Johan van Nassau

JOHAN VAN NASSAU

XXXIXe. Bisschop van Utrecht.

     Johan van Nassau navolger des overledenen, heeft alle de castelen des stichts volgepropt gevonden van alle noodtdruftigheiden, die sijn voorsaet daermede voorsien hadde. Int begin sijner regeronge omtrent het jaer 68 sijn die Kennemaers in Hollant als Graef Floris van Hollant noch minderjarig, tegen hare overigheit opgestaen, hebben met haer hoofdtman, Gijsbert van Amstel, die stadt Utrecht ingenomen, die huisen Abcoude, Rijsenburg, ende Vianen gedestrueert ende Amersfoort verbont sich mit haer soo datse meister worden vant gehele Nedersticht.
Die Bisschop nu uit sijn landt verdreven sijnde vertrock na Deventer daervoor een tijdtlanck resideerde, ende verbondt sich mit den Grave van Gelder om sijne vijanden te beter wederstant te doen. Ende als hij uit Over-IJssel enig volck hadde te samen gebracht, heeft hij sich gevoegt mit den voorseiden Grave, ende hebben gelijckerhant die stadt Utrecht belegert, maer siende dat sij die niet machtig konden

|pag. 96|

worden, belegerden sij Amersfoort, dat sij oock wonnen, vandaer keerde die Bisschop wederom tot Deventer totdat na twee jaren die dese oploopende oorlog omtrent duerde Sweder van Bosinchem die stadt Utrecht wederom ingenomen, ende voor den Bisschop heeft bemachtigt.
     Op Pontiani-avond des jaers 1272 heeft Bisschop Johan van Nassauw die Kercke tot Genemuden gewijet, ende dat vlecke stadtrecht verleent, om sulx te gebruijcken als die van Deventer, Swolle, ende andere steden van Sallant; den brief des Bisschops was onderteikent van den Bisschop, die steden Deventer en Swolle, Frederick van Borkelo, Arent van Almelo, Wolter Coen, Hendrick, Roderick, Andries, ende Sweer van Voorst, ende Willem van Buckhorst.
     Die steden van Over-IJssel hebben mitdertijdt in neronge ende koophandel seer toegenomen, handelende op Hamborg, Noorwegen, Denemarcken, ende andere landen. Het gebeurde dat die van Harderwijck questie kregen mit die stadt Hamborg, maer door intercessie vandie van Deventer, Campen, ende Swolle is die saecke bijgeleit int jaer 1280.
     In Drentowaldiis dein tumultuatum cui ipse antistes causam praebuit, dum ultra consuetum modum ab iis pecunias deposcit, quam ob iniquitatem pendere recusarunt. Antistes perinique ferens suum imperium contemni, Drentinos contra eos armavit qui ignem aditu regionis occupato, aliquot pagis injiciunt. Sed occurrentes mox ejus viciniae homines armati et a proximis Frisiis sociis paene sine proelio Drentinos in fugam vertunt: viginti primo conflictu caesis, plures capti, centum Huneso amne submersi, cum summa ex desperatione audacia tranare conabant.

|pag. 97|

Hinc in ipsis Drentinis aliud negotium praebuere praetoris Eeldeni filii et ex fratre nepotes, constructa valida arce vicinorum cervicibus graves metuebant, antistes cui ea res suspecta erat, per suos eam everti curat, operam suam praecipue commodantibus Pedesanis et Klingio, quos non multo post procurata ab aemulis caedes ob eam causam sustulit.     Bru.
     Daerna geraeckten die van Campen in openbaren oorlog met Haco die Coninck van Noorwegen, uit wat oorsake wort niet gevonden: waeromme sij hare gesanten Alexander Cuick, ende Geert Taalman, an den Coninck gesonden gebben, ende hebben mit hem vrede gemaeckt in den jare 1286.
     Arent te Bocop, in sijn leven Borgemeister tot Campen, verhaelt dat hij van de oorsaken deses oorlogs niet en heeft gevonden in de archijven der selver stadt, noch oock van enige andere oude dingen: als wanneer die stadt haer anvanck gehadt heeft, haer stadt recht ontfangen, wanneer die treffelicke oude mure mit haer schone torens langs die IJssule gemaeckt sij, dan hij vermoet dat die schiften daervan int jaer 1543 mit die Raedtkamer verbrant sijn, die rontsomme was beschoten mit sittingen die vol oude papieren lagen. Wijders schrijft de selve Bocop aldus: Daer is een Priester binnen Campen, H. Harmen Wolfs, die soone van Wolf Poortsluter, die hadde een boeckjen laten uitgaen, waerin hij segt dat die stadt van twee Reusen soude gebouwt sijn, waervan die ene op den cruit-toren, die ander op den wiltvanck soude gewoont hebben, mit meer andere beuselingen daer niet en waer woordt an is, dan dese twee oude hoge vierkante toornen als oft Vriese Stinssen waren, en op elck einde vande stadt stonden,

|pag. 98|

sijn toornen van de oude stadtsmure geweest. Vinde oock gants niet wanneer die heerlicke oude stadtsmure die rontsom die stadt beneffens die Borghel plach te gaen is begonnen te timmeren, of dat men daer noch an arbeide, dan soude wel meinen dat het in een jaer niet voltimmert sij, ende wel sekerlick meinen dat die H. Geesten Kercke daer nu dat Bussenhuijs van gemaeckt is, dat outste van de stadt is, ende int begin van de stadt gebouwt sij. Soo sulcks oock wel schijnt ant getimmer, oock hebbe veel oude brieven gelesen inhoudende: Soo hebben de eersame Raedsmannen vande stadt Campen voor den ouden Heiligen Geest gekoft enz.
     Int jaer 1288 worde die voorseide Bisschop Jan van sijn Bisschoplicke regeronge afgeset, nadien hij als Elect sonder confirmatie des Paus van Romen, dat selve lange bedient hadde: ende is sulcks op begeerte der Kercke van Utrecht geschiet, die hem te laste leiden, dat door sijn versuim die stadt van dat Bisdoom seer was terugge geset, ende hem daervan an den Paus beschuldigden.
     Reinolt Grave van Gelder wort ao 1290 van K. Rudolph gemaeckt Heer van Oostvrieslant (Slichtenhorst p. 107).

_______

Category(s): Overijssel
Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *