Levenswijze te Deventer in 1650

[pag. 84]

LEVENSWIJZE TE DEVENTER IN 1650.

______

 

In een doorschoten exemplaar van Moonens Korte Chronyke der stadt Deventer vind ik door eene mij onbekende hand op 1649 en 1650 aangeteekend:
,,Heb Jk de eerste paroique Jn deventer gesien. Doen hadden de heren predikanten een calotje op ’t hooft, het hair geschooren, om den hals een lobbe, een rok met voor open daer een onderrok door gesien wiert. De vrouwen droegen des Sondaegs een manteltien, kort, een kleijn 4kant doekjen om de hals, de Heeren van de Magistraet een groote hoed, korte mantel, een beffe om den hals; den adeldom een Gordel met Schooties, kleijn wambuis, een gor­del onder ’t kleed, de mouwen opgesneden, als mede agter in de rugge, daer een fijn half hemt door scheen, een paer ligte stevelties; de vrouwen een gepikeert bovenkleet daer een Satijn wit onderkleet door scheen met neer gekamt hair, met braseletten, met 2 goude ringen aen de handen, goide keten om (den) hals, sommige een geploijde brabantse hoijke; een braef borger droeg een laken kleet, ook wel een pij, de minder een pij, boomzij (bombazijnen) broek en rok en wambuis; de vrouwen een manteltien werkdaegs of ook sommige een karseijen Hemtrok; de kinderen meest lob­ben om (den) hals. Des Sondae(g)s droegmen mantels ende de vrouwen Hoijken een predikstoel aen den arm een stove en een boek. Alsmen de laetste luijding hoorde, met groot loopen na de kerk, om plaets te krijgen, ja men heeft in ’t portael van de kerkdeur moeten staen, ook warender geen

[pag. 85]

stoelen nog banken als voor alle man die eerst quam, uijtgesondert borgemeesteren, gemeensmannen, secretaris en dok­toren, een voorzanger, die ook te gelijk met den eersten vers na het orgel gink om te stigten; de boeren van Epse hadden hare bijsondere banken als regt tot de kerk, de lattijnse jongens bij paren in ordre met de meester agter ijder clas; als de dienst gedaen was vervoegden de Burgermeesteren (zich) bij paeren na ’t raethuijs en wierden van 3 stat musicanten tot daer toe verheerlijkt. Alle middagen na 12 uren lofzangen op de klokken gespeelt, alsmede des avonts na den godsdienst, de 4 andere dagen des Avonts van 5 tot 6 uren opt orgel gespeelt, dat veele brave burgers met ijver aenhoorde. 1648 en 49. zijn de klokken al te mael tot Zutp(h)en vergooten en wiert alles herstelt tot gods lof en eere; maer na den jaere van 1656 ist alles in disordre geraekt tot op dese dag ent eijgen baet is oorzaek daer van

(Want) door eijgen baet
Het lant vergaet
dog de regterhant des Heeren
Kan alles veranderen’’ (verkeeren?)

Diezelfde hand maakte nog de volgende aanteekening tegenover bl. 22 van het boekje van Sylvanus (achter Moonen te vinden): ,,dat het wijnhuijs bij mijn tijt is in aenzien geweest blijke daer in dat veele brave borgers des Avonts na den eeten met hare vrouwen op ’t wijnhuijs gingen om een glaesjen te drinken en om ’t lieffijk gespeel der klokken van de groote kerk.’’
Waarschijnlijk zat men daar in de groote zaal, waar alle verkoopingen en verpachtingen gehouden werden, en waarvan Sylvanus zegt: ,,Hier recoliert de Burgerie haer vrientschap en liefde ende spoelt alle ranceur ende onlust uijtten herte
In somma het is den Grafhof van twisten ende van sorgen.

V.D.

Category(s): Deventer
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *