Bijdrage aangaande de stadsregten van Delden

|pag. 1|

BIJDRAGE

AANGAANDE

DE STADREGTEN

VAN

DELDEN.

     Weinig of niets is ons bekend van hetgeen voor Overijsselsch regt en geschiedenis gewigtig nog in de archieven van Twenthe mag schuilen. Dat er veel, zeer veel merkwaardigs althans geweest is, leeren ons de rijke verzamelingen, die RACER blijkbaar uit een grooten overvloed in zijne verschillende werken heeft ingelascht.
     Met zekere belangstelling ontving ik dus door tusschenkomst van ons overleden medelid VERBEEK in het afgeloopen jaar ter inzage een oud manuscript betrekkelijk de stad Delden. Moge ook al deszelfs inhoud niet overal, niet in allen deele hoogst gewigtig of merkwaardig kunnen worden genoemd, het bevat toch menige zaak, die wel

|pag. 1|

verdient dat er de aandacht onzer Vereeniging op worde gevestigd.
     Het is een manuscript in klein 4o., waarvan de oude juchtleeren band sterk is beschadigd. Het bevat 127 beschreven bladen; de onbeschrevene, bijna op het einde zijn weinig in getal. De eerste 20 bladen zijn door eene hand geschreven in duidelijke, scherp geteekende unciaal letter; de volgende bladen zijn uit den vorm der letters kennelijk opvolgelijk daarna door verschillende handen geschreven.
     Het boek bevat in den aanvang opgave van namen van schepenen van Delden, waaronder aanteekeningen van geregtelijke of liever buitengeregtelijke handelingen voor hen verleden zijn tusschengevoegd. Later vallen de meer opzettelijke naamsopgaven weg. De aanteekeningen der handelingen, aanvankelijk kort en duister, word en allengs uitvoeriger, totdat ze aan het einde misschien wel den vollen inhoud der over die handelingen opgemaakte akten teruggeven.
     De eerste aanteekening is van 1340. De laatst voorkomende handeling of akte van 1589.
     Zoo als boven is gezegd zijn de eerste twintig bladen met eene hand geschreven. Deze betreffen het tijdvak van 1340-1435. Daarvan nu zijn de eerste 3½ blad (ongeveer tot 1350) in het latijn, de overige, zoo als verder het geheele boek, in het hollandsch opgesteld.
     Blijkbaar zijn die 20 eerste bladen uit vroegere oudere registers of protocollen getrokken; ook kennelijk daarom, wijl niet alle akten strikt naar tijdsorde zijn geplaatst. Zoo vindt men     op het jaar 1425, nog eene akte van 1385 en eene van 1410.
     De akten of aanteekeningen loopen over neer verschillende zaken, zooals in dergelijke protocollen overal voorkomen:

|pag. 3|

koop en opdragt van vaste goederen en renten, afkoop van renten, kwijtschelding van schuld, manumissies, erfstellingen en dergelijke.
     Van of 1435 komen zeer menigvuldige aannemingen tot burger van Delden voor, waarbij hoogst opmerkelijk is de bijna doorgaande vermelding, òf dat de nieuw aangenomen burger anders geen echte en hadde, òf dat door hem een’ vrijbrief, afgegeven door eenig voornaam persoon, ook enkele malen door eene corporatie of gesticht, was overgelegd. Dit laatste komt voortgaande steeds menigvuldiger voor. Verder vindt men bij die aannemingen tot burgers doorgaande de belofte dies nieuwen: medeburger te zullen verdeghenijnghen, verdegeningen, vordenijnghen en dergelijke.
     Na deze verschillende akten vindt men nu met zeer verschillende handen de beide volgende historische aanteekeningen.
     ,,Anno dusent viff hundert tachtentich drei up auent petri et pauli apostolorum Is Delden Iemerlich met der hilligen kerken, Torne met den klockenn verbrant worden durch eijnen Capitein genompt Kerstin prusse mijt sijn Ruteren.
     Des Nauolgende Jaers tachtentich Vier, als Delden widderomme vp thom dele vp getimmert was sijnnen de Ruteren gekommen liggende vnder graff Moerse offte Nuwener vund hebben Delden widderome verbrandt geuenckelich midtnemende borger, buren, beisten, vnd alles wes sie mit nemmen konden geschein vp ein Donderdach achte dage daer nae.
     Anno 1655 op Hemelvarts auent des naemiddaeghs tuschen een en twee uijren is ins Mollers huijs brant gecomen, dewelcke door eenen starcken wint voortgedreven sijnde, den meesten deel van de stat Delden, namentlick bij de hondert en twintich huijser, daer onder het Raethuijs met segel,

|pag. 4|

brieven, ende all wat daer inne was, in den tijt van twee uijren tot asche gemaect heefft.’’

     Hierop volgen eenige onbeschreven bladen, waarvan enkele reeds vroeg schijnen gebruikt te zijn om aanteekeningen van enkele zaken te maken, die wel, niet tot de hoofdonderwerpen van dit boek behoorden, maar toch gewigtig genoeg werden geacht om opgeteekend te worden. Hiertoe breng ik eene aanteekening van 1493 over zeker hout door de marke van Delden gegund aan die der stad (hierachter bij A opgenomen als bijdrage tot de kennis der verhouding van marke en stad), verder eene aanteekening van 1521 omtrent een verschil over een vonder (niet opgenomen) en eindelijk een stuk, (onder B) dat welligt eene oude zeer korte aanteekening van stadregten bevat.
     Die bladen zijn later gebruikt om op het ledig geblevene te schrijven bepalingen van stadregt, blijkens den aanhef van 1520 omtrent het kiezen van schepenen, enz.
     Die tijdsbepaling is echter mijns bedunkens alleen toepasselijk op het stuk der keuze van schepenen; de overige bepalingen schijnen van verschillenden leeftijd, welligt grootendeels van veel ouderen tijd te zijn.

     Stadregten van onderscheidene onzer kleinere steden zijn in de werken van RACER medegedeeld. Van Delden vinden we, zoover mij bekend is, alleen in de Ov. Gedenkst. V. p. 285 en 286. twee stadbrieven van 1320 en 1323.
     Ik heb gemeend, dat het zijn nut konde hebben de hier voorhanden stadregten, hoe gebrekkig dan ook, mêe te deelen, in de hoop, dat te eeniger tijd ze weer volledig uit het archief van Delden zullen bekend worden.

|pag. 5|

Stadregt van Delden.

     ,,Anno do men screff dusent vijff hondert vnde XXtich vp sunte petrs auent ad Cathedram So is desse nabessr Insathe ende wilcoer beleuet Ingesaths Auergegeuen bij vns scheppenen ende gemenen borgere vnser stat Delden Darvp wij sollen kesen VI scheppen na older gewoenthe.

     Item Eirste so sollen de gemene borgere keijsen veijr gements lueden wt elker quater enen vrijen vnberuchtigen Man de dar verstendich nutte ende guet to ijs De sollen keijsen seesze vnberuchtige gude Mans de der stat Nutte ende truwe sijnt vor gude scheppenen Dar sollen se oren eijdt vp doen na older gewoente ende Rechticheijt, vnde denseluen scheppenen sollen de gemenen borgeren bijstendich to rechte helpen vngeweijert dem armen als des rijcken bij oren eijde Ende wert sacke de anspracke ende de twijst In den rechte also gelegen were Na ore wijtsscap nijet fijnden off eijn wusten to rijchten en so salmen dat versten eijns twije den derden mael beropen vor den Raet vor deuenter vp vnkost van vngelijck Na older gewonthe.
     Item wert sacke dat desse vijer gementhlueden enen borger koren to scheppene. Ende dar eijn tegen voer weijerijnge dede ende nijet wesen eijn wolde de breckt der stat hoijgeste koer XXVtich beijgerssche gulden Ende elken scheppen VI olde flemess. zonder genaden Ende deselue sal geijne borgernerijnge doen etc.
     Item wert saeke dat der stadt noetsaeken an quemen offt breue kregen van der stadt so sult die twie sceppene in ore mant die breue vpbrecken vnd besien die vnd dan van stonden bij eren geswaren badden die sceppene bij en laten komen dar vmme dat die stadt ijn gienen schaden kumpt.

|pag. 6|

Dit sint der stadt gerechtichts.

     Item wie der stadts boeck behoeuet te aepene kostet enen borger ene kanne wijns vnd enen huusman eijne taeke wijns ijngelicken oick wie der stadt segel behoeuet.

     Item offte eijn borger offte borgersche vuir recht te doene hadde dat sie getuiege foerden die eedt kostet eijn mengelen wiens eijn buten man eijne quarte wijns.
     Item offt emans were die gepandet worde vnd vnrecht pantkierenge dede brecket der stadt X punt svnder genade ider punt drie olde deuenter butkens.
     Item offt eijn borger offt borgersche den anderen scaede dede in sijn saet offte graes offte anders salmen van stonden an die borgemeisteren in der tijt offte in affwesen die twie anderen ende laeten de scaeden verdieregen kostet eijn borger eijn mengelen wijns ende eijnen buten man eijne quarte wijns.
     Item off eijner were die vp die schepenne schulde in gegenwardichet off achter rugge brecket dier stadt XXV beijijersche gulden ende ijder sceppene ses olde flemesschen.
     Item wert saecke dat twie borgers offt borgerschen malcanderen slogen ffustslach duestslach mestoegen breckt der stat viff heren punt vnd eijn butenman eijnen olden schilt ende soe sult die sceppene van stonden ere borgers ijn fredde laten leggen bij eren badden soe dar iemans dar tegen deden breckt der stadt hogeste keur ende wert saeke dat van den borgers vproer worde gemackt bij nachte denseluen salmen den brocke dubbelt aff nemen ende wert saeke dat eijn borger die wachte hadde vnd mackt vproer breckt der hoegeste kuir.
     Item wert saeke dat eijn borger in tornijge moede met gewalt tot den anderen int huies liepe vnd ende wolde hem

|pag. 7|

slaen die breckt der stadt hoegeste kuier ende ider sceppene ses olde flemesschen ende sonder genade te straffen.
     Item offte eijn borger ene korber wunde dede die breckt den heren ende der stadt beide der stadt eijnen haluen schilt sonder genaede.
     Item offte eijn borger were die eijnen nederschach dede dar godt vuir sij die moet jaer ende dach die stadt ruimen nae vnser stadt rech ende nijch er ijn der stadt komen sie moten erst vor der stadt verdregen ende soene mit den blode maken.
     Item wert saeke dat dar ene borger were die den anderen vmwachtede die breckt der stadt XXV heren punt sunder genade ende ijder sceppene ses olde flemesschen.
     Item alde brouuers die bijnnen delden offt ijnden kerspel wonnet ende brout sullen axcis geuen ende sullen bij eren eedt recht teckenen laten fijnt men dar emants anders en bauen die den axcis verswicht sal men vur dieftal holden vnde sal dar an gebrecket habben XXV heren punt.
     Item wie fette waer slit die sal sie geuen al benedden ende bauen ganckber is het sij speck oleij offt anders die men anders befijnt breckt der stadt 5 punt sunder genade ijder punt drie olde deuenter butkens.
     Item so men enen borger befonde die fette waer slette offt verkoffte ende slete sie nich vt gelick hie sie ersten gegeuen hadde soe men hem anders befunde soe sal hem dat guiet pries gemackt ende sijn fenster negelen vnd giene borger nerijnge doen ende breckt XXV heren punt ijder punt drie olde deuenter butkens.
     Item alle brouwers sullen eijn ijder vor sich eijnderleij bier brouwen die sulx nijch en doet breckt der stadt vngvnst nemptlick III heren punt.
     Item offte dair borger offte borgersche auerlastet wonde met eres selues fuier ende dat verswegge der breckt der

|pag. 8|

stadt XX punt ende dien anbrenger X punt zonder genade ende den scaden sijnen naber vergoeden den sijn naber duir hem kricht.
     Item nijemans sal bij auent offt nacht tijden foerijnge offte hoeij vp den wagen staen laten vp sijn delle dat sal men den foerheren beuelen dat sie dar nerstich vp sien sullen vnde so men befijnt dat die voerheren dair nijch nerstich vp sien so salmen hem den brock seluest dubbelt offnemen.
     Item die brouwers die sollen vnder boeten toe eijn vren nae mijtnacht vnde des auendes to VIII ver dat fuier dar wedder vnder hen nemen befint men anders breckt der stadt vngunst nemptlick X punt nae older gewonte.
     Item eijn brouwer sal nijch mer to mollen sacken tot eijn browts dan drie mudde ende eijn half browts ses sceppel ffijnt men dat sie anders deden die brecken der stadt V heren punt.
     Item gien kramer sal vnder godes wart fort doen bij den brocke daar die voerheren nerstich vp sijen sult vnde dem brocke hem offt nemen na older gewonte.
     Item nijemans sal vnder gods wardt wijn offt bier tappen wie sulx doet die breckt XX punt sunder genade welcker sult die foerheren beualen worden den broeck intoe maenen ende dar nerstich vp to siene.’’

A

     ,,[Inden Jaren Vnses Heren godes Dusent veijr hondert ende dre Ende Negenttich des dages na belacken pinxteren So hefft de Erbar olde Johan van Twijckello Mijt den gemenen Erffgenamen der marckt van Delden Consentert ende beleuet Mijt guden berade tgelaten ende auergegeven Dat de Scheppenen ende gemene borger van Delden Is tho gedeijlt alsodanen Elsholt alst dar steijt ende wasset

|pag. 9|

In den Mollen Morssche tuesschen den Erue ten Ackerhuse ende den lijndesmanskolke So dat se dat selue holt mogen houwen ende gebrucken tot oere stat beste dar se sollen Mede bollen den gemenen Hollewech Ende anders dar se dat to behouen Des sollen de Scheppenen vursz hir weder aff doen ende geuen Int holtgerichte wanner men dat holtgerichte holt Eijne tunue Deldenner Hoppe Dijt Is mijt gaden wijllen tgelaten so lange als den Scheppen ende oren Nakomelijngen beleuet.]

     Item wie koene offt ferckens hefft die sal hirden die kost geuen ende loenen.
     Item nijemant sal ganse holden het sij dat men dar eijnen hierden bij holt dat sie nijemans scaede doen.
     Item nijmant sal prifate vp den grauen setten.
     Item offt eijn borger offte borgersche vur vnser stadt recht te doene hadde ende heffden eijn proces an dar die sceppene van wijsen solde mogen die sceppene dat fersten eijnmal twiemal driemal ten virden wiesen dat recht is nae eren besten verstande.
     Oick is auergegeuen int jaer 1573 vp sancte peters dach ad chadedram dat gien borger den anderen sijn lant vnder hure.
     Item nijmans sal bij auenttijden offt bij morgentijden flas offt heede hantieren.
     Item wert saeke dat hier ene sententie worde gewesen dat dar ene van den partien wolde apelieren mach dat verropen vuir den ersamen Raet van deventer die appellatie kostet enen olden scilt vnde dan sult twie sceppene dat proces tho segelen ende brengen dat proces voir den ersamen Raedt van Deventer offt men sal dat hen scijcken bij vnsen geswaren badde ende die somma moet bauen V gulden wesen er die appelatie geschien kan.

|pag. 10

     Item weert sake dat men enen borger bifunde die valsche gewichte hadde offte valsche maete het were dan van wat qualiteijt sie weren die breckt der stadt XX heren punt vnde salmen dan noch voir diefftal holden ider punt drie olde deuenter butkens.
     Oick is auergegeuen dat gien borger tegen den andere sal to rechte staen buiten landes offte bijnnen landes die sulx doet breckt der stadt V punt vnde men sal den borger die sulx doet van vnser rechtbaucke wijesen.
     Oick sal gien borger den anderen met vthheijmesschen rechte veruolgen wie sulx doet breckt der stat X heren punt ten sij dat hem hir recht geweijgert wort die vur vnse rechtbanck recht geweijgert wort.
     Oick wert saeke dat daer eijn borger worde gebaddet tot der stadt denst het sij dann van wat denst dat het sij vnde dat gebodt der borgemeisteren nijch achtedt breckt der stadt hogeste kuir met voirbeholde soe Iemans thot burwercken gehaddet worde breck der stadt eijn virdel biers.
     Oick sullen die Borgemeijsteren dan kiesen twie voerheren soe eijne dar verweijgeringe deden ende wolde des nijch wessen sullen in der pene verfallen sijn als dat ordel bestaet worde.
     Oick wen die voerheren bekuren bij eren eede soe wie dair tegens pantkieringe dede ende wolde die pande nijet folgen laten sullen de schepens eren diender met doen ende don pantkieringe.
     Oick offte twie borgers malcander scheltwaerden geuen het wer dat sie malcander vur dijeft offte schelm geschulden hebben vnde dan dar nae die schelder die scheldinge wedder refocierde ende kande den man wedder dar hem ander luide vur kanden hefft der stadt gebroekt XVI heren punt.
     Oick soe eijn borger den anderen verhalde ende ijn schade queme die verhalt worde sal die genen diet verhal doet den

|pag. 11|

brock dubbelt betalen des sal die verhalt wort sijnen brock wedder van den gennen maenen die het verhal doet.’’

B

     ,,[Item dijt ijs des scades Insate ende wilkoer.
     Item welk borgher de pandwerijnge doet de hefft onser stad gebroken twe pond.
     Item wij beghert to penden ende onrecht hefft de breket des gelikes.
               Dit ijs der stad van Delden Insate, ende recht dar
                    gij juwe scepenen vp keijsen solen.
     Item in den ijerste eijn metstoghe twe pond van eijnen borgher ende van eijnen buten manue eijnen olden schilt.
     Item eijne blotronnijnge vuestslach dusestslach ende loechenijnge van eijnen borgher twe pond ende van eijnen buten manne eijnen olden schilt ende des gelikes van den vrouwen.
     Item wij spreket vp dije scepenen als van der stad rechtes weghen dat ijs der stad hogeste koer.
     Item wij dije ijn dessen vorgen punten die verhalijnge doet dat men mijt twen guden mannen bewijsen mach dije sal de broke beijde gelden dat hefft de meijnte auergheuen.
     Item we eijn anderen wet sijnen huijs daghet ijn tornijngen mode dije breket der stad hogeste koer.]

     Item we der stat segel tdone heben sal van den scheppen dar sal de bijnnenman van geuen eijne quarte wijns den butenman ene tacke wijns.
     Item een borger de wijn of vt heijmens bijr of lacht dat groutvrijge doet de sal so exsijsz gheuen ghelijck of het tapet of he sal der schepene mot hebben des ghelijken oick 1 buten man of in onse kerspel oick groutvrijgen doet of des ghelijck ock en borger.

|pag. 12|

     Item in dat erste als de eijne borgher den anderen pent so sal dat erst pant staen XVII dage dan sal men weder halen dat ander pant dat guet voir de schult is ende dat pant sal staen drie sonnen ende dan mach he dat pant vercopen na stat recht ende laten sich daer an rechnen vnde dan de scepenen ene canne wijns ende den badden sijn wangheld dat is een st.

     Dijt vurss. is der stat rechte Insathe Ende we dijt bock behouet to appenen den bijnnen man eijne quarte wijns den buten man Eijne tacke.’’

                                                                                                                        J. C. BIJSTERBOS.

Category(s): Delden
Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *