Ludgerus

LUDGERUS

Xe. Bisschop van Utrecht.

     Uijt seeckeren brief, waerin de Keiser Lotharius enige gerechtigheiden an de Kercke van Utrecht omtrent het jaer 846 verleent heeft, wordt bevonden dat tot Utrecht in dien tijd een Bisschop is geweest wiens name was Egihardus, doch dese wort van alle historischrijvers vergeten; enden aest den overledenen Alfricum stellen sij eenen Ludgerum als thijende B. van Utrecht, ende Over-IJssel. Heda schrijft dat de

|pag. 22|

selve maer een jaer heeft geregeert, maer andere seggen van ses jaren. Aldus is bij den historischrijvers te sien een groot verschil angaende de regerongen dergener die de Kercke van Utrecht hebben bedient: twelck grote onseeckerheit veroorsaeckt, ende nochtans niet kan weggenomen worden, overmits van dese oude tijden weinig monumenten sijn te bekomen.
     Int jaer 847 sijn de Noormannen al weder in dese landen gevallen, ende hebben Duerstede ten tweden mael overweldigt, niettegenstaende de selve stadt van haer eigen natie, doch Christen geworden sijnde, bewoont was. Benevens dit onheil der Noormannen, is oock sulcken hongersnoot over Duitslant gekomen, dat de ouders haer kinderen, ende die kinders hare ouderen uit gebreck van spijse hebben gegeten omtrent het jaer 850.
     [850]. Quo eodem anno Roruc Normannus per ostia Rent fluminis venit Durostadum et occupavit eam et possedit, qui temporibus Ludovici imperatoris cum fratre Harialdo vicum illum jure beneficii possederat, sed post obitum imperatoris defuncto fratre apud Lotarium proditionis accusatus expulsus fuerat. Cumque a Lotario sine periculo non posset expelli in fidem receptus est ea conditione ut tributis caeterisque negotiis Regis fideliter inserviret et piraticis Danorum incursionibus resisteret.
                                                                                                                   Incertus auctor.

_______

Category(s): Overijssel
Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *