moest beraden met zijn vrouw. Jan bleef echter bij zijn bod en betaalde de wijnkoop.
Aerent Moelman verklaart hetzelfde.
Rolof Smit verklaart dat toen Jan toesloeg, Geert zich terugtrok en zei dat zij beiden eerst met hun vrouwen moesten overleggen.
Henric van Stenfoirden verklaart dat hij er niets van af weet.
Nr. 641
Peter Rode verklaart onschuldig te zijn en dat hij van Yelys van Muden vanwege Engbert Korffmaker geen geld, te weten 2 ponden en 3 griffioenen had ontvangen. Coram Jan van den Vene.
Mr. Geryt van Wow, clocgheter, geeft een volmacht aan Jan de Vrolike. onze burger, om in vriendschap of met recht in te manen van Albert Pothgeter te Emrijck [Emmerich] 53 rijnse guldens min een oord, te rekenen met 40 Stichtse butkens voor de gulden, welke som Albert aan mr. Geryt schuldig is van ketelwerk. Coram Rueric en Jacob.
Nr. 642
Fol. 172v. Depositsiones
Bouwmeister
Tielman Florysz, Henric Vierholt en Aerent Jansz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Alyt Lambers in de Hagen toen Berent van Rijsen en Berent Haeke hun onenigheid over een [vis]water met Aerent Boumeister bijlegden. Zij kwamen overeen dat Aerent Bouwmeister 17 butkens zou ontvangen. Zij zouden een half pond voor het gelag geven.
Coram Evert van den Vene en Willem Morre.
Nr. 643
Pipersant
Tielman Florysz, Herman van Rijssen, Aerent Henrixsz en Jacob Lambersz verklaren dat zij in het huis van Alyt Lambers waren waar toen Aerent Boumeister verhuurde aan Berent van Rijssen, Berent Haeke en Geert Ottensz het nawater van Pipersant en de Hogendrift om dat met heen “braeschouwe” te bevissen en te drijven. Zij zouden
daarvoor aan Aerent Boumeister 1½ pond geven en een half pond betalen voor het gelag.
Geert Sandersz, Geert van Malssen en Bertolt Egbertsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Aleyt Lamberts en daar zagen en hoorden dat Geert Sandersz voornoemd als zegsman een uitspraak deed tussen Berent Hake en Arent Boumeister.
Berent Hake heeft daar Aerent Boumeister geheel voldaan van het viswater dat hij van hem had gehuurd. Waar getuigen bij waren is er geen moetsoen gemaakt, maar partijen zijn daar geheel en al tevreden over geweest.
Nr. 644
Symon Glauwe, Herman Grote, Arent Kroeser en Ffrederic Rynvisch verklaren dat zij er bij zaten in de wijnkelder op de zaterdag na Elfduizend-maagdendag en hoorden dat Dode Allertsz verklaarde dat hij had verkocht aan Mathys Henrixsz 20 lasten rogge voor 20 mark Riga`s per last, te leveren te Reval op Sint-Jansdag aanstaande. Te betalen bij de levering.
Doede zei dat als de levering niet plaats zou hebben dat dan de schade die er van kwam door de veroorzaker zou worden vergoed. Daarop gaf Mathys een gulden voor de wijnkoop, die Dode zou korten aan de betaling van de rogge.
Nr. 645
Koe
Johan van Synderen, Johan Pennynck en Peter Lubbertsz verklaren dat zij in het land waar de (naar men zei) gewonde koe van Peter Claesz liep, hebben gezien dat de koe geen zichtbare kwetsuren had. Zij hebben de koe nauwkeurig onderzocht en bemerkten dat die vet en gezond was. Coram Freric en Rueric.
Koe. De eodem in folio V.
Nr. 646
Fol. 173. Gysbert Dircksz, Geert Geertsz en Johan van Vreden verklaren dat zij omstreeks Sanct Johannes verleden in Vleckeroe [Flekkefjord ?] in Noorwegen waren en zagen en hoorden dat schipper Johan Dircksz van Coert Brant 300 sparren kocht voor een pond groot per 100 op een “jair dach en op syn lyff”. Als Coert binnen een jaar zou zijn overleden dan zou schipper Johan om Gods wil een pond groot geven en dan mocht hij met de sparren doen wat hij wilde.
Coram Nanning en Frerick.
Nr. 647
Inder schelinge tusschen Peter van Elvingen ende Johan Daymsz.
Wessel Lanssinck en Johan van Vreden verklaren dat zij met schipper Peter van Elvingen voeren naar Amsterdam. Toen zij daar aankwamen moest Wessel van zijn schipper volk inhuren om het schip te helpen lossen. Hij gaf de lossers de eerste dag een 1 stoter en de volgende dagen 3 stoters per dag. Het was goed geld. Johan Daymsz was met een rijnschip naar Kampen vertrokken. Hij kwam niet terug om te helpen lossen.
Nr. 648
Katherine van Woirden verklaart dat zij zag en hoorde dat Alyken van Zutffen en Elssken elkaar met vuisten sloegen en aan de haren trokken. Alyth Heynens zag het ook. Ze heeft ook gezien dat Aelken een trippe [klomp] in de hand had, maar zij zag niet dat ze er mee sloeg.
Johan van Dorsten zag dat de vrouwen tegen elkaar schreeuwden en elkaar met hun vuisten bewerkten.
De hele buurt klaagt dat zij last hebben van de twee deernen en van het volk in de andere drie of vier huizen, die de nachtrust verstoren met het roepen van moord en brand en het gooien met stenen. Niemand durft nog naar buiten te komen of uit de vensters te kijken.
Nr. 649
Reyner van Twelle verklaart dat hij in de Vranckryck heeft gezien en gehoord dat de waard Henrick Claesz tegen Coert Grueter zei dat hij moest uitkijken voor de man. Die wil je een boeverij doen. Die man, een bussenschutter, kwam er aan met een ontbloot mes in de hand om Coert er mee te steken. Daarop sloeg Coert hem met zijn linkerhand voor zijn kop. Hij (Reyner) heeft niet gezien dat Coert een verboden wapen ter hand nam.
Nr. 650
Fol. 173v. Johan Momme en zijn vrouw Bertruit verklaren met deze open brief voor hen en hun erfgenamen dat Gerryt Hermansz en zijn vrouw Femme hen hebben voldaan van een som van 150 gouden keurvorster rijnse guldens, die hen toekwam uit een kamp land van ongeveer 12 grezen, gelegen in het kerspel Oosterwolde, ten noorden van de Nieuwedijk, begrensd in het oosten door Henric toe Boecop, in het zuiden door de Broicklude Graft, in het noorden door Gosen Lambertsz en zijn gezellen en in het westen door de Herbert Greven maat. Verder bekennen Johan Momme en zijn vrouw Bertruit geen enkel recht of aanspraak op deze kamp meer te hebben. Zij verklaren dat Jan Jacobsz en zijn erfgenamen deze kamp vrij van lasten kan gebruiken. Als Johan Jacobsz daar een betere vestenis van wil hebben dan zullen zij of hun erfgenamen hem die geven.
Bezegeld door Johan Momme. Voor Bertruit, die zelf geen zegel heeft, werd de akte bezegeld door Ernst Witte [doorgehaald] Claes van Delen.
Nr. 651
Alyt Wise
Peter Harnaschmaker verklaart dat de rogge in de kelder van het huis van Alyt Wise werd gebracht, maar hij weet niet hoeveel het was. Het werd gebracht omstreeks Lichtmis, voor Midwinter en voor Sint Peter.
Gysbert Aerentsz verklaart dat jij de rogge heeft ontvangen van de schout van Heerde.
Hij bracht de rogge naar de kelder van Alyt Wise tussen Lichtmis en Midwinter van het verleden jaar. Het was ongeveer 8½ mud. Coram Gosen Clinckenberch, Jan Rorlo en Morre.
In het gerecht zijn verschenen schipper Johan ter Helle, Claes Jansz en Jan Hugo, onze burgers, met recht gedaagd om te getuigen op verzoek van Goert Gerryt Sibrantsz uit Amsterdam.
Zij verklaren onder ede dat zij verleden jaar (1490) samen op zee zijn geweest. Zij kwamen met zout geladen uit het westen naar Pernow in Lijfland [nu Pärnu in Estland].
Daar ruilden zij het zout voor rogge. Ze gaven een last zout voor twee lasten rogge. De rogge was aldaar gekocht voor 18 mark en 17½ mark Lijflands per last.
Nr. 652
Fol. 174. Deposiciones ac certificationesanno MCCCCXCI (1491)
Calck
Ulffert Alffersz, Willem Derixsz, Henric Albertsz en Marten Maesz verklaren dat zij alhier voor het rechthuis hebben gehoord dat Geert Lambertsz zei tegen Albert Volckersz dat hij hem de kalk die hier in de stad ligt vrij van andere aanspraken zal leveren. Hij mag die kalk verkopen om daarmee zijn schulden te voldoen. Wat er dan nog aan tekort is, zal Geert hem betalen.
Coram Frederic en Berent Henrixsz.
Nr. 653
Henrick Dubbeltsz, Henrick Albertsz en Clais Jacobsz verklaren dat zij er bij waren in het huis van Willem van Rossum Inden Clocke en daar hoorden dat Sweder Derixsz een rijnschip kocht van Johan Albertsz. Voorwaarde was dat Sweder de koop zou laten aantekenen in het stadsboek en daarvan aan Johan Albertsz een bewijs zou geven, beschreven zo hij dat voor gezegd had. Op die voorwaarden kocht Sweder het schip.
Coram mr. Gosen en Rueryck.
Nr. 654
Heer Gerlach, pastoor van Zalk, verklaart dat hij er bij zat in het huis van Lambert Pynninx en daar hoorde dat Mertyn Kistemaker aan meyster Derick then Zijl 50 mudden haver verkocht, voor 11 butkens per mud, die zo gauw mogelijk moesten worden geleverd. Mr. Derick zou de wijnkoop betalen zonder kosten voor Mertyn, dat hij ook deed. Verder zou mr. Derick Mertyn een jaar lang scheren zonder kosten en zou hij het meesterloon dat Mertyn hem schuldig was, kwijt schelden.
Nr. 655
Inden saeken tusschen Jacob Cleye ende Dode Alersz.
Johan Schaep en Henric Warnersz verklaren dat zij in de verleden zomer in Danzig in de herberg zaten en hoorden dat Allert Nanningsz en schipper Jacob Cley zeiden dat zij met elkaar een vergelijk hadden gesloten in de zaak van de bevrachting van zout.
Getuigen hadden niet bemiddeld maar hoorden het van beide partijen. Coram mr. Gosen en Eernst.
Nr. 656
Leffer Geertsz verklaart dat hij hier te Kampen in zijn eigen huis aan Meynart van Edam 25 rijnse guldens in Hollands payment heeft gegeven vanwege Willem Ghysbertsz. Dat was ongeveer twee jaar geleden.
Wychman Willemsz verklaart dat hij ongeveer een jaar geleden in het huis van Willem Hoeft, alhier in Kampen, aan Meynart van Edam 25 rijnse guldens in Hollands payment heeft gegeven. Dat gaf hij vanwege Willem Ghysbertsz.
Jacob Thomaesz verklaart dat hij er bij was toen Wychman de 25 gulden toetelde.
Nr. 657
Ave Sibrants verklaart dat zij van Symon Jansz 5 ponden min 13 butkens heeft ontvangen voor kostgeld van Henric Willemsz.
Symon verklaart dat hij betaald heeft voor 2 mengelen, 6 plakken en 6 maaltijden.
Nr. 658
Fol. 174v.
Henric Voirne, Henric Woltersz en Johan Florysz verklaren dat zij ongeveer vier jaar geleden in Amsterdam een kogge hebben gekocht voor 606 koopmans rijnse guldens, zo die toen gangbaar waren, van schipper Hoyte Syboltsz. Er waren goede wijnkoopslieden bij aanwezig. Het geld is volledig betaald aan schipper Hoyte. Coram Lubbert en Freric.
Nr. 659
Geert Loysz verklaart onder ede dat hij omtrent twee jaar geleden te Esemerzeel [Ezumazijl] bij Dokkum aan Marten Hyssens Symonsz heeft verkocht een Bremer schuit met anker en toebehoren, zoals het van zee gekomen was en toentertijd in Edemerzeel lag. Hij heeft Marten het schip met toebehoren naar behoren geleverd.
In dezelfde tijd waren een anker en in touw van schipper Claes Tymansz los geraakt en in het Diep nabij de Bremer schuit naar de bodem gezakt. Geert heeft dat anker niet aan Marten verkocht.
Wijlen schipper Boese Jan verkocht aan Geert Loysz het gezonken anker voor een gouden pond groot.
Coram Eernst Witte en Heyman Maesz. Datum 7 maart.
Nr. 660
Inden saecken tusschen Peter Evertsz van Enghusen ende Hugho van Enghusen.
Willem Lambertsz en Johan Holtsager verklaren dat zij er in 1490 laatsleden omstreeks Pinksteren als wijnkoopslieden bij waren in de herberg van Willem voornoemd in Kampen, waar zij bemiddelden tussen Peter Evertsz en Hugho van Enghusen, die hun schepen met al het toebehoren, zo die nu in het water lagen, wilden ruilen.
Peter zou aan Hugho voor zijn schip toegeven 12½ gulden, te betalen met een enkele gulden te rekenen voor 3 gulden van de toegift. Hierop werd door beiden het gelag betaald.
Datum in maart. Coram Ernst en Heyman.
Nr. 661
Johan Aerentsz verklaart dat hij vier jaar geleden te Reval vanwege zijn broeder Wolter Aerentsz aan Coert Gruter heeft gegeven [ bedrag niet ingevuld] postulaatsguldens, komende van de maatschap die zij samen hadden. Daarmee waren al hun zakelijke overeenkomsten ten einde.
Coram Lubbert en Freric.
Nr. 662
Fol. 175. Inden saken tusschen Willem Ghysbersz en Jacob Wege.
Andries Vierholt en Berent Wolt verklaren dat zij in Willem van Rossens huis bij de Clocke zaten als wijnkoopslieden om de overeenkomst te helpen maken tussen Willem Ghysberts en Jacob Weghe. Willem kocht daar van Jacob een partij schullentows [scholnetten] met toebehoren, zo dat van zee is aangevoerd.
Nr. 663
Jacob Dubbels en Claes Vorne verklaren dat zij er ongeveer een jaar geleden bij waren in het huis van Johan inden Zwane toen Aerent Roetersz instond voor zijn broeder Geert Rotersz voor 9000 stenen en een enkele gulden, die hij zou betalen aan Broer Tymansz van Sneek vanwege zijn broeder Geert. Hij zou de steen leveren en het geld betalen tussen Sint-Jacobsdag en Sint-Michielsdag. Claes weet wel van de stenen maar niet van de enkele gulden.
Coram Heyman en Jan Coipsz.
Nr. 664
Gerryt Gerrytsz van Utert, met recht gedaagd om een getuigenis te geven, verklaart dat het ongeveer vier of vijf jaar geleden is dat de ossen van de burgers van Utrecht nabij Hattem door ballingen aangehouden werden. Bij die reis was Selmys Jacobsz van Utrecht ook. Deze heeft van de ossen voor zijn deel 6 rijnse guldens genoten, zoals Gerryt hoorde van de vrouw van Selmys. Die vrouw zei tegen Gerryt en zijn vrouw dat zij hem verweet dat hij ook op die reis geweest was en dat hij ook zijn deel had kunnen eisen. De vrouw had met hen gesproken in Zwolle.
Datum 12 maart. Coram Lubbert en Heyman.
Nr. 665
In het gerecht verscheen schipper Johan Schaep, onze burger, door het gerecht gedaagd om een getuigenis te geven, welke het volgende verklaarde.
Ongeveer vier jaar geleden had hij toen zij uitzeilden aan boord een gezel die Lambert heer Mathewsz genoemd werd. Hij kwam uit Friesland en was een zoon van een geestelijke van de Witte Orde der Premonstratensers. Deze Lambert werd aan boord van zijn schip ziek. Hij werd in Danzig aan land gebracht, waar hij is overleden. Schipper Johan had 18 gulden en de kleren van hem in bewaring genomen.
Na de winter kwam schipper Johan vanuit Danzig weer in Kampen. Toen kwam er uit Friesland een man die een document bij zich had dat door de pastoor van Harlingen en de stad Harlingen was bezegeld. In het document stond dat de brenger ervan de naaste erfgenaam was van de overleden man. Daarop gaf de schipper aan de brenger het geld en de kleren van de overledene. Coram Eernst en Freric.
Nr. 666
Fol. 175v. Henric de Voss verklaart dat ongeveer drie jaar geleden in het huis van Brusken, staande in de Hagen, de verbeterschap van een huis in de Hagen werd verkocht. Henric de Voss en (nu wijlen) Jan Houwinck waren de bemiddelaars bij de verkoop. Brusken (nu wijlen) kocht daar van Pilgrim Pannert de verbeterschap van het huis voornoemd voor een heren pond per jaar, dat mocht worden afgelost met 20
penningen 1 penning. Voorwaarde was dat men dat heren pond zou aflossen binnen drie jaar, naar keuze in één keer of in 2 of drie termijnen.
Uit het voornoemde huis ging tevoren al een jaarlijkse rente van 5½ heren pond.
Nr. 667
Evert van Estvelt, burger van Danzig, verklaart dat Jan de Vette te Danzig is gestorven zonder iets na te laten. Hij had wel veel schulden.
Berent Reynersz verklaart hetzelfde.
Nr. 668
Gerlach Gerloffsz, Ghysbert Ioestsz, Ghysbert Petersz en Jacob Geertsz verklaren dat de vrouw van Roloff van Hardenvelt hen heeft verklaart dat Johan Kannyken het “garn” aan stukken had aangenomen. Zij hebben haar dat nog wel vier of vijf keer gevraagd, maar zij bleef bij haar verklaring. Dat heeft de gildemeester aangebracht volgens zijn gedane eed.
Nr. 669
Peter Claesz verklaart dat hij een jaarlijkse rente van 5 goudguldens, zijnde een deel van een jaarlijkse rente van 10 goudguldens, heeft verkocht uit een derde deel van een huis in de Oudestraat genaamd De Muriaen en uit een huis Boven de Zwanenpoort, hem aangekomen van zijn ouders. Hij heeft die huizen samen met zijn broeder Claes. Er is een bezegelde schepenbrief van gemaakt. Als zijn broeder Claes meerderjarig is geworden, zal hij hem zijn deel uitkeren. Hier is hun oom Geert Slewert borg voor geworden. Hier heeft Seyne Igermans, de momber van Claes, in geconsenteerd in tegenwoordigheid van Geert Glasemaker, die er ook bij betrokken was.
Nr. 670
Tyarck van Scellinge volmachtigt Evert Gisensz om van Herman Schuefstake in te manen 7 ponden in te manen die hij hen schuldig is van schelvis die Evert aan Tjarck heeft betaald. Gese Budels is ingeschreven tegen Berent Henrixsz om voor te komen op dinsdag na Sint-Katharijnendag over 14 dagen.
Nr. 671
Fol. 176. [meegebonden stukje, geknip uit een foliovel]
Lambert, Claes Lentinck, Jan Florisz, Gerrit Aerentsz en Jan Geye [reders] geven een volmacht aan Jan Albersz, rijnschipper, onze burger en toner van deze brief om met zijn rijnschip op te halen alle goederen die in het jaar 1491 zijn geborgen te Juist in Oost Friesland, gekomen van het schip van wijlen onze burger Jan Schaep. Hij mag een redelijk berggeld betalen en verder mag hij handelen zoals de reders voornoemd zouden doen als zij zelf aanwezig zouden zijn geweest. Zij beloven zich ter houden aan dat wat Jan Albersz in deze zaak zal doen.
Zij verzoeken allen die deze brief lezen om schipper Jan behulpzaam te zijn.
Nr. 672
Fol. 176v [Uitgeknipt stuk uit een beschreven foliovel]
[Diverse summiere aantekeningen]
Van Jan van Oester…..
Van Jan Wise Cloteler.
Van Wynken van Anker.
Van Tyman Dashorst.
Van Rotger Leyendecker.
Weydemeister Jan Voirn.
Mr. Gosen, Kerstken, Lambert, Heyman als heemraden.
Nota: Jan Eybergen uit het boek doen.
Oic vrijdag.
Lambert van der Hoeve, Claes Lentinck, Jan Florisz, Jan Geye, Geert Aerentsz.
Van Jan Schaep op Juist geborgen: teer, mast.
Van waarde houden.
Geen namaning van komen sal.
Jan Albersz, onze burger.
Van de kannen: Berent en Kerstken.
Schipper, vracht, Cromme, tot Borgoense sake.
Lambert Gysbertsz.
Nr. 673
Fol. 177 [half foliovel]
Maes Maesz en zijn vrouw Femme van Oenden verklaren dat Berent Buddinck en zijn vrouw Alyt aan hen hebben afgelost een jaarlijkse rente van 12½ heren ponden, die ieder jaar werd betaald op Pasen, gaande uit het huis De Drie Toerne, gelegen in de Oudestraat tussen Rolof Ottensz en de barbier mr. Dirck ten Syel. Maes en zijn vrouw bedanken Berent en zijn vrouw voor de goede betaling.
Uit voornoemd huis hebben Grete van Ingen, de moeder van Femme voornoemd, en haar kinderen nog 25 heren ponden per jaar en Henric van Ysselmuden en zijn vrouw Grete, de zuster van Femme voornoemd, nog 12½ heren ponden per jaar.
[In een doorgehaalde zin staat:] Femme`s moeder, broeders en zusters hebben ook jaarlijkse renten uit genoemd huis]
[Onder staat:] Volgens een schepenbrief die Grete van Inghen met haar kinderen hier van heeft, ten bedrage van 50 heren ponden.
Nr. 674
Fol. 177v. Anno XCII XVII marcii (17 maart 1492)
Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Kampen verklaren met deze open brief dat voor hen in het gerecht kwam schipper Jan Hermansz, hun burger, toner van deze brief, welke onder ede heeft verklaart dat het hulcschip [hulk] waarvan hij tegenwoordig
de schipper is, hem persoonlijk deels toebehoort en verder toebehoort aan Egbert Croser, Aerent Croser, Henric Croser en Matys Henrixsz, die zijn mede-reders zijn. Dat zijn allen burgers van Kampen en kooplieden van de Duitse Hanze. Niemand anders heeft aandelen aan het schip dan alleen nog Herman ten Toern, van Zwolle[doorgehaald] ook koopman van de Hanze, die een achtste deel heeft, Tyman Remmyncrode van Dorpte[Dorpat][doorgehaald], die een achtste deel heeft, Jan Gubben van Reval[doorgehaald], Hans Ronneke een 12de deel, Henric Lunenborch van Danzig[doorgehaald] een 12de deel. Dit zijn ook kooplieden van de Duitse Hanze.
Wij verzoeken u om onze burger, toner van de brief, behulpzaam te zijn.
Nr. 675
Fol. 178. Johan Smit en Claes Aerentsz, vanwege Jan Claesz teemsmaker uit het graafschap Salme in Lotringen (Lotharingen) en Jacob de Wachter en meister Gysbert Barbier, vanwege Geertken, de weduwe van Claes Teemsmaker, verklaren dat zij in vriendschap een overeenkomst hebben gesloten tussen partijen voornoemd. Het ging om de nagelaten goederen van Claes Teemsmaker, waarvan zijn vader Jan Claessz Teemsmaker voornoemd, mede erfgenaam is.
Er was afgesproken dat Geertken Jan tevreden zou stellen van de nalatenschap van zijn zoon door hem een som geld te betalen. Dat heeft Geertken gedaan. Jan bedankt haar voor de goede betaling. Coram Berent.
Nr. 676
In het gerecht verschenen Garbrant Claesz en zijn vrouw Hille, welke verklaarden dat zij hadden verkocht aan Geert Tripmaker en zijn vrouw Alyt een jaarlijkse rente van drie heren ponden, die zij jaarlijks beurden in de vier heilige dagen van Pasen.Deze rente gaat uit het huis van Geert van Malsem, gelegen in de Nieuwstraat tussen Johan Henrixsz en Else Camps. De schepenbrief van deze rente hebben verkopers aan Geert Tripmaker overgeleverd. Deze rente mag elk jaar op Pasen worden afgelost met 20 penningen 1 penning. Jan Albertsz met Geert opten Kerchof.
Nr. 677
In het gerecht verscheen Jacob de Goyer de jonge uit Veere in Zeeland, welke door Geert Schroeder uit Meydenborch [Middelburg] was gedaagd om een getuigenis te geven. Jacob verklaarde onder ede dat Geert Schroer (toner van deze brief) in mei 1490 in Veere van hem gekocht heeft drie lasten hazelnoten, voor 17 enkele gouden rijnse guldens min een oord per last. De koopsom werd door Geert volledig betaald. De noten zou hij ontvangen te Amsterdam van Peter van Aeken. Ze waren naar Amstedam gezonden vanuit het oosten door Jacob de Goyer de oude, de broeder van Jacob de Goyer de jonge. In Amsterdam zijn die noten echter meegenomen door Johan Saryson, burger van Lübeck.
Deze getuigenis is bezegeld met het zegel van de stad Kampen.
Coram Freric en Ruederic. Datum 15 mei.
Nr. 678
Fol. 178v. In het gerecht verscheen Meynart Wichtenbeeck uit Lunenborch, welke een volmacht gaf aan Reynken Wichtenbeeck, burger van Hamburg, toner van deze brief, om uit zijn naam in te manen en te ontvangen de nagelaten goederen die Meynart waren aanbestorven van wijlen Luyken Wichtenbeeck, onlangs in Lunenborch overleden.
Deze Luyken was een broeders zoon van Meynart.
Coram Frederic en Ruederick. Datum 21 mei.
Nr. 679
Johan Warnersz en Willem Hermansz verklaren dat zij in het Horstbroek de sloten schoon maakten. De broekheren zouden de koeien naar het achterste deel van het broek drijven. Er liep een rode koe bij die ziek was. Toen alle koeien door het hek gedreven waren, viel de rode koe op de grond, waarbij ze werd overlopen door andere koeien.
Getuigen beurden de koe weer op de been, maar zij durfden de koe niet te onderzoeken.
Toen de zieke koe weer op de been was, waggelde zij met de andere koeien weg.
Nr. 680
Wolter Tymansz, Henric Voss Jansz en Remmelt van Ghulick verklaren dat Thoenys van Neerden en Claes Jansz van Kamperveen onenigheid hadden over het voederen van zes runderen. Bovengenoemde drie mannen zouden de onenigheid uit de weg helpen ruimen.
Zij bepaalden dat Thoenys aan Claes nog een aanvulling moest geven van twee heren ponden. Claes zal voor Thoenys in komende tijd nog een rund, samen met zijn eigen runderen in de etgert weiden. Hij zal ook een kwart pond in het gelag geven. Hiermee is hun onenigheid over hout en koeien opgelost.
[In de marge staat] dat over het rund in de etgert nog moet worden onderhandeld.
Nr. 681
Swane van Hasselt verklaart dat zij en Merryken Cupers ongeveer twee jaar geleden elk twee schipponden vlas kochten van Symon Glauwe, voor acht heren ponden per schippond. Het vlas werd gewogen en gedeeld in het huis van Symon en daarna loten zij om de beide delen. Swane verklaart dat zij de eerste was die acht ponden per schippond bood. Coram Ruederic.
Nr. 682
Swane, de vrouw van Berent Stoker, stemt toe in de verkoop van het huis dat Berent had verkocht aan Gert Bucker. Het huis staat in Monster (Munster) in Onze-Lieve-Vrouwenkerspel in een straat geheten [niet ingevuld]. Zij machtigt haar man om de oplating te doen. Coram Jacob en Tyman.
Nr. 683
Fol. 179. [half foliovel]
An burgemeister scepenen ende raet slantz Texel.
Heyman Maesz, Lambert van Hove, Claes Lentinck, Symon Glauwe en Geert Aerentsz. Op de Hake gebleven in de herfst van 1492 van Jan Egbertsz 40 tonnen teer.
[Brief aan de bestuurders van Texel]
Heyman Maesz en Lambert van den Hove, mede-raadsleden van de stad Kampen, Claes Lentinck, Symon Glauwe en Geert Aerentsz, burgers van Kampen, reders van het schip van wijlen Jan Engbertsz, dat in de herfst van verleden jaar 1492 op de Hake is vergaan.
Een deel van de lading is op Texel geborgen. De reders hebben onze burger Dirck Jansz toentertijd gemachtigd om te proberen deze goederen terug te krijgen. Die is aldaar met de poorters en strandvonders overeengekomen dat zij van zeven tonnen er twee mochten behouden. Van de lading miste nog 40 tonnen teer en een ton essick [azijn].
Hij had gevraagd of de schout van Texel deze goederen wilde arresteren. Schipper Dirck had hem daarvoor twee ponden groot beloofd. Dat heeft Dirck ook bij ons verklaard, maar hij zei dat hij die twee ponden groot beloofd had op voorwaarden dat hij met hem naar Den Haag zou reizen en hem behulpzaam zou zijn om het goed terug te krijgen, wat hij echter niet gedaan heeft omdat hij last had van zijn voeten. Daarom is Dirck hem niets schuldig. Wij [van Kampen] verzoeken u om uw schout te onderrichten dat hij met de zeevonders [strandvonders] gaat overleggen om onzer reders en burgers aan hun goederen te helpen, te weten aan de teer en de essick en dat hij daar kosteloos zijn hand van zal aftrekken. Want als zij de overeenkomst niet nakomen en steeds de zaak maar uitstellen, moeten wij andere maatregelen nemen. Wij vertrouwen er op dat u ons ter wille wilt zijn.

Fol. 179 Brief aan de bestuurders van Texel
Nr. 684
Fol. 179v [niet beschreven]
Fol. 180 [meegebonden blaadje]
Cornelys Jacobsz, kerkmeesters van de kerk van Hoghe Lande in de stad Leiden verklaart dat hij er mee tevreden is en toestaat dat Jacob Busch de stenen die hij voor die kerk zou leveren op Vastenavond laatstleden, nu mag leveren op Pinksteren anno 1492. Jacob belooft om die steen met Pinksteren te leveren, volgens de voorwaarden die beschreven staan in het charter dat door beide partijen is opgemaakt. Jacob verklaart dat hij van de kerkmeester al 61½ rijnse guldens heeft ontvangen. Dat had hij schriftelijk bij de kerkmeester bevestigd. Als Jacob weer in gebreke blijft, zal hij aan de kerk voornoemd 25 rijnse guldens boete betalen.
Nr. 685
Fol. 180v. In de zaak tussen Ruederick van Endoven en Henrick van Ysselmuden verklaren heer Johan Huisman, schout Henric van Endoven en Evert Witte het volgende.
Zij kwamen over de IJssel bij de schout Lambert Pynninck toen Ruederick van Endoven en Henrick van Ysselmuiden een rechtszaak voerden over het erf van Jacob van Uterwyck, waarvan Ruderick een verwinbrief had. Die verwinbrief deed Ruederick aan
Henrick over. Ruederick had uit het erf een jaarlijkse tijns die Henrick aan hem zou aflossen. Op die voorwaarden deed Ruederick hem de verwinbrief over. Coram Berent en Gysbert,
Albert Claesz verklaart dat hij er ook bij was en dat hij het bovenstaande kan bevestigen.
Coram Lubbert en Henric Pael.
Nr. 686
Fol. 181. Anno XCI XXII may (22 mei 1491)
Jacob Jansz, Claes Tymansz en Dirck Jansz verklaren dat zij kort na Pasen laatstleden in de wijnkelder gezamenlijk een moetsoen [overeenkomst] hebben gemaakt tussen Peter Heyne van Edam en schipper Hoyte, onze burger. Zij hadden onenigheid een schip dat Peter voor Hoyte had gebouwd. Beiden hadden verklaard zich aan de te maken overeenkomst te houden.
De moetsoenslieden bepaalden dat Peter voor het schip een som van 760 gulden moest hebben. Daarmee was de onenigheid opgelost. Coram Freric en mr. Gosen.
Nr. 687
29 mei 1491, Jutte Cupers verklaart dat zij met haar zuster Zwane van Hasselt naar het huis van Symon Glauwe was gegaan om het vlas te bezien. Haar zuster en Marryken Cupers kochten elk twee schipponden vlas van Symon voor acht heren ponden per schippond. Het gekochte vlas hebben zij aldaar in twee porties verdeeld.
Gese Johans verklaart dat zij ook aanwezig was en dat zij kwaad was op Marryken, die volgens haar het vlas te duur gekocht had. Daarop zei Marryken tegen haar dat Symon tegen haar had gezegd dat ze rustig moest blijven en hem helpen het vlas te verkopen.
Hij zou haar minder laten betalen. Coram Roeric en Freric.
Nr. 688
Vechten.
Goert Jansz en Bartolt Henrixsz verklaren dat zij in het huis van Aerent Engbersz in `t Manneke [doorgehaald] in het gelag zaten toen Peter van Neerden binnenkwam om zijn broeder Gysbert te beschermen. Hij misdeed echter niemand. Gysbert van Neerden trok zijn mes en sloeg tegen de kannen en schotels.
Toen de gezellen later tegen de wil van de waard weer in het huis kwamen, nam Arent Engbersz (de waard) een bijl ter hand en sloeg er een van de gezellen mee, die ter aarde stortte. Bartolt Henrixsz zag dat de man bloedde. Verder zagen zij dat Heyn Joest de vensterstok van het venster haalde en daarmee “opt scherm” van de waard sloeg. Coram Freric en Rueric.
Nr. 689
Geert ten Holte verklaart onder ede dat hij in Zeeland een carfeel [karveelschip] heeft gekocht van 1200 zwints [of zuunts ?] geheten De Marrie. Daarmee wil hij zijn handel en nering doen. Hij heeft er zelf een vierde deel van in eigendom. De andere eigenaren zijn de reders Dirc Baesdow, Johan Buckesyn [?] en Herman Rover, kooplieden van de Hanze. Verder heeft er niemand een aandeel van het schip. [Zie ook nr. 684]
Nr. 690
Fol. 181v. Inden saken tusschen Claes Lentinck ende Herman Scharpenberch.
Egbert Backer en Herman Sywersz verklaren dat zij er op een marktdag een tijd geleden bij waren op de steiger buiten de Koornmarktspoort en hoorden dat Herman Scharpenberch aan Claes Lentinck twee van zijn koeien en een vaars overdroeg. Claes zou hem daar 22 gulden voor geven, van de waarde zo die toen gangbaar was. Herman zou de koeien van Pasen tot mei behouden. Als Herman de koopsom vóór de afloop van die termijn aan Claes terug zou betalen, zou hij de koeien weer in eigendom hebben.
Coram Eernst en Jan Coepsz.
Nr. 691
Inder schelinge tusschen Geert Thewsz ende Reyner van Bergen.
Wolde.
Gise Blanckert verklaart dat hij er bij was toen Geert Thewsz en Berent Verwer aanboden om Reyner van Bergen zijn geld terug te geven. Zij vroegen aan Reyner om te laten aantekenen dat hij hen op Midvasten of op Pasen de “wolde” [wol ?] zou leveren Coram Berent Henrixsz en Tyman van Wilsem.
Mense Verwer verklaart dat hij er ongeveer een jaar geleden met Thoenys van Neerden bij was tijdens de onenigheid tussen Geert Thewsz en Reyner van Bergen. In de herberg was er een uitspraak gedaan, maar zij wilden zich daar niet aan houden. Reyner zei verder dat hij een einde aan de zaak wilde maken en dat hij de “wolde” met Pasen aanstaande zou leveren. Dat is nu op aanstaande Pasen een jaar geleden. Geert beloofde hem om hem dan zijn geld te geven.
Johan van Hardenberge verklaart dat hij op delfde tijd ook “wolde” had gekocht van Reyner van Bergen. Hij betaalde met geld dat toen gangbaar was.
Jacob ther Stege verklaart dat toen Reyner van Bergen hier voor het laatst was, hij van hem een “stelle wolde” kocht. Jacob betaalde hem met geld dat toen gangbaar was, te weten een Kamper kromstaart of een zwaantkens stuiver voor twee groten. Toen hij hier de laatste keer te rechte ging tegen Geert Thewsz, betaalde hij hem met hetzelfde geld.
Coram Freric en Ruerick.
Nr. 692
Schipper Jacob Claesz Oem, onze burger, geeft een volmacht aan Jacob Claesz, toner van deze brief, om in te manen van Dirck Zuerbeke, burger van Danzig, een bedrag van 10 enkele gouden rijnse guldens die hij nog schuldig is aan schipper Jacob voornoemd.
Deze som is schipper Claes toegewezen door de dedingslieden Kerstken Gorys en Hans Hoesinck, burgers van Danzig.
Nr. 693
Fol. 182. [meegebonden briefje]
Seyne Igerman en zijn vrouw Alyt verklaren met deze open brief dat zij voor hen en hun erfgenamen wettelijk en uit vrije wil hebben verkocht aan Geert Willemsz van Steenwyck een jaarlijkse rente van zes goudguldens, waarvan de verschijndag valt op Sint Jan Baptistendag in de midzomer. Deze rente komt ten laste van het klooster
Hulsbergen. Er zijn twee bezegelde brieven van, de ene van vijf rijnse guldens en de ander van één rijnse gulden, welke beide brieven zij aan Geert hebben overgegeven. Het klooster mag deze rente, zoals in de brieven staat beschreven, aflossen.
Bezegeld door Seyne Igerman. Voor Alyt, die geen zegel gebruikt, zegelde haar broeder Henrick Veen. Datum in het jaar ons Heren, etc.
Nr. 694
Fol. 183. Wolde
Inden sake tusschen Beernt Willemsz ende Reyner van Bergen.
Roloff Ottensz, Dode Alertsz en Jacob Mant verklaren dat zij er bij waren met andere goede mannen, in tegenwoordigheid van Heyman Maesz en Claes Sulman van de Raad, en dat zij toen een overeenkomst hebben gemaakt tussen partijen voornoemd, die onenigheid hadden over een koop van “wolde”.
Er werd overeengekomen dat de “wolde” die Reyner eerder had geleverd, zou worden betaald met licht payment en dat wat hij nu leverde, zou worden betaald voor de helft met zwaar payment en voor de helft met licht payment.
Thoenys Ghysbertsz en Geert Thewsz verklaren dat zij van deze onenigheid niets ander weten dan wat Heyman Maesz en Claes Sulman verklaard hebben. Coram Berent en Rueric.
Nr. 695
Inden saecken tusschen Albert Schroer ende Willem Everts wedue.
Rogge.
Jacob Mant en Herman Vette verklaren dat zij omstreeks Pinksteren in het huis van Albert Schroer waren en daar hoorden van Willem Everts [weduwe] en haar dochter dat de rogge die haar zoon aan Albert had verkocht zou worden geleverd zodra die hier zou aankomen. Zij had brieven van haar zoon ontvangen waarin stond dat hij de rogge van overzee naar hier zou zenden.
De weduwe beloofde hetzelfde aan Reyntken van Twele.
Johan van Utert verklaart dat hij in het huis van Albert Schroer kwam en daar een vrouw met haar dochter zag die spraken met Albert en Reynken van Twele over een afrekening van een handel in rogge. Daar waren Jacob Mant en Herman Vette ook bij.
De vrouw zei dat de rogge die hij gekocht had, was ingescheept en dat men hem die spoedig zou leveren. Een van der lasten die zij wilde leveren, kocht zij van Albert en Reynken terug, daarvoor zou aan Albert ongeveer 40 ponden ter hand worden gesteld.
Daarmee zou zij die last rogge zelf houden. De andere rogge zou zij Albert leveren zodra die hier aankwam. Coram Freric en Rueric.
Nr. 696
Koe.
Verdillen [?] Mouwersdochter en Alyd Mouwersdochter verklaren dat zij in Dronthen voor hun deur stonden en toen zagen dat de vrouw van Johan Ghysen een koe naar haar man dreef tot aan de sloot. Daar sloeg Johan de koe met een vaarboom met twee scherpe takken in de sloot en stak het dier gaten in het lichaam zodat het erg bloedde.
Toen de koe bijna uit de sloot was geklommen, sloeg hij die er weer in en mishandelde het nogmaals. Daarna ging hij weg en liet het dier in de sloot liggen. Coram Freric en Rueric
De eodem supra in V folio.
Nr. 697
Fol. 183v. Rogge.
Gosen van der Schere verklaart dat hij onlangs met een schip naar Amsterdam voer en dat met het schip ook meevoer Willem Evertsz` zoon Jan Evertsz de jongste, die vergezeld was van Jan Hermansz. Gosen vroeg aan Jan hoe het stond met de rogge die hij verkocht had. Jan zei dat zijn moeder had gezegd dat de rogge die hij en zijn broeder verkocht hadden, was aangekomen, maar dat zijn moeder die weer verkocht omdat die nu zo duur was. Daarom wilde hij nu niet thuis komen. Hij ging op reis naar Danzig.
Coram Freric
Nr. 698
Elze, de maagd van Jan Willemsz, verklaart dat zij in opdracht van Jan Willemsz, die broekheer is, Claes Derxsz het bericht heeft gebracht dat hij geen aarde mocht graven uit het Hageninger Broick om daarmee te dijk te repareren. Claes gaf haar ten antwoord dat hij ondanks het bevel van de broekheer de aarde daar wel uit zou graven. Hij zei tegen haar dat ze naar huis moest gaan of hij zou haar met de vork op de kop slaan.
Toen zij later ging melken, zag zij zijn spade en ander gereedschap liggen op de plaats waar gegraven was.
Herman Wachter verklaart dat hij hoorde, toen hij op de dijk kwam, dat Claes tegen Elze, de maagd van Jan Willemsz, zei dat hij met aarde uit het broek de dijk zou maken zolang hem dat met recht niet verboden werd.
Neese Conerdens verklaart dat zij tegen Clais Derxsz zei dat hij daar niet uit mocht dijken; de heren wilden het niet toestaan. Ik dijk er niet uit, zei Clais. Daarop vroeg Neese hem hoe het dan mogelijk was dat zijn bomen en gereedschappen bij de sloot lagen. Als ik weet wie dat gedaan heeft, steek ik hem aan de vork, zei Clais.
Nr. 699
Wondinge
Johan van den Berge de hoedemaker verklaart dat hij in Wenemer Backers huis was toen de knecht van Johan Cleyne en een gezel die Thonys Schroer heet, ruzie kregen en handgemeen werden en in het gelag elkaar over de tafel trokken. Toen zij elkaar in de haren grepen, kwam Jacob de Wever tussenbeide. Hij trok van de ene de hand terug uit de haren van de ander. Jacob had een kan in de hand. Toen zij van elkaar gescheiden waren, vielen zij van de bak op de grond. Jacob viel ook op de grond, maar of hij met de kan heeft geslagen, weet Johan niet. Hij weet niet wie de verwonding toebracht, want hij ging naar huis.
Berent Stoeker verklaart dat hij ook in het huis was, maar even uit het gelag ging. Toen hij terug kwam, zag hij dat de bakkersknecht erg bloedde. Wie hem heeft verwond, heeft hij niet gezien.
Nr. 700
An Deventer.
Jan Bruynsz, onze burger, heeft te kennen gegeven dat op een partij Berger vis die hij naar Deventer heeft gezonden, ter oorzake van zijn zoon Herman in Deventer beslag is gelegd voor Jan Riet, uw burger, en ook wegens een boete. Jan Bruynsz heeft zijn zoon deling gedaan van zijn moeders goed. Hij (Jan Bruynsz) wil onder ede verklaren dat de
vis hem alleen toebehoort en dat zijn zoon er geen deel aan heeft. Wij (bestuurders van Kampen) verzoeken u om de vis aan Jan Bruynsz terug te geven.
Nr. 701
Fol. 184. Anno XCI in julio (juli 1491)
Wenemer Backer verklaart dat hij ook in het gelag zat toen Jacob de wever en Jan, de knecht van Jan Cleyne, ruzie kregen. Ze sloegen elkaar met hun vuisten, maar gingen even later weer zitten. Toen zij weer zaten, zag Wenemer de kan van de tafel vallen en dat de knecht erg bloedde. Getuige zag niet dat er met de kan werd geworpen of geslagen. Nadat de knecht gewond was, wierp hij met een kan, doch hij raakte niemand.
[in de marge staat:] Hij raakte Jacob wel.
Eernst Gheerloichsz verklaart dat hij er bij was en zag dat zij elkaar over de tafel trokken en dat de knecht van Jan Cleyne erg bloedde. Of hij door een kan geraakt is of gestompt is, weet hij niet. Ever later wierp de knecht met een kan, doch hij raakte niemand. Coram Roeric en Berent.
Nr. 702
Willem Claesz` coffer.
Johan Henrixsz van Leyden verklaart dat heer Gysbert Willemsz, priester, hem brieven heeft geschreven. Hij weet niet om welke brief het nu gaat. Het zou een brief zijn waarin een schrijven van hem (Johan Henrixsz) aan heer Gysbert wordt genoemd. Deze brief zit in een koffer die Willem Claesz glazenmaker van wijlen Henric Willemsz en zijn broeder ontvangen had, in welke koffer ook goud zou zijn. Johan Henrixsz verklaart verder dat er in de koffer, toen hij die aan Willem Claesz overgaf, geen goud of zilver zat. Coram Freric en Rueric.
Nr. 703
Rogge.
Ruederic Geye, Otto Gruter en Coert Gruter verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren onder Marten Voirne, toen schipper Johan “mitten roden haer” aan Reyner van Twele vier lasten rogge verkocht voor 18½ goudgulden per last, twee ponden voor de gulden gerekend.
Schipper Johan beloofde om die rogge te leveren tussen Midwinter en Pinksteren laatstleden. Er werd niet overeengekomen of de rogge zou komen van Riga, van Mesonde of van de zolder. Er werd een godspenning gegeven om de overeenkomst te bekrachtigen. Reyner betaalde de wijnkoop die daarop gedronken werd. Coram Freric en Rueric.
Nr. 704
Ryhagen.
Johan van Synderen verklaart dat hij en Gysbert Thymansz in het rechthuis hebben gededingd tussen Geert Ryhagen en Thonys de Barbier. Geert moest de schuld die hij bij Thoenys had, laten registreren in het stadsboek. Dan zou Thonys hem uitstel geven tot Lichtmis laatstleden. Tot die tijd zou Geert aan Thonys twee bedden tot onderpand zetten, want anders zou hij hem voor het gerecht dagen. Coram Jacob Clinge.
Nr. 705
Fol. 184v. Berent van Oenden verklaart dat hij er bij was in de [wijn]kelder onder Marten Voirne toen daar schipper Jan “mitten roden haer” aan Reyner van Twele twee lasten rogge verkocht, die hij zou leveren tussen Pasen en Pinksteren laatstleden. Er werd gezegd dat het “sondesschen” [Mesondse] rogge zou zijn. Reyner zou voor elke last 18½ gulden geven. Berent vertrok na de koop uit het gelag. Hij weet niet wat er later nog meer werd afgesproken. Coram Berent en Gusbert.
Nr. 706
Herman Henrixsz verklaart dat Dode Alersz hem heeft verteld dat Rolof Zwarte iets aan zijn huis op de Vloeddijk zou vertimmeren voor een bedrag van 5½ pond min een half oord. Dat heeft hij ook gehoord van Rolof Zwarte.
Peter Aerentsz verklaart dat hij er bij was toen Rolof aan Dode aanbood om diens huis te vertimmeren voor 5½ pond. Dode wilde 5 pond en een half oord betalen. Peter stelde hen voor om de oord te delen. Verder weet hij er niets van.
Nr. 707
Gysbert Jansz van Texel zweert dat hij Berent Henrixsz, Ghysbert Aerentsz, Herman Geertsz of hun maatschappen alleen zal aanspreken met Kamper recht. Hij zal hen in anderen plaatsen niet aanspreken met wereldlijk of met geestelijk recht. Hij is zijn aanspraak in Kampen begonnen en zal die ook verder in Kampen vervolgen. Hun kwestie komt van de bevrachting en uitreding van een hering buesse (haringbuis) waarop Gysbert zich voor stuurman zou hebben aangemeld. Aan dat wat de Raad in deze zaak wijst, zal Gysbert zich houden.
Coram Eernst Witte en Lambert ten Hoeve. [aantekening doorgehaald]
Nr. 708
Johan Willemsz verklaart dat hij vanuit zijn huis hoorde dat op straat Dode en Rolof Zwarte spraken over het vertimmeren van een huis. Hij hoorde hen loven en bieden, waarbij een bedrag werd genoemd van 5 ponden en anderhalf oord. Verder heeft hij niets gehoord.
[aantekening doorgehaald]
In het gerecht verscheen Leffer Geertsz, welke onder ede verklaarde dat hij in Groningen geen geld gewisseld noch uitgegeven heeft. Hij was daarvan beschuldigd.
Hij begeert daarom [niet afgemaakt].
Nr. 709
Fol. 185. Anno XCI (1491)
Johan van Moerse, onze burger, geeft een volmacht aan Hans Rover, burger van Danzig, toner van deze brief, om voor hem in te manen in vriendschap of met alle recht, wereldlijk of geestelijk, van Hanss Boghen, burger van Danzig, of zijn erfgenamen, het geld dat hij hem schuldig bleef van de koop van zeven Elburgse blauwe lakens. Hans Boghen had die lakens ongeveer vier jaar geleden in aanwezigheid van goede lieden hier in Kampen van Johan voornoemd gekocht voor vijf gouden rijnse guldens per stuk.
Hanss Boghen had beloofd hem die te betalen. Hans Rover mag in deze zaak handelen naar eigen goeddunken. Coram Berent, Heyman en Eernst.
Nr. 710
Rolof Ottensz, Jan van Gelre en Peter Geertsz, onze burgers, verklaren onder ede dat zij op Pinksteren 1487, nu omstreeks vier jaar geleden, hier in Kampen aanwezig waren bij de koop door Hans Bogen van Danzig, die in het huis van zijn waard Rolof [Ottensz] vijf blauwe Elburger lakens kocht voor vijf gouden rijnse guldens per stuk. Jan [van Moerse] heeft hem die lakens geleverd in het huis van Rolof voornoemd.
Nr. 711
Mathews Frerixsz, Otthe Hermansz en Peter Geertsz verklaren dat zij er bij zaten in het huis van Jacob van Zutphen toen Henric Scherick en Dirck Sloemer onenigheid kregen over de toedracht van de aanvallen op Kamper schepen op zee. Henrick zei dat onze heren met Bartolt Bussch “liggen vleysschen” en daarom overkomt ons dat. Dirck vroeg hem toen wat het hem aanging, wij moeten zorgen dat wij niet voor de heren moeten verschijnen. Daarop zei Henric dat hij zijn schuld moest betalen en Dirck zijn eigen schuld. Henric boog daarop over de tafel en dat zei hij Dirck bij de neus zou nemen; hij had zijn hand aan zijn mes. Daarop beurde Dirck met zijn vlakke hand het hoofd van Henric op, welke toen zei dat Dirck al genoeg gedaan had voor zijn geld. Ik zal er over klagen, zei hij. Hij stond op en ging uit het gelag, maar hij kwam terug en wilde bier hebben. De waardin wilde hem geen bier tappen, zeggende dat hij altijd ruzie maakte.
Henric zei dat hij nu wilde klagen en liep naar de deur. Dirck keerde hem de rug toe waarop Henric zich omdraaide en Dirck met zijn vuisten tegen het hoofd sloeg. Dirck trok daarop zijn mes en stak naar Henric, die daarop wegliep.
Coram Berent, Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Nr. 712
Otte van Ingen, Maes Roper, van Gebbe Knapschinkels.
Albert Claesz en Roe Heyne [vanwege] Evert Gisensz, Jan Gisensz en Pouwel Gisens, broeders van wijlen Gysbert Tymansz, de man van Gebbe, zijn het volgende met Gebbe overeengekomen over de giften die wijlen Tyman zou hebben gegeven. Er werd afgesproken dat Jan Gisensz 12 ponden zou krijgen, Evert Gisensz 6 ponden en Pouwel 15 stuivers, die daar mee door Gebbe verder onterfd wordt. Datum 17 augustus 1492.
Nr. 713
Fol. 185v. Henric Dubbelsz en Aerent Jansz verklaren dat zij er over en aan zijn geweest toen Johan Petersz van Claes Schulte de na-segen van het stadswater van de Wriver huurde voor 10 ponden. Wat zij verder met elkaar hebben afgesproken, weten getuigen niet.
Nr. 714
Willem Helewech, gemachtigd met een gezegeld document van de stad Reval, dat hij in het gerecht toonde, verklaart dat hij ontvangen heeft van Egbert Kroeser 68 rijnse guldens, 8 stuivers en een halve vlaamse. Acht vuurijzers te rekenen voor een gulden.
Dit geld is voor de kinderen van wijlen heer Goert Horstinck, in leven raadsman van de stad Reval. Egbert had dat geld onder zich tot behoef van de kinderen voornoemd.
Willem scheldt Egbert en zijn erfgenamen van deze som kwijt en vrij en bedankt hem voor de goede betaling.
Coram Gysbert en Jacob Clinge.
Nr. 715
Albert Henricksz Schroeder verklaart dat hij borg is voor Albert Henrixsz van Wilsem, de vader van zijn vrouw, voor de pacht van het derde deel van de visserij van De Vijf Stukken te Wilsem, te weten voor 331 ponden. Men zal van deze som 45 ponden korten voor trekgeld. Deze borgtocht gaat in op Midwinter aanstaande en zal een jaar duren.
Gysbert van Lewen is borg voor Jacob ter Haere als voorschreven.
Nr. 716
Jasper van Conden verklaart dat Arent Dyck hem 2½ heren ponden heeft betaald voor zijn deel van een krans die om een put is gelegd die door Arent aan wijlen Henrick Mathysz is verkocht.
De hele krans heeft, nadat Arent aan Jasper zijn deel had betaald, niet meer gekost dan 5 heren ponden. Arent heeft tegen Jasper gezegd dat wijlen Henrick Mathysz daar niet meer dan 5 heren ponden voor wilde geven. Henrick wilde hem dat geld niet eerder geven dan wanneer de voet van de krans geleverd was.
Nr. 717
Gosen Dirksz als erfgenaam van wijlen Evesse, de weduwe van Jan Spoelman, geeft een volmacht aan zijn zoon Evert Gosensz om in vriendschap of met recht in te manen van Geert Hoier Albertsz de helft van 68 koopmans rijnse guldens. De schuldbekentenis van Geert ten behoeve van Evesse was aangetekend in het Kamper stadsregister in het jaar 1483. Op de gehele som was 20 rijnse guldens betaald. Evert mag om het geld te verkrijgen, handelen naar eigen inzicht.
Nr. 718
Fol. 186 [meegebonden blaadje]
Brief aan de stad Grave.
Eerzame heren, etc. Onze burgeres Wibbe, de weduwe van Jan van Loen, toonster van deze brief, heeft ons te kennen gegeven dat wijlen Jan van Loen in uw stad geboren is en daar burger was. Tijdens zijn leven heeft hij aldaar een huis met een hof verkocht, gelegen binnen uw stadsmuren. De koopbrief daarvan is in handen van een brouwer die in uw stad woont.
Wibbe voornoemd is aan dat huis gerechtigd. Zij heeft de erfgenamen van haar man tevreden gesteld, zoals zij ons te kennen heeft gegeven.
Wij verzoeken om Wibbe, die een schamele oude weduwe is, te helpen om de gelden van het verkochte huis te ontvangen en haar onverkort recht te doen, zoals wij uw burgers ook zouden doen.
Nr. 719
Fol. 186v. [Deels weggeknipte tekst]
[Opschrift:] Van den torff
Namen genoemd van Henryck Mulert, schout van …….., Herman Kruse, schout van Vollenhove, meister Gosen [van Hattem], …… van den Vene, van Zwolle Werner Duysterbeke.
Niet uitvoeren van turf naar vreemde streken. Landzaten mogen turf kopen en verkopen, ……
Nr. 720
Fol. 187. Brief aan [het Kamper stadsbestuur]
Eerzame lieve heren. In de heilige dagen van Pasen van het jaar 1492 kwam ik tussen de “Maese ende dat Veer Gat” met mijn hulk. Ik wilde daar aan land gaan toen er drie schepen van oorlog, die in Amsterdam thuishoorden nabij kwamen. Het ene schip was de Niclaes, die nu in Amsterdam ligt, het tweede schip was een kraviel (karveel) dat door Amsterdam was gekocht van schipper Voss uit Danzig, het derde schip was een buyssen kraviel (buiskarveel). De bemanning vroeg mij wie ik was. Ik zei hen dat ik uit Kampen kwam, dat zij ook aan het gevoerde wapen wel konden zien. Er waren onder hun bemanningsleden ook enkelen die vroeger met mij gevaren hadden. Zij riepen dat ik de zeilen moest strijken, wat ik ook deed. Zij vuurden toen wel 200 schoten op ons af, waardoor zes van mijn bemanningsleden werden gekwetst, waarvan sommigen lam zijn gebleven. Ze schoten gedurende langer dan drie glazen (scheepstijden).
Zij deden mij dit geweld aan terwijl er tussen onze steden een vredesverdrag bestond.
Zij brachten mij en de kooplieden een schade toe van meer dan 200 pond groot. Ook hebben ze mij en mijn volk met de dood bedreigd, iets dat niet met geld te compenseren is. Als zij mij echt hadden geënterd dan hadden zij mijn schip en al het goed genomen, maar zij konden ons niet machtig worden. Ze riepen dat ze mij overboord zouden gooien als ze mij te pakken hadden en dat ze mij de keel zouden doorsnijden.
Toen zij zagen dat ze mij niet konden enteren, gingen ze een eindje verderop liggen. Ze hadden mijn graag tot zinken willen brengen, maar dat konden ze niet.
Lieve heren, wij zijn uw schamele burgers en verzoeken u om aan het stadsbestuur van Amsterdam te schrijven dat onze schade moet wordt vergoed. Het bovenstaande is ons zonder recht en redenen aangedaan. Als onze burgers aan Amsterdammers schade hadden toegebracht, zou die schade door ons ook vergoed worden.
Nr. 721
Fol. 187v. 17 december 1492
Hertoch te Holsten.
Geschreven aan hertog Freric van Holsten, etc., dat Evert Dodensz in de herfst met een geladen schip uit Riga afzeilde. Op “Hellegenland voir der Zuder havenen” is zijn schip vergaan, waarbij de gehele bemanning omkwam. Op het strand in het land van de hertog voornoemd spoelden delen van de lading aan, die geborgen werden. Onder meer werden geborgen drie stukken was, een hoeveelheid teer en ander goed in tonnen, takel, touw, anker, zeilen. In de zakken van de schipper en bemanningsleden, die aanspoelden, werd gereed geld gevonden.
De reders, te weten Jan Geye, Borchart Henrixsz, Henric Voirne, Henric van den Hove, Dode [Alartsz ?], Wicher Geye en Jan ten Holde hebben Melchior, tolner (tollenaar) te Huysdom, de dienaar van de hertog, gevolmachtigd om tegen betaling van een redelijk berggeld, deze goederen in te manen, etc. Borchart Henrixsz, Jan ten Holde en Henric Voren stelden zich borg voor de andere reders.
Bief aan de hooggeboren, vermogende, genadige, lieve heer [de hertog van Holstein].
Wij geven u te kennen dat voor ons zijn verschenen Jan Geye en Borchart Henrixsz, onze burgers, welke met een bedrukt gemoed aan ons te kennen hebben gegeven dat verleden herfst onze burger (nu wijlen) Evert Dodensz met zijn geladen schip is afgezeild uit Riga. Het schip is in een zware storm met de gehele bemanning vergaan
voor de Suderhaven op het Hillige lant (Helgoland). Een deel van de goederen kon worden geborgen op het strand in uw (de hertog) land, te weten drie stukken was, teer en andere goederen in tonnen. Ook werden ankers, takels, touw, zeilen en andere zaken geborgen. In de zakken van de aangespoelde schipper werd geld gevonden. Dat is door sommige mensen aldaar gezien.
Onze burgers voornoemd en de andere reders hebben de eerzame Melchior, tollenaar van uwe genade te “Huysdom”, gemachtigd om tegen een redelijk berggeld het aangespoelde goed te ontvangen. Onze burgers en reders hebben door het verlies van schip, bemanning en lading grote schade geleden. Het is onze bede dat uwe vorstelijke genade er in toe wil stemmen om Melchior dat werk te laten doen.
Nr. 722
Fol. 188. Inden sake tusschen schipper Jan mitten rode haeren ende Aerent Pouwelsz, sijn cock.
Evert Dircksz, Jacob Albersz, Dirck Jansz, Gise Blanckert en Jacob Aerentsz stuurman verklaren dat schipper Johan zijn scheepsvolk aanwierf voor een reis naar Mesonde in het huis van Gise Blanckert. Voorwaarde was dat als men hen daar geen koren wilde verkopen, zij mee zouden zeilen naar plaatsen waar wel koren te koop was. Bij de werving was Aerent Pouwels niet aanwezig. Coram Berent en Gysbert.
Nr. 723
Inder schelinge tusschen Warner Topken ende Beerent Stoker.
Jan Petersz, Berent Hake en Lubbert Henrixsz verklaren dat zij er in de wijnkelder bij waren toen men het stads [vis]water voor de zomer verhuurde. Zij vroegen toen aan Jan Daymsz of hij in staat was om een “sege” alleen te huren. Hij zei toen dat hij Warner Topken en Berent Stoeker wel tot borgen kon krijgen. Zij hoorden ook nog dat hij zei dat hij zelf instond voor een derde deel, Warner Topken voor een derde deel en Berent Stoecker voor een derde deel.
Albert Alphersz, Henric Voirne, Berent Jansz, Jan Lambersz, Goyken Henrixsz, Jan van Wilsem en Berent Lubbersz verklaren hetzelfde. Coram Berent en Gysbert.
Nr. 724
Herman Melsse uit het land Mekelenborch (Mecklenburg) verklaart dat hij in 1491
tijdens de “schuewallinge” 16 lasten rogge die uit Riga kwamen in Groningen heeft verkocht zonder consent van Henrick Kroeser en Henrick van den Hoeve, die daar deelgenoten van waren. Nu geeft hij een met zijn zegel toegesloten koffer bij die twee in bewaring. In die koffer zit het geld dat hij voor de rogge had gebeurd. Zij zullen die koffer in bewaring houden totdat de andere rogge uit Riga of van elders in het oosten aangekomen is en zij daar bericht van zullen hebben gekregen.
Nr. 725
Grete Dyx en Armegart, de vrouw van Jan Hanen, verklaren dat zij ongeveer een jaar geleden in het huis van Willem Thele waren en dat zij aldaar in aanwezigheid van Willem Thele en diens vrouw Grete Rake, een deling hebben bewerkstelligd tussen Grete en haar dochter Alyt, die zij had verworven uit een eerder huwelijk. Grete gaf haar dochter voor de nalatenschap van wijlen haar vader haar aandeel van de stoelen, ketels, potten, schotels, kannen en bedden. Alyt sprak ook over linnen en andere zaken
die zij met haar dochter zou delen, maar daar wilde zij nog mee wachten tot haar dochter wijzer zou zijn geworden. Beiden waren er toentertijd mee tevreden.
Nr. 726
Symon Glauwe en Jacob Jansz geven een volmacht aan Melchior Kikenburch, tollenaar te Hyussom, om aan te tasten, etc., 18 “smale” lasten en 1 ton assche (potas), te rekenen met 12 tonnen per last, welke in 1490 waren aangekomen in Flensborch. De assche was in Danzig ingescheept door Peter Mulre en Aerent Verwer in het schip van schipper Wolter Jacobsz uit Bolsward. Melchior mag in deze zaak handelen zo het hem goeddunkt.
Nr. 727
Fol. 188v. Willem Jansz “mitten kanne” en zijn vrouw Alyt verklaren dat zij hebben verkocht aan Jan Jacobsz het recht van een venster tussen zijn huis en hun huis, staande op de Vloeddijk bij Geertspoorte vander Ae. Zij beloven het uitzicht uit dat venster niet te belemmeren of zaken aan te brengen die schadelijk zijn voor Jan Jacobsz. Voor het recht van het venster heeft Jan Jacobsz hen betaald. Ook zijn zij voldaan aangaande de waterafvoer van het dak, zodat Jan Jacobsz daar vrij van zal blijven. Coram Jan Coipsz en Jacob Clinge.
Nr. 728
Inden sake tusschen Jan Jacobsz ende Rycholt Dircksz, Egbert Henrixsz en Geert Egbersz van Campervene.
Berent van Holte en Albert van Drij verklaren dat zij omstreeks Sante Jan in de Midzomer van dit jaar 1491 hier in Kampen aanwezig waren en met andere goede mannen als scheidslieden tussen Jan Jacobsz en Rykholt, Egbert en Geert voornoemd een overeenkomst hebben gemaakt. Partijen handelden over turfland te Oosterwolde in Jan Wynnerserf. Rykholt, Egbert en Geert hadden een document waaruit bleek dat zij daar turf mochten steken volgens het turflandsrecht. Er werd afgesproken dat Jan Jacobsz deze drie hun recht van turfsteken zou afkopen met een bedrag van 92 enkele gouden rijnse guldens, te rekenen met 44 butkens voor de gulden, of met ander geld dat in Kampen gangbaar was. Voorwaarde was ook dat deze drie nog vijf jaar lang in dat land turf mochten steken op de wijze zo zij dat tot nog toe deden. Daarvan zou Jan Jacobsz hen een bezegelde brief geven. Daarvoor zouden de drie aan Jan Jacobsz hun bezegelde brieven van het turfland geven. Jan Jacobsz beloofde hen om het afgesproken bedrag aan hen te geven op Sante Jacobs, nu laatstleden. Ook werd afgesproken dat de drie hun uitgegraven turf mochten zetten [laten drogen] op het nabij gelegen afgegraven land zonder daarin te worden gehinderd.
Nr. 729
Van Berent Wolt ende Jan Daymsz.
Wolter Jansz Monnick verklaart dat hij Jan Daymsz huis bij de Clocke binnenkwam en daar zag dat Jan Daymsz en Berent Wolt handelden over de koop van een vierendeel haver. Hij werd in hun gelag geroepen en hoorde dat Berent aan Jan een vierendeel haver verkocht die hij zou leveren voor de ene helft acht dagen na Sint Maartensdag aanstaande en voor de andere helft op Midwinter daarna. Jan zou Berent voor elk mud haver 16½ butken betalen op Sint Maartensdag, maar hij mocht het geld ook afdoen aan de pacht die hij (Berent) aan de stad moest betalen voor het huis [erf]. Toen dat was
overeengekomen heeft Berent nog bedongen dat wanneer door overstroming de haver verloren ging, hij dan met het betalen van de wijnkoop vrij zou zijn. Daar stemde Jan Daymsz in toe. Vide supra alia …..
Warner Topken verklaart hetzelfde als Wolter.
Nr. 730
Fol. 189. Berent Lambersz en Geert Hermansz verklaren dat zij een overeenkomst hebben helpen maken over een stuk turfland tussen Egbert Henrixsz, Rikolt Dircksz en Gerryt Egbertsz ter ener zijde en Jan Jacobsz ter andere zijde. Jan Jacobsz zou deze drie op Sante Jacobsdag laatstleden een som van 92 gouden rijnse guldens betalen volgens de geldwaardering van Kampen. Na de uitspraak zei Jan Jacobsz dat hij niet eerder wilde betalen dan na Sint Martensdag. Daar bleef het toen bij.
Jan Jacobsz mocht betalen volgens Kamper waardering met goud of zilver geld.
Voorwaarden was ook dat de drie voorschreven mannen nog vijf jaar turf mochten graven uit het land. Verder verklaren getuigen hetzelfde als Berent van Holte en Albert van Drij Zij willen het wel met hun eed staven.
Nr. 731
Geert Joestsz, Herman Hermansz, Lubbert Jansz, Henric Willemsz en Styne Lubbers de waardin verklaren dat zij er bij waren toen Lambert Calckberner en Kerstkem Metseler afrekenden aangaande het onderhoud van een kind. Kerstken had uitgerekend dat Lambert hem 7 ponden en een butken schuldig was, maar hij zei dat hij aan Lambert nog een half pond schuldig was. Tijdens de afrekening verklaarde Kerstken dat hij van Lambert 29 tonnen kalk had ontvangen in afkorting van zijn geld voor het onderhoud.
Hij wilde voor het houden (verzorgen) van het kind deze hoeveelheid kalk hebben, maar Lambert zei dat hij Kerstken maar drie tonnen kalk schuldig was.
Nr. 732
Luyken Jansz, Andrees Fendt en Engele Arentsz verklaren dat Jan Ghijsen het stiertje dat Jan Pennynck heeft, zelf als kalf heeft grootgebracht en dat het hem toebehoort.
Nr. 733
Johan Sigersz mulre verklaart dat hij ongeveer vier jaar geleden aanwezig was toen Lambert Calckberner in het huis van Kerstken Metseler aan deze en zijn vrouw zijn kind uitbesteedde voor een periode van een half jaar. Zij mochten er over nadenken of zij het kind langer wilden onderhouden. Kerstken zou voor het onderhoud van het kind gedurende een half jaar 8 arnhemse guldens en 4 tonnen kalk krijgen.
Nr. 734
Else van Dulman verklaart dat zij heeft gezien dat Gele in het huis van de koster de hand van Pilgrim Luchtemaker tussen de deur geklemd hield. Zij heeft niets gezien van een mes of verwonding.
Nr. 735
Hubert Schroer geeft een volmacht aan Thys Schroer om vier ellen Engels groen [laken] in te manen van Luder en Mechtelt Luders. Elke el had een waarde van 26 stuivers zo die acht jaar geleden gangbaar waren. Er moesten ook 10 stuivers maakloon worden betaald. Ook nog Luder 54 stuivers van een rol doek voor een mantel.
Nr. 736
Fol. 189v. Herman Henrixsz verklaart dat hij ook in de “kreyer” van schipper Gosen van Campen was en hoorde dat Gosen van der Ae, de stuurman, tegen Gosen de schipper zei dat hij niet mee wilde varen en dat de schipper een andere stuurman moest aannemen. De schipper gaf zijn stuurman geen toestemming om te vertrekken, maar hij ging toch weg.
Evert Symonsz en Dode Ottensz verklaren dat zij aan tafel zaten met Gosen van der Ae, die zei dat hij niet mee wilde. Hij zei verder tegen het aanwezige volk dat hij het schip niet naar huis wilde brengen. Zij moesten het schip maar binnen de boom leggen en dan maar lopend naar huis gaan. Coram Jan Coipsz en Freric.
Nr. 737
In het gerecht verschenen Johan Wyllemsz en Henrick Sticker, de man van zijn dochter, welke verklaarden (dat zij ook onder ede wilden bevestigen) dat afgelopen voorjaar in Johans huis bij hen kwamen Jan Rickoltsz uit Kuinre (vanwege zijn zwager Albert Visken) en Clais Sticker, ook uit Kuinre, welke onenigheid hadden over een jaarlijkse rente van vier koopmansguldens, die Clais heeft, welke gaan uit het huis en erf van Albert. Er is van de rente een bezegelde brief.
Beide partijen hebben de oplossing van hun onenigheid in handen gegeven van Johan Wyllemsz en Henrick Sticker voornoemd. Die zouden in vriendschap partijen tot een vergelijk brengen, waar zij zich aan zouden houden.
Er werd bepaald dat Albert Visken van nu af in plaats van die 4 koopmansguldens, een jaarlijkse rente van 3¼ gouden rijnse guldens aan Clais Sticker zou geven, te rekenen met 2 heren ponden voor de gulden. Albert zou, zonder kosten voor Clais door de richter een nieuwe rentebrief laten opmaken, want de waarde van het geld was veranderd. De oude rentebrief was hier dood en te niet gedaan. Coram Jacob Clynge en Ernst Witte.
Nr. 738
Johan Pottemaker en Andries Pottemaker verklaren dat Cornelys Pottemaker een vrouw die Lysken heet, heeft binnengeroepen in het huis van Johan voornoemd. Toen die vrouw binnen gekomen was, heeft ze onbehoorlijk gesproken tegen de vrouw van Johan. Daarop nam de vrouw van Johan een stok ter hand om Lysken uit het huis te jagen. Maar Cornelys nam haar de stok uit de hand en gaf die aan Lysken, die Gese er mee sloeg. Lysken gooide Gese ook een aarden pot naar het hoofd. Cornelys heeft Gese ook honend bejegend. Hij sloeg haar in haar eigen huis een blauw oog en trok haar aan de haren. Johan heeft hen uit elkaar gehaald.
Andrees verklaart nog dat Cornelys met zijn vuisten Gese in het gezicht sloeg en bij de hals greep. Coram Jan Coipsz en Jacob Clinge.
Nr. 739
Fol. 190. Anno XCI (1491)
In het gerecht verscheen Egbert Bast, onze burger, welke onder ede verklaarde dat hij in de laatste [jaar]markt in Groningen ter markte gebracht had een partij laken, te weten een stuk Engels grijs laken van 29 ellen, twee ellen blauw wollen laken, die hij om het Engelse laken had gewikkeld, en nog twee stukken linnen laken, alles samen ongeveer 82 ellen. Deze stukken laken behoren hem alleen toe en niemand anders. Dit laken heeft
hij in Groningen in beheer gegeven van Eernst van Zwolle omdat hij in haast uit Groningen moest vertrekken. Eernst zou het hem per wagen na laten brengen, maar het is in Groningen in beslag genomen.
Coram Jan Coipsz en Jacob Clinge.
Nr. 740
Goessen Holtsager, Henrick Arentsz en Tewes Holtsager verklaren dat zij op de Welle hoorden dat Albert Jansz Holtsager tegen Albert van Ghemen zei dat hij hem zijn geld afhandig had gemaakt. Hij zei dat hij daarom een bedrieger, schalk en boef was.
Nr. 741
Pilgrim Pannert, Henrick van Vilsteren, Cornelis Mathysz en Henrick Woltersz verklaren dat zij er bij waren in de Sanct Jacobsborch en daar zagen en hoorden dat Herman van Uterwyck en Ghese Budels elkaar strafbare en smadelijke woorden toevoegden.
Zij (beide partijen) hebben hun zaak ter oplossing aan deze vier personen “clackloes” in handen gegeven.
Nr. 742
In het gerecht verschenen schipper Albert Claesz, zijn stuurman Claes Water en zijn bootsman Henric Lambersz, welke aldaar voor [niet afgemaakt].
Clais Lentynck en Henrick Pael de jonge, vanwege Gyse Koeperslager, en Luken Tydemans en Adam Schryver van Groningen, vanwege Ffemme van Elst, die mede optrad voor Jacob haar man, hebben op verzoek van beide partijen, met behulp van Antonius Vrije, secretaris van Kampen, die zij tot een overman kozen, een minlijke schikking uitgesproken onder de volgende voorwaarden.
Ghyse en Ffemme zullen al hun aanspraken van diensten die Ghyse zou doen, ook van alle ander zaken, schade, onkosten en daarmee verbonden handteringen tot op de dag van heden openstaande, als bijgelegd beschouwen. Ffemme zal de te Deventer ontvangen gelden, die nu onder Tele Leyendecker berusten, evenals de handschriften, brieven en charters die zij van Ghyse heeft ontvangen, weer aan hem overgeven. Allen die voor Ghyse borg hebben gestaan, zullen van de borgtocht ontslagen zijn en alle rechtsvorderingen zullen afgedaan worden. Verder zal Ffemme aan Ghyse onmiddellijk 3½ rijnse guldens geven, te rekenen met twee ponden voor de gulden. En daar [niet verder afgemaakt].
Nr. 743
Fol. 190v. Vullen.
Inden sake tusschen Jan Haene ende Franke Claesz ende Michiel van Laer.
Johan de Wise verklaart dat hij er bij was in het huis van Alyt Lambers toen Jan Hane daar aan Geert Rihagen het weiden van zes veulens aanbesteedde. Jan Hane zou daarvoor aan Jan Stellinck, vanwege Geert, drie heren ponden betalen. Verder kreeg Geert Rihagen een half mud bonen, die hij bij Aernt van Veessen haalde. Voor het weiden zou Jan Hane aan Geert ook nog van elk veulen 17½ butken betalen.
Johan Sygersz verklaart dat hij er in zijn eigen huis bij was toen Jan Hane aan Geert Ryhagen zes veulens besteedde om die voor hem te weiden. Hij zou voor elk veulen
17½ butken weidegeld betalen. Geert zou verder een half mud bonen krijgen, te rekenen voor 10 butkens per schepel. Hij heeft die bonen ontvangen van Aerent van Veessen.
Nr. 744
Berent Peterson, Henrick[je] zijn vrouw en Truede Bouwmans verklaren dat zij er bij zaten in het huis van Styne Sadelmakers en daar zagen en hoorden dat Lambert Peltzer van Styne 19 zadels kocht voor 14 stuivers per stuk. Voor de wijnkoop gaf Lambert twee quarten Hamburger bier. Berent verklaart ook dat Lambert zei “Styne moeder ghy en wilt my yoe nyet behalen”.
Nr. 745
Gumpert [?], Henrick Arentsz en Peter Jansz verklaren dat zij hebben gehoord en gezien dat Dorethee, de vrouw van Henric Baers, in het huis van Alyth de Beste riep en kermde. Toen zij het huis verliet bloedde zij erg en was geheel verbijsterd en ontdaan.
In het huis waren ook Alyth van Dalffsoen en Barbaer aanwezig.
Nr. 746
Wycher Rensynck en Henrick Claisz verklaren dat zij er vijf jaar geleden bij waren in Marten Vorns kelder en hoorden dat (nu wijlen) Lambert Pynninck de kelder van Marten huurde voor een aantal jaren en voor een aantal ponden per jaar. De ponden zouden moeten worden betaald met 18 stuivers per stuk. Als later de ponden hoger zouden worden gewaardeerd, mocht hij toch 18 stuivers voor het pond blijven geven.
Zouden de ponden lager worden gewaardeerd dan zou hem dat tot voordeel strekken.
Coram Henric Pael en Freric Rynvisch.
Nr. 747
Claes Water en Henric Lamberss, stuurman en kok van het kreyerschip van schipper Albert Claesz verklaren dat zij in de herfst van het jaar 1484 van Hamburg naar Amsterdam zouden zeilen. Toen zij op zee waren, bleek dat het schip erg lek en slecht was, zodat zij de Elbe weer opvoeren naar Hamburg, de plaats van vertrek. Zij hebben de lading toen weer overgegeven aan de koopman die hen bevracht had. Het schip was zo lek en slecht dat het aldaar als wrak verkocht werd aan de koopman die hen bevracht had. Die man, genaamd Laurens Reynersz, heeft het schip ook als wrak aan iemand anders verkocht.
Schipper Albert Claesz verklaart dat toen hij zijn bedevaart naar het Heilig Bloed gedaan had en weer in Hamburg kwam, hij het schip weer naar zee had willen brengen, maar het was erg lek, etc, vide ut supra. Datum 15 oktober in het [niet verder afgemaakt].
Nr. 748
Fol. 191. Supplicatio m[agister] Seynonis.
Messieurs bourgemeisters, scevenys et consiliori, etc.
Ik bedankt u grotelijk dat u mij hebt voorzien met een beneficium. Ik bied u mijn diensten aan, maar ik kan het beneficium op dit ogenblik niet bedienen, want ik ben al op jaren gekomen en ook omdat de dienst erg zwaar is. Ik verzoek uwe gratiën of het mogelijk is om mij een ander beneficie of officie te geven dat ik beter kan bedienen, nu of in de toekomst.
Ik vraag u om mij een gunstig antwoord te geven.
Nr. 749
Fol. 192. Brief aan de edelen, etc.
Henric Albersz de rijnschipper, onze burger, heeft ons te kennen gegeven dat hij op laatstleden Pinksteren met zijn rijnschip, om zijn nering te hanteren, want hij is een schamel gezel, naar Zeeland zeilde. Nabij Sluis kwamen de uitleggers [oorlogsschepen] van Sluis bij hem aan boord. Zij behandelden hem alsof hij een vijand was van Brabant en van uwe edelheden. Hij moest naar Bergen [op Zoom] naar de “colde markt”. Hij moest een som geld geven, goederen afstaan en een eed doe om voor het gerecht te komen. Onze burger is een schamel man; wij hebben geen oorlog met Vlaanderen of met Brabant, maar leven daarmee in vriendschap. Wij verzoeken u om onze burger van de eed en belofte te ontslaan en hem zijn afgenomen goederen terug te geven. Kunt u dat niet dan vragen wij u om een dag te noemen waarop hij voor u moet verschijnen, doch graag na Pasen aanstaande, omdat het nu winter is.
Nr. 750
Leffert Geertsz verklaart onder ede dat hij [geen ?] geld heeft gewisseld voor een hogere koers dan waarop het door ons gewaardeerd is. Hij verzoekt hem van de opgelegde boete te ontslaan. Gert Scheere weet er van.
Nr. 751
Fol. 192v. Eerzame, wijze, lieve heren. Toen ik vroeger door u was aangesteld tot doodgraver hebt u op straffe van het betalen van een boete aan anderen verboden om de doden te begraven.
Nu zijn er gezellen die er geen verstand van hebben en nog geen voet diep kunnen graven die zich ook met mijn werk bezig houden. Zij vernielen het kerkhof en begraven mensen lukraak, dan eens in het zuiden en dan weer in noorden.
Wanneer er moet worden begraven, moet ik mijn werk als daghuurder leten liggen om de kerken te dienen. Zouden er andere gezellen zich bezig houden met begraven en ik mijn daghuur voorbij moet laten gaan, dan verdien ik te weinig.
Lieve heren, ik vraag u om Gods wil, omdat ik altijd het beste wil doen en ook voor de armen goedertieren wil werken, dat u kerkensprake laat doen om het begraven door deze gezellen te laten verbieden. Deze lieden graven ook wel in de goten en hakken die in stukken, zoals Lubbert Petersz zelf wel heeft gezien.
Ik vertrouw op een gunstig antwoord.
[ondertekend door] Willem de doetgraver.
Nr. 752
Fol. 193. Rorick Stachhauwer en Willem Geertsz verklaren dat zij er omstreeks Sint-Jacobsdag bij waren in Helschenoir (Helsingör in Denemarken) in het huis van meister Jan, waar zij zagen dat meister Jan aan Kerstken Woltersz verkocht een varken, een vierendeel boter en negen tonnen bier, samen voor 13 mark Deens. Daarvoor zou Kerstken aan meister Jan acht gouden rijnse guldens geven als hij levend over kwam.
Kerstken schreef daarvoor twee handschriften [schuldbekentenissen]. maar daar nam meister Jan geen genoegen mee, want er was niet in vermeld “op het avontuur van de zee”. Kerstken schreef toen een derde handschrift waarin wel vermeld stond dat de overeenkomst op het “avontuur van de zee” gesloten was. Daar nam meister Jan
genoegen mee. Kerstken liet het handschrift in meister Jans huis drie dagen liggen wegens “haest ende versummenisse” omdat hij onder zeil wilde gaan.
Coram Jan Coipsz en mr. Goesen.
Nr. 753
Van de dootslach Peters Glasemaker.
Johan van der Vechte verklaart dat hij zag en hoorde dat Ghyse en wijlen Peter elkaar strafbare woorden toevoegden. Peter zei tegen Gyse dat hij hem de keel wilde doorsnijden.Toen zei Ghyse tegen de aanwezigen dat hij hen tot getuigen nam voor deze woorden. Daarop zei Peter: let op mijn hand, ik zal op jouw hand letten. Dat zei Ghyse ook. Daarna ging Ghyse een tijdje uit het gelag. Toen hij terug kwam zei hij tegen Peter: als je een man bent, moet je je verweren. Daarop stak hij Peter in de borst.
Ghyse, Peter en Wolter stonden toen gelijk tegen elkaar op, maar Johan voornoemd ging weg en heeft er verder niets van gezien.
Arent de Mylde verklaart hetzelfde als Johan van der Vecht, maar hij heeft nadat zij tegen elkaar opstonden en van de tafel wegliepen, niet gezien wat zij deden.
Nr. 754
Peter van Rykenborch, Henrick de Greve en Albert Egbertsz verklaren dat Arent de Mylde en Jan van der Vechte in de [wijn]kelder elkaar strafbare woorden toevoegden.
Coram Ernst Witte en Tyman van der Weede.
Nr. 755
Wolter Elart van Haarlem verklaart dat hij heeft bemiddeld tussen Jan Rijnschipper van Kampen en Heerken van Haarlem. Heerken had ontvangen drie koeien, een nieuwe tabbert en een hoike van Leids laken ter waarde van 23 rijnse goudguldens, te rekenen met twee ponden voor de gulden. Dat was in mindering van een bedrag van 32 gulden die Johan nog schuldig was aan Heerken voor de koop van een schip. Heerken huurde dat schip weer van Johan om daarmee de koeien naar huis te brengen. Coram Jan Coipsz en Ffrederic.
Nr. 756
Zwaenen erfgenamen.
Berent Stoker heeft verkocht aan Geert Backer te Munster een huis gelegen in Munster in de Hallenbeke strate in Onser-Vrouwenkerspel. Zijn vrouw Zwane stemt in deze verkoop toe.
Er mag oplating [overdracht] gedaan worden volgens het stadsrecht van Munster. [De naam van de gemachtigde wordt niet genoemd] Coram Jacob en Tyman.
Nr. 757
Fol. 193v. Anno XCI IX novembris (9 november 1491)
Gerryt Bose uit Elburg bekent schuldig te zijn aan Seyno Igermansz en Claes Lentinck een som van 30 gouden enkele rijnse guldens of de waarde daarvoor in goed zilvergeld.
Hij zal een derde deel daarvan terug betalen op Midwinter 1492, een volgend derde deel op Midwinter 1493 en het laatste derde deel op Midwinter 1494. Als die laatste termijn betaald is, zullen Seyno en Claes een bezegelde brief terug geven, welke bezegeld is met de zegels van Lubbert van der Lake en Johan Boese Hilbransz,
inhouden een schuldbekentenis van 80 gouden rijnse guldens. Deze brief geven zij dan aan Gerryt of zijn erfgenamen. Mette Bose stemt er mee in dat Gerryt dan die brief ontvangen zal.
Nr. 758
Van Evert Hermansz.
Lubbert Witvoet verklaart dat hij verleden herfst in dienst was van schipper Coert Hermansz. Aan boord was ook Evert Hermansz, die erg dronken was en de schipper lelijke woorden toevoegde. Hij zei onder meer dat de schipper zijn moeder iets moest doen. Hij zei verder dat hij iedereen zou steken die nog in het schip zou komen. De andere bemanningsleden zeiden tegen de schipper dat hij Evert moest wegsturen. Als hij dat niet deed, wilden zij niet mee varen. De schipper stuurde Evert weg met het gehele loon dat hij zou beuren voor de reis naar Danzig, te weten 4½ mark.
Johan Heynensz en de andere scheepskinderen [bemanning] kunnen dit ook verklaren.
Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
Nr. 759
In het gerecht verschenen Jacob Jansz, Geert Andriesz, Jan Geertsz Vilt, Geert ten Holte en Jan Egbertsz, onze burgers en geloofwaardige getuigen, welke waren gedaagd om onder ede het volgende te verklaren. Zij waren verleden jaar (1491) omstreeks Drie Koningen alhier in Kampen aanwezig bij de bevrachting van een aantal Kamper schepen door een man geheten Hans Hoevener, die optrad namens Tyman Remmelicio.
Hij wilde de schepen naar Lysseboenen [Lissabon] laten zeilen om aldaar bevracht te worden met zout, omdat naar Riga of Reval te vervoeren. De schippers zouden voor het vervoeren van elke last zout een som van 17½ mark Riga`s ontvangen. Mocht het gebeuren dat zij het zout in Zeeland moesten lossen dan zouden zij voor elke 100 “zwijnts” voor vrachtgeld 49 gouden rijnse guldens beuren, of de waarde daarvan zoals die dan gold. Datum 15 november. Coram Jacob Clinge en Jan Coipsz.
[zie ook nr. 613]
Nr. 760
Tussen Jan Brandenborch en Geert Schepeler [en] Jan zijn zoon. Zij waren te rechte gegaan om de nalatenschap van de vader en moeder van zijn vrouw.
Genoemd erf en goed te Oosterwolde.
Bemiddelaars uit de Raad waren Jan van Vene en Jan Coipsz.
[Onder staat:] Jan Brandenborch, Gerloich Claesz, Geert Schepeler, Mense Verwer, Jan Bryunsz, Jan Sutoris [schoenmaker]. Hier mee zijn alle aanspraken tot op de dag van heden dood en te niet gedaan.
Nr. 761
Fol. 194. [meegebonden blaadje]
Claes Jacobsz bekent voor hem en zijn erfgenamen dat hij van Franke Claesz en Michiel van der Laer heeft overgenomen het vierde slag van het Hoilken (Heultjes) dat wijlen Geert Rihagen van de stad gehuurd had en waar Franke en Michiel borg voor hadden gestaan.
Claes zou als principaal meier in de plaats komen van Geert Rihagen voor de nog resterende pachtjaren. Hij zal aan de stad de jaarlijkse pacht betalen. Franke en Michiel zullen daar borg voor blijven. Claes belooft om hen schadeloos te houden en zet
daarvoor al zijn roerend en onroerend goed tot onderpand. Aan het einde van de pachtperiode zal Claes al het getimmerte, het huis, de molen en de berg die op het erf staan, behouden.
Als Claes binnen vijf jaar komt te sterven dan zullen zijn erfgenamen aan Michiel en Franke 25 ponden geven. Sterft hij binnen zes jaar dan zullen zij 13 ponden geven.
Claes moet Michiel en Franke ieder jaar elk drie mudden haver geven.
Nr. 762
Fol. 194v. Johan Hermansz, Jan Heynensz, Jan Sigersz.
Burgemeester, schepenen en raad doen kond aan allen die deze brief lezen dat voor hen zijn verschenen schipper Walys Schilder, Reyner Blanckert en Kerstken Frerixsz [doorgehaald] de Velike, onze burgers. Zij zijn volgens stadsrecht gedaagd om een getuigenis van der waarheid te geven.
Zij verklaren dat zij verleden zomer, in het jaar 1491, in Danzig waren en daar handel hebben gedreven. Zij hebben in die zomer in Danzig Arent Florysz de Lukener en ook Claes Andreesz geheten Dremmeler niet gezien. Zij hebben ook niet horen zeggen dat die twee daar wel geweest zijn.
B. s. en r. verklaren verder dat genoemde Arent en Claes al een jaar lang niet in Kampen zijn geweest en daar niets hebben gekocht of verkocht. Ook zijn zij heden ten dage niet in Kampen aanwezig, wat voor hen wel gebruikelijk zou zijn.
Nr. 763
Fol. 195. Inder saken tusschen Lambert den Verwer ende Gise van Hoerne.
Thoenys van Neerden, Geert Hermansz, Reyner Jansz en Peter van Calcker verklaren dat zij in Deventer in het huis van Dirck Wulfs waren als wijnkoopslieden toen Gise van Hoerne verkocht aan Lambert de Verwer 100 ponden gegoten talge (talk) voor zes plakken per pond. Lambert was daar mee tevreden en er werd de wijnkoop op gedronken.
Coram Jan Coipsz en Jacob Clinge.
Nr. 764
Doetslach.
Geert ten Holte verklaart dat hij met andere schippers in Lissabon was in de Sint-Franciscuskerk waar een Fries genaamd Rewert, die bij Reyner Tripmaker als schepeling aan boord was, tegen hem zei dat hij de doodslag had begaan aan Herman van Herpen, die met schipper Andries Kojkacke voer. Anderen hadden daar geen schuld aan. Jan Engbertsz had het ook gehoord.
[onder staat:] Schipper Reyner Tripmaker, schipper Laurens Smit, Jan Engbertsz.
Coram Pael en Tyman.
[De gehele aantekening is doorgehaald]
Nr. 765
Gise Blanckert verklaart dat hij Roloff die over de IJssel woont wilde bezetten. Er werd gededingd dat Rolof aan Henric de Stoeldreyer 2 ponden zou geven. Daarmee zouden Gise en Rolof vergelijkt zijn.
Gumpert verklaart dat Rolef en Henric Stoeldreyer in het huis van Willem Hoeft kwamen en zeiden dat zij een nieuwe compositie (overeenkomst) hadden gemaakt. Was
het eerst 2½ pond, nu werd het 2 pond. Gumpert hoorde dat zij daar tevreden mee waren.
Warner Hoernblaser verklaart dat hij ook in het huis van Willen Hoeft was en hoorde dat partijen heftig spraken. Ten leste kwamen zij overeen dat Rolof over de IJssel aan Henric Stoeldreyer 2 pond zou geven. Daarmee zou de bezaten (beslaglegging) afgedaan zijn.
Coram Pael en Tyman.
Nr. 766
Doetslach.
Geert ten Holte, Reyner Tripmaker, Laurens Smit en Jan Engberts verklaren dat zij met andere schippers bijeen waren in de Sint-Franciscuskerk in Lissabon, toen Rewert de Vrese, die bij Reyner Tripmaker aan boord was, hen zonder dat zij er naar vroegen, vertelde dat hij op Texel een doodlag had begaan aan Herman van Herpen, die voer met Andrees Koejacke. Hij alleen was de dader en anders niemand. Aerent Kerstken en andere goede mannen hebben het ook gehoord. Coram Pael en Tyman.
[In de marge:] Ook Aerent Kistken en Freric Rynvisch getuigen dat. Coram Jan van Roirloe en Evert van Vene.
Nr. 767
Berent Petersz en Dirck Engbertsz, ooms van Peter Jansz, [dood]geslagen te Damme op Johannis Decolationis anno 1491.
Jan Jansz, toner van de brief, als volle broeder (van dezelfde vader en moeder) van Peter Jansz en de ooms voornoemd, geven hem een volmacht om een verzoening te bewerkstelligen.
Nr. 768
Fol. 195v. Van de sake tusschen Gese Budels ende Berent Wolt.
Jacob Machorisz en Wicher Rensinck verklaren dat zij hoorden dat Gese Budels en Berent Wolt de rechtszaak waarin zij elkaar aanspraken, wilden uitstellen tot Lambert Martensz terug kwam van de Veluwe. Lambert wist alles van hun zaken en moest dan een uitspraak doen in hun geschil.
Herman Geye, Jacob Machorisz, Wicher Rensinck, Claes Sculte en Dirck Henrixsz verklaren dat zij in het huis van Gese Budel bij de Clocke zaten, waar Berent Wolt ook bij was. Zij wilden de onenigheid tussen Gese en Berent uit de weg helpen, maar Berent wees hun bemoeienis van de hand.
Nr. 769
Inder scelinge tusschen Jan Aerentsz ende Henric Loysz.
Willem Thele, Arent Rotgersz en Berent Hake verklaren dat zij er bij waren in het huis van Geert Sandersz in de Hagen toen Johan Aerentsz het vierde deel van de Pepergasse huurde van Henric Loysz, die hem de huur overdeed. Hij had daar Arent Rotgersz tot borg voor gezet.
Beide partijen waren tevreden, maar wat zij daaraan hadden gewonnen of verloren, weten getuigen niet.

Fol. 195v met tekening
Nr. 770
Inden sake ende scelinge tussen Coert Metseler ende Henric Lodewichsz.
Geert Sandersz en Aerent Rotgersz verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren in het huis van Geert Sandersz in de Hagen toen Henric Lodewichsz aanbesteedde aan Coert de metselaar het maken van een nieuwe gevel aan zijn huis. Hij wilde daar 22 heren ponden voor betalen, voor de helft te betalen als het werk gedaan was en voor de andere helft wanneer Henric weer behouden van over zee kwam. Had Henric geen behouden reis dan zou hij uitstel hebben tot Pasen. Hij mocht Coert rogge of meel dat hij meebracht tot betaling geven.
Nr. 771
Tyman Johansz verklaart dat hij het water van het Zuerdiep (Zuiderdiep) waaraan Gese Budels deelgenote is verleden jaar na Pasen een tijd mede bevist heeft. Hij heeft daar goede afrekening van gedaan en heeft haar altijd het geld gegeven dat haar toekwam.
Verder verklaart hij dat hij Berent Wolt eens 25 butkens heeft gegeven vanwege Gese.
Hij heeft aan Lambert een week voor deze overleed, 5½ butkens gegeven. Na Lamberts dood heeft hij ook nog 5 butkens gegeven. Coram Pael en Tyman.
Nr. 772
Fol. 196. Anno XCII (1492) Kuer.
Lange Claes
Lamme 2 ponden boete. Borg is Henric Lukener.
Alyt van Deventer 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Lukener.
Joest Brandenborch 2 ponden boete wegens panding van de koster van Zallic.
Berent Rottedriver 2 ponden boete van panding van Albert Hoier.
Femme mitten tanden 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Herman Mol.
Johan Eybergen 2 ponden boete van panding van Jan Claesz.
Geert Jansz van Groningen de metselaar 10 ponden boete. Borg is Willem Schumer.
Symon Alphersz 2 ponden boete van panding van Claes Lentinck.
Heyman Brant 2 ponden boete van panding van Henric Claesz.
Johan Geertsz Roethoeft 6 heren ponden boete. te betalen aan de tegenwoordige schepenen (van anno 1492). Borg is Henric Geertsz Roethoeft. Heyn Ael 80 ponden boete wegens het slaan met een polsstok. Borg is Wolter Jansz de rijnschipper.
Jacob Coster Dra… 20 ponden boete wegens slaan binnen kuers. Borg is Gise Barbier.
Arent Starck 20 heren ponden boete wegen gooien met glas. Borg is zijn zwager Peter Geertsz.
Jonge Schaep 20 stadsponden boete. Borg is zijn zwager Wolter Aerentsz.
Gele Else 5 stadsponden boete wegens strafbare woorden gesproken in hert gerecht.
Borg is Wicher.
Claes lange Henrixsz, schipper in de Hagen 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Bartolt Egbertsz.
Griete, de dochter van Heyman Maesz, 2 ponden boete van panding van Jacob Gosensz.
Griete Ralle 2 ponden boete. Borg is Wicher.
Nr. 773
Gheele Elze 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Herman Mol.
Lutgart Baers van Swolle twee pond boete omdat zij iemand heeft gebeten. Borg is Herman Mol.
Albert Albertsz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Arent Alffersz te Brunnepe.
Thomas Muntmeister 25 butken wegens een “hundeken”. Borg is Willem Hoefft
Johan Abelen vanwege wijlen Evert Schollen.
Schipper Johan Jacobsz 100 ponden boete aan de stad wegens een doodslag. Er zijn 62½ ponden van betaald. Er resteren nog 37½ ponden
Daarvoor zet zijn vrouw Abel tot borgen voor de betaling tijdens de periode van de tegenwoordige schepenen de volgende personen. Clais Hermansz in de Hagen, Andrees Claisz bij Onser-Vrouwenkerk, Arent Starcke en Willem Berentsz. Abel zet aan de borgen al haar roerend en onroerend goed, huis en hof in de Hagen, tot onderpand.
Jan Roothofft 2 ponden boete van panding van Willem van Rossem.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Evert van den Vene.
Berent Rotdriver 2 ponden boete van panding van Jan Grelle.
Gise Coperslager 2 ponden boete. Hij moest voor het gerecht komen doch verscheen niet.
Nr. 774
Warner Mulre 10 ponden boete. Borg is Jacob Gosensz zijn neve [?].
Willem Aerentsz mulre 10 ponden boete. Borg is Warner op de IJsselmolen.
Aerent Petersz 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Rotger Cloteler.
Johan Geertsz Roethoeft bekent schuldig te zijn aan Jacob Thomasz 12 butken [?].
Jacob Albersz, sculte van Haer, verklaart dat de betuigde merrie die gebruikt voor zijn wagen en touw toebehoort aan Jan Lambersz Sonderorst. Jacob heeft de merrie van Jan geleend tot aanstaande Vastenavond.
Coram Eernst Witte en Gysbert.
[In de marges staan een aantal summiere aantekeningen, te weten:]
Hensken.
Jan Mathysz kinderen.
Pas. Saelmaker.
Luyken. Borg is Dode.
Berent Henrixsz.
Geertken Blijfhier.
Evert Petersz bekent Jan Claesz 23 butken.
Anno LXXIX 2 januari (2 januari 1479) Geertken Blijfhier. [Hier staat een handje met een wijzende vinger bij]
Topken.
Berent Berentsz 6 jaren.
Armegart Wessel 10 gulden.
Lubbert Martens, Jacob ….betaalt 5 jaar in de kamer van…
[Onderaan in de linkermarge staat:]
Da……
Gelre
Deventer
Zwolle
Hamburg
Groningen
Nr. 775
Fol. 196v. Berent Henrixsz 2 ponden boete. Borg is Wynken.
Huge Clenckenberch 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Henric in de Vranckrijck.
Henric Claesz 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is zijn vader Claes Gosensz.
Berent Rottedriver 10 stadsponden boete van panding van Jan Grelle.
Peter inden Pot 2 ponden boete van panding van Jan van Delden.
Johan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Peter Schroer.
Henric But 2 ponden boete van panding van Jan Wulf potschuver.
Claes van Angeren 25 heren ponden boete.
Jan Albersz bekent schuldig te zijn aan Gebbe Tymans 3 ponden en een oord.
Geert Dircksz bekent aan Gebbe 2 ponden en [?].
Aerent Moelman 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Jacob Machorisz.
Jacob van Texel. Jan Peters 6 ponden.
Rolof Aerentsz bekent schuldig te zijn aan Geert Slewert 4½ pond.
Claes van Angeren heeft Peter heeft Peter Roese verwond. Boete 25 ponden.
Willem Udensz tripmaker bekent schuldig te zijn aan Berent Berents 8 ponden.
Willem Petersz bekent schuldig te zijn aan Jacob Machorisz 36 butkens.
Jan Allersz bekent Grete Wonders 10 ponden op Michaelis.
Henric Jansz scroer bekent Geert 9 ponden op Michaelis.
Lambert Lambertsz bekent Dirck Hermansz 65 rijnse guldens van 2 heren ponden per stuk.
Gelpert Visken bekent Peter Philipsz 3 ponden min 3 butkens.
Lubbert Ottensz bekent Henric Loysz 4 ponden op Midwinter.
Geert Heslinck met Hubert Scroer 2 pond boete van panding van Herman Huseman scroer.
Nr. 776
Claes van Angeren 25 heren ponden boete omdat hij Peter Rose heeft verwond. Hij mag de boete betalen in vijf jaar met 5 heren ponden per jaar, steeds op Sint-Marten in de winter. De eerste betaling moet hij doen op aanstaande Sint-Marten (anno 1492). Zijn borgen zijn Aerent Jansz, Henric Claesz, Claes Assensz, Jan Aerentsz, Geert Schroer, Jan Geertsz, Andries Preysinck en Henric Jansz.
Nr. 777
Peter Rose een boete van 20 stadsponden wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Geert Assensz.
Henrick Monnick 10 stadsponden boete. zijn borg is Henric Sonnenberch.
Lubbert van Hasselt 2 ponden boete van panding van Geert Frerixsz.
Herman Water 2 ponden boete van panding van Lange Wolter.
Jan van Ense 2 ponden boete van panding van Dode Alartsz.
Herman Apteker 10 stadsponden boete. Borg is zijn broeder Willem.
Henric Claesz heeft na 10 uur getapt en hij had nog volk zitten. Boete van 10 stadsponden. Zijn borg is Huge Klenckenberch.
Johan de Wise 2 ponden boete van Jacob Claesz.
Willem Engbersz 2 ponden boete van panding van Jacob Claesz.
Arent Moelman 2 ponden boete van panding van Henric [van] Halteren.
Rueric [van] Uterwyck heeft bij nacht iemand verwond in de Vranckryck. Met acht dagen uitgesteld. Uitgelegd
Jan van Beyeren Berentsz heeft bij nacht de deerne Bele Voss verwond. Uitgelegd.
Herman Smit 2 ponden boete van panding van Bele.
Nr. 778
Gosen sprak Gerloich … aan voor een achterstallige rente over een periode van 10 jaar, doch hij mocht de eed doen dat hij betaald had.
[in de rechtermage staat het volgende]
Jan Busch 5 jaar. Henric Loysz.
1 oord pond uit Florys [huis ?] aan de kinderen van ? Uit Crompels huis 7 oord pond.
Een vijfde deel dat aan de kinderen [niet afgemaakt].
Van Herman Saelmaker.
Jan Beyeren.
Rueric Uterwyc
Grete Uterwyck
Henric Jan Coipsz
Jan Aerentsz Boven de Poort
Heyman Aerentsz
Wolter Willemz
Geert Dubbeltsz
Geert Messeler
Jan Starcke
Nr. 779
Fol. 197. Aerent Wichmansz 10 stadsponden boete. Borg is Wicher Rensinck.
Jacob Boyster 2 ponden boete wegens strafbare woorden tegen Rolof van den Werve.
Zijn borg is Gysbert Tymansz.
Johan van Wilsem, Henric Brawels. Verwonding bij dag aan Jan Petersz knecht. Boete 25 ponden.
Dirck Kerchof 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht kwam tegen de weduwe van Peter Albersz.
Rolof van den Werve 5 ponden boete. Borg is zijn broeder Jan.
Nr. 780
Egbert Kroser moet betalen aan de aflossing van Dirck Neve, te weten het derde deel met goed zilvergeld als 46 butkens voor de gulden en het 2de deel met goed goudgeld, volgens de waardering en zetting van de stad. Dat wat hij eerder al betaald heeft, zal betaald blijven.
Er aan denken aangaande de 115½ ponden en 20 plakken die Willem van Zweten in Antwerpen heeft voorgeschoten.
Nr. 781
Jan Aerentsz te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Peter Geertsz.
Berent Nagel 2 ponden van panding van de weduwe van Bertolt Grubbe.
Johan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Willem van Hethens.
Bonte Aexter uitleggen. Is met macht aan het huis van Gele gekomen [?].
Nr. 782
In de onenigheid tussen Jan van Ense en zijn zwagers, de gebroeders Jan Geertsz, Peter Geertsz, Willem Geertsz en Herman Geertsz wijst de Raad het volgende.
Jan wilde van zijn zwagers een videmus [afschrift] hebben van de verdragsovereenkomst die zij hadden gemaakt, maar dat wilden de gebroeders pas geven als Jan zich weer zou voegen bij zijn vrouw, die hun zuster is, en zich tegen haar voortaan als een goede man zal gedragen. Hij moet dan ook weer in de boedel brengen de 100 rijnse guldens die zijn schoonmoeder hem had gegeven voordat hij zijn vrouw
beslapen had. Ook moet hij de 500 rijnse guldens in de boedel brengen die hij met zijn huwelijk als medegave had gekregen. Als hij dat heeft gedaan dan zullen de gebroeders ook inbrengen wat zij ter medegave hebben gekregen. Daarna zullen zij gelijk delen.
Nr. 783
Henrick Kock 2 ponden van panding van Ryckelant.
Belie Bonte Aexter wordt uigelegd.
De Raad heeft bepaald dat Johan Geertsz en Peter Geertsz en hun broeders aan Johan van Ense, de man van hun zuster, geen videmus behoeven te geven van de brief van de “asschen” [Asschet ?].
Zij moeten hem in het stadsregister laten aantekenen welk deel hem daarvan toekomt.
Verder bepaalde de Raad dat wanneer Johan van Ense zich weer bij zijn vrouw voegt en met haar leeft zoals een man aan zijn vrouw schuldig is, de gebroeders hem zullen laten weten wat hem toekomt van de nalatenschap van zijn schoonmoeder.
Nr. 784
Wicher Geye 80 stadsponden boete omdat hij zijn tegenpartij heeft geslagen. Borg is Jan Geye.
Dode Alersz 5 stadsponden boete omdat hij in het gerecht strafbare woorden heeft gesproken. Zijn borg is Heyman Brant.
Herman Bomtas 10 heren ponden boete omdat hij zijn mes had getrokken. Zijn borg is Henric Wonder. Hij mag betalen in vier jaar, de eerste termijn aan de schepenen die nu in functie zijn.
Wolter, de knecht van Kerstken van Ingen, 10 heren ponden boete voor het gooien met een kan. Hij aan de tegenwoordige schepenen betalen. Zijn borgen zijn Roede Heyne en Henric van der Biesen.
Jacob Dubbelsz 10 heren ponden boete wegen het trekken van een mes bij de Clocke.
Zijn borg is Jan Jansz kremer, de man van Hase.
Geert, de knecht van Igerman, 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden tegen Kerstken. Zijn borg is Igerman.
Dirck Kerchof 5 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden voor het gerecht.
Zijn borg is Wynken de voorspraak.
Nr. 785
Jan, de knecht van Rolof Smit, 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Rolof Smit.
Jan van Beyeren 100 ponden boete, te betalen in 25 jaar met 2[!] pond per jaar, steeds op Sint-Maartendag. Zijn borgen zijn Rolof Wachter en Claes Geertsz van Malssem.
Vastert Tripmaker 2 ponden boete van panding van Henric Schomakers vrouw.
Laurens, de zoon van Peter Aerentsz [doorgehaald] Albert van Gennen 2 ponden boete van panding van Thys Tymmerman in de Hagen.
[In de linkermarge:]
Jan Wachter
Wessel Jacobsz
Rolof Claesz
Henric Cuper
[In de linker marge:]
Claes Cuper Lubbert 6 of 7 jaar.
Lambert ….. en 1 plak.
28 butken brood.
24 quarten koyte[bier]
3 quarten Bremer bier
300 noten, elke 100 voor 12 plakken.
Voor 5 butkens aan peren.
Nr. 786
Fol. 197v. Egbert Rynvynsch van Zwolle 20 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Ghyse Blanckert.
Gheert Hoyer, de zoon van Albert Hoyer, 3 heren ponden boete. Borgen Jacob Heymansz en meister Ghysbert zijn broeder. Te betalen voor Sint-Maartensdag.
Henrick van Hattem de tripmaker krijgt 50 heren ponden boete. Hij is in overspel aangetroffen. Zijn borgen zijn Lubbert Martensz en schipper Gerryt Gerrytsz.
Jan van Delden, Steven van Harstenhorst en Geert Wayer hebben beloofd om de borgen schadeloos te houden. Henrick van Hattem belooft om allen schadeloos houden en zet daarvoor al zijn roerende en onroerende goederen tot onderpand.
Freric Rynvisch de oude is borg voor de wijnaccijns ten bedrage van 500 ponden.
Ker………
Andries Borgoener [?] de bakker 2 ponden boete van panding van Warner Topken.
Nr. 787
Evert Albert Evertsz 2 ponden boete van panding van Henric Claesz.
Dezelfde 2 ponden boete van panding van Rolof Scroer.
Berent Verwer 2 ponden boete van panding van Henric Jansz.
De vrouw van Jacob Storm 2 ponden boete. Borg is haar man Jacob.
Buter Derick 10 ponden boete wegens “nachtsitten”. Zijn borg is de wever Cornelis van den Busch.
Lutgaert Baers en Elsse van Munster elk 10 ponden boete wegens “nachtsitten”. Hun borg is Derick Korffmaker.
Heyne Etken 2 ponden boete van panding van Roede Heyne.
Rickert Tweent de voerman 2 ponden boete van panding van Arent Oepenhuys.
Evert van den Vene de bieraccijns. Zijn borg is Cleys [van] Urck.
Jan van Enss 2 en 10 ponden boete vanwege Henrick inden Vranckryck. Borg is Dirck Slomer vleeshouwer.
Wolter Tymansz 10 stadsponden boete wegen uiten van strafbare woorden binnen keurs. Zijn borg is Wicher.
Reyner Jansz van Harderwyck 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Henric Sonnenberch.
Keppel uit Hattem 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Dubbelsz.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Willem van Heteren.
Geert van Heerde 2 ponden boete van panding van Jan van Synderen.
Geert Budel 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Rolof van den Werve.
Ricert Twent 2 ponden boete van panding van Wolter Pelser.
Herman Jansz corfmaker bekent schuldig te zijn aan Jan Loysz 12½ pond. te betalen op aanstaande Sint-Lambertusdag.
Evert Twent 2 ponden boete van panding van Jan Smedes.
Sculte van Haer 2 ponden boete van panding van Jan van Smeden. Is een voerman.
Sculte van Haer 2 ponden boete van panding van Herman Rode.
Nr. 788
Jan Ryppersz, mr. Tyman van Dashorst, Wynken Wesselsz, staan in voor de boete van Haye Tsolwert voor 100 heren ponden, als boete te betalen aan de stad.
Haye heeft in de [wijn]kelder met glazen gegooid. Hij heeft burgemeester Evert een bloedende wond toegebracht.
Herman Smit 2 ponden boete bij Eernst Witte van Gumpert Drager.
Rotger de metselaar 2 ponden boete van panding van Wicher Rensinck.
Dirck Slumer 2 ponden boete van panding van Jan van Wilsem.
Evert Grote 2 ponden boete van panding van Henric van den Hoeve.
Peter Jansz van Dulck bekent Gosen van Welsem schuldig te zijn 20 enkele gouden rijnse guldens of goed wit [zilver] geld en nog 2 heren ponden. Te betalen op Pasen aanstaande anno 1493.
[In de linkermarge staat:] 2 december 1491 Jacob Albersz Verwer [?] bekent schuldig te zijn aan Herman Mol 11 enkele goudguldens zoals die geslagen zijn. [Hierbij een handje met een wijzende vinger]
Nr. 789
Fol. 198. Anno XCII (1492)
Henric Jan van Groningens 2 ponden boete van panding van Peter Schroeder.
Roe Dirck, schipper op de IJssel, 2 ponden boete van panding van Garbrant Scroer.
Rolof Smit 100 schillingen boete “van bussen”[?]. Borg is Henric Prange.
Dirck Slomer 2 ponden boete van panding van Jan van Wilsem.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Zweder van Delden.
Clais Symons 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Arent Bowmeister.
Groete Geert uuther Kuenre 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Goessen Pauwelsz.
Ruter Derick 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Derick Sloemer.
Lange Wolter 2 ponden boete van panding van Albert Rynvisch.
Jan Swickersz viskoper 2 ponden boete van panding van Berent inden Witten Aern.
Wynken Wesselsz 2 ponden boete van panding van Jan van Ense.
Eernst van Zwolle 4 stadsponden boete wegens geven van een vuistslag. Borg is Egbert Bast.
Jan Brandenborch 5 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden voor het gerecht. Zijn borg is Gerloich Claesz.
Hugo Klinckenberch 2 ponden boete. Zijn borg is Jan Eversz de jonge.
Lubbert Frerixsz [bekent] Henric Jacobs Wachter 7 ponden en 8 butkens.
Ricolt Evertsz bekent Gise Hake 4 enkel “besceyden” gouden rijnse guldens.
Henric Gosensz bekent Wenemer Backer 46 heren ponden. Te betalen op aanstaande Sint-Maarten in de winter.
Wolter Kremer en Egbert Geertsz kremer elk 20 schillingen boete. Zij zijn elkaars borg.
Thewes Kremer 20 schillingen boete. Borg is Jacob Wulf.
De dochter van Johan Backer een boete voor bleken. Haar borg is Henric Lukener.
De vrouw van Herman Geertsz een boete voor bleken. Haar borg is Ghyse Arentsz.
Ffloer Wagenman een boete voor bleken. Zijn borg is Dirck Kerchof.
Lamme 2 ponden boete. Haar borg is Wicher.
Mense Smit, Robert Jansz doorscheerder en Berent Bierdrager elk een boete voor bleken. Hun borg is Rolof Smit.
Jan Cuper buiten bij de Hagenpoort, een boete voor bleken. Zijn borg is Robert voornoemd.
Nr. 790
Alyt Berents een boete wegens bleken. Borg is haar man Berent Schoemaker.
Jacob Gysbertsz Boven de Poort een boete wegens bleken. Borg is zijn schoonvader.
Claes Schult 2 ponden boete van panding van Willem van Hethens.
Luyken te Brunnepe 40 stadsponden boete wegens hakken van hout. Zijn borg is Dirck Kerchoff.
Claes Hasevelt 100 schillingen boete wegens bleken. Hij is borg voor een vrouw.
Jan van Beeck 100 schillingen boete. Borg is Henric Besen.
Aerent Petersz 100 schillingen boete. Borg is Kerchof.
Aerent Peters als borg voor 100 schillingen boete van Jutte, wegens bleken.
Lubbert de Gruter als borg voor Berent Voss voor een boete van 100 schillingen.
Aerent Stercke is borg voor Gese Hermans.
Jan Snider [?] borg voor 100 schillingen boete voor Styne.
Wicher Geye 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden binnen keurs tegen Dode Alersz. Borg is Aerent van Aegena.
Henric van Zutphen de drager bekent Oedewyn Wedingens 3 heren ponden.
Geert Jansz visscher bekent Claes van Vierschoten 7 ponden en een oord.
Claes van Delen 100 schillingen boete omdat hij met een kan had gegooid. Zijn borg is Otto van Ingen.
Gerbrich Berents bekent Peter Henrixsz Scroer 14½ butken.
Jutte Brune bekent Lysabet Strateken 13 ponden min 2½ butken.
Coert Freest, Aerent Coster, Dirck Blome en Herman Wachter elk 40 stadponden omdat zij hout hadden gehakt in het Sint-Nicolaasbroek.
[In de rechtermarge staan enkele niet geheel leesbare aantekeningen]
Werner Jansz van Lamme Visch.
Kerchoff brugmeester.
Sybrant Henrixsz en Steven Roerloe.
Van Touwslagersbrug.
Niemand mag drek, mest of andere onreine zaken in de Riete in Brunnepe werpen.
Ieder moet de aarde die uit zijn sloten gehaald wordt, wegvoeren, op straffe van 100 schillingen boete. Degene die de overtredingen meldt, krijg daarvan de helft.
Nr. 791
Fol. 198v.
Berent Folkersz bekent Herman Henrixsz op de Oord 2 ponden.
Lange Wolter 2 ponden boete van panding van Alyt Wise.
Berent Rottedriver 2 ponden boete van panding van Albert Claesz.
Reyner Warmbolts borg voor 2 ponden boete voor zijn vrouw en haar moeder, die gedaagd waren.
Dirck Boet de barbier 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht was gekomen tegen Hete Wege.
Aerent Bolhorne 2 ponden boete omdat hij niet voor het gerecht was verschenen.
Reyner Warmbolts schoonmoeder 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden.
Haar borg is Reyner Warmbolts.
Herman Remmolsz bij Sint Katherina 2 ponden boete van panding van Gerloich Claesz.
Jan Goertsz wever 2 ponden boete van panding van Herman Aerentsz.
Jan Gerbransz 2 ponden boete van panding van Herman Aerentsz.
Femme Tande 2 ponden boete. Borg is Willem Loper.
Gele 2 ponden boete. Borg is Gumperts maagd.
Zwarte Goyken 12 stadsponden boete. Borg is Roe Heyne. Femme Hermansdochter, de vrouw van Goyken voornoemd, heeft als zijnde een koopvrouw beloofd om Heyne schadeloos te houden tot aanstaande Midwinter.
Femme van Ense 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Haar borg is Gysbert Schomaker.
Nr. 792
Gise Wagenman 2 ponden boete van panding van Albert Schroer.
Peter Alphersz 2 ponden boete van panding van Engbert Matysz Schroer.
Henric Westfelinck heeft een verwonding gedaan aan Peter Kondelinck, de broeder van de vrouw van Dove Heyn. Hij heeft gestoken met een mes. Jacob Busch 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Wicher.
Dirck Slomer 2 ponden boete van panding van de koster.
Henric Crauwel 2 ponden boete van panding van Rolof Buter.
Lange Rembolt 2 ponden boete van panding van Roe Heyne.
Jan van Ense, de lange, 2 ponden boete van panding van Grete Machorys.
Jan Gerbransz 2 ponden boete van panding van Henric Claesz.
Freric Rynvisch ….. 100 schillingen boete “van I hont” . Borg is Berent inden Witte Aerne.
Nr. 793
Grimbert [?] Gerryts 100 schillingen boete “van I hont”. Borg is Peter Drager.
Jan van Ense 100 schillingen boete “van I hont”. Borg is Maes Roper.
Luyken in de Drie Toerne 100 schillingen boete “van I hont”. Borg is Maes Roper.
De vrouw van Reyner Warmbolts 2 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden.
Borg is haar man.
Johan van Willsem 2 ponden boete van pandingwering tegen Evert van den Vene.
Jacob Oem 2 ponden boete omdat hij niet voor recht was gekomen.
Henric Schuefstake Jansz de smid 16 stadsponden boete. Borgen zijn Luyken Jansz de smi]d en zijn vrouw Gertken Schuefstake. Te betalen voor Martini aan de tegenwoordige schepenen.
Femme Coetken 20 stadsponden boete omdat zij een verboden wapen in de hand had.
Borg is Henric Koetken.
Claes Kremer krijgt een boete van 10000 middelstenen omdat zijn gewichten te licht waren. Borg is Ryckman Jacobsz.
De zoon van Herman Mol 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Borg is Herman Mol.
Nr. 794
Arent Rover 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Peter Jansz.
Berent Henrixsz de visser 2 ponden boete van panding van Effse Ryckmans.
Else Naps 2 ponden boete. Borg is Bertolt Henrixsz de wever.
Ricolt Twent de voerman 2 ponden boete van panding van Peter Schroer.
Evert Alphersz 2 ponden boete van panding van Henric van Yselmuden.
Sybrant Tymmerman 20 stadsponden boete. Borg is Jan Goertsz de wever.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Geert Slewert.
Jacob Clinckenberch 2 ponden boete van panding van Herman Aerentsz.
Jan Brandenborch 2 ponden boete van panding van Herman Aerentsz.
Jacob Busch 2 ponden boete van panding van Henric Jansz Scortstra [?].
Jan Evertsz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Barbier.
[In de rechtermarge staat het volgende:]
Jan en Bartolt Jonge hebben ten overstaan van de burgemeesters Claes Sulman en Lambert aan Andries Hanegreve beloofd dat Andries en zijn erfgenamen ongemoeid en onbelast zullen zijn van de 13 kronen waarvoor men te Parijs en voor de Raad van Kampen te rechte is gegaan met de erfgenamen van wijlen Bartolt van Wilsem.
Lieve here. Wij laten u weten dat u binnen 14 dagen voor ons moet verschijnen om te antwoorden op een klacht van de erfgenamen van Hollanderhuizen. Komt u niet, dan moeten wij hen recht doen volgens de bepalingen van ons stadsrecht.
Datum 20 maart.
Nr. 795
Fol. 199. Herman Jacobsz uit Dronthen 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is zijn broeder Wicher Jacobsz.
Muterken, een klein vrouwtje dat met brandewijn placht te staan, is voortvluchtig en verbannen. Haar boete bedraagt 20 heren ponden. Zij heeft een van de vrouwen met een steen gegooid en gebeten.
Geert Assensz 2 ponden boete. Zijn borg is Matys Berentsz.
Claes Sculte 2 ponden boete van panding van Geert Sandersz.
Vastert Tripmaker 2 ponden boete van panding van Egbert Kistemaker.
Albert van Thie 2 ponden boete.
Vastert Trippenmaker 10 ponden boete. Borg is Egbert Kistemaker.
Symon Alffersz 2 ponden boete van panding van Lubbert Bast.
Igherman Henrixsz 2 ponden boete van panding van Jan Schomaker

Frafment 1 van fol. 199
Nr. 796
Albert van Thye 2 ponden boete van panding van Werner Topken.
Griete, de maagd van Lewe van Harst, 2 ponden boete van panding van Mette van Sunsbeke.
Sybrant Tymmerman 10 heren ponden boete. Zijn borg is Meynolt Tymmerman.
Willem Protel achter Gese Wolberts 2 ponden boete van panding van Arent Rotersz.
Berent Rothaer 2 ponden boete van panding van Albert Claisz.
Ghese van Ense 2 ponden boete van panding van Bertolt Jonge.
……. Ryken Schrams 2 ponden boete wegen het geven van een vuistslag. Zijn borg is Gumpert.
Berent Stoker 2 ponden boete van panding van Kerstken van Ingen.
Jacob Busch 10 ponden boete van panding van Henrick Schorsteen.
Sweer Derxsz 2 ponden boete van panding van de vrouw van Openhuys.
Ghese van Ensse 10 ponden boete van panding van Bertolt Jonge.
Greetken bij Femme mitten Tanden 2 ponden boete. Borg is Coert Jansz.
Jan Albertsz de rijnschipper 2 ponden boete van panding van Lange Wolter.
Jan Woltersz, de zwager van Jan van Enss, 2 ponden boete van panding van Willem Drager.
Aerent Boumeister 2 ponden boete van panding van Willem Hoeft.
Tryne inden Witten Arn 10 ponden boete voor het uiten van strafbare woorden binnen keurs.
Berent inden Witten Aerne 20 stadsponden boete. Zijn borg is Ulfert Rijnschipper.
Bette Jansdochter 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Haar borg is Gumpert.
Evert de zoon van grote Albert Evertsz 2 ponden boete van panding van Pauwel Goltsmit.
Jan Chaem 2 ponden boete van panding van Jan Blome.
Ricolt [Twent] Wagenman 2 ponden boete van panding van Herman Nucke.
Gise Wagenman 2 ponden boete van panding van Herman Nucke.
Nr. 797
Jan Wenemersz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Albert Claisz Boll.
Arent Roever 2 ponden boete van panding van Kathrine Albertsz.
Willem Udensz 2 ponden boete van panding van Arent Roever.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Ffemme Dirck Straetkens.
Henrick Buter 2 ponden boete van panding van Leffar Geertsz.
Jan Penning 2 ponden boete van panding van Lubbert Bast.
Aerent Rover 10 ponden boeten van panding van Kathrine Albertsz.
Jan then Stert 2 ponden boete van panding van Clais Lambertsz.
Gheele [de] deerne 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Wynken de Voirspraeck.
Nr. 798
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Alyt, de maagd van Rynvisch.
Hake in de Hagen tegenover de Ba…torne 2 ponden boete van panding van heer Claesz Volscher.
Willem Engbertsz 2 ponden boete van panding van Jan van Sinderen.
Joffer Lutgart Berentsdochter heeft een rente uit een huis in de Oudestraat tussen Evert Albert Evertsz en Katherine.

Fol. 199 fragment 2
[In de rechtermarge staat:] Broeder Jan van Hoesden [en] Melys Dircksz, monnik te Sibculo.
Dominica post Margaretha circum hora VIII ante meridiem, in het klooster.
Geert Hermansz wever 11 jaar.
Nota ! Hertoich Zassen (hertog van Saksen).
Heer Aerent Winter tot Schoten, van de Duitschen Orden.
Item 6 weken
Item 20 schillingen ……………………..
Nota. Met de Meente [overeengekomen]
– Over de fil.. contractum in frauden
– Als veel lieden panden.
– Als de man van huis is.
– Van processie.
– Ieder zijn antwoord.
– Waar te nemen.
– Van de uitdragerij.
– Van kinderen`s schult, gemaakt buiten de ouders.
120 gouden rijnse guldens.
Hugo van Sneek.
Amersfoerts erfgenamen.
Berent Leffersz, naar uitwijzing van een handschrift dat Leffert heeft met zijn zwager.
Fol. 199v. Mette, de vrouw van Lubbert Aerentsz te Brunnepe bekent Wendelmoet, de vrouw van Jan Roloffsz, 11 butkens schuldig te zijn.
Michiel de Steygerman bekent Lamme, de vrouw van Henric Bierdrager, 19 vleemsen schuldig te zijn, gerekend met 5[doorgehaald] 2 plakken voor de vleemse.
Nr. 799
Geertruit, de vrouw van Jan Ludinges, verklaart dat zij aan Henric Voirne tot onderpand zet voor een schuld die zij volgens het stadsboek bij hem heeft, haar twee koeien die in het stadsbroek lopen, te weten een rode en een zwartbonte met een blaar. Verder zet zij nog tot onderpand een zwarte vaars en een witbonte stier, die op Kamperveen in de weide lopen bij Belen opt Vene. Ook nog een huis met de [koop] brief daarvan, gelegen in de Venestraat, en nog een stuk linnendoek. Zij belooft om deze onderpanden niet te verkopen of afhandig te maken zonder consent van Henric voornoemd.
Nr. 800
Berent Henrixsz geeft zijn zwager Peter Woltersz een volmacht om voor hem in te manen het geld dat Cornelis Schuersack uit Ciriczee [Zierikzee] aan hem en Jan Claisz schuldig is volgens de akten die daar van zijn.
Jan Rotersz 2 ponden boete wegen uiten van strafbare woorden. Borg is Wynken van Elsen.
Lambert Willemsz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is mr. Symon Hamer.
Swarte Aelheit appelkoopster 2 ponden boete van panding van Jan Geertsz Gudensz.
Gise Schomaker 10 ponden boete. Borg is Dirck Straetken.
Lange Claes in de Hagen 2 ponden boete van panding van Jan Loy.
Ruter Dirck 2 ponden boete. Borg is Herman Hermansz opperknecht.
Grete Matysdochter 2 ponden boete. Borg is Herman Hermansz opperknecht.
Grote Geert 2 ponden boete. Borg is Jan Toenysz
Cleyne Merryken 2 ponden boete. Borg is Gumpert.
Grote Bette 2 ponden boete. Borg is Gumpert.
Femme mitten Tanden 2 ponden boete. Borg is Pouwel Goltsmit.
Grete Hoemoets boete voor strafbare woorden binnen keurs.
Jan Roethoeft 2 ponden boete van panding van Jan Claesz touwslager.
Zwarte Alyt 2 ponden boete van panding van Katrine de vrouw van Jan Geertsz.
De ……. uit de Heilige Geest 10 ponden, In vigilia apostolorum.
Heyle Nymwegen ……..
Griete van Homoet 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Roede Heyne.
Herman Sywertsz backer 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Lubbert Gruter.
Engbert Kystemaker van Deventer 25 ponden boete. Borg is Frederic Rynvisch Henrixsz. Op Sint-Michielsdag.
Heyle Nymwegen 5 ponden boete. Bij de kaak.
Clais Steenhauwer 80 stadsponden of 20 heren ponden omdat hij kritiek had op de sententie van de burgemeester. Borg is Andries.
Mette Buse 2 ponden boete. Borg is Henric Melysz de wever.
Alyt Goykens een boete voor houwen.
Wyllem van Venlo 2 ponden boete van panding van Rode Heyne.
Ghele 2 ponden boete wegens geven van een vuistslag. Borg is Gumpert.
Reyner van Tweele 12 ponden boete. Borg is Henrick Scherinck.
Dode Allertsz 100 schillingen boete van “I hont”. Borg is Jacob Jansz.
Jan van Ensse 10 ponden boete. Zijn borg is Gerbrant Boyster
Thoenys de knecht van Willem Riemslager 2 ponden boete van panding van Floer Lukener.
Nr. 801
Henric Claesz inde Vranckryck 2 ponden boete.
De vrouw van Jan Ghierlogen 2 ponden boete. Borg is haar man.
Lubbert van Keppel van Hattem. Uitgelegd wegens het verwonden bij dag van een oosterling in het huis van Evert Hermansz. Hij wordt geklaard op 25 ponden boete.
[In de rechtermarge staat, niet goed leesbaar, het volgende:]
Jan van Ense moet voldoen aan de sententie of binnen acht dagen onderpanden stellen, op een boete van 10 ponden.
Uitleggen Kistemaker.
Steenhouwer, nog een deerne verwond.
Vier jaar 7 ponden, vleeshuis.
Overeengekomen met de meente over het omgaan in een procesie, over het nemen van panden, dat ieder zichzelf moet verantwoorden, e.a. zaken [deels in het Latijn]
Nr. 802
Fol. 200, Griete Lukynsdochter 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden.
Haar borg is Derck Korffmaker.
Arent Starcke 2 ponden boete van panding van Jacob Wedinge de schoenmaker.
Herman ………….., de broeder van Ghyse, 2 ponden boete van panding van Gumpert.
De vrouw van Lubbert Martensz 2 ponden boete van panding van de man van Leiden die kwam met Cornelis.
Jan van Ense 2 ponden boete van panding van Dode.
Rode Heyne 5 heren ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Jacob Machoriss.
Ruter Derick 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Cornelis Henrixsz.
De vrouw van Jacob Claesz op het Eiland 2 ponden boete van panding van een vrouw uit Hattem.
Geert Ruystpenning de harnasmaker 25 heren ponden boete, te betalen in vijf jaar, steeds op Martini in de Winter met 5 heren ponden per jaar. Zijn borgen zijn Willem Dircksz harnasmaker en Peter Harnaschmaker. Geert zet aan zijn borgen al zijn roerende en onroerende goederen tot onderpand. Willem belooft om zijn mede-borg Peter te vrijen voor zijn aandeel.
Folxsz in de Stoeve 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Gumpert de Drager.
Griete Ralle 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Gumpert de Drager.
Ruter Derick 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Cornelis van den Busch.
Zweer Goykens 2 ponden boete van panden van Albert Claesz.
Mette Buse 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Heric Melysz de wever.
Willem Udensz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Jan van den Werve de glazenmaker.
Henric Freest 2 ponden boete van panding van Albert Scroer.
Albert Bol 2 ponden boete van panding van Dirck van Millingen.
Nr. 803
Geert Jansz radenmaker verklaart dat hij borg is voor Jan Wickelsz / Wickbolsz voor een boete van 25 heren ponden. Dit geld moet voor aanstaande Midwinter worden betaald. Als deze betaling niet plaats vindt voor genoemde datum dan zal Willem Henrixsz het geld voldoen.
Jan Petersz de visser 2 ponden boete van panding van Dirck Wernersz.
Dirck Straetken 2 ponden boete van panding van Jacob ter Stege.
Albert Bol 2 ponden boete van panding. Non solvit.
Derck Slomer 2 ponden boete van panding van Laurens Vleshouwer ………
Aerent Heymansz 2 ponden boete van panding van Herman Remelsz bij Sinte Katherinen.
16 ponden en 8 ponden. Dirck Kerchof 2 ponden boete van panding van een cuper.
Gese Budels 2 ponden boete van panding van haar zuster.
Nr. 804
Willem Dircksz, Johan van Dorsten, Jan Michielsz en Dirck Geertsz zijn borgen geworden voor Willem Dircksz de vulre tot een bedrag van 100 oude schilden, waartoe de Raad hem zal veroordelen. Willem heeft beloofd om zijn borgen schadeloos te houden.
Hij wordt ook veroordeeld tot een boete van 5000 stenen omdat hij zijn tegenpartij had geslagen toen hij gedaagd werd.
Nr. 805
Ghysbert Rademaker 2 ponden boete van panding van Gheert Slewert.
Jan Wenemersz 2 ponden boete van panding van Hilbrant Egbersz.
Albert Bol 2 ponden boete van panding van Geert Slewert.
Femme mitten Tanden 2 ponden boete. Haar borg is Wolter Drager.
Albert Nocke 2 ponden boete van panding van Willem Hoeft.
Seyne in den Hagen 2 ponden boete van panding van Johan Voern.
Albert Bol 2 ponden boete van panding van Jacob Dubbelsz.
[In de rechtermarge staan de volgende , meest slecht leesbare, aantekeningen:]
Brieven van de hoofdlieden …..
Henric Berentsz van Rene [?] bekent Mette Moy 2 jaren. [hierbij is een handje met een wijzende vinger getekend]
Jan Wicbelsz van Gramsbergen de oervede.
Vysscher
Armen
Botter
Statuten
Aan Mastenbroek geleend 400 ponden tegen rente.
Willem Mertensz [?], Henric Hof, Gosen Dircksz hebben een roggerente verwonnen in Oldebroek. Hij (wie ?) werd mondeling gedaagd met een gezworen bode. Herman is in het buitenland. Aan de schout zal het bekend gemaakt worden. De zaak wordt uitgesteld.
Jan Lambersz Vaelholt 17 jaar.
Jacob Jansz, Lambert, Matys, Egbert van Rechteren schipper.
75 gulden, 2 ponden [voor de gulden]
Herman is weer voor zes jaar aangenomen op zijn oude pensie. Hij moet ook voor de weg zorgen.
Lubbert Jan V……
Nr. 806
Fol. 200v. Nota Grete Plate [Hierbij staat een handje met een wijzende vinger getekend]
Greve 2 ponden boete. Borg is Geert Cremer.
Grote Geert 2 ponden boete. Borg is Herman Steynolt Hermansz.
Claes Martensz 10 stadsponden boete wegens dreigen met een mes. Borg is Henric Dubbelsz.
NN Henrixz, een deerne, 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Haar borg is Ambrosius Kystenmaker.
Henrick Geertsz de hinkende schroer 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Herman Schroer.
Lamme 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is Wicher Rensynck.
Jan Maste 10 [doorgehaald] 2 ponden boete van panding van Aelt Schomaker.
Hilbrant Drager 10 stadsponden boeten wegens uiten van strafbare woorden. Zijn borg is Berent Berentz Drager.
Aerentken Holtsager 2 ponden boete van panding van Berent Henrixsz.
Dirck Blome 2 ponden boete van panding van Jan Voirne.
Henric Holtsager 2 ponden boete van panding van Roe Heyne.
Nr. 807
Henrick Woltersz een boete van 100 heren ponden wegens een doodslag. Borg is Doede Allertsz. Deze heeft beloofd ten overstaan van Jan van Roderloe en Lambert van der Hoeve deze 100 heren ponden tijdens de zittingsperiode van de tegenwoordige schepenen te voldoen. Op deze belofte mocht Henrick weer in de stad komen.
Nr. 808
Claes Martensz een boete van 2000 stenen. Zijn borg is Henric Albersz rijnschipper.
Grete Plaete een boete van 4000 stenen, wegens te lichte gewichten. Borg Lambert.
Gosen Clinckenberch.
Berent Rotdriver 2 ponden boete van panding van Matys Barsemaker.
Derick Bloeme 10 ponden boete. Borg is Jan Voern.
Engbert Bast 2 ponden boete van panding van Reyner Warmboltsz.
Zwarte Goyken 2 ponden boete van panding van Jan Albertsz rijnschipper.
Ave van den Berge 2 ponden boete van panding van Otto van Ingen.
Zwarte Goyken 2 ponden boete van panding van Albert Bol.
Cleys Sculte te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Henric Albertsz backer.
Cleys Burger 2 ponden boete van panding van de maagd van Van Delden.
Arent Moelman 2 ponden boete van panding van Peter.
Herman van Scharpenborch 2 ponden boete van panding van Symon Glauwe.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Derick van Olst.
Dirck Slomer 2 ponden boete van panding van Berent Stoker.
Jacob Cock 2 ponden boete van panding van Evert Hermansz.
Jacob Cock 2 ponden boete van panding van heer Henric [van] Zutphen.
Henric van Vilsteren 2 ponden boete van panding van Sanct Brigitten.
Jacob Cock 10 ponden boete van panding van Evert Hermansz.
Clais Vysken 2 ponden boete van panding van Clais Tymansz.
Wicher Rensinck 4 ponden van een man Dietrich, die gestraft werd wegens de man van Heyman Appelwijf.
Nr. 809
Wolbert Ruhorst bekent Lubbert Geertsz 38 koopmans rijnse guldens. De gouden rijnse guldens te waarderen op 25 stuivers. Het geld moet op drie Midwinterdagen betaald worden, waarvan de eerste betaling moet worden gedaan op Midwinter aanstaande. Het geld is afkomstig van de koop van een rijnschip. Wolbert zet dat schip tot onderpand voor de betaling. Ook zet Wolbert al zijn andere roerende en onroerende goederen aan Lubbert tot onderpand.
[In de linkermarge staat:]
Pilgrim de Vos is met zijn gezellen afgevaren van Medemblik. Hij overvalt op zee Kamper schepen en rooft daaruit de goederen.
De Raad en de Gezworen Gemeente zijn overeengekomen om een schip met volk en gereedschap uit te rusten om onze schepen, burgers en goederen te beschermen.
Nr. 810
[In de rechtermarges staat:]
Tyman van Wilsem
Jan Mewsz.
Tussen heer Ortewyn Fabri en Gese van Ense over tijns uit het huis van Gese in de Oudestraat, is gewezen dat de schepenbrief van de tins van heer Ortewyn van waarde zal blijven en dat die vóór de lijftucht van Gese zal gaan. De brief is bezegeld door haar zoon Jan van Ense. Heer Ortwyn zal voortaan zijn tins beuren zoals hij tot nu toe altijd deed.
Nr. 811
Fol. 201. Gese Budels 2 ponden boeten van panding van Goyken Pynnick. Nog 10 ponden van panding van Goyken Pynnick.
Evert Caerman 2 ponden boete.
Cornelis van den Busch, de man van Mette Buse, was gedaagd maar kwam niet.
Groete Geerts deerne. Peter Lijff 10 stadsponden boete omdat hij iemand heeft uitgedaagd.
Gise Smit 2 ponden boete van panding van Coert Messeler.
Jan Bartolsz Smit 2 ponden boete van panding van Else, de vrouwe van lange Wolter.
Berent Rotdriver een aam wijn boete van panding van Henric Vene.
Rolof Schroer, de zwager van Geert Glasemaker, 2 ponden boete van panding van Cornelis Verwer.
Evert Twenth 2 ponden boete van panding van Lambert Willemsz.
Berent Mewesz 2 ponden boete van panding van de cijnsheren. Deletus.
Henrick van Halteren 2 ponden boete van panding van Arent van Nymwegen.
Otto van Yngen 20 ponden boete wegens geven van een vuistslag binnen keurs. Zijn borg is Andrees Hanegreve.
Aerent Heymansz 2 ponden boete van panding van Geert ten Dale.
Berent Jansz een boete van 5000 stenen wegens foute gewichten.
Dedele Lubbers 2 ponden boete. Haar borg is Gerloich Claesz. Zij had strafbare woorden geuit tegen mr. Symon.
Ricolt Wagenman 2 ponden boete van panding van Egbert Luykensz.
Claes Sculte 2 ponden boete.
Berent Jansz een boete van 5000 stenen, te leveren op Sint-Jansdag. Hij had foute gewichten gebruikt en kreeg de boete uit genade.
Henric Baers 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Geerloich Wever.
Claes Sculte is uitgeleged. Zijn boete bedraagt 40 ponden. Hij moet borgen stellen.
Claes Visken 2 ponden boete van panding van Albert Scroer.
Dirck Jansz 50 heren ponden boete omdat hij iemand heeft verwond. Zijn borgen zijn Claes Gosensz, Freric Rynvisch en Dirck Mullinge.
Willeken een boete van 2½ heren pond. Borg is Volcker in de Stove.
Efken 2½ pond boete. Borg is Bette Jansz, die in de Morrensteeg naast Gele woont.
Nr. 812
Roedrick van Uterwyck een boete van 50 heren ponden, te betalen in vijf jaar met 10 heren ponden per jaar op Midwinter. De eerste termijn vervalt nu anno 1492 op Midwinter. Warner Topken is hier borg voor. Mocht Warner niet voldoen dan mag de boete aan alle goederen van Roederick worden verhaald.
Nr. 813
Reyner Smit van Deventer krijgt een boete van 50 heren ponden omdat hij overspel heeft gepleegd. Hij moet de helft van de boete in gereed geld betalen en de andere helft in twee jaarlijkse termijnen, steeds op Midwinter. Daarvan vervalt de eerste termijn op Midwinter 1493. Zijn borgen zijn Geert Assensz, Willem Peters Hoeft (mede voor Jan Willemsz), Gese Wolbers Boven de Poort, Berent Stoker en Henric Andreesz. Herman Hoedeken van Deventer heeft beloofd om de borgen van hun borgtocht schadeloos te houden. Reyner voornoemd heeft beloofd om Herman schadeloos te houden.
Nr. 814
Jan Albersz rijnschipper 2 ponden boete van panding van Coen Dircksz.
Mechtelt Persyns 2 ponden boete. Zij was gedaagd door Steven van Roederlo, maar verscheen niet voor het gerecht. Zij wordt nu gedaagd om te verschijnen op straffe van 10 ponden boete.
Tyman van Olst 2 ponden boete. Hij heeft niet voldaan aan de sententie. Borg is Dirck Corfmaker.
Volxken in de Stove 2½ pond boete. Borg is Gompert [doorgehaald] de zwager van Dirck Corfmaker.
Bette 2½ pond boete. Borg is Gompert.
Claes Sculte 40 stadsponden boete.
[In de rechtermarge staat:]
Paelgelt.
Hillige Giest
Peter Leffersz
… Mastebroeck
Olde….
Crane
Brugge
……….
Anno XCII (1492) Claes Ruke bracht vrachtgeld in het raadhuis voor de burgemeesters.
Ieder moet onder de hoogmis zijn kinderen bij zich houden en zorgen dat zij in de kerk geen rumoer maken, op straffe van 100 schillingen boete.
[In de rechtermarge staat:]
……….
Payment op sondach post Andree, is 2 december.
Munster bestant tot Letare XCIII (1493).
Kercsprake.
Louwe Philipsz heeft zich onbehoorlijk gedragen tegen onze burgers die in Kuinre hun pachten wilden beuren. Hij heeft hen bedreigd. De Raad waarschuwt hem dat hij dat niet meer moet doen of hij zal tot voorbeeld van anderen worden gestraft.
Nr. 815
Fol. 201v. Jelis, de knecht van Jacob Machorisz, 23 ponden boete van panding van Gumpert.
Henrick Claes Goessensz 2 ponden boete van panding van Henric Hermansz upten Oirt.
Hugo Klinckenberch 100 schillingen boete om het 4de bot.
De vrouw van Berent Decker 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is haar man Berent.
Mette Treser 10 stadsponden boete omdat zij na sluitingstijd nog had getapt. Borg is Wolter Drager.
Tyman Gysbertsz 10 stadsponden boete omdat hij post tempore (na sluitingstijd) nog in de herberg zat. Borg is Rixken die bij Jan Jacobsz woont.
Alyt Cotke 2 ponden boete. Borg is Gosen Holtsager.
Lamme van Groningen 10 stadsponden boete “van sitten post tempore”. Borg is Wicher.
Claes Sculte 40 ponden boete. Hij was beklaagd door Slewert, altera conversionis (26 januari).
Jan Mast 2 ponden boete van panding van schipper Claes Albertsz.
Wynken Wesselsz 2 ponden boete van panding van Gerbrich [of Gerbert] Claesz.
Jacob Grebbe 2 ponden boete. Zijn borg is Jan van Werve.
Dubbelt Andriesz 10 stadsponden boete. Borg is Henric Claes Gosensz.
Gise Cop..
Engbert Bast 2 ponden boete. Borg is Lubbert.
Herman Rijssen 2 ponden boete. Van de cellebroeder.
Jan Aerents 2 ponden boete van panding van Jan Lambersz.
Lubbert Martensz 2 ponden boete van panding van Jan Lambersz.
Geert Assensz 2 ponden boete van panding van Jan Lambersz.
Zwarte Goyken 2 ponden boete van panding van Albert Bol.
Zwarte Goyken 10 ponden boete van panding van Albert Bol.
Nr. 816
Anno XCIII (1493)
Beerte Deze 2 ponden boete. Haar borg is de colgreve [koolgraaf].
Ave 2 ponden boete. Haar borg is de colgreve.
Grote Bette 2 ponden boete. Borg is Dirck Corffmaker.
Tyman van Dashorst 40 ponden boete wegens werpen met een kroes in het wijnhuis.
Borg is Cornelis Mathys Ketel.
Claes Starcke 2 ponden boete van panding van Albert Egbertsz.
Claes Sculte uitgel.
Henric Holtsager 2 ponden boete. Uitgel.
Alyt Cocke 2 ponden boete. Borg is Cornelis.
Alyt Cocke 10 stadsponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Henric Loper.
Lubbert Mey 40 stadsponden boete. Borg is Albert Bol Claesz.
Gelpert Visken 2 ponden boete van panding van Mense Verwer.
Geert Sandersz 100 schillingen boete “van hont”. Borg is Jan Smit.
Tyman Dashorst 50 heren ponden boete wegens het toebrengen van en verwonding.
Borgen zijn Cornelis en Rotger Jansz.
Luyken Smit 2 ponden boete. Borg is Henric Jansz Smit.
Jacob Berentsz, de knecht van Hessel Monnick, 2 ponden boete van panding van Claes Willemsz.
De vrouw van Ricolt Twent 2 ponden boete van panding van de vrouw van Jan inden Zwaen.
Willem Berentsz rijnschipper.
Leffart de Backer 20 schillingen boete wegens niet onderhouden van de straat. Borg is Willem van Hethusen [?].
Atmerleed [?] Henrixsz bekent Geert then Dale 9 heren ponden.
Hille Gysbers bekent Herman Henrixsz 5 butkens.
Wynkens Wesselsz bekent Sybolt Waltersz 45 rijnse guldens van 20 stuivers per stuk.
Te betalen met 15 guldens op Pasen aanstaande, 15 guldens op Sint-Maarten in de Winter en 15 gulden op Pasen volgend jaar.
Claes Visken bekent Bate Hermans de blexter [bleekster] 25 butkens.
Nr. 817
De weduwe van Symon Hanegreve 20 schillingen boete wegens het niet onderhouden van de straat. Borg is Gerlaff Claisz.
Kerstken Ingen een boete voor het storten van drek.
Willem Berentsz. Drek.
Zijn nabuur Gele. Drek.
De harnaschmaker van de stad. Drek.
Lubbert Gerritsz. Drek.
Harnaschmaker in de Koirne[marktspoort ?]. Drek.
Leffer Backer. Drek.
[In de linker marge staat, slecht leesbaar:]
Scotler inschrijven anno XCIII (1493) ultima januari.

Fol. 201v fragment met tekening
Croser oplating.
Kerstken Evertsz.
Cijs. Mr. Gosen, Henric Vene, Geert Ingen, ….. …, Eernst.
{Vis]water. Pael, Nanning, Wolter, Eernst.
[In de rechtermarge staat, slechts gedeeltelijk leesbaar:]
Anno XCIII (1493) ultima januarii. VII de bier, 21 tonnen…….. een wondesdag.
De hondenslager niets misdoen of achternalopen in de straten.
Boete 100 schillingen. De ouders moeten letten op hun kinderen.
Anno XCIII (1493) 29 januarii.
Claes Conraetsz accepus sluter[?] loco Jan Ense
Jan Hondeboeldel orvede 7 of 5 jaar, alle jaren 2 maanden evenveel geld.
Douwe Kerstken.
Jan Bruynsz mag Herman Busch zijn zoon inmanen 60 heren ponden, 10 stuivers voor het pond gerekend.
Dirck Jansz schuldig ………
Nota ”Van telre
Sante Peters jaarkeur.
Andries Borgoens.
Jan Coipsz.
Nr. 818
Fol. 202. Johan Boem 20 stadponden boete. Te betalen op Half Vasten. Borg is Luken Schomaker.
Lange Wolter 2 ponden boete van panding van Ysbrant Baers.
Hugo Klinckenberch 2 ponden boete van panding van Joest Brandenborch.
Grete, de maagd van Jan Coipsz, 2 ponden boete omdat zij niet op het raadhuis was verschenen.
Andrees Reynersz 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Zijn borg is Gompert Drager.
Ricolt Twent 2 ponden boete van panding van Coert Dircksz.
Geert Scepeler 2 ponden boete van panding van Dirck Hermansz.
Jan Copsz [?] 2 ponden boete. Borg is Grueter.
De maagd van Jan Copsz 2 ponden boete. Borg is Grueter.
Jan van Gelre 2 ponden boete wegens het uitdelen van een vuistslag. Zijn borg is schipper Henric Santvoerer.
Elsse Naps 10 stadsponden boete. Borg is Gumpert Drager.
Lambert Jansz in de Hagen de vulre 2 ponden boete wegens het geven van een vuistslag. Borg is zijn vrouw.
Henric Claesz Gosens 2 ponden boete van panding van Wenemer Backer.
Henric Claes Gosensz 2 ponden boete van panding van Jan Arentsz.
Jan van Uterwyck 2 ponden boete van panding van Sint Brigitten.
Jan Geertsz wever 2 ponden boete van panding van Jan Evertsz.
Ffemme Koetkens 2 ponden boete van panding van Lambert Lauwensz.
Jan, de knecht van Wenemer Backer, uitgelegd omdat hij bij nacht een dienstmaagd had verwond. Hij wordt gezet op een boete van 200 stadsponden.
Albert van Thye 2 ponden boete van panding van Jan Geertsz Vilt.
Wynken Wesselsz 2 ponden boete van panding van Wolbert Wolbertsz van Swolle.
Nr. 819
Grete de vrouw van Claes Sculte verklaart dat zij aan Jan Aerentsz en Geert Assensz tot onderpand heeft gezet haar huis en erf in Brunnepe op de Schreyhoep, naast het huis van Styne Hoiers, en ook nog haar twee zesde delen die zij samen heeft met haar man Claes aan het huis in Brunnepe van wijlen Jan Lambertsz. Verder zet zij tot onderpand hun huisraad en kleinodiën en alle andere roerende en onroerende goederen. Zij zet dit alles tot onderpand voor de borgtocht die Jan en Geert hebben gedaan voor de boete die aan Claes Sculte was opgelegd. Deze boete moet half in gereed geld worden betaald en rest later tijdens de periode van de tegenwoordige schepenen.
Nr. 820
Aernt Moelman 2 ponden boete van panding van Peter de Smit.
Herman Uterwyck Peters uitgelegd omdat hij bij nacht Jan Ottensz C……sz van Groningen heeft verwond. Zijn boete bedraagt 50 heren ponden. Gompert Drager 1 kan.
Grete Buse 1 kan.
Coster 2 kannen.
Willem Rossen [?] 1 kan.
De weduwe van Henric Besten inden Raeven 2 kannen.
Nr. 821
Schipper Ruderic Stachouwer heeft als waarborg voor zijn schip en lading een scheepsjongen als gijzelaar achtergelaten in Lissabon. De Raad wijst dat Ruderic met zijn reders moet overleggen om de middelen zien te vinden om de jongen voor Sint Jan aanstaande van de gijzeling te bevrijden. Gebeurd dat niet, dan zullen zij daarvoor worden aangesproken.
Nr. 822
[In de linker marge staan als geheugensteunen voor de secretarissen bedoelde aantekeningen:]
27 april 1493, 20 tonnen, de q[uarte?] 7 ……
Sybrandus Matys.
Geleyde
……….
……….
Claes Sculte.
Kerkensprake over accijns.
De dijkgraaf van Kamperveen laat weten, etc.
Wisch
Collensant
Molen
Hertoch Gelre
Luken Tichelaer
Van ossen, de Voss
Lange Kersz
Albert Jansz
Gysbert Aerentsz
Jan Siel
Willem Jansz
Ryxken van Campen
Wicher Geye
Nr. 823
[In de rechtermarge staan de volgende onduidelijke aantekeningen:]
2 maart 1493. Met de Gezworen Gemeente en de Kleine Meente overeengekomen om de accijns te verhogen zolang de stadsmuren niet afgebouwd zijn.
Van de Raad Freric, Gosen, Nanning, Gysbert.
[Van de Meente] Henric van den Vene, Egbert Croser, Geert Aerentsz, Geert van Ingen.
5 maart 1493. De ververs en drapeniers moeten ……..
De anderen van Raad en Meente, Henric Pael, Lambert, Henric van den Vene, Geert van Ingen
Nr. 824
Fol. 202v. Butdragers. Lossen teken ex ……
Claes Sculte 40 heren ponden boete, te betalen met 20 ponden in gereed geld en de andere 20 ponden te betalen tijdens de zittingsperiode van de tegenwoordige schepenen.
Zijn borgen zijn Geert Assensz, Jan Aerentsz, Henric Claesz en Claes Assensz. Claes Sculte zet hen al zijn roerende en onroerende goederen tot onderpand.
Eernst Kremer 2 ponden boete. Borg is Thews Kremer.
Jan Aerents te Brunnepe 2 ponden boete van panding van Gysbert Tymansz.
Jutte Brune 2 ponden boete van panding van Henric Vene.
Jan de Wise 2 ponden boete van panding van Gysbert Tymansz.
Huge Klinckenberch 2 ponden boete van panding van Freric Rynvysch.
Heyman Scroer 2 ponden boete van panding van Jan de Blaw.
Dode Alersz 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. Borg is Jan de wachter in Brunnepe.
Rolof Ottensz borg voor Gert Tap [?] van Deventer, voor Thews.
Lange Wolter 2 ponden boete van panding van Tyman de wachter Boven de Poort.
Jan Arentsz 2 ponden boete van panding van Geert Assensz.
Styne Pillekens 2 ponden boete wegens te geven van een vuistslag. Borg is Gumpert.
Jan van Wylssem de visscher 2 ponden boete van panding van Jan Smyt.
Nr. 825
Gele 2 ponden boete
Ave Stratekens 2 ponden boete
Jacob van den Busch 2 ponden boete
Voor deze drie is Seyne Kistemaker borg,
Styne Gumberts 2 ponden boete. Borg is Gumpert Drager.
Henric Santhagen [?] 2 ponden boete. Borg is Henric Albertsz rijnschipper.
Jan Aerentsz 2 ponden boete van panding van Lubbert Martensz.
Symon Alphersz 2 ponden boete van panding van de vrouw van Openhuis.
Gese Budels 8 heren ponden boete, te betalen voor de helft aan de tegenwoordige schepenen en voor de andere helft aan de komende schepenen. Borg is Wicher Rensinck.
De vrouw van Gumpert 2 ponden boete. Kwam niet voor recht.
Aerent Heymansz 2 stadsponden boete. Borg is Henric Dubbelsz.
Berent van Nykercke en Otte van Lochem hebben elkaar over en weer verwond bij dag.
Gele 8 stadsponden boete wegens veel zaken: vechten, strafbare woorden, etc. Haar borg is Geert Henrixsz.
Jan Aerentsz 2 ponden boete. Borg is Lubbert Martensz.
Geert Sandersz 2 ponden boete. Borg is Warner Topkens.
Nr. 826
Bele Voss heeft zich oneerlicken en bysterlicken regiert. Zij heeft nu op de “guede pillen vridag” een groot rumoer veroorzaakt onder de godsdienst. Alle lieden en naburen hadden last en verdriet van haar. Zij wordt gelast om nog bij het schijnen der zon uit de stad te vertrekken en daar drie jaar uit weg te blijven. Komt zij daarbinnen weer in de stad dan zal zij op de kaak worden gezet.
Elke morgen 10 heren ponden tussen nu en mei in handen van de burgemeesters
Gumperts vrouw 80 stadsponden boete omdat zij Bele heeft geslagen in haar huis. Haar man is haar borg.
Lamme 2 ponden boete. Borg is Wicher Rensinck.
Grumpert drager 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Wicher Rensinck.
Jan Goertsz 2 ponden boete wegens het uiten van strafbare woorden. Borg is Bartolt Henrixsz de wever.
Aerent Moelman 2 ponden boete van panding van … Gosensz.
Gert Petersz van Medemblik heeft op 20 april beloofd om zich te houden aan het Kamper recht tegen Sybolt Dircksz.
Nr. 827
Peter Gerbransz van Amsterdam kon de boete niet betalen en is gegeseld. Hij heeft de oervede gedaan.
Herman Mol een boete van 3000 middelstenen. Borg is Jacob Wulf.
Marten Elbersz Uuterecht heeft in de stadsgevangenis gezeten omdat hij Jan Peters [?] op de dijk wilde overvallen. Hij heeft de oervede gadaan.
Dirck Schoemaker … van Ense 2 ponden boete voor zijn vrouw.
Wijnaccijns. Borg is Peter Gerritsz.
Bieraccijns. Borg is Dirck Millingen.
20 juni 1493 butken [?] 5 plakken.
Pond 100 plakken [?] ende enigerlei ponden.
De stalknecht een panser.
Barnier Scroer.
Peter Jacobs een schijn.
[In de linker marge staan enkele onduidelijke aantekeningen als geheugensteuntjes voor de secretarissen:]
Eernst. Zwolle.
Rechteren
Wisch.
Nota. Elke morgen 10 …. Te betalen aan de burgemeesters voor mei.
Moelman.
Jan Bruynsz.
Geert ten Holte.
Processie.
[In de rechtermarge, niet alles leesbaar]
Leyden ver…….
Na Quasimodo Jorien Voet.
27 mei 1493 ……….
Saelmaker zijn termijn van drie jaar 20 ponden.
Vromoeder.
Claes Tichelers zoon heeft een doodslag begaan. Het is een jong gezel van 15 jaar.
Jan van Ense aanbrengen.
Assaymeesters Lubbert en Wolter.
Nr. 828
Fol. 203. Henric van den Berge verklaart dat hij met Gysbert van Lewen in rechte heeft gestaan over 11 akkers land op Kamperveen, geheten Cuperserf. Hij verklaart nu dat hij voor hem en zijn erfgenamen Gysbert de pacht kwijtscheld, te weten 3½ mud rogge en 6 heren ponden die hij jaarlijks uit het land had. Hij zal Gysbert of zijn erfgenamen niet langer manen om deze pacht en de rente. Coram Gosen en Eernst.
Nr. 829
Luyken Bosman verklaart dat hij borg is dat Dirck Paesberch, schipper uit Bremen, die tegen Jan Stofregen te rechte ging, de met het zegel van de stad Kampen bezegelde volmachtsbrief, waarmeer hun geschil was afgedaan, hier in Kampen in het gerecht zal brengen. Ook zal hij een certificatie van de stad Bremen tonen, waar de zaak is vermoetsoend [opgelost]. Het gaat om een anker dat schipper Jan toebehoort en dat door Dirck zou zijn gelicht.
Hier gingen Freric en Nanning over.
Nr. 830
Heyman Maesz en Nanning van Duren, van stadswege daar toe benoemd, verklaren dat zij een moetsoen [overeenkomst] hebben gemaakt tussen Lysabeth Arentsdochter, de weduwe van Wolter Claesz, en haar kinderen aan de ene zijde en Albert Claesz, Peter Claesz en Evesse Claesdochter, broeders en zuster van wijlen Wolter Claesz voornoemd.
Lysabeth moet aan hen onmiddellijk overgeven de kleren van wijlen haar man en alles wat tot zijn lijfgoed behoord en aan elk van de drie nog een half heren pond. Hiermee zullen zij gescheiden zijn van de nalatenschap van hun broeder Wolter. Lysabeth zal het huis waarin zij woont behouden voor haar en haar erfgenamen.
Haar waren bij van de zijde van Elysabeth heer Peter Jansz uit Kuinre en Jan Aerentsz en van de zijde van de broeders en zuster Albert Claesz en Claes Hermansz.
Nr. 831
Henric Pael en Nanning van Dueren hebben aangenomen Jan Bruyns. [in de marge handje met een wijzende vinger en de woorden ”Nota. Jan Bruynsz.
In de Raad verscheen Johan [Bruynsz ?], die verzocht om een proveniersplaats achter in het Heilige-Geestgasthuis zijn leven lang. Dat wordt hem gegund onder de voorwaarden dat hij zal inbrengen een jaarlijkse rente van 5 heren ponden, die hij het gasthuis moet vestigen met een schepenbrief, gaande uit zijn huis in de Hofstraat waarin hij woont, gelegen tussen Geert Glasemaker en Jan Pael[doorgehaald] de erfgenamen van Wolter Henrixsz, strekkende van de Hofstraat tot aan [niet vermeld]. Johan moet verder nog 20 ponden in gereed geld geven. Als hij in het gasthuis komt, moet hij een bed, huisraad en kleinodiën tot een waarde van 50 heren ponden inbrengen, tot goeddunken van de kerkmeesters van de Heilige Geest. Deze zaken mag hij er niet weer uitdragen maar moeten erfelijk in het gasthuis blijven. Mocht dit niet genoeg zijn dan moet hij de jaarlijkse rente van 5 heren ponden aflossen ten behoeve van het gasthuis.
Borchken 2 ponden boete. Borg is schipper Jacob Oem.
Roloff van den Werve 2 ponden boete wegens uiten van strafbare woorden. [Borg ?]
Tyman van Olst.
Henric Jansz Schuifstake 2 ponden boete van panding van Rueric Geye.
Nr. 832
Fol. 203v. Profesto Pasche
Johan Mandeke van Brugge en zijn vrouw Lysabeth verklaren dat zij door Hille, de weduwe van Herman Matysz, voldaan zijn van de gelden, giften, roerende en onroerende goederen die Herman had vermaakt aan Lysabeth, die zijn erfgename was.
Inden scelinge tusschen Rueric [doorgehaald] Henric Cuper en Anneken Heringes.
Anno XCIII
Jacob Wachter, Jan Jansz en Dirck Jacobsz verklaren dat zij er hier in Kampen bij geweest zijn tussen Sint-Maartensdag en Midwinter en hoorden dat Henric Cuper aan Anneken Herings, zijn landvrouw, vroeg of zij ook akkoord ging met de 6 enkele rijnse guldens die hij haar had gegeven voor de nieuwe pachttermijn. Ja, zei Anneken, maar daaraan wil ik je 2½ ponden korten van de oude pacht. Coram mr. Gosen en Ernst.
Nr. 833
Inden sake tusschen Coert Hermansz en de erfgenamen van wijlen Heyn Netken.
Henric van Umen verklaart dat hij werd gehaald aan het ziekbed van Heyn Netken. Die wilde de zaken met zijn reders en met anderen laten beschrijven. Heyn had het onder meer over 50 zouts Brouages, daar ook Coert Hermansz bij betrokken was. Heyn zei dat zijn vrouw Alyt daar wel van af wist. Meer heeft getuige niet gehoord, want de priester stond bij het ziekbed klaar om Heyn het sacrament toe te dienen.
Nr. 834
Inder scelinge tusschen Herman Voirne en Pouwels Goltsmit.
Goert Jelysz en Otto Jansz verklaren dat zij hebben gehoord van Pouwel Goltsmit, die bij het rooster stond, dat de os die hij van Herman Voirne had gekocht, te koop was voor 5½ enkele gouden rijnse guldens. Getuigen zeiden toen tegen Pouwel dat zij dat te duur vonden.
Nr. 835
Goert Johansz, Dirck Cloeck en Berent Berentsz verklaren dat zij met Herman van der Vecht en Peter Geertsz in vriendschap een overeenkomst hebben bewerkstelligd tussen Rixe de weduwe van Jan Fygersz de mulre, en Griete, Lutgert en Alyt, de kinderen van Jan, over diens nalatenschap.
De weduwe zal behouden het achtste deel van de molen, de molenberg en het huis, staande op Geerts wech van der Ae, waarop wijlen Jan Fygersz de molenaar was. De drie kinderen zullen elk ook een achtste deel krijgen. Dochter Alyt moet elk jaar aan haar zuster Griete een heren pond geven, die zal gaan uit haar achtste deel. Alyt mag deze jaarlijkse rente lossen met 20 penningen 1 penning. Hiermee scheldt Griete haar zusters en Rixe haar stiefmoeder vrij van verdere aanspraken. Haar vader had haar in het stadsboek van Kampen een vierde deel van de molen bewezen voor de nalatenschap
van wijlen haar moeder. Uit de helft van de molen gaat een jaarlijkse rente van 2 ponden. Coram Henric Pael en Bartolt.
Nr. 836
Fol. 204. Anno XCIII (1493)
Berent Jansz, Johan de Velike en mr. Gysbert Heymansz barbier, burgers van Kampen, met recht gedaagd om een getuigenis te geven, verklaren dat zij met andere goede mannen aanwezig waren bij de Clocke in het huis van Jacob van Zutphen, genaamd de Enhel [Engel?]. Zij waren aan het ziekbed gehaald van (nu wijlen) Aernt van Zwolle, die door Ernst Jansz van Zwolle aan de overzijde van de IJssel was verwond. Beide mannen waren in gevecht geraakt, waarbij zij beiden letsel hadden opgelopen. Zij vergaven elkaar over en weer van dat wat zij elkaar hadden aangedaan. Datum 23 maart. Coram mr. Gosen en Eernst.
Nr. 837
Aerent Petersz en Wessel Jacobsz Wachter verklaren dat zij toen zij vroeg in de morgen van de wacht kwamen, naar binnen werden geroepen door Matys Raven. Daar gaf Gese Bolhorn in bijzijn van hen, andere goede mannen en een priester aan haar kleinzonen Matys Raven, Aerent Bolhorn en Cleis Bolhorn een som van 100 enkele gouden rijnse guldens en bus met 11 geldstukken uit haar comtoir (kantoor), die geteld en beschreven werden. De priester, broeder Jacob, nam de bus met geld in bewaring, zodat er niemand zou worden tekort gedaan.
Johan Hane verklaart dat hij uit zijn huis werd gehaald om er getuige van te zijn.
Coram Pael en Gysbert.
Nr. 838
In de sake tussen Jan van Sinderen ende Jan van Delden.
Dirck Warnersz en Steven Helmichsz verklaren dat zij er bij waren in Wilsum toen Jan van Sinderen en Jan van Delden onenigheid hadden over een handel in veulens. Zij beloofden toen dat zij de uitspraak die Dirck en Steven en de ook aanwezige Albert Henrixsz in hun zaak zouden doen, zouden aanvaarden. De scheidslieden bepaalden toen dat Jan van Sinderen voor de zes veulens die hij van Jan van Delden geleverd zou krijgen, een som van 26 enkele gouden rijnse guldens zou betalen. Jan van Delden zou de veulens binnen 14 dagen leveren.
Nr. 839
Sybrant Tymmerman, Geryt Tymmerman en Berent Mulre verklaren dat zij er bij waren in Henric Bierdragers huis op de Koornmarkt toen er een moetsoen werd uitgesproken tussen Aerent Mulre en Jan de Mulre. Er werd bepaald dat Aerent aan Jan 12 ponden min een oord zou geven. Daarmee zou hun maatschap vergelijkt zijn. Dat wat Jan al eerder had ontvangen, zou hij behouden.
[Beschadigde tekst]
3 maart anno ipso.
Henric Wigrode en Marryke zijn onmondige dochter …
Daem Mertensz [?]
Peter Del.
Hier schikken met zijn goederen …
zijn familieleden…
Nr. 840
Fol. 204v.
Inden sake tusscen Peter Geertsz ende Dode Alertsz.
Aerent Claesz, Rueric Geye, Reyner van Twele, Engbert Bast en Jacob Wulf verklaren dat zij er bij waren in de Witten Aerne toen Peter Geertsz aan Dode Alertsz een scheepspart verkocht. Voorwaarde was dat bij dat scheepspart zou zijn inbegrepen het bij dat part behorende deel van de lading van 50 lasten [pot]as, 20 lasten teer en 9 lasten rogge. Als er meer in of bij het schip was, zou Dode daar ook zijn deel van hebben.
Mocht er schade ontstaan zijn voor datum van de koop, dan zou Peter die aan Dode moeten vergoeden. Dode zou moeten delen in het risico van schade die kon ontstaan als het schip van elder naar Kamper zou varen.
Nr. 841
Anno 1493 in maart.
Heer Claes Volscher, schipper Claes Albersz, Cornelys Verwer, Claes Water, mr, Gysbert Barbier en Jacob ther Haer verklaren dat zij er onlangs bij waren in het huis van Meryken Wesselsz toen Geert van der Schere verkocht aan Jan Mouwersz een achtste part van het schip dat schipper Claes Albersz voert. Dat schip was gereed om naar het oosten en het westen te zeilen. Jan Mouwers kocht dat achtste part voor een som van 100 gouden rijnse guldens min een duitmer of voor geld van gelijke waarde. Jan zal Geert betalen wanneer het schip in Holland, Zeeland, Friesland of Vlaanderen zal zijn gekomen.
Claes Lambersz verklaar hetzelfde. Hij verklaart ook nog dat het schip was bevracht om op een doorgaande reis van oost naar west te zeilen. Op die voorwaarde is het scheepspart verkocht.
Mr. Gysbert de Barbier verklaart nog dat hij hoorde dat het schip van oost naar west zou zeilen, maar dat werd bij de koop niet gezegd. Er werd wel bepaald dat als het schip naar deze kant [vanuit het oosten] zou komen, het geld aan Geert zou worden betaald.
Nr. 842
Supplicantes par loco in conventu. (Gegadigden voor een plaats in het convent)
Styne Evert Jansz dochter.
Jan Aerent Rovers dochter.
Jan van Enss dochter.
Johan Stevensz bekent voor hem en zijn erfgenamen dat Ulfert Alersz, Vrouwken Gysberts, Mette Claesdochter en Katherine Ricols hem zijn deel van de nalatenschap van wijlen zijn broeder Dorber Jansz hebben gegeven, te weten van de roerende en onroerende goederen.
Hij bedankt zijn broeders erfgenamen daarvoor. Coram Roederic.
Nr. 843
Fol. 205
Van Jacob van Hoirne.
Inden scelinge tusschen scipper Jacob van Hoirne ende Jan Seynensz.
Peter Geertsz en Henric van den Hove verklaren dat zij ongeveer een jaar geleden in de wijnkelder schipper Jacob van Hoirne bevracht hebben om 80 lasten koren van Danzig naar “Oesel” te brengen. Zij zouden de schipper voor het vervoeren 9 koopmans rijnse guldens per last betalen. Zij zouden dat aan de schipper betalen als hij in levende lijve weer aan de “Oert” kwam. Toen de afspraak was gemaakt, wilde Jan Seynensz ook nog 4 lasten koren laten verschepen. Daarvoor wilde de schipper ook 9 koopmans rijnse gulden per last hebben. Jan Seynen bood de schipper 8 gulden per last. Daarover werd geen overeenkomst bereikt.
Nr. 844
Jacob Jansz en Geert Aerentsz verklaren dat Jan Seynensz de dag nadat hij in de wijnkelder door hen was bevracht, bij hen kwam en het er met hen over had dat hij en de schipper geen overeenkomst hadden gemaakt over de extra vracht van 4 lasten koren.
Jacob en Geert voornoemd zouden er een uitspraak over doen als de schipper terug was gekeerd. Schipper Jacob wilde voor Jan Seynensz nog wel 2 lasten extra vervoeren.
Nr. 845
Inden scelinge tusscen scipper Aerent Bolhorne ende Jan ten Holte.
Aerent Petersz, Laurens Petersz en Marten Sygersz verklaren dat zij verleden herfst met schipper Aerent Bolhorne van Danzig zeilden. Zij hebben het “mael” waarover Bolhorne en Ten Holte elkaar aanspraken niet in het schip ontvangen en ook niet gezien dat het aan boord gebracht werd. Zij hebben de plaats waar het moest komen, leeg gehouden van Danzig tot in de Sont. Coram Berent en Eernst.
Nr. 846
Lapis
Inden scelinge tusscen Theus Kremer en Geert Tappe.
Evert ten Acker, Claes Voirne, Geert Lambersz, Herman Eversz en Jan Wenemersz verklaren dat zij er als wijnkoopslieden bij waren in de Eenhorn toen Geert Tappe en Thews Kremer met elkaar een ruiling overeen kwamen. Theus wilde een edelsteen ruilen tegen 18 ellen Engels laken. De steen werd getoond. Het was een blauwe steen die volgens enkele aanwezigen een zaphier (saffier) zou zijn. Geert Tappe beaamde dat en zei dat hij de steen herkende als een blauwe saffier en ging met de ruiling akkoord.
Beiden betaalden de wijnkoop. De steen die Geert Tappe nu terug brengt is echter wit van kleur.
Nr. 847
Sandeken
Dirck Kerchof verklaart dat hij met Otte Vleyschauwer voor een periode van een jaar het Sandeken heeft gehuurd van Heyman Maes voor een som van 15 heren ponden tot behoef van het klooster te Oldewyck. Dirck heeft de huursom aan Heyman betaald.
Coram Eernst en Bartolt.
Nr. 848
Fol. 205v.
Servaes Witte verklaart dat hij ongeveer 14 dagen geleden bij de Clocke op straat stond en hoorde dat Jan ten Holte een halve last rogge voor 18 gulden aanbood aan Jan van Gelre. Deze wilde hem maar 17 gulden voor de rogge geven. Uiteindelijk kwamen zij een bedrag van 17½ gulden overeen. Daar werd de godspenning op gegeven.
Henric Warnersz was er ook en hoorde dat zij een verschil hadden van een gulden. Hij heeft toen tussen beiden bemiddeld, maar weet niet precies meer wat er overeen gekomen is.
Nr. 849
Brandenborch.
Herman Trumper.
Inden scelinge tussen Jan Brandenborch ende Herman Aerentsz.
Albert Claesz verklaart dat Jan Brandenborch hem gevraagd had of hij voor hem naar Herman Aerentsz wilde gaan en aan hem wilde vragen of hij Jan enig uitstel van betaling wilde toestaan. Dat heeft Albert gedaan. Over de koop heeft hij echter niets gehoord.
Matheus Lubbersz verklaart dat hij er in het huis van Jacob van Zutphen bij was toen Jan Brandenborch van Herman Aerentsz twee Kamper lakens kocht voor 21 heren ponden. Herman zei dat Jan hem 21 ponden en een oord schuldig was. Jan beloofde om Aerent te betalen op Sint-Maartensdag (nu laatstleden) of anders zou hij hem een [rente]brief geven.
Jacob Camerlinck verklaart dat hij bij de verkoop van de twee Kamper lakens aanwezig was en dat hij (Jacob) tot betaling aan Herman een [rente]brief gaf van 6 schepels rogge per jaar vanwege Jan Brandenborch. Hij heeft niet gezien dat Jan aan Herman enig geld gaf. Later hoorde hij van Jan Brandenborch dat hij aan Herman niets schuldig was maar dat hij hem een goede deugd zou doen.
Johan Wenemersz verklaart dat Herman Aerentsz de [rente]brief van 6 schepels rogge aan Jan Brandenborch terug heeft gegeven.
Nr. 850
Ffemme Hanegreve verklaart dat Grete Leffers, de weduwe van Jan Geertsz, aan haar een jaarlijkse rente van zes heren ponden heeft afgelost. Zij bedankt haar voor de goede aflossing en betaling. Ffemme`s vader, wijlen Jan Matysz, ontving die jaarlijkse rente van wijlen Jan Geertsz. Ffemme verklaart ook dat Grete aan haar deze rente heeft afgelost een jaar na de dood van haar man en dat haar man tijdens zijn leven deze jaarlijkse rente had verkocht aan haar vader Jan Matysz, met als onderpand een rentebrief uit land in Mastenbroek. Ffemme heeft deze brief aan Grete gegeven. Coram Eernst en Gysbert.
Nr. 851
Fol. 206. Ghyse Hake, Arent van Veessen, Jan Wenemersz en Derck Kerckhoff als moetsoenslieden en Leffart Geertsz als een overman verklaren dat zij een overeenkomst hebben gemaakt tussen Rembolt Goessensz en de kinderen van zijn vrouw. Rembolt zou elk van de twaalf kinderen een rente van drie heren ponden per jaar geven. Daar was de vrouw van wijlen Jan Egberts bij. Zij was er tevreden mee. Zij zei dat wijlen
haar man, als hij weer levend thuisgekomen was, ook met deze overeenkomst tevreden zou zijn geweest.
Nr. 852
Engbert Dircksz en Johan Evertsz en zijn vrouw Gertruit Jacobszdochter verklaren als naasten en mombers van de nagelaten kinderen van wijlen Jacob Gerrytsz de wever, dat Katherine Jansdochter, de stiefmoeder van de kinderen, aan de vier kinderen hun vaders nalatenschap bewezen heeft, te weten aan elk kind een half heren pond, die zij zal uitkeren op aanstaande mei. Hiervoor staat Kerstken de metselaar borg. Hier waren Jan Goertsz en Kerstken de metselaar bij. Zij bedanken Katherine.
Nr. 853
Inden scelinge tussen Berent Henrixsz ende Leffer Geertsz.
Gheerloich Claesz verklaart dat hij als momber van Joest Brandenborch er mee heeft ingestemd dat Joest aan Alyt Winters een jaarlijkse rente van 10 ponden verkocht. Deze rente was aan Joest gegeven door zijn moeder Gese Brandenborch, zoals in haar bezegelde testamentsbrief beschreven staat.
Joest Brandenborch verklaart dat hij aan Alyt Winters een jaarlijkse rente van 10 ponden heeft verkocht. Die was hem door wijlen zijn moeder Gese Brandenborch in haar bezegelde testamentsbrief gegeven. Hij heeft haar van deze verkoop een schepenbrief gegeven. Verder verklaart hij dat hij aanwezig was in de wijnkelder toen het huis door de hoofdlieden bij de kaars verkocht werd. Hij heeft aldaar 10 ponden vrij gemaakt van de nalatenschap vanwege zijn twee broeders. Hij zag dat er op tafel een testamentsbrief lag.
Johan Brandenborch verklaart dat zijn broeder Joest Brandenborch 10 ponden waren aangeërfd van de 30 ponden hun moeder in haar testament gegeven had.
Coram mr. Gosen en Bartolt Wilsem.
Nr. 854
Ffolker Ghisensz, onderschout in de Grotenziel, verklaart dat hij van de zaak van Jan Mast en Henric Noemkens weet dat Jan Mast met recht liet bezetten de vrouw van Wolter Seynen. Die vrouw beloofde dat haar man de volgende dag in haar plaats zou verschijnen. Zij zette daarvoor tot borg Henric Noemkens, die er voor instond dat Wolter zou komen of anders zou hij zelf komen. Maar de volgende dag verscheen de vrouw niet en evenmin haar man.
Nr. 855
Fol. 206v. Henrick van Allenkercke uit Kampen, wonende te Doornick, verklaart voor zich en zijn erfgenamen dat Dirck Henrixsz hem heeft voldaan van de nalatenschap van wijlen zijn grootvader Geert van Allenkercke, te weten van huis, hof, roerende en onroerende goederen. Henrick scheldt Dirck vrij van alle aanspraken en zal hem niet aanspreken met wereldlijk of geestelijk recht. Mocht iemand anders Dirck om deze nalatenschap aanspreken, dan zal Henrick hem daarvan bevrijden, want hij is de naaste erfgenaam van Geert van Allenkercke.
Nr. 856
Inden saken tusschen Geert Ottensz, Jan Petersz ende Herman Henrixsz.
Geert van Malssen, Willem Sygersz en Gysbert Joestsz getuigen in deze zaak.
Gysbert Joestsz verklaart dat hij er bij was bij de Clocke in het huis van Jan in de Zwane toen Herman Henrixsz aan Geert Ottensz, Jan Petersz en Berent Olyslager een viskaar en een visnet met toebehoren verkocht voor 7½ heren pond. Geert Ottensz en zijn maatschappen gaven een oord pond voor de wijnkoop, waarvoor Herman hem een stoter zou korten aan de koopsom. De koopsom zou worden betaald van de opbrengst van de eerste vis die men met het net zou vangen.
Willem Sygersz verklaart dat de drie kopers elk voor al borg stonden voor de betaling.
Nr. 857
Plonys Voirne, Dode Alartsz, Gysbert Aerentsz, Herman Geertsz, Johan Cromme, Willem Aeltsz, Luyken Bolhorne, scipper Douwe en Henric Vorne, reders van het schip van schipper Douwe, verklaren dat zij instaan voor de vreemde koopman die ook goederen in het schip had. Aan dat wat de Raad van Kampen zal wijzen in de zaak van de aanvaring tussen de schepen van schipper Kerstken en schipper Douwe, die verleden jaar plaats had, zal ook de vreemde koopman zich houden. De reders zijn daar gezamenlijk borg voor.
Vant scipp inseylt
Douwe Evertsz.
Peter Jacobsz verklaart dat hij verleden jaar in Amsterdam gehoord heeft van Henric Walle, die voer met schipper Douwe, dat wanneer zij een stuurman aan boord hadden gehad, zij hun schip hadden kunnen redden. Zij lagen voor anker, waarna hun schip in twee stukken brak op het rif.
Voordat zij hun [roei]boot te water konden laten, was hun schip al gebroken.
Coram Henric Pael en Eernst.
Gosen van Campen en Berent van Oenden verklaren dat zij onlangs zaten in het huis van Willem Hoeft bij de Clocke. Zij hoorden daar van de hoofdbootsman van schipper Douwe dat hun scheepsvolk versuft was. Als zij kloek volk hadden gehad dan hadden zij hun schip kunnen bergen. Voor zij hun boot te water hadden kunnen laten, was hun schip al in twee stukken gebroken. Het schip was nog droog toen het aan de grond liep. Johan van Delden verklaart dat hij ook van de hoofdbootsman had gehoord dat als zij een kloeke bemanning hadden gehad, zij het schip hadden kunnen bergen. Voordat zij hun boot te water hadden kunnen laten, was hun schip al aan de grond gelopen. Toen de hoofdbootsman dat tegen hen zei, was hij behoorlijk dronken. Coram Pael en Eernst.
Nr. 858
Fol. 207. Anno XCIII (1493)
Henric Voirne, Jan Geye, Borchart Henrixsz, Henric van den Hove, Dode Alersz en Agge Dodensz, reders van het schip van wijlen schipper Evert Dodensz, geven een volmacht aan Alert Brant (toner van deze brief) om in te manen en te ontvangen al het goed dat de schipper te Hamburg van de “tonnen schepe” geborgen had of hem was aangekomen, te weten twee ankers en touwen en verder alles wat van het schip kon worden geborgen. Alert mag handelen alsof de reders zelf aanwezig waren. Zij
beloofden zich te houden aan [de regels van de] stede van Rige onder het Hilligenlant (Helgoland).
Verder geven de reders aan Alert Brant een volmacht om van schipper Dirck Paesberch, burger van Bremen, in te manen een anker met een stuk touw dat schipper Jan Stofragen verleden jaar (1492) in het water onder Runen is kwijtgeraakt. Schipper Dirck Paesberch heeft dat anker en touw oplicht en mee genomen naar Bremen, zonder toestemming van Jan Stofragen. Die had nog naar zijn anker gezocht, maar niet gevonden, waardoor hij grote schade had geleden,
Ondertekend door Henric Voirne, schipper Jan Stofragen, Henric ten Hove, Borchart Henrixsz, Henric Croser, Coert van Steenwyck, Aerent Pigge en Thonys Jansz.
Nr. 859
De wachtersfunctie van Herman Roede op de Coeburcht wordt met zes jaar verlengd, op de oude voorwaarden en loon. Hij heeft aangenomen om de sloten langs de Wilgenweg schoon te houden voor de schouw, op een boete van een oud schild. Hij zal de Wilgenweg zo onderhouden dat die goed berijdbaar is. Aan de einden van de Wilgenweg mag hij, als hij dat wil, hekken plaatsen. De dijken aan beide einden en de Zeegraven moet hij ook onderhouden op de schouw. Iemand die met een hooiwagen over de weg wil rijden, moet aan hem om toestemming vragen. Hij moet ook de dijken van Berent-Zwartkensland onderhouden. Dit land heeft de stad gekocht. Hij mag de weg beweiden. [De akte is doorgehaald]
Coram Jan van Vene.
Nr. 860
Hille, de vrouw van Laurens, verklaart dat Gese Gerloich de spiering had gekocht en betaald die Geert ten Dale vertrapt heeft. De vissers hadden de vis zonder opzet gestort in de mand van Geert. Gese gooide de spierink op straat omdat zij de partij wilde delen.
Daarop vertrapte Geert de spierink.
Gese Geerloichs verklaart hetzelfde.
Bette, de vrouw van Jan Willemsz, heeft alleen gezien dat het volk er omheen stond.
Nr. 861
Scip in seylt.
Johan van Oestenwolde verklaart dat hij in Amsterdam gehoord heeft van Henric Walle, die met schipper Douwe voer, dat schipper Kerstken tegen het schip van schipper Douwe aan zeilde, waardoor de hoofdtouwen en zeilen vernield werden. De bemanning wilde met de boot hun leven redden en voer van hun schip weg. Zij keken het schip na, maar konden omdat het nacht was, niet veel zien.
Nr. 862
Fol. 207v. Januari 1493. Hane.
Claes Jacobsz verklaart dat hij er bij was in het huis van Geert Sandersz in de Hagen dat aldaar Henric Tymansz verklaarde dat hij naar Amsterdam wilde lopen om zijn schip, maar dat hij van Jan Hane de reiskosten wilde hebben. Jan Hane heeft hem echter niets beloofd.
Geert Sandersz en Jan Evertsz verklaren dat ook. Van wat er later werd afgesproken, weten zij niets.
Nr. 863
Weert
Goyken Kreyt, Geert Ottensz en Geert Jansz verklaren dat zij als dedingsluden (bemiddelaars) aanwezig waren toen Herman van Rijsen de weerd die hij van de stad had gepacht, overdeed aan Jan Loyssen om daar twee jaar lang het gewas van te gebruiken, voor 8½ heren pond per jaar. Als na Sint-Maartensdag aanstaande de stad de weerd opnieuw aan Herman verpacht, moet Jan dat afdoen en betalen.
Nr. 864
Kerstken Jansz en Evert van den Vene, als overlieden van stadswege daar toe gevoegd, met heer Otte Henrixsz en schipper Henric Albersz vanwege Willem Petersz, en Thews Jansz en Lubbert Lukensz vanwege Else Jansdochter, de vrouw van Willem Petersz, verklaren dat zij een schikking hebben getroffen tussen de echtelieden voornoemd.
Else moet voor Pasen aanstaande betalen aan heer Otto Henrixsz 23 heren ponden, te weten 5 of 6 pond aan gereed geld nu direct in de hand. Hiermee zijn beiden gescheiden van hun goederen en zullen zij elkaar over en weer nergens meer voor aanspreken.
Nr. 865
Vechten.
Wicher Rensinck verklaart dat hij met andere goede mannen in het gelag zat in het huis van Garbrant Boyster. Daar zag hij dat Lubbert Mey met een kan gooide, die hem (Wicher) tegen de neus aankwam. Aanwezig was ook Rolof Aerentsz, die met een kroes naar Lubbert gooide, maar hij weet niet of die geraakt of verwond werd.
Lubbert Martens verklaart hetzelfde.
Cornelys Mathysz verklaart hetzelfde. Toen hij vroeg wie er met een kan tegen zijn schouder had gegooid, zei mr. Tyman dat hij dat gedaan had. De volgende morgen kwam Cornelys bij het bed van Lubbert Mey. Die vroeg hem of hij een pleister op zijn wond kon doen. Dat deed Cornelys.
Henric van de Berge was er ook aanwezig en zag dat Rolof Aerentsz met een kroes gooide naar Lubbert Mey. Hij zag echter niet of Lubbert verwond werd of dat hij bloedde. Hij heeft wel gezien dat Lubbert ook naar Rolof Aerentsz gooide.
Coram Freric en Berent.
Nr. 866
Fol. 208. In het gerecht verschenen heer Johan Glauwe, Gosen Dam (mede vanwege Hertich Dam), zuster Gesien Dams en Vrouwken Vale (zuster van K.. ne Vale), allen erfgenamen van wijlen Gerbert Vrie die onlangs in Zwolle is overleden. Zij geven een volmacht aan Henric Glauwe (toner van deze brief), die ook erfgenaam is van Gerbert Vrie, om voor hen allen diens nalatenschap in te manen. Te weten renten, schulden, zowel verschenen als onverschenen, roerende en onroerende goederen. Hij mag kwitanties afgeven en hij mag van leengoederen de leenhulde doen. Ook mag hij iemand anders in zijn plaats substitueren. Coram Gosen en Claes.
Nr. 867
Heer Albert Heket [overleden, schulden].
48 butkens [en] 1 plak voor de apteker.
Henrick Heket 46½ mark Riga`s. Van Pick Roge voor hem betaald te Riga.
Wybbe en Kathrine Hekets, zijn zusters 9½ pond van een stuk doek.
Kerkmeesters voor de groeve 7½ pond.
Griete Hekets betaald voor het doodvat.
Evert Hermansz 2 ponden min 2 butkens voor was.
Frederik Rynvisch verklaart dat heer Albert Heket hem nog 4 ponden min 8½ butken schuldig was van wijn.
Betaald voor de begrafenis 7 ponden min 3 butkens.
Nog 24 butkens van wijn gehaald tijdens het bewind van Berent.
Voor gerichtsgeld 9 butkens.
Somma 12 ponden en 9½ butkens.
Hij [Rynvisch] heeft voor dit bedrag aanpanding gedaan met [stadsdienaar] Jan Coc bij burgemeester Claes Sulman aan het geld dat de stad aan heer Albert Heket schuldig is.
Rynvisch heeft arrestatie gedaan met geestelijk recht. Hij was de eerste die dat deed; daarvan heeft hij een bewijsstuk. Hij was ook de eerste die aan het geld pandde.
Jan Cromme heeft nog tegoed van heer Albert Heket 12 ponden en 4 butkens van ongeld en laken. Hiervoor heeft hij laten panden als eerste, met Jan van Sinderen.
Heer Herman Matysz heeft nog tegoed van uitgeleend geld 10 koopmans rijnse guldens.
Daarvan heeft hij een handschrift [schuldbekentenis].
Rolof Schroer heeft nog 20 butkens tegoed van het maken van een tabbert.
Ave Sybrants heeft nog tegoed van uitgeleend geld een som van 6 gouden enkele rijnse guldens. Zij heeft gepand met Henric Fijn.
Trese krijgt nog 11 butkens van bier.
Igerman krijgt nog de betaling van drie vierendelen bier.
Nr. 868
Fol. 208v. 7 juli
Wie niet zal brouwen op de wijze die de burgemeesters dat hebben vastgesteld, vervalt in een boete van 80 ponden.
Anno XCIII [?] 26 februari.
Geert Aerents, Cleys van Urck en Jacob ther Stege verklaren dat Johan Woltersz, de zwager van Jan van Enss, heeft beloofd om aan Dode Alersz te betalen 23 gulden, gerekend met 20 stuivers voor de gulden, op aanstaande Midvasten. Hij deed deze belofte voor Jan van Ense alsof het zijn eigen schuld was. Coram Willem Morre.
Nr. 869
Burgemeesters, schepenen en raad van Kampen oorkonden dat hun mede-raadsleden Lubbert Peters en Johan van den Vene onder ede hebben verklaard dat broeder Johan van Hoesdom de zoon van van Melys Dirckssoen, geprofeste monnik te Sibculo, op de zondag na de dag van Sint Margaerethe de heilige joffer laatstleden om acht uur voor de middag nog in leven was. Zij hebben hem op die dag en tijd in het klooster voornoemd gezien en gesproken.
Bezegeld met het zegel van de stad Kampen.
Nr. 870
Jan van Hulleren [?] kwam in het gerecht.
Brief van het stadsbestuur van Kampen aan [niet vermeld]
Eerzame, etc. Herman Rode, onze burger en dienaar, brenger van deze brief, heeft ons te kennen gegeven dat Wybrant de Mulre, uw poorter, hem een bedrag van 6½ rijnse gulden en 2 stuivers schuldig was. De gulden te rekenen voor 20 stuivers. Van dat bedrag zijn 2 guldens al betaald. Wybrant is dat geld schuldig van de koop van twee runderen. Hij heeft dat ten overstaan van een van uw stadsboden ook bekend op de dag dat Herman Rode hem voor dat geld maande. Wij verzoeken u om Herman indien dat nodig zal zijn, te helpen om zijn geld te verkrijgen.
Nr. 871
Lubbert Martensz en Jan Petersz verklaren dat zij twee jaar geleden omstreeks Sint-Michielsdag in Groningen waren in het huis van Jan Jacobsz. Daar zei Peter Gerrytsz dat Jan Heynensz hem 12 gouden rijnse guldens schuldig was. Berent Petersz zei toen dat hij dat geld vanwege Jan Heynensz wel wilde betalen als hem iets gegeven werd. Daarop zei Peter Gerrytsz dat hij hem een kaas zou geven. Dat nam Berent Petersz aan. Getuigen waren er bij en hebben het gehoord. Coram Nanning en Kerstken.
Nr. 872
Rolof Ottensz, zijn vrouw Ffye, zijn dochter Else en Roe Heyle in de Croene verklaren onder ede het volgende. Zij waren gedaagd vanwege Aernt, de vrouw van Peter Godschalc, en haar zuster Albert.
Van Ffye en Heyle werd op altera Petri af Vincula (31 juli) op de markt in Kampen de buidel afgesneden door iemand die zij zouden herkennen als zij hem weer zagen. Albert Godschalck, die daar ook stond en die zij wel kennen, is daarvan onschuldig. Zij hebben niet gehoord dat de dader Albert beschuldigde. Coram Lambert en Claes Sulman.
Nr. 873
Brief aan Zutpen.
Dirck Penning verklaart dat zijn moeder Lysbet van Straten is overleden en dat hij zijn deel van de nalatenschap wil ontvangen. Zijn zuster Heyle en haar man willen hem echter te schande maken. Ook wil hij zijn deel hebben van de nalatenschap van zijn tante Hadewich. Mr. Henric Hermansz barbier, die de man van zijn moeder was, heeft in Kampen goederen verkocht en in Zutphen het geld belegd om hem dat afhandig te maken.
Wij verzoeken u om Dirck bij zijn rechtszaak te helpen.
Nr. 874
Fol. 209. Willem van Rossum en Lambert van Rossum verklaren dat zij huwelijkslieden waren voor hun broeder Johan van Rossum toen de huwelijksvoorwaarden werden beschreven voor het huwelijk van Johan met Grete, de natuurlijke dochter van Heyman Maesz.
Heyman gaf Grete ten huwelijk mee 60 heren ponden aan gereed geld, 100 goudguldens of 10 heren ponden per jaar aan renten, een rentebrief van 2 heren ponden per jaar en
een rente van 25 heren ponden per jaar, die na zijn dood moest worden overgedragen.
Dit is overeengekomen in het huis van Heyman nabij de Clocke, waarin zij woont.
Ook was voorwaarde dat de voorkinderen van Grete hier part noch deel aan zouden hebben. Heyman zou zorgen dat Johan daar geen kosten door zou hebben. Johan zou ook al het huisraad krijgen dat Grete toen bezat.
Nr. 875
Rotger Cloterer en Jan Warnersz verklaren dat zij er bij waren en hebben gezien dat toen Aerent Petersz de paarden wilde halen, hij onenigheid kreeg met Hille, de vrouw van Jan de Wusten. Hille sloeg hem met een vuist tegen het hoofd waarop Aerent terug sloeg.
Nr. 876
Gise Blancker verklaart dat Henrick Claesz knecht Inden Vrancryck tegen hem zei dat hij Aernt Moelman, die met een kan wilde gooien, bij de arm wilde pakken. Toen hij dat deed, struikelden zij en vielen tegen het tresoor, zodat Aernt bloedde.
Dit wordt ook verklaart door Berent Jansz, Johan Brandenborch, Jacob Kemerlinck, Cornelys Mathysz en Aerent Roever.
Nr. 877
Tyman Gysbersz, onze burger, geeft een volmacht aan Willem Yseren, raadsman van Zutphen, om voor hem in te manen van Zweder ter Breyde en Gert Holtsnyder 50 manden kolen, te weten het honderd voor 35½ rijnse gulden, 20 stuivers voor de gulden gerekend, die Zweder en Geert hem schuldig zijn. Tyman heeft hen daarvoor al 15 rijnse guldens in de hand betaald. Willem Yseren mag de kolen voor Tyman inmanen.
Nr. 878
Fol. 209v. [beschadigde folio]
Depositus
Lubbert Bast, Dirck Henrixsz en Aerent de Roever verklaren dat zij in de Vranckryck in een gelag zaten. Arent Moelman liep uit hun gelag naar het gelag waarin Hugo Kliinckenberch en Henric Claesz zaten. Zij zagen niet dat Hugo of Henric hem met de hand aanraakten of een wapen in de hand hadden. Zij zaten aan de andere kant.
Aerent de Roever zag dat de knecht met Aerent Moelman over de tafel rolde. Toen Moelman weer op wilde staan, viel hij op de grond, maar Roever zag niet hoe dat kwam.
Nr. 879
Goessen van Campen en Gheert Derxsz verklaren dat zij in het voorjaar, omstreeks Sint Johansdag te Bergen in Noorwegen hebben gehoord dat Johan van Eden zei, waar Marten Willemsz niet bij was, dat zijn neef Thonys de barbier de drie tonnen rootschars [stokvis] zou krijgen die hij had ingescheept in het schip van Wybe van der Schellinge.
Coram Jan van den Vene en Kerstken Jansz.
Dit verklaren ook Peter Moll en Henrick Gudegesel.
Nr. 880
Henric Prange en Herman Vrie, die met recht werden gedaagd, verklaren dat Wessel Meyeboem van Zwolle omstreeks 16 jaar geleden met een stadsdienaar van Kampen had gepand aan iemand die hinkende Tyman werd genoemd. Er werd gepand aan drie koperen potten, een quarte kan, een becken en een vrouwentabbert, welke panden hinkende Tyman overgaf aan Wessel in bijzijn van de dienaar. Wessel gaf de panden in bewaring aan Henric Raschen [?], die woonde te Kampen in de Oudestraat. De getuigen voornoemd hebben geholpen om de panden over te brengen.
Nr. 881
Gosen van der Scheere, Johan Geertsz, Peter Geertsz, Garbrant Lutke en Gysbert Hoier verklaren dat zij er bij waren toen Jan van Ense van Henric Jansz smit [?] een achtste part scheeps kocht van de pleyte waar Jan […. ?] mee voer. Daarvoor zou Henric vrij in de hand ontvangen een som van 18 heren ponden. Verder zou Jan van Ense de schuld van drie gulden afdoen die […. ?] in de Sont had voorgeschoten.
Coram Gosen Klinckenberg en Willem Morre.
Nr. 882
Johan Ribbersz en Kerstken Woltersz verklaren dat zij hebben bemiddeld in de onenigheid tussen Warner ……… en Jan Daymsz die zij hadden over 12 tonnen bier.
Jan moest aan Warner 8 ponden betalen op Sint Marten anno 1492.
Einde van het register.
Alfabetisch register op persoonsnamen
Aa, Batte van der 170
Aa, Gosen van der (stuurman) 736
Aa, Johan van der 118, 134, 144
Aal, Hein 242, 409. 772
Aal, Herman Jacobs 493
Aalts, Herman 616
Aalts, Jacob 43
Aalts, Willem (reder) 857
Aalts. Hendrik 438 (momber)
Aarts, Luitken 19 (uit Broekhuizen)
Aarts, Michiel 104
Aarts, Mouwers 302
Abcou, Geert van 240
Abels, Johan 604, 773
Accijnsmeesters, NN
Acker, Evert ten 238, 846
Aernsberge, Wenemer van 25
Aexter, zie onder Bonte
Agena, Arent van 790
Aken, Armgart van 386, 503, 504
Aken, Gese van 461 (X Engelbert Kistenmaker)
Aken, Peter van (te Amsterdam), (te Amsterdam)
Aken, Peter van 605, 677
Alarts, Claas 578
Alberts, Albert 351, 773
Alberts, Claas 550
Alberts, Claas 815 (schipper), 841
Alberts, Evert 787, 796, 798
Alberts, Geert 136 (vader van Albert Visken)
Alberts, Geert 52, 124
Alberts, Gese 523, 618
Alberts, Hendrik 117, 198, 405, 550, 652, 653
Alberts, Hendrik 403 (schoenmaker)
Alberts, Hendrik 512 (bakker), 808
Alberts, Hendrik 749 (rijnschipper), 808, 825
Alberts, Hendrik 864 (schipper)
Alberts, Hilbrant 574
Alberts, IJsbrant 186 (kerkmeester te Mastenbroek)
Alberts, Jacob 417, 418 (schout van Haeren)
Alberts, Jacob 788 (verver)
Alberts, Jacob 241 (rijnschipper)
Alberts, Jacob 496, 722
Alberts, Jacob 527 (schipper)
Alberts, Jacob 774 (schout)
Alberts, Jacob 788 (verver)
Alberts, Johan (rijnschipper), 20, 26, 171, 237, 240, 322, 671, 672, 796, 808, 814
Alberts, Johan 123 (X Marriken)
Alberts, Johan 14, 54, 86, 99, 103, 118, 122, 236, 244, 311, 318
Alberts, Johan 240 (van Deventer)
Alberts, Johan 257 (vuller)
Alberts, Johan 520, 653, 676, 775
Alberts, Johan 617 (bakker)
Alberts, Katharina 797
Alberts, Peter 171, 583, 703, 779
Alberts, Peter 207 (X Alijt) 128, 207, 238, 314
Alberts, Peter 37 (schroer)
Alberts, Peter 80 (raamstede van)
Alberts, Roelof 238 (smid), 521 (smid)
Alberts, Steven 637 (dienaar van Dickninge)Alberts, Stijne 632
Alberts, Wijer 113
Alberts, Willem 169, 534
Alberts. Lambert 278
Albertsz, Jacob 788
Alfers, zie ook Alphers
Alfers, Albert 238
Alfers, Arent 773 (te Brunnepe)
Alfers, Evert 505 (mr.)
Alfers, Goyken 322
Alfers, Lubbert 466
Alfers, Ulfert 652
Allarts, Claas 314 (zwager van Dorber Stevens)
Allarts, Claas 526 (rijnschipper)
Allarts, Claas 610
Allarts, Detmer 532 (van Groningen)
Allarts, Dode 373 (geboren in Friesland, zeehandelaar)
Allarts, Dode 51, 56, 69, 171, 215, 225, 228, 230, 237, 242, 262, 321, 489, 490
Allarts, Dode 493, 495, 496, 499, 500, 507, 520, 535 (belender), 553, 554, 556
Allarts, Dode 581, 614, 644, 655, 694, 706, 708, 721, 777, 784, 790, 800, 807
Allarts, Dode 824, 840, 857, 858, 868
Allarts, Johan 775
Allarts, Ulfert 842
Allenkercke, Dirck van 142, 191, 497
Allenkercke, Vrouken van 337
Allenkerke, Geert van 855
Allenkerke, Hendrik van 855 (te Doornik)
Almen, Geert van 498 (leidekker)
Almkercken, Evert van 369
Alofs, Sywerd 89
Alphers, Albert 723
Alphers, Alijt 247
Alphers, Evert (mr.) 496, 584, 617, 622
Alphers, Evert 615, 794
Alphers, Lubbert 496
Alphers, Peter 617, 792
Alphers, Simon 772, 795, 825
Alphers, zie ook Alfers
Amersfoort, Merriken van 318
Amersfoort, NN van 798
Andries, Dubbelt 815
Andries, Geert 520
Andries, Griete 512
Andriesz, Claas 292, 313, 314, 572
Andriesz, Claas 762 (alias Dremmeler)
Andriesz, Dubbelt 815
Andriesz, Evert 431
Andriesz, Geert 170, 213, 222, 228, 246, 262, 273, 388, 394, 503, 759
Andriesz, Hendrik 171, 480, 498, 506, 570, 813
Andriesz, Hendrik 515 (X Alijt), 517 (X Alijt)
Andriesz, Johan 488 (alias Johan Kock)
Andriesz, Meinart 169
Andriesz, Peter 337
Andriesz, Willem 318
Angeren, Claas van 65, 67, 507, 562, 586, 622, 775, 776
Angeren, Jacoba van 531 (stiefmoeder van Claas Smit)
Angeren, Johan van 169 (X Stijne)
Angeren, Willem van 531 (X Jacoba)
Angeren, Willem van 67, 284, 531
Anker, Wijnken van 672
Ansems, Sweder 96
Apotheker, Claas 49
Apotheker, Geertje 170, 555, 501
Apotheker, Geertje 92 (belendster)
Apotheker, Gerbrant 316
Apotheker, Herman 170, 316, 501, 555, 777
Apotheker, Peter 478, 497, 501
Apotheker, Willem (broeder van Herman)
Apotheker, Willem 316, 777
Appelen, Geert van 489
Appelkoopster, Alijt 800 (zwarte)
Appelkoopster, Heiman de 171, 507
Appelkoopster, Heiman de 570
Appelverkoopster, Heiman 808
Arents, Claas 578, 608, 675
Arents, Engele 732
Arents, Floris 186 (te Mastenbroek)
Arents, Geert 175, (gemeensman), 823 (gemeensman)
Arents, Geert 31, 207, 296, 489, 672, 683, 844, 868
Arents, Geert 318 (X Geertken)
Arents, Geert 491 (te Brunnepe)
Arents, Geert 535 (van Oldenzeel)
Arents, Gerrit 671
Arents, Gijsbert (reder)
Arents, Gijsbert 360, 651, 707, 822, 857
Arents, Gise 237, 789
Arents, Hanneken 235
Arents, Heiman 493, 778
Arents, Hendrik 537, 740, 745
Arents, Herman 315, 490, 525, 536, 624, 791, 794, 849
Arents, Hille 10
Arents, Jacob 274
Arents, Jacob 722 (stuurman)
Arents, Johan 29, 44, 138, 171, 182, 242, 421, 503, 550, 603, 625, 769, 776
Arents, Johan 815, 818, 819, 824, 825, 830
Arents, Johan 580 (bakker)
Arents, Johan te Brunnepe 236, 263, 328, 493, 502, 524, 593, 502, 600, 622, 781, 824
Arents, Johan 661 (broeder van Wolter)
Arents, Johan Boven de Poort 329, 346, 778
Arents, Johan 267 (schipper)
Arents, Kerstken 513
Arents, Laurens Peters 510
Arents, Lijsbeth 830 (X Wolter Claasz)
Arents, Lubbert 579 (X Sanne Katers)
Arents, Lubbert 798 (in Brunnepe, X Mette)
Arents, Michiel 44
Arents, Mouwers 458
Arents, Mouwers 582
Arents, Peter 234 (smid)
Arents, Peter 296, 317, 397, 580, 706, 785
Arents, Reiner 527 (schipper)
Arents, Roelof
Arents, Roelof 775, 865
Arents, Swane 120 (te Brunnepe)
Arents, Velike 186 (te Mastenbroek)
Arents, Warmbolt 488 (van Harderwijk)
Arents, Warner 240 (mulre v. Herman van Uterwyck)
Arents, Warner 318 (mulre), 498 (mulre), 508 (mulre)
Arents, Wichman 175 (gemeensman)
Arents, Wichman 379 (moetsoensman)
Arents, Wichman 64 (kerkmeester)
Arents, Wichman 94, 217, 319, 493, 496
Arents, Willem 318 (mulre), 698, 774 (mulre)
Arents, Willem 568
Arents, Wolter 772 (zwager van Johan Schaap)
Arents, Wolter 329, 365, 447
Arents, Wolter 582 (wagenman)
Arents, Wolter 585 (broeder van Johan)
Arents, Wolter 630
Arents, Wolter 661 (broeder van Johan)
Arents, Wolter 772
Arnhem, Johan van 401, 435
Assaymeester, Lubbert NN 827
Assaymeester, NN
Assaymeester, Wolter NN 827
Asse, Geert 170
Asselen, Engbert 382, 384
Assens, Claas 625, 776, 824
Assens, Geert 38, 174, 240, 244, 491, 526, 586, 604, 628, 635, 777, 795
Assens, Geert 813, 815, 819, 824
Assens, Geert, uit Brunnepe 238, 488
Assens, Herman 594, 599, 602
Assens, Maas 541
Astebrinck, Timan 221
Baarlo, Johan van 422
Baars, Evert 26, 120, 170, 242, 481, 482, 484, 509, 614, 620
Baars, Hendrik 619 (X Dorothe) 745 (X Dorothe)
Baars, Hendrik 131, 188, 242, 316, 317, 811
Baars, IJsbrant 117, 36, 102, 134, 143, 144, 204, 242, 443, 481, 493, 494, 495
Baars, IJsbrant 502, 506, 508, 563, 588, 630, 818
Baars, IJsbrant 410 (X Dewe)
Baars, IJsbrant 424 (zijn vrouw)
Baars, Jacob 120
Baars, Lijsken 188
Baars, Lutgart 773 (uit Zwolle)
Baars, Lutgart 787
Baars, NN 240
Baartscheerder, Peter 450
Baartscheerder, Tonis 241
Baasdow, Dirk 689
Backer, Albert 497 (in de Stovensteeg)
Backer, Albert 550
Backer, Alfer Wolfs 498
Backer, Arent Hendriks 617
Backer, Bartolt 520
Backer, Bartolt Egberts in de Hagen 580
Backer, Coert 171, 507
Backer, Coert 176 (in de Hagen)
Backer, Coert Jansz 120
Backer, Dirk 241, 510, 522
Backer, Dirk Lamberts 500, 501, 512
Backer, Dirk Selle 318
Backer, Egbert 520, 578, 690
Backer, Femme 536
Backer, Frederik 610
Backer, Geert 120
Backer, Geert 318 (gildemeester)
Backer, Geert 426 (te Damme), 427
Backer, Geert 493 (neef van Johan Backer)
Backer, Geert 756 (te Munster)
Backer, Geert 77 (belender), 78
Backer, Gise 51
Backer, Grete 550
Backer, Hendrik Alberts 512
Backer, Hendrik Alberts 808
Backer, Hendrik de 491
Backer, Hendrik van Oy 320
Backer, Herman 320 (van Oosterwolde)
Backer, Herman 501
Backer, Herman 514 (X Grete)
Backer, Herman 82 (borg)
Backer, Herman Siewerts 800
Backer, Herman Siwersz alias Van Wilsem 512
Backer, Herman Siwerts 491
Backer, Herman van Wilsem 527, 603
Backer, Herman van Oy 493
Backer, Herman Vette de 617
Backer, Herman Vette 541
Backer, Johan 44, 318, 494, 551, 789
Backer, Johan 493 (op de Vloeddijk), 499 (op de Vloeddijk)
Backer, Johan Alberts 617
Backer, Johan Arents de 580
Backer, Johan Cleine 610
Backer, Johan Cleine
Backer, Johan Hoenert 318
Backer, Johan Jansz 327, 500
Backer, Johan Snoyse 491
Backer, Johan van Utert de 320
Backer, Lambert 120, 171
Backer, Lambert Lamberts 96
Backer, lange Wolter de 318
Backer, Leffert 816, 817
Backer, Leffert Hermans de 582
Backer, Simon 613
Backer, Simon Simons 511 (bij O.L. Vr. kerk)
Backer, Simon Simons op de Vloeddijk 587
Backer, Thonis 496, 507, 525
Backer, Wenemer (en zijn knecht)
Backer, Wenemer 510, 699, 701, 789, 818
Backers, Biele 16
Backers, Femme 350
Baer, Lubbert 99 (uit Zwolle)
Baesdow, Dirk
Barbier, Dirk Boet 791
Barbier, Dirk ten Sijl 473
Barbier, Geert 33 (mr.)
Barbier, Gerbrant 49, 131, 201, 318, 490, 497
Barbier, Gerbrant Claasz 488, 496
Barbier, Gijsbert 531(mr.), 583, 675, 841
Barbier, Gijsbert de 249
Barbier, Gijsbert Heimans 836
Barbier, Gise 321 (barbierken)
Barbier, Gise 772
Barbier, Hendrik 496 (mr.)
Barbier, Hendrik 794
Barbier, Hendrik Hermans 873
Barbier, Jacob 346, 488
Barbier, Johan 562 (te Helsingor)
Barbier, Peter 519 (X Bije)
Barbier, Peter 531 (mr.)
Barbier, Peter de 424, 494
Barbier, Steven 496
Barbier, Thonis 526
Barbier, Thonis de 704
Barbier, Thonis de 879
Barnde, Johan 318
Barsemaker, Mathijs 284, 808
Barsenmaker, Mathijs Pouwels 572
Bartels, NN 329
Bartolts, Berent 185, 320
Bartolts, Femme 502 (dienstmaagd)
Bartolts, Geertruit 350
Bartolts, Hendrik 515
Bartolts, Johan 171, 318 , 469, 490, 497, 514, 580, 581, 617
Bartolts, Johan 234 (slotenmaker)
Bartolts, Johan 499 (smid), 603, 811
Bartolts, Johan 499 (zijn knecht)
Bartolts, Johan 507 (te Brunnepe)
Bartolts, Sweder 351, 502
Bast, Egbert 739 (burger)
Bast, Egbert 739, 789
Bast, Engbert 585, 637, 808, 815, 840
Bast, Lubbert 228, 421, 441, 510, 535, 617, 618, 634, 637, 795, 797, 878
Bast, Lubbert 545 (waard onder de Clocke)
Bast, Lubbert 574 (bij de Clocke)
Beck, Arent 30, 247
Beck, Kerstken 30
Becker, Arent 30
Becks, Grete 495
Becks, Wendele 326
Beeck, Johan van 790
Beeldenmaker, Claas 55
Beeldsnijder 171
Beeldsnijder, Roelof van Herderwijk 524
Beer, Johan de 115
Beerts, Willem 44
Beessen, Evert van 99
Beestken, Hendrik 51, 340
Beier, Herman 456
Beieren, Hein van 507
Beieren, Johan Berents van 777
Beieren, Johan van 778, 785
Beieren, Jutte van 30
Beke, Bette van der 92, 577
Bellen, Lambert met de 318, 617
Benens, Bruin 385
Benens, Jacob 521
Benens, Johan 248
Bening, Egbert 180
Bennick, Wolbert 115
Berck, Johan van 135 (uit Deventer)
Berents, Aalt 184
Berents, Albert 281
Berents, Alijt 790
Berents, Berent 412 (schepeling)
Berents, Berent 501 (drager), 806
Berents, Berent 63, 551, 774, 775, 835
Berents, Boele 63
Berents, Coop 281, 600
Berents, Geert 63, 383, 414, 574
Berents, Gerbrich 714, 790
Berents, Hendrik 26
Berents, Hendrik 805 (van Renen)
Berents, Jacob (knecht van Hessel Monnick)
Berents, Jacob 578, 816
Berents, Johan (z.v. Geert Tripmaker)
Berents, Johan 31, 520, 535, 631, 632
Berents, Johan 502 (schipper)
Berents, Lambert 45, 119, 137, 194, 228, 236, 294, 377, 525, 555
Berents, Lambert 488 (X Alijt van Genoechten)
Berents, Lutgart 798 (joffer)
Berents, Mathijs 572, 589, 795
Berents, Metken 379
Berents, Peter 244
Berents, Reiner 551
Berents, Stijne 382
Berents, Thijs 425
Berents, Wessel 501
Berents, Willem 113, 125, 193, 216, 266, 275, 321, 344, 773, 817, 620
Berents, Willem 272 (scheepsgezel)
Berents, Willem 816 (rijnschipper)
Berg, Hendrik van den 11, 12
Berge, Ave van den 732, 808
Berge, Hendrik van den 247, 317, 329, 346, 415, 497, 502, 505, 542, 828, 865
Berge, Johan van den 49, 545
Berge, Johan van den 699 (hoedenmaker)
Bergen, Reiner van 564, 691, 694
Bernsvelden, Geert van 115
Beseke, Hendrik 246 (schipper uit Mesonde)
Besen, Hendrik 790
Bessen, Arent van 30
Beste, Alijt de 583, 619, 745
Beste, Gese 601
Beste, Gosen de 115
Beste, Hendrik 820
Beste, Johan de 171, 237, 240, 317, 319, 498
Besten, Hendrik (weduwe van, in de Raven)
Betken, Claas 511 (priester)
Beyken, Willem 111 (priester)
Bien, NN 582 (X Grete)
Bierdrager, Berent 789
Bierdrager, Gotschalck de 29
Bierdrager, Hendrik 798 (X Lamme)
Bierdrager, Hendrik de 378, 763, 839
Biere, Geert 117
Bierwagen, Roelof 329, 501
Biesen, Hendrik met de 349, 511, 587, 784
Biesen, Johan met 587
Biesen, Johan met de 582 (vulre)
Bijen, Hendrik met de 302
Bijle, Karstken in de 51 (schipper)
Bisschop, Albert 490 (X Mette)
Bisschop, Albert 87, 178, 378, 523
Bisschop, Ariaan 268, 274
Bisschop, Peter 268
Blancken, Andries 497
Blanckers, Else 523
Blanckers, Gise 120 (X Else)
Blanckert, Else 102 (X Johan Sanders)
Blanckert, Else 494, 496
Blanckert, Gasse 378
Blanckert, Gise 18, 24, 31, 44, 67, 70, 86, 102, 103, 129, 134, 136, 143, 144
Blanckert, Gise 152, 154, 157, 170, 189, 195, 225, 228, 232, 237, 240, 222
Blanckert, Gise 275, 277, 313, 314, 316, 321, 322, 329, 330, 344, 351, 403, 406
Blanckert, Gise 408, 412, 415, 488, 489, 495, 499, 506, 522, 557, 564, 601, 606
Blanckert, Gise 609, 621, 691, 722, 765, 786, 876
Blanckert, Gise 176 (zwager van Frederik Rijnvisch)
Blanckert, Gise 147 (belender)
Blanckert, Gise 399 (borg voor de pacht van de waag)
Blanckert, Reiner 762
Blanckert, Reiner 356 (oom van Geert Plaggemeier)
Blauw, Johan 445, 582
Blauw, Johan de 824
Bleekster, Bate de 499
Bleekster, Bate Hermans 816
Bleke, Grete 77, 78
Blijfhiers, Geertken 326, 774
Block, Coop 276 (te Grafhorst)
Block, Hendrik 369
Bloeme/Blome, Dirk 257, 488, 790, 806, 808
Bloeme, Herman 257
Bloemken, 317
Bloeme/Blome, Johan 320, 796
Blome, Johan 796
Blomer, Boyken 31
Blomert, Eilert 201
Blomert, Johan 24 (uit Kuinre)
Boecop, Hendrik 650
Boel, Barber de 618 [bijzit]
Boelmans, Hendrik 508 (wagenman)
Boem, Gosen 433
Boen, Johan 71 (uit Edam)
Boene, Berent 58
Boeninck, Volker 370
Boeren, Alijt 67
Boestinck, Hendrik 511 (mr., priester)
Boet, Dirk 791 (barbier)
Boghen, Hans 709 (uit Danzig), 710
Bol, Albert 413, 802, 803, 805, 808, 815
Bol, Albert Claasz 512, 797, 816
Bol, Albert Claasz den 320, 507
Bolderman, Arent 488
Bolhoorn, Arent 791, 837
Bolhoorn, Arent 845 (schipper)
Bolhoorn, Claas 176, 514, 590
Bolhoorn, Claas 386 (schipper)
Bolhoorn, Cleis 837
Bolhoorn, Gese 837
Bolhoorn, Johan Claasz 319
Bolhoorn, Luitken 538, 547, 610, 857
Bolhoorn, Luitken 246 (schipper)
Bolhoorn, NN 24 (in de Hagen)
Bolhoorn, NN 489
Bolle, Albert Claasz 236
Bolle, Johan 243
Bolle, NN 636 (joffer)
Bolsward, Peter Jansz van 430
Bolsward, Reynken van 70, 71
Bolt, NN 182
Bolte, Willem 610
Bommel, Johan van 575
Bomtas, Herman 99, 228, 322, 784
Bonte Aexster, Belie de 781, 783
Bontwerker, Cornelis 396
Bontwerker, Dirk Hendriks 489, 494
Bontwerkster, Johanna Minnsten de 319
Boom, Berent 238
Boom, Johan 238 (vulre)
Boom, Johan 543 (uit Wilsem)
Boom, Johan 818
Boom, Luitken 500, 501, 537
Bootsman, Bette 497
Bootsman, Dirk Stevens 549
Bootsman, Hendrik Lamberts 742
Bootsman, NN
Borch, Johan ter 71
Borch, Johan van der 115
Borcharts, Dirk 286
Borcharts, Dirk 589 (in de Asschet)
Borckel, Johan Hermans van 515 (schoenmaker)
Borgoens, Andries 817
Borkel, Herman Geerts van 513 (smidsknecht)
Borre, Alijt 448
Borre, Bate 337
Borre, Claas 79
Borre, Herman 316, 369
Borre, Matte 491
Bose, Gerrit 757 (uit Elburg)
Bose, Johan Hilbrants 757
Bose, Mette 757
Bosman, Luitken
Bosman, Luitken 829
Bourgonder, Andries 786
Bouwens, Ewolt 485
Bouwmans, Trude 487, 744
Bouwmeester, Arent 174, 562, 580, 610, 642, 643 789, 796
Bouwmeister, Arent 176 (van Brunneper klooster)
Bouwmeister, Arent 336 (X Geertruit)
Boven de Poort, Coppyn 202
Boven de Poort, Daam 318
Boykens, Otto 459
Boymans, Jacob 29, 32, 37, 176, 228, 240
Boyst, Hendrik 621 (priester)
Boyster, Aalt 636
Boyster, Arent 578
Boyster, Claas 82
Boyster, Gerbrant 320, 362, 366, 474, 488, 489, 560, 577, 572, 800, 865
Boyster, Griete 460
Boyster, Hendrik 621 (priester)
Boyster, Herman
Boyster, Jacob 636, 779
Brabander, Hendrik
Brabander, Johan de 234
Brandenburch, Gese (moeder van Joost)
Brandenburch, Gese 853
Brandenburch, Hendrik 33, 54, 171
Brandenburch, Johan (broeder van Joost)
Brandenburch, Johan 33, 315, 340, 341, 496, 497, 500, 512, 496, 497, 588, 760, 789
Brandenburch, Johan 794, 849, 876
Brandenburch, Johan 853 (broeder van Joost)
Brandenburch, Joost 33, 171, 210, 228, 287, 289, 291, 296, 305, 329, 466, 489
Brandenburch, Joost 496, 497, 557, 600, 623, 772, 818
Brandenburch, Joost 853 (broeder van Johan)
Brant, Allart 858
Brant, Coert 646
Brant, Heiman 167 (secretaris)
Brant, Heiman 34, 772, 784
Brant, Heiman 515 (schipper), 558 (schipper)
Brant, Heiman 607 (mr.)
Brant, Johan 489
Brants, Aagte 422
Brants, Gese 372
Brants, Mette 422
Brave, Sweder 451
Brawels, Hendrik 779
Breen, Geert van 38
Breide, Sweder ten 877
Bremen, Grete van 401, 495, 496
Bremen, Hendrik van 527 (schipper)
Bremen, Hendrik van 35, 115, 251
Bremer, Kerstken de jonge 115
Briefdrager, Steven 171
Brinkman, Egbert 123
Brinkman, Gerbrant 2, 33, 170, 181
Broeck, Willem 549
Broeckhuis, Evert ten 178 (te Schuttorp, X Alijt)
Broecks, Niese 174
Broek, Niese 526
Broek, Willem 526, 625
Bronisz, Peter 357 (beëdigde vuller)
Brouwer, Berent 496
Brouwer, Dirk 120, 228, 238, 240, 319, 320, 322
Brouwer, Hendrik 490, 529
Brouwer, Herman Groete 589
Brouwer, Maas 148 (uit Hattem)
Brouwer, Peter van Leeuwarden 488
Brouwer, Wessel 321
Brouwers, Else 110
Brouwersknecht, Johan de 117
Brugmeester, NN Kerckhof 790
Brugmeester, Warner Jansz 510
Bruining, Herman 86
Bruins, Bije 326
Bruins, Bye 320 (haar dochter Geertken)
Bruins, Byeken 567 (in de Hagen)
Bruins, Geert 26, 324
Bruins, Gerberich 31
Bruins, Herman 208, 396, 535
Bruins, Herman 495 (pelser)
Bruins, Herman Johan 616
Bruins, Johan 82, 616, 700, 760, 817, 827, 831
Bruins, Johan Hermans 519
Bruins, Sweder 170
Brummen, Johan van 142
Brune, Alijt 592
Brune, Claas 580
Brune, Johan 240
Brune, Jutte 175, 237, 489, 496, 497, 499, 500, 507, 580, 790, 797, 798, 808, 824
Brunswijck, Hendrik Geerts van
Brusken, Dele 36
Buck, Hendrik 373, 488, 489, 557
Bucker, Geert 682
Buckesyn, Johan
Buckesyn, Johan 689
Buckhorst, Willem van 355 (ridder)
Budden, Berent 590
Buddinck, Berent 495
Buddinck, Berent 673 (X Alijt)
Budding, Berent 489 (X Alijt van Goy)
Budel, Bate 372
Budel, Geert 228, 359, 461, 462, 498, 505, 566, 574, 590, 787
Budel, Geert 578 (kistenmaker)
Budel, Wichman 372
Budel, Wobbeken 372 (joffer)
Budelmaker, Geert 462
Budels, Gese 505, 578, 588, 600, 618, 619, 620, 670, 741, 768, 771, 803, 811, 825
Bue, Lolleken 347 (in Friesland), 348
Buenren, Johan 205
Bueren, Peter 435
Buiskens, Lubber 297
Buren, Lubbert Willems van 496
Burger, Cleis, 808
Burick, Wilhelmus 165 (pater te Utrecht)
Burst, Evert 99
Busch, Agatha
Busch, Agatha 590
Busch, Bartolt 711
Busch, Cornelis van den 787, 802
Busch, Cornelis van den 583 (wever)
Busch, Cornelis van den 811 (X Mette Buse)
Busch, Herman 817
Busch, Jacob 149, 150, 233, 278, 330, 358, 365, 431, 490, 500, 505, 509
Busch, Jacob 532, 534, 538, 539, 582, 584, 622, 684, 792, 794, 796
Busch, Jacob 364 (pelgrim)
Busch, Jacob 438 (X Wendele)
Busch, Jacob 474 (naar Jeruzalem)
Busch, Jacob van den 825
Busch, Johan 778
Busch, vrouwtje uit den 219
Busch, Wolter van 244 (schoeder)
Buse, Grete 820
Buse, Mette 520, 800, 802
Buse, Mette 811 (X Cornelis van den Busch)
Busmeister, Gosen de 241, 317 (mr.)
Bussche, Arent ten 125
Bussenmeester, Jacob de 584
But, Hendrik 775
Buter, Dirk 787
Buter, Hendrik 505 (wagenman)
Buter, Hendrik 797
Buter, Roelof 792
Buurmeister, Laurens 100
Buurmeister, Laurens, 57 (uit Parnou)
Bye, Timan 287
Cablauw, NN 604 (uit Deventer)
Cabusecool, NN 493 (op de Sint-Nicolaasdijk)
Calcker, Peter van 763
Camerling, Jacob 849
Camp, Else 676
Campen, Gosen van 414, 857, 879
Campen, Gosen van 736 (schipper)
Campen, Johan van 63, 349
Campen, Rijksken van 746
Campen, Rixken van 822
Camps, Else
Caters, Sanne 567
Chaam, Johan 796
Claas, Gerloch 791, 853
Claasdr, Katharina 99
Claasdr, Mette 842
Claasdr. Agatha 38
Claasdr. Eefse 830
Claasz, Albert 26 (X Katharina)
Claasz, Albert 41 (X Grete)
Claasz, Albert 57, 72, 100, 104, 183, 223, 359, 413, 449, 475, 504, 627, 630, 685
Claasz, Albert 712, 791, 796, 802, 830, 849
Claasz, Albert 742 (schipper), 747, 256
Claasz, Andries 412 (schipper)
Claasz, Andries 773 (bij O.L.Vr. kerk)
Claasz, Arent 25, 590, 840
Claasz, Berent 337
Claasz, Claas 186 (te Mastenbroek)
Claasz, Claas 479
Claasz, Claas 669 (broeder van Peter)
Claasz, Cornelis 523
Claasz, Dirk 361
Claasz, Frank 743, 761
Claasz, Franke 269
Claasz, Geerlof 175 (g.g.)
Claasz, Geert 33, 75, 107, 228, 321, 412, 466, 505
Claasz, Geert 500 (potschuiver uit Hasselt)
Claasz, Geert 553 (schipper, broeder van Gerloch)
Claasz, Geert 556 (schipper), 557
Claasz, Gerbert 815
Claasz, Gerbrant 49, 493
Claasz, Gerbrant 238 (bootsman)
Claasz, Gerbrant 676 (X Hille)
Claasz, Gerbrant 99 barbier 99, 201, 488, 496
Claasz, Gerbrich 815
Claasz, Gerloch 315, 329, 523, 600, 622, 760, 789, 811, 817
Claasz, Gerloch 553 (broeder van Geert)
Claasz, Gerloch 589 (in Mastenbroek)
Claasz, Gerlof 180 (kerkmeester)
Claasz, Gerlof 234 (borg)
Claasz, Gijsbert 417, 447
Claasz, Hendrik 136 (neef van Wolter Visken)
Claasz, Hendrik 14 (schipper)
Claasz, Hendrik 34, 130, 170, 380, 488, 493, 500, 512, 524, 578, 582
Claasz, Hendrik 620, 621, 630, 746, 772, 775, 776, 777, 787, 792, 824
Claasz, Hendrik 649 (waard in de Franckrijck)
Claasz, Hendrik 584 (in de Franckrijck), 801 (in de Franckrijck)
Claasz, Hendrik 876 (knecht in de Franckrijck), 878
Claasz, Herman 491 (broeder van Willem)
Claasz, Hugo, 99, 171 (in de Hagen), 359, 586, 634
Claasz, Jacob 22, 68, 69, 210, 306, 327, 451, 535, 692, 777
Claasz, Jacob 299 (schipper), 576 (schipper)
Claasz, Jacob 497 (op het Nijelant)
Claasz, Jacob op het Eiland 325, 500, 512, 524, 584, 802
Claasz, Jacob 562 (uit Amsterdam)
Claasz, Johan (teemsmaker uit Lotharingen)
Claasz, Johan (touwslager)
Claasz, Johan 14 (uit Kuinre)
Claasz, Johan, 176, 484 (tripmaker)
Claasz, Johan 298, 369 (gortemaker)
Claasz, Johan 423, 588, 772, 774, 800
Claasz, Johan 675 (teemsmaker)
Claasz, Johan 71 (uit Emmeloord)
Claasz, Johan 800 (touwslager)
Claasz, Kerstken 447
Claasz, Nanning 10, 60
Claasz, Pauwel 88 (goudsmid)
Claasz, Peter 338, 645, 830
Claasz, Peter 210, 409 (in Dronthen)
Claasz, Peter 507 (z.v. Alijt Roggen)
Claasz, Peter 669 (broeder van Claas)
Claasz, Roelof 125, 373, 488, 785
Claasz, Roelof 315 (de wachter)
Claasz, Thijs 151, 359
Claasz, Timan 120
Claasz, Timan 322 (X Gostuwe)
Claasz, Wicher 463 (uit Meppel)
Claasz, Willem 139
Claasz, Willem 491 (broeder van Herman)
Claasz, Willem 529 (rijnschipper)
Claasz, Willem 702 (glazenmaker)
Claasz, Wolter 41
Claasz, Wolter 830 (X Lijsbeth Arents)
Claesz, Herman 99 (broeder van Gerbrant)
Cleine, Johan 581, 699, 701
Cleine, Johan 610 (bakker)
Cleisz, Johan 278 (onderschout van Zwolle)
Cleve, Hendrik van 241
Cleve, Johan 369 (drager)
Cleve, Peter van 565, 617
Cleve, Rode Heine van 238
Cley, Jacob 655
Clinckenberch, zie ook Klinckenberch
Clinckenberch, Gosen 613, 600
Clinckenberch, Gosen 624 (raadslid)
Clinckenberch, Hugo 584, 775, 777, 789, 815, 818, 824, 878
Clinge, Jacob 141 (schepen)
Clinge, Jacob 207, 225, 239, 318, 491, 563, 794
Clinge, Jacob 491 (maatschap)
Clinge, Jacob 576 (raadslid, met familie)
Clockgieter, Geert 612 (mr., X Hase)
Cloeck, Dirk 835
Cloeteler, Rotger 507
Cloeting, Johan 138
Cloeting, Johan 228 (drager)
Clooster, Johan van den 19
Cloteler, Johan Wijse 672
Cloteler, Rotger 510, 512, 519, 520, 534, 545, 774, 875
Clotinck, Johan 507 (drager)
Clotinck, Johan 72
Clumpenmaker, zie Klompenmaker
Cock, Alijt 740, 816
Cock, Grete 382, 524
Cock, Hans 63
Cock, Hendrik 707, 783
Cock, Hille 617
Cock, Jacob 346 (op de Zwartendijk)
Cock, Jacob 510, 518, 546, 550, 588, 808
Cock, Jacob 512 (Boven de Poort)
Cock, Johan 366 (zijn knecht is Sweder)
Cock, Johan 372 (timmerman)
Cock, Johan 44, 63, 321, 329, 339, 387, 507, 603, 617, 618, 620
Cock, Johan 494, 509, (stadsdienaar), 867 (stadsdienaar)
Cock, Johan Andriesz 488
Cock, NN 322
Cock, Peter 514
Cockenstuer, NN 581
Coenraats, Claas 741, 817
Coenraats, Johan 183, 320
Coenraats, Niese 326
Coenraats, Tideken 517
Coenraats, Willem 320 (zijn knecht Jacob)
Coenraats, Willem 622
Coenraats, Wolter 517
Coerts, Herman 69
Coerts, Willem 474, 539
Coesfelt, Johan van 253, 534
Coesfelt, Johan van 38, 120 (priester), 512 (priester)
Coesvelt, Alijt van 521
Coesvelt, Geert van 521
Coevorden, Drost van 502 (zijn deerne)
Colck, Dirk 499
Colcke, Johan ten 96 (te Zwolle)
Collen, Herman van 35, 47, 119, 137, 141, 149, 194, 321, 539, 588, 630
Collen, Kerstken van 135
Comans, Hendrik 500
Comans, Hendrik 501 (smid)
Concubine, Gertken Goykemsdr 240
Conden, Jasper van 71
Conerdens, Niese 698
Coolgraaf, Hendrik de 31
Coolgraaf, NN de 626
Coops, Cracht 281
Coops, Cracht 499 (wagenman)
Coops, Hendrik Jan 778
Coops, Jacob 132, 169, 512, 614
Coops, Johan 36, 122, 259, 261, 613, 817, 818
Coops, Johan 126 (belender)
Coops, Johan 175 (g.g.)
Coops, Johan 372 (X Suete)
Coops, Johan 554 (van de Raad), 760 (raadslid)
Coppens, Geert 330, 448
Coppens, Geert 538 (tichelaar)
Coppers, Johan 24
Cornelisz, Johan 54, 137, 194
Cornelisz, Johan 377 (priester)
Cornelisz, Johan 84 (X Bije)
Cornelisz, Louwe 505
Coster, Arent 524, 790
Coster, Jacob 772
Cotke, Alijt 815
Cralen, Evert van (priester) 9
Crane, Johan 507 (mulre)
Crasse, Aalt 289, 305
Crauwel, Hendrik 792
Croene, Johan 515
Croetnagel, NN [Kruitnagel] 399
Crompel, NN 778
Cropken, Jacob 322
Cubben, Johan 674 (van Reval)
Daams, Albert 318, 322
Daams, Jacob 491, 499
Daams, Johan 20 (X Geertruit)
Daams, Johan 5, 99, 113, 129, 171, 237, 305, 307, 317, 430, 477
Daams, Johan 580, 582, 610, 618, 621, 647, 723, 729, 882
Dale, Geert ten 359, 477, 507, 512, 529, 811, 816, 860
Dalfsen, Alijt van 613, 619, 745
Dalfsen, Barbara van 619
Dalfsen, Grete Hendriks van 260
Dalfsen, Johan van 359, 618
Dam, Arent Gosens van 310, 312
Dam, Geesje 866 (zuster)
Dam, Gosen van 37, 38, 238, 247, 310, 312, 866
Dam, Hertich 866
Dashorst, Timan van 540, 600, 637, 672, 816
Dashorst, Timan van 788 (mr.)
Dasse, Dirk 442, 446
Decker, Berent 543, 573, 574, 581, 815
Decker, Berent Jansz 608
Decker, Egbert 579
Decker, Hendrik 358
Del, Peter 839
Delden, Johan van 319, 399, 465, 538, 775, 786, 838, 857
Delden, Johan van 330, 366 (tichelaar)
Delden, NN van 808
Delden, Roelof Jansz van 538
Delden, Sweder van 321, 583, 789
Delen, Claas van 585, 590, 650, 790
Delft, Johan van 490
Deventer, Alijt van 623, 772
Deventer, Hendrik Jansz van 234
Diepen, Balier van 89
Diepenbroek, Frederik van 367 (huwelijksman)
Diepenbroek, Frederik van 7, 88, 340, 497, 368
Diepenbroek, Frederik van 126 (momber, X Ave)
Diers, Peter 176 (burgemeester van Amersfoort)
Diest, Johan van 526 (kussenwerker)
Dietmers, Hans 329
Dijcke, Hendrik ten 518 (uit Munster)
Dijk, Alijt 422
Dijk, Arent 149, 241, 474, 490, 498, 505, 539, 603, 716
Dijk, Evert 86
Dijk, Geert 240, 269, 320
Dijk, Geert Jansz 316
Dijk, Grete 725
Dijk, Hendrik 317, 474
Dijk, Steven Alberts van
Dirks, Albert 55
Dirks, Alijt 326
Dirks, Allart 580 (op de Belt)
Dirks, Claas 235 (aan de Sint-Nicolaasdijk)
Dirks, Claas 85, 235, 342, 470, 562, 698
Dirks, Coen 154, 171, 317, 620, 814
Dirks, Coert 503, 818
Dirks, Coert 531 (smid)
Dirks, Dirk 381
Dirks, Engbert 852
Dirks, Evert 534, 535, 722
Dirks, Geert 589 (te Genemuiden)
Dirks, Geert 63, 489, 490, 775, 879
Dirks, Gele 613
Dirks, Gijsbert 563, 594, 646
Dirks, Gosen 175 (g.g.)
Dirks, Gosen 597 (kerkmeester)
Dirks, Gosen 717, 805
Dirks, Hendrik 133 (alias lange Hendrik)
Dirks, Hendrik 315 (zoon van moer Alijt)
Dirks, Hendrik 320 (schepen van Kuinre)
Dirks, Hendrik 440, 494
Dirks, Hendrik 488 (zijn moeder Alijt)
Dirks, Herbert 493
Dirks, Herman 328 (van het Eiland)
Dirks, Herman 61, 202, 241, 409, 489, 490, 561
Dirks, Jacob 512
Dirks, Johan 293 (de jonge)
Dirks, Johan 383 (uit Staveren)
Dirks, Johan 503 (te Brunnepe)
Dirks, Johan 52, 76, 116, 143, 251, 302, 361, 458
Dirks, Johan 646 (schipper)
Dirks, Kerstken 489 (touwslager)
Dirks, Koen 296
Dirks, Melis 798 (monnik te Sibculo)
Dirks, Melis 869
Dirks, Peter 170 (uit Brunnepe)
Dirks, Peter 210
Dirks, Rikolt 728, 730
Dirks, Schilman 186 (koster te Mastenbroek)
Dirks, Sibolt 826
Dirks, Sweder 346 (de schrijver)
Dirks, Sweder 587, 653, 796
Dirks, Sweder 238 (rijnschipper), 616, 617 (rijnschipper)
Dirks, Sweer 170, 349, 363
Dirks, Ude 132 (X Willem Hugens)
Dirks, Willem 105, 176, (harnasmaker), 802 (harnasmaker)
Dirks, Willem 357 (beëdigde vuller)
Dirks, Willem 488 (vulre, broeder van Willem)
Dirks, Willem 508, (vuller), 804
Dirks, Willem 587 (vulre, op de Vloeddijk)
Dirks, Willem 652, 804
Dodens, Agge 858
Dodens, Evert 721
Dodens, Evert 858
Doesburch, Hendrik van 236
Dollebotter, Hendrik 586
Doodgraver, Willem de 751
Doorgscheerster, Lubbe 247
Doornspijk, Jacob Hendriks van 510
Doornspijk, Jacob van 532
Dorbers, Mette 242
Dorn, Johan 185
Dorre, Albert 238, 560
Dorre, Albert 316 (uit Elburg)
Dorre, Herman 491
Dorre, Johan Gisens 581
Dorsten, Berent van 317
Dorsten, Berentken van 494 (kleine)
Dorsten, Johan van 648, 804
Dorsten, Johan van 804
Dorsten, Johan van 53 (uit Deventer)
Dort, Willem van 118, 201 (X Jacoba)
Dort, Willem van 10, 14, 143, 319
Dorth, Wolter van 581
Douwens, Ewe 70 (uit Sneek)
Draaihoeft, Jacob 321
Drager, Albert Jansz 618
Drager, Arent de 334
Drager, Berent Berents 501, 806
Drager, Berent de 585, 601
Drager, Berent Jansz 240
Drager, Goyken 127
Drager, Gumpert de 82, 228, 497, 578, 585, 580, 601, 613, 788, 802, 818, 825
Drager, Gumpert Stevens 609
Drager, Hein 72
Drager, Hendrik 32
Drager, Hendrik van Zutphen 491, 790
Drager, Hilbrant 806
Drager, Jan Clotinck de 507
Drager, Johan Stevens de 618
Drager, Johan Suere de 587
Drager, Johan van Cleve 369
Drager, Peter 793
Drager, Rumpert 241
Drager, Willem 796
Drager, Wolter 498, 565, 581, 805, 815
Dranch, Jacob 321
Dranehoeft, Jacob 440
Dranehoofd, Jacob 531 (bij de Clocke)
Dremmeler, Claas 495
Dremmeler, Claas Andriesz 500, 512, 762
Drie, Albert van 728, 730
Drie, Timan van 577
Drie Torens, Luitken in de 600, 793
Driel, Johan van 520, 529
Drijver, Arent 621
Driver, Arent de 191 (in Friesland)
Dronthen, Jacob van 460 (in Friesland)
Droogscheerder, Hendrik 239 (roedendrager)
Droogscheerder, Hendrik 35, 59, 82, 98
Droogscheerder, Hendrik Winter 319
Droogscheerder, Johan Hendriks 353 (broeder van Johan Hendriks de goudsmid), 454
Droogscheerder, Lambert 490
Droogscheerder, Robbert 439
Droogscheerder, Robert Jansz 789
Dubbelts, Geert 778
Dubbelts, Hendrik 237 (broer van Jacob)
Dubbelts, Hendrik 524 (broeder van Jacob)
Dubbelts, Hendrik 585 (rijnschipper)
Dubbelts, Hendrik 71, 76, 103, 129, 171, 199, 241, 269, 276, 328, 434, 436, 494
Dubbelts, Hendrik 585, 586, 592, 603, 617, 621, 653, 713, 787, 806, 825
Dubbelts, Jacob 432, 507, 613, 663, 784, 805
Dubbelts, Jacob 524 (broeder van Hendrik)
Dubbelts, Jacob 237 (broer van Hendrik)
Dubbelts, Johan 124, 129, 251, 314, 393, 488, 539
Dubbelts, Johan 268, 274 (schipper)
Dubbelts, Johan 501 (dochter Lijsken)
Dubbelts, Johan 66 (X Gese Mathijsdr.)
Dudersteren, Kerstken van 115
Duffelmaker, Luitken Tripmaker de 574
Duisterbeeck, Werner 719
Duivelskoster, de 491, 499
Duivelskoster, Jacob Willems 238, 349
Duivelskoster, NN de 575
Dulck, Johan Peters van 205
Dulck, Peter Jansz, van 788
Dullen, Hendrik ten 115
Dulman, Else van 617, 734
Dulman, Grete van 613
Duren, Nanning 830, 831 (van de stad)
Duren, Nanning van 34, 94, 217, 220, 527
Duren, Nanning van 93 (handel)
Duren, Nanning van (X Trude), 50, 51, 52, 56
Eckelboom, Johan ten 349 (rijnschipper)
Edam, Johan Gerrits van 434 (schipper), 436
Edam, Meinart van 656
Edam, Simon van 14 (schipper)
Eden, Johan van 879
Eden, Willem van 120, 520, 628
Eden, Willem van 251, 527 (schipper)
Eeck, Dirk van 295 (uit Wesel)
Eelde, Wicher van 15
Egberts, Albert 754, 816
Egberts, Alijt 319 (zuster van Zwane)
Egberts, Alijt 60
Egberts, Arent 228, 575
Egberts, Arent 240, 241 (X Johanna)
Egberts, Arent 496 (in de Lappe)
Egberts, Bartolt 569, 643, 772
Egberts, Bartolt, 580 (bakker in de Hagen)
Egberts, Bartolt 72 (X Lijsbeth)
Egberts, Berent 181, 391
Egberts, Coert 322
Egberts, Geert 67, 306
Egberts, Geert 728 (uit Kamperveen), 730
Egberts, Heiman 317 (rijnschipper)
Egberts, Herman 20
Egberts, Hilbrant 805
Egberts, Johan 759, 851
Egberts, Melis 88, 360
Egberts, Timan 171
Egberts, Willem 318, 583
Egberts, Zwane 319, 322 (maagd in de Drie Toornen)
Eibergen, Johan van 87, 111, 171, 437, 488, 498
Eket, Hendrik van 240
Elarts, Wolter 755 (van Haarlem)
Elbers, Marten (uit Utrecht)
Elbers, Marten 827 (Utrecht)
Elleren, Johan van 347, 348
Elsen, Mette van 561
Elsen, Wijnand van 7
Elsen, Wijnand van 34 (notaris)
Elsen, Wijnken 497 (voorspraak)
Elsen, Wijnken van 238, 318, 346, 363, 512, 633, 800
Elst, Femme van 742 (X Jacob)
Elven, Peter van 481
Elvingen, Peter van 257, 520, 582, 647
Endoven, Hendrik 685 (schout van Kampen)
Endoven, Hendrik van 170, 579
Endoven, Marten van 3
Endoven, Roderik van 228, 544, 685
Endoven, Roderik van 175 (g.g.)
Endoven, Roderik van 491 (X Foyse)
Endoven, Roderik van 3 (X Alijt)
Engberts, Arent 688 (in het Manneke)
Engberts, Dirk 767
Engberts, Heiman 364
Engberts, Hille 536
Engberts, Johan 683, 764, 766
Engberts, Willem 490, 628, 777, 798
Engelberts, Hendrik 272 (scheepsgezel)
Engelsman, Hendrik Smit 501
Enkhuizen, Hugo van 660
Ense, Alijt van 231 (X Berent Puist)
Ense, Arent Jacobs van 318
Ense, Claas van 63
Ense, Dirk van 489, 494
Ense, Evert van 538
Ense, Femme 791
Ense, Geert van, schipper 289, 290, 291, 305, 335
Ense, Gese van 1, 544, 796
Ense, Gese van 810 (moeder van Johan van Ense)
Ense, Gise van 567
Ense, Johan van 168, 238, 381, 321, 320, 489, 497, 498, 502, 506
Ense, Johan van 526, 559, 578, 589, 600, 617, 622, 777, 787, 789, 793, 796
Ense, Johan 800, 801, 802, 810, 817, 827, 881
Ense, Johan van 171 (zwager van Trude Kremers)
Ense, Johan 842 (zijn dochter)
Ense, Johan 868 (zwager van Johan Wolters)
Ense, Johan van 211 (boterrente)
Ense, Johan van 175 (g.g.)
Ense, Johan van 782 (fam., X NN Geerts ), 783
Ense, Johan van 792 (de lange)
Ense, Johan Willems van 500, 581
Ense, Peter van 318
Ense, Roelof van 73, 327
Epe, Griete van 184
Ernsts, Peter 193
Eschede, Geert van 414
Esmagrove, Gerreken 347 (in Friesland), 348
Essen, Gese van 498 (in de Hagen)
Essen, Goert van 638
Essen, Grete van 326, 328
Essen, Hendrik van 560
Essen, Wijnand van 34 (notaris)
Essinck, Geert 502, 513, 514
Estvelt, Evert van 667 (uit Danzig)
Etken, Heine 787
Eversberch, Geert 26, 120
Eversberch, NN 489
Everts, Albert 11, 12, 33, 90, 128, 259, 523, 787
Everts, Albert 136 (rentmeester)
Everts, Albert 238 (te Brunnepe)
Everts, Albert 299 (van Urck)
Everts, Albert 520 (zijn dochter)
Everts, Albert 796 (grote), 798
Everts, Andries 127
Everts, Arent 177 (uit Bemen in Gelderland)
Everts, Claas 86 (te Ens)
Everts, Dirk 86, 531
Everts, Dirk 86
Everts, Douwe 857 (schipper)
Everts, Evert 317
Everts, Evert 617 (uit Oosterholt)
Everts, Geert 618
Everts, Geert 620 (schoenmaker)
Everts, Geertje 293
Everts, Gese 480
Everts, Gise 183, 581
Everts, Gosen 170 (uit Brunnepe)
Everts, Grete 608, 610
Everts, Hendrik 177 (harnasmaker, X Biele)
Everts, Hendrik 228, 241 (stratenmaker)
Everts, Hendrik 452, 632
Everts, Herman 493, 495, 502, 846
Everts, Imme 10
Everts, Jarch 551
Everts, Johan 22, 26, 291, 305, 563, 614
Everts, Johan 697 (de jongste), 794, 818, 862
Everts, Johan 789 (de jonge)
Everts, Johan 794
Everts, Johan 852 (X Geertruit Jacobs)
Everts, Kerstken 817
Everts, Lambert 146 (schipper)
Everts, Maas 24
Everts, Mathijs 359 (slachter)
Everts, Peter 660 (van Enkhuizen)
Everts, Peter 86 (X Bile)
Everts, Rikolt 789
Everts, Stijne 842
Everts, Willem 695, 697
Everts, Willem 86 (te Ens)
Eybergen, Johan van 514m 582, 672, 772
Fabri, Oortwijn 810 (priester)
Falcke, Geert 120
Fedde, Johan 176, 237, 238
Feigers/Fygers, Johan 835 (mulre, X Rixe)
Fendt, Andriers 732
Fenne, Hendrik 616
Fijnman, Hendrik 287
Floris, Lijsbet 387
Floris, Stijne 460
Florisz, Arent 59, 238, 278, 433
Florisz, Arent 196 (de Lukener), 200, 219
Florisz, Arent 200 (uit Huissen)
Florisz, Arent 343 (broeder van Hendrik)
Florisz, Hendrik 342
Florisz, Hendrik 343 (broeder van Arent0
Florisz, Johan 150, 216, 219, 228, 375, 392, 437, 489, 493, 610, 620, 658, 671, 672
Florisz, Johan 581 (timmerman)
Florisz, Pauwel 510
Florisz, Roelof 82 (te Brunnepe)
Florisz, Tielman 210, 238, 321, 400, 402, 458, 582, 600, 622, 642, 643
Florisz, Timan 336
Floyers, Mette 507
Foerken, Cunere 536
Folkers, Berent 791
Foreest, Coert 790
Foreest, Hendrik 802
Former, Claas de 584
Franckrijck, Hendrik Claas in de
Franckrijck, Hendrik in de (z.v. Claas Gosens)
Franckrijck, Hendrik in de 599, 604, 775, 787
Frankens, Hendrik 123
Frankens, Tielman 242
Frederiks, Arent 318
Frederiks, Claas 432
Frederiks, Geert 5
Frederiks, Geert 777
Frederiks, Hendrik 241
Frederiks, Johan 465
Frederiks, Kerstken 762
Frederiks, Lubbert 26, 182, 481, 482, 497, 789
Frederiks, Luitken 241
Frederiks, Matheus 711
Freest, Coert
Freest, Hendrik 316, 323, 397, 407, 458
Fuls, Herman 512
Fuls, Willem 126 (X Foyse)
Fygers, zie Figers
Gasperen, Dirk van 579 (kannenmaker)
Gasperen, Dirk van 523 (kannengieter)
Gaspers, Elsabe 10
Geerlofs, Lutke 149 (uit Leewarden)
Geert, NN 800 (grote Geert)
Geerts, Alijt 574, 592
Geerts, Arent 401, 438, 510
Geerts, Arent 510 (bij Arent van Veessen)
Geerts, Arent 578 (op het Hoelken)
Geerts, Berent 418
Geerts, Berent 473 (korfmaker)
Geerts, Borchart 597 (kerkmeester)
Geerts, Claas 55, 151
Geerts, Dirk 804
Geerts, Dubbelt 533 (provenier)
Geerts, Egbert 789 (kremer)
Geerts, Evert 278, 361, 534, 646
Geerts, Geertken 255 (X Maas)
Geerts, Gerborch 499
Geerts, Gijsbert 237
Geerts, Gosen 183
Geerts, Hendrik 585, 604
Geerts, Hendrik 599 (uit Brunswijk)
Geerts, Hendrik 806 (hinkende, schroeder)
Geerts, Herman 782 (zwager van Johan van Ense)
Geerts, Herman 238 (rijnschipper)
Geerts, Herman 260 (smid in de Nieuwstraat)
Geerts, Herman 382 (X Golde)
Geerts, Herman 496 (van Hasselt)
Geerts, Herman 519 (broeder van Willem)
Geerts, Herman 567 (smid)
Geerts, Herman 63, 128, 138, 176, 373, 399, 405, 442, 446, 526
Geerts, Herman 707, 789, 857
Geerts, Herman 782 (fam.)
Geerts, Jacob 217 (X Ave Sijbrants)
Geerts, Jacob 95, 97, 668
Geerts, Johan 26, 229, 359, 368, 389, 410, 482, 487
Geerts, Johan 536, 563, 592, 610, 622, 628, 776, 881
Geerts, Johan 161 (belending)
Geerts, Johan 204 (broeder van Willem)
Geerts, Johan 242 (Geert Guedens)
Geerts, Johan 267 (Geert Guedenszoon)
Geerts, Johan 322 (vleeshouwer)
Geerts, Johan 36 (X Biele)
Geerts, Johan 361 (schipper), 524, 527
Geerts, Johan 369 (vleeshouwer)
Geerts, Johan 377 (opreder)
Geerts, Johan 61 (metselaar, X Hille)
Geerts, Johan 782 (fam.), 783
Geerts, Johan 800 (X Katharina)
Geerts, Johan 818 (wever)
Geerts, Johan 850 (X Grete Leffers)
Geerts, Joost 563 (schoenmaker)
Geerts, Lambert 227 (uit Utrecht)
Geerts, Lambert 620 (in het Rae)
Geerts, Leffert 40, 75, 121, 176, 512, 588, 656, 708, 750, 851, 853
Geerts, Leffert 156 (X Lijsbeth)
Geerts, Leffert 169 (X Hille)
Geerts, Lubbe 314
Geerts, Lubbert 510 (wijnheer)
Geerts, Lubbert 809
Geerts, Lutgert 321
Geerts, Maas 304
Geerts, Maas 498 (X Geertken, tapster bij O.L.Vr. kerk)
Geerts, Peter 238 (kremer)
Geerts, Peter 238 (broeder van Willem)
Geerts, Peter 275, 344, 448, 552, 617, 622, 711, 772, 835, 840, 843, 881
Geerts, Peter 321 (glasenmakers zoon)
Geerts, Peter 497 (vleeshouwer)
Geerts, Peter 527 (schipper)
Geerts, Peter 579 (wijnheer)
Geerts, Peter 585 (rijnschipper)
Geerts, Peter 782 (fam.), 783
Geerts, Reinder 162, 298, 369
Geerts, Rijkelant 491 (d.v. Geert Arents te Brunnepe)
Geerts, Sijbrant 441
Geerts, Wicher 592
Geerts, Willem 100, 438, 600, 630, 752
Geerts, Willem 204 (broeder van Johan)
Geerts, Willem 238 (broeder van Peter)
Geerts, Willem 519 (schipper, broeder van Herman)
Geerts, Willem 527 (schipper)
Geerts, Willem 782 (fam.)
Geerts, Willem 79 (schipper)
Geertsd, Leffert 797
Geertsd, Peter 781
Gelderland, Hendrik uit 599
Gelpers, Bette 569
Gelpers, Hille 386
Gelre, Johan van 29, 242, 301, 317, 380, 393, 488, 489, 528, 525, 526
Gelre, Johan van 560, 563, 572, 577, 578, 710, 818, 848
Gelre, Johan van 583 (schroeder)
Gelre, Johan van 77 (X Aafken), 78
Gelre, NN van 781
Gemen, Albert van 740
Genderen, Willem van 400
Genne, Albert van 785
Genne, Hendrik van 129, 171, 254
Gennep, Peter van 87 (met de honden)
Gennep, Willem van 317 (vuller)
Gennop, Geert 613 (uit Zwolle)
Genoechten, Alijt 488 (X Lambert Berents)
Genoechten, Lambert van 489
Gent, Eefse van 240
Gerbrants, Alijt 525, 536
Gerbrants, Johan 616, 617, 791, 792
Gerbrants, Kerstken 207
Gerbrants, Peter 827 (van Amsterdam)
Gerbrants, Volker 428 (stuurman)
Gerlochs, Ernst 701
Gerlochs, Gerloch, 493, 500 (wever)
Gerlochs, Gerloch 668
Gerlochs, Gese 860
Gerlochs, Johan 431 (metselaar)
Gerrits, Aalt 499 (X Alijt)
Gerrits, Arent 447 (van Hasselt)
Gerrits, Arent 561
Gerrits, Berent 574
Gerrits, Coert(uit Amsterdam)
Gerrits, Dirk 362
Gerrits, Egbert 227 (uit Elburg)
Gerrits, Gerrit (van Utrecht)
Gerrits, Gerrit 786 (schipper)
Gerrits, Gijsbert 277
Gerrits, Gijsbert 490 (van Hoorn)
Gerrits, Grimbert 793
Gerrits, Hendrik 195 (uit Haarlem)
Gerrits, Hendrik 99, 181, 411
Gerrits, Hilbrant 521 (timmerman)
Gerrits, Jacob 852 (wever, X Katharina Jansdr)
Gerrits, Jacob 197 (te Wapenveld)
Gerrits, Jacob 516, 635
Gerrits, Jacob 565 (wever)
Gerrits, Jacob 852 (wever, X Katharina Jans)
Gerrits, Johan 434 (van Edam, schipper), 436
Gerrits, Johan 69
Gerrits, Lambert 574
Gerrits, Lubbert 321, 817
Gerrits, Meinert 387 (timmerman)
Gerrits, Peter 369, 871
Gerrits, Peter 51 (schipper)
Gerrits, Peter 827 (wijnaccijns)
Gerrits, Sijbrant 387
Gerrits, Timan 561, 637
Gertkers, Peter 620 (metselaar)
Geubwel, Claes 608
Geye, Coert 375
Geye, Evert 528
Geye, Herman 36, 170, 174, 240, 375, 489, 497, 514, 618, 768
Geye, Herman 33, (X Geertruit), 621 (X Geertruit)
Geye, Johan 215, 365, 373, 392, 412, 488, 491, 494
Geye, Johan 559, 581, 616, 671, 672, 721, 784, 858
Geye, Johan 27 (mr.)
Geye, Johan 314 (broeder van Wicher)
Geye, Mechtelt 452 (te IJsselmuiden)
Geye, Roderik 236, 353, 370, 454, 491, 542, 608, 610, 703, 831, 840
Geye, Timan 46
Geye, Wicher 314 (broeder van Johan)
Geye, Wicher 473, 581, 721, 784, 790, 822
Gierlogen, Johan 801
Giessen, Dirk van 347 (schippersknecht), 348
Giethoorn, Herman van 247 (priester)
Gijsberts, Andries 409
Gijsberts, Andries 614 (voerman)
Gijsberts, Cornelis 118
Gijsberts, Dirk 608
Gijsberts, Eefse 326
Gijsberts, Gijberts 541
Gijsberts, Gijsbert 583 (wolwever)
Gijsberts, Hille 816
Gijsberts, Jacob 475
Gijsberts, Jacob 790 (Boven de Poort)
Gijsberts, Johan 322, 608
Gijsberts, Lambert 53, 672
Gijsberts, Mathijs 392
Gijsberts, Thonis 694
Gijsberts, Timan 170, 171, 269, 350, 815, 877
Gijsberts, Vrouwken 842
Gijsberts, Willem 227 (uit Harderwijk)
Gijsberts, Willem 586, 589, 656, 662
Gijsberts, Wolter 583
Gijsen, Johan 489 (broeder van Timan Knapschinckel)
Gijsen, Johan 529
Gijsens, Andries 503
Gijsens, Johan 385, 470, 549, 732
Gisberts, Jacob 444
Gisen, Johan 579 (in Dronten)
Gisens, Evert (met twee boers)
Gisens, Evert 489, 490, 517, 670, 712
Gisens, Johan 493 (in Dronthen)
Gisens, Johan 561, 622, 696, 712
Gisens, Pouwel 712
Gisens, Thonis 319 (van Neerden)
Gisens, Volker 854 (onderschout)
Glasenmaker, Dirk 24
Glasenmaker, Ewolt 329
Glasenmaker, Geert 171, 321, 497, 512, 538, 669, 811, 831
Glasenmaker, Grete 538
Glasenmaker, Herman 500
Glasenmaker, Johan de 346, 488
Glasenmaker, Johan van den Werve 601, 802
Glasenmaker, Peter 509 (vleeshouwer)
Glasenmaker, Peter 54, 491, 497, 604, 614, 753
Glasenmaker, Willem 374, 493, 600
Glasenmaker, Willem Claasz 702
Glauwe, Hendrik 90, 866
Glauwe, Johan 866 (priester)
Glauwe, Simon 21, 54, 71, 215, 247, 388, 394, 493, 523, 644, 681, 683, 687, 726, 808
Glauwe, Simon 90 (broeder van Hendrik)
Glinthagen, Johan 238, 520
Glinthagen, NN 318 (te Grafhorst)
Goch, Grete van 236
God groet u, Johan 529 (van Onna)
God groet u, Johan 507 (brouwersknecht)
Godschalck, Peter (X Arentje)
Goerts, Andries 553, 554
Goerts/Goderts, Johan 539 (wever)
Goerts, Grete 170
Goerts, Johan 301, 620, 826
Goerts, Johan 608 (de wever)
Goerts, Johan 791 (wever), 794
Goesens, Hendrik Claasz 815
Goikens, Willem 610 (kremer)
Golde, Willem van der 84
Golts, Henneken 320
Goltsmit, Dirk 11, 88
Goltsmit, Griete 16
Goltsmit, Hendrik 82
Goltsmit, Herman 350
Goltsmit, Jacob 499
Goltsmit, Johan Hendriks 99, 220, 225, 278, 431, 454, 613
Goltsmit, Johan Hendriks 353 (broeder van Johan Hendriks de droogscheerder)
Goltsmit, Kerstken 219 (mr.)
Goltsmit, Kerstken 405, 538, 580
Goltsmit, Onne
Goltsmit, Pauwel/Pouwel 171, 220, 232, 501, 504, 796, 800, 834
Goltsmit, Pauwel Claasz 88
Goltsmit, Thomas 497, 500
Gorisz, Kerstken 692 (te Danzig)
Gortemaker, Johan Claasz 298, 369
Gosen, Jacob 772
Gosens, Claas 45, 130, 225, 292, 496, 500, 604, 811, 815
Gosens, Evert 559, 717
Gosens, Hendrik 490, 499, 522, 789
Gosens, Hendrik Claasz 818
Gosens, Jacob 774
Gosens, Johan 258 (mulre)Gosens, NN 826
Gosens, Rembolt 584, 851
Gosens, Roelof 321 (korfmaker)
Gosens, Roelof 488
Gosensm Claas 775
Gotschalck, Albert 872
Gotschalck, Berent 420
Gotschalck, Geert 141 (schout van Zalk)
Gotschalck, Johan 420
Gotschalck, Peter 872 (X Arentje)
Goy, Alijt van 489 (X Berent Budding)
Goyer, Jacob 600
Goyer, Jacob de 677 (de jonge, uit Veere)
Goyer, Jacob de 677 (de oude, uit Veere)
Goyer, Jacob de 605 (de oude)
Goyer, Jacob de 605 (uit Veere)
Goykens, Alijt 800
Goykens, Johan 60, 77, 78, 241, 247, 470
Goykens, Johan 502 (schoenmaker)
Goykens, Sweder 802
Goykens, Willem 59, 374, 378
Goykens, Wolter 237 (te Brunnepe)
Goykensdr, Geertken 240 (concubine)
Graes, Rotger van 147 (executeur)
Grafhorst, Bate van 495
Grafhorst, Johan Lamberts van 520
Grebbe, Jacob 815
Grebber, Jacob 320, 328, 346
Grebber, Jacob 326 (X Machtelt)
Grebber, NN 346, 488
Grebbers, Mechtelt 350
Grelle, Johan 237, 495, 501, 621, 773, 775
Grelle, Johan de smid 497, 513, 515, 516, 520
Grelle, NN 318, 495 (smid)
Greve, Hendrik 490 (X Gese)
Greve, Hendrik de 754
Greve, Herbert 650
Greve, NN 806
Greve, Peter 468 (huwelijksman)
Greve, Peter 590
Grobbe/ Grubbe, Bartolt 33, 275, 320, 329, 344, 497, 545, 586, 591, 781
Grobbe/Grubbe, Bartolt 347 (schipper), 348
Groete, Evert 788
Groningen, Berent van 568 (vulre), 579
Groningen, Geert Jansz van 580, 772 (metselaar)
Groningen, Geert van 319 (metselaar), 522
Groningen, Geert van 318, 441, 640
Groningen, Hendrik Jansz van 789
Groningen, Hilbrant van 507
Groningen, Johan van 77 (metselaar, belender), 376
Groningen, Johan van 171, 500
Groningen, Lamme van 536, 587, 600, 815
Groningen, Niese van 579
Groningen, Peter van 171
Groningen, Timan van 329 (magister in artibus)
Grote, Evert 500
Grote, Herman 228, 255, 493, 500, 502, 553, 554, 644
Grote, Herman 490 (X Wobbeken)
Grote, Herman 501 z.v. Geerken Apothekers)
Grote, Herman 589 (brouwer)
Grote, Johan de 90, 128, 207
Grote, Johan de 64 (kerkmeester)
Grote, Lamme 317
Grueter, Coert 188, 237, 239, 240, 317, 320, 370, 381, 489
Gruter, Coen 703
Gruter, Coenraat 297, 316
Gruter, Coert 584, 600, 649, 661
Gruter, Coert 329 (de jonge)
Gruter, Coert 420 (de oude)
Gruter, Johan 27
Gruter, Lubbert 509, 524, 526, 790, 800
Gruter, NN 818
Gruter, Otto 170, 577, 703
Gubben, Johan (uit Reval) 674
Gucheler, Heinken 227
Gude, Geert 80 (X Alijt Wijse)
Gudegeselle, Hendrik 578, 588, 879
Gudens, Geert 242, 800
Guede, Geert 1, 169, 267, 320
Gueden, Johan Geerts 320
Guedenhagen, Coenraat 483 (uit Soest)
Guedens, Johan 493
Guliker, Kerstken 399
Gullik, Remmelt van 429, 680
Gullik, Remmolt van 533 (aan de Hogeweg)
Gumbers, Stijne 825
Gumpers, Alijt 498, 626
Gumpert, Willem 131, 184, 201, 319, 570
Gumpert, Willem 320 (schoenmaker)
Gygynck, Hans 160
Haar, Hendrik met het witte – 316 (bootsman)
Haar, Jacob ter 232,
Haar, Johan met het rode – 488
Haarlem, Heerken van 755
Haarst, Ida van 30
Haarst, Lewe van 796
Haarst, Mense van 88
Hacke, Arent 190 (priester, executeur)
Hacke, Arent 390 (priester)
Haer, Jacob ter 715, 841
Haer, Sculte van 787 (voerman)
Hagenpoort, Berent op de 499
Hake, Berent 424, 642, 643, 723, 769
Hake, Berent 508 (in de Hagen)
Hake, Gise 328, 789, 851
Hake, NN 798 (in de Hagen)
Hake, Gosen 454
Haake, Gosen 353 (X Femme)
Hale, Hendrik 585 (rijnschipper)
Halle, Johan 258 (in de Broederstraat)
Halteren, Frans van 498
Halteren, Hendrik van 777, 811
Halteren, Hendrik van (schroeder)
Halteren, Hendrik van 613 (schroeder), 614 (idem)
Ham, joffer uten Ham, 28
Ham, Johan uten Ham 28 (maarschalk)
Hamburg, Luder van 226 (X Mechtelt)
Hamer, Hendrik 42, 188, 210, 491
Hamer, Simon 188 (mr.) 188, 210, 220, 228, 237, 243, 800 (mr.)
Hamer, Simon 511 (mr., priester)
Hand, Engele met de lamme 585
Hane, Johan 519, 565, 578, 609, 614, 743, 837, 862
Hane, Johan 539 (schipper), 541
Hane, Johan 568 (rijnschipper)
Hane, Johan 725 (X Armgart)
Hanegreve, Andries 11, 217, 238, 318, 340, 491, 718, 735, 794, 811
Hanegreve, Andries 175 (g.g.)
Hanegreve, Femme 850 (dochter van Johan Mathijsz)
Hanegreve, Jelis 160 (mr., keur)
Hanegreve, Jelis 86 (mr.), Hanegreve, Jelis 176 (mr.)
Hanegreve, Simon (weduwe van)
Hanegreve, Simon 228, 242, 317, 322, 368, 499, 523, 817
Hanings, Marriken 99
Hannes, Willem Peter 552 (uit Hoorn)
Hansz, Dirk 195
Hardenberch, Johan van 322, 329, 393, 503, 691
Hardenberch, Johan van 242 (verver)
Hardenberg, Johan van 240 (wever op de Burgwal)
Hardenvelt, Roelof van 668
Harderwijck, Geert Jansz van 240
Harderwijck, Reiner van 317
Harderwijk, Arent van 513
Harderwijk, Arent van 515 (smidsknecht)
Harderwijk, Reiner Jansz van 546, 787
Harderwijk, Roelof van 524 (beeldsnijder)
Harderwijk, Stijne van 257
Harnasmaker, Bele/Biele 176, 177, 242
Harnasmaker, Geert Ruispenning de 499, 802
Harnasmaker, Hendrik Everts 177 (X Biele)
Harnasmaker, Johan Lamberts 498, 499
Harnasmaker, NN (stadsharnasmaker)
Harnasmaker, NN 817 (stads-, in de poort)
Harnasmaker, Peter 54, 502, 610, 651, 802
Harnasmaker, Willem 47, 242, 450, 453, 490, 507, 600, 610
Harnasmaker, Willem Dirks 105, 176, 802
Harnasmaker, Willem Hermans de 508
Harnasmaker, Willem Plate 316
Harstenhorst, Steven van 786
Hartwichs, Berent 620
Hase, Orber 429, 541
Hase, Orber Hendriks 315
Hasemont, Johan 495, 568
Hasepiper, Adriaan 234
Hasevelt, Claas 790
Hasselt, Alijt van 80, 319, 601
Hasselt, Arent Gerrits van 447
Hasselt, Bertolt van 601
Hasselt, Femme van 489
Hasselt, Herman Geerts van 496
Hasselt, Jacob van 573, 580
Hasselt, Lubbert van 524, 777
Hasselt, Peter van 71
Hasselt, Swane van 687
Hasselt, Swane van 681, 687
Hasselt, Zwane van (zuster van Jutte Kupers)
Hattem, Alijt van 166 (X Steven Stevens)
Hattem, Gosen van 319, 643 (mr., 719 (mr.)
Hattem, Gosen van 356 (mr., accijnsmeester)
Hattem, Hendrik van 786 (tripmaker)
Hebbe, Berte 560
Heer, Geertken 622
Heerde, Geert van 528, 604, 787
Heerde, Thijs van 546
Heethuisen, Willem van 816
Hege, Trude ter 69 (uit Deventer)
Heilens, Hendrik 171
Heimans, Arent 803, 811, 825
Heimans, Claas 318 (op de Vloeddijk)
Heimans, Geert 18, 321
Heimans, Geertruit 326
Heimans, Gijsbert 836 (barbier)
Heimans, Grete 874 (d.v. Heiman Maasz)
Heimans, Griete (d.v. Heiman Maasz)
Heimans, Jacob 176 (leidekker)
Heimans, Jacob 441, 786
Heimens, Claas Johan 22
Heimens, Peter 434 (van Edam), 436
Heinen, Dom
Heinen, Grove 430 (schipper)
Heinen, Peter 686 (van Edam)
Heinens, Alijt 648
Heinens, Johan 320 (schepen van Kuinre)
Heinens, Johan 758, 762, 871
Heinens, Peter 134, 144
Heinens, Peter 606 (uit Edam)
Heininck, Dirk 222
Hekedes, Grete 254
Heket, Albert 867 (priester)
Heket, Griete 867
Heket, Hendrik 247 (de jonge, te Elburg)
Heket, Hendrik 471
Heket, Hendrik 867
Heket, Katharina 867
Heket, Wibbe 867
Helewech, Willem 714 (uit Reval)
Helle, Alijt ter 493
Helle, Arent ter 237, 321
Helle, Geert ter 182, 247
Helle, Johan ter 247
Helle, Johan ter 651 (schipper)
Helmichs, Steven 343, 838
Hendriks, Aalt 11, 340, 538.
Hendriks, Albert 7, 538, 838
Hendriks, Albert 715 (te Wilsem)
Hendriks, Albert 715 (schroeder)
Hendriks, Alijt 304, 622
Hendriks, Andries 533 (X Femme)
Hendriks, Andries 600
Hendriks, Arent 125, 132, 329, 643
Hendriks, Arent 365 (alias Kisteken)
Hendriks, Arent 617 (bakker)
Hendriks, Armerleed
Hendriks, Asse 541 (X Heile)
Hendriks, Atmerleed 816 (?)
Hendriks, Bartolt 301, 688
Hendriks, Bartolt 794 (wever), 826
Hendriks, Beerte 517
Hendriks, Beke 103 (uit Langen)
Hendriks, Berent 126 (belender)
Hendriks, Berent 182, 237, 286, 320, 340, 489, 583, 670, 707, 774, 775, 800, 806, 853
Hendriks, Berent 318 (vuller)
Hendriks, Berent 372 (huisbezitter)
Hendriks, Berent 496 (zijn knecht)
Hendriks, Berent 528 (hoofdman in Brunnepe)
Hendriks, Berent 794 (visser)
Hendriks, Borchart 237, 271, 268, 493, 721, 858
Hendriks, Claas 772 (schipper, in de Hagen)
Hendriks, Cornelis 613, 802
Hendriks, Dirk 182, 361, 537, 768, 855, 878
Hendriks, Dirk 489 (bontwerker), 494 (bontwerker)
Hendriks, Egbert (van Kamperveen), (idem)
Hendriks, Egbert 728, 730
Hendriks, Femme 555, 601
Hendriks, Frederik (alias Moy Frederik) 30, 52, 57, 100, 143, 170, 180, 318, 376, 494
Hendriks, Frederik 376 (Moie Frederik, smid)
Hendriks, Frederik 424 (Moy Frederik, zijn weduwe)
Hendriks, Frederik 428 (mooie Frerick, schipper)
Hendriks, Geert 132, 213, 237, 246, 288, 453, 489, 491, 506, 825
Hendriks, Geert 228, 236 (kistenmaker)
Hendriks, Geert 590 (wever)
Hendriks, Geerten 552, 574
Hendriks, Gerberich 422
Hendriks, Gerrit 163
Hendriks, Goert 45 (X Femme)
Hendriks, Goiken 26 (rijnschipper)
Hendriks, Goiken 723
Hendriks, Gosen 241 (schroeder)
Hendriks, Goyken 237, 240 (Swarte Goyken)
Hendriks, Goyken 113, 332
Hendriks, Helmich 425
Hendriks, Hendrik 170 (schoenmaker)
Hendriks, Hendrik 197, 485 (te Wapenveld)
Hendriks, Hendrik 311
Hendriks, Hendrik 321, 496 (mulre)
Hendriks, Herbert 321
Hendriks, Herbert 357 (beëdigde vuller)
Hendriks, Herman 45 (mulre, X Hille)
Hendriks, Herman 63, 117, 241, 252, 455, 496, 639, 706, 736, 816, 856
Hendriks, Herman 791 (op de Oord)
Hendriks, Igerman 237, 795
Hendriks, Imme 401
Hendriks, Jacob 317
Hendriks, Johan 170 (vuller)
Hendriks, Johan 220, 225, 278, 353, 431, (goudsmid), 613 (goudsmid)
Hendriks, Johan 34 (uit Veere)
Hendriks, Johan 353 (droogscheerder)
Hendriks, Johan 50, 109, 109, 132, 146, 169, 171, 184, 240, 242, 278
Hendriks, Johan 361, 454, 488, 508, 676
Hendriks, Johan 508 (in de Hagen)
Hendriks, Johan 509 (broeder van Willem)
Hendriks, Johan 575 (maler)
Hendriks, Johan 610 (rijnschipper)
Hendriks, Johan 69 (X Dele)
Hendriks, Kerstken 521 (metselaar)
Hendriks, Kerstken 565 (metselaar)
Hendriks, Kunne 353
Hendriks, Lambert 132
Hendriks, Lambert 148 (X NN Hilbrants)
Hendriks, Lodewijk 322
Hendriks, Lodewijk 331 (zeilmaker)
Hendriks, Lubbert 306, 485, 723
Hendriks, Luitken 425
Hendriks, Luter (kuper)
Hendriks, Lutgart 509, 532
Hendriks, Maas 541
Hendriks, Mathijs 568, 644, 674
Hendriks, NN 806 (deerne)
Hendriks, Orber 111, 119, 288, 499, 520, 560
Hendriks, Orber 83, 137 (tichelaar)
Hendriks, Orber 315 (X Hase)
Hendriks, Otto 565 (broeder)
Hendriks, Otto 864 (priester)
Hendriks, Pauwel 7
Hendriks, Peter 298, 369
Hendriks, Peter 520 (visser)
Hendriks, Peter 539 (schroeder), 790 (schroeder)
Hendriks, Rotger 306, 584
Hendriks, Seine 375
Hendriks, Sijbrant 121, 125, 287, 289, 290, 291, 305, 335, 523, 790
Hendriks, Simon 610 (mulre)
Hendriks, Thijs 531
Hendriks, Timan 49
Hendriks, Willem 228, 375, 489, 495, 529, 803
Hendriks, Willem 359 (slachter)
Hendriks, Willem 509 (schoenmaker bij de Hagenpoort)
Hendriks, Wolter 228 (drager)
Hendriks, Wolter 240, 565, 755, 831
Hengelen, Geert van 314, 341, 497, 553, 554, 556
Herberts, Johan 445
Hering, Anneke 832
Hermans, Aalt 499 (karman)
Hermans, Aalt 501, 620
Hermans, Alijt 241, 382
Hermans, Andries 501 (varkenkijker)
Hermans, Andries 99
Hermans, Arent 510 (te Brunnepe)
Hermans, Bate 494 (deerne)
Hermans, Bate 816 (bleekster)
Hermans, Berent 563
Hermans, Bruin 320
Hermans, Claas 269, 531, 754, 830
Hermans, Claas 773 (in de Hagen)
Hermans, Coert 758 (schipper)
Hermans, Coert 833
Hermans, Dirk 71, 99, 170, 237, 327, 364, 549, 775, 818
Hermans, Dirk 86 (belender)
Hermans, Evert 33, 198, 204, 307, 488, 495, 590
Hermans, Evert 618, 620, 622, 758. 801, 808, 867
Hermans, Evert 495 (de oude)
Hermans, Evert 217 (priester)
Hermans, Femme 791
Hermans, Frederik 472
Hermans, Geert 35, 121, 243, 304, 342, 398, 440, 730, 763
Hermans, Geert 798 (wever)
Hermans, Geertje 45
Hermans, Gerrit 650 (X Femme)
Hermans, Gerrit 96 (uit Naarden)
Hermans, Gese 790
Hermans, Golde 382
Hermans, Goyken 70 (uit Olst, schipper)
Hermans, Heile 30, 86, 99
Hermans, Hendrik 212, 513, 517, 590, 625, 731
Hermans, Hendrik 815 (op de Oord)
Hermans, Hendrik 86, 174, 323
Hermans, Hendrik 873 (barbier)
Hermans, Herman 800 (opperknecht)
Hermans, Herman Steynolt 806
Hermans, Johan 16, 30, 38, 118, 247, 398, 590, 630, 638, 697, 762
Hermans, Johan 168 (X Heile)
Hermans, Johan 322 (rijnschipper), 331 (rijnschipper)
Hermans, Johan 337 (X Fije)
Hermans, Johan 40 (zijn erfgenamen)
Hermans, Johan 674 (schipper)
Hermans, Johan 70 (uit Sneek)
Hermans, Johan Bruins 519
Hermans, Katharina 622
Hermans, Lambert 198
Hermans, Leffert 582 (bakker)
Hermans, Louwe 86 (X Katharina)
Hermans, Lubbe 43
Hermans, Otto 26, 711
Hermans, Peter 510, 512
Hermans, Stynolt 806
Hermans, Timan 366
Hermans, Timan 488 (raam…)
Hermans, Ude 170
Hermans, Vastert 494
Hermans, Wicher 588
Hermans, Willem 24 (uit Bolsward)
Hermans, Willem 508 (harnasmaker)
Hermans, Willem 517 (te Hattem)
Hermans, Willem 84, 411, 581, 679
Hermans, Wolter 358
Herp, Dirk van 494 (vuller)
Herpen, Herman van 764, 766
Herrepen, Grete van 193
Hesselinck, Geert 775
Hessels, Johan 439
Heten, Willem van 781, 790
Heteren, Dirk van 500
Heteren, Willem van 362, 501, 787
Heyben, Hendrik 99
Heybey, Hendrik 581
Heynsbeck, Hendrik van 575
Hezert, Johan de 500 (uit Hasselt, potschuiver)
Hidden, Claas 492
Hidden, Lamme 492
Hierte, Ernst ter 317
Hilbrants, Coop 148
Hilbrants, Johan 489, 490 (van Hoorn)
Hirt, Dirk 69 (X Fije)
Hirt, Roderik 241
Hissens, Marten
Hoeck, Hendrik 339
Hoedeken, Herman 737 (van Deventer), 813 (uit Deventer)
Hoedenmaker, Johan van den Berge 699
Hoedenmaker, Roelof 174
Hoefslager, Kerstken 109
Hoeft, NN 328
Hoeft, Willem 249, 399, 490, 494, 459, 495, 522, 526, 550, 656, 765, 773, 796, 805
Hoeft, Willem 640 (bij de Clocke), 857 (bij de Clocke)
Hoeft, Willem Peters 586, 813
Hoenert, Johan (bakker) 318
Hoens, Geertje 577
Hoesden, Johan van 798 (broeder)
Hoesdom, Johan 869 (monnik, priester)
Hoesinck, Hans 692 (te Danzig)
Hoeve, Bate van der 382, 384
Hoeve, Berent ten 540
Hoeve, Hendrik van der 273, 346, 471, 496, 721, 724, 788, 843
Hoeve, Jacob van der 163
Hoeve, Johan ten 508 (timmerman)
Hoeve, Johan ten 510 (zijn vrouw)
Hoeve, Johan ten 588
Hoeve, Lambert van der 36, 160, 672, 683, 807
Hoeve, Lambert van der 554 (van de Raad)
Hoeve, Lambert van der 794 (burgemeester)
Hoeve, Wolfert van 457
Hoevener, Hans 759
Hoff, Hendrik 499, 497, 503, 559, 560, 589, 805
Hoff, Johan 522
Hoier, Albert 161 (X Femme)
Hoier, Albert 91, 170, 171, 234, 500, 501
Hoier, Albert 522, 523, 581, 620, 623, 628, 772
Hoier, Berent 142
Hoier, Berent 228 (zijn maagd)
Hoier, Engbert 247
Hoier, Geert 120, 170, 171, 236, 237, 314, 346, 395, 448, 476, 510
Hoier, Geert 545, 569, 572
Hoier, Geert 199 (de jonge)
Hoier, Geert 331 (broer van Willem Tiele)
Hoier, Geert 346 (de jonge)
Hoier, Geert 529 (de jonge, te Deventer)
Hoier, Geert Alberts 320, 717, 786
Hoier, Geert Teler, 608
Hoier, Gijsbert 6, 242, 881
Hoier, Gosen Alberts 628
Hoier, Heiman 237, 320, 321, 327, 350
Hoier, Stijne 743, 819
Hoier, Thijs 32, 170, 257, 259, 327, 488, 580
Hoier, Willem 82, 490
Holkens, Alijt 510
Holle, Grete 170, 509, 526
Holle, Johan 170, 238, 241, 242, 304, 491, 526
Holleken, Coen 493
Hollike, Coen 401
Holstein, Frederik van 721 (hertog)
Holte, Arent ten 17 (X Lijsbeth)
Holte, Arent ten 145, 317
Holte, Berent van 728, 730
Holte, Geert ten 689, 759, 764, 766, 827
Holte, Geert ten 413 (in de Moriaan, X Mette)
Holte, Geert ten 549 (schipper), 552
Holte, Herman ten 145, 410
Holte, Johan ten 559, 721, 845, 848
Holte, Johan ten 145 (zoon van Arent)
Holte, Johan ten 428 (koopman)
Holte, Mette ten 382
Holte, Nanne ten 484 (schipper)
Holte, Nanne ten 242
Holte, Niese ten 228, 253
Holte, Pasman ten 354 (X Mette van Yrte)
Holtinck, Hans 505
Holtorp, Hans 528
Holtsager, zie ook Houtzager
Holtsager, Albert Jansz
Holtsager, Alijt 490
Holtsager, Arent 456
Holtsager, Evert 490 (X Alijt)
Holtsager, Gosen Wolf 318
Holtsager, Hendrik 317, 351, 452
Holtsager, Johan 171, 242, 317, 329
Holtsager, Machoris de
Holtsager, Thewes 491
Holtsager, Wolf 171
Holtsagers, Grete
Holtsende, Boelman van 27
Holtsende, Dirk van 144
Holtsende, Egbert van 134, 150, 603
Holtsende, Egbert van 175 (g.g.)
Holtsende, Ernst van 179 (erfgenamen van)
Homoet, Grete 800
Hondeboedel, Johan 817
Hondenslager, NN 817
Hondwyck, Reiner van 524
Hoofdmeester, Johan Houwinck 63
Hoofdmeesterr, Rabe 197
Hooimeier, Lubbert van Oldenziel 510
Hoorn, Dirk in de – 375 (in de Gulden Hoorn)
Hoorn, Gijsbert Gerrits van 490
Hoorn, Gise van 585, 763
Hoorn, Jacob Jansz van 38 (X Lijsbeth), 40
Hoorn, Jacob van 843 (schipper), 844
Hoorn, Johan Hilbrants van 489
Hoorn, Tielman van 206 (X Femme)
Hoornblazer, Warner 546, 765
Hoorne, Frank ter 363
Hoorne, Gise van
Hoorne, Jacob ter 449
Hoorne, Jacob van 84
Hoorne, Jacob van (schipper)
Hoppenbrouwer, Hendrik 136 (rentmeester)
Hoppenbrouwer, Hendrik 33, 109, 126
Horne, Johan ten 399, 405, 490, 493, 502
Horst, Berent 488
Horstinck, Goert 714 (te Reval)
Houtsnijder Geert 877
Houtwijck, Geert 243
Houtzager, zie ook Holtsager
Houtzager, Albert Jansz 740
Houtzager, Arent 529
Houtzager, Arentken 806
Houtzager, Gosen 640, 740, 815
Houtzager, Gosen Jansz 521
Houtzager, Hendrik 582
Houtzager, Hendrik 806, 816
Houtzager, Johan 582, 660
Houtzager, Johan Machorisz 618
Houtzager, Thewes 740
Houtzager, Wolf 522
Houtzagers, Grete 626
Houwinck, Goyken 193, 195
Houwinck, Goyken 310 (schipper)
Houwinck, Jacob 318
Houwinck, Johan 46, 129, 335, 467, 666
Houwinck, Johan 527 (schipper)
Houwinck, Johan 63 (hoofdmeester)
Hove, Alijt ten 367 (bruid)
Hove, Berent van den 129 (scheepsgezel)
Hove, Eefse ten 500
Hove, Geert ten 610
Hove, Hendrik ten 858
Hove, Johan ten 237, 255, 358
Hove, Johan ten 228 (brouwersknecht)
Hove, Johan ten 445 (X Eefse)
Hove, Lambert ten 237
Hove, Wolbert ten 438 (momber)
Hove, Wolbert ten 379 (moetsoensman)
Hove, Wolbert ten 97, 217, 226, 237, 320, 324, 341, 357, 367, 489, 506, 610, 613
Hoveman, Timanna 327
Hoyke, Alijt 503
Hoymeyer, Lubbert van Oldenziel 510
Hubers, Johan 622
Hubert, Coman 314
Hugens, Geert 617 (van Utrecht)
Hugens, Hendrik 469
Hugens, Johan 651
Hugens, Willem 132 (uit Dordrecht, X Ude Dirks)
Hugens, Willem 320 (uit Dordrecht)
Hugens, Wolter 39, 121, 512
Huisdam, Hans 557
Huiskens, Dirk 171
Huisman, Herman 555
Huisman, Herman 775 (schroeder)
Huisman, Johan 685 (priester)
Huisman, Willem 203 (stadsdienaar), 499 (stadsbode)
Huisman, Willem 238, 317, 498
Hulleren, Johan van 870
Hulsinck, Egbert 535
Hundendaal, Geert 322 (X Seino)
Hundespoel, Johan 498 (van Deventer)
Huntspoel, Johan 497 (van Deventer)
Hute, Grete van der 88
Igerman, Seine 693 (X Alijt)
Igermans, Mette 107, 494
Igermans, Seine (momber)
Igermans, Seine (X Alijt, met haar broeder)
Igermans, Seine 32, 172, 242, 261, 578, 669, 757
IJsbrants, Geertje 577
IJsbrants, Wibrant 206, 212
IJsselmuiden, Alpher van 538
IJsselmuiden, Ernst van 435
IJsselmuiden, Hendrik van 499, 685, 794
IJsselmuiden, Hendrik van 673 (X Grete van Oenden)
IJsselstein, NN van 593
Ingen, Geert van 329, 370, 496, 510, 540, 615
Ingen, Geert van 747 (meensman), 823 (gemeensman)
Ingen, Geert van 817 (accijns)
Ingen, Grete van 411 (haar huis bij de Wilgenweg)
Ingen, Grete van 398, 673
Ingen, Johan van 301
Ingen, Kerstken van 321, 500, 512, 588, 630, 764, 817, 796
Ingen, Otto van 393, 496, 497, 542, 712, 790, 808, 811
Ingen, Pilgrim van 544
Inhuisen, Aaltken te 32
Isebrants, Jacob 493
Isebrants, Jacob 576 (familie)
Iwens, Hendrik 185
Jacobs, Aart 240 (X Lumme)
Jacobs, Arent 124 (X Lumme)
Jacobs, Claas 36, 171, 262, 522, 572, 653, 761, 862
Jacobs, Claas 412 (schepeling)
Jacobs, Claas 584 (op het Eiland)
Jacobs, Claas 614 (verver)
Jacobs, Claas 319 (uit Blankenham)
Jacobs, Cornelis 43 (uit Delft)
Jacobs, Cornelis 684 (te Leiden)
Jacobs, Diewer 634 (met familie)
Jacobs, Dirk 832
Jacobs, Douwe 549
Jacobs, Egbert 302
Jacobs, Evert 634 (met familie)
Jacobs, Geert 18, 213
Jacobs, Geertruit 852 (X Johan Everts)
Jacobs, Gijsbert 498
Jacobs, Hendrik 18, 87, 120, 175, 303, 338, 417, 439, 491, 500, 532, 580, 635
Jacobs, Hendrik 242 (wachter), 789 (wachter)
Jacobs, Hendrik 171, 241 (z. v. de wachter)
Jacobs, Hendrik 512 (wever)
Jacobs, Hendrik 524 (schoenmaker)
Jacobs, Herman 452, 535
Jacobs, Herman 491 (in Dronthen), 795 (in Dronten)
Jacobs, Jacob 234, 256
Jacobs, Jacob 245 (van Amersfoort), 282 (uit Amersfoort)
Jacobs, Jelis 153 (mr., leidekker)
Jacobs, Johan 9, 50, 57, 74, 79, 99, 113, 162, 171, 237, 278, 309, 369
Jacobs, Johan 403, 406, 427, 467, 497, 650, 727, 728, 730, 815
Jacobs, Johan 229 [de Lege]
Jacobs, Johan 238 (in de Hagen)
Jacobs, Johan 241 (z.v. de wachter)
Jacobs, Johan 426 (wever)
Jacobs, Johan 490 (paardenkoper)
Jacobs, Johan 795 (te Groningen), 871 (in Groningen)
Jacobs, Johan 773 (schipper, X Abel)
Jacobs, Kerstken 28 (van Vredeland)
Jacobs, Lambert 152 (schipper)
Jacobs, Lambert 19 (messenmaker), 526 (messenmaker), 579 (messenmaker)
Jacobs, Lambert 99
Jacobs, Lijsbet 634 (met familie)
Jacobs, Luitken 87, 206, 583
Jacobs, Niese 634 (met familie)
Jacobs, Peter 857
Jacobs, Peter 311, 314, 316, 329, 827
Jacobs, Peter 634 (met familie)
Jacobs, Rijkman 86, 209, 793
Jacobs, Selmis 664 (van Utrecht)
Jacobs, Ulfer 539 (uit Sneek), 541
Jacobs, Volker 562
Jacobs, Warner 484
Jacobs, Wessel 785
Jacobs, Wicher 498, 795
Jacobs, Willem 503 (tripmaker)
Jacobs, Willem 539 (uit Lemmer)
Jacobs, Willem 634 (met familie)
Jacobs, Wolter (schipper uit Bolsward)
Jacobs, Wolter 726 (schipper)
Jacobsz, Wessel 837 (wachter)
Jaele, Albert 19
Jager, Lodewijk 171, 172, 173 (muntmeester), 317
Jans, Alijt 490, 611, 835
Jans, Bette 796
Jans, Bette 811 (in de Morrensteeg naast Gele)
Jans, Eefse 538
Jans, Else 583
Jans, Geertruit 147, 493
Jans, Gese 109, 611, 687
Jans, Eefse 538
Jans, Else 583
Jans. Else 864 (CX Willem Peters)
Jans, Griete 835
Jans, Katharina 852 (X Jacob Gerrits)
Jans, Lijsbet 240, 599
Jans, Lutgart 835
Jans, Mette 326
Jans, Rembrich 147
Jans, Trijsje 425
Jans, Wobbeken 31
Jansz, Adriaan 186 (koster te Mastenbroek)
Jansz, Albert 321, 366, 411, 822
Jansz, Albert 618 (drager)
Jansz, Albert 740 (houtzager)
Jansz, Andries 320 (schepen van Kuinre)
Jansz, Arent 517, 524, 526, 642, 713, 776
Jansz, Arent 168 (X Geertrude)
Jansz, Berent 26, 117, 152, 157, 385, 417, 418, 523, 531, 584, 723, 811, 836, 876
Jansz, Berent 240 (drager, vulre)
Jansz, Berent 292 (waard in de Witte Arent)
Jansz, Berent 318, 499 (brouwersknecht)
Jansz, Boldewijn 190 (priester)
Jansz, Claas 13, 118, 212, 429, 495, 651
Jansz, Claas 152 (uit Monnikendam)
Jansz, Claas 512 (van Oostenwolde)
Jansz, Claas 566 (kistenmaker)
Jansz, Claas 628 (schipper)
Jansz, Claas 680 (van Kamperveen)
Jansz, Coenraat 135
Jansz, Coert 120 (bakker)
Jansz, Coert 141 (tichelaar)
Jansz, Coert 202, 440, 720, 796
Jansz, Cornelis 200 (uit Beverwijk)
Jansz, Daam 322 (de vulre)
Jansz, Decemer 92 (belender)
Jansz, Dirk 171, 308, 323, 338, 497, 613, 683, 686, 722, 811, 817
Jansz, Dirk 527 (schipper)
Jansz, Dirk 585 (rijnschipper)
Jansz, Dorber 179 (X Katharina)
Jansz, Dorber 533, 842
Jansz, Dorber 842
Jansz, Egbert 210 (tichelaar)
Jansz, Egbert 421
Jansz, Ernst 618 (van Zwolle), 836 (van Zwolle)
Jansz, Evert 386 (X Willempje)
Jansz, Evert 497 (Johan Jacobszoon)
Jansz, Evert 68, 842
Jansz, Geert 176 (schipper)
Jansz, Geert 19, 106 (bakker)
Jansz, Geert 240 (te Brunnepe)
Jansz, Geert 38, 79, 99, 183, 350, 448, 455, 499, 531, 688, 863
Jansz, Geert 456, 727 (radenmaker), 803 (radenmaker)
Jansz, Geert 505 (kistenmaker)
Jansz, Geert 583 (visser), 790 (visser)
Jansz, Geert 80 (raamsteden van)
Jansz, Gelpert 17
Jansz, Gelpert 412 (schepeling)
Jansz, Gerrit 534, 538
Jansz, Gijsbert (van Texel)
Jansz, Godert
Jansz, Goert 236 (in de Hagen)
Jansz, Goert 527 (schipper)
Jansz, Goert 61 (X Grete), 62 (X Grete)
Jansz, Goert 627, 630
Jansz, Gosen 521 (houtzager)
Jansz, Goyken 491
Jansz, Hendrik 25, 99, 182, 241, 318, 321, 359, 385, 467, 499, 531, 535, 629, 776, 787
Jansz, Hendrik 111 (uit Zalk)
Jansz, Hendrik 126 (belender)
Jansz, Hendrik 234 (van Deventer)
Jansz, Hendrik 238 (te Brunnepe)
Jansz, Hendrik 240, 528 (schoenmaker), 546 (schoenmaker), 604 (schoenmaker)
Jansz, Hendrik 242 (z.v. Jan Jansz)
Jansz, Hendrik 272 (scheepsgezel)
Jansz, Hendrik 293, 319, (schroeder), 775
Jansz, Hendrik 329 (holtsagers zoon)
Jansz, Hendrik 49 (schipper)
Jansz, Hendrik 576 (X Alijt Winters)
Jansz, Hendrik 580 (timmerman)
Jansz, Hendrik 816 (smid), 881 (smid)
Jansz, Hendrik 585 (rijnschipper)
Jansz, Herman 17, 48, 188, 237, 346, 363, 365, 488, 493, 496
Jansz, Herman 497, 502, 581, 585, 620, 700
Jansz, Herman 374 (dedingsman)
Jansz, Herman 787 (korfmaker)
Jansz, Hessel 257
Jansz, Hilbrant 138
Jansz, Jacob 2, 26, 150, 238, 240, 244, 498, 534, 686, 726, 759, 800, 805, 844
Jansz, Jacob 394 (broeder van Johan de Lege)
Jansz, Jacob 608 (op de Oord in de Hagen)
Jansz, Jelis 322
Jansz, Jelis 527 (schipper)
Jansz, Johan 552, 767, 832
Jansz, Johan 122 (smid)
Jansz, Johan 123 (X Grete)
Jansz, Johan 227 (uit Amsterdam)
Jansz, Johan 242 (op de Vloeddijk)
Jansz, Johan 318 (bakker)
Jansz, Johan 45 (X Nese)
Jansz, Johan 489 (kremer)
Jansz, Johan 500 (bakker onder Johan van der Vecht)
Jansz, Johan 507 (z.v. Johan Jansz)
Jansz, Johan 784 (kremer, X Hase)
Jansz, Kerstken 129 (scheepsgezel)
Jansz, Kerstken 175 (g.g.)
Jansz, Kerstken 242 (momber)
Jansz, Kerstken 535
Jansz, Kerstken 864 (overman)
Jansz, Lambert 18 (uit Deventer)
Jansz, Lambert 33, 81, 257
Jansz, Lambert 490 (vullersknecht)
Jansz, Lambert 818 (in de Hagen)
Jansz, Laurens 17
Jansz, Lubbert 535, 563, 731
Jansz, Luitken 191, 318, 732
Jansz, Luitken 237, 503 (smid)
Jansz, Luitken 793 (smid, X Geertje Schuifstake)
Jansz, Maas 191 (droogscheerder)
Jansz, Marten 625, 628
Jansz, Mathijs 83
Jansz, Meinert 459
Jansz, Otto 834
Jansz, Pauwel 13
Jansz, Peter 9, 114, 140, 153, 292, 316, 341, 389, 423, 442, 446, 488, 493, 507
Jansz, Peter 537, 543, 567, 618, 745, 767, 794
Jansz, Peter (doodgeslagen)
Jansz, Peter 129 (schipper)
Jansz, Peter 237, 320 (schoenmaker)
Jansz, Peter 258, 321 (mulre)
Jansz, Peter 327 (van de Kuinderdijk)
Jansz, Peter 430 (van Bolsward)
Jansz, Peter 493 (X Jutte Waret)
Jansz, Peter 830 (priester, uit Kuinre)
Jansz, Pilgrim 420, 541
Jansz, Reiner 337, 763
Jansz, Rembolt 496
Jansz, Rijkman 179 (belender)
Jansz, Rijkman 403 (erfgenaam te Londen)
Jansz, Rijkman 406
Jansz, Robert 789 (droogscheerder)
Jansz, Roelof 240 (smid)
Jansz, Roelof 242, 321 (korfmaker)
Jansz, Roelof 55, 545, 634
Jansz, Rotger 113, 453, 816
Jansz, Rotger 349 (rijnschipper)
Jansz, Seine 79
Jansz, Simon 657
Jansz, Thewes 288, 294, 319, 321, 551, 575, 864
Jansz, Thewes 300 (schrijver van schipper Sibolt)
Jansz, Thonis 858
Jansz, Tijs 520 (schroeder)
Jansz, Timan 284, 316, 448, 488, 771
Jansz, Timan 321 (op de Kruishoop)
Jansz, Volker 385
Jansz, Volkier 184 (te Vollenhove, X Alijt)
Jansz, Warner 238 (in de Eckelboomstraat)
Jansz, Warner 280, 320, 366, 490, 499, 500
Jansz, Warner 495 (zijn knecht)
Jansz, Warner 510 (brugmeester)
Jansz, Warner 610, 618, 621
Jansz, Warner 77 (belender), 78
Jansz, Wenemer 425 (X Willemtje)
Jansz, Wenemer 61, 421
Jansz, Werner 161 (X Jutte)
Jansz, Werner 439, 619, 790
Jansz, Werner 99 (schipper)
Jansz, Wessel 44
Jansz, Willem (met de kanne, X Alijt)
Jansz, Willem 130, 174, 318, 402, 614, 822
Jansz, Willem 428 (koopman)
Jansz, Willem 727 (met de kan, X Alijt)
Jansz, Wolter 329 (schoenmaker)
Jansz, Wolter 4, 164, 189, 193, 395, 396, 490, 550, 572, 620
Jansz, Wolter 489, (rijnschipper), 772 (rijnschipper)
Jansz, Wolter 576 (schout van Epe, X Mechtelt)
Jelisz, Goert , 835
Jodeken, Peter 241
Joncker, Simon 490, 494 (van Leiden)
Joncker, Willem 314, 495, 505, 583
Jonge, Armgart 1
Jonge, Bartolt 175 (g.g.)
Jonge, Bartolt 211, 238, 314, 318, 342, 497, 501, 523, 794, 796
Jonge, Johan 794
Jonge, Johan 84 (schepen)
Jonge, Johan de 438 (momber)
Joosts, Claas 599
Joosts, Cornelis 581
Joosts, Geert 350 (X Wendele)
Joosts, Geert 495, 615, 731
Joosts, Gijsbert 309, 329, 668, 856
Joosts, Hein 688
Jordens, Berent 494, (uit Deventer), 604 (uit Deventer)
Joriens, Johan 223, 316, 514, 547, 588, 630
Joriens, Johan 90 (schipper), 469 (schipper)
Kaack, Geert 104 (kapitein)
Kaam, Peter 307
Kaam, Willem 43, 391
Kalkar, Peter van 500
Kalkberner, Hendrik de 321
Kalkberner, Lambert 243, 322, 488, 493, 501, 524, 731, 733
Kalkberner, Lambert 494 (Boven de Poort)
Kalker, Peter van 212
Kalkmaker, Lambert 346
Kamerlinck, Jacob 239, 240, 526, 583, 876
Kamerling, Katharina 353
Kamphuisen, Hans 471
Kanneken, Johan 42, 127, 228, 426, 452, 453, 589, 668
Kannengieter, Dirk 17, 145, 320, 473, 526, 620
Kannengieter, Dirk 179 (belender)
Kannengieter, Dirk van Gasperen 523
Kannenmaker, Dirk van Gasperen 579
Kardemaker, Wolter 488 (van Leiden)
Karels, Herman 494 (de jonge, smidsgezel)
Karman, Aalt 523
Karman, Aalt Hermans 499
Karman, Evert 811
Karren, Jacob met de 618
Karren, Jacob met de
Karveelschipper, Geert ten Holte
Kate, Geert ten 19
Katers, Sanne 578
Katers, Sanne 579 (X Lubbert Arents)
Katkens, Femme 498
Katkens, Hendrik 498
Katreep, Peter 463
Kaye, Geert 493
Kaye, Hendrik 327, 409, 526, 540, 600
Kaye, Hendrik 493 (z.v. Kleine Kaye)
Kaye, Johan 309
Kaye, Mette 109, 176, 301, 317, 404, 411, 540
Kaye, Mette 309 (X Johan)
Kaye, Volker 309 (broeder van Johan)
Kaye, Volker 411
Kaye, Wessel 316
Keersemaker, Floris 214
Keersemakers, Lijsbeth 82
Kegeler, Herman 35
Keiser, Hadewich 565
Keiser, Hendrik 308
Keiser, Jacob 621 (priester)
Keiser, Johan 174, 209
Keiser, NN 314 (de keizer van Kampen)
Keiser, NN 507, 619
Kelre, Heyman 581
Kemenade, Joost van 547
Kemping, Hendrik 190 (te Rouveen)
Kenneken, Johan 228
Kepkens, Willem 196, 200 (uit ’s Hertogenbosch)
Keppel, Johan van 156 (alias Johan Schere)
Keppel, Johan van 156 (te Scheveningen, X Rixe)
Keppel, Lubbert 801 (uit Hattem)
Keppel, NN 787 (uit Hattem)
Kercke, Willem van der 241
Kerckhof, Arent 266, 321
Kerckhof, Dirk 59, 120, 171, 182, 216, 219, 232, 237, 499, 510, 779, 784, 789, 790
Kerckhof, Dirk 803, 847, 851
Kerckhof, Dirk 601 (X Grete)
Kerckhof, Geert op het 676
Kerckhof, Grete 610, 613
Kerckhof, NN 790 (brugmeester)
Kerckhof, Sander Dirks 510
Kerstken, Douwe 817
Kerstken, Johan 236, 604
Kerstkens, Alijt 228
Kerstkens, Arent 766
Ketel, Cornelis Mathijsz 816
Ketelboeter, Dirk de 507
Ketelboeter, Hendrik 618
Keteler, Cornelis de 522
Kikenburch, Melchior 214, 726 (tollenaar)
Kiste, Egbert op de 170
Kiste, Peter op de 238, 314, 318, 488, 493, 495, 497, 614
Kiste, Wijnken op de 495
Kisteken, Arent Hendriks 365
Kistenmaker, Ambrosius 806
Kistenmaker, Boldewijn Swarte 582
Kistenmaker, Claas Jansz 566
Kistenmaker, Egbert 525, 536, 795
Kistenmaker, Engbert 228, 505, 520, 566, 577, 578, 617
Kistenmaker, Engbert 800 (uit Deventer)
Kistenmaker, Engelbert 238, 490, 501
Kistenmaker, Engelbert 461 (X Gese van Aken), 462
Kistenmaker, Geert 147 (executeur)
Kistenmaker, Geert 393, 462, 493, 514, 577, 618
Kistenmaker, Geert Budel 578
Kistenmaker, Geert Hendriks 228, 236
Kistenmaker, Geert Jansz 505
Kistenmaker, Johan 505
Kistenmaker, Johan van Rossem 512, 578, 588
Kistenmaker, Lambert 462, 524, 621
Kistenmaker, Marten 238, 241, 496, 505, 654
Kistenmaker, Marten 140 (X Swane)
Kistenmaker, NN 801
Kistenmaker, Peterken 87
Kistenmaker, Pouwel 294, 329, 501, 566
Kistenmaker, Roelof 587
Kistenmaker, Roelof Swarte 491, 501, 524
Kistenmaker, Seine 524, 825
Kistenmakers, Swane 170, 570, 571
Kistenzitter, Lubbert 236, 242
Kistenzitter, Peter de 8
Kistken, Arent 373, 488, 552, 766
Kleine, Johan 500, 501
Klimmer, Willem 139
Klinckenberch, zie ook Clinckenberch
Klinckenberch, Alijt 260
Klinckenberch, Gosen (zijn dochter)
Klinckenberch, Gosen 51, 70, 125, 150, 260, 355
Klinckenberch, Holke van 163
Kloeke, Dirk 247
Klokgieter, Geert (mr. X Hase)
Klokgieter, Geert 553 (mr.), 554 (mr.)
Klokkengieter, Geert van Wouw 641
Klokkengieter, Geert van Wouw (mr.)
Klompenmaker, Ludeken 532
Klompenmaker, Luiken 510
Kloteler, Rotger 497
Knapschinckel, Gebbe 503
Knapschinckels, Gebbe 712 (X Gijsbert Timans)
Knapschinckel, Timan 489 (zijn knecht is H. van Urck)
Knapschinckel, Timan 489 (broeder van Johan Gijsen)
Knigge, Eefse 3, 69, 105
Knigge, Katharina 321, 318, 329, 346, 488, 489, 495, 505, 509
Knigge, Katharina 520, 524, 526, 585, 601, 604, 620
Knoppert, Hendrik 367 (mr., huwelijksman), 368
Kock, Johan 541
Koekenbakker, Grete 25
Koelen, Peter 11, 12
Koenders, Gesse 30
Koeters, Gijse 563
Koeters, Gise 499
Koetken, Femme 510, 580, 793, 818
Koetken, Hendrik 497, 793
Kogge, Femme 499
Koggenstuur, Femme 228
Koggestuur, Alijt 82
Kojacke/Koiacke, Andries 335, 495
Koiacke, Andries de schipper 287, 527, 764, 766
Koiser, NN 526 (vulre)
Koiten, Hans 93 (uit Cleefsland)
Kokert, Gise 485
Kolders, Gese 88
Kondelinck, Peter 792
Koninck, Herman 37, 480, 578
Koolgraaf, NN de 816
Koornmarkt, Lamme op de 338
Kopbant, Jacob 86 (te Graft)
Koperslager, Gise 107, 612, 742, 773, 815
Koperslager, Kempe 516
Kopkens, Willem 214 (uit ’s Hertogenbosch), 216 (X Mechtelt)
Korendrager, Lambert 619
Korfmaker, Berent Geerts de 473
Korfmaker, Dirk 619, 787, 802, 814, 816
Korfmaker, Egbert 70, 608, 641
Korfmaker, Frederik 55 (X Geertruit)
Korfmaker, Geert 490
Korfmaker, Herman 99
Korfmaker, Herman Jansz 711, 787
Korfmaker, Hilbrant 171
Korfmaker, Roelof 185, 276, 524, 600, 610
Korfmaker, Roelof Gosens 321
Korfmaker, Roelof Jansz 242, 321
Korte, Roelof 329
Kost, Lambert 508
Koster, Aart 316
Koster, Arent 321 (knecht)
Koster, Herman 25
Koster, Johan 339
Koster, Lamber de 540 (van IJsselmuiden)
Koster, NN de 792, 820
Koters/Kotert, Gijse 395, 473, 508, 520, 578
Koters, Niese 578
Koxken, viswater van 285
Krabber, Willem 610
Kramer, Johan 44
Krane, Wolter in de 228, 250
Krasse, Aalt 345 (mr.)
Kreemster, Trude 87
Kreler, Roelof 115
Kremer, Claas 488, 589, 793
Kremer, Claas 594 (op de hoek)
Kremer, Egbert Geerts 713, 789
Kremer, Ernst 824
Kremer, Geert 503, 806
Kremer, Geert Jansz 601
Kremer, Johan 199, 294, 490
Kremer, Johan de Vrije de 501
Kremer, Johan Jansz 784 (X Hase)
Kremer, Johan Jansz 489
Kremer, Johan Lubberts de 499
Kremer, Peter 159
Kremer, Peter 408, 499 (X Marriken)
Kremer, Peter Geerts 238
Kremer, Thewes 219, 789, 824, 846
Kremer, Willem 581
Kremer, Willem Goikens 610
Kremer, Wolter 789
Kremers, Trude 171
Kreyt, Goyken 545, 863
Kribbe, Dirk 155 (uit Zutphen)
Krijt, Geert 311
Krijt, Willem 224
Kroene, Johan 518 (uit Munster)
Kroes, Herman 99
Kroeser, Arent 31, 496, 568, 564, 644, 674
Kroeser, Arent Egberts 76
Kroeser, Egbert 34, 76, 94, 342, 368, 583, 589, 610, 615, 674, 714, 780
Kroeser, Egbert 179 (momber)
Kroeser, Egbert 217 (X Gese)
Kroeser, Egbert 823 (gemeensman)
Kroeser, Gese 217 (X Egbert)
Kroeser, Grete 94
Kroeser, Hendrik 31 (de jonge)
Kroeser, Hendrik 48, 114, 471
Kroeser, Hendrik 526, 601, 674, 724, 858
Kroeser, NN 817
Kromme, Johan 155, 203, 442, 446, 630, 857, 867
Kromme, NN
Krone, Hans 360
Krone, Johan 588
Krudener, Lambert 220 (uit Hattem)
Krudener, Lambert 286, 485
Krudener, Timan 220
Kruse, Claas 497, 500, 581
Kruse, Hendrik 176 (bakker)
Kruse, Hendrik 247
Kruse, Herman 27, 34, 243, 490, 618
Kruse, Herman 175 (g.g.)
Kruse, Herman 55 (de oude)
Kruse, Herman 55, 488 (de jonge)
Kruse, Herman 719 (schout)
Kruse, Herman 77 (belender), 78, 79
Kruse, Herman Maasz 367 (bruidegom), 368
Kruse, Herman Maasz 497, 500
Kruse, Lodewijk 194, 319
Kruse, Lodewijk 190 (executeur)
Kruse, Lodewijk 367 (huwelijksman), 368
Kruse, Lodewijk 390 (collator)
Kruse, Peter 500
Kuarth, Cornelis 565
Kuckinckhof, Geertruit 409
Kuinre, Herman van 561
Kuinreturf, Hendrik 51, 99, 127
Kuinreturf, Herman 175 (g.g.)
Kuinreturf, Herman 215, 228, 394
Kukenbusch, Melchior 214 (uit Husum), 726
Kule, Gostuwe 460
Kulen, Sweder 502
Kuper, Andries 319, 580
Kuper, Claas 51, 171, 489, 500, 509, 785
Kuper, Evert 69, 228, 321, 489, 494
Kuper, Hendrik de 317, 785, 832
Kuper, Herman 536
Kuper, Johan 33, 138, 283
Kuper, Johan 713 (buiten de Hagenpoort), 789 (buiten de Hagenpoort)
Kuper, Johan Willems 490, 495
Kuper, Johan 120 (in de Venestraat)
Kuper, Jutte 687
Kuper, Lambert 99
Kuper, Lubbert 785
Kuper, Luter Hendrik 613
Kuper, Marriken 681, 687
Kuper, Willem 228 (van Grafhorst)
Kupers, Alijt 185
Kupers, Jutte (zuster van Zwane van Hasselt)
Kupers, Marriken
Kupers, Sanne 552
Kussenmaker, Johan 569
Kussenwerker, Johan de 496
Kussenwerker, Johan van Diest 526
Kussenwerkster, Alijt 499
Kyver, Peter Jansz 205
Laar, Michiel van 185, 743, 761
Lade, Michiel van der 493
Ladebeke, Coert 51 (te Kopenhagen)
Lake, Lubbert van der 681, 757
Lake, Stijne van der 501
Lamberts, Albert 17 (smidsknecht)
Lamberts, Alijt 480, 610, 643, 743
Lamberts, Alijt 489 (in de Hagen), 642 (in de Hagen), 643
Lamberts, Armgart 461
Lamberts, Berent 730
Lamberts, Claas 797, 841
Lamberts, Dirk 375, 378
Lamberts, Dirk 500, 501 (bakker), 512 (bakker)
Lamberts, Evert 337, 581
Lamberts, Geert 494, 507, 652, 846
Lamberts, Gise 119, 137, 241, 432, 635
Lamberts, Gosen 650
Lamberts, Heiman 206, 500
Lamberts, Hendrik 223
Lamberts, Hendrik 256, (scheepskok), 747 (scheepskok)
Lamberts, Hendrik 742 (bootsman)
Lamberts, Hendrik 99 (drager)
Lamberts, Jacob 342, 526, 643
Lamberts, Jacob 380 (schroeder)
Lamberts, Johan 185, 243, 266, 321, 475, 495, 500, 588, 625, 723, 815, 819
Lamberts, Johan 319 (van Neerden)
Lamberts, Johan 424, 494 (schoenmaker)
Lamberts, Johan 498, 499 (harnasmaker)
Lamberts, Johan 520 (van Grafhorst)
Lamberts, Lambert 464, 630, 775
Lamberts, Lambert 96 (bakker)
Lamberts, Lubbert 176, 322
Lamberts, Peter 625
Lamberts, Timan 127, 318, 456, 500, 506, 534, 537, 567
Lamberts, Timan 319 (opperknecht)
Lamberts, Timan 501 (wachter Boven de Poort)
Lamberts, Timan 620 (wachter)
Lamberts, Trude 123
Lamberts, Wessel 412 (schepeling)
Lamberts, Willem 660 (herbergier)
Lamberts, Willem 4, 310, 312, 660
Lampe, Berent 225, 230
Lange, Hendrik 399
Lange, Remmelt 512 (rijnschipper)
Langen, Beke Henrik van 103
Lansinck, Wessel 647
Lappe, Arent Egberts in de 496
Lappe, Arent in de 138, 242
Lappe, Stijne in de 475
Lapper, Goert 585
Lapper, Johan de 257
Lattenborch, Johan 337
Leens, Johan 133
Leeuw, Evert 584
Leeuw, Reinder de 99, 237, 381, 500, 510, 535, 582, 584
Leeuw, Reiner de 306 (X Foyse)
Leeuwarden, Peter van 488 (brouwer)
Leeuwen, Alijt van 522
Leeuwen, Gijsbert van 63, 373, 507, 559, 715, 828
Leuwen, Gijsbert van 175 (g.g.)
Leeuwen, Peter van 569
Leffers, Grete 850 (X Johan Geerts)
Leffers, Peter 814
Lefferts, Berent 798
Lege, Johan 229 (Johan Jacobszoon)
Lege, Johan de 394 (broeder van Jacob Jansz)
Leidekker, Geert 398
Leidekker, Geert van Almen de 498
Leidekker, Hendrik 504 (de oude stadsleidekker)
Leidekker, Jacob 176, 585
Leidekker, Jelis Jacobs 153
Leidekker, Rotger 672
Leidekker, Tele 742
Leiden, Hendrik van 176, 318, 342
Leiden, Johan Hendriks van 702
Leiden, Johan Roelofs van 624
Leiden, Jonker van 317, 238
Leiden, Simon Jonker van 494
Leiden, Simon van 490
Lems, Johan 58
Lems, Pier 455 (uit Den Briel, schipper)
Lenerts, Herman 497 (van Zwolle)
Lent, Geert van 99 (X Grete)
Lentick, Bartolt 160
Lentinck, Claas 155, 160, 215, 360, 394, 494, 671, 672, 683, 690
Lentinck, Claas 742, 757, 772
Lepper, Johan Dirks 42
Leuns, NN 343
Lewarden, Peter van 371
Lewerden, Peter van 23 (schipper)
Lewers, Timan 338
Lichthertken, Gijsbert 488 (vulre)
Liefmans, Femme 75
Lijf, Peter 811
Lijnslager, Johan 24
Linde, Lambertus ter 83 (notaris)
Linnenwever, Hendrik
Lochem, Andries van 510
Lochem, Otto van 825
Lodewijks, Eefse 410
Lodewijks, Hendrik 116, 419, 770
Lodewijks, Johan 477
Lodewijks, Peter 170, 176, 318, 410, 487, 496, 551
Loe, Hendrik van den 156
Loeke, Dirk 246
Loen, Johan van 718 (X Wibbe)
Loenen, Johan van 212, 228, 510
Lois, Hendrik 587 (broeder van Johan)
Lois, Johan 587 (broeder van Hendrik)
Loisz, Hendrik 584 (in de Hagen)
Loisz, Johan 584
Looketer, Peter 213, 246
Loper, Arent 512
Loper, Hendrik 816
Loper, Willem 791
Lopers, Dirkje 574
Lose, Egbert 175 (g.g.)
Lose, Egbert 489, 497
Lose, Geert 30
Louweken, Dronken 32, 44 (X Stijne), 58 (schipper)
Louwens, Claas 28 (van Abcoude)
Louwens, Lambert 588, 818
Loven, Dirk van 410
Loys, Geert 515, 659
Loys, Hendrik 364, (broeder van Johan)
Loys, Hendrik 769, 775, 778
Loys, Johan 364, (broeder van Hendrik)
Loys, Johan 431, 622, 787, 800
Loyssen, Johan 863
Lubberts, Alijt 184 (X Volkier Jansz)
Lubberts, Alijt 327
Lubberts, Berent 723
Lubberts, Dedele 552, 574, 811
Lubberts, Dirk 468
Lubberts, Geert 563 (X Lubbe)
Lubberts, Geertje 317
Lubberts, Hendrik 245
Lubberts, Hendrik 282 (uit Amersfoort)
Lubberts, Hendrik 140 (drager)
Lubberts, Johan 19, 82, 159, 242, 314, 342
Lubberts, Johan (rijnschipper) 363, 499, 502, 603, 617
Lubberts, Johan 317, 499 (kremer)
Lubberts, Lambert 222
Lubberts, Matheus 849
Lubberts, Peter 213, 645
Lubberts, Peter 407 (in Dronthen), 409 (in Dronten)
Lubberts, Rembolt 349, 490 (rijnschipper)
Lubberts, Rembolt 491
Lubberts, Seine 320 (schoenmaker)
Lubberts, Seine 493, 580
Lubberts, Stijne 731 (waardin)
Lubberts, Thewes 125, 171, 317, 318, 481
Lubberts, Timan 210, 213, 281, 407, 409
Lubberts, Yde 401
Lubeley, Herman 428 (koopman)
Lucht, Johan van der 545 (de jonge, steenhouwer), 621 (de jonge, steenhouwer)
Luchtemaker, Pilgrim 413, 734
Ludekens, Floris 216
Luders, Luder 735 (X Mechtelt)
Luders, Mechtelt
Ludinge, Johan 799 (X Geertruit)
Luikens, Johan 197 (te Wapenveld)
Luitken, Johan 387 (uit Grotebroek)
Luitken, Luitkens 456 (Boven de Poort)
Luitkens, Egbert 811
Luitkens, Griete 802
Luitkens, Hendrik 19, 623
Luitkens, Johan 498, 501
Luitkens, Johan 526 (tichelaar)
Luitkens, Lubbert 864
Lukener, Arent 510
Lukener, Arent Florisz de 196, 762
Lukener, Floris de 200, 219, 255, 389, 433, 526, 568, 800
Lukener, Hendrik de 346, 514, 557, 772, 789
Lukener, Hendrik Floris 526
Lukens, Johan 288
Lunenborch, Hendrik 674 (van Danzig)Lust, Johan 180 (X Zwane)
Lust, Johan 55, 176
Luter, Hendrik 285 (in de Asschet)
Lutke, Gerbrant 881
Lutteke, Gerbrant 240
Lutters, Herbert 321
Luttiken, Hille 187
Luykens, Feny 169 (te Hoorn)
Luykens, Floris 238
Maasdr, Griete Heimans 772
Maasdr, Heile 541
Maasdr, Lijsbeth 327
Maasz, Evert 116
Maasz, Geert Hendriks 612 (uit Zwolle)
Maasz, Heiman 170, 176, 528, 535, 683, 771, 772, 847, 874
Maasz, Heiman 175 (g.g.)
Maasz, Heiman 694 (raadslid)
Maasz, Heiman 830 (van de stad)
Maasz, Hendrik 612 (uit Zwolle)
Maasz, Maas (X Femme van Oenden)
Maasz, Maas 238, 342, 590, 599
Maasz, Maas, 673 (X Femme van Oenden)
Maasz, Maes 180 (belender)
Maasz, Marten 652
Maasz, Pilgrim 264
Machoris, Grete 716, 792
Machoris, Jacob 113, 192, 208, 238, 240, 242, 277, 313, 329, 375, 410
Machorisz, Jacob 443, 481, 496, 515, 524, 526, 768, 775, 802, 815
Machoris, Jacob 314 (schoonvader van Claas Andriesz)
Machoris, Jacob 739 (zijn knecht Jelis)
Machorisz, Johan 618 (houtzager, van Utrecht)
Maler, Berent de 478
Maler, Ernst de 532 (X Armgart)
Maler, Ernst van Schayck 498 (mr.)
Maler, Johan Hendriks de 575
Malsem/Malsen, Claas Geerts 785
Malsem, Geert van (in de Nieuwstraat)
Malsem/Malsen, Geert van 592, 643, 676, 856
Malsem, Stijne van 187, 504
Man, Dirk de 258
Man, Dirk de 318 (mulre)
Mandek, Johan 832 (uit Brugge, X Lijsbeth)
Mandeke, Johan (uit Brugge, X Lijsbeth)
Manneke, Arent int 520, 578
Manneke, Janneken in het 583
Mans, Evert 586
Manschot, Johan ten 115
Mant, Jacob 37, 226, 319, 329, 357, 489, 500, 613, 694, 695
Mant, Jacob 379 (moetsoensman)
Marken, Johan van 450
Marken, Johan van 139 (mr.)
Markens, Johan 566
Martens, Claas 550, 806, 808
Martens, Daam 839
Martens, Geertje 238
Martens, Jacob 58
Martens, Lambert 768, 771
Martens, Lubbert 197, 197, 232, 263, 264, 283, 381, 429, 490, 500
Martens, Lubbert 524, 578, 582, 625, 774, 786, 802, 815, 825, 865, 871
Martens, Rikolt, 549
Martens, Willem 805
Mast, Johan 815, 854
Maste, Johan 806
Matheus, Cornelis 495 (van Neerden)
Mathijs, Gese 66
Mathijsdr, Grete 800
Mathijsz, Cornelis 319, 624, 741, 865, 876
Mathijsz, Engbert 241
Mathijsz, Engbert 792 (schroeder)
Mathijsz, Engelbert 491
Mathijsz, Hendrik 11, 228, 261, 360, 501, 716
Mathijsz, Hendrik 175 (g.g.)
Mathijsz, Herman 502 (priester, Femme zijn dienstmaagd)
Mathijsz, Herman 867 (priester)
Mathijsz, Herman 832 (X Hille)
Mathijsz, Johan 321, 774
Mathijsz, Johan 850 (zijn dochter is Femme Hanegreve)
Mathijsz, Jorien 534
Mathijsz, Lambert 665 (z.v. een priester)
Mathijsz, Sijbrant 822
Mathijsz, Simon 237
Meiboom, Wessel 880 (uit Zwolle)
Meiners, Dirk 580 (X Lutgart)
Meiners, Geertken 382
Meiners, Johan 586 (timmerman)
Meinerts, Johan 154 (uit Enkhuizen)
Meinertshuis, Assele 86 (X Celie Tasse)
Mekeren, Peter van 582
Melisz, Hendrik 241, 329, 426, 520, 613
Melisz, Hendrik 800 (wever), 802 (wever)
Melisz, Lubbert 441
Melse, Herman 724 (uit Mecklenburg)
Meppel, Luitken van 618
Mesmaker, Andries 520
Mesmaker, Lambert 524, 564, 570, 571, 573, 585
Messenmaker, Hendrik 17
Messenmaker, Jacob 32, 99, 321, 504, 579
Messenmaker, Lambert 497
Messenmaker, Lambert Jacobs 19, 526, 579
Meter, Jacob 170
Metselaar, Coenraat 324
Metselaar, Coert 319, 324, 498, 603, 770, 811
Metselaar, Geert de 569, 778
Metselaar, Geert Jansz van Groningen 580, 772
Metselaar, Geert Jansz Roveneter 499, 503
Metselaar, Geert van Groningen 319, 522
Metselaar, Hendrik van Stenvorden 580
Metselaar, Johan Gerlochs 431
Metselaar, Johan van Groningen de 376
Metselaar, Kerstken 301, 563, 731, 733, 852
Metselaar, Kerstken Hendriks 521, 565
Metselaar, Lambert 38
Metselaar, Lubbert 632
Metselaar, Peter Gertkers de 620
Metselaar, Rotger de 308, 788
Mewes, Dirk 463 (uit Hasselt)
Mewesz, Berent 811
Mewesz, Johan 810
Mey, Lubbert 43, 572, 582, 816, 865
Michiels, Johan 804
Milde, Arent de 31, 620, 753, 754
Milligen/Mullingen, Dirk van 237, 354, 415, 491, 590, 802, 811
Milligen, Dirk van 524 (zijn knecht Berent)
Millingen, Dirk van 827 (bieraccijns)
Minneken, Peter 310 (rijnschipper)
Minneken, Peter 32, 193, 241, 321, 346
Minneste, Johanna 319 (bontwerkster)
Mocke, Arent 293, 318
Moelman, Arent 239, 346, 516, 521, 613, 614, 640, 675, 677, 808, 820, 826, 876, 878
Moelman, Geert 147 (belender)
Moelman, Geert 237, 238, 314, 318, 493, 508
Moelman, NN
Moelmans, Femme 586
Moerman, Else
Moerman, Peter 94, 148, 217, 220, 243 (priester)
Moerman, Wobbeken 94
Moermans, Else 604
Moers, Dirk van 42, 206, 236, 362
Moers, Johan van 110, 442, 446, 709, 710
Moers, Syrck van 366
Moes, Willem 317 (loper)
Moister, Johan 490
Mol, Herman 37, 228, 249, 480, 488, 493, 496, 499, 500, 503, 506
Mol, Herman 536 (X Else)
Mol, Herman 582, 585, 621, 623, 772, 773, 788, 793, 827
Mol, Peter 357, 379, 524, 879
Molen, Goert ter 115
Momme, Johan 650 (X Bertruit)
Monde, Geertje in de 63\
Monnick, Hendrik de 176, 777
Monnick, Hessel 30, 36, 500, 816
Monnick, Katharina 32
Monnick, Peter 32 (X Katharina)
Monnick, Wolter 32, 257, 520, 578
Monnick, Wolter Jansz 729
Monnik, Melis Dirks (te Sibculo)
Monster, Jacob van 198
Monster, zie ook Munster
Morinck/Murinck, Hendrik 529 (schout te Ijsselham)
Morre, Berent 268, 274
Morre, Berent 124 (schepen)
Morre, Berent 146 (reder)
Morre, Berent 19, 386 (X Femme)
Morre, Berent 43 (wijlen)
Morre, Berent 535 (belender)
Morre, Berent 56 (erfgenamen van )
Morre, Berent 75 (weduwe van )
Morre, Geert 175
Morre, Willem 175 (g.g.)
Morre, Willem 491, 497
Mouwers, Alijt 696
Mouwers, Berent 379
Mouwers, Frederik 101
Mouwers, Johan 317, 375, 378, 496, 841
Mouwers, Peter 251, 323
Mouwers, Verdille 696
Moy Frerik, zie Frederik Hendriks
Moy, Mette 805
Moykeman, Johan 637 (van Enkhuizen)
Muiden, Jelis van 641
Mulert, Ernst 286 (uit Hasselt)
Mulert, Hendrik 719 (schout)
Mullers, Hille 532
Mulligen, zie Milligen
Mulre, Alart de 37, 38
Mulre, Albert 120. 170, 618
Mulre, Alijt 82
Mulre, Allart 171
Mulre, Arent 839
Mulre, Arent Stevens 610
Mulre, Berent 839
Mulre, Coert 262 (schipper)
Mulre, Dirk de Man 318
Mulre, Floris de 228
Mulre, Geert 116 (uit Zwolle)
Mulre, Goert 176
Mulre, Hendrik 242 (op de IJsselmolen)
Mulre, Hendrik 325
Mulre, Hendrik Hendriks 321, 496
Mulre, Herman 258 (op de IJsselmolen)
Mulre, Herman de 38, 318, 320, 321, 375, 432, 490, 494
Mulre, Johan 375, 404, 491, 839
Mulre, Johan Crane 507
Mulre, Johan Feigers/Fygers de 835
Mulre, Johan Gosens 258
Mulre, Johan Hendriks de 447
Mulre, Johan Segers/Sigers 258, 494, 563, 733
Mulre, NN 176 (op de Uterwech)
Mulre, NN 316 (in de Hagen)
Mulre, Peter 228, 321, 726
Mulre, Peter 610 (op de Harkemolen)
Mulre, Peter Jansz 258, 321
Mulre, Simon Hendriks 534, 610
Mulre, Timan 120 (op de molen van Nanning)
Mulre, Warner 404, 491, 698, 774
Mulre, Warner 774 (op de IJsselmolen)
Mulre, Warner Arents de 318, 498, 508
Mulre, Wijbrant 870
Mulre, Willem 346, 491 (op de Steendijk)
Mulre, Willem Arents 318, 774
Munster, Else van 787
Munster, Elsken van 500
Munster, Grete van 621
Munster, Jacob van 100, 454, 472
Munster, Johan 115
Muntmeester, Lodewijk de 171, 316
Muntmeester, Nicolaas (mr.) 69
Muntmeester, NN de 583
Muntmeester, NN de 532 (X Femme)
Muntmeester, Thomas 773
Murrekin, Leffert 465
Mushol, Hille 318
Musse, Dirk 608, 613
Muterken, NN 795 (brandewijnverkoopster)
Mutse, Dirk 59, 175, 240, 346, 405, 488, 493, 495
Muus, Arent 488 (wijnboeve)
Muus, Arent 583
Muusholt, Geert 534
Naale, Grete 583
Nagel, Arent 2, 87
Nagel, Berent 781
Nagel, Geert 228, 320, 322, 491, 519
Nagel, Willem 112, 567
Nannens, Evert 491 (smid)
Nannings, Allart 655
Nannings, Claas 60 (X Johanna van Rijssen)
Nannings, Gese 10
Nannings, Hendrik 512
Nap, Else 818, 794
Nederman, Johan 224
Neerden, Cornelis Matheuss van 495
Neerden, Gijsbert van 688
Neerden, Gijsbert van (broeder van Peter)
Neerden, Johan Lamberts van 319
Neerden, Peter van (broeder van Gijsbert)
Neerden, Peter van 581, 688
Neerden, Sculte van 238
Neerden, Thomas van 493
Neerden, Thonis Gisen van 319
Neerden, Thonis van 393, 498, 504, 577, 603, 680, 691, 763
Neister, Femme 238
Neister, Johanna de 382
Netken, Hein 412, 428 (schipper), 527 (schipper)
Netken, Hein 833 (X Alijt)
Neus, Johan met de rode – (314)
Neve, Dirk 493, 780
Neve, Thonis 442, 446
Neyer, Hein de 50, 51, 52
Nieuwloe, Elert van 576 (uit Bremen)
Nijkercke, Coert 467
Nijkerk, Berent van 825
NN, Aaltken 584 (kleine Aaltken)
NN, Albert 320 (knecht van Gerbrant Boyster)
NN, Albertje 872
NN, Alijt (zwarte, appelkoopster)
NN, Alijt 238
NN, Alijt 500 (lange Alijt)
NN, Alijt 725 (dochter van Grete Rake)
NN, Alijt 800 (zwarte Alijt)
NN, Alijt dochter van Grete Rake
NN, Allart 170
NN, Alpher 496 (vader van Evert en Lubbert)
NN, Alphert 186 (pastoor te Mastenbroek)
NN, Andries 94, 724, 800
NN, Arent 490 (knecht van Dirk Penning)
NN, Ariaan 319
NN, Ariaan 319 (opperknecht)
NN, Asse 318
NN, Assele 498
NN, Ave 740, 816
NN, Barbara (boel van Geert Kistemaker)
NN, Barbara 745
NN, Barber 618
NN, Bate 452 (mooie/schone Bate), 453
NN, Bate 506 (Schone Bate)
NN, Bate 520 (schone Bate)
NN, Beerte
NN, Beertruiken 601
NN, Bele 317 (dienstmaagd van Alpher Peters)
NN, Bele 586, 777
NN, Berent 24 (in de nieuwe herberg)
NN, Berent 488, 507, (knecht van Henrik van Oenden)
NN, Berent 495 (knecht), 589 (knecht)
NN, Berent 71, 218, 372, 524, 606, 672
NN, Bernier 445
NN, Bette 724, 740 (grote Bette), 800 (grote Bette), 816 (grote Bette)
NN, Bette 814
NN, Bije 589
NN, Bloemken 82 (vulre)
NN, Boese Jan 659 (schipper)
NN, Boldeman 516 (smid, mr.)
NN, Bonte Grete 238
NN, Borchken 831
NN, Boudewijn 58
NN, Bruusken 176, 399, 477, 481, 491, 506, 507, 509, 510, 550
NN, Bruusken 311, (in de Hagen), 666 (in de Hagen)
NN, Bruusken 566 (knecht van Geert Budel)
NN, Bruusken 594 (de weduwe van)
NN, Claas 772 (lange Claas)
NN, Claas 800 (lange, in de Hagen)
NN, Claas 98 (schipper)
NN, Clein Evert 241 (tapper bij de Clocke)
NN, Cleis 497 (dienstmaagd)
NN, Cornelis 200 (schipper)
NN, Cornelis 316 (smidsknecht)
NN, Cornelis 610 (grote Cornelis)
NN, Cornelis 802, 816
NN, Cracht 456
NN, Crisen 572
NN, Dele 238, 529
NN, Dietrich 808
NN, Dirk, 789 (Roe Dirk, schipper)
NN, Dirk 99 (X Lucie)
NN, Dirkje 238 (Quade Dirksken)
NN, Dode 240, 574, 598, 622, 639, 774, 802
NN, Douwe 861 (schipper)
NN, Dove Gerritken 356
NN, Eefken 811
NN, Eefse 41, 503
NN, Eefse 581 (op de Vloetddijk)
NN, Else 131 (dienstmaagd)
NN, Else 322, 491, 626
NN, Else 698 (maagd van Johan Willems)
NN, Else 772 (Gele Else), 773
NN, Elsken 488 (Franse Else)
NN, Elsken 648
NN, Engbert 495 (priester)
NN, Engbert 589
NN, Engele met de lamme hand 585
NN, Ernst 817 (accijns)
NN, Evert 87, (Kleine Evert)
NN, Evertken 610 (clein Evertken)
NN, Ewolda 526 (in de Hagen)
NN, Ewout, 515 (in de Hagen)
NN, Floris 71, 778
NN, Frank 617
NN, Frederik 25 (knecht)
NN, Frederik 38
NN, Frederik 823 (raadslid)
NN, Gebbe 171 (X Timan)
NN, Geert 522 (knecht van Hendrik Gosens)
NN, Geert 98, 535, 775
NN, Geert 542 (knecht in de Vranckrijck)
NN, Geert 784 (knecht van Igerman)
NN, Geert 789 (Grote Geert, uit Kuinre)
NN, Geert 806 (grote Geert), 621 (grote Geert), 811 (grote Geert)
NN, Geertken 131 (dienstmaagd)
NN, Geertken 176, 604
NN, Geertken 505 (dienstmaagd van heer Lubbert)
NN, Geertruit 171, 172, 173 (dienstmaagd v.d. muntmeester)
NN, Geertruit 181
NN, Gele 524, 578, 607, 610, 613, 617, 626, 734, 791, 800, 817, 825
NN, Gele 797 (deerne)
NN, Gelpert 82
NN, Gerardus 285 (te Genemuiden)
NN, Gerbrant 443 (waard in de Pelicaan)
NN, Gerbrant 84 (X Alijt)
NN, Gerlach 654 (pastoor van Zalk)
NN, Gerloch 778
NN, Gerlof 453 (waardin)
NN, Gerritken (klein) 17
NN, Gijsbert 307 (waard in de Geerstaat van der Ae)
NN, Gijsbert 318
NN, Gijsbert 493 (mr.), 786 (mr.)
NN, Gijsbert 514 (smid)
NN, Gijsbert 528 (hoofdman Boven de Poort)
NN, Gijsbert 823 (raadslid)
NN, Gijse 503 (mr.)
NN, Gise 489 (zwarte Gise waard bij de Clocke)
NN, Gise 581 (dunne Gise)
NN, Gise 582, 753, 802
NN, Goert 491 (bakkersknecht)
NN, Goert 610 (in de Melissteeg)
NN, Goiken 571
NN, Gosen 223 (uit Friesland)
NN, Gosen 528 (mr., hoofdman in de Hagen)
NN, Gosen 600 (mr.)
NN, Gosen 672 (heemraad)
NN, Gosen 778
NN, Gosen 817 (mr., accijns)
NN, Gosen 823 (raadslid)
NN, Goyken (swarte, rijnschipper) 321
NN, Goyken (swarte Goyken) 38, 49, 76, 79, 86, 199, 210, 322, 383, 489, 494
NN, Goyken 791 (Zwarte Goyken, X Femme Hermans)
NN, Goyken 808 (zwarte Goyken), 815 (zwarte Goyken)
NN, Greetken
NN, Grete 205 (tante van Peter Kyver)
NN, Grete 491, 589, 796
NN, Grete 818 (maagd van Johan Coops)
NN, Griete (maagd)
NN, Griete 796 (dienstmaagd van Lewe van Haarst)
NN, Gumpert 745, 765, 791, 796, 800, 802, 814, 815, 824, 826
NN, Hadewich 494, 873
NN, Hase 427 (dienstmaagd van Herman van Uterwyck)
NN, Heile 238 (Rode Heile)
NN, Heile 872 (rode Heile in de Kroon)
NN, Heiman 351, (mr.)
NN, Heiman 408
NN, Heiman 672 (heemraad)
NN, Hein 792 (Dove Hein)
NN, Heine (rode Heine) 572, 590, 712, 784, 787, 791, 792, 800, 802, 806
NN, Heine 622 (dome Heine)
NN, Helmich 578 (knecht van Alpher Peters)
NN, Hendrik 40 (verversknecht)
NN, Hendrik 490 (mulresknecht)
NN, Hendrik 491 (knecht van Johan Mulre)
NN, Hendrik 491 (knecht van Lambert Pelser)
NN, Hendrik 654 (mr., in de Venestraat)
NN, Henrica 621 (een deerne)
NN, Hensken 774
NN, Herbert 366 (op de Burgwal)
NN, Herman (broeder van Gise)
NN, Herman 409 (zoon van Swane Wichers)
NN, Herman 472 (hinkende Herman )
NN, Herman 514 (smidsgezel)
NN, Herman 580 (rijke Herman)
NN, Herman 802, 805
NN, Herme 493
NN, Hille 860 (X Laurens NN)
NN, Igerman (zijn knecht)
NN, Igerman 512, 784, 876
NN, Jacob 109, 181, 339, 581, 622, 774
NN, Jacob 128 (mr.)
NN, Jacob 172, 350 (mr., X Lijsbeth)
NN, Jacob 241 (opperknecht)
NN, Jacob 320 (knecht van Willem Coenraats)
NN, Jacob 418 (schout van Haren)
NN, Jacob 837 (priester)
NN, Jan 236 (knecht van Johan Kersten)
NN, Jan lakenverversknecht 321
NN, Janna 322, 604
NN, Janneken 578 (met het armpje)
NN, Jelis (knecht van Jacob Machoris)
NN, Jelis 551 (schipper)
NN, Jelis 815 (knecht)
NN, Jelis 99 (mr.)
NN, Johan 239 (knecht van mr. Hendrik van Uterwyck)
NN, Johan 293 (een jongen)
NN, Johan 318 (knecht van lange Wolter de bakker)
NN, Johan 513 (smidsknecht)
NN, Johan 574 (knecht van Luitken Tripmaker)
NN, Johan 610 (in de Melissteeg)
NN, Johan 610 (bakkersknecht)
NN, Johan 752 (mr., te Helsingor)
NN, Johan 785 (knecht van Roelof Smit)\
NN, Johan 818 (bakkersknecht)617
NN, Johan 86, 288
NN, Jonge Jacob 319 (te Ens)
NN, Jonge Jacob 133
NN, Jonker Jacob 291, 305 (in Noorwegen)
NN, Jutte 131, 790
NN, Jutte 9 (dienstmaagd)
NN, Katharina 247, 513, 589, 798
NN, Katharina 321 (in de Volkerssteeg) NN, Kerst 746 (lange Kerst)
NN, Katharina 512 (maagd van Kerstken van Ingen)
NN, Kerst 822 (lange Kerst)
NN, Kerstken 514 (smidsgezel)
NN, Kerstken 517
NN, Kerstken 568 (Zwarte Kerstken, vulre), 579 (Swarte Kerstken, vulre)
NN, Kerstken 672 (heemraad), 672
NN, Kromme 672
NN, Kunne 512
NN, Kunne 542 (maagd van Dirk Straatken)
NN, Lambert 490, 671, 785, 805, 808, 823
NN, Lambert 672 (heemraad)
NN, Lamme 491, 502, 509, 583, 623, 772, 789, 806, 826
NN, Lamme 499 (in Herman Mols huis)
NN, Laurens 145
NN, Laurens 860 (X Hille)
NN, Laurens met de quade voet 489
NN, Leffert 550
NN, Lijsbet 242 (maagd van Jacob Machoris)
NN, Lijsbeth 192 (dienstmaagd)
NN, Lijsken 738
NN, Lipke de waard 347 (in Friesland), 348
NN, Lolleken 347 (in Friesland)
NN, Louwken 32 (dronken L.), 44, 58
NN, Loy 515
NN, Lubbeke 583
NN, Lubbert 505 (priester)
NN, Lubbert 537, 805, 815
NN, Lubbert 827 (assaymeester)
NN, Lucie 31
NN, Lucie 99 (X Dirk)
NN, Ludolf 377 (X Mechtelt)
NN, Luitken 774
NN, Luitken 790 (te Brunnepe)
NN, Maas 255 (x Geertken Geerts)
NN, Marriken 496 (lichte deerne)
NN, Marriken 800 (kleine Marriken)
NN, Mathewsz, 665 (priester)
NN, Mathijs 805
NN, Mechtelt 498 (deerne bij de muur)
NN, Meinart 24
NN, Meinert 154
NN, Meinert 493 (in de Hagen)
NN, Melchior 721 (tollenaar te Hussum)\
NN, Mourisken 342 (te Brunnepe)
NN, Mouwers 170 (te Brunnepe)
NN, Mouwers 171
NN, Muterken 719 (brandewijnverkoopster)
NN, Nanning 741 (viswater)
NN, Nanning 823 (raadslid)
NN, Niel 170, 322
NN, Niese 382 (maagd van Bate van der Hoeve)\
NN, Orber 320
NN, Otto 496 (broeder)
NN, Peter 41, 181
NN, Peter 808
NN, Pouwel 229, 273 (schipper)
NN, Reert 344 (bmr. van Edam)
NN, Reinken 170 (zwager van Jacob Wachter)
NN, Rembolt 411 (bij de Hogeweg)
NN, Rembolt 496 (de jonge, rijnschipper)
NN, Rembolt 792 (lange Rembolt)
NN, Remmolt 610
NN, Rense 238
NN, Rewert 764 (een Fries), 766
NN, Ricolt 176
NN, Rijklant 783
NN, Rixe 316
NN, Rixken 815
NN, Robertken 322
NN, Roderik 832
NN, Roelof 241 (knecht van Peter Minneken)
NN, Roelof 600
NN, Roelof 765 (over de IJssel)
NN, Rotger 523 (stalknecht)
NN, Rotger 79, 503
NN, Rotger de stadsdienaar 85
NN, Schele Claas 106
NN, Seine 511 (priester, mr., in Frankrijk)
NN, Seine 748 (priester)
NN, Seine 805 (in de Hagen)
NN, Simon 811 (mr.)
NN, Sirck 448
NN, Stijne 790
NN, Swane 499
NN, Sweder 366 (knecht van Johan Cock)
NN, Tette 401
NN, Thomas 494
NN, Thonis 800 (riemslagersknecht)
NN, Timan 171 (X Gebbe)
NN, Timan 71
NN, Timan 865 (mr.)
NN, Timan 880 (hinkende Timan)
NN, Trese 867
NN, Volker 322, 497
NN, Warner 499, 882
NN, Wenemer 550
NN, Wermbolt 459
NN, Werner 58 (schipper)
NN, Wessel 301 (zwager van Mette Kaye)
NN, Wessel 317
NN, Wicher 512 (mr.)
NN, Wicher 515, 517, 610, 621, 772, 789, 792, 815
NN, Wicher 520 (voorspraak)
NN, Wijnbrant 489 (in de Hagen)
NN, Wijnken 182, 604, 775
NN, Willeken 811
NN, Willem 443 (broeder van Gerbrant in de Pelicaan)
NN, Willem 498 (knecht van Maas Roeper)
NN, Willem 586
NN, Wobbeken 217 (nicht van Peter Moerman)
NN, Wobbeken 529
NN, Wobke 69
NN, Wolbricht 413
NN, Wolter (lange Wolter), 319, 321, 322, 408, 489, 493
NN, Wolter (viswater)
NN, Wolter 503 (in Geert Kremers huis)
NN, Wolter – lange Wolter 520, 526, 572, 582, 583, 585, 777, 789, 791, 796, 818, 824
NN, Wolter 753
NN, Wolter 784 (knecht van Kerstken van Ingen)
NN, Wolter 811 (lange Wolter, X Else)
NN, Wolter 827 (assaymeester)
NN, Wynken 512 (weversgezel) 512
NN, Wynken 512
Nocke, Albert 480
Nocke, Eefse 480
Nocke, Gerbrant 497
Nocke, zie ook Nucke
Noemkens, Hendrik 854
Noesel, Johan van 346, 351, 488
Noesken, Wolter 82
Northorn, Johan van 39
Noy, Evert 322 (vuller)
Noye, Dirk 32
Noye, Jacob 32
Noye, Johan 32, 82
Noye, Johan 42, 79 (wever)
Noye, Johan 92 (belender)
Nucke, zie ook Nocke
Nucke, Albert 171, 805
Nucke, Gijsbert 578
Nucke, Goert 171
Nucke, Herman 796
Nucke, Peter 120
Nymwegen, Arent van 811
Nymwegen, Berent Dirks van 582
Nymwegen, Goert van 99, 212
Nymwegen, Grete van 496
Nymwegen, Heile van 800
Nymwegen, Hille van 241
Nynker, Peter 136
Oelriks, Johan 334
Oem, Jacob (schipper)
Oem, Jacob 793
Oem, Jacob 831 (schipper)
Oem, Jacob Claas 692 (schipper)
Oenden, Berent van 705, 857
Oenden, Femme van 673 (X Maas Maasz)
Oenden, Grete van 673 (X Hendrik van IJsselmuiden)
Oenden, Hendrik van 488 (zijn knecht Berent)
Oenden, Hendrik van 179 (momber)
Oenden, Hendrik van 150, 355, 507, 589
Oenden, Jacob van 38 (mr.)
Oester, Johan van 672
Oge, Simon uut 594
Olde, Herman de 285 (schout van Genemuiden)
Oldeboeter, Lubbert 69, 171, 321, 434, 436, 502
Oldenziel, Lubbert van 510 (Hoymeyer)
Olieslager, Berent 504, 507, 856
Olieslager, Timan Willems 503
Olofs, Kerstken 256 (schepeling)
Olst, Alijt van 16
Olst, Dirk van 57 (X Geertruit)
Olst, Dirk van 228, 240, 255, 488, 489, 490, 505, 808
Olst, Roelof van 46 (de jonge)
Olst, Timan van 63, 122, 170, 191, 237, 240, 297, 316, 317, 318, 320, 375
Olst, Timan van 381, 413, 430, 462, 489, 505, 506, 509, 510, 526, 535, 564, 570, 571
Olst, Timan van 580, 814, 831
Ommedraagster, Hille de 117
Ommen, Hendrik van 833
Ommen, Roelof van 468 (huwelijksman)
Onna, Johan van 529 (alias God groet u)
Oord, Meinert op de 512
Oostenwolde, Claas Jansz van 512
Oostenwolde, Johan van 552, 861
Oosterlinck, Johan de 575 (X Ymme)
Oosterling, Johan de 241
Oosterling, Warmbolt de 317
Oosterwolde, Alijt van 76 (tapster in de Hagen)
Oosterwolde, Alijt van 79, 176
Oosterwolde, Grete van 64
Oosterwolde, Hendrik van 320
Oosterwolde, Herman Backer van 320
Oosterwolde, Johan van 183 (in de Hagen)
Oosterwolde, Johan van 41, 464
Oosterwolde, Sanna van 242 (X Herman Stamme)
Oostfriesland, Thede van (gravin) 43
Openhuis, Arent 503, 514, 547, 787
Openhuis, NN 825
Openhuis, vrouw 796
Opperknecht, Herman Hermans de 800
Opreder, Johan Geerts de 237, 377
Opreder, Timan 525, 536, 572, 587
Opreider, Claas 84
Osenbrugge, Johan Hendriks van 541
Osenbrugge, Johan van 50, 169, 500, 562
Ossendrijver, Berent 500
Ossendrijver, Berent Roethoeft 526
Ossendrijver, Berent Rot de 500
Ossendrijver, Lambert de 535
Ottens, Coman 592
Ottens, Dode 736
Ottens, Geert 116, 182, 202, 242, 309, 314, 318, 319, 320
Ottens, Geert 448, 479, 504, 507, 592, 643, 856, 863
Ottens, Johan 20 (uit Emmerich)
Ottens, Johan 820 (uit Groningen)
Ottens, Lubbert 775
Ottens, Roelof 23, 24, 31, 69, 317, 357, 371, 415, 488, 494, 564, 694, 710, 824
Ottens, Roelof 872 (X Fije)
Overdijk, Lubbert 128
Overdijk, Willem 511 (priester)
Overlander, Johan 577 (te Doesburg)
Oy, Hendrik van 320 (de bakker)
Oy, Herman van 493 (bakker)
Paardenkoper, Johan Jacobs 490
Paasberch, Dirk 829 (schipper uit Bremen)
Paasberch, Dirk 858 (schipper)
Packbergen, Berent van 82, 346, 580
Packbergen, Gese van 570
Packbergen, Katharina van 580
Pael, Hendrik 150, 259, 279, 355, 823
Pael, Hendrik 167 (schepen)
Pael, Hendrik 528 (hoofdman in het Overespel)
Pael, Hendrik de jonge 496, 604, 742, 496
Pael, Hendrik 831 (van de stad)
Pael, Johan 369, 510, 537, 581, 584, 831
Pael, NN (viswater)
Palmers, Gese 574
Palser, Johan 317
Pangeler, Peter 321
Pangeler, Willem 45
Pannert, Berent 190 (executeur)
Pannert, Berent 32, 390 (priester)
Pannert, Pilgrim 32, 390, 497, 573, 574, 603, 666, 741
Pannert, Pilgrim 543 (vulre)
Pannert, Pilgrim 73 (momber)
Pastoor, Peter de 538 (mr.)
Paus, Sixtus IV 34, 167
Pauwels, Gijsbert 512
Pauwels, Gosen 170, 174, 559
Paws, Berent 385
Pekel, Dirk 515
Pekelherinck, Dirk 519 (uit Groningen)
Pelgrims, Aafke 171
Pelser, Geert Willems 321
Pelser, Hendrik 490
Pelser, Herman Bruins de 495
Pelser, Johan 488
Pelser, Johan Jansz 507
Pelser, Lambert 16, 122, 182, 209, 228, 236, 346, 491, 744
Pelser, Lambert 208, 396 (X Grete Plate)
Pelser, Laurens 257
Pelser, Peter 347 (in Friesland), 348
Pelser, Peter 601
Pelser, Wolter 787
Penninck, Johan 343, 645, 732
Penninck, Lambert 506
Penning, Dirk (zoon van Lijsbeth van Straten)
Penning, Dirk 490, 569, 873
Penning, Heile 873
Penning, Johan 389, 433
Penning, Johan 797
Penning, Lambert 201 (te IJsselmuiden)
Penning, NN 621
Penning, zie ook Pinninck
Perkamentmaker, Johan 569 (mr.)
Persijn, Mechtelt 814
Persijn, NN 615
Peters, Albert 416 (z.v. Peter Schroeder)
Peters, Alijt 257
Peters, Alpher/Alfer 23, 34, 51, 70, 155, 394, 493, 498, 501, 505, 578, 604, 618
Peters, Alpher 175 (g.g.)
Peters, Alpher 317 (Bele zijn dienstmaagd)
Peters, Alpher 367 (huwelijksman)
Peters, Arent 63, 311, 319, 479, 493, 510, 774, 785, 790, 837, 845, 875
Peters, Arent 272 (scheepsgezel)
Peters, Arent 328, 329 (te Brunnepe)
Peters, Arent 418 (waard in de Hagen), 419
Peters, Arent 599 (X Lijsbeth Jans)
Peters, Arent 63 (de andere)
Peters, Berent 767, 871
Peters, Berent 744 (X Hendrikje)
Peters, Cirk 151
Peters, Dirk 488, 526
Peters, Evert 774
Peters, Geert 826 (van Medemblik)
Peters, Gerrit 321 (schoenmaker)
Peters, Gijsbert 309, 668
Peters, Gijsbert 609 (wever)
Peters, Grete 337
Peters, Hendrik 199, 414
Peters, Jacob 68 (X Wemme)
Peters, Johan 37 (op de Steendijk) Peters, Johan 43, 129, 170, 480, 574, 608, 613
Peters, Johan 620, 631, 713, 723, 775, 779, 827, 856, 871
Peters, Johan 578 (sandvoerder)
Peters, Johan 803 (visser)
Peters, Johan 170 (mandenmaker)
Peters, Johan 205 (uit Dulck)
Peters, Johan 242 (schoenmaker)
Peters, Laurens 296, 317, 490, 510, 845
Peters, Loy 547
Peters, Lubbert 243, 286, 600, 751
Peters, Lubbert 141, 167 (schepen), 624 (raadslid), 869 (raadslid)
Peters, Lubbert 36 (momber)
Peters, Lubbert 367 (huwelijksman)
Peters, Marriken 501
Peters, Peter 317
Peters, Peter 424 (vulre)
Peters, Pouwel 345
Peters, Volker 469
Peters, Willem 70, 395, 438, 538, 580, 609, 775
Peters, Willem 19 (X Reinken)
Peters, Willem 240 (linnenwever)
Peters, Willem 328 (rijnschipper)
Peters, Willem 463 (X Beaterse)
Peters, Willem 628 (waard)
Peters, Willem 864 (X Else Jans)
Peye, Mense 350
Peye, Peter 116
Philips, Louwe 814
Philips, Mense 62 (smid, X Rijklant)
Philips, Peter 775
Pigge, Arent 524, 858
Pijpeken, Peter 79
Pijper, Adriaan 320 (oude)
Pilgrims, Jacob 110, 237
Pilgrums, Niese 169
Pillekens, Stijne 824
Pinninck, Albert 563
Pinninck, Dirk 510
Pinninck, Goyken 811
Pinninck, Lambert 654, 746
Pinninck, Lambert 685 (schout)
Pinninck, zie ook Penning
Pinxster, Meinert van 519 (potschuiver, op de Oord), 520
Piper, Peter 76
Plaggemeier, Geert 346, 356
Plaggemeier, Hendrik 356
Plasdranck, Grete 499
Plate, Dirk 512 (uit Deventer)
Plate, Gese 488
Plate, Grete 806, 808
Plate, Griete 16
Plate, Griete 208, 396 (X Lambert Pelser)
Plate, Willem 316 (harnasmaker)
Poortman, Johan 38, 79
Pootman, de drager 13
Pors, Geert 329 (uit Zalk)
Pors, Hendrik 620
Pors, Mette 494 (papen Metken)
Pot, Peter in de 507, 775
Potgieter, Albert 641 (te Emmerich)
Potgieter, Cornelis de 495
Potgieter, Rijkholt 237
Potschuiver, Geert Claasz 500 (uit Hasselt, potschuiver)
Potschuiver, Herman 489
Potschuiver, Johan de Hezert 500 (uit Hasselt)
Potschuiver, Johan van Steenwijk 497
Potschuiver, Johan Wulf 775
Pottenmaker, Andries 738
Pottenmaker, Claas 515, 517, 520
Pottenmaker, Claas 502 (op de Burgel)
Pottenmaker, Cornelis 586, 619, 738
Pottenmaker, Johan 236 (bij de Morrenbrug)
Pottenmaker, Johan 738 (X Gese)
Potter, Andries 568
Potter, Claas 171, 242, 490, 1714
Potter, Geerlof/Gerloch 130, 170, 176
Potter, Gerlof 160 (keur)
Potter, Johan 3
Potter, Willem 17, 82
Pouwels, Arent (scheepskok)
Pouwels, Arent 722
Pouwels, Gijsbert 520
Pouwels, Gosen 96, 228, 240, 288, 294, 322, 380, 441, 459, 495, 504, 580
Pouwels, Gosen 581, 594, 603, 617, 789
Pouwels, Mathijs 572 (barsenmaker)
Pouwels, Stijne 501 (de jonge)
Pouwes, Geertruit 541
Prange, Hendrik 109 (X Marriken)
Prange, Hendrik 176, 488, 789, 880
Prange, Hendrik 242 (hoefsmid)
Preisinck, Andries 625, 776
Protel, Willem 796
Puist, Berent 231 (X Alijt van Ense)
Puloge, Harry 403 (uit Londen)
Putto, Hendrik 509 (van Kamperveen)
Quackers, Grete 514
Quackers, Wenemer 514
Quade, Martijn de 457 (uit Deventer)
Quade voet, Laurens met de- 489
Quanter, Hendrik 99
Quanter, Lubbert 45, 99, 134, 144, 176, 550, 586, 608
Quanters, Ide 497
Quels, Hans 562 (schipper, uit Danzig)
Raamwachter, Timan de 318
Raatman, Evert
Radenmaker, Geert Jansz 456, 803
Radenmaker, Gijsbert 329, 729, 805
Radenmaker, Mouwers 171
Radenmaker, Thonis 456, 538
Rae, Lambert Geerts in het 620
Rake, Grete 725 (X Willem Tele)
Ralle, Grete, 526, 772, 802
Randen, Geert van 376
Rant, Seine 176, 545
Raschen, Hendrik (in de Oudestraat)
Raschen, Hendrik 880
Raven, Hendrik Beste in de 820
Raven, Hendrik in de 176 (in Brunnepe)
Raven, Hendrik in de 67, 202, 322
Raven, Herman in de 610, 625
Raven, Mathijs 837
Rechteren, Egbert van 805 (schipper)
Regger, Johan 621
Rehagen, zie ook Ryhagen
Rehagen, Geert 67, 491, 496, 497, 505
Rehagen, Geert 16 (X Dele)
Reigers, Johan 316
Reinders, Johan 520
Reiners, Andries 818
Reiners, Asse 45 (X Geertje)
Reiners, Berent 298, 667
Reiners, Geert 272 (scheepsgezel)
Reiners, Geert 99, 240, 324, 339, 455, 582
Reiners, Jacob 510 (uit Doornspijk)
Reiners, Johan 337 (X Alijt)
Reiners, Johan 38 (mulre)
Reiners, Johan 489, 507
Reiners, Laurens 747
Reiners, Thonis 125
Reiners, Warner 227
Rembolts, Herman 358
Rembolts, Rembolt 17, 223
Remmelicio, Timan 759
Remmels, Herman 791 (bij St. Katharia), 803 (bij St. Karharina)
Remmelts, Berent 189
Remmelts, Hendrik 608
Remmers, Frederik 317
Remmyncrode, Timan 674 (van Dorpat)
Renniken, Johan 590
Rensinck, Wicher 7, 94, 217, 239, 491, 494, 499, 500, 501, 507
Rensinck, Wicher 522, 565, 580, 581, 583, 585, 586, 590, 600, 604, 610
Rensinck, Wicher 634, 746, 768, 779, 787, 788, 806, 808, 825, 826, 865
Rensinck, Wicher 68 (voorspraak)
Reyge, Dries 115
Ribbers, Johan 882
Ricolts, Hendrik 26
Ricolts, Willem 210
Ridder, Hendrik 115
Riemslager, Willem 198
Riemslager, Willem 800
Riemsmaker, Geertken 601
Riet, Gese op de 237
Riet, Grete 131
Riet, Johan 700 (te Deventer)
Rihagen, zie Rehagen
Rijke, Johan 170, 488, 586
Rijke, Johan 92 (momber)
Rijkenborch, Peter Jansz 201
Rijkenborch, Peter van 754
Rijkmans, Arent 235 (Foyse)
Rijkmans, Arents 18
Rijkmans, Claas 5
Rijkmans, Eefse 794
Rijkmans, Jacob 186 (te Mastenbroek)
Rijkmans, Timan 213
Rijkmans, Willem 60
Rijnschipper, Claas Allarts 526
Rijnschipper, Dirk Jansz 585
Rijnschipper, Heiman Egberts 317, 749, 808, 825
Rijnschipper, Hendrik Alberts 825
Rijnschipper, Hendrik Dubbelts 585
Rijnschipper, Hendrik Hake 585
Rijnschipper, Hendrik Jansz 585
Rijnschipper, Hendrik Timans 322
Rijnschipper, Jacob Alberts 241
Rijnschipper, Jansz, Rotger 349
Rijnschipper, Johan 679 (uit Kampen), 755 (uit Kampen)
Rijnschipper, Johan Alberts 322, 671, 796, 808, 814
Rijnschipper, Johan Alberts (burger), 596
Rijnschipper, Johan Hane 568
Rijnschipper, Johan Hendriks 610
Rijnschipper, Johan Hermans 322, 331
Rijnschipper, Johan Lubberts 363, 499, 502, 617
Rijnschipper, Johan ten Eckelboom 349
Rijnschipper, Johan Willems 497
Rijnschipper, jonge Rembolt de 496
Rijnschipper, Kerstken Wolters 618
Rijnschipper, Louweken de 18
Rijnschipper, Magnus 313, 314, 502, 515, 519
Rijnschipper, Peter Geerts, 585
Rijnschipper, Rembolt Lubberts 349
Rijnschipper, Remmelt Lange 512
Rijnschipper, Remmelt Lubberts 490
Rijnschipper, Swarte Goiken de 321
Rijnschipper, Sweder Dirks 541, 617
Rijnschipper, Ulfert 720, 796
Rijnschipper, Willem Berents 816
Rijnschipper, Willem Claasz 529
Rijnschipper, Willem Peters 328
Rijnschipper, Wolter Jansz 489, 772
Rijnvisch, Albert 353, 354, 406, 500, 502, 506, 789
Rijnvisch, Albert 403 (was in Londen)
Rijnvisch, Egbert 786 (uit Zwolle)
Rijnvisch, Else 520, 583
Rijnvisch, Frederik 134, 346, 495, 505, 582, 618, 644, 766, 792, 811, 824, 867
Rijnvisch, Frederik 176 (zwager van Gise Blanckert)
Rijnvisch, Frederik 36 (rentekoper)
Rijnvisch, Frederik 527 (schipper)
Rijnvisch, Frederik 528 (hoofdman in het Horstespel)
Rijnvisch, Frederik de oude 487, 786
Rijnvisch, Frederik 65 (de oude, X Alijt)
Rijnvisch, Frederik 40, 56 (X Alijt)
Rijnvisch, Frederik 374 (de oude, wijnkoopsman)
Rijnvisch, Frederik Hendriks 144, 800
Rijnvisch, NN (zijn maagd Alijt)
Rijnvisch, NN 798 (Alijt, de maagd van)
Rijnvisch, Wobbeken 1
Rijssen, Berent van 444, 448, 569, 50, 642
Rijssen, Geert van 518 (uit Deventer)
Rijssen, Geert van 240
Rijssen, Herman van 18, 176, 448, 643, 815, 863
Rijssen, Herman van 489 (potschuiver uit Meppel)
Rijssen, Johanna van 60
Rikolts, Johan 737 (uit Kuinre)
Rikolts, Katharina 842
Rinckhouwer, Johan 483 (X Katharina)
Rinckhouwer, Johan 517
Rippers, Johan 788
Riquens, Hendrik 186 (te Mastenbroek)
Riquens, Hendrik 285 (onderschout van Vollenhove)
Riquens, Jacob 285
Robijn, Claas 610 (priester)
Rode, Egbert 168
Rode, Fija moeder van – Heile 49
Rode, Gerrit de 238
Rode haar, Johan met het 703 (schipper), 705, 722
Rode, Herman 787
Rode, Herman (wachter op de Koeburcht)
Rode, Herman 498 (broeder van Wicher)
Rode, Herman 859 (op de Coeburcht)
Rode, Herman 870 (stadsdienaar)
Rode, Jacob 160, 499, 523, 582
Rode, Peter 160 (in de Hagen)
Rode, Peter 238, 641
Rode, Rode Heile 99 (X Hendrik Jansz)
Rode, Timan 499
Rode, Wicher 498 (broeder van Herman)
Rodeheinen, NN 583 (X Heile)
Roederlo, Johan van 23, 71, 211, 283, 319, 432, 494, 498, 503, 505, 508
Roederlo, Johan van 520, 807, 814
Roederlo, Johan van 65 (X Mette)
Roederlo, Johan van 499 (broeder van Steven)
Roederlo, Jutte van 1
Roderlo, Steven van 33, 367, 497, 499, 487, 494, 497, 499, 505, 615, 790, 815
Roederlo, Steven van 368 (huwelijksman)
Roederlo, Steven van 64 (borg), 65 (landeigenaar)
Roederlo, Steven van 499 (broeder van Johan)
Roelofs, Alijt 337
Roelofs, Egbert 567
Roelofs, Else 872
Roelofs, Floris 82, 528
Roelofs, Frederik 30
Roelofs, Geert 299 (schrijver van schipper Jacob Claasz)
Roelofs, Geert 451
Roelofs, Geert 493 (vuller)
Roelofs, Geert 493 (Swarte)
Roelofs, Gerrit 550
Roelofs, Herman 31, 48, 114
Roelofs, Johan (van Leiden)
Roelofs, Johan 238 (schoenmaker)
Roelofs, Johan 798 (X Wendelmoet)
Roelofs, Otto 31, 48, 69, 76, 102, 108, 114, 262
Roelofs, Otto 551 (schipper), 552
Roelofs, Roelof 351
Roelofs, Timan 493
Roeper, Maas 496, 497, 498, 500, 510, 542, 712, 793
Roeper, Maas Maasz 329, 496
Roerdasse, Heiman 451 (te Amsterdam)
Roermond, Alijt van 500
Roermond, Johan van 42, 171, 228, 316
Roese, Arent 329, 562, 629
Roese, Jacob 106 (X Assele)
Roese, Johan 19, 562
Roese/Rose, Peter 328, 562, 775, 776, 777
Roest, Johan 317, (vuller), 619 (vulre)
Roeters, Arent 498
Roeters, Arent 663 (broeder van Geert)
Roeters, Geert 432
Roeters, Geert 663 (broeder van Arent)
Roeters, Gese 322, 620
Roeters, Johan 498
Roeters, Sweder 620
Roethoodt, Berent 526 (ossendrijver)
Roethoofd, Dirk 425
Roethoofd, Hendrik 318, 620, 621
Roethoofd, Hendrik Geerts 588, 610, 772
Roethoofd, Johan 519, 578, 582, 583, 609, 610, 614, 620, 621, 640, 773, 775, 800
Roethoofd, Johan 572 (schipper)
Roethoofd, Johan Geerts 585, 588, 772, 774
Roethoofd, Johan Willems 507
Roethoofd, NN 499
Roetkens, Femme 495
Roeveneter, Berent 324 (mr.)
Roeveneter, Geert 256
Roever, Arent
Roevers, Gasse 85
Roge, Pick 867
Rogge, Timan 619
Roggen, Alijt 507
Rolterman, Luitken 515 (uit Groningen)
Romunde, Alijt van 536, 582, 610
Romunde, Haasken van 512
Romunde, Hendrik van 572, 581
Romunde, Herman 582
Romunde, Johan van 610
Ronneke, Hans, 674
Ront, Warner 193
Roothaar, Berent 796
Rosencrans, Hendrik 581
Rossem/Rossen/Rossum, Johan van 520
Rossem, Johan van 578 (kistenmaker), 588 (kistenmaker)
Rossum, Johan (met twee broeders, X Grete Heiman Maasz dr)
Rossum, Johan van 874 (X Grete Heimans)
Rossem, Lambert van 242, 874
Rossem, Willem van 488, 609, 773, 820, 874
Rossum, Willem van 653 (in de Clocke), 662 (bij de Clocke)
Rot, Berent 500 (ossendrijver)
Roters, Albert 86
Roters, Arent 796
Roters, Frederik 57, 180
Roters, Geert 82, 294
Roters, Gese 99
Roterts, Sweder 170
Rotgers, Arent
Rotgers, Arent 769
Rotgers, Floris 534
Rotgers, Geert 37
Rotgers, Johan 255, 334, 800
Rotgers. Hendrik 440
Roth, Berent 515
Roth, Berent Geerts 520
Rottedrijver, Berent 623, 772, 773, 775, 791, 808, 811
Roveneter, Arent 564
Roveneter, Berent 218 (de jonge)
Roveneter, Berent 617
Roveneter, Geert 218, 601
Roveneter, Geert Jansz 499, 503 (metselaar)
Rover, Arent 175 (g.g.)
Rover, Arent (de) 211, 229, 587, 794, 797, 842, 876, 878
Rover, Hans 709 (uit Danzig)
Rover, Herman 689
Rover, Johanna 842 (conventuale)
Rovers, Lijsken 318, 497
Ruhorst, Hendrik 176, 292
Ruhorst, Wolbert 464
Ruhorst, Wolter 809
Ruispennimg, Geert 499 (harnasmaker uit Cleefsland)
Ruistpenning, Geert 802 (harnasmaker)
Ruke, Claas 738
Ruter, Dirk 789, 800, 802
Ruter, Hendrik 68
Ruterman, Claas 382 (X Niese)
Ruters, Lambert 133
Rutgers, zie onder Rotgers
Ruth, Berent 506
Ryhagen, Geert 512, 514, 519, 524, 580, 584, 704, 743, 751
Ryhagen, zie Rehagen
Sachteleven, Grete 61
Sadelmaker, Herman 320, 417, 418, 423, 490, 491, 500, 505, 778
Sadelmaker, NN de 827
Sadelmaker, Pas.. 774
Sadelmakers, Stijne 744
Saksen, hertog van 798
Samson, Johan 11, 12
Sande, Dirk van de 196 (uit Deventer)
Sanders, Dirk 581
Sanders, Geert 228, 317, 477, 509, 543, 569, 580, 586, 643, 795, 816, 825
Sanders, Geert 769 (in de Hagen), 770, 862 (in de Hagen)
Sanders, Johan 102 (X Else Blanckert)
Sanders, Johan 44
Sandvoerder, Johan Peters 578
Santhagen, Hendrik 825
Santvoerder, Gosen 171
Santvoerder, Hendrik 818 (schipper)
Saris, Johan 677 (uit Lubeck)
Sarisson, Johan (uit Lubeck)
Sarisz, Herman 507
Sarisz, Johan 605 (uit Lubeck)
Sasse, Geertruit 71
Sasse, Hendrik 382 (X Mette), 384 (X Mette)
Sasse, Hendrik 6, 489
Sasse, Ludolf 352 (X Mette)
Schaap, Johan (schipper) 491, 665, 671, 672
Schaap, Johan 99, 171, 251, 495, 655
Schaap, NN 772 (jonge)
Schade, Nelle 507
Schaert, Wijbrant 64 (X Aagte)
Schakel, Gosen 468
Schayck, Ernst van 498 (maler)
Scheden, Jorien van 360
Scheden, Thonis van 360
Scheepskok, Arent Pouwels
Scheepskok, Hendrik Lambers 747
Scheepstimmerman, Johan Sloiers 572
Scheepstimmerman, Peter Heinen (uit Edam)
Scheidemaker, Johan 79
Schele backer, Johan 318
Schele Claas, 106, 170, 257, 259
Schele, Evert 257, 259, 300, 519, 520, 588, 627, 628, 630
Schele, Evert 515 (schipper), 527 (schipper)
Schele, Evert 604 (broeder van Timan)
Schele, Geertje 488
Schele, Geertruit 253
Schele, Lubbe 503
Schele, Sweer 69
Schele, Timan 414, 503
Schele, Timan 604 (broeder van Evert)
Schelling, Claas Alberts van der 601
Schelling, Wiebe van der 879 (schipper)
Schellinge, Tjark van 670
Schepeler, Geert 240, 324, 329, 340, 341, 357, 359, 368, 392, 500, 505
Schepeler, Geert 588, 622, 760, 818
Schepeler, Geert 379 (moetsoensman)
Schepeler, Geert 470 (landeigenaar)
Schepeler, Geert 222 (borg)
Schepeler, Johan 760
Schepop, Johan 538
Schere, Geert 750
Schere, Geert 841
Schere, Gerbrich van der 82, 603, 606
Schere, Gerrit van der 169
Schere, Gosen van der 82, 142, 170, 209, 220, 280, 320, 490, 504, 603, 606, 697, 881
Schere, Rotger 69, 88, 356
Schere, Rotger 84 (schepen), 162 (burgemeester)
Schere, Rotger 36 (belender)
Scherinck, Hendrik 423, 526, 613, 711, 800
Scherinck, Hendrik 460 (zoon van Eefse Schoenmakers)
Scherinck, Hendrik 510 (schoenmaker)
Scherpenberch, Herman van 690, 808
Scherpenburch, Herman 318 (bakker)
Scherpenseel, Gijsbert van 330
Scherpenseel, Gise van 120, 604
Scherpenzeel, Jelis van 8, 31, 63
Scherpinck, Roelof 617
Scherprechter, Belie zijn deerne 499
Scherprechter, NN de 176, 524
Schijthuisveger, Hoynken 498
Schilde, Trude
Schilder, Walys 352, 497, 762
Schilder, Walys 562 (schipper)
Schildes, Trude 592
Schipper, Albert Claasz 412, 742, 747
Schipper, Andries Koiacke 527, 764, 766
Schipper, Arent Bolhoorn 845
Schipper, Arent Starcke 365
Schipper, Arent Sunnes 457
Schipper, Bartolt Grobbe de 347, 348
Schipper, Boese Johan 659
Schipper, Claas Alberts 815, 841
Schipper, Claas Bolhoorn 386
Schipper, Claas Hendriks 772
Schipper, Claas Jansz 628
Schipper, Claas Timans 659
Schipper, Cleis van Urck 527
Schipper, Coert Hermans 758
Schipper, Cornelis 219
Schipper, Dirck Jansz 527
Schipper, Dirk Paasberch 829, 858
Schipper, Douwe Everts 857
Schipper, Douwe NN 861
Schipper, Eden, Willem van 527
Schipper, Egbert van Rechteren 805
Schipper, Evert Schele 527
Schipper, Frederik Rijnvisch 527
Schipper, Geert Claasz 553, 556
Schipper, Geert ten Holte 549, 551
Schipper, Geert Tripmaker 527
Schipper, Gerrit Gerrits 786
Schipper, Goert Jansz 527
Schipper, Gosen van Campen 736
Schipper, Groeve Heinen 430
Schipper, Hans Quels 562 (uit Danzig)
Schipper, Heiman Brant 515, 558
Schipper, Hein Netken 428, 527
Schipper, Hendrik Alberts 864
Schipper, Hendrik Santvoerder 818
Schipper, Hendrik van Bremen 527
Schipper, Hendrik Werners 527
Schipper, Hendrik Wichers 584
Schipper, Hoyte NN 686
Schipper, Jacob Alberts 527
Schipper, Jacob Claas Oem 692
Schipper, Jacob Claasz 576
Schipper, Jacob NN 589
Schipper, Jacob Oem 831
Schipper, Jacob van Hoorn 843, 844
Schipper, Jacob Vlaming 365, 527
Schipper, Jelis de 495
Schipper, Jelis Jansz 527
Schipper, Jelis NN 551
Schipper, Johan Berents 502
Schipper, Johan Dirks 646
Schipper, Johan Geerts 361, 524, 527
Schipper, Johan Gerrits 434 (van Edam), 436
Schipper, Johan Hane 539, 541
Schipper, Johan Hermans 674
Schipper, Johan Houwinck 527
Schipper, Johan Jacobs 773
Schipper, Johan Joriaans 469
Schipper, Johan met het rode haar 703, 705, 722
Schipper, Johan Roethoofd 572
Schipper, Johan Schaap 665
Schipper, Johan Schaap 491, 671, 672
Schipper, Johan Stofregen 527, 829
Schipper, Johan ter Helle 651
Schipper, Johan Willems de 455, 502, 527, 549, 551, 558
Schipper, Kerstken NN
Schipper, Lambert Wichers 527
Schipper, lange Wolter 322
Schipper, Laurens Smit 527, 764, 766
Schipper, Luitken van Staveren 428
Schipper, Mooie Frederik 428
Schipper, Nanne ten Holte 484
Schipper, Otto Roelofs 551
Schipper, Peter Geerts 527
Schipper, Reiner Arents 527
Schipper, Reiner Topken 549
Schipper, Reiner Tripmaker 392, 527, 549, 764, 766
Schipper, Roderik Stachouwer 821
Schipper, Roe Dirk 789
Schipper, Sibolt Wolters 365
Schipper, Steven Stevens 339
Schipper, Vos uit Danzig 720
Schipper, Walter NN 614
Schipper, Walys Schilder 562
Schipper, Wiebe van der Schelling 879
Schipper, Wijnken Wessels 481
Schipper, Willem Geerts 519, 527
Schipper, Wolter Jacobs 726
Schipper. Wolter 382 (X Ulant)
Schoenberch, Lubbert 487
Schoenlapper, Jacob 147 (belender)
Schoenmaker, Aalt 806
Schoenmaker, Albert 219
Schoenmaker, Andries 588
Schoenmaker, Asse Hendriks 541
Schoenmaker, Berent de 498, 550, 790
Schoenmaker, Dirk 827
Schoenmaker, Geert 324
Schoenmaker, Geert Everts 620
Schoenmaker, Gerrit Peters van Wesel 321 (Boven de Poort)
Schoenmaker, Gijsbert 86, 570, 791
Schoenmaker, Gise 70, 90, 171, 800
Schoenmaker, Gosen 317
Schoenmaker, Hendrik 785
Schoenmaker, Hendrik Alberts 403
Schoenmaker, Hendrik Jacobs 524
Schoenmaker, Hendrik Jansz 240, 546, 604
Schoenmaker, Hendrik Scherinck 510
Schoenmaker, Jacob 242, 505
Schoenmaker, Jacob 318 (X schele Mense)
Schoenmaker, Jacob Wedige de 580, 802
Schoenmaker, Jacob Willems 49
Schoenmaker, Johan 176 (in de Venestraat)
Schoenmaker, Johan 33 (X Dele)
Schoenmaker, Johan de 583, 760, 795
Schoenmaker, Johan Goykens 241, 502
Schoenmaker, Johan Hermans van Borckel 515
Schoenmaker, Johan Lamberts 424, 494
Schoenmaker, Johan Peters 242
Schoenmaker, Johan Roelofs 238
Schoenmaker, Johan Willems 573
Schoenmaker, Joost Geerts 563
Schoenmaker, Luitken 818
Schoenmaker, Marten 79, 171
Schoenmaker, Marten 99 (kalkbrander)
Schoenmaker, Peter 162, 176, 491, 515
Schoenmaker, Peter 347 (in Friesland), 348
Schoenmaker, Peter Jansz 237, 320
Schoenmaker, Seine 620
Schoenmaker, Seine Lubberts 320
Schoenmaker, Simon 71
Schoenmaker, Warner 329
Schoenmaker, Willem de 582 (in de Venestraat)
Schoenmaker, Willem Gumpert 319, 320
Schoenmaker, Willem Hendriks de 509 (bij de Hagenpoort)
Schoenmaker, Wolter Jansz 329
Schoenmakers, Eefse 460
Schollen, Evert 773
Schonenberch, Fije 1, 172
Schonenberch, Geert 497 (kremer)
Schonenberch, Lamme 16
Schonenberch, Lubbert 228, 322, 495, 496, 505
Schonenberch, Lubbert Lamberts 488
Schoninck, Jacob 512
Schoorsteen, Hendrik 796
Schortstra, Hendrik Jansz 794
Schoteler, Hendrik 502, 639
Schoteler, NN 817
Schotte, Johan Jansz 495
Schotte, NN 505
Schottelaar, Hendrik 639
Schrage, Herman 232 (uit Groningen)
Schrams, Rijke 796
Schrijver, Adam 742 (van Groningen)
Schrijver, Sweder Dirks de 346
Schrijver, Wessel 49
Schrijvers, Haasgen 496
Schrijvers, Hase 237, 507
Schrodekens, Grete 171
Schroeder, Albert 583, 610, 695, 792, 802, 811
Schroeder, Albert Hendriks 715
Schroeder, Barnier 827
Schroeder, Barnier/Bernier 494
Schroeder, Berent 170
Schroeder, Berent 176, 490 (verver)
Schroeder, Engbert Mathijsz 792
Schroeder, Evert 117, 478, 493
Schroeder, Geert 176 (in de Venestraat)
Schroeder, Geert 605 (van Lubeck, Weidenborch)
Schroeder, Geert 677 (uit Middelburg)
Schroeder, Geert 776
Schroeder, Gerbrant 789
Schroeder, Gerrit 570 (waard), 571
Schroeder, Gosen de 317, 523
Schroeder, Gosen Hendriks 241
Schroeder, Heiman 176, 240, 489, 824
Schroeder, Hendrik 581
Schroeder, Hendrik Geerts 806 (hinkende)
Schroeder, Hendrik Jansz 293, 319, 321, 775
Schroeder, Hendrik van Halteren 613, 614
Schroeder, Hendrik Willems 317
Schroeder, Herman 375, 489, 490, 501, 806
Schroeder, Herman 496 (bij de Geerstr. v. d. A)
Schroeder, Herman 240 (van Utrecht)
Schroeder, Herman Huisman 775
Schroeder, Hubert 439, 494, 497, 735, 775
Schroeder, Jacob 111, 137, 171, 228, 237, 510, 532, 534, 538, 539, 555, 589
Schroeder, Jacob Lamberts 380
Schroeder, Johan 110, 171
Schroeder, Johan 463 (uit Meppel), 582 (van Meppel)
Schroeder, Johan van Gelre 583
Schroeder, Loef 382 (X Rijklant), 384 (X Rijklant)
Schroeder, Loef 86, 493
Schroeder, Lutgart 491
Schroeder, Matheus de 234 (X Grete(
Schroeder, Mathijs 582
Schroeder, Mechtelt 570 (waardin)
Schroeder, Pelgrim de 79
Schroeder, Peter 171, 346, 488, 515, 775, 789, 794
Schroeder, Peter 322 (in de Nieuwstraat)
Schroeder, Peter 416 (zijn zoon is Albert)
Schroeder, Peter Hendriks 539, 714, 790
Schroeder, Pilgrim 418
Schroeder, Roelof 498, 787, 811, 867
Schroeder, Thijs 171, 491
Schroeder, Thijs 578, 735
Schroeder, Thonis 699
Schroeder, Tijs Jansz 520
Schroeder, Vosken de 240, 327
Schroeders, Femme 490
Schroeders, Grete 242
Schroeders, Swane 241, 321
Schroeders, Wobbeken 490
Schuerzack, Cornelis 800 (in Zierikzee)
Schuifstake, Geertje 793
Schuifstake, Hendrik 527, 603
Schuifstake, Hendrik 622 (smid)
Schuifstake, Hendrik Jansz 608 (smid), 793 (smid)
Schuifstake, Hendrik Jansz 831
Schuifstake, Herman 585, 670
Schuitemaker, Dove 60
Schulte, Claas (X Grete)
Schulte, Claas 174, 329, 336, 342, 449, 488, 491, 498, 582, 600, 610, 613, 622, 625
Schulte, Claas 713, 768, 787, 789, 790, 794, 795, 811, 814, 815, 816, 822, 824
Schulte, Claas 819 (X Grete)
Schulte, Cleis 808 (te Brunnepe)
Schulte, Evert de 15
Schulte, NN 44
Schumer, Geert 14
Schumer, Willem 210, 499, 772
Schutemaker, Willem 237
Schuthuis, Hendrik 99 (X Alijt)
Schymman, Cleis Wolthusen de 549
Scyt, Herman 420 (burgemeester van Enschede)
Secretaris, Antonius Vrije 742
Secretaris, meester Hendrik 369
Seemsmaker, Geert 231
Segen, Else van 346
Segen, Hendrik van 59, 71, 346
Segers, Johan 258 (mulre)
Segers, Johan 53, 98, 577
Seigers, Arent 416 (uit Elburg)
Seigers/Sigers, Johan 320, 321, 358, 441, 541, 578, 581, 609, 743, 762
Seigers, Johan 37, 494 (mulre), 563 (mulre)
Seigers, Willem 572 (bij de Clocke)
Seilmaker, Lodewich 307
Seilmaker, Lodewijk Hendriks de 331
Seilmaker, NN 318 (X Deuwe)
Seinen, Alijt 529 (in de Hagen)
Seinen, Lijsbet 326
Seinen, Wolter
Seinens, Claas 568
Seinens, Claas 79 (rijnschipper)
Seinens, Hendrik 382 ( X Engele)
Seinens, Johan 843, 844
Seinens, Lumme 350
Seinens, Wolter 854
Seireisz, Johan 507
Selle, Dirk 69, 171, 176, 237, 238, 490, 497, 499, 500
Selle, Dirk 120, 188, 494 (mr.), 510 (mr.), 512 (mr.)
Selle, Dirk 318 (bakker)
Selle, Herman 511 (priester)
Seze, Beerte 816
Sibolts, Hoyte 658
Sibolts, Kerstken 33
Sibolts, Wulf 33
Sickens, Peter 489 (uit Leeuwarden), 490
Siegers, Johan 239, 733 (mulre)
Siewerds, Johan 89 (schipper)
Siewerts, Herman 690
Siewerts, Herman 800 (bakker)
Sijbrants, Ave (X Jacob Geerts), 94, 95, 217
Sijbrants, Ave 183, 450, 500, 657, 867
Sijbrants, Geertruit 94, 95, 97, 217
Sijbrants, Goert Gerrit 651 (uit Amsterdam)
Sijbrants, Peter 94, 97, 217
Sijl. Johan 822
Sijl, zie Zijl
Silbers, Herman 54
Simons, Claas 125, 329, 789
Simons, Claas 176 (van Monnikendam)
Simons, Evert 736
Simons, Floris 238 (mulre)
Simons, Jacob 26, 110, 120, 129, 140, 171
Simons, Katharina 26
Simons, Kerstken 2
Simons, Lastman 186 (te Mastenbroek)
Simons, Lastman 248
Simons, Lubbert 329
Simons, Marten Hyssens 659
Simons, Simon 587 (bakker op de Vloeddijk)
Simt, Johan Jansz 122
Sinderen, Johan van 500, 503, 510, 521, 523, 546, 573, 581, 608, 645, 704, 787, 798
Sinderen, Johan van 838, 867
Sircks, Johan 170
Siwers, Herman 491, (bakker)
Siwers, Herman 614
Siwersz, Herman 512 (alias van Wilsem)
Slachter, Hendrik 601 (van Deventer)
Slachter, Herman 500 (van Utert)
Slachter, Mathijs Everts 359
Slachter, Willem Hendriks 359
Slekorf, Geert 63
Slewert, Geert 261, 318, 375, 614, 669, 775, 794, 805
Slewert, Geert 126 (belender)
Slewert, Geert 180 (kerkmeester)
Slewert, Lambert 493, 497, 502
Slewert, NN 815
Slewert, Volker 74 (op Kamperveen)
Sloemer/Slomer/Slumer, Dirk 497, 711, 519, 520, 578, 603, 618, 788, 789, 792, 803, 808
Slomer, Dirk 787 (vleeshouwer)
Slomer, NN 497, 613
Slotenmaker, Evert de 491
Slotenmaker, Johan Bartolts 234
Slotenmaker, Wicher 301, 317, 513
Sloyer, Jacob 84
Sloyer, Johan 572 (scheepstimmerman)
Sloyer, Willem 7, 465
Sloyers, Matte 498
Sloyers, Peter 410
Sluis, Dirk op de 213, 503, 546, 550
Sluis, Stijne op de 524
Sluiter, Berent 548
Slumer, zie Slomer
Smacke, Dirk in de 236 (schipper)
Smeden, Johan 610
Smedes, Johan 787
Smit, Albert 495
Smit, Arent 133
Smit, Bartolt 139, 171
Smit, Berent de 17
Smit, Boldeman de 516
Smit, Claas 531 (broeder van Coert)
Smit, Cleis 388 (schipper uit Reval)
Smit, Coert Dirks 531
Smit, Evert Nannens de 491
Smit, Gijsbert de 513, 514, 580, 613, 631
Smit, Gise de 581, 811
Smit, Goert 495
Smit, Goyken 64, 323
Smit, Grelle de 495
Smit, Hendrik 501 (Engelsman)
Smit, Hendrik Comans 501
Smit, Hendrik Jansz de 318, 499, 608, 793
Smit, Hendrik Jansz 816
Smit, Hendrik Schuifstake 622
Smit, Hendrik van Utert de 407
Smit, Hendrik Velicke de 513
Smit, Herman 323, 777, 788
Smit, Herman Geerts 567
Smit, Jacob 640
Smit, Johan 120, 238, 488, 494, 495 (bij de Clock), 675, 814, 824
Smit, Johan Bartolts de 499, 603, 811
Smit, Johan Grelle de 497
Smit, Lambert 109
Smit, Laurens 39
Smit, Laurens 527 (schipper), 764 (schipper), 766
Smit, Luitken 816
Smit, Luitken Jansz 503, 793
Smit, Mense de 516, 789
Smit, NN Grelle 318
Smit, Peter de 820
Smit, Reiner 813 (van Deventer)
Smit, Roelof 495, 522, 580, 601, 640, 785, 789
Smit, Roelof Alberts de 521
Smit, Timan 317
Smit, Wessel de 513
Snacker, Jelis 362
Sneek, Hugo van 798
Snijder, Johan 790
Snoysse, Johan 131, 490, 317, 491 (bakker)
Sodemaker, Johan 44, 146
Soldaens, Hendrik 176
Solwert, Haye te 788
Sommer, Roelof 115
Sonderorst, Johan Lamberts 774
Sonnenberch, Hendrik
Sonnenberch, Hendrik 777, 787
Sonsbeeck, Johan van 174
Sonsbeeck, Mette van 796
Spaarleer, Geert 515
Specketer, Hendrik Claasz 493
Speketer, Claas 176
Spinter, Willem 464 (te Amsterdam)
Spoelman, Johan 717 (X Eefse)
Sprunck, Gode 224
Staals, Marrigje 254 (uit Doornspijk)
Stachouwer, Roderik 752, 821
Stadsdienaar, Johan Cock 867
Stadsdienaar, Rotger 85
Stadsmenner, Jacob de 532, 534
Stalknecht, Rotger de 523
Stalknecht, Wicher de 586
Stamme, Herman 242 (X Sanna van Oosterwolde)
Stamme, Herman Timans 331
Starcke/Stercke, Arent 335, 489, 772, 773, 790, 802
Starcke, Arent 352, 365 (schipper)
Starcke, Claas 562, 816
Starcke, Johan 489, 778
Starte, Gosen ten 263 (schout van Heerde)
Starte, Jacob ten 264 (X NN Willems)
Starte, Johan ten 797
Starte, Lambert ten 316
Staverden, Hendrik van 45 (X Hille)
Staverden, Hille van 45 (X Hendrik)
Staveren, Johan van 507
Staveren, Luitken van 428 (schipper)
Staveren, Otto van 412 (hoofdbootsman)
Steck, Rotger 168 (voller)
Steck, Rotger 569
Steenbergen, Bruusken 129, 231 (belender)
Steenbergen, Johan van 449, 491, 500, 502
Steenbergen, Wobken van 500
Steendijk, Berent op de 507
Steenhouwer, Arent Jansz 257, 603
Steenhouwer, Claas 800
Steenhouwer, Goert de 134, 144
Steenhouwer, Jonge Johan van der Lucht 621
Steenhouwer, Lubbert 524
Steenhouwer, NN 801
Steenre, Johan van 503
Steenwijck, Engbert van 241
Steenwijck, Geert Willems van
Steenwijck, Johan van 497 (priester)
Steenwijck, Johan van 497 (potschuiver)
Steenwijck, Peter van 329
Steenwijk, Coert van 858
Steenwijk, Geert Willems van 693
Stege, Hendrik ter 29 (mr.)
Stege, Jacob ter 220, 237, 240, 318, 319, 342, 490, 526, 691, 803, 868
Stege, Johan ter 241 (uit Hattem)
Stege, Johan ter 132, 176, 241, 416
Stege, Lambert ter 210
Stegeren, Hendrik van 241 (Biele zijn dochter)
Steigerman, Michiel de 798
Stellinck, Herman 109
Stellinck, Johan 743
Stenforden, Hendrik van 640
Stenvorden, Hendrik van 580 (metselaar)
Stenvorden, Willem van 170, 242
Steur, Weime in de 35, 72, 604
Stevens, Albert 399
Stevens, Alijt 187
Stevens, Arent 610 (mulre)
Stevens, Dirk 63, 520
Stevens, Dirk 549 (hoofdbootsman)
Stevens, Dorber 314 (zwager van Claas Allarts)
Stevens, Gumfert/Gumpert 53, 135, 541
Stevens, Gumpert 609 (drager)
Stevens, Hendrik 321 (te Brunnepe)
Stevens, Johan 238 (vader van Hendrik)
Stevens, Johan 513, 842
Stevens, Johan 514 (smidsgezel)
Stevens, Johan 618 (drager)
Stevens, Luitken 306
Stevens, Steven 166 (X Alijt van Hattem)
Stevens, Steven 339 (schipper)
Stevens, Willem 176 (van Amersfoort)
Steyvele, Roelof 246
Sticker, Asse 218
Sticker, Claas 737 (uit Kuinre)
Sticker, Hendrik 466, 556, 737
Sticker, Jacob 520
Stipholt, Jacob van 163 (messenmaker te Berlicum)
Stoecker, Berent 321
Stoecker, zie ook Stoker
Stoefken, Johan 120, 238, 241, 242, 490
Stoefken, Johan Hendriks 322, 495
Stoeldraaier, Hendrik 99, 600, 765
Stoelmaker, NN 490
Stofraegen, Johan 195 (schipper), 527 (schipper), 829 (schipper)
Stofregen, Johan 858
Stoker, Berent 497, 489, 505, 512, 543, 582, 608, 699, 723, 796, 808, 813
Stoker, Berent 682 (X Swane), 756 (X Zwane)
Stokmeester, Berent 500
Storm, Jacob 74, 293, 295, 318, 501, 510, 520, 532, 579, 580, 787
Stove, Peter de waard in de 497
Stove, Peter in de 228, 495, 619
Stove, Volker in de 586, 802, 811, 814
Stoveman, NN de 314
Straatken, Albert 633
Straatken, Dirk 512, 613, 800, 803
Straatken, Dirk 542 (X Geertruit)
Straatken, Dirk 797 (X Femme)
Straatken, Frederik 633 (priester)
Straatken, Lijsbeth 790
Straatkens, Ave 825
Straten, Lijsbeth van 873
Stratenmaker, Gerrit 571
Stratenmaker, Hendrik 505
Stratenmaker, Hendrik 70 (uit Deventer)
Stratenmaker, Hendrik Everts 228
Strockel, Claas van 588
Stryprock, Johan 20, 297, 412
Stryprock, vrouw van 317 (Coert Gruter is haar broer)
Sturm, zie Storm
Stuurman, Claas Water 576, 742, 747
Stuurman, Gijsbert Jansz uit Texel
Stuurman, Gosen van der Ae 736
Stuurman, Jacob Arents 722
Stuurman, Johan 149
Stuver, Herman 158
Stuver, Wolter Arents 349
Subbelts, Geert
Submonitor, Johannes 511 (priester)
Suere, Johan 586, 587 (drager)
Sueren, Johan 510
Suetmunt, Herman 588
Sulen, Frederik van 43
Sulman, Claas 94, 217, 565, 597
Sulman, Claas 694 (raadslid), 794 (burgemeester), 867 (burgemeester)
Sulman, Johan (provenier H. Geest)
Sulman, Johan 25, 47, 94, 170, 217, 498, 499, 500, 522, 559
Sulman, NN 499, 622
Sunnes, Arent 457 (schipper)
Sutoris, Johan 760
Sutphen, zie ook Zutphen
Sutphen, Hendrik van 228, 250, 505, 507
Sutphen, Jacob van 23, 67, 151, 174, 198, 226, 421, 441
Sutphen, Johan 508 (mr., timmerman)
Sutphen, Jonker van 327
Suvel, Johan Wichers 329
Suvel, Mette 70, 364
Suver, Arent 589
Swaan, Johan in de 616, 663, 816, 856
Swane, Johan Willems 494
Swane, Willem 444, 494, 500
Swarte, Boldewijn 582 (kistenmaker)
Swarte, Geert Roelofs 493
Swarte, Johan Roelofs 416
Swarte, Lijsbeth 461
Swarte, Roelof 142 (X Riemolt)
Swarte, Roelof 316, 358, 413, 416, 450, 461, 538, 706, 708
Swarte, Roelof 491, 501 (kistenmaker), 524 (kistenmaker)
Swarte, Roelof 526 (timmerman)
Swartken, Berent 43, 366, 500, 506, 515, 526, 584
Swartken, Berent 859 (land van)
Swartken, Bette 43
Sweders/Sweers, Hendrik 225, 241, 443, 491, 563, 622
Sweders, Hendrik 496 (broeder van Igerman)
Sweders, Igerman 496 (broeder van Hendrik)
Sweders, Nelle 425
Swicker, Johan 118
Swickers, Johan 789 (viskoper)
Swolle, zie Zwolle
Syckman, Hans 547 (uit Danzig)
Sygers, Marten 845
Sygers, Willem 856
Sywerts, Herman 76
Tade, Johan 240 (X Geertruit)
Tade, Johan 246 (hulkschipper)
Tade/Tadeken, Stijne 37, 99, 171, 201, 241, 242
Tadeken, Jacob 322
Taden, Jacob 201 (Tayken)
Taden, Jacob 41 (zijn erfgenamen)
Talholt, Berent 548
Tanden, Femme met de – 317, 494, 499, 503, 509, 526, 586, 621, 623, 772
Tanden, Femme met de – 791, 796, 800, 805
Tap, Johan 824 (van Deventer)
Tappe, Geert 846
Tapper, Johan van Wilsem de 604
Tapster, Lumme de 358
Tassche, Celie 24 (X Meinart)
Tasse, Celie 86, 171
Teemsmaker, Claas 675 (X Geertken)
Teemsmaker, Johan Claasz 675
Tele, Willem 634 (X Lijsbeth Jacobs)
Tele/Tiele, Willem 322, 383, 507, 565, 622, 634, 769
Tele, Willem 725 (X Grete Rake)
Tele, zie ook Tiele
Tengnagel, Johan 520 (X Fije)
Texel, Gijsbert Jansz van 707
Texel, Jacob van 775
Texel, Luitken van 157
Thewes, Geert 319, 489, 504, 564
Thewes, Geert 583 (verver)
Thewes, Geert 170, 335, 691, 694
Thewes, Gerrit 319, 539
Thewes, Willem 129 (scheepsgezel)
Thije, Albert van 99, 795, 796, 818
Thije, Albert van 165 (X Alijt), 166
Thije, Albert van 180 (belender)
Thije, Johan 356 (accijnsmeester)
Thije, Johan van 19, 60, 123, 237, 286, 500
Thije, Johan van 175 (g.g.)
Thijsz, Thijs 639
Thomas, Webken 532
Thomasz, Hugo 512
Thomasz, Jacob 247, 656, 7743
Thonisz, Gijsbert 498 (z.v. Thonis van Neerden)
Thonisz, Gijsbert 499
Thonisz, Johan 509 (touwslager)
Thonisz, Johan 800
Tichelaar, Claas 827
Tichelaar, Egbert Jansz 210
Tichelaar, Geert Coppens 538
Tichelaar, Johan Luitkens 526
Tichelaar, Luitken 822
Tichelaar, Orber de 228
Ticheler, Claas 189, 411
Ticheler, Johan van Delden 330
Ticheler, Pouwel 194 (X Jutte)
Tichelers, Wobbeken 322
Tidemans, Luitken 742
Tiel, Gerrit Hendriks van 38
Tiele, Willem 170, 231, 284
Tiele, Willem 231 (X Lijsbet)
Tiele, Willem 331 (broer van Geert Hoier)
Tiele, Willem 520, 569
Tiele, zie ook Tele
Tielmans, Gijsbert 206, 242
Tielmans, Hendrik 491
Timans, Broer 663 (van Sneek)
Timans, Claas 102, 610 , 686, 808
Timans, Claas 659 (schipper)
Timans, Gebbe 775
Timans, Geert 457 (uit Amersfoort, kapitein)
Timans, Geert 532
Timans, Gerbrant 193 (uit Hindelopen)
Timans, Gijsbert 170, 316, 327, 489, 491, 494, 505, 578, 619, 704, 779, 824
Timans, Gijsbert 712 (X Gebbe Knapschinckels)
Timans, Hendrik 316, 320, 327, 862
Timans, Hendrik 322 (rijnschipper)
Timans, Louwe 419
Timans, Philips 393
Timans, Steven 345
Timans, Timan 318
Timans, Wolter 43, 391, 503, 533, 561, 572, 581, 582, 680, 787
Timmerknecht, Reintken de 505
Timmerman, Albert 324
Timmerman, Berent 171, 573
Timmerman, Geert 358, 375, 461, 839
Timmerman, Gerrit
Timmerman, Hendrik Jansz 580
Timmerman, Herman 619
Timmerman, Hilbrant Gerrits 521
Timmerman, Jacob 142
Timmerman, Johan 375
Timmerman, Johan Florisz 581
Timmerman, Johan Meiners de 586
Timmerman, Johan ten Hoeve 508
Timmerman, Johan van Sutphen 508
Timmerman, Lambert 110, 127
Timmerman, Meinart de 382
Timmerman, Meinert Gerrrits 387
Timmerman, Meynolt 796
Timmerman, Reert de 275 (van Edam)
Timmerman, Reinken 522
Timmerman, Roelof Swarte 526
Timmerman, Sijbrant 461, 505
Timmerman, Sijbrant 794
Timmerman, Sijbrant 796, 839
Timmerman, Thijs 785 (in de Hagen)
Tolhuis, Alpher op het 23
Tolhuis, Hendrik op het 102
Tolhuis, Stijne op het 501
Tollenaar, Melchior Kikenburg 721, 726
Toorn, Herman ten 367 (huwelijksman)
Toorn, Herman ten 674 (van Zwolle)
Toorn, Jacob Jacobs ten 218
Toorne, Hadewich ten 445
Toorne, Herman ten 35, 316, 493, 499
Toorne, Johan ten 27, 510
Toornen, Luitken in de Drie 717
Topken, Albert 171
Topken, NN 621, 774
Topken, Reiner 549 (schipper)
Topken, Warner 67, 82, 116, 120, 143, 159, 169, 171, 277, 319, 320
Topken, Warner 321, 363, 515, 526, 613, 618, 723, 729, 786, 796, 81, 825
Topken, Warner 472 (schipper)
Torfdrager, Berent 227
Touwslager, Geert 500 (van Zwolle)
Touwslager, Hendrik Wessels 498
Touwslager, Johan Claasz 800
Touwslager, Johan Thonisz 509
Touwslager, Johan van Wilsem de 500
Touwslager, Kerstken Dirks 489
Touwslager, Lambert Bruins van Zwolle 515
Treser, Mette 815
Tricht, Albert van 499
Trier, Johan van 357
Tripmaker, Arent 513, 589, 622
Tripmaker, Geert 451, 585, 631
Tripmaker, Geert 527 (schipper)
Tripmaker, Geert 676 (X Alijt)
Tripmaker, Hendrik van Hattem 786
Tripmaker, Johan Claasz 484
Tripmaker, Johan Claasz 176 (bij O.L.Vr. kerk)
Tripmaker, Luitken 494, 501
Tripmaker, Luitken 566 (X Alijt)
Tripmaker, Luitken 574 (duffelmaker)
Tripmaker, Marcus 49
Tripmaker, Reiner 631
Tripmaker, Reiner (schipper), 392, 527 (schipper), 549 (schipper)
Tripmaker, Reiner 764 (schipper), 766
Tripmaker, Timan Roelofs van Utert 581
Tripmaker, Ude 581
Tripmaker, Vaster 526, 785, 795
Tripmaker, Willem 171, 228
Tripmaker, Willem Jacob 503
Tripmaker, Willem Udens 542, 618, 775
Tripmaker, Wolter 238
Truffel, Geertken in de 176
Truffel, Hendrik in de 176
Trumper, Hans 520
Trumper, Herman 171, 176, 318, 498, 500, 517, 525, 604, 610, 849
Trumpers, Alijt 622
Trynd, Hendrik 499
Tsoest, Johan 178 (te Mersen)
Tuesens, Helmich 189
Twello, Reiner van 548, 649, 695, 703, 705, 800, 840
Twent, Evert 787, 811
Twent, Herman 429 (in de Naalde, X Lubbe)
Twent, Herman 533
Twent, Lubbe 429
Twent, Rikolt 787, 816, 818
Twent, Rikolt 594 (voerman, Boven de Poort)
Twent, Rikolt 787 (voerman), 794 (voerman), 796 (wagenman)
Uden, Otto van der 598
Udens, Willem 319, 510, 797, 802
Udens, Willem 618 (tripmaker), 775 (tripmaker)
Uffen, Kerstken 246 (schipper)
Ulfers, Timan 36
Ulger, Hendrik 347, 348
Ulriks, zie Oelriks
Ulsen, Johan van 591 (uit Hamburg)
Ungers, Peter 51 (te Kopenhagen)
Urck, Albert Everts van 299
Urck, Cleis van 412, 502, 565, 597, 787, 868
Urck, Cleis van 527 (schipper)
Urck, Grete van 31, 95, 217, 489, 509
Urck, Hendrik van 489 (knecht van T. Knapschinckel)
Urck, Willem van 608
Urck, Willem van 508 (wagenman)
Utert, Geert van 589 (wever)
Utert, Geert van 240, 255
Utert, Geert Willems van 609 (wever)
Utert, Gerrit Gerrits van 664
Utert, Hendrik van 407 (smid), 409
Utert, Hendrik van 240 (linnenwever)
Utert, Herman Slachter van 500
Utert, Johan van 320, 639, 695
Utert, Johan van 320 (bakker)
Utert, Timan Roelofs van 581 (tripmaker)
Uterwyck, Grete van 778
Uterwyck, Hendrik van 239 (mr., zijn knecht Johan)
Uterwyck, Herman Hermans van 165, 166
Uterwyck, Herman Peters van 820
Uterwyck, Herman van 175 (g.g.), 167 (mr.)
Uterwyck, Herman van 240 (zijn mulre)
Uterwyck, Herman van 51, 176, 618, 741
Uterwyck, Herman van 426 (burger), 427
Uterwyck, Jacob van 685
Uterwyck, Johan van 818
Uterwyck, Roderik van 618, 777, 778, 812
Utrecht, Gerritken van 241
Utrecht, Hanneken van 491
Utrecht, Hendrik van 252
Utrecht, Johan Machoris houtzager van 618
Utrecht, Selmis Jacobs van 664
Utrecht, Warmbolt van 491
Uurwerker, Herman de 365
Vaalholt, Johan Lamberts 805
Valckendael, Dirk van 320
Valckener, Johan 318
Vale, Dieter 43
Vale, NN 866 (zuster van Vrouwken)
Vale, Vrouwken 866
Valke, Aafke 86
Valke, Geert 120, 500
Valke, Geert 524 (van Harderwijk)
Valke, Hans 594
Valke, Mouwers 69, 171
Varkenkijker, Andries Hermans 501
Varkenkoper, Andries 171
Varkenkoper, Egbert 112
Vecht, Herman van der 367 (huwelijksman)
Vecht, Herman van der 121, 314, 442, 446, 589, 835
Vecht, Johan van de 298, 620 , 753, 754
Vecht, Lubbert van der 370
Veen, Hendrik 693 (broeder van Alijt Igermans)
Veen, Hendrik 693
Veenschoten, Claes 608
Veessen, Arent van 510, 526, 578, 743, 851
Velde, Dirk van de 120
Velde, Wolter ten 115
Velicke, Hendrik 513 (smid), 514 (smid)
Velicke, Johan (de) 529, 601, 836
Velicke, Kerstken 762
Velthuis, Godert 478
Vene, Bele op het 799
Vene, Evert van den 488, 512, 582, 584, 599, 621, 773, 793
Vene, Evert van den 788 (burgemeester), 787 (bieraccijns), 864 (overman)
Vene, Evert van den 175 (g.g.)
Vene, Hendrik van den 27, 176, 241, 261, 321, 497, 501, 620, 811, 824
Vene, Hendrik van den 356, (accijnsmeester), 817 (accijns)
Vene, Hendrik van den 80 (raamstede van)
Vene, Hendrik van der 370 (overman), 823 (gemeensman)
Vene, Johan van den 32, 283, 495
Vene, Johan van den 356 (accijnsmeester), 372 (momber)
Vene, Johan van den 760 (raadslid), 869 (raadslid)
Vene, NN van den 719
Vene, Stijne van den 84, 512
Vene, Timan van den 235 (X Femme)
Vene, Timan van den 82 (borg), 233 (mr., wijlen)
Venlo, Willem van 495, 547, 800
Verver, Arent 726
Verver, Berent 563, 603, 691, 787
Verver, Berent Schroeder 490
Verver, Claas 317, 380, 503
Verver, Claas Jacobs 614
Verver, Cornelis 490, 495, 811, 841
Verver, Evert 241 (bij de Morrenbrug)
Verver, Geert Thewes de 583
Verver, Gerbrant Thonisz 499
Verver, Goyken 171
Verver, Jacob 500
Verver, Jacob Alberts 788
Verver, Johan 174, 176
Verver, Lambert 763
Vene, Johan van den 32, 283, 495
Verver, Mense 3, 505, 569, 691, 760, 760, 816
Verver, Thijs de 174
Verver, Wichman de 242, 40
Vette, Dirk (de) 440, 508, 512, 546, 587
Vette, Herman 510, 695
Vette, Herman 191, (bakker), 617 (bakker)
Vette, Johan de 667
Vierholt, Andries 18, 182, 323, 456, 550, 622, 662
Vierholt, Hendrik 493, 642
Vierschoten, Claas van 790
Vilsteren, Hendrik van 47, 141, 278, 330, 355, 741, 808
Vilsteren, Hendrik van 429 (overman)
Vilt, Johan Geerts 759, 818
Vilt, Willem Geerts 600
Vinnekijker, Andries de 243
Visch, Berent 241
Visch, Jacob 499
Visch, Lamme 790
Visken, Albert 136 (zoon van Geert Alberts)
Visken, Albert 737
Visken, Claas 136 (broer van Wolter Visken)
Visken, Claas 328 (broeder van Gelpert)
Visken, Claas 342 (broeder van Gelmer)
Visken, Claas 452, 506, 515, 520, 572, 582, 603, 808, 811, 816
Visken, Claas 519 (broeder van Gelpert)
Visken, Gelmer 342 (broeder van Claas)
Visken, Gelpert 328 (broeder van Claas)
Visken, Gelpert 452, 453, 775, 816
Visken, Gelpert 519 (broeder van Claas)
Visken, Willem 24
Visken, Willem 316 (X Wychmoet)
Visken, Wolter 170 (verbannen)
Visken, Wolter 33, 44, 88, 99, 136, 171, 240, 608
Viskoper, Johan Swickers 789
Visser, Berent Hendriks 794
Visser, Geert Jansz 583, 790
Visscher, Goyken 238
Visser, Johan Peters 637, 727, 803
Visser, Johan van Wilsem de 500, 508, 509, 510, 524, 526, 610, 613, 617, 618, 824
Visser, Peter Hendriks 520
Visser, Reiner de 507
Visscher, Reinken 176 (in de Hagen)
Vlaminck, Jacob 251, 236
Vlaminck, Jacob 36 (X Geertruit)
Vlaminck, Jacob 365 (schipper), 527 (schipper)
Vleeshouwer, Dirk 120, 534, 535
Vleeshouwer, Dirk Slomer 787
Vleeshouwer, Dirkje de 316
Vleeshouwer, Johan Geerts 322, 369
Vleeshouwer, Laurens 803
Vleeshouwer, Otto 236, 482, 847
Vleeshouwer, Peter Geerts 497
Vleeshouwer, Peter Glasenmaker de 509
Vloet, Aalt 165
Voerman, Andries Gijsberts 614
Voerman, Rikolt Twent 595, 787, 794
Voerman, Schulte van Haer 787
Voet, Dirk 614
Voet, Jorien 827
Voet, Peter 485
Vogelsanck, Gerrit 381
Volcher, Claas priester 497, 511, 522, 798, 841
Volkers, Albert 314, 405, 466, 652
Volkers, Berent
Volkers, Geert 202
Volkers, Nanne 17, 145, 157
Volkers, Steven 399
Vollichusen, Johan van 115
Volmers, Dirk 498 (uit Groningen)
Voncke, Geert 115
Voorne, Claas 663, 846
Voorne, Hendrik 273, 628, 658, 721, 723, 799, 857, 858
Voorne, Herman 834
Voorne, Herman 128 (priester)
Voorne, Herman 175 (g.g.)
Voorne, Herman 533 (kerkmeester)
Voorne, Johan 7, 150, 489, 505, 805, 806, 808
Voorne, Johan 526 (te Wilsem)
Voorne, Johan 596 (weidemeester), 672 (weidemeester)
Voorne, Johan Martens 620
Voorne, Johan Plonisz 343, 370, 377, 389, 465, 491, 505, 508, 578, 619
Voorne, Marten 3, 99, 259, 279, 289, 394, 499, 500, 703, 705, 746
Voorne, Plonis 489, 857
Voorne, Plonis 372 (momber)
Voorspraak, Gerloch de 63
Voorspraak, Wicher 72, 171, 176, 317, 580, 600, 601, 617
Voorspraak, Wijnken 120, 228, 236, 238, 321, 491, 784, 797
Voorspraak, Wijnken van Elsen de 497
Voorst, Gosen van 95, 217 (X Mette)
Voorst, Mette van 95, 352
Vorde, Roelof 513
Vos, Albert de 611
Vos, Alijt 578, 581
Vos, Bele 77, 826
Vos, Bele 515 (in de Hagen), 526 (in de Hagen)
Vos, Bele 777 (deerne)
Vos, Berent 318, 714, 790
Vos, Dirk 316
Vos, Hendrik (de) 129, 171, 176, 185, 238, 245, 276, 429, 434, 436, 666, 680
Vos, Hendrik 242 (in de Hagen)
Vos, Hendrik 282 (buurman van Geert Wijnkens)
Vos, Hendrik 320 (te Brunnepe)
Vos, Herman 342, 345, 488, 497
Vos, Johan Arents 247
Vos, Lijsbeth 547
Vos, NN 720 (schipper, uit Danzig)
Vos, NN de 822
Vos, Pilgrim de 809
Vos, Reinken 311, 314, 316
Vos, Roelof de 21
Vos, Willem 547 (X joffer Hilgunt)
Vos, Willem des 478
Vosken, de schroeder 327
Vosken, Johan 399 (op Schulpenoord)
Vreden, Alijt van 401
Vreden, Johan van 120, 257, 302, 494, 528, 646, 647
Vrese, Dirk 240 (in de Nieuwstraat buiten)
Vrese, Dirk de 240 (X Lucie)
Vrese, Evert 101
Vrese, Jacob 29, 351
Vrese, Luder 510
Vrese, Peter 171
Vreysinck, Johan 323
Vriesenberch, Herman 451
Vrije, Antonius (secretaris van Kampen)
Vrije, Antonius 742 (secretaris)
Vrije, Gerbert (overl, in Zwolle)
Vrije, Gerbert 866
Vrije, Hendrik 347, 348
Vrije, Hendrik 63 (uit Groningen)
Vrije, Herman 109, 120, 526, 880
Vrije, Johan de 501 (kremer)
Vrije, Johan de 120, 553, 556
Vrijlinck, Berent 75
Vrolike, Johan de 608, 641
Vromoeder, Alijt de 315
Vromoeder, Else de 201
Vromoeder, NN 751, 827
Vuller, Berent Hendriks de 318
Vuller, Berent van Groningen de 568, 579
Vuller, Daam Jansz de 322
Vuller, Dirk van Herp 494
Vuller, Dirk Willems 490
Vuller, Evert Noy 322
Vuller, Geert Roelofs 493
Vuller, Gijsbert lichthertken 488
Vuller, Johan Alberts 257
Vuller, Johan de 322
Vuller, Johan met de biesen 582
Vuller, Johan Roest de 619
Vuller, Kerstken de 507
Vuller, Koiser 526
Vuller, Peter Peters 424
Vuller, Pilgrim Pannert de 543
Vuller, Swarte Kerstken 579, 568
Vuller, Willem Dirks 804
Vuller, Willem Dirks op de Vloeddijk 587
Vuller, Wolter de 586
Vulller, Willem Dirks 488, 508
Wachtendonck, Arent van 369
Wachter, Hendrik Jacobs 242, 789
Wachter, Herman 458, 546, 698
Wachter, Jacob (de) 120, 170, 171, 206, 228, 241, 242, 303, 505, 506, 675, 832
Wachter, Jacob 87 (twee zonen)
Wachter, Johan 241, 785
Wachter, Johan 824 (in Brunnepe)
Wachter, Roelof 785
Wachter, Roelof Claasz 315
Wachter, Timan (wachter Boven de Poort)
Wachter, Timan 332 (X Alijt), 333
Wachter, Timan Lamberts 501, 620
Wachter, Wessel (de) 171, 346, 350, 488
Wachter, Wessel Jacobs 837
Wagenman, Cornelis de 493
Wagenman, Cracht Coops 499
Wagenman, Floris 789
Wagenman, Gise 499, 792, 796
Wagenman, Hendrik Boelmans de 508
Wagenman, Hendrik Buter de 505
Wagenman, Rikolt 811
Wagenman, Rikolt Twent 796
Wagenman, Willem van Urck de 508
Wagenman, Wolter Arents 582
Wagenmenner, Jacobje de 510
Waier, Geert 786
Waiers, Jutte 176
Waker, Wessel de 13
Walle, Albert 499
Walle, Alijt 213
Walle, Berent 213
Walle, Geert 322, 323, 526
Walle, Hendrik 857, 861
Walters, Sibolt 816
Warenbeke, Hendrik 215
Waret, Jutte 493 (X Peter Jansz)
Warmbolts, Reiner 791, 793, 808
Warners, Bolte 537
Warners, Dirk 315, 579, 838
Warners, Evert 281, 499, 632
Warners, Griete 491
Warners, Hendrik 655, 848
Warners, Johan 320, 323, 363, 581, 585, 622, 679, 875
Warners, Lubbe 505, 507
Warners, Wolter 546
Warninck, Johan 582
Wassenaar, Philips van 11, 12
Water, Claas 223, 464, 588, 841
Water, Claas stuurman 256, 576, 747
Water, Herman 777
Water, Johan 329 (mr.)
Water, NN 519
Waterman, Johan 621 (priester)
Wedeger, Odewijn 202
Wedige, Jacob 324, 484, 546
Wedige, Jacob 580 (schoenmaker), 802 (schoenmaker)
Wedinge, Odewijn 427, 790
Weefster, Lijsken de 500
Weerkyns, Johan 339
Wege, Hete 791
Wege, Jacob 662
Weitendrager, Arent 512 (te Brunnepe)
Weitendrager, Johan 489
Weitendrager, Willem 494, 495, 503, 506, 520
Welgers, Swane 170
Welsem, Gosen van 712, 788
Wenemers, Johan 378, 489, 491, 493, 496, 508, 514, 520, 526, 579
Wenemers, Johan 773, 781, 797, 805, 846, 849, 851
Wenemers, Johan 499 (op het Eiland), 583 (op het Eiland)
Wenemers, Johan 499 (metselaarsknecht)
Wenemers, Johan 503 (oppperknecht)
Wenemers, Marten 296
Wenemers, Mette 339
Wenemers, Willemtje 425
Werden, Bette van 99
Werden, Herman van 94, 217
Werden, Mette 82, 94, 95, 157, 183, 217, 237, 342, 500, 501, 608
Werden, Niese van 577
Werners, Dirk 803
Werners, Gosen 343
Werners, Hendrik 527 (schipper)
Werners, Johan 128, 132, 151
Werners, Katharina 158 (op Keulvoet)
Werninck, Johan 520
Werve, Herman van den 438 (momber)
Werve, Johan Hermans van den 513, 514, 519, 520
Werve, Johan van den 9, 438, 499, 506, 604, 618, 621, 815
Werve, Johan van den 779 (broeder van Roelof)
Werve, Johan van de 601 (glasenmaker), 802 (glazenmaker)
Werve, Roelof van den 241, 401, 499, 500, 505, 506
Werve, Roelof van den 513, 519, 578, 600, 610, 787, 831
Werve, Roelof van den 779 (broeder van Johan)
Werve, Roelof van den 438 (X Wendele)
Wesel, Gerrit Peters van 321 (schoenmaker Boven de Poort)
Wesel, Gerrit van 112 (te Zwolle)
Wesel, Lijsken van 495
Wesentyns, Claas 171 (X Anna)
Wessels, Alijt 188
Wessels, Alijt 316 (in de Venestraat)
Wessels, Armgart 171, 774
Wessels, Berent 180
Wessels, Hendrik 498 (touwslager)
Wessels, Hendrik 63
Wessels, Marriken 841
Wessels, Wijnken 31, 63, 170, 228, 255, 374, 449, 488, 572, 581, 604, 622, 639
Wessels, Wijnken 788, 789, 815, 816, 818
Wessels, Wijnken 481 (schipper)
Wessels, Wijnken 506 (X Alijt)
Wessels, Willem 500
Wessels, Willem 85 (schipper)
Wessentijn, NN 490 (X Anna)
Westervelt, Geert 533
Westerwolt, Geert 334, 404, 556, 632
Westfelinck, Hendrik 421 (uit Deventer)
Westvelinck, Hendrik 716, 792
Westveling, Johan 18
Wever, Bartolt Hendriks de 794, 826
Wever, Cornelis van den Busch 583
Wever, Geert de 488
Wever, Geert Hendriks 590
Wever, Geert Hermans 798
Wever, Geert van Utert 589
Wever, Geert Willems van Uttert 609
Wever, Geert Willems de 491
Wever, Gerloch de 99, 565, 581, 811
Wever, Gerloch Gerlochs de 493, 500
Wever, Gijsbert Peters 533, 609
Wever, Hendrik Jacobs de 512
Wever, Hendrik Melisz de 800, 802
Wever, Jacob de 699, 701
Wever, Jacob Gerrits 565, 609, 852, 565
Wever, Johan Geerts 818
Wever, Johan Goerts 539, 608, 791, 794
Wever, Johan Jacobs 426
Wever, Peter de 237
Wever, Reinken de 314, 342
Wichbelts, Johan 805 (uit Gramsbergen)
Wichers, Geert 133 (X Hendrikje)
Wichers, Geert 592
Wichers, Hendrik 35, 86, 224, 290, 305, 527
Wichers, Hendrik 382 (X Biele)
Wichers, Hendrik 527 (schipper), 584 (schipper)
Wichers, Jacob 18 (in Dronthen), 241 (in Dronten, X Zwane)
Wichers, Jacob 319 (X Zwane)
Wichers, Jacob 491
Wichers, Johan 68, 186
Wichers, Lambert 151, 592
Wichers, Lambert 527 (schipper)
Wichers, Lubbe 321
Wichers, Swane 409, 493
Wichers, Wolbert 503
Wichmans, Arent 321, 779
Wichtenbeeck, Luitken 678
Wichtenbeeck, Meinart 678 (uit Lunenburg)
Wichtenbeeck, Reiner 678 (uit Hamburg)
Wickbels, Johan 805 (uit Gramsbergen)
Wickbolts, Johan 803
Wiets, Mense 586
Wigrode, Hendrik 839
Wigrode, Marrijke 839
Wijbrants, Goyken 221 (schout van Kuinre)
Wijers, Jacob 628
Wijnboeve, Arent Muus 488
Wijnboeve, Schot de 498
Wijnboeve, Thonis de 621
Wijnens, Geert 577
Wijnheer, Lubbert Geerts 510
Wijnheer, Peter Geerts 579
Wijnhuisknecht, Egbert de 8
Wijnkeldersknecht, Jacob 589
Wijnkens, Arent 228
Wijnkens, Egbert 32
Wijnkens, Geert 6, 245, 276, 278, 321
Wijnkens, Geert 160 (in de Hagen)
Wijnkens, Geert 176 (rijnschipper)
Wijnkens, Geert 282 (waard)
Wijnknecht, Egbert de 31
Wijnknecht, Jacob (in de wijnkelder)
Wijse, Alijt 1, 10, 60, 318, 651, 791
Wijse, Alijt 80 (X Gude Geerts)
Wijse, Dirk 1 (X Fija)
Wijse, Jacob 10
Wijse, Johan de 111, 491, 497, 505, 524, 743, 777, 824
Wijse, Johan de 317 (zijn schoonmoeder is Eefse)
Wilde, Hendrik de 502, 551
Wilde, Johan de 126
Wilde, Johan de 36 (belender)
Wilde, Reinken 242
Wilde, Wicher 160 (schipper)
Wilkini, Lambert 257 (priester)
Willems, Marten 879
Willems, Aalt 69 (mr., priester)
Willems, Albert 411, 695
Willems, Alijt 73
Willems, Andries 486, 537
Willems, Berent 263 (en drie broeders), 264
Willems, Berent 286, 409, 497, 5634, 694
Willems, Claas 531, 816
Willems, Claas 531 (in Brunnepe)
Willems, Coert 240
Willems, Cornelis 318 (van Montfoort)
Willems, Dirk 322, 495, 504
Willems, Dirk 168, 317, 490 (vuller)
Willems, Dirk 357 (beëdigde vuller)
Willems, Geert 396, 440
Willems, Geert 589, 609 (wever, van Utrecht)
Willems, Geert 129 (scheepsgezel)
Willems, Geert 321 (pelser)
Willems, Geert 491 (wever)
Willems, Gelpert 242
Willems, Gerbrant 499 (verver)
Willems, Gerrit 263 (en drie broeders), 264, 265
Willems, Gijsbert 322
Willems, Gijsbert 605 (priester), 702 (priester)
Willems, Hendrik 398, 418, 657, 702, 731
Willems, Hendrik 263 (en drie broeders), 264, 265
Willems, Hendrik 317 (schroeder)
Willems, Herman 440
Willems, Herman 263 (en drie broeders)
Willems, Hille 304
Willems, Jacob 82, 345
Willems, Jacob 238 (Duivelskoster)
Willems, Jacob 349 (custos dyaboli)
Willems, Jacob 49 (schoenmaker)
Willems, Jelis 605
Willems, Johan 4, 35, 36, 82, 123, 125, 129, 131, 151, 176, 180, 238, 265
Willems, Johan 266, 272, 292, 316, 434, 436, 551, 563, 568, 708, 737, 813
Willems, Johan 317 (broeder van Hendrik)
Willems, Johan 325 (X Armgart)
Willems, Johan 570 (X Marriken)
Willems, Johan 608 (X Dele )
Willems, Johan 860 (X Bette)
Willems, Johan 490, 495 (kuper)
Willems, Johan 502 (schipper, X Imme)
Willems, Johan 527 (schipper), 455 (schipper), 549 (schipper), 558 (schipper)
Willems, Johan 497 (rijnschipper)
Willems, Johan 573 (schoenmaker, bij St. Geertruiden)
Willems, Johan 698 (broekheer)
Willems, Lambert 73 (momber)
Willems, Lambert 800, 811
Willems, Lubbert 496 (van Buren)
Willems, Marten 179 (mr. priester)
Willems, Mette 350
Willems, Peter 403 (was in Londen)
Willems, Peter 46, 182, 321, 334, 404, 406, 510
Willems, Peter 491 (maatschap)
Willems, Pilgrim 265
Willems, Simon 227 (uit Hoorn)
Willems, Steven 24, 39, 131
Willems, Timan 503 (olieslager)
Willems, Timan 92 (priester)
Willems, Wichman 656
Willems, Wolter 778
Wilsem, Arent van 201, 361
Wilsem, Arent van 175 (g.g.)
Wilsem, Bartolt van 19, 82, 141, 171, 194, 334, 355, 391, 794
Wilsem, Bartolt van 161 (belending)
Wilsem, Bartolt van 36 (momber)
Wilsem, Bartolt van 372 (huisbezitter)
Wilsem, Bartolt van 163 (raadslid, muurmeester)
Wilsem, Bartolt van 38 (muurmeester)
Wilsem, Bartolt van 528 (hoofdman in het Uterespel)
Wilsem, Hendrik van 599
Wilsem, Herman van 87, 497
Wilsem, Herman Siwersz 512 (bakker), 603 (bakker)
Wilsem, Johan van 31, 127, 317, 318, 415, 444, 475, 476, 491, 503, 524, 543, 610
Johan van Wilsem 524, 543, 493, 621, 633, 635, 723, 779, 788, 789, 793
Wilsem, Johan van – visser 449, 494, 500, 508, 509, 510, 526, 610, 613, 617, 618, 824
Wilsem, Johan van 332 (X Alijt), 333
Wilsem, Johan van 500 (touwslager)
Wilsem, Johan van 604 (tapper)
Wilsem, Johan 500 (Boven de Poort)
Wilsem, Johan van 404 (Boven de Poort, X Alijt)
Wilsem, Timan van 810
Wiltinck, Andries 511 (priester), 621 (priester)
Wiltinck, Timan 500, 520
Winner, Johan 728 (zijn erf te Oosterwolde)
Winolts, Gijsbert 201 (schoenmaker)
Winter, Arent 798 (priester)
Winter, Berent 238
Winter, Hendrik 319 (droogscheerder)
Winters, Alijt 401, 853
Winters, Alijt 576 (X Hendrik Jansz)
Winters, Nanne 576
Wisige, Johan
Wissigers, Geert 445 (X Foyse)
Wissinck, Geert 316, 318, 333, 354, 454, 554, 463, 488
Wissinck, Geert 497, 498, 499, 500, 501, 503, 506, 507
Wissinck, Geert 519, 523, 526, 578, 579, 580, 582
Witmen, Johan van 507
Witte Arent, Berent waard in de 171, 266, 292, 316, 491, 502, 520, 575, 583
Witte Arent, Berent waard in de 585, 587, 589, 590, 592, 594, 617, 621, 796
Witte Arent, Evert in de 99
Witte Arent, Johan de waard in de – 349
Witte Arent, Katharina in de 99
Witte Arent, knecht in de 317
Witte Arent, Trijne in de 796
Witte, Dirk 120, 190, 240, 370, 433
Witte, Ernst 170, 488, 498, 650, 788
Witte, Evert 30, 57, 685
Witte, Gerbrant 238
Witte, Jacob de 84
Witte, Lubbert 122, 123, 486 (priester)
Witte, Servaas 848
Witte, Timan 369 (priester)
Witvoet, Lubbert 758
Woere, Johan 538 (uit Deventer)
Woest, Claas 552 (uit Hoorn)
Woirden, Katharina van 648
Wolbers, Cornelis 36
Wolbers, Gese 813 (Boven de Poort)
Wolberts, Gese 796
Wolberts, Hendrik 176
Wolberts, Wolbert 818 (van Zwolle)
Wolf, Coman 163
Wolf, Dirk 87
Wolf, Hermeken 163
Wolf/Wulf, Jacob 501, 584, 589, 618, 620, 789, 827, 840
Wolf, Johan, 775 (potschuiver)
Wolf, Jacob 488, 509 (stadsdienaar)
Wolfs, Alfer 498 (bakker)
Wolfs, Dirk (te Deventer)
Wolfs, Folker 159 (te Oosterhaule)
Wolfs, Gosen 318 (houtzager)
Wolfs, Gosen 441
Wolfs, Jacob 541
Wolfs, Wolter 355, 489, 520, 560, 636
Wolfsz, Wolter 124 (schepen)
Wolt, Albert 617
Wolt, Berent 5, 113, 125, 257, 336, 397, 400, 402, 458, 470, 526, 546, 569
Wolt, Berent 579, 583, 588, 604, 662, 729, 768, 771
Wolters, Aafken 244
Wolters, Alfer 171
Wolters, Alpher 70 (op het Tolhuis)
Wolters, Arent 357
Wolters, Berent 302
Wolters, Evert 382
Wolters, Evertje 382
Wolters, Geert 35
Wolters, Goyken 508, 568
Wolters, Hendrik 2, 67, 100, 237, 333, 493, 658, 741, 807
Wolters, Hendrik 576 (familie)
Wolters, Hendrik 18 (in de Ramen)
Wolters, Hendrik 92 (momber)
Wolters, Jacob 23
Wolters, Johan 176, 241, 293, 295, 590, 796
Wolters, Johan 241 (lange Wolters)
Wolters, Johan 318, 321 (wolwever)
Wolters, Johan 318 (op de Belt, X Bele)
Wolters, Johan 868 (zwager van Johan van Ense)
Wolters, Kerstken 618 (rijnschipper)
Wolters, Kerstken 752, 882
Wolters, Lambert 116
Wolters, Peter 800
Wolters, Sibolt 365 (schipper)
Wolters, Sibolt 39
Wolters, Steven 164
Wolters, Thewes 425
Wolters, Valk 424 (X Alijt Jans)
Wolters, Valk 467
Wolthusen, Cleis 549 (schymman)
Wolwever, Gijsbert Gijsberts 583
Wolwever, Johan Wolters de 318, 321
Wonder, Grete 775
Wonder, Hendrik 22, 237, 304, 411, 617, 784
Wonder, Hendrik 585 (X Grete)
Wonders, Grete 699
Wonders, Mette 503, 580
Woorden, Katharina van
Wouw, Geert van 641 (mr., klokgieter)
Wulfs, Dirk 763 (te Deventer)
Wusten, Johan de 875 (X Hille)
Yaele, Albert 19
Ydens, Willem 526
Yrte, Alfer van 354
Yrte, Jutte van 354
Yrte, Mette van 354
Yseren, Willem 877 (raadslid van Zutphen)
Zee, Grete van de 86 (belendster)
Zeilmaker, Lose de 512 (X Else)
Zeilmaker, Loy 82
Zijl, Arent 79
Zijl, Dirk 673 (barbier)
Zijl, Dirk ten 653 (mr., barbier)
Zijl, Dirk ten 473 (barbier)
Zijl, Jacob 238 (mr.)
Zijl, Jacob 538
Zijl, Jacob 559
Zijl, Johan
Zijl, Johan 428 (koopman)
Zijl, Lambert 79
Zijl, Willem 137 (tichelaar)
Zijl, Willem 278 (X Foyse)
Zijl, Willem 560
Zijl, Willem 7, 35, 47, 54, 57, 72, 79, 110, 111, 119, 171, 194, 377
Zuerbeke, Dirk 692 (te Danzig)
Zutphen, zie ook Sutphen
Zutphen, Alijt van 648
Zutphen, Hendrik van 577, 808
Zutphen, Hendrik van 491 (drager), 790 (drager)
Zutphen, Jacob van 711, 849
Zutpen, Jacob van 836 (bij de Clocke)
Zweten, Willem van 780
Zwickers, Johan 526 (in het Kaarschip)
Zwolle, Arent van 836
Zwolle, Egbert van 619
Zwolle, Ernst Jansz van 836
Zwolle, Ernst van 512, 739, 789
Zwolle, Hendrik van 582
Zwolle, Johan van 639
Zwolle, Johan van 526 (X Bele)
Zwolle, Lambert Bruins van 515 (touwslager)
Zwolle, Lubbert van 393
Zwolle, Rotger Jansz van 524
Zwolle, Wicher van 519, 584
Zwolle, Willem van 86, 584
Alfabetisch register op topografische namen en
instellingen in Kampen
Straten
Achter/bij de Nieuwe Muur 51
Boven de Poort 202, 240, 298, 317, 318, 319, 321, 329, 346, 369, 404, 447
Boven de Poort 456, 473, 493, 494, 499, 501, 512, 514, 528, 532, 594, 620
Boven de Poort 790
Broederstraat 258, 318, 570
Broederweg 241, 578
Burgwal, huis op de 61, 62, 86, 142, 147, 180, 240, 278, 366, 372, 398, 502, 534
Clocke, bij de 79, 193, 238, 241, 243, 262, 269, 356, 372, 375, 387, 393, 462
Clocke, bij de 474, 482, 489, 494, 495, 519, 531, 543, 545, 550, 565, 572, 574, 628, 640
Clocke, 653, 729, 768, 784, 836, 848, 856, 857, 874
Eckelboomsteeg 99, 161
Eckelboomstraat 238
Geerstraat van der Aa 61, 77, 78, 142, 301, 307, 496, 563, 565
Geertsweg van der Aa 835 (molen)
Groenestraat 69, 80, 84
Hofstraat, huis in de 86, 92, 831
Koornmarkt 338, 839 (huis)
Melissteeg 536, 615 (buren van Melis)
Melmerweg 529
Morrensteeg 811
Naalde, de 429, 543
Naaldenarssteeg 40, 372
Nieuwe Muur, huis bij de 33, 140, 592
Nieuwstraat 32, 322, 350, 372, 535, 676
Nieuwstraat Buiten 240
Nieuwstraat, huis in de 24, 56, 72, 142, 260
Nieuwstraat in de Hagen 32, 41, 60, 72, 168, 516, 592
Oudestraat, huis in de 9, 36, 40, 56, 75, 126, 142, 161, 179, 372, 374, 535, 798, 810, 880
Oudestraat in de Hagen 64, 72, 231
Sint- Jacobssteeg 441, 508
Sint-Nicolaasdijk 235, 493
Sint-Nicolaaskerkerkhof 71, 439
Steendijk 346 (molen), 507
Steendijk, huis op 19, 37, 38, 106, 252, 491 (molen)
Stovensteeg 497, 592
Uterweg 176
Venestraat 120, 176, 188, 315, 564, 570, 582, 799
Vloeddijk, huis op 3, 55
Vloeddijk 242, 318, 493, 494, 499, 581, 587, 606, 706, 727
Volkerssteeg 321
Waterstraat 376
Waterstraat in d Hagen 41, 45, 592
Welle 610
Wilgenweg 411, 859
Zwartendijk 346
Huizen
Huis de Bijle 51
Huis de Croon 872
Huis de Drie Torens 100, 249, 319, 322, 600, 673 (in de Oudestraat)
Huis de Eenhoorn 846
Huis de Engel 836 (bij de Clocke)
Huis de Franckrijck 88, 180, 262, 400, 402, 542, 582, 584, 604, 630, 649, 775, 777
Huis de Franckrijck 787, 801, 876, 878
Huis de Gulden Hoorn 537, 546
Huis de Jacobsburcht/Sint Jacobsburcht 559, 589, 741
Huis de Lappe 138, 242, 475
Huis de Moriaen 413, 669 (in de Oudestraat)
Huis de Pellicaen 393, 442, 443, 446, 637
Huis de Pot 507
Huis de Raven 67, 176, 202, 322, 543, 820
Huis de Smacke 112, 236
Huis de Steur/Stoer 35, 72, 604
Huis de Swaan (bij de Clocke) 616, 663, 856 (bij de Clocke)
Huis de Witte Arent 99, 171, 185, 266, 288, 292, 294, 316, 317, 323, 349, 484, 491, 502
Huis de Witte Arent 516, 520, 575, 583, 590, 594, 617, 621, 789, 796, 840
Huis het Gulden Hoerne 375
Huis het Kaerschip 526
Huis het Monde 63
Huis het Rae 620
Huis het Rode Hert 238, 552
Huis in de Clocke 653
Huis in den Ancker 278
Huis inden Hoern 375, 568
Huis int Manneke 520, 578, 688
Wijken, gebouwen, landerijen, water
Bagijnengracht 106
Bagijnenmaat 38
Belt, de 318, 490
Broederespel 528
Brug 225, 528
Brughuisje 570, 573
Brunnepe 26, 82, 120, 169, 170, 176, 236, 237, 238, 240, 320, 321, 328, 329
Brunnepe 342, 456, 488, 491, 493, 502, 503, 507, 510, 512, 528, 531, 546, 600
Brunnepe 622, 773, 781, 790, 798, 808, 819, 824
Brunnepe (Schreijhoop)
Buitenespel/Uterespel 528
Collensant, 444 (viswater)
Dronten, bewoner van 18, 210, 241, 385, 407, 409, 579, 696, 795
Dronten, land in 65, 309, 338
Engmer 602
Essen 594
Geertspoort van der Aa 573, 727
Haatland 458 (verpacht)
Hagen, 59, 76, 99, 160, 171, 176, 236, 238, 242, 276, 311, 316, 322, 418, 419, 489
Hagen, 493, 498, 508, 526, 528, 529, 769, 770, 798, 800
Hagen, huis in de 10, 20, 24, 176, 183, 448, 489, 515, 567, 580, 584, 642, 666
Hagenbroek/Hageningenbroek 698
Hagenpoort 187, 499, 509, 512, 772, 789, 862
Harkemolen 610
Haven in de Hagen 59
Heilig Huisje op de Steendijk 106
Heultjes/Hoilken 578, 761 (erf, molen)
Hoek, op de 594
Hof, het 265, 505, 539
Horstbroek 679
Horstespel 528
IJsselmolen 242, 258
Kalverneckenbrug 459
Kalvernekkenpoort 255
Kampereiland/Eiland 325, 328, 499, 500, 524, 583, 597, 802
Keulvoet 18, 158, 236 (viswater), 320 (brug bij)
Koeburcht, de 321, 859 (wachter)
Koornmarktspoort 690 (steiger nabij de), 817
Kraan 228, 250, 259, 275
Kruishoop, de 30, 321
Lakenpersen 606 (op de Vloeddijk)
Molen 120 (van Nanning), 835 (op Geertsweg van der Aa)
Morrenbrug 236, 241
Mullingesdiep 276
Muren van de stad, 823 (nog niet afgebouwd)
Naalde 573
Nieuwe Slag
Nieuwe Werk 611
Nieuweland 497
Noordwendigedijk 561 (sluis)
Oeningerbroek 368
Onze-Lieve-Vrouwenstraat 36
Oord 412 (inschepen aan de), 414, 481 (afvaren van de), (aanleggen)
Oord in de Hagen 4, 20, 32, 73, 512, 599, 608, 790, 843 (aanleggen aan)
Overespel 528
Pepergasse 769
Poort van Geert van der Aa 573, 727
Raamsteden 80, 84
Ramen 18, 318, 525, 536
Rechthuis 33, 34 (boven), 71, 235, 286, 321, 704
Riete 790
Rooster 42
Rudenhoop 606
Sandeken, 847
Schepenhuis 34
Schepenkamer 128
Schreijhoop in Brunnepe 819
Schulpenoort 399
Seveningen 29 (gerechtsplaats) Riete/Ryt 237
Sint-Bregittenkerkhof 573
Sint-Nicolaasbos 562
Sint-Nicolaasbroek 790
Sluis 168, 213, 524, 546, 550
Snappert 444 (viswater)
Stadsgracht in de Hagen 73
Stadsmarken 529
Stadsschradinge 67
Stadsweiden 260, (inbranden)
Steiger buiten de Koornmarktspoort 817
Stenen Kruis 293
Stove 228, 313, 495, 497, 586, 619, 811, 814
Tolhuis 23, 70, 102
Touwslagersbrug 790
Uterespel 528
Venepoort 162 (buiten de)
Vleeshuis 120, 488
Vordebroek 137 (tichelwerk), 444 (viswater)
Vossenweerd 606
Waag, de 303, (pacht), 537, 621 (huur van)
Waakhuis 49
Wedeme, de 394, 476 (viswater)
Wedeme/pastorie 538
Welle 227, 275, 414, 434, 436, 490, 610
Wetering 80
Wetering in Brunnepe 169
Wetering in de Hagen 64, 231
Wetering, Naaste 3
Wetering, Oude 55
Wijnhuis 228
Wijnkelder 31, 47, 94, 114, 135, 217, 233, 236, 238, 569, 585, 589, 644, 686, 705
Wijnkelder 723, 754, 788, 843, 844, 853
Zeegraven 859
Zuiderdiep 569, 771
Zwanenpoort 165 (buiten de), 166 (buiten de), 669 (boven de)
Viswater
Viswater van Collensant, 444
Viswater van de Engmer 599, 625
Viswater de Hoge Drift 643
Viswater van de Snappert 444
Viswater van Keulvoet 236, 625
Viswater van de Eltgriend 625
Viswater van Pijpersant 643
Viswater van de Wedeme 394, 476
Viswater van de Pepergasse 769
Viswater van Mullingesdiep 276
Viswater van de Wriver 113, 713
Viswater van het Zuiderdiep 569, 771
Viswater van het Sandeken 847
Kerken, kloosters, gasthuizen e. a.
Brunneperklooster 176 (bouwmeester / land- en veebeheerder).
Cellebroeders 815
Convent te Brunnepe 72, 176
Convent 842
Gardiaan van de minderbroeders 94, 217
Heilig-Kruismemorie 67, 342
Heilig-Sacramentsmemorie 38
Heilige-Geestgasthuis 10, 60, 67, 71, 86, 128, 216, 219, 42 (rooster), 286, 511, 595, 597
Heilige-Geestgasthuis 597 (kerkmeesters), 597, 621 (officant), 800
Heilige-Geestgasthuis 831 (provenier)
Heilige-Geestkerk 468, 545, 553, 557, 565
Hoge-altaar in de Sint-Nicolaaskerk 71
Minderbroeders 32, 94
Minderbroedersklooster 122
Onze-Lieve-Vrouwenkerk 176, 251, 498, 773
Onze-Lieve-Vrouwenmemorie 373
Parochiekerk, aanspraak op 167
Pastoor, 512, 538
Sint-Agnietenklooster 63, 169, 248 (bagijnen), 252, 379 (intrede)
Sint-Aldegondevicarie 390
Sint-Annagilde 170 (schutterij)
Sint-Bregittenklooster 241, 585, 808, 818
Sint-Geertruidengasthuis 10, 60, 573, 580 (knecht)
Sint-Geertruidengasthuis 64 (kerkmeester)
Sint-Katharinagasthuis 166, 180 (kerkmeesters), 533 (kerkmeester, provenier)
Sint-Nicolaaskerk 633 (altaar)
Sint-Nicolaaskerk 71, 92, 207 (toren), 212, 221 (kerkmeesters), 390 (vicarie), 486 (vicarius)
Alfabetisch register op topografische namen buiten Kampen
Abcoude 28 (inwoner)
Amersfoort, 85 (uitleggers), 176, 245, 282 (inwoner), 327, 449 (bestormd), 457
Amsterdam, 6 (huis De Rogge), 81 (uitleggers), 104 (uitleggers), 125 (koopman)
Amsterdam, 171, 200, 227 (inwoner), 310 (inwoner), 451 (Warmoestraat), 457, 464
Amsterdam, 562, 581, 605, 606, 647, 651, 658, 677, 697
Amsterdam, 720 (oorlogsschepen), 747, 827 (inw.), 857, 862
Antwerpen, 530, 539, 541, 780
Arnemuiden, 52, 229, 268, 274
Asschet, 247 (land in), 285 (inwoner), 589 (inw.)
Baai, zie Bourgneuf
Bergen in Noorwegen, 130, 225, 230, 246, 428, 469, 428 (Bergenvaarder)
Bergen in Noorwegen, 530, 700 879
Bergen op Zoom, 484, 530 (Colde Markt), 749 (Colde Markt)
Bergsland, 611
Berlicum, 163 (inwoner)
Beverwijk, 200 (inwoner)
Blankenham, 45 (schout), 319
Bolsward, 24, 71, 430 (inwoner), 726 (schipper)
Bommel, 575
Borculo, 513 (inw)
Bourgneuf baai van , 229, 262, 289, 290, 305, 335, 394, 604 (doodslag)
Bourgondie, 672
Brabant, 749
Bremen, 530 (dagvaart), 553 , 576 (burger), 659 (schuit), 785 (bier), 829, 858
Broekhuizen, 19
Brouage in Frankrijk, 35, 515, 833 (zouthandel)
Brugge, 530, (koopman te)
Brunswijk, 599 (inw.)
Buckhorst, heer van 355
Cleef, 93, 498
Coevorden, 502 (drost)
Collensand, 444
Dalfsen, 354 (schout, erf), 454 (schout)
Damme, 426, 767 (doodslag)
Danzig, 108, 272, 287 (handel), 300, 305, 339, 514, 547, 562
Danzig, 614 (lading uit), 655, 665, 667 (inw.), 674, 692 (inw.), 697, 709 (inw.)
Danzig, 710, 720 (inw.), 726, 758, 762, 843 (korenhandel), 845
Delft, 43, 171
Den Briel, 455 (inwoner)
Den Haag, 683
Denemarken, 86, 548, 676, 752
Deventer, 18, 53, 69, 70, 135, 196, 224, 234, 348, 421, 457, 497, 498
Deventer, 14, 71, 83 (officiaal), 91, 228, 347, 373 (huis de Yserhoet), 405 (huis de Raven), 483
Deventer, 513 (inw), 518 (inw), 520 (inw.), 538 (inw.)
Deventer, 552, 558, 601 (inw.), 626 (Bergenvaarder), 700 (inw.)
Deventer, 742, 763 (inw.), 774, (inw.), 813 (inw.)
Dickninge, klooster te 19
Doesburg, 577 (inw.)
Dokkum, 659
Doornik, 855 (inw.)
Doornspijk, 254 (inwoner), 510 (inwoner), 510 (inw.)
Dordrecht, 132, 171
Dorpat, 674
Drie Steden, 115 (vijanden van)
Duitse Orde, 798
Dulcken, 205
Edam, 24 (inwoner), 275 (inwoner), 344 (inwoner), 434 (inwoner), 436 (inwoner)
Edam, 606 (inw.), 656 (inw.), 686 (scheepsbouwer)
Elbe, 256, 576, 576, 747
Elburg, 21, 43, 227 (inwoner), 247 (inwoner), 316 (inwoner), 447
Elburg, 577, 709 (laken), 710 (laken)
Emmeloord 71 (inwoner)
Emmerich, 20 (inwoner), 641
Engeland, 43, 187
Enkhuizen, 86, 154 (inwoner), 660 (inw.)
Ens, 4 (schout), 70, 86, (inw.) 125, 189 (schout), 319, 327, 617
Enschede, 420 (burgemeester, Lyndenpoort)
Epe, 197, 576 (schout)
Esmagrove in Friesland, 347, 348
Estland, 651
Ezumazijl/Esemerzeel, 659
Flekkefjord/Vleckeroe, 646
Flensburg, 726
Frankrijk, 388, 530
Friesland/Friezen, 23, 46, 191, 223, 347, 348, 373
Friesland, 665 (Fries), 765 (Fries), 766 (Fries), 841
Gelderland, 177, 379, 410, 599, 618, 774, 825
Geldersegracht, 123
Genemuiden, 101, 285 (schout), 435, (inw.)
Genne, 539 (aan de Vecht)
Goes, 273
Goor, 196
Gouda, 84, 171
Grafhorst, 228 (inwoner), 276 (inwoner), 520 (inw.)
Grafhorst, 545 (viswater van de Grote Weert)
Graft, 86 (inwoner)
Gramsbergen, 805
Grave, 642 (burger), 718 (burger)
Groningen, 15 (inwoner), 63 (inwoner), 74 (inwoner), 232 (inwoner), 347, 348, 348
Groningen, 417, 418, 515 (inw), 519 (inw.), 531 (tolbetaling), 532, 594 (inw.)
Groningen, 708, 724, 739 (jaarmarkt), 742 (inw.), 774, 871
Grotebroek in Holland, 387
Grotezijl, 854 (onderschout)
Gullikerland, 611
Haarlem, 195 (inwoner), 568, 755 (inw.)
Hake, 683 (stuk zee bij Texel)
Hamburg, 180 (handel), 251, 256, 558, 591 (inw.), 678 (inw.), 747, 774
Hanze, 108 (Keuls kwartier), 388, 530, 558, 674, 689
Harderwijk, 21, 227 (inwoner), 240 (inwoner), 488 (inwoner), 524 (inw.), 609 (inw.)
Haren bij Groningen, 417 (schout)
Harlingen, 665 (pastoor)
Hasselt, 31, 286 (inwoner), 447, 463 (inwoner), 486, 500 (inwoner)
Hattem, 21, 148 (inwoner), 220 (inwoner), 517 (inw), 573
Hattem, 664, 787 (inw.), 801 (inw.)
Heerde, 263 (schout)
Heilig Bloed, 747 (bedevaart)
Helgoland, 721 (Zuiderhaven), 858
Helsingör, 242, 562, 752
Hertogenbosch, 11 (inwoner), 12 (inwoner), 196 (inwoner), 200 (inwoner), 214 (inwoner)
Hertogenbosch, 219, 255
Hindelopen, 193 (inwoner)
Holland, 14 (schip uit), 93, 104, 318, 387, 434, 436, 512 (inw), 530 (schotbetaling)
Holland, 656 (geld van), 841
Hollanderhuizen, 596, 794
Holstein, 214, 721 (hertog)
Honfleur in Frankrijk, 388
Hoorn, 169 (inwoner), 227 (inwoner), 489 (inwoner), 490 (inwoner), 552 (inw.)
Huisdom, 721 (tollenaar), 726 (tollenaar)
Huizen, 200 (inwoner)
Hulsbergen, 693 (klooster)
Hunsche, 541
Husum/Huysdom in Holstein, 214
IJsselham, 529 (schout)
IJsselmuiden, 520, 540 (koster), 624, 370 (schout), 452 (inwoonster), 476 (kerk), 490
IJsselmuiden, 87 (pastoor), 201 (inwoner), 308 (inwoner), 334 (Zeneke), 343 (schout)
Innhusen, 32
Jeruzalem, 364 (Heilig Graf), 474, 515 (Heilig Graf ), 559
Juist in Oostfriesland, 671
Kamperveen, 74, 181, 243 (tienden), 429 (Naalde), 509, 533 (Hoogeweg)
Kamperveen, 561 Noordwendige), 597 (tiende), 636 (Bollenserf), 680 (inw.)
Kamperveen, 728 (inw.), 822 (dijkgraaf), 828 (Cuperserf)
Keulen 108 (Hanze kwartier)
Kockskenstoom, 285, 286
Koerland, 562
Koningsbergen, 121 (handel)
Kopenhagen/Coipmanshagen, 51 (inwoner, notaris), 84
Kuinre, 14 (inwoner), 24 (inwoner), 221 (schout), 320 (schepenen)
Kuinre, 737 (inw.), 788 (inw.), 814, 830 (inw.)
Kuinredijk, 327
Lauwers, 89
Leeuwarden 70, 149 (inwoner), 489 (inwoner), 490 (inwoner)
Leiden, 171, 488, 563, 624 (inw.), 684 (Hogelandskerk), 755 (laken), 802
Lemele, 595
Lemelerberg, 595
Lemmer, 539
Lijfland, 416, 651
Lissabon, 514, 547, 604 (doodslag), 639 (zouthandel), 759 (zouthandel)
Lissabon, 764 (Sint-Franciscuskerk), 766 (doodslag), 821 (gijzelaar)
Londen, 403 (inwoner, straat)
Lotharingen, 599, 675
Lubeck, 548, 558, 605 (burger), 677
Lunenburg, 674, 678
Maas, 530 (ten westen van de ), 720
Marken, 104
Mastenbroek, 186 (pastoor, kerkmeesters, koster), 216]
Mastenbroek, 589 (inw.), 805 (geldlening), 814, 850
Mecklenburg, 724
Medemblik, 383, 809, 826 (inw.)
Mengen in Friesland, 46
Meppel, 463 (inwoner), 489 (inwoner), 582
Merssen, 178
Mesonde, 139, 246, 703, 705, 722
Middelburg, 273, 547
Middelburg/Meydenborch, 677
Monnikendam, 152 (inwoner)
Munster, 360, 518 (stadsbestuur), 539 (steen uit)
Munster, 682 (O.L.Vr. kerspel), 756 (Hallenbeke straat), 814 (bestand)
Naarden, 96 (inwoner)
Naestrant in Noorwegen, 365
New Castle, 43
Nieuwehaven, 43
Noordzee, 388
Noorwegen, 4, 291, 299, 646
Norden in Oostfriesland, 43, 541
Notouw, 361
Oene, 197
Oesel, 843
Oldebroek, 381, 604 (inw.), 805
Oldenneel, 58
Oldewijk, 847 (klooster)
Olst, 88 (schout), 381 (schout)
Oosterhaule, 159 (inwoner)
Oosterholt, 86, 529 (weg te), 617 (inw.)
Oosterwolde, 123 (erf), 470 (turfland), 613, 650 (land), 650 (Nieuwedijk, Broekgracht)
Oosterwolde, 728 (turfland), 730 (turfland), 760 (erf)
Oostfriesland, 43 (gravin), 671
Overijssel, 115 (vijanden van)
Oversticht, 115 (vijanden van)
Parijs, 558, 718, 794
Parnou in Estland, 57 (inwoner)
Pernow/Parnu, 651
Portugal, 547
Putten, huis 21
Rechteren, 827
Reval, 242, 388, 466, 549 (scheepsongeluk), 551 (Bolwerk, scheepsongeluk)
Reval, 644 (roggehandel), 661, 674, 714, 759
Riga, 160 (handel), 289, 290, 291, 305, 416, 471, 515, 644 (mark van)
Riga, 703, 721, 724, 759, 867
Rige bij/op Helgoland, 858
Rome, 167 (curie), 540 (bedevaart naar), 546 (bedevaart)
Rouveen, 133, 190, 390
Runen, 858
Sachtingen/Saaftingen, 541
Saksen, Hertog van 798
Salme in Lotharingen, 675
Sanct Jacob, 472 (bedevaart)
Schelde, 539
Scheveningen, 156 (inwoner)
Schoten, 798 (Duitse Orde)
Schulpenoord, 399
Schuttrop, 178
Sibculo, 798 (klooster), 869 (monnik)
Sloten in Friesland, 460 (inwoner)
Sluis in Vlaanderen, 52, 749
Sneek, 70, 71, 520 (inw.), 539 (inw.), 663 (inw.)
Soest, 483
Sont, 242, 345, 514, 527, 547, 562, 845
Stade, 576
Staveren, 383, 428
Steenwijk, 386
Suderhaven op Helgoland, 721
Swinge/Swynge, 576
Terschelling, 601, 880
Texel, 157 (inwoner), 467, 683, 707 (inw.)
Trondheim, 130
Utrecht, 165 (convent St. Cecilia), 227 (inwoner), 593 (overvallen), 664 (burgers)
Valyn in Lijfland, 416
Veere, 34 (inwoner), 274, 515, 553, 605, 677
Veerse Gat, 720
Veluwe, 768
Vlaanderen, 52, 539 (schip uit), 541 (schip), 841
Vlieland, 24 (inwoner), 485 (schout)
Voerende, 203
Vollenhove, 172, 173, 184 (inwoner), 285 (onderschout), 586 (schout), 719 (schout)
Vordebroek tichelwerk, 119, 137], 444 (viswater)
Vredeland, 28 (inwoner, maarschalk)
Wapenveld, 197 (inwoner), 485 (inwoner)
Weidenburg, 605
Wesel, 295 (inwoner)
Westenholte, 529
Westenrode 58
Westfalen, 360
Wilsum, 83 (priester), 543 (inw.), 7 (schout, rechtszitting), 433, 435, 490
Wilsum, 715 (viswater De Vijf Stukken), 838
Wisch, 822, 827
Window/Winda, 562
Ylst, 86 (inwoner)
Zalk, 83 (inwoner), 623 (koster), 654 (pastoor)
Zalk tichelwerk, 35, 71, 111, 141 (schout), 329 (inwoner), 355, 432, 456, 486
Zeeland, 146, 242, 515, 553, 554, 556, 557, 677, 689, 749, 759, 841
Zeneke, 334
Zierikzee, 800
Zuidholland, 132
Zutphen, 155 (inwoner), 568, 615, 873 (brief aan), 877 (raadsheer)
Zwartewater, 63, 101
Zwolle, 71, 96 (inwoner), 99 (inwoner), 112 (inwoner), 116, 278 (onderschout), 353, 354
Zwolle, 355, 465 (Diesermark), 507, 515, 595 (inw.), 612 (inw.), 613 (inw.), 619 (inw.)
Zwolle, 664, 674, 719 (inw.), 739 (inw.), 774, 786 (inw.), 880
Register op diverse zaken
Scheepszaken
Aanvaring op de IJssel, 58
Afvaart/aankomst van/aan de Oort, 481, 843
Anker opgevist in Bremen
Bedevaart na noodweer, 472
Beladingslijst van scheepsruimen vanaf Bergen, 246
Bergenvaarders, 428, 469
Bevrachting, 759 (naar Lissabon), (vanaf Danzig), 562 (in Helsingor)
Goederen verloren bij scheepsramp 528
Kamper schip door Amersfoorters aangevallen 85, 457
Kamper oorlogsschip in het Zwartewater, 101
Kamper schepen aangevallen, 809 (door Pelgrim de Vos)
Kamper schip aangevallen in het Veerse Gat 720
Kamper schip aangevallen in Friesland, 89, 90 (waarde van het schip)
Kamper schip vergaan bij Helgoland, 721, 858
Kamper schip naar Mesonde om koren te kopen 722
Kamper schip door Fransen aangevallen in de Noordzee, 388
Kamper schip op zee lek geslagen, 256
Kamper schip nabij Sluis aangevallen 749
Kamper schip aangevallen 711
Lading als ballast/garnier, 268, 299
Lading in beslag genomen, 43
Oorlogsschepen uit Amsterdam, 81, 104, 720
Schade aan lading door slecht weer, 361
Schade aan lading onder Noorwegen 299
Scheepsbrief, 275, 344
Scheepsgezellen/-kinderen, 39, 272, 412, 758, 665 (overleden in Danzig)
Scheepsjongen als gijzelaar in Lissabon, 821
Scheepsparten/reders, 59, 102, 195, 554 (8ste part), 674, 689, 721, 840, 841, 881
Scheepsramp, 455, 857, 861
Scheepsramp bij Juist, 671, 672
Scheepsramp bij Danzig 272
Scheepsramp nabij Hamburg, 256, 747
Scheepsramp op de Hake, 683
Scheepsramp in Reval 549, 551
Scheepsruimte reserveren, 392, 428 (ruimen voor de kooplieden)
Schepen in konvooi 547
Schepen lossen, 647 (dagloon)
Schepen met zout van west naar oost, 841
Schepen naar de Baye, 229, 262, 289, 290, 291, 305, 335, 394
Schepen ruilen, 6, 660
Schepen tot onderpand, 44
Schip binnen de boom leggen, 736
Schip gebouwd, 686 (voor 760 gulden)
Schip uitreden in Zeeland 553, 554, 556, 557
Schip aangevallen op de Elbe 576
Schip aangevallen op de Schelde 539, 541
Schip geplunderd in Friesland 347, 348
Schip van Berent Morre in Zeeland, 146
Schip vastgehouden in Noorwegen, 305
Schip gezonken nabij Dokkum 659
Schippers dragen bij voor kosten in de Sont 527
Schippers van de Hanze betalen schot 530
Schippers in Lissabon 764, 766
Stuurman/bootsman, 736 (bootsman)
Stuurman/bootsman, 5, 412 (hoofdbootsman), 428, 742……
Pondgeld en Koningsgeld 558
Proces in Parijs 558
Tolbrief 558
Verkoop/koop van schepen, 251, 267, 755 (prijs)
Vervoer per schip naar Steenwijk, 386
Vissen met fuiken, 185
Vissen onder Noorwegen, 4
Vrachtgeld, 63
Vrachtgeld/werpgeld, 121, 430
Scheepstypen
Baardse/barse 246, 434, 436, 541
Beitel, 638
Braschouw 643
Bremer schuit, 659
Buiskarveel, 720
Everschip, 195
Haringbuis, 455, 707
Hulk, 204, 246, 451, 674, 720
Kaagschip, 116
Kaarschip, 202
Karveel, 689 (inhoud), 720
Kogge, 268, 658 (prijs)
Kreyer, 59, 256, 630, 736, 747
Pink 572 (bouw aanbesteeed)
Pleite, 881
Potschip, 103
Rijnschip, 103, 151 (verkoop en prijs), 653 (prijs)
Roeiboot, 857
Schuiten 545
Segenschip, 5
Seynschip, 84
Tremeke/tremick, 284 (prijs)
Uitleggers/oorlogsschepen, 600
Steenovens, tichelwerk, handel in stenen
Former (steenbakkersknecht) 538
Handel in stenen, 330 (nieuwe formaten)
Handel in stenen, 194 (ovens), 364 (kleine/middelstenen)
Handel in middelstenen, 7, 76 (25000 leveren aan de stad), 111 (handel in kleine stenen)
Handel in dakpannen, 366 (prijs per 1000)
Loon in stenen, 635 (stadskwaliteit)
Prijzen van stenen, 111, 635
Tichelaar, 228 (naam)
Tichelwerk, 58, 119 (stenen levering), 366 (oven)
Tichelwerk in het Vordebroek, 137
Tichelwerk in Zalk, 35, 111 (ovens, 29000 stenen), 141 (namen)
Boete in stenen ten behoeve van de stad.
In de jaren 1483-1493 werden boeten in stenen opgelegd tot een totaal van ongeveer 250 duizend stenen.
Producten
Handel in aal, 20
Handel in amber/walraats, 469
Handel in ankers, 51
Handel in appels, 20
Handel in as/potas, 155, 160, 471, 552, 726 (12 tonnen per last), 840
Handel in azijn, 90, 683
Handel in Berger vis, 230 (26 ruimen), 246 (stokvis)
Handel in bier, 118 (prijzen), 155 (prijs van Hamburgerbier), 180 (Hamburger)
Handel in bier, 226 (Hamburger), 352 (prijs per ton), 377 (Hamburger, prijs per vat)
Handel in bier, 457 (Bremer), 464 (Hamburger, prijs)
Handel in biljoen 575
Handel in boekweit, 24
Handel in bonen, 743 (10 butkens per schepel)
Handel in boter, 104
Handel in brandewijn, 795
Handel in brandhout, 146
Handel in edelstenen, 846 (saffier)
Handel in gerst, 71, 89 (prijs van gerst)
Handel in geschut, 43
Handel in grauw spek, 246
Handel in haver, 89 (prijs van haver), 157 (prijs), 550 (prijs per mud), 563 (prijs per last)
Handel in haver 654 (prijs per mud), 729 (prijs per mud)
Handel in hazelnoten, 90, 605 (prijs per last), 677 (prijs per last)
Handel in hooi, 43, 133, 266
Handel in hoorn, 246
Handel in hout, 197, 268 (klaphout), 274 (klaphout), 646 ([dak]sparren, prijs per 100)
Handel in huiden/vellen, 198, 200, 246 (o. a. linxvel), 246 (10 en 14 deker), 423, 482, 484
Handel in huiden/vellen, 537, 620 (iedere deker voor 7 gulden
Handel in kaas, 104, 419, 457
Handel in kalk, 163, 415, 652, 731
Handel in koeken, 348
Handel in koper, 50, 51
Handel in koren , 843 (80 lasten), 844
Handel in laken, 43, 90, 180, 209 (Leids), 301 (Kamper), 310 (Kamper), 312
Handel in laken, 360 (teerlingen), 362 (uitheems laken), 457, 460 (Kamper, prijs)
Handel in laken, 624 (bezegeld met een klein lood), 709 en 710 (Elburgs blauw laken)
Handel in laken, 735 (Engels groen, 26 stuivers per el), 739 (Engels grijs, blauw, linnen)
Handel in laken, 846 (Engels), 849 (Kamper, prijs)
Handel in masous hout, 90
Handel in mede, 348
Handel in meel, 90, 845
Handel in noten, 347, 348, 677 (hazelnoten), 785
Handel in olie 514
Handel in riemen, 51
Handel in rogge, 14, 15, 23, 24, 70, 71, 86, 89 (prijs van rogge), 103, 189, 339, 529, 546, 562
Handel in rogge 621 (prijs per mud), 695, 697, 724, 840, 848 (prij per last)
Handel in rogge, 466 (prijs per last), 593 (prijs per last), 644 (prijs per last)
Handel in rogge, 651 (prijs per last), 703 (prijs per last), 705 (prijs per last)
Handel in rozijnen, 204
Handel in smidskolen, 638 (maten), 877 (prijs)
Handel in spek, 357 (verkoop per schippond)
Handel in spiering, 53, 98, 138, 860
Handel in steen, 146, 149 (grauwe steen), 539 (Munsters bloksteen), 635, 684
Handel in stokvis/rotschers, 412, 879
Handel in talk, 763 (prijs)
Handel in teer, 129, 152 (vrachtprijs), 388 (waarde), 683, 840…
Handel in traan, 246
Handel in turf, 210, 243, 288, 294, 470, 728, 730
Handel in twijg, 395
Handel in vee en vlees, 26, 112 (varkens), 196, 200, 210 (paarden), 214, 219
Handel in vee en vlees, 281 (paard, prijs), 329 (paard, prijs), 343 (paarden), 389 (paarden)
Handel in vee en vlees, 404 (merrie, prijs), 411 (kalf, prijs), 426 en 427 (ossen, prijs)
Handel in vee en vlees, 432 (paard, prijs), 427 (paard, prijs), 533 (paard, prijs)
Handel in vee en vlees, 629 en 632 (paard, prijs), 196 (ossen), 690 (koeien)
Handel in vee en vlees, 838 (veulens, prijs)
Handel in vijgen, 388
Handel in vis, 90 (steur), 230 (25 ruimen vis), 637 (kabeljauw, prijs), 670 (schelvis)
Handel in vis, 419, 421, (schelvis), 700 (Berger vis)
Handel in vlas, 681 (prijs per schippond), 687 (prijs per schippond)
Handel in vogels, 383
Handel in wagenschot, 125, 139, 146, 430
Handel in was 90 (per stro)
Handel in weite, 24, 25, 86
Handel in wijn, 15, 348
Handel in wit spek, 246
Handel in wol, 96, 174, 483, 564, 691, 694
Handel in zadels, 744 (14 stuivers per stuk)
Handel in zout, 300, 305, 394, 514, 515, 689 (zoutmaat Azwynts of zuunts≅), …
Handel in zout, 35, 90 (waarde van zout), 98, 229, 273, 287 (prijs), 289, 290, 291
Handel in zout 639, 651, 655, 759 (zoutmaat), 833 (uit de Bro uage)
Handel in Zweeds ijzer, 50, 51
Tienden/ Peterspenningen/akkersgeld/morgengeld
25, 170, 243, 485, 543
Munten en geld
Andriesguldens 554 (2 voor een pond)
Arnhemse guldens, 82, 117, 183
Bergse groot, 65
Blauwleien 577 (waarde)
Botdragers, 824
Brabantsen, 485
Braspenning, 277
Butkens, 234, 485, 525 533, 540, 586, 617, 657, 728 (44 per gulden), 731, 743, 780 (46 per gulden), 867
Butkens, 635, 642, 654, 771, 773, 785, 789, 816, 827
Davidsguldens, 156, 411, 559, 560
Deense mark, 752
Duiten/Duitmers, 118, 577
Gouden leeuwen, 259
Gouden rijnse gulden, 91 (rekenen voor 2 heren ponden of 29 witte stuivers), 464
Gouden rijnse guldens, 464 (van 45 stuivers), 572 (van 2 heren ponden)
Gouden rijnse guldens 868 (van 20 stuivers), 809 (25 stuivers)
Griffioenen, 641
Groten, 691
Heren ponden 737 (2 voor een rijnse gulden)
Kamper kromstraat, 691
Kamper oude kromstaarten, 91 (4 te rekenen voor 3 witte stuivers)
Koopmansguldens, (4 voor 32 goudgulden van 2 heren ponden)
Kromstaarten, 118, 135, 170, 183, 490
Kronen 794
Lichtgeld en zwaar geld, 694
Lijflandse mark, 651
Lubeckse mark, 196
Nobel, 472
Oude schilden, 26, 593, 610, 617, 804
Oude vlaamsen, 252
Plakken, 170, 417, 485, 536, 577, 601, 763, 780, 798 (van 2 vleemsen), 827, 867
Pond groot, 208, 215 (vlaams), 472, 683
Ponden/herenponden, algemeen, 340 (13 of 15 stuivers per herenpond)
Ponden/heren ponden, 746 (ponden van 18 stuivers), 817 (10 stuivers per herenpond)
Ponden/herenponden, 827 (100 plakken ?)
Postulaatsgulden, 74, 210 (voor 15 stuivers), 309, 548, 661
Rader witpenningen 577
Rigase mark, 215, 644, 759
Rijder 586
Rijnse (goud)guldens, 122 (van 30 stuivers), 755 (van 2 ponden), 868 (van 20 stuivers)
Rijnse gulden, 310 (waarde 20 stuivers), 641 (van 40 butkens)
Schillingen, 493, 499, 503, 504, 506, 508, 509, 514, 523, 526, 583, 584, 586, 599
Schillingen 604, 789, 790, 792, 814
Sint-Andriesgulden, 288
Stadspond, (algemeen, een heren pond is vier stadsponden).
Stichtse butkens 641 (40 per gulden)
Stoter, 155, 352, 647 (dagloon 3 stoters)
Stuivers 550 (dit jaar gangbaar), 717 (10 voor een heren pond), 868 (20 voor een gulden)
Stuivers 870 (20 voor een gulden), 877 (20 voor een rijnse gulden)
Tinsgroten 567
Vlaamse/vleemse 714 (halve, onderdeel van een stuiver), 798 vleemse van 2 plakken)
Vuurijzers, 85, 464 (waarde in stuivers), 577 (waarde), 714 (waarde)
Witte stuivers, 74, 198
Woechijen 577
Zwaantjes stuiver, 691
Misdaad (niet alle misdaden opgenomen)
Doodslag in Lissabon, 764, 766
Doodslag in Damme 767
Doodslag in de Baye, 604
Doodslag in de wijnkelder, 31, 48, 114
Hand afhakken, 234
Moord/doodslag, 218, 489, 604, 753, 827
Verwonding 42, 131, 161, 174, 255, 278, 280, 420, 776, 836 (verzoening)
Verlies van beide oren 521
Geestelijken (zie ook bij de persoonsnamen)
38, 69, 79, 92, 94, 111, 122, 123, 128, 148, 179, 186, 190, 217, 257, 511, 621, 798
Functionarissen en ambachtslieden (zie ook onder de persoonsnamen)
Accijnsmeesters, 356, 827
Beeeldensnijder, 171
Beul/scherprechter, 142, 176, 499
Bontwerkster/-werker, 319, 396 (pelser)
Broodweger, 498, 589
Busmeester, 241
Gemeenslieden, 175 (namen)
Gildebroeders van de smeden 516
Gildemeesters van de vleeshouwers, 322
Gildemeesters van de schroeders, 505
Gildemeesters van de vollers, 168
Gildemeesters van de schoenmakers, 99
Gildemeesters van de timmerlieden, 329
Hondenslager 817
Hoofdlieden van Sint-Annagilde, 170
Keizerlijk notaris 51
Kerkmeesters, 180, 221
Lakenverver, 321
Maler, 498 (Ernst Maler)
Muntmeesters, zie onder persoonsnamen
Muurmeesters, 163
Raamwachter, 318
Rentmeesters, 136
Steenhouwer, 144
Tollenaar, 127
Uurwerker, 365
Vroedvrouw, 173, 201
Zegelaars en waardijns van de drapeniers, 336, 483
Diverse zaken
Accijnsverhoging voor afbouw van de stadsmuren, 823
Afkopen van doodslag, 27
Bedevaart naar Rome 546
Bedevaart naar Jeruzalem 559
Bestorming van Amersfoort, 449
Bezegelde Kamper lakens, 490, zie ook onder handel.
Dode Allarts had voor 4000 gulden in de zeehandel uitstaan, 373
Eigen straat repareren, 271
Ervenboek, 80
Gilde verwerven, 304
Godspenning, 153, 374, 640, 848
Haakbus, 600
Geen honden houden 579
Inboedel/meubilair/gereedschp, 117
Kosten voor laken verven 336 (zwart, groen, paars, blauw, rood)
Lakenpersen op de Vloeddijk, 606
Manier van bieden bij veiling, 627, 630
Mosterdzaad plukken, 611
Paalgeld, 12, 127
Pastoor van Mastenbroek als seendeken, 186
Pelgrimstocht naar Jeruzalem, 364
Pestlijders, 120
Proveniersplaats, 631
Roertol, 489 (blauw en wit), 490 (blauw en witte roertol ontdoken)
Scheldwoorden, 311 (papenzoon), 326 (hoer), 326 (krijg de droes), 332 (papenhoer)
Scheldwoorden, 333 (papenwijf), 350 (schalk), 398 (krijg de droes)
Scheldwoorden, 401 (boef, schalk, rover), 462 (vogelen), 542, 550 (kelreweck)
Scheldwoorden, 570 (schijthuisveger)
Schepenvrede, 72
Schutgeld, 397
Sleutel laten maken, 49
Tins van een vette gans, 235
Tol in Groningen 531
Vijanden gevierendeeld, 593
Vijanden van Overijssel, 115 (namen)
Vrijmarkt in Kampen, 203
Zeerovers geherbergd, 489
Broeders van het Heilig Graf 515
Vinkennet 525
Kalkmeten 534
