Reglement voor de Theologische School der Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Kerk

Reglement

voor de

Theologische School

der

Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Kerk

Te Kampen, Bij

S. van Velzen, Jr.

1857

 

Art. 1.

Niemand wordt als student ingeschreven, voor dat hij door het Collegie van Docenten als zoodanig zal aangenomen zijn.

Art. 2.

Zij, die zich aanbieden, zullen goede getuigenissen van Kerkeraad of leden der gemeente moeten medebrengen, betrekkelijk leer en wandel.
Voorts zullen Docenten bijzonder acht geven op den aanleg, welken hij, die zich aanbiedt, openbaart.

Art. 3.

Wanneer iemand wordt ingeschreven als student, is hij verpligt tot betaling der collegiegelden ad

[2]

ƒ32,- ’s jaars. De betaling geschiedt in vier termijnen bij het ingaan van ieder vierdedeel jaars.

Art. 4.

Alle studenten zijn onderworpen aan de schoolwetten en aan het opzigt en de leiding der Docenten en mogen zich onder geen voorwendsel daaraan onttrekken.

Art. 5.

Om de drie maanden verschijnt ieder student voor het collegie van Docenten, ten einde zijne bezwaren of verlangens hun kenbaar te maken, en te vernemen of de Docenten hem ook iets in het bijzonder hebben te zeggen.

Art. 6.

De studenten zullen bij de keus van eene woning zich niet aan het oordeel der Docenten mogen ontrekken.

Art. 7.

De studenten wonen de lessen, welke zij in overleg met het collegie van Docenten hebben aangevangen, getrouw bij. Die hierin verandering verlangt, zal daartoe vooraf van de Docenten verlof van de Docenten verlof moeten vragen.
In den gewonen regel wonen zij de voorbereidende drie, en de theologische lessen twee achtereenvolgende jaren bij.

[3]

Art. 8.

Wanneer een student zich onstichtelijk gedraagt, zullen de Docenten hem hierover onderhouden. Zoo hij aan de vermaning geen gehoor geeft, zal hij van de school geweerd worden.

Art. 9.

Geen Student mag de School langer dan één dag verlaten, zonder verlof van den Rector.

Art. 10.

Zonder wettige redenen ter beoordeeling van den Rector, zal geen Student den tijd der vacantie mogen vervroegen of verlengen.

Art. 11.

Op den dag des Heeren zullen de Studenten de plaatsen der openbare vermakelijkheden zoeken te vermijden.

Art. 12.

Waar de Studenten zich ook bevinden, zullen zij zich onthouden eenige blaam te werpen op de School, of op iemand die daarmede in betrekking staat. Vooral mogen hunne gesprekken niet strekken tot minachting van degenen die boven hen geplaatst zijn.

[4]

Art. 13.

Zij, die tot de theologische lessen zijn toegelaten, mogen van tijd tot tijd prediken, maar niet zonder toestemming van het collegie der Docenten. Aan de kweekelingen in de litterarische vakken is het prediken verboden.

Art. 14.

Zij, die tot het praeparatoir examen wenschen toegelaten te worden, moeten ten minste één jaar lidmaaten der Gemeente zijn.

Art. 15.

Een ieder wordt, zoowel uit een godsdienstig als uit een finantieel oogpunt, ernstig vermaand zich niet ligtvaardig als student aan te geven, maar vooraf de kosten wel te overrekenen, daar men bedenken moet, dat den zoodanige daarna geene ondersteuning van wege de School of de Gemeente, waar de school gevestigd is, zal kunnen versterkt worden.
Aan Kerkeraden en Klassen is het ten sterktste aanbevolen hierop toe te zien, daar, zoo iemand verarmd zijnde, ten laste zou komen van de plaats waar hij oorspronkelijk behoord.

Namens Docenten der Theol. School

Kampen, 1 August. 1857

Category(s): Kampen
Tags: , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *