Willem van Mecchelen

WILLEM VAN MECCHELEN

XLIe. Bisschop van Utrecht.

     Nadat Johan van Zierck verset was, is Willem van Mecchelen, een man van groten verstande ende geleertheit, Bisschop geworden. Vindende het bisdoom belast mit vele troublen ende beroerten, heeft oock terstont oorlog mit die Hollanders gekregen, die hij mit hulpe vande Westvriesen grote schade gedaen heeft. Maer de Westvriesen sijn opten 6 April des jares 1297 van Graef Jan van Hollant geslagen, waeromme sich de Bisschop begaf in Oostvrieslant, daer hij den inwoonder aflaet van sonden predickte soo sij hem bijstant souden doen; als hij door dit middel hulpe ende bijstandt hadde verkregen, is voorts mit de selve na Westvrieslant gevaren, om die Hollanders daer uit te verdrijven. Maer hij worde terugge gedreven, ende als hij nu vele volck verloren hadde, ontquam hij ternauwernoodt vluchtende over see na het lant van Over-IJssel. Alwaer hij den in-

|pag. 101|

gesetenen privilegie vergunt heeft int jaer 1298, dat wie 30 jaren in eene stadt gewoont heeft ende voor vrij is geholden, naerder is mit sijn eene hant sijne vrijheit te verdedigen, als den ander hem eijgen te maecken.
     Den oorlog tusschen den Bisschop en de Hollanders noch durende, is de Bisschop van sommige conspirateurs int jaer 1300 tot Utrecht gevangen, ende in het huys van Jacob van Lichtenberg bijna een geheel jaer gevangen behouden, doch is eindlick door enige boeren verlost, maer evenwel van sijn Bisschoplicke stoel verstoten gebleven, waerover hij na Over-IJssel is geweken, die hem eerlick en behoorlick ontfingen. Kort hierna reisde hij na Rome totten Paus versoeckende van sijn Bisdoom ontslagen te worden, opdat sijn Stigt daermede tot ruste ende vrede mochte komen; maar die Paus wilde sulcks niet gehengen, en beval den Bisschop van Munster dat hij sijnen medebroeder tegen alle sijne vijanden soude helpen ende bijstaen.
     Die Bisschop wederom gekomen sijnde in de landen van Over-IJssel, heeft aldaer een goedt leger versamelt, daer toe die van Over-IJssel hem getrouwelick hebben geholpen, om int Nedersticht te trecken ende sijn stadt van Utrecht te bemachtigen. Die van Over-IJssel mit haren Bisschop sijn tot bij die stadt Utrecht getogen, maer omdat zij buitengesloten worden hebben sij sich nedergeslagen op een vlack velt om haer vijanden uit te locken, ende een veltslag mit haer te houden. Als sij dan alhier haer tenten hadden opgericht om sich wat te rusten, quamen sommige Heren uit Hollant, als Dirck van Wassenaer, Henrick die Castellein van Leiden, Philips

|pag. 102|

van Duvenvoorde, Simon van Benthem ende Jacob van Woude, Ridders, die den Bisschop hateden om oude twisten, ende vrunden ware van Jacob van Lichtenberg, mit haer volck ende wapenen mit een groot geluit, om den Bisschop te bevechten op Hogewoerdt ende die Over-IJsselsen te verdrijven. Hier en tegen heeft de Bisschop sijn volck in slachorde gestelt, die wel tweemael soo sterck waren als die vijanden, ende is daermede sijn wederpartije kloeckmoedig angevallen: sloog in den eersten anval enige lantluden in de vlucht die van des vijants armade wat waren verscheiden, wederstont die Hollanders mit kracht, soodat hij haest die overwinnonge sonde hebben bekomen, ten ware Suedeer van Montfoort den vermoeijden Hollanders ten hulpe was gekomen mit een deel versch volck, waermede den strijdt geweldig is hervat, ende op een nieuw an wedersijden dapperlick gevochten. Die Bisschop heeft tot tweemael toe dat heijr sijner vijanden doorgereden, elck schromende hem te doden als sijnde haren geestelicken Vader, maer ten derden mael op haer anrijdende is hij van een seeckere boer jamerlick doodtgeslagen, die daer na lange penitentie hier over dede, ende op die plaetse worde opgericht een stenen cruce tot gedachtenisse van dese deerlicke doodt: Daer bleven aen wedersijden seer vele verslagen, doch wel duisent van des Bisschops volck, die de nederlage hadden ende die vlucht moesten nemen. Dese nederlage vanden Bisschop en de Over-IJsselsen geschiede int jaer 1301 in Julio. 4. idus. Julij. Het doode lichaem des Bisschops bleef een wijltijdt op die walstadt liggen ende is van de Broeders van de orde van S. Jan v. Jerusalem in haer kercke vervoert, doch

|pag. 103|

daerna in de grote kercke begraven. Ende niet lange hierna een soen gemaeckt tusschen die van sticht en Hollant daerin dit Grave segt geordoneert te sijn, dat hij voor hem ende sijnen gemeenen lande van Hollant maecken soude voor sijn siele twee Capelrijen euwelicke elck van 25 ponde swarter Tornoisen sjaers waer af hij die eene gemaeckt ende gedoteert hadde op seeckere renten in den dom t Utrecht ende de andere bewees hij die besettede te verdienen in St. Catrine Kercke tot Utrecht.

_______

Category(s): Overijssel
Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *