Godeboldt

GODEBOLDT

XXIVe. Bisschop van Utrecht.

     Godebolt als sommige schrijven, een Vriese van afkomst, is na den overledenen Bisschop op den stoel gekomen, worde gehouden voor een vroom ende relligieus man. Enige van sijne voorsaten hadden der Keiseren partije gevolgt tegens die oppermacht der Pausen int stellen van Bisschoppen ende andere prelaten, waeromme sij in ongunst bij de Pausen gekomen waren, ende daerom eenen langen tijdt herwaert mit den Bisschoplicken hoedt ofte mijter niet waren verciert, behelpende sich allene mit de Kerckelicke investiture. Maer dese Bisschop heeft wederom die gunste des Paus (doemaels Calixtus de twede) ende den Bisschoplicken mijter tot Rheems ao. 1120 in den Concilio bekomen, sonder twijvel tot groot misnoegen van K. Henrick de vijfde welcke int voorseide Concilium een vijandt der Kercke is verklaert. Anno circiter 1121. Imperator impar factioni Pontificum Romanorum, diffidens rebus suis atque eventu causae desperans cum Callisto in gratiam redijt ex summaque discordia reconciliati sunt. Aventinus. Oock worden aldaer die investituren der Kercken die van die Keiseren gedaen waren als Simonie verordelt. Het houwelick een onreinigheit genoemt, ende den Priesteren, en Diaconen verboden, ende den Ban geschiede solemnelick met 427 angestekene keerschen tegen diegene soo tegen die Canones deses Concilium sich

|pag. 47|

vergrepen, ofte schuldig worden. Soodanige decreten deses Conciliums waren niet min verworpelick als hatelick bij vele menschen soo Geestelicke, als wereltlicke, altoos die Keiser vant sich hierdoor ten hoogsten verongelijckt, ende vele Kerckelicke personen dien het houwelick verboden worde, ende belast dat sij hare echte ende wettelicke huisvrouwen, ofte haer bedienonge moesten verlaten ten hoogsten verlegen, ende vele van deselve onwillig, omdat Godt den Kerckelicken nergens den echten staet verboden hadde, maer een iegelick toegelaten als een middel om hoererije te vermijden. In gevolg van welcke toelatinge vele dienaers der Kercken in Duitslant, Engelant, Noorwegen, IJsslandt, ende vele andere landen tot de Bisschoppen toe getrouwt waren. Gelijck noch opten dagh van huden dat selve in Grieckenlant, Moscoviën, Asia, ende meer andere landen haerluden is geoorlooft. Oock was hetselve gebruickelick bij de Christenen die de Portugiesen ao 1504 in de ontdeckinge van Oost-indiën tot Cranganor achter Goa gevonden hebben, als Osorius Bisschop van Sijlvij verhaelt in sijn 3. boecken, welcke vrijheit om te trouwen, als oock het ontvangen des Avontmaels onder twee gedaenten sij seiden ontvangen te hebben van St. Thomas den Apostel, die haren voorolderen sulcks geleert hadde. Waerbij deselve Christenen soo volstandig sijn gebleven, dat een Bisschop van deselve, hoewel tot Romen geweest sijnde, ende sich den Paus onderworpen hebbende, nochtans geen veranderinge daervan, ende van andere ceremonien heeft willen toestaen, ofte sich mit het Pausdoom in relligionsaken conformeren, hoewel tot een gemeen Concilium van den Aertsbisschop van

|pag. 48|

Goa, ende de Bisschoppen van Cochijn, Malacca ende China, beroepen was binnen Goa, twelck geschiedt is omtrent het jaer Chr. 1581. als Linschoten verhaelt cap. 15. sijner Indischer historie, soodat bij vele natiën ende Volcken dese Pauselicke wet van ongetrouwt te blijven geen plaetse heeft kunnen vinden.
     Perversa equidem papalis theologia, permittere meretricium mortale peccatum, ut evitentur majora peccata et prohibere matrimonium a deo institutum ad evitandum fornicationes aliasque libidines.
     Maer om verbij te gaen die costumen van vreemde volcken strijdende tegens sulcken Pauselicken decreet, self die Bisschoppen konden dit juck, dat sij een ander opleiden, niet dragen, getuigen daervan sijn soo veel Bastarden die sij hebben nagelaten; noch sij hebben dese wet doorgaens in haer eigen Bisdomme kunnen invoeren, dat is gebleeken in de Vriesen, die hoewel sij stonden onder die Bisschoppen van Utrecht, nochtans datselve gebodt niet hebben achtervolgt, want Aneas Sijlvius, die namaels Paus worde ende geleeft heeft ao, 1460, verhaelt van die Vriesen, dat sij die onkuisheit der vrouwen swaerlick straften, wilden oock niet dat die Priesteren sonder behulp van een vrouwe sijn, om sich mit andere niet te besmetten, want sij achten, dat niemant hem konde onthouden.
     Int jaer onses Heren 1123 omtrent den dagh der geboorte Christi was Keiser Henrick binnen Utrecht, alwaer uit een geringe oorsaecke een groten twist ontstont tusschen het hofgesin van den Keiser ende die dienaers van den Bisschop van Utrecht, waerop een groten oploop is gevolgt, selfs van de burgeren der stadt, van welcke eenige sijn doodtge-

|pag. 49|

slagen ende veel andere gevangen genomen. Die Bisschop selver worde oock gevangen, als schuldig van ontrouwe tegens den Keiser.
     Die Chronijcke van Hollant, doet hierbij, dat de Keiser tot versmadinge des Bisschops dat huijs te Schulenburg, gelegen tot Hellendoren in Sallant, heeft belegert. Waertegen Lotharius, (die namaels Keiser worde, ende een broeder was van Petronella Gravinne van Hollant) mit den Bisschop van Munster een machtig leger heeft te velde gebracht, om den Keiser van den Schulenburg te verdrijven waeromme sij haer leger dichte bij des Keisers leger hebben neergeslagen, maer om die broecken ende moerassen die tusschenbeiden lagen, konden beide partijen malckanderen niet antreffen. Hartogh Lotharius siende, dat hij aldaer niets konde uitrichten, heeft de Keiserlicke borgt belegert, om den Keiser door dit middel van den Schulenburg af te trecken.
     Des Bisschops ende Hartogs krijgslieden, bestormden die borgt, ende klommen vechtenderhant op die muiren, doch worden mannelick van des Keisers volck terugge gedreven. Die Keiser horende dat grote gewelt dat sijne vijanden op sijn slott deden, ende den noot waerin sijn volck geraeckte, heeft den Schulenburg verlaten, opdat hij haer mochte verlossen. Ondertussen Hartog Lotharius sulx verstaende is van Deventer opgebrocken, ende versach de Schulenburg mit alle nootdruft ende is alsoo mit sijn krijgsvolck vertrocken. Als nu dese partijen niet anders dan landtbederven hadden uitgericht, is endtlick dese twist neergeleit, ende door intercessie van vele Lantsheren ende voornamelick van Frederick den Bisschop van Colen, is die Bisschop van Utrecht, mits betalende

|pag. 50|

tot rantsoon een groote somme geldes, uit sijn gevanckenisse ontslagen.
     Int voorseide jaer inde maent Augusto, heeft Keiser Henrick enen brief gegeven, daerin hij den borgeren van Deventer quijtscheldet ende bevrijdet, dat se niet meer gehouden souden sijn den doop ende begravenisse der doden te redimeren, noch ook meer behoeven te betalen, Denarios Domorum; mits dat Deecken ende Capittel voortaen die Kercke tot Raelte souden mogen vergeven.
     Hierna in den jare 1125 is de Keiser binnen Utrecht gestorven. Hem is int Keiserijck gevolgt Lotharius; dese heeft de Graefschappen Oostergo, ende Westergo den Bisschoppen van Utrecht ontnomen, ende sijn suster kinderen den Graven van Hollant gegeven.
     In Novemb. des jares 1128 storf B. Godebolt, ende is int Clooster Oostbroeck bij Utrecht begraven, alwaer hij die orde Benedicti ende die professie des selven regels hadde angenomen.
     Sub hoc Episcopo fuit in Germania celebrata sijnodus Fridslariae cui ipse interfuit. Vide Hedam p. 154.
     Anno circiter 1121. Imperator impar factioni pontificum Romanorum diffidens rebus suis atque eventu causae desperans cum Callisto in gratiam rediit ex summaque discordia principes Romani reconciliati sunt.                                                                                                                                  Aventinus.

_______

Category(s): Overijssel
Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *