Geerdink, Johannes

Johannes Geerdink (Tubbergen, 29 december 1803 – Ootmarsum, 31 januari 1879), studeerde aan het seminarie te Meppen en ’s-Heerenberg, priester gewijd in de Dom van Munster (1826), benoemd tot kapelaan te Ootmarsum (1826-1831), kapelaan te De Lutte (1831), pastoor te De Lutte (16 december 1837), emeritaat (2 maart 1868). Zoon van Gerrit Geerdink (1766-1826) en Gesina Wenneger.

Over Johannes Geerdink:
 
– Knuif, W.L.S. (1911) Geerdink, Johannes. In P.J. Blok & P.C. Molhuysen (Reds), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, 1, (pp. 919) Leiden: A.W. Sijthoff.
– Goorhuis, G. (2005) Pastoor Geerdink, Plechelmus en het kapittelarchief. In G. Goorhuis & J.G.M. Oude Nijhuis (Reds.), Plechelmus: zijn kerk, liturgie en kapittel te Oldenzaal (pp. 201-219, 234-237) Zutphen: Walburg Pers.
 
 
Werken van Johannes Geerdink:
 
– Geerdink, J. (1874) De oude Sendgerichten in Twente. Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht, 1 (1), 1-18.
– Geerdink, J. (1879) Ootmarsum geciteerd voor het Veemgericht te Neijerstad. Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht, 7, 233-238.
– Geerdink, J. & Geerdink, E. (1895) Eenige bijdragen tot de geschiedenis van het archidiaconaat en aartspriesterschap Twenthe De Vijfheerenlanden.
– Geerdink, J. & Wijk, V. van (1945) Kroniek van De Lutte (800‒1875) Oldenzaal: De Oldenzaalsche Oudheidkamer.

Category(s): Auteurs
Tags:

Comments are closed.