Lastbrief van Paus Gregorius XI aan den Thesaurier der Kerk te Oldenzaal in 1372

[pag. 43]

 

LASTBRIEF VAN PAUS GREGORIUS XI

AAN DEN

THESAURIER DER KERK TE OLDENZAAL IN 1372.

_______

 

Dat het ,,niets nieuws onder de zon’’ ook geldt ten aanzien van het aantasten van kerkelijke goederen, wat tegenwoordig zoo menigeen een klacht ontlokt, leert de geschiedenis van den vroegeren tijd; want door alle eeuwen heen hebben de bezittingen der geestelijke corporatiën de begeerte van anderen opgewekt. Zoo had ook tegen het laatst der 14e eeuw het convent der wereldlijke kerk te Vreden overlast van personen, belust op deszelfs goederen. Daarop heeft betrekking de navolgende lastbrief, dien ik in het archief van het huis Heringhaven aantrof en waarvan ik een afschrift met eene, zoo getrouw mogelijke, vertaling den lezer aanbied. Paus Gregorius XI resideerde nog te Avignon, van waar hij eerst in 1376 den zetel naar Rome kon overbrengen, toen hij dezen lastbrief gaf, die op perkament geschreven, met looden zegel aan een staart van touw, nog ongeschonden aanwezig is en aldus luidt:

Gregorius episcopus servus servorum dei Dilecto filio Thesaurario ecclesie Aldenzelensis Trajectensis diocesis salute et apostolicam benedictionem. Quia, mundo posito in maligno, nonnulli coeca cupiditate seducti, non discernentes inter bonum et malum, tanto ad rapiendum et invadendum bona ecclesiastica irreverenter improbas manus extendunt, quanto rariores qui ea eripiunt, inveniunt obvectores; interest nostra

[pag. 44]

ut huiusmodi pravorum conatibus resistamus. Cum itaque dilecte in Christo filie prepositissa et capitulum secularis ecclesie in Vredene Monasteriensis diocesis a nonnullis qui nomen domini invacuum recipere non formidant gravibus sicut accepimus affligantur injuriis et jacturis Nos earundem prepositisse et capitulo 1 [1. Er staat capitulo; de zin brengt echter meê capituli te lezen.]) providere quieti et malignantium malicijs obviare volentes discretioni tue per apostolica scripta mandamus, quatenus dictis prepositisse et capitulo contra predonum, raptorum et invasorum audaciam efficacis presidio defensionis assistens, non permittas eas in personis ac bonis suis a talibus molestari, molestatores huiusmodi per censuram ecclesiasticam appellatione postposita compescendo. Attentius provisurus ne de hijs super quibus lis est forte jam mota seu que cause cognitionem exigunt, vel que personas et bona hujusmodi non contingunt, te aliquatenus intromittas nec in Episcopos alios nec superiores prelatos excommunicationis vel suspensionis aut universitatem aliquam seu collegium interdicti sententias promulgare presumas. Nos enim, si secus presumpseris, tam presentes litteras quam etiam processum quem per te illarum auctoritate haberi contingerit omnino carere juribus ac nullius fore decernimus firmitatis. huiusmodi ergo mandatum nostrum sic prudenter et fideliter exequaris quod ejus fines quomodolibet non excedas. Presentibus post triennium minime valituris. Per hoc autem earum statum ordinem seu regulam nolumus nec intendimus approbare. Datum Avinion ld. Januarii Pontificatus nostri Anno secundo.

Jcta. P. Volmanerinc.

Gregorius, een bisschop, een dienstknecht der dienstknechten Gods. Aan onzen beminden zoon, den schatbewaarder

[pag. 45]

der kerk te Oldenzaal in de diocese van Utrecht, heil en apostolischen zegen.
Nademaal sommigen, terwijl de wereld in den booze ligt, door blinde hebzucht verleid, geen onderscheid makende tusschen goed en kwaad, zonder eerbied hunne goddelooze handen tot het rooven en aantasten der kerkelijke goederen uitsteken en zulks te meer, naarmate de personen, die ze plunderen, meer zeldzaam tegenstanders aantreffen, daarom is het voor ons van belang om aan de pogingen van dergelijke boosdoeners weerstand te bieden.
Vermits dus onze beminde dochters, de abdis en het kapittel van de wereldlijke kerk te Vreden in de diocese van Munster, naar ons ter ooren is gekomen, door sommigen die niet schromen den naam des Heeren ijdelijk te gebruiken door onrechtmatige handelingen en verliezen van ernstigen aard leed ondervinden, zoo verstrekken wij, zorg willende dragen voor de rust van de genoemde abdis en het kapittel en weerstand willende bieden aan de booze lagen dier booswichten, aan uw doorzicht door dezen apostolischen brief de opdracht dat gij aan de abdis en het kapittel voormeld door uwe bescherming en krachtdadige verdediging bijstand zult verleenen tegen de vermetelheid dier roovers, plunderaars en aanranders en niet zult gedoogen dat zij in hun persoon en goederen van soortgelijken overlast ondervinden, zulke snoodaards in toom houdende door de kerkelijke censuur, met achterstelling van hooger beroep.
Ook zult gij meer bijzonder er voor waken, dat gij u niet in het minst inlaat met deze aangelegenheden, waarover misschien reeds een geding aanhangig is of die een onderzoek vereischen, zelfs al betrof het nu juist dergelijke personen en goederen niet, en ook dat gij u niet vermeet de straf der excommunicatie of schorsing tegen andere bisschoppen of hoo-

[pag. 46]

gere prelaten of wel die van het interdict tegen eenige vereeniging of collegie uit te spreken.
Want, indien gij hier tegen in handelt, dan verstaan wij dat zoowel deze tegenwoordige brief, als ook de procedure die op deszelfs gezag door u mocht gevoerd worden, in alle opzichten rechtsgeldigheid zal missen en van geen kracht zal zijn. Gij zult dus dezen onzen last alzoo voorzichtig en getrouw ten uitvoer brengen, dat gij de grenzen er van in geen enkel opzicht te buiten gaat. Zullende de tegenwoordige brief na drie jaren geheel en al zonder waarde zijn.
Het is echter evenmin onze wil als onze bedoeling door dezen den staat, de orde of den regel der evengenoemden goed te keuren.
Gegeven te Avignon den 13den Januari, in het tweede jaar van ons Pausschap.

H.

Category(s): Oldenzaal
Tags: , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.