Hoe de Prefect in Overijssel werd
gecontroleerd in den Franschen tijd.
gecontroleerd in den Franschen tijd.
Toen in 1810 ons land bij Frankrijk was ingelijfd wenschte de Fransche regeering, gelijk elders in het rijk, ook in ons land de gendarmerie in te voeren. De generaal Laver te Amsterdam was belast met de organisatie van dat corps hier te lande.
Tot luitenant bij dat corps werd bij Keizerlijk Decreet van 10 November 1810 benoemd zekere Beaugrand, in 1906 sous-lieutenant Quartier-Maitre de la Gendarmerie de la Somme, die bij besluit van den Minister van Oorlog van 19 September van dat jaar werd aangewezen om op te treden als Quartier-Maitre de la compagnie de gendarmerie du Département Rhin et Mouselle. Den 17en October 1806 was hij in Coblentz gevestigd.
Toen de maarschalk Duc de Conégliano 22 Aug. 1810 hem uit Parijs zijn benoeming tot luitenant bij de gendarmerie in Holland mededeelde, voegde hij daaraan too: Persuadé connue je suis que votre zèle et vos efforts tendront à justifier le choix de S. M., j’aime à vous féliciter de cette marqu de satisfaction de vos services.
In 1811 was hij commandant van de gendarmerie te Zwolle en in 1813 bij de omwenteling werd hij te Kampen krijgsgevangen genomen en werden er enkele papieren bij hem in beslag genomen, die in het archief der gemeente zijn bewaard.
Onder die in beslag genomen papieren bevindt zich een vertrouwelijk schrijven den 2en Sept. 1811 door den commandant van het 33e Legioen der Keizerlijke Gendarmerie te Groningen gericht aan Beaugrand als Lieutenant Commandant der Gendarmerie des Bouches de l’Issel.
Dat is een zeer merkwaardig schrijven in meer dan een opzicht.
De commandant van het 33e Legioen der Gendarmerie te Groningen, Weibert, schrijft hem daarin dat hij een brief heeft ontvangen van den Baron Duruthe, Divisie-Generaal, commandeerende de 31e Militaire Divisie, waarin deze informeerde of de commandant der Gendarmerie te Zwolle is Franschman, of hij begaafd is met een groote schranderheid en opmerkensgave en eindelijk of het een discreet man is.
Naar aanleiding van ’t geen hij hem hierop heeft geantwoord, heeft hij hem opgedragen aan Beaugrand mede te deelen: que des motifs lui font désirer des reseignemens sur votre Préfet votre opinion et s’il est possible celle des fonctionnaires publics français sur, savoir;
le. Sa conduite morale;
2e. Ce qui est connu de son administration en générale, notammant sur la conscription;
3e. en fin, sur son zèle rélatif à l’ordre de choses actuelles et son attachement à l’Empereur etc., sa réputation.
Veuillez bien me faire connoitre confidentiellement tout ce qu’il en est concernant ce magistrat.
De luitenant van de gendarmerie moet dus zijn meening mede deelen en zoo mogelijk die van de Fransche staatsambtenaren, over den Prefect, den goeveneur van het gewest, den bekenden Petrus Hofstede, speciaal over zijn zedelijk gedrag, zijn administratief optreden, speciaal met het oog op de conscriptie, zijn ijver met betrekking tot de tegenwoordige orde van zaken, zijn gehechtheid aan den Keizer en hoe hij bekend staat.
Merkwaardig is dit schrijven, omdat hieruit blijkt dat de gendarmerie ook werd gebezigd om de hoogste staatsambtenaren te bespieden, zeker een eigenaardige verhouding.
Maar merkwaardig is dit schrijven ook nog in een ander opzicht, omdat hij daarin schrijft dat hij den 19en Augustus aan Beaugrand heeft gezonden de lijst van de residenties der gendarmerie in het département van de Lippe, met verzoek om de lijnen van correspondentie vast te stellen, in overleg met den kapitein van het département van de Lippe.
Hieruit blijkt, dat door middel van de gendarmerie een uitgebreid net van correspondentie over het rijk werd onderhouden.
Mr. J. NANNINGA UITTERDIJK.
- Uitterdijk, J.N. (1913, 4 maart). Hoe de Prefect in Overijssel werd gecontroleerd in den Franschen tijd. Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, ? tweede blad (53) p. 2.
