Kruudmoes van de en het idee IJsselakademie

[pag. 2]

Kruudmoes van de en het idee IJsselakademie

drs. S. van Tuinen, eerste voorzitter

Mijn toespraakje is persoonlijk getint, dat merkt u al aan de titel. Een paar jaar geleden vroeg de Direktie onzer jubilerende Akademie mij oorsprong en start van de IJsselakademie te beschrijven; een tijdschrift had er om gevraagd. Ik voldeed aan het verzoek en stuurde mijn verhaal in schrift naar de Direktie. Het tijdschrift bleek niet meer geïnteresseerd te zijn; ’t bleef liggen.
Wel was mijn handschrift reeds overgetypt. De Direktie vroeg mij in ’t jubileumjaar een toespraakje te houden. Toen herinnerde ik mij: mijn ms ligt nog ter Akademie; ik vraag ’t weer op en put daaruit.

Boven de eerste par. had ik geschreven: Oosprong van de idee. De Direktie – wie dan ook – had bij ’t lidwoord de in margine een vraagteken gezet. Ik dacht: heb ik mij vergist? Zou ’t misschien een Friezisme zijn? Wat dan nog, dat is geen doodzonde en ik wil toch één brok Friezisme zijn!
Maar Koenen-Drewes redde mijn eer: idee onzijdig en (in wijsgerige of hogere stijl) vrouw.: het beeld dat de geest zich van iets heeft gevormd als eeuwig onveranderlijk grondbeeld … Ik laat dat eeuwig onveranderlijk nu maar zwemmen!
Het idee is dan o.a. denkbeeld, begrip … Vandaar mijn titel kruudmoes van de en het idee, zoiets als oerbeeld en uitwerking in de praktijk.

Eind 1970 migreerde ik – burgemeester van Dokkum – naar Kampen. Voor mij was het een beetje e-migreren; ik raakte mijn Fries verleden niet kwijt. De Kamper toekomst leek niet rooskleurig. De stad raakte achterop. En nu moest ook nog juist in mijn tijd het stadsbestuur zijn houding bepalen t.a.v. de gewestvorming. Na enige Kamper jaren werd een verzoek tot mij gericht om over de plaats en functie van Kampen iets te zeggen op een vergadering van het Gewest Zwolle, in Kampen, in onze vernieuwde Stadsgehoorzaal, op 8 jan. 1975. Dat verzoek dwong mij temeer om mijn toekomstideeën t.o.v. Kampen te formuleren en soms wel te creëren. Op die Gewestdag was één van mijn stellingen dat iedere gemeente binnen het gewest haar bijzondere capaciteiten en mogelijkheden zou moeten uitbuiten. Dan leg ik de nadruk op Kampen als zetel van twee Hogescholen (dus wetenschappelijk onderwijs) en aan het slot lanceer ik de idee van een IJsselakademie, een variant van de Fryske Akademy. Een werkgemeenschap ter wetenschappelijke bestudering van onderwerpen die in verband staan met onze regio.

De idee van de stichting van een IJsselakademie kwam bij mij voort uit a) mijn ervaringen in Friesland waar mij het grote profijt van zo’n adres gebleken was voor bestuurders, beoefenaren van regionaal-gebonden wetenschappen, voor de goede amateurs b) het nadenken over de toekomstmogelijkheden van Kampen, intra- en extra-muraal c) de plaatsbepaling van Kampen in de hiërarchie van kernen in de regio d) het versterken van een regionale binding in een gebied zonder sterke historische traditie: oud en nieuw land in een provincie zonder sterke samenbinding.

Als naam werd door mij gesuggereerd

[pag. 3]

IJsselakademie; de benaming akademie was in die tijd nog niet zo algemeen als in later jaren ter aanduiding van instellingen voor hoger beroepsonderwijs.

Het idee van de uitwerking

Het was voor mij van het grootste belang dat ik voor de uitwerking een beroep kon doen op mijn kabinetschef Nuijtens die de administratie verzorgde en met wie ik diepgaand van gedachten kon wisselen. In juli 1975 bracht ik een nota met voorstellen over ons onderwerp ter vergadering van B en W (helaas nu onvindbaar). De beslissing was o.a. dat B en W een werkgroep zouden vormen met als opdracht te onderzoeken of ’t oprichten van een IJsselakademie zin had en dan natuurlijk ook de vragen van een juridische vormgeving, van de financiering enz.

Het vormen van een werkgroep ging vlot; de groep werd snel een hechte club en ’t was een plezier voor mij de club te leiden. Ieder lid werd enthousiast. Zij toog snel aan het werk (1975/1976) en produceerde concept-hoofdstukken voor een rapport. Zij bracht ook bezoeken aan Rijksinstanties als ZWO, ’t Ministerie van Wetenschap, de Kon. Academie. De ontvangst was overal welwillend. Maar geld voor ons regionaal instituut zou er niet komen. Ik had mij daar zeer op verkeken; de Commissie moest vooral het financiële huiswerk over maken. Er kwam een nieuwe opzet; een startsubsidie van de stad Kampen voor 1976 (kosten drukken van ’t Rapport, reizen en dergelijke…) En dan – al zeg ik ’t zelf – een luminees idee: een bescheiden opzet maken voor een lustrumperiode van vijf jaar.

In die vijf-jaar-periode moest de IJsselakademie zich waar maken. Na die lustrumperiode was iedere overheidsdeelnemer vrij om verder te gaan of af te haken. De regionale overheden moesten vijf keer een jaarlijkse bijdrage toezeggen. Kampen moest als residentie voorop lopen en toezeggen een fors bedrag van vijf keer ƒ 35.000,-. Dan zouden de Provincie(s), Zwolle en de kleinere gemeenten – naar wij hoopten – wel volgen. Van die kleinere gemeenten wilden wij voor vijfjaar een bedrag per inwoner vragen van één kwartje. Ik eigen mij dat idee van ’t lustrum kwartje toe; mijn auteursrecht! B en W van Kampen snoeiden mijn Kamper bedrag voor 1977 in tot ƒ 15.000,-. Dit voorstel kwam ter tafel in de raad december 1976 over de begroting 1977. Hiermede zijn onze werkgroepverdiensten bijna beëindigd. En ook mijn verhaal, ware het niet dat ’t voorstel in die decembervergadering 1976 ’s nachts om ongeveer drie uur verworpen werd! Dus getorpedeerd de en het idee.

Mijn innerlijke gedachten toen? Iets als stik, waai op, plof e.d. Als dat kleine Kamper volkje niet wil, dan niet. Ik houd mijn Fryske Akademy wel. Gelukkig, de enthousiaste werkgroep o.l.v. de vice voorzitter was wijzer dan ik. De Kamper leden schreven een brief in gematigde toonzetting. Mr. Reinders schreef ook een voortreffelijk stukje voor zijn rode broeders en zusters in het Rode Contact dat ik nog nooit met zoveel wellust en genoegen had gelezen. En de journalist Bleeker schreef in zijn Kamper Nieuwsblad een uitstekend artikel onder de kop Vreemde beslissing. Dank zij deze strategie kwam het onderwerp opnieuw via de Commissie Algemene Bestuurszaken met een gunstig advies in de Raad van januari 1977! Motief, een misverstand (een enig woord!). Vooral te wijten aan de Voorzitter: ik had te lang in de december-nacht gepreekt. Ik allang blij; de motivering van de bekering interesseerde mij niet. ’t Rapport verscheen in februari 1977 (’t is al jaren antiquariaat). De Commissie kon gaan bedelen en ging

[pag. 4]

daartoe op huisbezoek met kleine subcommissies van wisselende samenstelling en niet te vergeten kleur! De ervaringen vormen een hoofdstuk apart. De leden werden de Joden een Jood, de Grieken een Griek, de Zwollenaren een Zwollenaar, de Urkers een Urker, de Hattemers een Hattemer enz. Practisch alle bezochte gemeentebesturen hebben de gevraagde medewerking gegeven. Het Provinciaal Bestuur van Overijssel wenste alvorens te beslissen een advies van de Provinciale Culturele Raad, die na een bespreking een bijzonder gunstig rapport heeft uitgebracht. Ook ’t Provinciaal Anjerfonds reageerde zeer royaal. De Stichting kon worden opgericht.

Op 11 augustus 1977 werd de acte gepasseerd voor Notaris Pel, zelf warm medestander. Part-time personeel werd benoemd.
Nummer één van een huisorgaan verscheen in oktober 1977; het openingsartikel van het medelid Eskens had als titel: Het werk ligt voor ’t oprapen. Een proeve van een goede IJsselakademie uitgave verscheen en werd feestelijk aangeboden in de Weerribben. Zo eindigde het bedeljaar 1977 hoop- en troostvol. De idee werkte. Het idee vond steun. Kruudmoes van de en het. Wat betekent kruudmoes? Vraag ’t Kleusien, auteur van de meest herdrukte uitgave van onze IJsselakademie.

Category(s): Kampen
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.