Een brief van den Engelschen gezant G Downing aan de stad Kampen, 1661

|pag. 76|

EEN BRIEF VAN DEN ENGELSCHEN

GEZANT G. DOWNING AAN DE STAD KAMPEN, 1661.

_____

     Nadat Karel II in 1660 den troon van Engeland had bestegen vaardigde hij een amnestie uit, evenwel met buitensluiting van hen, die deel gehad hadden aan den koningsmoord aan zijn vader Karel I gepleegd. De geeximeerde personen vluchtten her- en derwaarts, en zoo verscholen zich ook sommigen in ons vaderland. Doch de Engelsche gezant hier te lande gunde hen ten onzent geen rust, en was onvermoeid in de opsporing dezer lieden. Eenigzins vreemd schijnt deze handelwijze van den gezant als men bedenkt dat hij tot kort vóór de troonsbestijging van Karel II tot de partij dezer personen had behoord, doch hij heeft zeker gemeend zijne gehechtheid aan den koning niet beter te kunnen toonen dan door verzaking en vervolging zijner vroegere vrienden. Wat hier van ook zij, in 1661 had Downing vernomen dat een van hen die van het pardon waren uitgesloten zich te Kampen ophield, en dit gaf hem aanleiding om aan de stadsregeering den volgenden brief te schrijven.

                    Messieurs
     Estant adverty qu’il y a dans vostre ville un de ceux qui sont exccpté’s par l’ Act du Parlement d’Angletterre pour le meurtre du Roy de feu de glorieuse memoire, et ayant eu preuves fort frais de la bonne inclination de ceux d’Hollande envers le Roy mon maistre, j’ay depeché envers vous, le porteur de celle-cy Major Henry Meoles, et je vous prie de

|pag. 77|

donner incontinent des ordres pour l’attraper et de luy mettre en asseurance. Le dit Major vous dira son nom et ou il pourra estre trouvé; et ne doutant pas de vostre bonne zèle et volonté en cest affaire tant agréable au Roy mon Maistre, Je suis Messieurs,
                    Vostre très humble et très affectioné Serviteur
A la Haye ce 7 Mars 1661               G. Downing.
               vieu stile.
     Opschrift: A Messieurs
Messieurs les Bourgemaistres
de la ville de Campen en
               Overissel.

     Ondanks alle nasporingen in de libri causarum en confessionum op het Kamper archief heb ik niets kunnen vinden aangaande het resultaat van dit schrijven.
     Intusschen bericht Lieuwe van Aitzema in zijn Saken van Staet en Oorlogh dl. IV bl. 897 ons iets dienaangaande. Hij schrijft nl.: ,,De Heer Downingh had ook eenen Capiteyn Melis gesonden aen de Magistraet van Campen, om aldaer te vangen een diergelijcke Complice (nl. een der rechters die over Karel I vonnis hebben geveld, zooals uit het voorafgaande blijkt). Maer deselve was ghewaerschout, ende ten acht uyren uijt de Stadt gegaen door een Poort, gelijck zijn knecht uyt de andere Poort, soo als Capiteyn Melis ten negene daer binnen quam. Den Magistraet ontboodt de vrouw, daer hy gelogeert hadt: die hem eerst loochende: doch daer na bekende, doch dat hy wech was, gelijck naer gedane huys-soeckinge wierdt bevonden waer te syn.’’ De bemoeiingen van Downing waren alzoo vruchteloos, en dit zal ook de reden zijn waarom aangaande dit feit het Kamper Archief niets naders bevat.

N.U.

Category(s): Kampen
Tags: ,

Comments are closed.