Zwolland


|pag. 23|

Zwolland

De grootste en belangrijkste Tentoonstelling van geheel Oost- en Noord Nederland’. Zo werd de tentoonstelling voor Land- en Tuinbouw, Handel, Nijverheid en Electriciteit, die van 4 tot en met 8 september 1928 onder de naam ‘Zwolland’ in de Overijsselse hoofdstad werd gehouden, in de krant aangekondigd.1 [1. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Gemeentearchief Zwolle (GAZ) AAZ03 1.823.11 (stukken over ‘Zwolland’); GAZ VA009 (Ontvangsten en uitgaven ‘Zwolland’); Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 4 tot 7 september 1928.]

‘Vooruit! Vooruit is onze leus...!’
De organisatie van deze tentoonstelling was in handen van vertegenwoordigers uit de landbouwkringen, de handel en de nijverheid. Een ongelooflijk aantal mensen, verdeeld over talloze commissies, verleende medewerking aan de organisatie van de tentoonstelling. Er was een ‘Eere committe’, een hoofdbestuur en daaronder een dagelijks bestuur, algemene adviseurs en verder liefst 25 commissies voor de diverse onderwerpen op de tentoonstelling en voor de veekeuringen.
     Hoofddoel was een beeld te geven van het ontwikkelingsstadium van de landbouw. Men wilde

[Landbouwvoormannen in 1928 bijeen als Dagelijks Bestuur van Zwolland. In de naam van ir. S.L. Louwes, secretaris van de OLM, staat een ‘r’ te veel (foto: Van Eigen Erf).]

|pag. 24|

[De affiche voor ‘de Zwolland’ (Archief Zwolland).]

afnemers van land- en tuinbouwprodukten een overzicht bieden van de hoedanigheid en hoeveelheid landbouwprodukten en -machines. De tentoonstelling bood ook de mogelijkheid het verenigingswezen in land- en tuinbouw te presenteren, en bezoekers kennis te laten nemen van doel, aard en resultaten van de verschillende instellingen.
Tenslotte kregen de verschillende takken van handel en nijverheid gelegenheid de aandacht op hun artikelen te vestigen. Men wilde kortom, de ogen van de boeren openen voor de vooruitgang in de landbouw, zoals het gebruik van landbouwmachines met ‘motorische drijfkracht’, kunstmeststoffen, het opzetten van een keur-veestapel met doorgefokte variëteiten, of het nut van grafieken en statistieken. Bovendien wilde men de hygiëne op het boerenbedrijf bevorderen. De tentoonstelling moest de bezoeker tot de erkenning brengen dat al die nieuwe middelen en apparaten de moeite van de aanschaf waard waren. Of zoals een van de sprekers het tijdens de opening kort samenvatte: ‘’t Kost wel geld, maar ‘t wordt toch ook veel beter!’.

Opening
De tentoonstelling werd gehouden op het terrein van de veemarkt, bij de Emmastraat. Op dinsdag 4 september verrichtte de minister van binnenlandse zaken en landbouw, Mr. J.B. Kam, in aanwezigheid van een stoet notabelen de opening. De openingsrede was van de voorzitter van de tentoonstelling, R.G.A.Z. baron van Haersolte. Hij heette alle gasten welkom. De commissaris van de koningin toonde zich ingenomen met de aangekondigde koninklijke belangstelling voor de tentoonstelling. De burgemeesters van Zwolle en Zwollerkerspel loofden de mogelijkheden van landbouw en electriciteit die er gedemonstreerd werden. G.W. Stroink sprak namens de Overijsselse Landbouw Maatschappij. De voorzitter benadrukte dat de landbouwtentoonstelling tot voornaamste doel had de landbouw te bevorderen. Er was plaats voor studie en wedstrijden ter instructie. Alle boeren en boerinnen in het noord-oosten van Nederland werden opgeroepen een bezoek te brengen, om zo hun kennis te verrijken. In de krant juichten op de dag van de opening vele notabelen uit industrie en vreemdelingenverkeer de tentoonstelling toe. Men zag voortreffelijke vooruitzichten voor hen die aanpakten:
               ‘Volbreng uw werk met vlijt en lust,
               hoe weinig ‘t nog beduidt;
               Wie telkens treuzelt, zucht en rust,
               hij komt ook nooit vooruit.’
Op de avond na de opening was er in Odeon een diner met het bestuur, de commissies en genodigden. Weer was er een reeks redes te beluisteren, nu voornamelijk bedankjes aan alle medewerkers.
Nadat voorzitter Van Haersolte voor al zijn moeite benoemd was in de Orde van Oranje Nassau, vertrok het deftige gezelschap na het toetje naar de ‘Zwolland’ voor een openluchtvoorstelling van Kloris en Roosje.

Inrichting
Op de tentoonstelling waren diverse paviljoens. Er stond een gebouw van ‘Handel, Nijverheid en Electriciteit’, een tent voor Landbouwhuishoud-

|pag. 25|

kunde, een paviljoen voor akker- en weidebouw.
Via een kunstmesthoekje en een fontein, kon men naar een modelboerderij, die voor de gelegenheid
de ‘Zwollandboerderij’ genoemd was.
     Voor meisjes was er een afdeling huishoudonderwijs. Er werd een keuken getoond speciaal bestemd voor een boerderij. In deze keuken werd alleen gekookt, dus niet gegeten en gewoond. De inrichting van deze keuken was praktisch, zodat het werk er vlug en goed gedaan kon worden. Aan de keuken was een eenvoudig, doch smaakvol ingericht eetvertrekje verbonden. De meubilering was geschikt voor een ‘Overijsselsch landbouwersgezin.’
     Om de stand van zaken in het land en tuinbouwonderwijs te tonen, waren werktuigen en hulpmiddelen bijeengebracht die in de scholen werden gebruikt, evenals leermiddelen, boeken en platen, en grafieken en statistieken.
     Met de verschillende werktuigen werden tijdens de tentoonstelling ‘beproevingen gehouden’ om zodoende de landbouwers de bruikbaarheid en het nut ervan te demonsteren.
     Veel moeite werd gedaan om het gebruik van elektriciteit te propageren. Op de tentoonstelling was dan ook een lichtreclame met de dringende raad: ‘Doet alles electrisch.’ Het was niet zonder ironie dat al op de eerste avond de elektriciteit uit viel en de bezoekers in het donker zaten met alleen de brandende lichtreclame, die het kort daarna ook liet afweten. Maar al spoedig kreeg men de zaak weer aan de gang en was het terrein weer feestelijk verlicht.
     Om al dit fraais te kunnen zien en bijwonen moest uiteraard betaald worden. De openstelling voor publiek was van 10 uur ’s morgens tot 10 uur ’s avonds. De toegangsprijs tot 2 uur was anderhalve gulden, na 2 uur één gulden, en na 6 uur twee kwartjes. Een kaartje voor kinderen beneden 13 jaar kostte tot 6 uur een kwartje.

Koninklijk bezoek
Op woensdag 5 september kwam de hele koninklijke familie, koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana, de tentoonstelling bezoeken.
De Zwolse inwoners werd in een advertentie van hogerhand op bedillerige toon duidelijk gemaakt wat er van hen verwacht werd: de Zwollenaars ‘moeten’ vooral tonen dit bezoek op prijs te stellen, om die reden ‘moeten’ alle vlaggen uit en ‘moet’ de ontvangst hartelijk en feestelijk zijn. Een uur voor de koninklijke aankomst diende ieder-

[De ‘Zwolland’ boerderij. (Foto POZC, 5 september 1928)]

|pag. 26|

[‘Het stikstofhoekje’ (Foto POZC, 5 september 1928)]

een aanwezig te zijn. Tijdens het bezoek waren er vele verkeersmaatregelen voor auto’s en rijwielen.
Ook hier veel dwang: de voetgangers ‘dienen’ zich langs de route terzijde van de wegen op te stellen en ‘moeten’ stil blijven staan tot de stoet voorbij is.
Vanwege het bezoek sloten diverse banken en winkels die dag na twaalf uur hun negotie. Bij de aankomst van de koninklijke familie speelde het stedelijk orkest onder leiding van de heer K. de Rook. Vervolgens werden de gasten over de tentoonstelling rondgeleid en volgde er op het terrein van het concours hippique een defilé van bekroond vee. Helemaal hielden de Zwollenaren zich niet aan de bestuurlijke richtlijnen want toen het koninklijk bezoek na de ‘Zwolland’ het ziekenhuis bezocht, waren er hele stukken straat zonder publiek.

Bezoekersstromen
Om de te verwachten bezoekersstromen naar het tentoonstellingsterrein in goede banen te leiden, waren er speciale maatregelen voor trein- en busreizigers. Voor bezoekers met de trein uit Kampen reed er ’s nachts een extra trein rond twaalf uur en alle treinen uit Kampen stopten bij een extra-halte aan de Emmastraat, bij de ingang van de ‘Zwolland.’
     Voor treinreizigers in groepsverband van tien of meer personen waren er ‘gezelschapsbiljetten’, en groepen van minimaal zeventig personen konden zelfs een extra-trein aanvragen. Er waren goedkope retourkaarten vanaf de stations Nijkerk, Apeldoorn, Deventer en Coevorden.
     Er reden ook extra autobussen van en naar diverse plaatsen. De ‘Eerste Zwolsche Auto Omnibus Dienst’ kreeg uit Rotterdam versterking van een bus. Zodat er voor de treinreizigers die niet uit Kampen kwamen vanaf het station ‘twee groote bussen’ een geregelde dienst naar de ‘Zwolland’ onderhielden.
     Het waren prachtige warme septemberdagen waardoor er veel mensen naar de tentoonstelling trokken. Op de eerste dag waren er twintigduizend bezoekers. Op de dag van het concours hippique bezochten dertigduizend bezoekers de ‘Zwolland’, onder wie nogmaals prins Hendrik die speciaal voor de paarden uit ’t Loo was gekomen. Met dit laatste aantal werden alle verwachtingen ruimschoots overtroffen. Op de laatste dag, zaterdag, registreerde men nog tienduizend bezoekers. Zodat de tentoonstelling door minimaal meer dan zestigduizend belangstellenden was bezocht.

Keuringen van vee
Veel aandacht werd besteed aan een traditoneel element in de landbouwcultuur: het keuren van vee en landbouwprodukten. Enig rep en roer brak uit toen vee uit Dedemsvaart werd teruggestuurd omdat het met mond- en klauwzeer zou zijn besmet.
     Voor de keuringen was er een verbazingwekkend groot aantal categoriën en evenzovele commissies om al de rood- en zwartbonte koeien, de merries, de handelspaarden, warmbloedige en ongewisselde, de schapen, de geiten, de ganzen en de eenden, de konijnen groot en klein, zowel met als zonder jongen, de bijen en ook de diverse groentes te beoordelen. Op het concours hippique op vrijdag was een grote centrale keuring van paarden. In de krant besloegen de namen van de winnaars iedere dag diverse kolommen tekst.

Commerciële uitbating
Mocht het doel van de tentoonstelling al educatief zijn, men begreep dat er zonder enige vorm van ontspanning maar weinig mensen zouden komen.
Op het terrein was een feestelijke verlichting aangebracht en er waren tal van attracties. Bovendien mocht er in de directe omgeving van de tentoon-

|pag. 27|

stelling tijdelijk ‘ontsierende reclame’ geplaatst worden; voor 16 september diende alles weer verwijderd te zijn.
     Op de tentoonstelling mocht in alle consumptiegelegenheden alléén Van Nelle’s koffie worden geschonken. Het exclusieve recht op het maken van foto’s was aan de Zwolse fotograaf W. Eelsingh gegund. Dat leidde tot boze reacties van collegae in de krant, want fotograferen was op de tentoonstelling ‘STRENG’ verboden. Voor opnamen kon men zich bij ‘stand 9’ melden, bij de genoemde fotograaf. Eelsingh was door de ‘overstelpende drukte’ op de tentoonstelling genoodzaakt zijn zaken in de stad tijdelijk te sluiten.
     De Zwolse schouwburg Odeon exploiteerde een grote restauratietent, champagnebar, bodega, bierstube en het buffet bij het concours hippique.
In een grote restauratietent was ’s middags een ‘diner-concert’ met damesorkest en ’s-avonds een cabaret voorstelling met een ‘schitterend variété’ programma.’ De ‘Hollandia-girls’ en de komische wielrijders Beppo en Cario traden op. In een lunapark waren ‘talrijke eerste klas attracties.’ Alle vermakelijkheden waren vrij toegankelijk.
     Op de avond van de opening hielden Thomasvaar en Pieternel met hun bruilofsgasten een intocht door Zwolle op versierde bolderwagens.
De bruiloft werd gevierd op het terrein van de ‘Zwolland.’ Op woensdag was er een ‘Groote gymnastiek demonstratie’ en variété met rolschaats-kunstrijders en een humoristisch goochelaar. Om negen uur was er een groot dans concours.
     Tijdens het concours hippique op vrijdag was er een interessante dressuurproef door drie landelijke rijverenigingen en om twee uur een parade- en springconcours met een sensationele voorstelling van ‘Diguiten-Kozakken.’
     Op het feestterrein van de ‘Zwolland’ was onder de naam ‘Oud Swoll’ het middeleeuwse Zwolle nagebouwd. Er stonden enige kermisvermakelijkheden waaronder twee oefenspelen, een cake-walk, een tentje met abnormaliteiten, een luchtschommel, een motor-zweefcaroussel, een hippodrome, een schiettent, een Kop van Jut en het onvermijdelijke palingkraampje.
     Buiten het tentoonstellingsterrein was de ‘Zwolsche toren op de Ossenmarkt’, de Peperbus, met elektrische lichtjes voorzien. Het was, zo schreef de krant: ‘een lichtend baken, tot ver in de omtrek zichtbaar - zelfs vanuit de treinen trok hij de aandacht - die den weg wees naar onze provinciale hoofdstad.’

Vuurwerk en eindafrekening
Op de laatste avond werd de ‘Zwolland’ feestelijk besloten met een groot vuurwerk, waarna de balans kon worden opgemaakt. Was de tentoonstelling een succes geweest? Volgens de Zwolsche Courant wel, en ook het aantal bezoekers rechtvaardigt zo’n conclusie.
     Financieel eindigde de tentoonstelling echter minder feestelijk. De ‘Zwolland’ was begroot op 76.228 gulden en drie kwartjes. Deze begroting werd overschreden met bijna vijftig procent en kwam uit op een bedrag van 113.398 gulden. Bovendien was er een tekort van 13.810 gulden.
     Omdat de organisatoren er al bij voorbaat vanuit gingen dat de begroting niet gerealiseerd werd, was er een waarborgfonds opgericht om de verliezen te dekken. Aan dit fonds namen Zwolle, de omliggende gemeenten, diverse corporaties en particulieren deel.
     De Zwolse bestuurders achtten vanaf de eerste plannen de tentoonstelling van belang voor de gemeente, vooral omdat ze te Zwolle werd gehouden. De gemeente subsidieerde de tentoonstelling aanvankelijk met tweeduizend gulden. Een bedrag dat naderhand nog met duizend gulden werd verhoogd in verband met de egalisering van de grond voor het tentoonstellingsterrein. Met de eindafrekening van het waarborgfonds kwam daar nog eens tweeduizend gulden bij, zodat in totaal de stad Zwolle vijfduizend gulden aan dit landbouwfeest bijdroeg.

_________
- Streng, J.C. (1998) Zwolland. Zwols Historisch Tijdschrift, 15 (1), 23-27.

Category(s): Zwolle
Tags: , ,

Comments are closed.