Apotheker te Kampen, 1355

APOTHEKER TE KAMPEN, 1355.

De apothekers hielden zich in vroegeren tijd niet alleen bezig met het verkoopen van medicamenten, maar ook en naar het schijnt vooral, met het leveren van kruiden en specerijen voor huiselijk gebruik. Vandaar dat de apotheker dan ook wel, gelijk hier, de crudener, d. i. handelaar in specerijen wordt genoemd, terwijl bovendien door hem enkele wijnen werden getapt, vooral fijnere soorten, zooals hier in onderstaande overeenkomst, die de stad Kampen den 4en Juli 1355 met haren Apotheker Johan sloot, clareyt, moraet en granaet, worden genoemd. In de 17e eeuw schijnen ze vooral ypocras getapt te hebben, zooals mij bleek uit een dagboek van een apotheker te Kampen uit dien tijd, dat op ’t archief berust.
De overeenkomst van 1355 laat ik hier volgen, ’t Schijnt daaruit te blijken dat het de eerste verordening was die door Schepenen en Raad op dit punt werd vastgesteld, althans de heenwijzing op en de overname van de wijze waarop dit punt te Utrecht geregeld was, geeft aan de overeenkomst het voorkomen , alsof deze apothekerszaak te Kampen nog iets nieuws en vreemds was.

 

Van den Crudener.

Int jair ons heren mccc vyf ende uyftich des saterdaghes na sente Peter ende Pauls daghe (4 Juli) hebben wy scepene ende raet verdraghen dat meyster Johan dy Crudener ghene blanke wyne of roede wyne tappen en sal. Ende voert nae slaepeclocken tyt ghenen clareyt of moraet of granaet tappen en sal by hondert schillinghen, dy hy onser stad gheuen sal, al so dicke als hy breket. Voert van dien clareyt, moraet, granaet of anderen dranke dien hy tappet, sal hy onser stadt gheuen sal als dy apothekers t vtrecht gheuet, dat is te verstaende dien neghenden penningh. Ende dien clareyt, moraet of granaet nyet durer te tappen dan men t vtrecht tappet, hyr af sal hy onsen wynheren voldoen, ende by hem doen tot onser stad behoef. Voert wat hy maket van synre apotheken, dat sal hy also rechtveerdich maken als dat ener rechter apotheker toe behoert, ende dat omme redelic gheldt te gheuende. Waer hy dat braecke dat solde hy beteren ter Scepene willen ende tot oeren goetdunken.1 [1. Oudste foliant, fol. lxxiiii.])

                                                                                                                                                                            N.U.

 

Uit: Bijdragen tot de Geschiedenis van Overijssel uitgegeven door Mr. J.L. van Doorninck, Archivaris van Overijssel en Mr. J. Nanninga Uitterdijk, Archivaris van Kampen, Eerste Deel; Zwolle, De Erven J.J. Tijl. 1874; blz. 379-380.

Category(s): Kampen
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.