Brief van de beide huizen van het parlement van Engeland aan de Staten van Overijssel, 1645


BRIEF VAN DE
BEIDE HUIZEN VAN HET PARLEMENT VAN ENGELAND
AAN DE STATEN VAN OVERIJSSEL, 1645.

_______

     De strijd tusschen Koning Karel I van Engeland en het Parlement gaven ook hier te lande aanleiding tot moeielijkheden, vooral toen beide partijen zich bij ons trachtten te voorzien van krijgsbehoeften.
     Vandaar dat de Staten-Generaal in 1644 besloten een buitengewoon gezantschap naar Engeland af te vaardigen, bestaande uit Willem Boreel, Heer van Duinbeeke, Westhove, Ambachtsheer in Domburg, Raad en eerste Pensionaris van Amsterdam, Joan van Rheede Heer van Renswoude, en de gewone gezant der Staten in Engeland, Joachimi.
     Zij hadden in last om de geschillen tusschen den Koning en de beide Huizen van het Parlement, zoo mogelijk, te bemiddelen.
     Zij kwamen in Januari 1645 te Londen aan en deden verschillende reizen naar Oxford waar de Koning zich ophield. De Koning was niet ongenegen die bemiddeling aan te nemen, doch het Parlement was daar minder voor te vinden, vooral, omdat het de gezanten Boreel en van Renswoude voor te groote vrienden van den Prins van Oranje hield, die in te nauwe betrekking tot den Koning stond, dan dat men van hen onpartijdigheid in deze zaak kon verwachten.

_______________↓_______________


|pag. 207|

     Ook was ’t in Engeland niet onbekend dat de Staten-Generaal door den invloed die de Prins van Oranje daarop uitoefende, overhelden naar de zijde des Konings.
     In Juli hadden de gezanten het eerste openbaar gehoor in ’t Parlement dat hunne bemiddeling niet aannam, wel met hen over eenige zaken van koophandel en scheepvaart wilde handelen.
     De afgezant Stricland werd door het Parlement belast om ter vergadering van de Staten-Generaal eene verklaring te doen omtrent die weigering en ’t gehouden gedrag van de gezanten van de Staten.
     Gelderland, Holland en Friesland meenden, dat men hen geen gehoor moest weigeren, doch de vier overige gewesten weifelden, terwijl de stadhouder van Friesland, Graaf Willem Frederik, aan de afgevaardigden van dit gewest schreef om zich tegen het verhoor van Stricland te verzetten.
     Voeg daarbij dat ’s Konings resident Boswell verklaard had dat de Koning het verleenen van ’t gehoor aan Stricland als een vredebreuk zou beschouwen, dan was ’t geen wonder dat de Staten-Generaal weigerden om hem te ontvangen, en dat hij er zich toe moest bepalen zijn verklaring alleen aan de Staten van Holland over te leveren.
     Men deed dit stuk eerlang te Londen in het Nederlandsch verschijnen, het is onder no. 5175 aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek te ’s Gravenhage.
     Waarschijnlijk om het ongunstig verloop van de zaak, besloot men Stricland op te dragen nog voor een nieuwe verklaring gehoor te vragen bij de Staten-Generaal.
     Om meerdere zekerheid te hebben dat dit verhoor zou worden verleend, wendde het Parlement zich nu recht-streeksch tot de Staten der verschillende gewesten, althans

_______________↓_______________


|pag. 208|

tot Overijssel, blijkens volgenden brief voorhanden in het Archief der Gemeente Kampen.
     Illustres Nobilissimi ac Praepotentes Domini amici charissimi.
     Mittimus Nobilissimis Vestris Dominationibns posteriorem quam in priori promisimus et jam ad Illustrissimos Inclytosque Dominos Ordines Generales misimus Declarationem seu Narrationem eorum, quae inter Nos et illos Legatos extraordinarios circa navigia et commercia fuerunt tractata. Hanc Vestras Illustres Dominationes non minus favorabiliter ac superiorem accepturos et antiquam inter nostras et vestras gentes intercedentem benevolentiam et necessitudinem sancte (vti ex nostra parte semper faciemus) servaturos et foturos, omnino confidimus. Atque vt nostro Striclando pro occasione commissa nostra exponere cupienti benevolae vestrae pateant aures iterum enixe contendimus.
Vestris Illustribus Dominationibus quaecunque grata verae amicitiae officia sincere voventes et offerentes faustaque et felicia omnia comprecantes. Datum ex palatio Parliamentario Westmonasteriensi XXIX Augusti MDCXLV.

Illustrium Yestrarum Dominationum     
Studiosissimi,          
Proceres et Ordines Communium     
Parliamenti Angliae,                    
     Grey de Ward prolocutor               
Procerum.     
Guilielmus Lenthal                    
prolocutor ordinum commu-     
nium parliamenti Angliae.     

     In de handelingen van Ridderschap en Steden heb ik

_______________↓_______________


|pag. 209|

omtrent de geheele zaak niets gevonden. Ondertusschen werd ook deze nieuwe verklaring van het Parlement in druk verspreid onder den titel: A second Declaration of the . . Parliament; of The whole Proceedings with the late Extraordinary Ambasadors From … The States Generall of the United-Provinces; Concerning Restitution of Ships, and the Course of Trade. London Printed for Edward Husband…. Sept. 18 1645 (Kon. Biblioth. n° 5176).
     Dat is ongetwijfeld de „posterior declaratio”, waarvan in dezen brief sprake is.
     Ook op deze tweede poging had het Parlement echter geen beter succes.

N. U.          

_______

– Uitterdijk, J.N. (1896). Brief van de beide huizen van het parlement van Engeland aan de Staten van Overijssel, 1645. BtdGvO, 111 [1. 2e serie 1e deel], 206-209.

Category(s): Overijssel
Tags: , ,

Comments are closed.