De Schepenzaal Kampen

De Schepenzaal Kampen

 

Titelpagina

Titelpagina

Schepenzaal_1

 

 

 

 

 

 

 

 

De schepenzaal in het uit het midden van de 14e eeuw daterende Oude Raadhuis is eeuwenlang de plaats geweest waar door het stadsbestuur recht is gesproken over de inwoners van Kampen.
Tijdens de middeleeuwen en in de tijd der Republiek bezat de magistraat, bestaande uit schepenen en raden, de bevoegdheid te oordelen zowel in burgerlijke zaken als in misdrijven.
Het interieur van de schepenzaal is goeddeels tussen de jaren 1543 en 1545 gebouwd. Slechts de ramen met hun beglazing en de daarin aangebrachte wapens dateren uit 1895 en 1914. De gebrandschilderde ramen zijn vervaardigd door Joep Nicolas sr. De vloer is oorspronkelijk van steen geweest, in mozaïek vorm.
Een hevige brand heeft het stadhuis in 1543 in de as gelegd, waarbij een gedeelte der muren en het metselwerk van de schepentoren behouden bleven. Het stadsbestuur heeft na de ramp niet geaarzeld het raadhuis weer te herbouwen. De stadsmetselaar, Berend van Coesvelt, timmerman meester Goessen en Herman Leyendekker, de dakbedekker, verzorgden het buitenwerk.
Aan het interieur werden kosten noch moeite gespaard. Als wij door de, wat ongelukkige, toegang via het Nieuwe Raadhuis, de schepenzaal betreden, bevinden we ons in een klein voorportaal, voorzien van twee deuren met daarboven een kinderfiguur die naar het schepengestoelte wijst. De linkerdeur was bestemd voor de schepenen en de rechterdeur voor de verdachten.
De zaal zelf is met eikenhout beschoten en bedekt met een houten tongewelf. Beneden aan de balkplaten bevinden zich ronde schilden met tenanten, waarop afwisselend de stadskleuren (wit en blauw) en het stadswapen.
De zaal wordt verdeeld in twee helften. Het voorste gedeelte was bestemd voor de advocaten van de verdachte en het belangstellend publiek. Het achterste gedeelte is de ruimte waar het stadsbestuur zitting hield. De afscheiding daartussen bestaat uit een houten

[]

Schepenzaal_4

 

balustrade waarop colonetten, afgedekt door kapitelen en friesen.
Voor deze balustrade bevindt zich een verhoging, waarop de advocaten stonden bij het uitspreken van hun pleitrede, waarbij de tekst ervan gelegd werd op de houten rol.
De rondom aangebrachte zitbanken in het achterste gedeelte zijn, in zwart, beschilderd met allegorische voorstellingen en bladmotieven in Italiaanse stijl. Tegen de achterwand bevinden zich de schouw en het schepengestoelte die door hun afmetingen beide wel wat domineren.
De witgeschilderde bergstenen schouw is tussen 1543 en 1545 vervaardigd door Colijn de Nole, afkomstig uit Kamerijk. De kunstenaar had in die tijd in Utrecht een atelier, waar hij werkte aan het grafmonument van Schenck van Tautenburg. Zijn leertijd had hij in Antwerpen doorgebracht, wat op zijn werk een Vlaams stempel heeft gedrukt. De gehele schouw is bedoeld als een hulde aan keizer Karel V, al komt de opzet ervan slechts in enkele details tot uiting.
Boven in de top prijkt het borstbeeld van de keizer en daaronder het wapen met zijn spreuk ,,Plus oultre’’.
Daaronder: Carolus V, Romanorum imperator semper augustus’’.
Op de schuine schacht van de schouw stelt de groep middenin de Gerechtigheid voor, onder een driehoekig fronton, die met het zwaard het aan haar voeten neergestrekte geweld bedwingt, met daaronder de woorden: ,,iustitiae gladio Martis violentia cessit’’, voor het zwaard der gerechtigheid wijkt het oorlogsgeweld.
Het hoofdgedeelte van de schouw is overladen versierd met beelden, leeuwen, engeltjes en schelpmotieven en is door pilasters en karyatiden verdeeld in vier nissen. Links staat Prudentia, de Wijsheid, rechts Fortitudo, de kracht, terwijl in de middelste nissen leeuwen een vaandel hoog houden met het Kamper wapen en de Kamper vlag. Aan de linkerzijde staat nog de uitbeelding van de Vrede en aan de rechterzijde de Matigheid. Onder deze nissen loopt een

[]

De Schepenzaal

De Schepenzaal

 

Schepenzaal_4

kroonlijst, met in het midden een bord, gehouden door twee engelen, met de woorden ,,Regna cadunt luxu, surgunt virtutibus urbes; publica res crescit pace, furore perit’’. De koninkrijken gaan ten onder door weelde, de steden komen op door degelijkheid; het algemeen belang vaart wel in vrede, maar gaat door dwaasheid te gronde. Boven dit bord prijkt nog een beeldje van Charitas, de Naastenliefde. Onder deze kroonlijst loopt een gebeeldhouwde fries met vier voorstellingen, n.l. aan de linkerzijde ,,Coriolanus voor Rome’’, midden links ,,Salomo’s eerste recht’’, midden rechts ,,Mucius Scaevola voor Porsenna’’ en aan de rechterzijde ,,Manlius Curius Dentatus die de geschenken van de Samnieten weigert’’.
De gehele schouw wordt tenslotte nog gedragen door twee karyatiden.
Naast de schouw bevindt zich het houten schepengestoelte bestemd voor de beide voorzittende schepenen. Het werk is een goed voorbeeld van renaissance-stijl. Dit is des te opmerkelijker omdat niet een erkend kunstenaar hieraan zijn krachten heeft gewijd, maar de meester-timmerman en stadskistenmaker meester Frederik. Wij weten geen nadere bijzonderheden, noch omtrent zijn persoon, noch betreffende zijn verdere werk. Wij moeten volstaan met dit gestoelte, dat, hoewel niet overdadig versierd, toch een rijkdom aan details laat zien. Faunen, satyrs en acanthusbladen verlevendigen de harmonische compositie van het geheel.
Meester Frederik werd bij zijn werk geassisteerd door zes knechts, van wie Pieter van Cranendonck nog vermeld mag worden als de maker van de kinderfiguren boven het portaal en de schepenstoel.
Dank zij de papieren, bewaard op het gemeente-archief, zijn wij ervan op de hoogte dat het tussen Colijn de Nole en meester Frederik niet altijd pais en vreê was. De achtergrond hiervan was waarschijnlijk de jalouzie van meester Frederik dat het grootste en meest indrukwekkende werkstuk, de schouw, niet aan hem maar aan een ander was opgedragen. De wraakneming hiervoor kunnen wij

[]

Schepenzaal_3

 

thans nog zien: op de kolom, direct naast de schouw, bevindt zich een satyr, die, in tegenstelling tot de overige, smadelijk lacht, met het gelaat gekeerd naar de schouw en wat lager nog een figuur die de tong uitsteekt.
Boven het gestoelte is een paneel aangebracht met een voorstelling van ,,Het laatste oordeel’’, vervaardigd door de Kamper schilder Ernst Maeler in 1545.

In de betimmering links van de schouw bevindt zich nog een kast, daterend uit 1647. Deze heeft gediend voor de berging van het stadszilverwerk. Daarboven liggen in een vitrine de oude beulszwaarden, als herinnering aan de vroegere rechtspleging in criminele zaken.

In de zaal bestemd voor de advocaten en het publiek bevindt zich nog een deur, die toegang geeft tot de schepentoren. Achter de houten deur is nog een ijzeren exemplaar, dat in 1362 als krijgsbuit door de stad uit de stins Voorst bij Zwolle is meegenomen.
De dicht opeen geklonken ijzeren staven en de erin aangebrachte ronding duiden erop dat de deur bestemd was vijandelijke aanvallen te weerstaan. Bij de brand in 1543 heeft hij nog eenmaal dienst-gedaan als brandwering. In de schepentoren werd n.l. het archief van de stad bewaard, dat daardoor voor de ondergang werd gespaard.
Boven deze deur hangen in een vitrine vijf koperen brandspuiten, daterend uit 1558. Aan de wanden ziet men nog een verzameling pieken en een aantal hellebaarden, waarmede de burgerij na het vertrek van de Franse legers in 1813 werd bewapend. Tenslotte staan in deze ruimte, ietwat misplaatst, een tweetal platte vitrines met stempels en afslagen, afkomstig uit de Munt, die te Kampen vanaf de late middeleeuwen tot 1809 heeft gefunctioneerd.

UITGAVE GEMEENTE KAMPEN – DRUK ZALSMAN KAMPEN

Achterkant omslag

Achterkant omslag

 

Category(s): Kampen
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *