Otto van der Lippe

OTTO VAN DER LIPPE

XXXIVe. Bisschop van Utrecht.

     Doer begeerte van Graef Gerhart van Gelder ende Graef Willem van Hollant, hebben die Canonicken Otto van der Lippe tot Bisschop geëligeert. Desen Bisschop trock mitten Keiser na Palestina tegen de Saracenen, latende in sijn afwesen de regeronge sijner landen an sijnen Broeder, (welcken hij daervan last ende bevel gegeven hadde) den Proost van Deventer, genaemt Diderick.

|pag. 67|

     Omtrent het jaer 1223 als de Bisschop wederom uit Palestina was tehuys gekomen, ende vredelick sijne landen besat, heeft hij sich in grote swarigheit ingewickelt, alsoo hij tegens Gerhart den Grave van Gelder die wapenen heeft angenomen, uit oorsaecke dat de Grave voorseit die ondersaten des Bisschops an den toll te Lobeck hadde laten arresteren, om redenen, dat die Amptlieden des Bisschops in Sallant, die vasallen ende leenmannen des Graven seer quelden mit schatten en scheren, waerdoor deselve seer verarmden; ende hoewel die Amptluden daeran seer qualicke deden, nochtans woude die Bisschop haer verdedigen ende voorstaen. Die van Sallant selven en konden sulx niet langer verdragen, waeromme sij, doer anleidinge van Gerrit den Here van Buckhorst welcke (Voeght) Advocaet van Sallant was, ende datselve recht verkofte ande Grave van Gelder, oock mit toedoen van Heer Harmen van Voorst, sich verbonden mit den Grave voorsegt, ende hebben den selven tot eenen Here angenomen.
     Die Bisschop om sijn vijanden voor te komen heeft terstont mit hulpe van de Bisschoppen van Munster, ende Bremen, ende sijnes broeders des Graven van der Lippe, een heyrleger te samen gevoert, om die naeste dorpen van Gelderlant te verbranden, ende die inwoonders van Sallant te bedwingen. Daerentegen sijn die van Sallant mit enige hulpe van die Geldersen tot Arkelo opten IJseldijcke te samen gekomen, om den Bisschop te wederstaen: die welcke raedtsaem vont terstont die Sallanders te bestrijden, eer dat sij meer hulpe van de Gelderse mochten bekomen.
     Daer verhief sich een bitter gevecht, tusschen den

|pag. 68|

Bisschop, ende de van Sallant, entlick worden die van Sallant opte vlucht gebracht, achterlatende veel doden ende gevangenen, waerop die Bisschop overwinner sijnde, dat huis ofte steen te Voorst heeft ingenomen ende vernielt: oock dat huys te Buchorst bemachtigt, ende verbrant, behalve eene groten toorn, die wijle die Heren van de selve huysen die principaelste anleiders waren van die wederspannigheit der inwoonderen van Sallant waermede die van Sallant genoegsaem gedwongen waren den Bisschop wederom tot eene Here ante nemen, ende die van Buchorst ende Voorst was hare macht benomen om desen oorlog te vervolgen.
     Buchorstio suppetias ferebant Walravius Limburgensis dux Henricus, Com. Scinensis cum duobus armatorum millibus ipso Gelro militi legendo adhuc intento. Brum.
     Maer die Grave van Gelder tot bijstant van sijne bontgenoten en vrunden, ende om niet verstoken te blijven vande Advocatie van Sallant, heeft hij Hartog Walraven van Limburg, ende Henrick den Grave van Seyme mit twee duisent soldaten te hulpe geroepen: als oock die jonge Graef Floris van Hollant sijn susters soone, die terstont mit veel schepen die Leck is opgeseilt, ende heeft dat dorp Gheijn mit des Bisschops huys aldaer in de assche geleit. Die Bisschop anmerckende die macht van sijne vijanden, heeft mit hulpe van sijn broeder Gerhart Bisschop van Bremen, ende van Diderick Bisschop tot Munster die sijn neve was, ende des Graven van der Lippe dusent kloecke soldaten bijeengebracht waermede hij meenden sijne vijanden te bevechten, ’t Geviel dat als beijde partijen tegens malckanderen trocken ende men nu an-

|pag. 69|

ders niet als een bloedigen slach verwachtede, dat Conradus van Portua des tijtels S. Rufinae Bisschop ende Legaet des Pausen, aldaer is gekomen, die door sijn authoriteit dat bloedtvergieten heeft verhindert, ende heeft mit bewillinge van beijden sijden den vredehandel tussen den Grave ende Bisschop begonnen.
     Vooreerst hebben de Graef van Gelder, ende den Bisschop haer questie ende schelinge in Compromis gestelt an acht voorneme Edelen, die daer van een uitsprake doen souden, als blijckt bij desen navolgende brief: Gerhart Grave van Gelder allen dengenen tot welcken dit schrift sall komen saligheit: wij betugen mit desen tegenwoordigen brief, ende en mogen in enig deel van nootwendigheit niet ontkennen, dat wij mit onsen eerweerdigen Here Otto Bisschop van Utrecht, opgegevenen gelove ende gedane eedt in sulcker forme van Compromis sijn overkomen; namelick dat die gehele actie die wij gehadt hebben tegen denselven Bisschop over de cometie vande Kercke van Sallant, volgens de questie die tot noch toe tusschen ons daer over geweest is: ende over dat recht dat gemeenlick cort gerechte wort genoemt, ende over datselve dat malegoet geheten is, ende over die nieuwe tijenden ende erfnissen den Heren Bisschop, Kercke ende dienstmannen der Kercke behorende: alsoock over die luiden des Heren Bisschops tusschen Maes en Wael, Tijler- ende Bommeler waerdt, oock in Betuwe sijnde, hebben wij an dedingsmannen gecompromitteert, soo vere onse hulpers daermede sullen tevreden sijn, ende dieselve dedingsmannen volgens hare eedt van de voorgemelte saecken sullen ordineren. Ende sullen dieselve ter goeder trouwe bearbeiden dat tussen den Here Bisschop ende ons vruntlick

|pag. 70|

neergeleit worde na billicheit sijnde denselve geen maniere van verdrag vanden Here Bisschop ofte ons voorgestelt, waerbij datse souden begeren te staen: maer de dedincksmannen sullen bij sichselven ende volgens haer gewisen vrijelick int verdrag te maken voortvaren. Die dedincksmannen des H. Bisschops sijn H. Engelbert van Groningen, Giselbert van Amstel, Gerhart van Dolre ende Arent Louff. Van onser sijde Hendrick vauden Berghe, Frederick van Rhede, Gerhart van Rothem ende Derck van Valckenborg, noch sij den voornoemden dedingsmannen toegevoegt de Edele Heer Harmen van der Lippe ende Berent van Horstmar, tot welcke wij ende de H. Bisschop bij gegevene gelove ende gedane eedt overkomen sijn, dat soo die voorseide acht mannen in eenig scriepel des verdrags niet konden accorderen, sullen die twee die schelinge ondersoecken ende in der minne of na eijsch der gerechtigheit, als haer die suivere conscientie sall leren getrouwlick tussen ons ende den H. Bisschop verdragen: Ende de H. Bisschop ende wij sullen staen gelijck wij mit ede bekraftigt hebben, op haer gewijsde ende geordineerde. Soo oock enige van de dedincksmannen door krancheit ofte enige andere wettelicke oorsake verhindert die dedinghe niet konde bijwonen, sullen de andere dedingsmannen volgens haren eedt eenen anderen bequamen man tot voltreckinge des verdrags substitueren. Daer sijn oock andere oorsaecken van onenigheit tusschen den H. Bisschop ende ons als van tollen en exactien, welcke wij in die dedinge niet en compromitteren, maer hebben van deselve pure en simpliciter gerenuncieert. Die voorseide dedingsmannen sullen eedt doen datse niet en sullen

|pag. 71|

scheiden uit de dedinge, tensij dat het verdrag gantslick geeindigt ende voltrocken sij. Maer die questie vande borgtocht tusschen ons ende den Edelen man Harmen van der Lippe ende sommige anderen, is in de voorz. dedinge niet gecommitteert, maer tot die ordinantie van de H. Bisschop ende ons gereserveerd. Die dagh als die dedingsmannen om het verdrag te maken sullen te samen komen is gestelt Allerheiligen vigilie avondt naestkomende. Gegeven in Crastino Lucae Euang. Ao. 1225 in nodasuperrepam Rheni.
     Door tusschenhandelinge vande Pauselicke Legaet ende die dedinge van de voorseide Compromissariën, is die vijantschap tusschen beide Prinsen neergeleit ende alsoo verdragen, dat de Grave van Gelder alle leengerechtigheit, die hij hadde over dat Territorium van Buchorst ende over des Bisschops ondersaten in Sallant, soude verlaten ende daervoor ontfangen, onder swaren verbande ende op termijnen te betalen elfhondert ponden Utrechtse munte. Daerenboven zoude die Bisschop S. Odilienberg bij Roermonde ende dat allodiale Bisschoplicke goedt tot Elst ende den ankleven van dien, uitgenomen die proostije ende leenmannen an den van Gelder te leene geven. Die Grave van Hollant, die sich oock mit desen oorlog gemengt hadden, soude vrijlaten alle Leenmannen ofte Vasallen, die hij hadde in het Bisdoom van Utrecht, ende daervoor ontvangen achthondert ponden. Beijde verdragbreven soo mit Hollant als Gelderlant waren gegeven int jaer 1226 en onder andere Heren en Edelen, die die onderteijckeninge daervan gedaen hebben sijn genoemt G….. de Grave van Goor en Alphert van IJsselmuthen, beijde uit Over-IJssel.

|pag. 72|

     Nadat dit verdrag, in manieren als verhaelt is, was gesloten: die Bisschop bericht sijnde dat die Grave van Gelder de Graefschap van Sallant van den Hartog van Lotharingen hadde te leen ontvangen, besorgde hij sich daerdoor te sullen verkort worden, begeerde derhalve denselve Landschap sonder enige beswaernisse van sulcken Leenhorigheit te ontfangen. Die Legaet van Rome heeft oock de swarigheit nedergeleit ende soo wijt mitten Graven gehandelt, dat de Bisschop Sallant sonder den Hartog van Lotharingen als Leenheere te erkennen soude besitten, waertegens die grave alsulcke landen als hij van den Bisschop hadde ontvangen, van den Hartog voornoemt te leen soude verheffen. Ende die Advocatie van Essende in Sallant die de gemelte Grave van Gerrit van Buchorst gekoft hadde, soude die voorseide Buchorst opdragen in handen van de Roomsche Coninck, ende deselve soude se den Bisschop wederom overgeven. Twelck alsoo is geschiet als men sien mach uit desen Keiserlicken brief gegeven tot Francfort ao. 1226 den 10 Martij: Hendrick door Godes genaden Rooms Coninck altijdt vermeerder des rijcks, allen Christ gelovigen die desen tegenwoordigen sullen sien, willen wij dat voor altijdt bekent sij, soo tegenwoordige als toekomende, dat die forme van verdrag ende vrede geordineert van de eerweerdige Heer Conraet van Portua, ende den titel S. Rufinae Bisschop, Legaet des Apostolischen stools tussen onsen beminden Prince Otto Bisschop tot Utrecht, ende Gerhart Grave van Gelder, seecker ende vast houdende wij ter begeerte des selven Legaets die Advocatie welcke Gerhart van Buchorst Ridder gehadt heeft in Sallant, ende den voorseiden Grave van Gelder van hem gekocht hadde,

|pag. 73|

in onse handen vrijelick van haer geresigneert sijnde ende ons vacerende, an den voorgemelten Bisschop, sijne navolgers, en de Kercke van Utrecht verleent hebben, om mit andere beneficiën ende leenen die hij van het Rijck behout allen tijdt te besitten. Daeromme tot vestenisse van dese onse gifte, ende gedurigen schijn hebben wij desen brief mit onsen segel versien sijnde de Kercke ende Bisschoppen van Utrecht voor altijdt doen assigneren, bij verlos van onse genade soo enig mensche sich verstoute tegen dese donatie ietwes te begaen. Datum etc.
     Ter selver tijdt confirmeerde oock dit voorgaende, die gemelte Pauselicke Legaet binnen Francfort. En aldus is desen oorlog weggenomen.
     Angaende die beswaernisse van den toll te Lobeck, van deselve is terstont veelvoudige klachte gedaen an den Keiser om sulcks te remedieren, want die van Deventer, die den Rhijn van Duitslant mit hare goederen passeerden, wass dese toll seer nadeelig, weshalven die Keiser verbodt ende inhibitie van sulcke an den Grave van Gelder heeft gedaen, in manieren als volgt. Fredericus bij der gratien Godes Rooms Keiser altijdt vermeerder des Rijcks, Coninck van Siciliën, sijnen getrouwen, Gerhart Grave van Gelder genade ende alle goedt. Wij hebben verstaen dat ghij na die inhibitie door onse mandaet tot Francfoort gerichtelick ende in solemnele vergaderinge geschiet, den weerdigen Bisschop van Utrecht onse lieven neve ende Prince, ende sijn Kercke mit onschuldige exactien anden tol te Lobeth, ende andere beswaernisse veelvoudige beswaert, ende moeijelick valt. Jae dat swaerder is, van die luden sijner Borgt Deventer, ende sijnes landes van Sallant op het nieuwe

|pag. 74|

toll afpersent tot sijnen ende der Kercken nadeel ende beswaernisse. Derhalve alsoo wij uit onse anbevolen regiment schuldig sijn die gerechtigheiden der Kercken te defenderen, ende te conserveren, soo bevelen wij U wel vastelick op behout van onse genade, dat gij van sulcke exactien tollen ende beswaernissen die gij denselven Bisschop tot noch toe hebt toegevoegt, ende oock noch niet en schroomt te doen, gantselick afstaet van dien toll, en voornamelick dat tot beswaernisse des Bisschops ende de ingeseten sijnes landes door u nieuwlick ingestelt gantselick afdoet, sullende sonder twijfel weten, dat soo int uitvoeren van soodanigen mandaet nu ten tweede mael van ons gedaen gij u nalatig verhoudt, niet allene onse majesteit sult vertoorent hebben, maer gehelick van onze genade vervallen sijn. – Datum Brachman 4 id. Januar. 9 indict.
     Gerhart die Grave van Gelder achtede seer weijnig soodanige bevelschriften vanden Keiser, ginck evenwel voort mit sijn voornemen, dachte nu daerenboven den Bisschop uit geheel Sallant te keren, alsoo sij hem toegevallen waren, ende opentlick sich opmaeckten tegen haren eigenen Here ende Bisschop.
     Nadien dese onheilen om het landt van Sallant nu geslist waren, is wederom een ander onweer opgestaen, tot groot verderf ende nadeel van dat gehele stift van Utrecht: want int jaer 1225 is binnen Groningen enen borgerlicken twist ende oorlog geweest tussen Egbert den Amptman van Groningen, ende Rudolph die Castellein van Coeverden. Derhalven trock de Bisschop mit machtiger hant na Groningen, ende heeft haer beiden den vrede geboden, die sij moesten annemen, maer als die Bisschop wederom vandaer

|pag. 75|

vertrokken was, quam Rudolph van Coeverden, ende vernielde dat Casteel bij den Dam, toebehorende den Amptman voorseit, trock vandaer binnen Groningen, ende dede den Amptman na Vrieslant vluchten: welcke als in Vrieslant eenig krijgsvolk versamelt hadden, quam hij weder ende verjoeg Rudolph naer Coeverden uit de voorseide stadt; die terstont mit sijnen anhanck ende die van Drente Groningen omsingelt ende seer nauwe belegert ende dede daerop verscheiden stormen, in menonge daervan niet te scheiden of hij solde de stadt gewonnen hebben, ende sich onderdanig gemaeckt.
     Het gevaer ende noodt waerinne Groningen genaeckt was, verweckten den Bisschop dat hij dachte om middelen van ontset bij der hant te nemen, dies hij alle sijne krijgsmachte heeft bij malckanderen gebracht, ende verscheiden naburige Heren tot sijn hulpe beroepen, die hem oock die behulpsame hant geboden hebben. Gerhart die Grave van Gelder quam selfs persoonlick bij hem mit veel krijgsvolck. Die Graef van Hollant sont hem oock een goet antal volck te hulpe: soo deden oock die Bisschoppen van Ceulen, ende Munster, Graef Diderick van Cleve, ende Baldewijn de Grave van Bentheim. Alsoo dat de Bisschop een schoon ende machtig leger heeft bekomen, waermede hij selven is opgetrocken hent tot Eerde in Sallant, alwaer hij een nacht is gebleven, ende heeft mit die anwesende Heren goedt cijer gemaeckt. Des anderen daegs heeft hij die Heren ende crijgsoversten bij malckanderen geroepen, ende die gerichtsbancke doen spannen, ordel ende recht laten vragen: wat Roedolph van Coeverden daermede verbreeckt hadde, dat hij den vrede waerin hij selfs

|pag. 76|

bewilligde verbroken hadde, niettegenstaende de Bisschop haer geboden hadde dat sij die souden achtervolgen op verbeurte van lijf ende goedt: daerenboven des Borggraven huys bij den Dam hadden omgeworpen, ende binnen Groningen vijantlicker wijse was gekomen, die borgers ende den Borggrave daeruit gejaegt, die mit groot gevaer uitten lande was gekomen, waerop voor recht erkent worde, dat Roedolph van Coeverden, mit all sijn hulpers lijf ende goedt verbeurt hadden.
     Sulcks gedaen sijnde heeft die Bisschop all sijn hulpers vollen aflaet gegeven, ende is mit all sijn macht opgebroken om Gooningen te ontsetten: twelck als Rudolph v. Coeverden heeft vernomen heeft hij het beleg van Groningen verlaten, nederslaende sijn leger dichter bij dat huijs te Coeverden om des Bisschops intocht in Drente te beletten, voorsiende dat die brete ende diepte van die moerasschen aldaer hem seer dienstig waren ende beswaerlick om door te komen mit sulcken grote leger als die Bisschop tegen hem in de wapenen hadde. Die Bisschop gekomen sijnde ten Hardenberg in de Buurschap Ane mit sijn gehele macht, ruste aldaer om des anderen daegs de Drentekers te besoecken. Als nu des volgenden daegs die sonne begon te schijnen, is die Grave van Goor des stichts Banierdrager met geluit van trommel ende trompetten, ende een hoop uitgelesen soldaten, geleit van seeckeren konde of guide voor uitgetrocken om over het moer te geracken, en dat Bisschoppelicke Heijer is hem nagevolgt: als sij nu mit haer sware paerden ende harnassen op dat moer waren gekomen, sijn allengsken die eerste troupen in die moerasschen ingesoncken en verdroncken,

|pag. 77|

want de grondt aldaer venig ende moerassig, seer weeck ende waterig was, waerdoer dat gehele heirleger in disorde geraeckte ende niemant na behoren tegenweer konde bieden tegen die Drentekers, die nu soowel wijven als mannen op haer anvielen ende haer begonden doodt te slaen, en alsoo is entlick dat treffelicke ende machtige leger des Bisschops op die vlucht gebracht ende van een deel boeren overwonnen, niettegenstaende dit selve uit soo veel Heren Edelen ende kloecke soldaten was bestaende. Rudolph v. Coeverden mit een trop Ruiter vervolgde dat vliedende volck den gansen nacht, spolieerde haer leger, verkrijgende all haer tenten ende bagage, niet uitgesondert. Die Drentekers hebben niemant gespaert ende voornamelick tegens die Edele gewoedet, gevangen bekomende den Grave van Gelder, die seer gewont was, Gijselbert den Here van Amstel, ende Diderick den Broeder des Bisschops, sijnde proost van Deventer, die den achtsten dagh daerna van sijn quetsure is gestorven, mit veel anderen. Die Bisschop worde int moerasch gevangen ende aldaer mit verschrickelicke toermenten van die boeren doodt geslagen, die hem die cruine van sijn hoofdt mit vel en vleijsch hebben afgeschoren, na sijn doodtgeslagen en doorsteken, ende alsoo bloedig en mishandelt in een turfkuile weggeworpen, welkers lichaem daerna heimlick uit het moer gehaelt is ende tot Utrecht mit grote droefheit begraven. Oock sijn hier doodtgebleven de Here van Arkel mit sijn neve, ende Berent van Horstmar Ridder, een dapper ende beroemt soldaet, die sich een tijdtlanck op sijn schildt bergde ende na dat hij sijn vijanden grote tegenweer ende afbreuck gedaen hadde verdroncken

