III. DE GESCHIEDENIS van 1840-1871

III. DE GESCHIEDENIS van 1840-1871.

Nadat verscheiden gemeenten, die de Hervormde Kerk ver­laten hadden, de naam Christelijk Afgescheiden Gemeenten hadden aangenomen, werd daardoor de scheiding tussen onze gemeenten en die van onze tegenpartij verscherpt, vergroot en gemaakt tot een diepe klove. Immers daardoor lieten zij de historische lijn los, deden afstand van de Geref. naam, terwijl ze beleden Gereformeerden te zijn. Van tijd tot tijd werd ge­poogd, en het was ook zeer nodig, de Ger. Gem, die verstrooid waren, bijeen te vergaderen; immers gingen velen over tot de Christelijk Afgescheiden gemeenten, wat ook in de loop der tijden te Kampen was geschied. En toen bij de regeringsaan­vaarding van Willem II de tijden veranderden door het gema-

[11]

tigd optreden van deze Oranjevorst, was het gemakkelijker de band tussen de Kruisgemeenten vaster te leggen.
Op een vergadering van de leraren der gemeenten was ook Noorduyn van Noordwijk aan Zee aanwezig en werd voorlo­pig tot vereniging besloten. Dit geschiedde te Kampen. Op 4 en 5 Juni 1844, op een vergadering te Linschoten, tekenden de leraren, w.o. ook Hoksbergen, gezamenlijk het eedsformu­lier der Dordtsche Synode en verklaarden de afgevaardigde ouderlingen en diakenen, er zich te houden aan Gods Woord en de daarin gewortelde formulieren van Enigheid der Geref. Kerk. Zo trad naast de Christelijke Afgescheiden Gemeenten een andere kerkformatie op, n.1. die der Kruisgemeenten, die bloeiden onder ’s Heeren gunst, hoewel uitwendig bestreden.
Pogingen tot verzoening met de Christelijk Afgescheidenen bleven niet uit, daar men het heilloze van de verdeeldheid in­zag, maar men was besloten zijn rechten te handhaven. De vergadering, te Zwartsluis gehouden op 25 en 26 April 1849, waar de Afgescheidenen uitgenodigd waren, bleef zonder ge­volg; niet alleen door de geringe opkomst der Afgescheidenen (slechts 1 predikant, Ds. Bos van Hattem), maar ook wijl de bespreking niet vlotte. In Juni 1849 kregen verscheiden onzer predikanten particuliere brieven, om op de vergadering der Chr. Afgescheidenen te komen, die gehouden zou worden te Amsterdam. Toen wij echter zagen, dat het niet te doen was om een zuivere vereniging, maar om de gemeenten en leraars weer met schuldbekentenis als scheurmakers op te nemen, weigerden wij en bleven wijselijk thuis. In 1851 had nogmaals een poging plaats, doch zonder gevolg. Op de Synode der kruisgemeenten op 6, 7 en 8 Mei 1851 werd nogmaals de zaak breedvoerig besproken, maar daar de Chr. Afgescheidenen van naam en gevraagde vrijheid geen afstand wilden doen, was deze bijeenkomst ook zonder resultaat. (Slechts door en­kele Overijsselsche gemeenten werd bij de Tweede Kamer pro­test ingediend). Ook de scheuring die in de boezem der Afge­scheidenen ontstond, was geen oorzaak dat de rechtzinnige afgescheidenen zich met ons verenigden, want in 1854 werd die scheuring in Zwolle geheeld.
Intussen bloeide Kampen’s gemeente onder de gezegende prediking van Hoksbergen, die kennelijk in ’s Heeren gunst werkte. Oorspronkelijk werd door de onzen vergaderd in een kerkje in de Hofstraat, dat later, vermoedelijk April/Mei 1850, werd verwisseld met een gebouw op de Burgwal.
Oorspronkelijk was dit gebouw een brouwerij, die, door het kerkbestuur aangekocht, gesloopt en herbouwd werd tot kerk. Zelfs een orgel ontbrak niet. De eerste organist was Proper, een schoonzoon van Hoksbergen.

[12]

Uit de akte, verleden voor Notaris J. Meylink te Kampen, ontlenen wij het volgende:

Bij akte van publieke verkoop dd. 24 December 1849 en 7 Januari 1850 overgeschreven in deel 114 nummer 2 ten Hypotheekkantore te Zwolle, is ten verzoeke van Johanna Antonia Werff, zonder beroep, wonende te Kampen, we­duwe van de Heer Rutgerus Hermanus Wilhelmus Huberts en anderen geveild:
Een huis erf en where staande en gelegen te Kampen op de Burgwal, kadastraal bekend gemeente Kampen Sectie F nummer 2215, groot twee roeden en drie en dertig el­len, vroeger gediend hebbende tot bierbrouwerij. De betaling der kooppenningen zal moeten geschieden op den eersten April 1850.
Dit perceel is belast met een jaarlijksche thins of uitgang ten behoeve van het Geertruiden en Catharina Gasthuis alhier, groot Vier gulden twintig cents, verschijnende Paschen van ieder jaar, welke thins door verkooperen zal aangezuiverd worden tot Paschen aanstaande en alzoo van dien tijd af voor rekening des koopers beginnen te loopen.
Kooper is geworden voor een bedrag van ƒ 810.— de Af­gescheiden Gemeente te Kampen.

Verder bevat deze akte geen bijzondere voorwaarden.

Tot zijn dood, 19 Februari 1870, heeft Hoksbergen aan Kampen’s gemeente gearbeid. Nooit is hij van standplaats ver­wisseld. Helaas bleek uit de Kamper Courant van 6 Februari 1870, dat hij enkele weken voor zijn dood moest ondervinden, dat het kerkgebouw met een ketting voor hem gesloten en door politie bewaakt was. Er was n.1. onder de gemeenteleden een geschil over de vraag of hij gehandhaafd, dan wel door een andere voorganger vervangen zou worden, tengevolge waar­van diegenen, die geld op de kerk hadden liggen, het kerkgebouw hebben doen sluiten.
In het laatst van bovenaangehaalde tijdvak kwam de ver­eniging van de Chr. Afgescheidenen met de Geref. gemeenten onder ’t kruis tot stand. Deze vereniging had plaats op de Sy­node te Middelburg. Niet alle gemeenten onder ’t kruis gin­gen met de Chr. Afgescheidenen mee; voor sommigen was de kloof, die hen van elkander scheidde, te groot. Ook Kampen’s gemeente ging niet mee, zo min als Tricht, Enkhuizen, Lisse e.a. Kampen had sinds bovengenoemde vereniging van naam verwisseld: Dordtsch-Geref. Gemeente.

Het oude Kerkgebouw, Burgwal 20

Het oude Kerkgebouw, Burgwal 20

Category(s): Kampen, Kerken
Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *