De IJsselakademie, laatste der Mohikanen

De IJsselakademie, laatste der Mohikanen

H.C. Kleemans, burgemeester van Kampen

In het begin van de jaren zeventig verdween het garnizoen uit de stad Kampen. Diep betreurd door gemeentebestuur, burgerij en stadsschonen verdwenen 3000 militairen met vliegend vaandel en slaande trom over de oude brug, uitgezwaaid door de Rotary van de lange brug. De kazernes, eigendom van de stad Kampen aan de Koornmarkt, de Vloeddijk en het Van Heutzplein bleven leeg. De herinnering aan de goede oude tijd werd gekoesterd bij de burgerij. Zoals ook toen al gebruikelijk was, gaf het Rijk geen steun en hulp aan de gemeente Kampen, omdat zoveel werkgelegenheid verloren ging; maar moest deze oude stad haar eigen boontjes doppen.

De wonderen waren echter de wereld nog niet uit en zeker niet in de Godsstad aan de IJssel. De Koornmarktkazerne werd door de gemeente verkocht aan de Theologische Hogeschool. Grote problemen gaven echter de kazernes op het Van Heutzplein en de Vloeddijk. Hoewel onderhoudstechnisch deze gebouwen als een zware financiële last drukten op de begroting van de gemeente, stelde het gemeentebestuur de ruimten in deze kazernes ter beschikking aan diverse plaatselijke sociale en culturele instellingen. Onderhoud en exploitatie van deze gebouwen waren voor de gemeente een bijna onmogelijke opgave.

Het tij keerde echter en een nieuw wenkend perspectief kwam naar voren. De emancipatie van het Gereformeerde volksdeel werd voltooid door de stichting van een Sociale-, een Kunstakademie en een Akademie voor Expressie door Woord en

[pag. 5]

Gebaar. Later voegde zich daarbij de Journalistenakademie. De kazernes werden met hulp van het rijk verbouwd. De gemeente Kampen financierde deze verbouw voor. Bij het ontruimen van de kazernes had het gemeentebestuur problemen omdat de plaatselijke culturele instellingen elders moesten worden ondergebracht. De studenten die aan eerdere genoemde akademies wilden studeren moest ook woonruimte geboden worden in deze stad. De gemeenteraad moest warm gemaakt worden voor de komst van zo vele studenten.
Met veel pijn en moeite gelukte dat allemaal. Veel werd er geleden door het gemeentebestuur. Kritiek werd hem niet bespaard. Alles kon echter tot tevredenheid worden opgelost. Toch werden gemeentebestuurders in die tijd erg beschadigd door de vaak onterechte kritiek. De pacificatie van Kampen werd een feit, maar dat alles na veel moeite, pijn, teleurstellingen en tegenslagen. Kampen beleefde haar eerste kraakacties. Studenten met blauw haar en andere gedragspatronen mengden zich onder de bevolking. Graffiti kalkten hun leuzen op muren van de stad: ’’Achter de gordijnen gebeurt het. De lente begint, maar niet in Kampen. Kampen een slang met twee koppen. Gemeenteraad is studentenhaat.’’
De stad kwam het allemaal te boven. Er werd gebouwd en gerenoveerd in de binnenstad. Riante onderkomens verrezen voor de studenten en de plaatselijke sociale- en culturele instellingen. Er kwam een periode van rust en tevredenheid over datgene wat bereikt was. Kampen was uiteindelijk content met de komst van zo vele studenten en de studenten met Kampen.
Kampen werd een echte studentenstad. Jaloersheid stak toen echter de kop op. Het was te mooi om waar te zijn. Dat kon toch niet, dat mocht toch niet, dat zo veel goeds in zo korte tijd tot stand was gebracht. De Minister van Onderwijs en Wetenschappen beschikte in zijn ondoorgrondelijke wijsheid, dat alle akademies moesten worden gehuisvest in Zwolle, ondanks veel kapitaalverlies. Ook die stad moest worden opgestoten in de vaart der volkeren. Hoe Kampen ook protesteerde, men luisterde niet naar de gerechtvaardigde kritiek van Kampen. Men liet deze luisterrijke stad weer alleen.
De vrije Hanzestad moest maar zorgdragen voor nieuwe mogelijkheden. Deze stad bleef met de brokken zitten, maar versaagt niet. Wel geslagen, maar niet verslagen is het devies. In de schaduw van de komst van al deze akademies groeide een kleine orchidee. Liefderijk verzorgd door de toenmalige Lord-mayor van deze stad. Ik doel hier op de IJsselakademie. Het instituut dat onder andere historische- en actuele vraagstukken, die samenhangen met de regio, wetenschappelijk bestudeert.
Moeizaam was de start van deze akademie. Er was bij voortduring geen geld. De gemeenten subsidieerden dit instituut mondjesmaat, maar het bestuur geloofde in de uiteindelijke ontwikkeling. Het deed er alles aan om de akademie tot bloei te brengen. Na tien jaar mag men zeggen, dat de IJsselakademie vast is ingebed binnen de regio Zwolle en omstreken, hoewel de financiële armslag nog niet groot is.
De IJsselakademie kan een grootse toekomst tegemoet gaan als de subsidiënten solidair zijn en geen voorbeeld nemen aan de onberekenbare en vaak onbetrouwbare rijksoverheid. Wat gemeenten gezamenlijk tot stand brachten, moet geconsolideerd worden. De toekomst behoort aan de IJsselakademie als de subsidiënten trouw blijven aan hun eens gegeven woord. Moge ik de akademie toewensen quod felix, bonum, faustumque sit.

[pag. 6]

Category(s): Kampen
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *