Verslagen en Mededelingen Overijssels Recht en Geschiedenis. vijf en dertigste stuk, 2e reeks, 11e stuk; N.V. Deventer Boek- en Steendrukkerij Vroeger Firma J. de Lange 1918
| INHOUD | ||
| Bladz. | ||
| * | Een gedenksteen voor Thomas à Kempis (losse bijlage) | |
| a. | Lijst der werken door de Vereeniging uitgegeven | I |
| b. | Wijzigingen in de Ledenlijst | V |
| c. | Verslag der Handelingen der 118de Vergadering | VII |
| d. | Mededeeling Bestuursverandering | XVII |
| BIJDRAGEN | ||
| 1. | Opgraving in 1917 van het urnenveld te Haarle door Dr. J.H. Holwerda | 1 |
| 2. | De Emmanuelshuizen te Zwolle door G.A. Meijer | 13 |
| 3. | Album Amicorum van Macharias Pinninck door Dr. J.C. van Slee | 31 |
| 4. | Album Amicorum van Maria van Besten door Mr. G J. ter Kuile | 47 |
| 5. | Het schatregister van Twenthe te Oldenzaal door A.G. de Bruyn | 68 |
| 6. | Uit de laatste jaren der lijfstraffelijke regtspleging door Mr. G.J. ter Kuile | 96 |
| 7. | Inschrift in een oude Bijbel van Hasselt door Dr. W. van Esveld | 106 |
EEN GEDENKTEEKEN VOOR THOMAS A KEMPIS.
Het lijkt een bespotting: een gedenkteeken voor den schrijver der Navolging van Christus in een tijd waarin het Christendom met voeten getreden wordt; voor den Augustijner kanunnik der 15de eeuw, die de eenzaamheid en het zwijgen lief had, in een wereld vol rumoer; voor den man die verachting van de ijdelheid dezer wereld predikt, inkeer tot zich zelf, zelfverloochening en zelfbeheersching, vredelievendheid en zuiverheid van hart, in dagen waarin alle booze hartstochten een heksen sabbath vieren. En toch – en toch durven wij hier een bijdrage vragen voor zulk een gedenkteeken aan allen die gelooven dat er hooger dingen zijn dan kettinghandel en „hamsteren”, dan kookkisten en hooizakken; aan allen, die, zelfs in dezen tijd durven gelooven in de macht óók van waarheid, goedheid en schoonheid.
Waarom richten alle beschaafde volken, ook het onze, nu bijna vijf eeuwen lang, het geestesoog telkens weer naar den Sint-Agnietenberg bij Zwolle, waar eens Thomas’ klooster stond?
Waarom grijpen zij telkens weer naar dat kleine boekje dat de wereld veroverd heeft? Waarom anders, dan omdat in hun diepste zelf de overtuiging leeft, dat de gedachte meer is dan de stof, en de geest meer dan het vleesch; dat elke „welgeboren ziel” er behoefte aan heeft, van tijd tot tijd het roezemoezig zakenleven, den strijd om het bestaan met zijn geharrewar en gehassebas, het gansche wereldsche gedoe te ontvluchten voor de stille hoogten van geloof, kunst en wetenschap?
Tot die hoogten kan men komen langs verschillende wegen.
Weinige daarvan zijn beter bekend en meer geliefd dan die der Navolging. Verbreid in meer dan twee duizend uitgaven, overgezet in de talen van bijna alle beschaafde volken, heeft dit kleine geschrift overal de harten gewonnen en er invloed geoefend door zijn zuiver gevoel, zijn diepen zedelijken ernst,
[ ]
zijn treffenden eenvoud en soberheid; door de stille kracht die uitgaat van den schrijver, wiens persoonlijkheid schuil gaat achter zijn werk, zooals ons oog vaak tevergeefs den leeuwrik zoekt, terwijl hij ons overgiet met zijn ontroerend-frisch gekwetter uit den hooge.
Jegens dien eenvoudigen kloosterling, die eeuwenlang krachtig heeft medegewerkt tot de opvoeding van ons volk, die ook te onzent, in de vertalingen van Hasebroek, Kloos en anderen, nog steeds lezers vindt onder alle gezindten en in tal van kringen, hebben wij een plicht van dankbaarheid en piëteit te vervullen. Zijn geboortestad Kempen, tusschen Gulik en Kleef gelegen, heeft hem een standbeeld opgericht; doch reeds op zijn twaalfde jaar verliet hij zijn geboorteplaats, trok naar de Broeders des Gemeenen Levens te Deventer en van daar naar den Sint-Agnietenberg, waar hij in 1471 op zijn 92ste jaar is gestorven. Op dien heuvel in een landschap van stemmige liefelijkheid, waar hij verreweg het grootste deel van zijn leven doorgebracht en de Navolginge Christi geschreven heeft, bewaart geen enkel zichtbaar teeken de heugenis van dezen grooten Nederlander.
Dat mag zoo niet blijven.
De „Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis” heeft dit terecht ingezien en de hulp ingeroepen van allen die in dezen met haar instemmen. Protestanten en Roomsch-Katholieken hebben de handen ineengeslagen; dr. P.J.H. Cuypers heeft een ontwerp gemaakt voor een gedenkteeken, welks kosten op ongeveer ƒ 5000 worden geraamd – het komt er nu slechts op aan of ons volk dit nationale werk zal willen steunen. Moge Amsterdam, dat in ondernemingen als deze zich nooit onbetuigd heeft gelaten, ook nu aan zijne traditiën getrouw blijven en door menige, groote of kleine gift, den secretaris-penningmeester der commissie, mr. G.J. ter Kuile, Almelo, of den schrijver dezer opwekking verheugen.
G. KALFF.
NOORDWIJK-AAN-ZEE, 27 Maart 1918.
Overdruk uit het Handelsblad van 7 April 1918.
