Voorberigt

VOORBERIGT.

______

     Hebben wij in eenige nommers der Steenwijker Courant (van 22 Oktober 1850 tot 27 Mei 1851) de herinnering verlevendigd van belangrijke gebeurtenissen, die vooral in de dagen onzer worsteling tegen Spanje te Steenwijk en Blokzijl zijn voorgevallen, een herhaald onderzoek der gebruikte en de inzage van nieuwe bronnen wekte ons op, om dat onderwerp op breeder schaal te bewerken, en er een en ander omtrent Kuinre bij te voegen.
     Onder de menigvuldige geschiedwerken, die wij geraadpleegd hebben, zijn er vooral twee, die eene bijzondere melding verdienen, namelijk: Memorien van den gedenckwerdigen dingen, dier in den Nederlandischen Provincien van Frieslant, Overijssel, Omlanden, Drenthe, Greuningen ende Lingen, met heuren bijliggenden frontieren geschiet syn: Beschreven door Reinico Fresinga, gedrukt te Deventer bij Fridzert van Kampen 1584, – en, Die Belegeringe, Besettinge ende Ontsettinge der Stadt Steenwyck en Sticht van Overijssel, Anno 1580, Beschreven door Wilhelmum Lanium. Dit laatste hoogst zeldzaam voorkomende boekje bevindt zich in de Koninklijke bibliotheek te ’s Gravenhage, en werd met de meeste goedgunstigheid ten gebruike afgestaan.
     Heeft de tachtigjarige strijd voor onze staatkundige en godsdienstige vrijheid een duurzaam gedenkteeken opgerigt ter eere van de dapperheid der Vaderen, ieder feit,

___

door den nakomeling aan de duisternis der vergetelheid ontrukt, of in een juister licht geplaatst, verhoogt en bevestigt dat schitterend gewrocht van voorouderlijken moed.
     Ook latere voorvallen, zoo als met Fledderus te Steenwijk, geven ons een dieper inzigt in den geest van een tijd, toen de willekeur van enkele personen of van hartstogtelijke coterien over het lot hunner medeburgers beschikte; zij doen ons het voorregt gevoelen van eene krachtige bescherming der wet.
     Bij de voorstelling der gebeurtenissen hebben wij eenvoudig de tijdsorde gevolgd, daar eene verdeeling in hoofdstukken eene zeer ongelijkmatige verdeeling zou geworden zijn.
     Waar wij om inlichting of medewerking verzocht hebben, werd zij ons welwillend toegestaan. Wij betuigen daarvoor onzen opregten en welgemeenden dank.
     Mogen deze geschiedkundige herinneringen medewerken om de volharding onzer Vaderen op prijs te stellen, en de liefde tot het Vaderland aan te kweeken, dan is de wenseh vervuld van
                                                                                                         den Verzamelaar.

                    LIJCKLAMA-STINS
          bij WOLVEGA, Julij 1853.

______

Category(s): Blokzijl, Steenwijk
Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *