Dijkregt van Hasselt

{Titelpagina}

[pag. 2]

{blanco}

[pag. 3]

 

OVERIJSSELSCHE

Stad-, Dijk- en Markeregten.

___________

TWEEDE DEEL. TWEEDE STUK.

Dijkregt van Hasselt.

__________

ZWOLLE,

W. E. J. TJEENK WILLINK.

 1873.

[pag. 4]

{blanco}

[pag. 5]

 

DIJKREGT VAN HASSELT.

__________

 

Slechts één Hs. komt hiervoor in aanmerking. De officiëele tekst van dit Dijkregt toch is zonder twijfel die, welke aangetroffen wordt in de Notulen zelve van Ridderschap en Steden, die het vastgesteld en gepubliceerd hebben. Het is te vinden fol. 207 vo.-211 vo. der Resolutiën van het jaar 1676 in dato 9 April.
Er is derhalve geene enkele reden om op te geven in hoeverre deze tekst afwijkt van dien, welke voorkomt in het Hs. onder Vollenhove als Hs. E. aangeduid.
Een ouder Dijkregt van Hasselt is tot dus ver niet te vinden; uit het slotartikel schijnt men echter te mogen opmaken, dat dit wel bestaan heeft.

__________

 

[pag. 6]

{blanco}

[pag. 7]

Gelesen het bij Burchard van Hattum ende Dr. Bardenis aan de Ords, Gedeputeerden overgegeven concepte Dijkregt , voor de Gedijkten van de Hasseler Karspelz schouwe mette remarques ende veranderinge daarop ende in, bij Welgem: Gedeputeerden op den 11en febr. laatstleden geformeerd. Waarop sijnde gedelibereerd, is hetselve vervolgentz g’arresteerd, gelijk het word g'arresteerd in ende vermits desen, om op de naam van ridd : ende steden, in forma te worden uitgegeven.

1. De Dijken sullen gemaakt worden op sijn kruin 20 voeten breed, ende van buiten na ’t Swarte water enigsintz dosserende, ende de hoogte sal gemaakt worden na ’t goedvinden van Dijkgreve ende Heimraden, die daarover jaarlijx sullen schouwen.
2. De eerste schouwe sal gegaan worden op den 7en van April, alz wanneer Dijkgreve ende Heimraden op den dijk sullen verschijnen, neffenz de Erfgenamen, om de geboden te leggen over het maken van de dijken, stouwe ende zegravenz, ende die gene die alz dan selve of door een gemagtigde op sijn onraad niet verschijnd sal verbeurd hebben 14 st.
3. ln gevolg de gelegte geboden, sal de Dijkgreve op den 21en Meij de schouwe doen, om te bezigtigen, of de dijken, stouwen of weteringen na de geboden van Dijkgreve

[pag. 8]

ende Heimraden opgemaakt sijn, ende alle de einden, so alzdan ongemaakt bevonden worden, daar voor sal te breukke betaald worden 14 st.
4. Na dese schouwe sal de Dijkgreve na vereijsch ende goedvinden van de Heimraden, veertijn dagen daaraan, nog een naschouwe doen, ende wienz dijken, stouwen ende weteringen, alzdan bevonde worden na behoor niet gemaakt te sijn, daar van sal voor ijder einde betaald worden 1 ggl. ende ’t gene niet gemaakt is, sal de Dijkgreve op de schouwe besteden, genietende den derden penn. meerder, alz waarvoor het bij den mijnder aangenomen is.
5. In val ijmand op den dijk alz de schouwe gegaan word, den Dijkgreve ofte sijn Heimraden enig onlust aandede, ofte met quade of injurieuse woorden qualijk bejegende, sal verbeuren aan den Dijkgreve ende Heemraden 10 ggl.
6. In val ook de Erfgenamen, de ene tegenz den anderen, op de schouwe eenige scheldwoorden quam uit te spreken, over het maken van dijkken, stouwen of weteringen, sullen verbeuren aan den Dijkgreve ende Heimraden 5 ggl.
7. Een ijder sal de aarde, daar hij mede dijken sal , moeten halen half van binnen ende half van buiten, so de eerde buiten sal sijn te bekomen, regt afgaan op den voet in de Mastebroeker Schouwe gebruikelijk.
8. Niemand sal enige beesten, peerden ofte verkenz aan desen dijk mogen weijden bij poene van 2 ggl. boven de kosten van de Executeurs, van ijder beest aan den Dijkgreve te verbeuren, maar sal een ijder der gedijkten, sijn eijgen dijk mogen maijen, ende de vrugten daar van also genieten, tot welken einde de gedijkten ten wedersijden van den dijk ’t eindes de schouw, een hekke tot haren kost sullen vermogen te setten.
9. In val jemand bevonden worde, die de Executeurs,

[pag. 9]

alz sij uit schutten sijn, een peerd, beest, ofte verken wilde ontjagen, sal aan de Dijkgreve verbeuren 5 ggl.
10. Alz Dijkgreve ende Heimraden op de schouwe ter voller eerde bevinden, een einde dijx, stouwe ofte zegraven, ongemaakt te sijn, ende dat daar niemand wilde voor loven, so sal den Dijkgreve sulx met kerkensprake bekend maken, met aanmeldinge wie boven ende beneden sijn, ende waar voor het onbeheerd einde dijx, stouwe ende weteringe is bestedet.
11. Ende in val niemand en erschijndt die het bijster einde dijx, stouwe ofte weteringe erkend, so sal de Dijkgreve de Viertijne verschrijven, op het bovenste einde, ’t welk eerstmaal gekornt is, om op een peremptoiren tijd, op al sulken bijster te erschijnen ende uijt te maken de naaste sevenz, te weten viere boven ende drie beneden.
12. Ende of ene van de viertijne op den aangestemden dag ter plaatse niet en compareerde (merkelijke noodsaken uitgenomen;) die soude een seven moeten blijven, al waard ook dat een ander naarder aan dat bijster gelegen waar, ’t welk de wete sal vermelden.
13. Of het ook gebeurde dat onder ene van de viertijne, meer Erfgenamen gehoorden, so sal de Dijkgreve alleen den Oudsten van de Erfgenamen, binnen ’s lands sijnde, verschrijven, sal mede in de wete verhaald worden, dat hij sijn mede-erfgenamen insinueer, en op den bijsteren dijk ofte weteringe met hem te compareren, omme ene van de zamentlijke Erfgenamen uit te lotten , om seven te wesen, ende of ene van de Erfgenamen niet en quame, die soude seven blijven.
14. Bij so verre ook onder die veertijne ener mit meer als [één] einde dijx bevonden worde, die selve sal maar eenz als veertijnde verschreven worden, ende dat van het eerste ende bovenste bijster gelegen.

[pag. 10]

15. De sevenz sullen wesen onbefaamt ende in ’t land g’ ervet ende gegoedet. nog Ehebreker nog doodslager, maar in plaatse van sulken, enen gequalificeerden Volmagtiger.
16. Nadat de Veertijne de sevenz sullen hebben uitgesloten, sal de Dijkgreve dieselve aanteikenen ende op den viertijnsten dag, met weten te verschijnen, om op het bijster te komen ende haren eed te doene, dat sij de bijsteren dijk willen geven in sodanig goed, waar uit de bijsteren dijk gesproten sij, dat sij beheert worde, ende den Dijkgreve van sijne gedane kosten voldoen.
17. Opten veertijnden dag sal de Dijkgreve ende Heimraden op het bijster erschijnen ende in val de sevene alz dan mede niet en compareren, so sal de Dijkgreve van nieuws met weten verschrijven, om op het bijster te komen, op den veertijnden dag daar aan volgende bij de poene van tijn oIde schilden.
18. Bij foute van comparitie, so sullen de sevene voor de laaste maal met weten verschreven worden, bij verlatinge van haar goed in Hasseler Karspelz schouwe gelegen.
19. Op welke laaste citatie de sevenz gehouden sullen sijn te compareren, ende desen naar volgenden eed te doen.
20. Dat sij de Dijk geven sullen in dat Erve ofte land in Hasseler Kerspelz schouwe gelegen, waar uit de laaste dijk gekomen is.
21. AIz jemand sijnen dijk verlaat, ende na dijkregte daar over is geprocedeerd, so sullen de sevenz geven des genen so sijn dijk mogte verlaten hebben, alle sijne roerende ende onroerende goed in Hasseler Kerspelz schouwe ende in ten Velde gelegen ten einde de verlatene dijk mag worden weder om beheerd.
22. Ende alz ijmand den bijsteren dijk met de begevene goederen gemijnd heeft, sal de Dijkgreve helpen den mijner,

[pag. 11]

dat hij alle die goederen mag bekomen, nogtans met sulken beding, dat alle die gene, de welke haar goederen mogten ontgeven sijn, in maniere voorschreven, ende binnen den tijd van veertijn dagen quame ende wilde den Dijkgreve pro quota van hare goederen afdoen, ende na advenant die lasten der dijken op hare goederen leggen, dat deselve sijne begevene goederen sal mogen vrijen, ende de dijkgiftonge na advenant genieten, uitbesondert die eerst sijn dijk moetwillig hadde laten liggen.
23. Dat bij so verre die gene wienz goederen begeven waren, binnen den tijd van veertijn dagen niet aan den Dijkgreve zig presenteerde, sal de conditien voor verhaald niet hebben te genieten, dat de goederen so begeven bennen.
24. Die gene die den bijsteren Dijk mijnet, sal schuldig ende geholden sijn, de Dijkgreve te voldoen alle de kosten, so geduirende de procederiuge geschied binnen, waarvoor hij suffisante borge sal stellen, daar mede de Dijkgreve te vreden sal sijn, ende dat datelijk na de giftonge voor ende al eer de sevenz van haren gedanen eed van den Dijkgreve sullen ontslagen wesen.
25. De Dijkgreve sal hebben te genieten voor alle gedane kosten ende uijtgelegte penn. den derden penn. namentlijk van twie drie wederom, alles conform het dijkregt.
26. Item so de Dijkgreve een einde bijsteren dijks bevonde in ’t gemeen ende aan verscheiden Erfgenamen behorende, ende uit enen boesem gekomen, sal daarop procederen, alz of het ene alleen toebehoorde.
27. Wanneer de Dijkgreve ende Heimraden den bijsteren dijk berijden, sal de Dijkgreve genieten een olden schild; de Heimraden ende Dijkschrijver ijder een halven olden schild, van ijder wete te schrijven ende te zegelen 1 gl. van de wete ende te dragen ijder uire gaanz 8 st.
28. Wanneer enige gaten in den dijk mogten komen

[pag. 12]

te breken, vijf voeten diep onder de groene sode, soo sullen Dijkgreve ende Heimraden hetselve besteden, om weder opgemaakt te worden twie voeten boven den olden dijk ende de penn. ende de kosten van dien vorderen op die voet ende maniere van de Landerien ende Ingelanden alz de onkosten tot het maken van den nieuwen dijk, onder dieselve ingelanden en gedijkten betaald sijn. 29. Item alz tot enigen tijden door ’t doorbreken van dijken een wade scheurde ende also groot, dat men daardoor niet wederom dijken mogt, sal de Dijkgreve ende Heimraden nevenz de Gedeputeerde erfgenamen tot nut ende oirboir des landes een bestek maken omme een inlage te leggen, maar bij aldien de nieuwe inlage meerder van roedental worde, alz den ouden dijk, sullen bij alsulken g’ val de verlenginge der roedentallen allene dragen wienz dijken naabuir waren geweest ende anderz niemand.
30. Ende sal voortaan op St. Peters avond alle jaar volgentz het olde gebruik ende accoord, uit de binnen Erfgen. enen nieuwen Dijkgreve, alz mede ook uijt de binnen Erfgen. twie nieuwe Heimraden ende Dijkschrijver van de binnen Erfgen. gekoren worden, so dog nogtanz, dat de oude sullen mogen worden gecontinueerd so lange de Erfgen. sulx sullen konnen goed te vinden.

Onderstond,

Eus. BORCH. BENTINCK.

__________

Category(s): Hasselt
Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *