Prof. dr. K. Schilder


|pag. 80|

komaf
genealogie
 

De redactie draagt geen
Verantwoordelijkheid voor
De inhoud van de bijdragen

Prof. dr. K. Schilder

Reeds in de eerste uitgave van de IJsselakademie is aandacht gevraagd voor de man wiens kwartierstaat hier thans in de genealogische rubriek van ons huisorgaan wordt opgenomen1 [1. J. Kamphuis, ‘K. Schilder, predikant te Ambt-Vollenhove (1914-1916). Kleine bijdrage tot een biografie’. In: P.J. Ente e.a. (Red.), Bijdragen uit het land van IJssel en Vecht. 1e Bundel IJsselakademie. Uitg. Waanders, Zwolle 1977, 113-123.]. Daar heette het: ‘De biografie van Schilder moet nog worden geschreven,’ en het artikel bedoelde dan ook daarvoor een bijdrage te leveren vanuit deze regio, ‘het land van IJssel en Vecht.’ Nu het straks honderd jaar geleden zal zijn dat Klaas Schilder werd geboren in Kampen, mogen we er van uitgaan dat er over zijn leven en werk meerdere publicaties zullen verschijnen. Een enkele zag reeds het licht2 [2. In de serie ‘Befaamde theologen’ geeft drs. G. Harinck een heldere schets van het leven van Schilder [K. Schilder (1890-1952). Een keuze uitzijn werk ingeleid door drs. G. Harinck. Kok, Kampen 1989, 7-20]. In de derde jaargang van het Jaarboek voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland dat eind 1989 zal verschijnen bij Kok, Kampen, geeft drs. J. Ridderbos een gedetailleerd artikel over de periode tot 1933 (het jaar van S.’s benoeming in Kampen) o.d.t. ‘Van Molenstraat tot Oudestraat’. Een samenvattend overzicht geeft dr. R.H. Bremmer in het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme (Red. D. Nauta e.a.) Deel 1, Kok, Kampen 1978, s.v. ‘SCHILDER, KLAAS’, 314-319.]. Hier volgt slechts iets over de ‘Komaf’ van deze streekgenoot3 [3. Naast de hier gepubliceerde kwartierstaat schreef K(ees) Schilder een drietal artikelen in Gens Nostra XXXI (1976), resp. op blz. 249v., 311v en 333v. over ‘De Gelders/Overijsselse familie Schilder’. Hieraan ontlenen we een en ander, onder dank aan de schrijver].

’t Lexicon-artikel brengt reliëf aan: de ‘loopjongen in een manufacturenzaak’, straks door meer welgestelde vrienden in staat gesteld het Gereformeerd Gymnasium in zijn woonplaats te bezoeken, waar de ‘wat dromerige jongen’ dan na enige jaren zich ontpopt ‘tot een geniale leerling’ — om, na vervolgens alle examens aan de Theologische School van Kampen cum laude te hebben afgelegd, ‘als een wervelwind’ door de Gereformeerde Kerken te gaan, waar hij zich — nota bene — ‘zonder enige sociale achtergrond’ al spoedig een ‘leidende positie’ verwerft, vooral opererend met de pen — om, hoogtepunt, tenslotte benoemd te worden ‘met algemene stemmen’ tot Hoogleraar in de theologie aan z’n Alma Mater.

De data van de kwartierstaat geven ook de breuk in deze biografie aan: schorsing en afzetting, kerkscheuring en vrijmaking — en uiteraard kan men daarover ook het nodige lezen in het Lexicon-artikel van Bremmer.

Daarover hier nu niet. Maar wel dat zinnetje over de ‘sociale achtergrond’. Niemand is ‘zonder’. Ook Schilder niet. Denk aan de sterke moederfiguur. Aan het feit dat er mensen waren die iets in hem zagen. En hoevelen van ‘eenvoudige afkomst’ voor en na hem zijn er niet geweest die, geholpen met een beurs, predikant konden worden? De kleine kerk (uit Afscheiding en Doleantie) had hier een niet geringe traditie! Waar deze jonge

Afbeelding: Prof. dr. K. Schilder (1890-1952) als Rector, naar een foto uit de Studentenalmanak voor het jaar 1941.


|pag. 81|

lui in de nog zo klassengebonden maatschappij er nooit aan te pas zouden zijn gekomen, bood de kerk kansen. En een enkeling — er zijn meer namen te noemen dan K.S. alleen — kon het ook nog wel tot professor brengen. De besten onder hen — waaronder Klaas Schilder — schaamden zich niet voor hun afkomst, het bracht hen dichter bij de mensen en deed hen de sociale noden scherper zien. Natuurlijk wil hiermee niet gezegd zijn dat die kleine kerken geheel vrij waren van ‘standsgevoelens’. Maar kansen lagen er. Schilder was in dit opzicht geen eenling.

Hervormd gedoopt. Toch voortgekomen uit dezelfde bevolkingsgroep waar de kerkelijke Afscheiding van 1834 haar mensen recruteerde in en om de stad Kampen, er ligt een lijn van verwantschap naar de oefenaar Dirk Hoksbergen met zijn ‘Klumpieskarke’, die de grote kerk de ‘hoer van Babylon’ schold.
Geboren in een tijd waarin de broodvraag al dringender wordt door de ‘...nijpender nauwte van arbeidsveld... door ’t allengs verschrompelen van het stadje, ’t inkrimpen der burgerij’ — zoals een iets oudere tijdgenoot van Schilder het omschrijft, de in een van de stegen van Kampen geboren joodse schrijver Samuel Goudsmit (1884-1954).
De vader, zoon van kleine boeren die in het sigarenvak (in Kampen bijkans het enige vak) terecht komt; de grootvader van moederskant die zijn geluk nog gaat beproeven in het grote Amsterdam, om daar te sterven. De halfbroer, Hendrikus, uit vaders eerste huwelijk, die het ‘geluk’ heeft een goede Weeshuisopvoeding te genieten en als matroos de wijde wereld intrekt. De moeder, de weduwe Schilder-Leijdekker en haar drie kinderen, met haar werkhuizen. Hoevelen zijn er aan het eind van die eeuw niet achteruitgeboerd?

Hoe stond een honderd jaar eerder en nog verder terug, de familie Schilder er voor? Als oudst bekende naamdrager mag gelden een Roelof Schilder (ovl. 5 apr. 1743), voorkomend met zijn vrouw Jenneke Hendriks op een lijst van gereformeerde lidmaten in Veessen, 1690.
In 1704 wordt hij tot diaken gekozen. Uit het huwelijk worden acht kinderen gedoopt in Veessen. Een zoon is schipper, dochters zijn getrouwd in Zwolle, Kampen en Zalk.
De naam Schilder wordt voortgezet via de jongste dochter van Roelof en Jenneke: Hendrikje (ged. Veessen 22 febr. 1704, begr. Zalk 31 aug. 1750), die op 2 mei 1728 in ondertrouw gaat met Arent Gerrits Fox (ged. Zalk 14 febr. 1695, begr. ald. 30 nov. 1753), zoon van Gerrit Jans Fox en Engeltien Arends. Dit zijn dus de rechtstreekse voorouders van prof. Schilder. Fox jr. koopt in april 1727 een ‘caterstede’ gelegen aan de Brink van Zalk, hij is een keuterboer dus, zoals zovelen in die omtrek. In 1753 laat hij een testament opmaken voor het Schoutengericht van Zalk. De koster tekent in het begraafregister achter zijn naam aan: ‘vulgo Arent Baas’ — zo werd hij dus in de wandeling genoemd. Kees Schilder oppert dat dat wellicht de reden is geweest dat geen van zijn kinderen de naam Fox heeft voortgezet, zij noemden zich óf Van der Brink óf Schilder, naar hun moeder. Ook in de volgende generatie komt het voor dat een moeder de naam doorgeeft aan haar kinderen, met passeren van de naam van de vader4 [4. Eigen onderzoek laat zien dat het verschijnsel dat een kleinzoon de volledige naam krijgt van zijn moederlijke grootvader in het oude Gelderland meer voorkwam. Elders ook of is het typisch Gelders?].
De zoon van Arent Fox en Hendrikje Schilder heet Roelof Arends Schilder (ged. Zalk 3 apr. 1729 en begr. in Hattem 30 dan. 1795), hij is als landbouwer van Kamperveen gehuwd in de Bovenkerk van Kampen (21 okt. 1753) met Grietje Hengeveld (ged. Kampen 5 mei 1720, begr. Kamperveen 6 apr. 1771), dochter van Berend Hengeveld en Aaltje Claassen Schierhold. En met hun zoon, Klaas Roelof Schilder (1761-1830), zijn we weer teruggekeerd naar de kwartierstaat [no. 16].
De familie woont in ’t vervolg dan binnen Kampen, Roelof Schilder (1794-1868) verwerft daar het recht om vee te weiden op de algemene stadsweiden (het grootburgerschap, 1829). In mei 1823 was reeds een huis aangekocht in de Buiten Nieuwstraat van Dirk van den Noort [zie ook kw.st. no. 5]. En hiermee was de familie opgenomen in de groep koeboeren, de leveranciers van consumptiemelk

|pag. 82|

Afbeelding: Kampen. De Theologische School aan de Oudestraat in 1929 (het 75-jarig bestaan), waar Schilder studeerde en in 1934 optrad als hoogleraar.


|pag. 83|

en... stalmest. De simpele vermelding van levensdata, met een enkele aanduiding van een beroep, meer is er verder niet. In hun soberheid anders welsprekend genoeg.

In een breder verband kan er worden gewezen op het feit dat de bevolking van de stad Kampen sterk is gegroeid in de loop van de negentiende eeuw door toeloop van de dorpen rondom. Maar ook is er een sterke bevolkingsgroei (sterker dan elders) te constateren in de periode 1795-1849 op de noordoostelijke Veluwe. Zo laat het voormalige Ambt Hattem (Gemeente Oldebroek) meer dan een verdubbeling zien (223%). De agrarische existentie van de toch al veelal kleine boeren wordt door landgebrek steeds verder bedreigd. In vele families kan men dan ook een daling op de maatschappelijke ladder constateren (boer, halve boer, keuter, dagloner... trek naar de stad of ’t wagen van de sprong over de oceaan). Zien we hier iets weerspiegeld in de kwartieren van prof. Schilder?
Er is ook verondersteld dat deze ‘dreigingen’ de mensen ontvankelijker heeft gemaakt voor meer rechtzinnige godsdienstige opvattingen.
Het hoge pecentage afgescheidenen juist in gebieden als het Ambt Hattem, maar ook in het dorp Zalk, kan in deze richting wijzen5 [5. Het bovenstaande is gebaseerd op de boeiende studie van K.H. Roessingh, Het Veluwse kerkvolk geteld. De uitkomsten van de godsdiensttelling van 1809 in sociaal-historisch perspectief. De Walburg Pers, Zutphen 1978, 22-28.].
Onderzoek naar de Kamper koeboeren heeft aangetoond dat zij in godsdienstig opzicht aansluiting vinden bij de bevolking van de Veluwe-rand, de Gereformeerde Gemeente, de Oud-gereformeerden, de Christelijk Gereformeerden en de Gereformeerde Bond in de Hervormde Gemeente vindt men sterk bij hen vertegenwoordigd. Hendriks spreekt in dit verband zelfs van ‘fatalisme en mystieke inslag’ en van een ‘somberder en droefgeestiger’ godsdienstig leven6 [6. G. Hendriks, Een stad en haar boeren. Een sociografische studie. Kok, Kampen 1953, 115-116.].

In de stad Kampen is er aanvankelijk door de flinke groei sprake van een zekere welvaart, maar voor iedereen?
Tot... er op alle fronten aan het eind van de eeuw een forse stagnatie intreedt.
In deze wereld wordt op 19 december 1890 Klaas Schilder geboren.

Jaap van Gelderen


|pag. 84|

Kwartierstaat van prof. dr. Klaas Schilder (1890-1952)7 [7. Samengesteld door Kees Schilder, terwijl enkele gegevens welwillend werden verstrekt door het Historisch Documentatiecentrum voor het Ned. Protestantisme (1800-heden) te Amsterdam, Vrije Universiteit.]

1. Prof. dr. Klaas Schilder, geb. Kampen 19 dec. 1890, ged. ald. 1 mrt. 1891 (herv.), Gereformeerd predikant Ambt-Vollenhove 1914, Vlaardingen 1916, Gorinchem 1919, Delft 1922, Oegstgeest 1925, Delfshaven 1928, dr. filosofie Erlangen (Duitsland) 1933, emeritus predikant 1933, hoogleraar Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Kampen 1934, geschorst en afgezet 1944, hoogleraar Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) te Kampen, ovl. Kampen 23 mrt. 1952, tr. Haarlemmerliede e.a. 18 juni 1914 Anna Johanna walter, geb. ald. 3 mrt. 1881, ovl. Bosch en Duin 30 okt. 1977, d. v. Petrus Antonius Walter en Trijntje van Galen Last.

2. Johannes Schilder, geb. Kampen
7 mrt. 1860, sigarenmaker, herv., ovl. Kampen 18 dec. 1896, tr. 1e Kampen 15 febr. 1883 Elisabeth Nieuwenhuis, geb. Kampen 27 okt. 1858, ovl. Kampen 15 apr. 1886, d. v. Hendrikus Nieuwenhuis en Egberta Staal; tr. 2e Kampen 4 nov. 1886
3. Grietje Leijdekker, geb. Kampen 9 aug. 1854, herv. later geref., ovl. Assen 21 dec. 1926, tr. 1e Kampen 18 jan. 1883 Geert Booij, geb. Doesburg 7 jan. 1854, schipper, ovl. Kampen 24 apr. 1883, z. v. Jan Booij en Berendina Elizabeth Berendsen Aalderkamp.

4. Klaas Schilder, geb. Kampen 31 dec. 1825, veehouder, ovl. Kampen 3 mei 1862, tr. IJsselmuiden 23 aug. 1849
5. Jantje van de Belt, geb. IJsselmuiden 17 febr. 1827 (na de dood van haar vader), ovl. Kampen 10 apr. 1878, tr. 2e Kampen 15 sept. 1864 Dirk Bartus van den Noort, geb. Kampen 15 febr. 1837, veehouder, z. v. Willem Dirksz. van den Noort en Aaltje Karsten.

6. Arnoldus Leijdekker, geb. Zalk 27 apr. 1826, arbeider, ovl. Amsterdam 3 mei 1883, tr. Kampen 8 apr. 1853
7. Neeltje Hoksbergen, geb. Doornspijk 24 juli 1829, dienstbode (1853), ovl. Kampen (Gasthuis) 13 juli 1906, hertr. Kampen 14 mrt. 1889 Gerrit Zoet, geb. Elburg 21 jan. 1826, tabakskerver, ovl. Kampen (Gasthuis) 16 sept. 1903, z. v. Harmen Zoet en Jacobje Gerrits Staal, wedn. v. Aaltje Leene.

8. Roelof Schilder, ged. (herv.) Kampen (Buitenkerk) 5 okt. 1794, daghuurder, veehouder, voerman, ingeschr. in het Kamper Burgerboek 27 febr. 1829, ovl. Kampen 28 juli 1868, tr. Kampen 21 okt. 1824
9. Lutgertje Fixe, geb. Kamperveen 1 jan. 1801, ged. ald. 4 jan. 1801, ovl. Kampen 3 mei 1883, tr. 1e 13 febr. 1823 Lambert Voerman, geb. Kamperveen 9 mei 1798, boerenknecht, ovl. Kampen 9 nov. 1823, z. v. Dirk Thijssen Voerman en Engeltje Lammers Kortenbos.

10. Jan van den Belt, geb. IJsselmuiden 28 sept. 1794, landbouwer, groenboer (tuinder), ovl. IJsselmuiden 17 okt. 1826, tr. IJsselmuiden 21 nov. 1819
11. Anna Scholten, geb. Schelle onder Zwolle 11 sept. 1794, ged. Zwolle 15 sept. 1794, groentevrouw, ovl. IJsselmuiden 26 mrt. 1834, hertr. IJsselmuiden 19 juni 1830 Gerrit Kanis, ged. IJsselmuiden 8 febr. 1807, z. v. Jan Gerrits Kanis en Aaltje Jans de Groot.

12. Evert Nolles Leijdekker, ged. Zalk 17 dec. 1786, boerenknecht (1814), ovl.

|pag. 85|

Zalk 5 sept. 1849, tr. Zalk en Veecaten 27 apr. 1814
13. Evertje Neuteboom, geb. Hattem 2 jan. 1791, ged. ald. 16 jan. 1791, ovl. Kampen 26 nov. 1861.

14. Gerrit Hoksbergen, geb. Oldebroek 8 juni 1805, arbeider (1854), timmerman (1873), ovl. Kampen
1 mrt. 1876, tr. 2e Kampen 30 okt. 1862 Gerrigje Nijmeijer, geb. ’s-Heerenbroek 28 sept. 1814, d. v. Berend Lamberts Nijmeijer en Janna Jacobs Broek, wed. v. Rein Kwakkel; tr. 1 e Doornspijk 24 okt. 1828
15. Gerrigje Kruithof, geb. Doornspijk 21 juni 1800, ovl. Kampen 1 mei 1860.

16. Klaas Roelofs Schilder, ged. Kamperveen 19 apr. 1761, veehouder, daghuurder, ovl. Kampen 2 febr. 1830, z. v. Roelof Arends Schilder en Grietje Berends Hengeveld, tr. Kampen 21 jan. 1793
17. Aaltje Gerrits Voerman, ged. Oosterwolde 19 dec. 1773, ovl. Kampen 17 mrt. 1830, d. v. Gerrit Thijsz. Voerman, kerkmeester te Oosterwolde, en Aaltje Aarts.

18. Beert Willems Fixe, ged. Oosterwolde 26 dec. 1793, landbouwer, voerman, woonde aan het Zuideinde van Kamperveen, ovl. Kampen 14 aug. 1840, z. v. Willem Beerts Fixe en Heiltje Gerrits Pol, tr. Oldebroek 19 dec. 1789 (zijn nicht)
19. Aaltje Jansen Fixe, ged. Kamperveen 27 juli 1760, ovl. Kampen 3 nov.
1822, d. v. Jan Beerts Fixe en Lutgertje Pelen Coops.

20. Jan Egberts van de Belt, geb. IJsselmuiden ca. 1735, begr. ald. 9 juli 1802, tr. 1e IJsselmuiden
4 mei 1760 Trijntje Herms, begr. ald. 13 dec. 1769; tr. 2e IJsselmuiden 4 nov. 1770 Zwaantje Peters, geb. Zalk, begr. IJsselmuiden 15 aug. 1777; tr. 3e IJsselmuiden 22 nov. 1778
21. Geertje Jans van der Kolk. ged. IJsselmuiden 7 apr. 1754, ovl. ald.
8 apr. 1837, hertr. IJsselmuiden 14 nov. 1802 Hendrik Gerrits van de Belt, geb. Zwollerkerspel.

22. Hermanus Scholten, geb. Zwolle 4 febr. 1774, tuinier (1819), ovl. IJsselmuiden 14 aug. 1842, z. v. Arend Scholten en Eva Selhorst, tr. 2e IJsselmuiden 28 febr. 1818 Harmina de Haas, d. v. Jan de Haas en Geesje Baarlink; tr. 1e
23. Jannigje Wolven, geb. ca. 1773, ovl. IJsselmuiden 20 mei 1817.

24. Arnold Everts Leijdekker, geb. ca. 1748, daghuurder, woonde aan de Brink in Zalk, ovl. Zalk 22 mei 1819, tr. ca. 1775
25. Aaltje Andries [van ’t Ende], ged. Zalk 6 febr. 1746, ovl. Zalk 4 febr. 1814, d. v. Andries Jans en Geertje Harms.

26. Jan Neuteboom8 [8. Hij is mogelijk de op 7 apr. 1763 in de Grote Kerk te Zwolle ged. z. v. Evert Neuteboom en Geesje Jans. Een andere Jan Neuteboom werd op 7 mei 1758 te Zwolle ged. als z. v. Hendrik Neuteboom en Janna van Eep.], geb. Westenholte, woonde in 1801 nabij kasteel Buckhorst (Zalk), ovl. Hattem 14 febr. 1811, tr. Hattem 11 mrt. 1789
27. Marrigje Jans Klei, ged. Hattem 18 juli 1764, ovl Oldebroek 1 febr.
1826, d. v. Jan Jacobs Klei en Marrigje Jans Sarris.

28. Beert Eijmerts Hoksbergen9 [9. Zij zijn de ouders van Dirk Hoksbergen (1800-1870) die in juni 1835 door ds. Hendrik de Cock bevestigd werd tot ouderling van de toen geïnstitueerde Afgescheiden gereformeerde Kerk van Kampen. Afgevaardigde naar de synoden van 1836 en 1837 van de Afgescheiden kerken. Kwam met zijn gemeente, waar hij als lerend ouderling vaste voorganger was geworden, naast de hoofdstroom van deze kerken te staan. Uit deze — in de wandeling — ‘Klumpieskarke’ komt de huidige Gereformeerde Gemeente van Kampen voort. In 1851 werd hernieuwd een Afgescheiden Kerk gesticht te Kampen, waarvan ds. Helenius de Cock de voorganger werd. Deze kerk is de voorloper van de (Chr.) Gereformeerde kerk(en) ter stede. Zie o.m. Kamper Almanak 1960-1961, 208-253 en F.L. Bos, Kruisdominees, 27-34.], ged. Oldebroek 24 apr. 1763, landman, ovl. Oldebroek 12 juni 1816, z. v. Eijmert (of Engbert) Hendriks en Grietje Beerts, o.tr. 1e Oldebroek 14 mrt. 1787 Grietje Franks, ged. Oldebroek 13 okt. 1765, d. v. Frank Reijers en Neeltje Beerts; tr. 2e Oldebroek 9 apr. 1794
29. Neeltje Beerts Wolfsen10 [10. Ibidem], ged.

|pag. 86|

Oldebroek 31 mei 1772, ovl. Oldebroek 5 jan. 1809, d. v. Beert Franksen Wolfsen en Stijntje Dirks.

30. Eibert Hendriks Kruithof, ged. Doornspijk 1 dec. 1764, landman, ovl. Doornspijk 17 sept. 1826, z. v. Hendrik Gerrits Kruithof en Aaltje Eiberts Boersen, tr. Doornspijk 6 mei 1798
31. Grietje Jans Eijmbrink, ged. Doornspijk 24 juli 1774, ovl. Kampen 12 juni 1854, d. v. Jan Benjamins Eijmbrink (of Eibrink) en Gerritje Herms Haze.

________________________
Gelderen, J. van & Schilder, K. (1989) Prof. dr. K. Schilder. IJsselacademie, 12 (4), 80-86.

Category(s): Kampen
Tags: , ,

Comments are closed.