|pag. 78|

is. Daar bleven noch vele meer andere Ridderen ende Edelen welcker getall in een geschreven Chronyck op 500 wort begroot. Beka schrijft van 400, maer Albertus Stadensis die omtrent dien tijd leefde, segt datter 200 ridders ofte ridders kinderen sijn verslagen: waervan ick sommige tot omtrent 150 in een geschreven Chronycksken mit namen ende toenamen angeteekent gevonden hebben, waeronder veel Over-IJsselse Edelen geweest sijn, om welcker wille wij dat gehele register hier sullen stellen, ende is als volgt.
     In desen strijdt bleven 500 Ridders van name doodt, gebleven, daertoe menig edelman, ende na den Bisschop, ende sijnen broeder, ende Berent van Horstmar noemt hij Harmen van Voorst, Harmen van Woerden Sweer van Vlieten, Simon van Telingen, Henrick van Reedze, Dirck van Tingede, Dirck ende sijn soone Buchorst, Andrees van Wullen, Avent Lyoph ende sijn soone, Henrick Jutphaes, Henrick van Zallant, Dirck van Nestvelt, Henrick van Botbergen, Godeken ende Willem Tange, Claes vanden Torene, Frederick, Otto, Reinolt, Werner ende Lambert van Oldenborg, Berent van Dalfsen, Steven van Maurick, Wijcher van Hegene, Jordan van Wije, Alber van Anede, Thibolt van Thije, Willem van Albergen, Lubbert van Dolre, Rabbe ende Willem van Catene, Reiner die Leuwe, Gerlich ende Derck van Empne, Gosen van Watervorde, Steven de Splinter, Conraet van Steenwijck, Frederick van Anloe, Roelef van den Rathe, Dirck van Huessene, Albert van Retbeke, Albert van Haren, Warner, Harmen ende Jan gebroeders van Hasselt, Geert van der A, Geert Tacke, Willem, ende Derck van Roert(mo)nde, Evert van Montfoort, Geert van Altena, Derck van Wrochten, Hendrick van Harmalen, Jan van

|pag. 79|

Oldendorp, Wijchart Coene, Delis sijn broeder, Wolter over de Vechte, Harmen van Malre, Rubert, Ridder, Geert Crancke, ende Henrick sijn soone, Geert Greve Rubert van Apeldoren, Eggert Donne, Geert ende Lambert vanden Rhijn, Goedert van Wijck, Roerick van Geesteren, Harmen, ende Splinter van Lonerslot, Geert Daleke, Goossen van Dune, Hendrick Ruest, Hendrick uit der Borg, Suete mit twee soons van Sulfwolde, Steven van Elsen, Jacob Lyoph, Franscke van Heussen, Evert van Ulft, Jan van Nede, Groosen van Roderlo, Albert ende Henrick van Dieze, Lulof van Sulfwolde, Rutger van Ulsen, Geert van Hune, Ludger van Ullenkote, Ulrich van Enschede, Goossen van Laghe, Rutger van der Eze, Conraet Schencke, Dirck van Bernekote, Arent van Zalland, Jan ende Lubbert van Hattum, Goossen van Oostewolde, Willem vanden Rhijne, Reinolt ende Jacob van Doornick, Arent van Mekelenhorst, Evert van Sutendorp, Roelof van Steenholt, Alef van Reekelinchusen, Stille Claes, Florens ende Florijn van Benthem, Harmen Boetzelaer, Conraet van Berentrop, Thomas van Hulschar, Reinolt van Holten, Alef Colde, ende sijn soone, Warner van Beerze, Lambert van Netelhorst, Hartger van Weerselo, Almerick van Avesate, Hendrick van Vlederinge, Conraet Arent ende Ludeken van Ootmarssen Conraet van Butele, Seino van Dalfsen, Wijchard Bensinck, Ritbert van IJsselmuiden, Rolef van Uphente, Rijckwijn van Hasselt, Dirck van Keppel, Jan Paus, Elias van Elderick, Claes van Berckhusen, Engelbert Ridder des Heren van den Berghe, Jan van Palleweghe, Hendrick van Louhum, Rutger van Doorn, Lindelof van Zulfwolde, Dirck van Witzade, Geert van Lingen, Hendrick Cnoop van Demersbach: dese mit meer

|pag. 80|

anderen hebben haar levend in den voorseiden strijdt gelaten, beide inder zudden, ende mit den swaerde ende sijn van daer soo men op een plaetse beschreven vint gevoert ten Swarten water en aldaer mit jamer begraven, andere seggen dat sij te samen te Gramsbergen buiten op den kerckhof in Gode rusten ende daer verrijsen sullen, maer alleend waer de goede verrijst. Dus vere de voorseide Chronijcke. Dese nederlage van dat machtige heijr des Bisschops ende die doodt van soo veel edelen ende ander goede luden, is geschiet den vijfden August int jaer 1227 ende is een exempel, dat vele van weinige geoefende van ongeoefende soldaten kunnen verwonnen worden. Dat oock gelegenheit van plaetse ende voorall goede orde dienstig sijn om niet geslagen te worden.

_______

Category(s): Overijssel
Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *