Overijssel

OVERIJSSEL

SAMENGESTELD ONDER REDACTIE VAN
Mr G.A.J. VAN ENGELEN VAN DER VEEN
Mr G.J. TER KUILE EN R. SCHUILING

*

UITGAVE VAN DE N.V. UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ
Æ.E. KLUWER - DEVENTER

[IV]

COMITÉ VOOR DE TOTSTANDKOMING VAN
HET BOEK „OVERIJSSEL”:

Zijne Excellentie mr. H. van der Vegte, oud-Minister van Waterstaat, oud-lid der Gedeputeerde Staten van Overijssel, Eere-Voorzitter.
Jhr. mr. T.A.M.A. van Humalda van Eysinga, oud-Burgemeester van Deventer, Voorzitter.
Edo Bergsma, Burgemeester van Enschede.
G.H.P. Bloemen, Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Oldenzaal.
G. Elhorst, Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Enschede.
M. Fernhout, Burgemeester van Kampen.
Joan Gelderman, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, Oldenzaal.
Mr. A.H. Goeman Borgesius, Burgemeester van Steenwijk.
F.A.R.A. baron van Ittersum, Voorzitter der Ridderschap van Overijssel.
Mr. G. Jansen, Burgemeester van Hengelo.
G. Kappelle, Voorzitter Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Salland, Deventer.
Mr. dr. G.A. Lasonder Lz., Eerelid van de Overijsselsche Landbouwmaatschappij, Enschede.
Mr. A.G.A. Ridder van Rappard, Voorzitter Geld.-Overijsselsche Mij. van Landbouw, Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Mr. dr. I.A. van Royen, Burgemeester van Zwolle.
Mr. dr. J.W. Schneider, Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Hengelo.
Mr. M. Sichterman, Burgemeester van Almelo.
W. Stork, oud-industriëel, Eerelid van de Overijsselsche Landbouwmaatschappij, Delden.
G.W. Stroink, Burgemeester van Steenwijkerwold, Voorzitter Overijsselsche Mij. van Landbouw.
Jos. E. Vogt, Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Zwolle.
J. W. J. baron de Vos van Steenwijk, oud-Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Diepenheim.
N.X.Th.M. Vos de Waal, Burgemeester van Oldenzaal.
J. Warner, Voorzitter Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noordelijk Overijssel, Zwolle.
Mr. F.W.R. Wttewaall, Burgemeester van Deventer.

[V]

EEN WOORD TER INLEIDING.

     Na een meer dan driejarige werkzaamheid is eindelijk de beschrijving van wat de provincie „Overijssel" thans is en hoe ze dat geworden is gereed. Redactie en uitgeefster hebben samen haar best gedaan, de uitgave te bespoedigen; maar in de eerste plaats is het geheel door de uitgebreide stof en de vele illustraties, schetsteekeningen en kaarten uitgebreider geworden dan oorspronkelijk het plan was, en in de tweede plaats kwam de kopij niet steeds op tijd binnen; daardoor is b.v. het zuiver geschiedkundig gedeelte meer naar achteren geplaatst dan oorspronkelijk de bedoeling was.
     Als voorbeeld van dit werk heeft gediend het in 1926 verschenen boek „Gelderland" onder redactie van prof. J. van Baren, L.C.T. Bigot, prof. dr. H. Blink, H.P.J. Bloemens en F.A. Hoefer, waaraan een der redactieleden van deze uitgave medewerkte. Intusschen zal, wie de beide boeken vergelijkt, inzien, dat we onzen eigen weg gingen.
     Een beknopt overzicht van den Inhoud moge hier volgen; het kan den lezer overtuigen, hoe hier een gehéél van wetenschap met betrekking tot Overijssel tot stand kwam.
     Als inleiding dient een kort overzicht van den toestand in den nieuwen tijd, die Zwolle tot centrum van het gewest maakte. Daarna wordt, naar de beginselen der moderne wetenschap, begonnen met den bodem, eerst het inwendige, daarna de oppervlakte; in de beschrijving der laatste werd terloops gewezen op verschillende elementen, die een breede beschrijving en verklaring eischten. Allereerst de flora en fauna, waarmee de geologisch zeer uiteenloopende deelen bekleed en verlevendigd zijn; daarna de oudheidkundige verschijnselen, die verband houden met de vroegere bevolking; ook de archieven als schatkamers onzer kennis.
Afzonderlijke hoofdstukken vroegen, wat den bodem en zijn gebruik betreft, de marken en waterschappen en, met betrekking tot de bewoners, de havezathen en de bouwkunst der landelijke bevolking. Daarna eischten, als middelen van bestaan, de landbouw en veeteelt, de nijverheid en haar wording, ook handel en verkeer een breede beschrijving; daarnaast, als product van den modernen tijd, de vakbeweging, zoowel bij de kerkelijke als de niet-kerkelijke arbeiders.
     Met de schets der geschiedenis, eerst van de Middeleeuwen en daarna van den Nieuwen Tijd, komt de mensch en zijn geestelijk en sociaal leven op den voor-

[VI]

grond, vooral ook door de daarop volgende wordingsgeschiedenis en het wezen van de drie historische middelpunten Deventer, Kampen en Zwolle in het westen, Enschede in het oosten; naast de drie eerste kregen de minder belangrijke nederzettingen in het noordwesten van de provincie, naast het laatste de kleine steden van Twenthe, ook Vriezenveen en het mooie Dinkelland, een beurt. Als uiting van nieuwe wetenschap werd de volkstaal geschetst en ontleed, zooals nog met geen andere Nederlandsche provincie plaats vond; daarna volgt de „folklore”, in verband met de oude zeden en gebruiken. Wat den godsdienst aangaat, werden achtereenvolgens de Protestantsche kerk, ook die der Doopsgezinden en der Gereformeerde kerken, daarna de Roomsch-Katholieke kerk na de Hervorming, en als slot de geschiedenis der Joden in Overijssel behandeld; na de kerk volgt een uitgebreide studie over de school. Met schetsen van de letterkunde, het muziekleven, kinderbescherming en gezondheidszorg — aangevuld met een opstel over de Ommerschans — en van de sport in Overijssel wordt besloten.
     Door een groot aantal kaarten, zoowel oude als nieuwe en deels voor het boek afzonderlijk bewerkt, zijn tal van feiten aanschouwelijk gemaakt; een afzonderlijke kaart der provincie, door een der redactieleden bijgewerkt, is aan het boek toegevoegd; ook een van de stad Deventer, als het oude hoofdcentrum van Overijssel, dat bovendien in onzen tijd groote veranderingen heeft ondergaan. Een vrij uitgebreid register is tevens aan het werk toegevoegd; het is voor een zoo uitgebreide uitgave ongetwijfeld onmisbaar.
     De spelling der plaatsnamen heeft moeilijkheden opgeleverd; door het officiëele „Overijssel" is ook voor de andere de ambtelijke gekozen.
     Steun heeft deze uitgave van allerlei zijden in hooge mate mogen ondervinden.
Redactie en uitgeefster brengen aan hen, die als commissie het beschermheerschap over dezen arbeid wel hebben willen aanvaarden, haar welgemeenden dank, vooral aan den eere-voorzitter, den oud-Minister mr. H. van der Vegte, die door hechte banden aan de provincie Overijssel is verbonden. Uitgeefster en redactie zeggen hierbij nog eens hartelijk dank aan het Rijk der Nederlanden, de provincie Overijssel en de vereeniging Overijsselsch Regt en Geschiedenis voor de subsidies, waarmee ze deze uitgave hebben gesteund. Ook aan de gemeenteraden en tal van particuliere personen, die van hun belangstelling door inteekening deden blijken, en vooral aan de fabrikanten, die voor het tot stand komen van dit werk zich financiëele opofferingen getroostten; de door hen ingezonden gegevens omtrent de geschiedenis en de beteekenis van hun ondernemingen werden door de redactie tot schetsen verwerkt en met illustraties aanschouwelijk gemaakt, waardoor ze het beeld van ons gewest in hooge mate helpen verduidelijken.
     Moge het geheel den lust opwekken, dit van nabij te bezien, vooral bij de bewoners van onze, in beteekenis met snelheid toenemende, provincie.

REDACTIE EN UITGEEFSTER

Maart 1931.

[VII]

INHOUD

Bladz.
Een woord ter inleiding. V
De zetel van het provinciaal bestuur, door K.D. Hartmans. 1
Geologisch overzicht, door dr. P. Tesch, directeur van den Rijks Geologischen Dienst te Haarlem. 7
Aardrijkskundige gesteldheid, door R. Schuiling, oud-leeraar aan Gymnasium en H.B.S. te Deventer. 35
Flora en fauna van Overijssel. 107
          Twenthe, door J.B. Bernink, directeur van het Museum Natura Docet
te Denekamp.
107
          Overijssel buiten Twenthe, door H.R. Hoogenraad, leeraar aan de Rijkskweekschool te Deventer. 121
Oudheidkundige verschijnselen in Overijssel, door dr. J.H. Holwerda, directeur van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. 152
De Rijksarchiefplaats in Overijssel, door mr. A. Haga, commies-chartermeester van het Rijksarchief in Overijssel te Zwolle. 172
Marken en waterschappen, door mr. G.A.J. van Engelen van der Veen. 185
De Havezathen van Overijssel, door mr. G.J. ter Kuile, Voorzitter van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis. 210
Landelijke bouwkunst in Overijssel, door J. Jans, Architect te Almelo. 238
Oversticht en Gewestelijk Plan Twenthe, door mr. dr. J.W. Schneider, Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel. 255
Landbouw en veeteelt, door ir. S.L. Louwes, Secretaris-Penningmeester van de Overijsselsche Landbouw-Mij. te Zwolle. 262
Geschiedenis der Overijsselsche nijverheid, door R. Schuiling. 322
De nijverheid in Overijssel, door ir. H. Steketee, Rijksnijverheidsconsulent te Deventer. 363
De Twentsche katoenindustrie, door J. Gelderman, Lid der Eerste Kamer. 381
Handel en verkeer in Overijssel, door F. de Brauwer, tarifeur der N.V. Philips’ Gloeilampenfabrieken te Eindhoven. 390
Beschrijving van afzonderlijke bedrijven. 407
De vakbeweging in Overijssel. 430
          De moderne vakbeweging in de katoenindustrie, door W. van der
Sluis, burgemeester van Goor en Lid der Tweede Kamer.
430
          De geschiedenis der R.-K. arbeidersbeweging in Overijssel, door
A.H.J. Engels, Lid der Tweede Kamer, te Leiden.
441
          De Christelijke vakbeweging in Overijssel, door H. Amelink, Secr.
Chr. Nat. Vakverbond te Utrecht.
452
          De vakbeweging in de metaalindustrie in Overijssel, in het bijzonder Twenthe, door B.J. Prinsen, Hoofdbestuurder van den R.-K. Vakbond, te Hengelo. 460
[VIII]
Overijssel tot de 17e eeuw in staatkundig en godsdienstig opzicht, door dr. M. Schoengen, Rijksarchivaris te Zwolle. 465
Schets der geschiedenis van Overijssel sedert 1580, door J. Geesink, hoofdcommies aan het Provinciaal Archief en H.J. Moerman, leeraar Gymnasium en H.B.S. te Kampen. 560
Deventer, door R. Schuiling. 590
Kort overzicht der geschiedenis van Kampen, door Clara J. Welcker, Gemeente-archivaris te Kampen. 634
Zwolle, door J. Geesink. 679
Noordwest-Overijssel, door H.J. Moerman. 704
Enschede, door Mej. C. Elderink. 745
De kleine steden van Twenthe, door C.J. Snuif. 774
Vriezenveen, door L. Jonker, arts te Velp. 789
Het Dinkelland, door J.B. Bernink. 803
De taal van Overijssel, door dr. G.G. Kloeke, lector aan de Universiteit te Hamburg. 820
Folklore van Overijssel. 852
          Volksgebruiken in Twenthe, door J.J. van Deinse, conservator van
het Rijksmuseum Twenthe te Enschede.
852
          Deventer, door H.J.E. van Beek, schrijver van „Dêventer vrogger
en noe”
866
          Staphorster volksleven, door dr. P.W.J. van den Berg, predikant
te Nijeveen.
873
          Schokland, door H.J. Moerman. 888
Het Protestantisme in Overijssel, door dr. P.W.J. van den Berg. 890
De Doopsgezinden in Overijssel, door ds. N. van der Zijpp, predikant te Joure. 908
De Gereformeerde Kerken in Overijssel, door prof. dr. H. Bouwman, Hoogleeraar te Kampen. 913
Het Katholicisme in Overijssel na 1580, door A.E. Rientjes, pastoor te Maarssen. 921
De Joden in Overijssel, door Jac. Zwarts te Utrecht. 957
Het onderwijs in Overijssel, door H.J. Garritsen, leeraar aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzers te Hengelo. 973
Letterkunde, door dr. K.F. Proost, te Rotterdam. 1027
Het muziekleven in Overijssel, door dr. W. Frans te ’s-Gravenhage. 1045
Kinderbescherming in Overijssel, door mr. Henriëtte G. Veth te Almelo. 1056
De gezondheidszorg in Overijssel, door dr. W. Schuurmans Stekhoven te Utrecht. 1061
De Ommerschans gedurende de laatste eeuw, door K.D. Hartmans. 1074
De sport in Overijssel, door Ph.J.G. Roest, journalist te Alphen aan den Rijn. 1082
Register. 1089
Lijst der kaarten. 1108
Category(s): Overijssel
Tags: ,

Comments are closed.