Hoofdstuk II


|pag. 10|

2. Sociaal-economische en demografische ontwikkelingen

2.1. Sociaal-economische ontwikkelingen

2.1.1. Ontwikkelingen op nationaal niveau

Messing karakteriseert het economisch leven in Nederland in de periode 1945 – 1980 als een drieluik van herstel, groei en stagnatie 1 [1. Messing, Economisch leven, 159]). In de jaren 1948 – 1950 was de materiële schade van de bezetting ongedaan gemaakt.
In het bijzonder tijdens de jaren vijftig en zestig was er een snelle economische groei. Na 1970 ontstond er een vertraging in de groei en zelfs achteruitgang in de periode 1973 – 1975 2 [2. Ibidem, 160]).
Het draagvlak van de economische groei was gelegd door de industrialisatie- en exportpolitiek. Daardoor ontstaat vanaf 1947 een absolute achteruitgang van de beroepsbevolking in de landbouw. Er vindt een verschuiving plaats naar de sectoren van nijverheid en diensten, terwijl na 1960 -relatief gezien- ook de beroepsbevolking in de nijverheid daalt. De dienstensector blijft vanaf 1947 voortdurend groeien. In de tweede helft van de jaren zestig hapert de economische groei. De werkloosheid begint toe te nemen. Dit wordt veroorzaakt door het gegeven dat de terugloop van de beroepsbevolking in de landbouw en de nijverheid niet volledig werd opgevangen door de groei van de dienstensector 3 [3. Ibidem, 160-163]).
De landbouw noemen we hier in het bijzonder, vanwege de betekenis van de landbouw voor Hasselt. Deze bedrijfstak maakte in de jaren 1950 – 1970 een duurzame crisis door. Het aantal in de landbouw werkzame personen daalde, omdat de vraag naar agrarische producten verminderde. Door de stijging van de arbeidskosten werden ingrijpende arbeidsbesparende maatregelen getroffen. Mechanisering, gebruik van kunstmest en toepassing van gewasbeschermingsmiddelen maakten een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen mogelijk, terwijl de productiviteit omhoog ging. Toch bleek ingrijpen van de overheid nodig, omdat de daling van de landbouwprijzen en het achterblijven van de arbeidsproductiviteit bij de loonstijging het inkomen van de agrariër te zeer aantastte. Door deze subsidiering werd aan de landbouwers een redelijk inkomen gegaran-

|pag. 11|

deerd. Het produktievolume steeg zozeer dat er overschotten ontstonden.

2.1.2. Ontwikkelingen in Hasselt

Hasselt was van oudsher georiënteerd op verkeer en vervoer en was niet sterk agrarisch 4 [4. Bezemer, Breuk of Wederkeer, 11, 12]). Het omringende gebied – Zwollerkerspel – was een duidelijk agrarische gemeente 5 [5. Ibidem, 15]).
Aan het begin van de twintigste eeuw heeft Hasselt een eenzijdige industriële structuur. De metaalnijverheid, bestaande uit op de scheepvaart gerichte bedrijven, heeft in 1901 53,5 % van het totaal aantal arbeiders in dienst. Wanneer uit de andere bedrijfstakken die bedrijven gelicht worden, die eveneens op de scheepvaart betrekking hebben, blijkt dat 69 % van de arbeiders arbeid verricht, die betrekking heeft op de scheepvaart 6 [6. Van den Berg, Onderzoek, 25]). In de jaren daarna neemt de differentiatie van de industrie toe. Alle op de scheepvaart betrekking hebbende bedrijven, beschikken in 1930 nog over 36,8 % van het totaal aantal arbeiders 7 [7. Ibidem, 26]). Een niet onaanzienlijk verschil met 1901.
Na de Tweede Wereldoorlog groeit het belang van de bouwbedrijven en ondernemingen die daarmee verwant zijn. In 1938 vestigde een cementindustrie zich in Hasselt. Voornaamste vestigingsoorzaak was de gunstige ligging aan het Zwarte Water.
De aanvoer van grondstoffen vond vooral per schip plaats. In de afvoer van de produkten nam het aandeel van het wegtransport na de wereldoorlog sterk toe. In 1947 werd een steenbrekerij in Hasselt gevestigd 8 [8. Ibidem, 27]). Daarnaast was er houtverwerkende industrie en blijft de op de scheepvaart gerichte metaalindustrie met scheepswerven en machinefabrieken van belang. Op het raakvlak van bouwnijverheid en scheepvaart kende Hasselt een tweetal aannemers- en baggerbedrijven 9 [9. Ibidem, 27-32]). Enige zuivelindustrie gaf de regionale agrarische betekenis van Hasselt aan 10 [10. Ibidem, 31, 32]). Echte industrialisatie kwam in Hasselt in de jaren zestig en zeventig op gang. De ligging aan diep vaarwater blijft daarbij een van de belangrijkste vestigingsfactoren 11 [11. Sociale kaart, 24]). Aan de westzijde van het Zwarte Water werd een industrieterrein gerealiseerd.

|pag. 12|

Onderstaand overzicht 12 [12. Het overzicht is gebaseerd op gegevens uit Van den Berg, Onderzoek, 33 en Sociale kaart, 25]) laat de verschuivingen in de verschillende sectoren gedurende de laatste halve eeuw zien.

1930 1947 1960 1980
landbouw 7.8 13.2 6.1 16.6
ambacht/industrie 30.9 32.4 34.1 34.7
bouwnijverheid 10.3 10.2 16.5 27.0
econ. diensten a) 40.9 31.5 28.0 14.6
mts. diensten b) 7.0 11.3 14.7 7.1
overig/onbekend 3.1 1.4 0.6

a) Economische diensten zijn hier onderverdeeld in: handel, horeca, bank- en verzekeringswezen, transport en communicatie
b) Maatschappelijke diensten zijn onder te verdelen in: overheidsdienst, onderwijs, medische, maatschappelijke en culturele diensten

De forse verandering tussen 1960 en 1980 in de landbouw wordt veroorzaakt door een wijziging van de grens van de gemeente Hasselt. Het grondgebied van Hasselt werd in 1967 met een deel van het voormalige Zwollerkerspel uitgebreid. Daardoor werden 206 bedrijfshoofden in de agrarische sector aan de beroepsbevolking toegevoegd. De absolute cijfers voor de onderzoeksperiode blijken uit onderstaand overzicht 13 [13. Sociale kaart, 26]).

Werkgelegenheid in Hasselt in 1960, 1971 en 1980 in absolute aantallen.
sector 1 juni 1960 1 maart 1971 a) 1 januari 1980
landbouw 53 335 305
ambacht + industrie 294 385 639
bouwnijverheid 142 335 497
econ. diensten 242 460 269
mts. diensten 127 300 131
onbekend 5 45 b)
totaal 863 1.860 1.841
a) Het betreft aantallen van de algemene volkstelling 1971. Deze zijn af gerond op 5-vouden.
b) Inclusief 35 waarvan bedrijf onbekend.


|pag. 13|

Uit dit overzicht blijkt een daling van het aantal in de landbouw werkzame personen na 1970. Dit is in overeenstemming met de eerder omschreven landelijke ontwikkeling (zie 2.1.1.).
Ruilverkaveling, schaalvergroting; en toenemende mechanisering spelen daarbij een grote rol.
Uit de tabel over de periode 1930 – 1980 blijkt -in tegenstelling tot de landelijke ontwikkeling— een daling van de beroepsbevolking in de dienstensector. Vooral de aantallen werkenden in de landbouw en de bouwnijverheid veroorzaken groei in betreffende sectoren. De verklaring daarvoor ligt voor de hand. De eerder genoemde uitbreiding in 1967 van het Hasselter grondgebied bracht een forse uitbreiding van het aantal landbouwers teweeg. De uitbreiding in de bouwnijverheid komt vooral voor rekening van de groei van de Hasselter vestiging van een groot bouwbedrijf. De terugloop van de dienstensector in de periode 1970 – 1980 is bij gebrek aan meer gedetailleerd cijfermateriaal niet te verklaren.
Het sociaal-economisch beleid van de gemeente Hasselt wordt gevoerd op basis van een structuurschets die aansluit op het streekplan ‘IJsselvallei’. De structuurschets kent de volgende doelstellingen:
     – voldoende mogelijkheden voor uitbreiding en verplaatsing van bedrijven
     – een zo goed mogelijke differentiatie ten aanzien van de werkgelegenheid
     – geen sterke uitbreiding van de plaatselijke werkgelegenheid 14 [14. Ibidem, 28]).
De plaatsgebonden werkgelegenheid is niet sterk gestegen. De stijging van de beroepsbevolking wordt vooral veroorzaakt door
het forensisme. De ligging van Hasselt ten opzichte van Zwolle is daar debet aan. Er is geen cijfermatig gegeven beschikbaar om dit te onderbouwen 15 [15. Ibidem, 26]). De toegenomen mobiliteit van de Nederlandse bevolking weerspiegelt zich op dit punt in de ontwikkelingen in Hasselt. Voor Hasselt wordt dit forensisme van groot belang geacht 16 [16. Nefs, Het doen, 4; Sociale kaart, 6].


|pag. 14|

2.2. Demografische ontwikkelingen

2.2.1. Nationale ontwikkelingen

De groei van de Nederlandse bevolking was na de Tweede Wereldoorlog opmerkelijk. De bevolking steeg van 9 miljoen inwoners in 1940 naar 10 miljoen in 1950. In 1960 is de bevolking boven de 11 miljoen gekomen, terwijl in 1970 het aantal inwoners de 13 miljoen is gepasseerd. Dit groeipercentage week overigens niet wezenlijk af van de ontwikkelingen voor de Tweede Wereldoorlog. Toch zijn er uit deze bevolkingsgroei geen onoplosbare economische problemen voortgevloeid 17 [17. Bornewasser, Geschiedenis, 304]).
Tussen 1970 en 1980 neemt de groei van de Nederlandse bevolking af. In de periode 1960 – 1970 was er nog een stijging met twee miljoen, gedurende de tien jaren erna (1970-1980) is de groei met 1 miljoen beduidend afgenomen 18 [18. Sociale kaart, 13]).

2.2.2. Ontwikkeling in Hasselt

De bevolkingsgroei van Hasselt valt over de periode 1960 – 1980 in twee gedeelten uiteen. De scheiding ligt in het jaar 1967 wanneer een belangrijk deel van de gemeente Zwollerkerspel bij Hasselt wordt gevoegd. De ineenvoeging leidt tot een stijging van 3220 inwoners naar 4456 inwoners. Het grondgebied van de gemeente wordt dan met 4000 hectare vergroot, waardoor Hasselt een gemeente wordt met een omvangrijk agrarisch buitengebied. De bevolkingsstijging is weergegeven in onderstaande tabel 19 [19. Ibidem, 9]).

Bevolking naar geslacht per 1 januari.
jaar mannen vrouwen totaal
1960 1.390 1.315 2.705
1965 1.551 1.500 3.051
1970 2.562 2.443 5.005
1975 2.939 2.824 5.763
1980 3.160 3.056 6.216
1981 3.238 3.106 6.343


|pag. 15|

In de periode 1960 – 1966 groeit de bevolking met een jaarlijks gemiddelde van 2.7%. In de periode 1967 – 1980 bedraagt de jaarlijkse groei 3.8%. De bevolkingsgroei in Hasselt is daarmee aanmerkelijk groter in de periode 1960 – 1980 dan die van de provincie Overijssel (gemiddeld 1.4%) en die van Nederland (gemiddeld 1.2%).
Het is merkwaardig dat Nefs in een door hem gegeven overzicht van de groei van de bevolking in Hasselt in de periode 1950 – 1974 de invoeging van een deel van Zwollerkerspel bij Hasselt bij zijn beschouwing van de cijfers over het hoofd ziet. Nefs stelt dat de bevolking in de periode 1950 – 1960 absoluut is gegroeid met 361 personen, maar “in de periode 1960 – 1970 is de bevolking bijna verdubbeld”. Deze snelle toename verklaart hij vervolgens door de uitbreiding van de industrie in Hasselt en door de betekenis van Hasselt als forensenplaats van Zwolle te noemen. Hierdoor vestigden zich veel jonge gezinnen in Hasselt en is de huwelijksvruchtbaarheid erg hoog. Het aantal geborenen per duizend vrouwen in de leeftijd van 20 – 44 jaar is in Hasselt 156, in Overijssel 113 en in Nederland 97 20 [20. Nefs, Het doen, 4]). Al is zijn verklaring op zich steekhoudend, de 1230 inwoners afkomstig uit het voormalige Zwollerkerspel vormen een aparte groep bij het beoordelen van de bevolkingsgroei in de jaren zestig.
De bevolkingsaantallen van Hasselt zijn in de volgende tabel 21 [21. Ibidem, 4]) aangegeven.

Bevolkingsaantallen van Hasselt in de periode 1950-1974, steeds per 1 januari
1950 2344
1960 2705
1970 5005
1971 5137
1972 5239
1973 5349
1974 5405

 
De groei in procenten is dan als volgt 22 [22. Ibidem, 4])

Gemiddelde jaarlijkse groei in procenten
1950-1960 1,6%
1961-1970 8,5%
1970-1971 2,6%
1971-1972 2,0%
1972-1973 2,1%
1973-1974 1,1%


|pag. 16|

De betekenis van het buitengebied van Hasselt voor de bevolkingssamenstelling blijkt uit onderstaand overzicht 23 [23. Ibidem, 4]).

Inwonertal van de gemeente Hasselt per 1—1—1974
Hasselt Stad 4085
Mastenbroek 577
Genne 745
Totaal 5405

Genne en Mastenbroek zijn in sterke mate agrarisch.
Hasselt is vergeleken met Overijssel en Nederland een vrij ‘jonge’ gemeente. Onderstaand overzicht 24 [24. Sociale kaart, 13]) toont dat.

Leeftijdsopbouw van de bevolking van Hasselt, Overijssel en Nederland (1-1-’80).
leeftijdsklasse Hasselt Overijssel Nederland
absoluut % absoluut % absoluut %
0-4 664 10,7 71.396 7,0 882.115 6,3
5-14 1.261 20,5 182.034 17,9 2.302.005 16,3
15-19 506 8,1 94.164 9,2 1.247.665 8,9
20-24 453 7,3 85.520 8,2 1.191.238 8,4
25-39 1.607 25,9 220.157 21,6 3.250.341 23,1
40-49 555 8,9 110.668 10,9 1.572.341 11,1
50-64 679 10,9 143.225 14,1 2.029.985 14,4
65 en ouder 491 7,9 113.244 11,1 1.615.324 11,5
totaal 6.216 100 1.018.208 100 14.091.014 100

Het aantal jongeren (vooral onder de 15 jaar) is vergeleken met Overijssel en Nederland relatief groot. De leeftijdsgroep 25 – 39 jaar komt eveneens relatief meer naar voren. De oorzaken hiervan zijn ondermeer gelegen in het feit dat veel jonge gezinnen zich in Hasselt hebben gevestigd als forensen. Verder doen zich in Hasselt dezelfde ontwikkelingen voor als op landelijk niveau. Het aantal jongeren neemt geleidelijk af, terwijl het aantal mensen van 65 jaar en ouder een groter deel van de bevolking: gaat uitmaken.
Op de samenstelling van de bevolking van Hasselt zijn een tweetal zaken van grote invloed geweest. Allereerst kan de invoeging van een deel van Zwollerkerspel genoemd worden. In de tweede plaats is het forensisme van belang,

|pag. 17|

gepaard met een instroom van vooral jonge gezinnen.
Zeker zo lang Zwolle groeistad blijft, valt geen onstuimige groei voor Hasselt te verwachten. De groei wordt vooral veroorzaakt door de natuurlijke aanwas en een beperkte instroom van forensen.

Loop der bevolking van de gemeente Hasselt 25 [25. Overgenomen uit Gerrits, Gids voor de gemeente Hasselt, 58])
jaar geboren overleden geboorte-overschot vestiging vertrek migratie-saldo bevolking op 31 dec.
1945 50 21 + 29 170 117 + 53 2121 + 82
1946 87 24 + 63 203 175 + 28 2212 + 91
1947 65 32 + 33 138 151 – 13 2232 + 20
1948 72 26 + 46 126 93 + 33 2323 + 91
1949 63 26 + 37 89 105 – 16 2344 + 21
1950 58 25 + 33 111 104 + 7 2372 + 28
1951 67 28 + 39 96 129 – 33 2378 + >6
1952 61 25 + 36 105 131 – 26 2388 + 10
1953 67 17 + 50 117 130 – 13 2425 + 37
1954 66 19 + 47 89 98 – 9 2463 + 38
1955 64 28 + 36 123 140 – 17 2482 + 19
1956 66 24 + 42 146 176 – 30 2494 + 12
1957 67 17 + 50 148 113 + 35 2579 + 85
1958 72 20 + 52 152 126 + 26 2657 + 78
1959 66 18 + 48 126 126 0 2705 + 48
1960 63 28 + 35 165 135 + 30 2770 + 65
1961 77 23 + 54 130 142 – 12 2813 + 43
1962 71 16 + 55 178 150 + 28 2896 + 83
1963 74 24 + 50 138 148 – 10 2936 + 40
1964 75 29 + 46 217 148 + 69 3051 + 115
1965 77 29 + 57 183 204 – 21 3087 + 36
1966 72 22 + 50 207 124 + 83 3220 + 133
1967 91 31 + 60 250 154 + 96 3376 + 156
1-8-1967 Zwollerkerspel + 1080 + 1080
4456 + 1236
1968 113 36 + 77 364 162 + 202 4735 + 279
1969 124 37 + 87 364 181 + 183 5005 + 270
1970 131 31 + 100 284 252 + 32 5137 + 132
1971 128 40 + 88 265 251 + 14 5239 + 102
1972 131 34 + 97 280 269 + 11 5347 + 108
1973 123 42 + 81 213 236 – 23 5405 + 58
1974 100 43 + 57 615 314 + 301 5763 + 358
1975 131 27 + 104 211 261 -50 5817 + 54
1976 148 27 + 119 330 235 + 95 6031 + 214
1977 121 41 + 80 241 307 – 66 6045 + 14
1978 138 28 + 110 235 282 – 47 6108 + 63
1979 126 32 + 94 243 229 + 14 6216 + 108
1980 113 34 + 79 328 279 + 49 6344 + 127
1981 140 47 + 93 206 244 – 38 6399 + 53
1982 116 28 + 88 170 257 – 87 6400 + 1
1983 121 25 + 96 159 201 – 42 6454 + 54
1984 106 27 + 79 233 290 – 57 6476 + 22
1985 96 42 + 54 274 274 0 6530 + 54

De gevolgen van deze groei zijn ondermeer te zien in de ontwikkeling van de woningvoorraad in Hasselt. Het aantal woningen steeg in de periode 1961 – 1981 van 625 tot 1820.
In deze periode daalde het gemiddelde aantal bewoners van 4.43 per woning in 1961 tot 3.49 in 1980. De oorzaak van deze bewoningsverdunning is gelegen in maatschappelijke veranderingen, zoals toename van het aantal, echtscheidingen en daling van het gezinskindertal. Met een gemid-

|pag. 18|

delde woningbezetting van 3.49 in 1980 ligt Hasselt boven het gemiddelde van Overijssel (3.2) en Nederland (3.0)26 [26. Sociale kaart, 19, 20])
De uitbreiding van Hasselt vindt plaats in een woonwijk ten noorden van de Dedemsvaart.

_________
– Bezemer, L. (1986) Ontzuiling in Hasselt. Een onderzoek naar ontzuilingsprocessen bij de christelijke partijen in Hasselt in de periode 1960-1980. (scriptie geschiedenis M.O. tweede gedeelte), Zwolle: Noordelijke Leergangen.

Category(s): Hasselt
Tags: ,

Comments are closed.